E01. 202302620 RIB Beantwoording artikel 40 vragen Jeugdzorg.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
De datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer onderwerp
T
20 juni 2023 J. Niesten 2023-0082421 Artikel 40 vragen Jeugdzorg
Geachte raadsleden, Op 26 mei 2023 ontvingen wij uw vragen over Jeugdzorg. Aan uw vragen te zien, spelen bij u dezelfde vragen als bij ons. Op 13 april 2023 hebben wij elkaar gesproken tijdens de raadsinformatieavond over Jeugdzorg. Wij kondigden toen aan dat we na de zomer bij u terug zouden komen om met u de inhoud van de Routekaart Jeugd te bespreken. Wij willen u graag uitnodigen om een tijdelijk raadsklankbordgroep Jeugd te vormen op het proces van de routekaart Jeugd (en zullen deze vraag ook bij de griffie neerleggen). Via deze klankbordgroep hopen we u op een actievere manier bij de Routekaart te kunnen betrekken, Uw brief geeft ons inzicht in waar uw vragen liggen. Het moment na de zomer is een tussenstap, voordat we in het eerste kwartaal van 2024 de routekaart formeel aan u willen voorleggen. De uitwerking van de routekaart Jeugd, waar we momenteel hard aan werken, gaat ons helpen om dit soort vragen steeds beter te kunnen beantwoorden. Op basis van de nu beschikbare informatie hebben we hieronder, vooruitlopend op de verdere uitwerking van de routekaart Jeugd, en de eventuele vorming van een raadsklankbordgroep, uw vragen beantwoord. Hieronder beantwoorden we de vragen. We herhalen eerst de vraag. Ons antwoord volgt daar direct onder. Vraag 1 Wij hebben enige tijd geleden een bijeenkomst gehad met Bianca den Outer.
Daar is een besproken wat Papendrecht wil (dus naast wat we gezamenlijk regionaal doen). Wat is er met die stukken gebeurd? a. Wat is status van de uitkomst van de avond met Bianca den Outer? Antwoord: In de vorige bestuursperiode hebben we meerdere initiatieven genomen met betrekking tot Jeugdzorg, waaronder de gesprekken met Bianca den Outer. Hieronder geven wij een overzicht van wat we hebben gedaan: •
•
• •
We versterkten de toegang voor specialistische jeugdhulp. Dit houdt dat we kritisch kijken of zorgpartijen inhoudelijk de juiste dingen doen. Hierbij letten we extra op de momenten dat zorgpartijen meer tijd (hoeveelheid uren of duur) aanvragen dan contractueel mag (wat staat vermeld in het normenkader); We zetten opvoedondersteuning in via St. Jeugdteams (Sterk Papendrecht). Het doel hiervan is het voorkomen van een toename aan problematiek en het moeten inzetten van zwaardere zorg, door aan de voorkant direct de juiste zorg te kunnen inzetten. We zetten een Praktijkondersteuner GGZ Jeugd in bij huisartsen, waardoor we hogere kosten specialistische jeugdzorg voorkomen. Zie verder het antwoord op vraag 11. We voerden een regionaal normenkader in. Dit betekent dat er duidelijke grenzen zijn gesteld aan de hoeveelheid uren die mogen worden ingezet bij de specialistische jeugdzorg, hoelang de zorg mag duren en door welke soort professional de zorg geleverd moet worden. Hierdoor kunnen we beter voorspellen hoeveel zorg er nodig is en wat dit gaat kosten. Het regionale
1
•
normenkader zorgt voor meer grip op de uitgaven en maakt de uitgaven ook in toenemende mate voorspelbaar. De nieuwe verordening Jeugdwet is in februari 2022 vastgesteld. Inmiddels weten we dat het ministerie van VWS deze verordening (die regionaal is gevormd) als voorbeeld gebruikt voor andere gemeenten. Gemeente Amsterdam gaat deze verordening al overnemen. b. Wanneer bepaalt de Papendrechtse raad de Papendrechtse definitie van jeugdzorg (wat rekenen we er wel toe en wat niet)?
Antwoord: Via de verordening heeft uw raad al een definitie bepaald. 'Artikel 1, Definities: 1. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen; 2. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; en 3.
het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht;' Daarnaast is het goed te vermelden dat we in afwachting zijn van de wijze waarop het Rijk de Jeugdwet gaat aanpassen, mede op basis van de Hervormingsagenda Jeugd. Mogelijk is er na aanpassing van de wet meer ruimte om de definitie meer af te bakenen/in te perken. Zie ook antwoord op vraag 5. Vraag 2. Hoe zijn de huidige cijfers van jeugdzorg in Papendrecht? Zien we in de trend al een kentering naar minder (zware)zorg? Antwoord: Er is sprake van een absolute daling in het aantal jeugdigen in de geïndiceerde jeugdzorg totaal, aantal jeugdigen in jeugdzorg met verblijf (zware zorg), en aantal jeugdigen in jeugdzorg zonder verblijf. Procentueel gezien is er een verschuiving zichtbaar van 2021 op 2022, een daling in aandeel aantal jeugdigen met verblijf (zware) zorg ten opzichte van het totaal en een stijging in het aandeel jeugdigen in jeugdzorg zonder verblijf ten opzichte van het totaal.
Daarnaast is het aantal jeugdigen bij het jeugdteam van Sterk Papendrecht gestegen van 2021 op 2022. Kortom, een verschuiving van zware zorg naar lichte zorg is zichtbaar van 2021 naar 2022. Of dit ook een duurzame verschuiving is, moet nog gaan blijken in de komende jaren.
2
Cijfers jeugdzorg Papendrecht 2019
2020
2021
2022
Aantal jeugdigen jeugdzorg totaal
816
767
790
736
Aantal jeugdigen zware jeugdzorg (met verblijf) %
82
97
106
82
10,0 %
12,6 %
13,4 %
11,1 %
734
670
684
654
90,0 %
87,4 %
86,6 %
88,9 %
2019
2020
Aantal jeugdigen jeugdzorg zonder verblijf % Bron: dashboard SOJ
Casussen jeugdteam
1.078
969
2021
2022 845
1.027
Bron: Sterk Papendrecht Vraag 3. In het antwoord van portefeuillehouder van der Borg van 15 mei wordt op de vraag wat de oorzaken zijn van de vele meldingen bij Veilig Thuis vanuit Papendrecht, dat hierin inzicht bieden in strijd zou zijn met privacy en AVG. Op dergelijk dossier-niveau vragen wij geen informatie. Wel moet het ons inziens mogelijk zijn om in algemene termen de volgende informatie te verstrekken: reden van melden, wie meldt: burger, politie, school, huisarts (we weten al dat 80% van de politie komt), percentage meldingen per wijk, leeftijdscategorieën van aangemelde kinderen. Graag deze informatie Antwoord: Op 2 februari 2023 is de motie 'Doe huiselijk geweld, geweld aan' (11.M2) aangenomen in de raad. In deze motie is aandacht gevraagd voor de cijfers over hoge en toenemende kindermishandeling in Papendrecht. In de motie is gesteld dat dit expliciete aandacht moet krijgen in het IVP, dat er uitgebreid onderzoek moet komen naar deze cijfers om de oorzaken inzichtelijk te maken en dat er een plan van aanpak moet komen met ambitieuze doelen om kindermishandeling in Papendrecht te bestrijden en vermijden, met tevens aandacht voor het gevaar van femicide. Op dit moment loopt het onderzoek naar de cijfers en de duiding hiervan, zodat in vervolg daarop een ambitieus plan van aanpak opgesteld kan worden.
Om recht te doen aan wat in de motie is opgeroepen, zijn we van mening dat dit onderwerp een apart plan van aanpak verdient voor heel Papendrecht. Omdat het achterhalen van de juiste cijfers en duiding minder snel gaat dan we hadden gehoopt, verwachten we dit plan eind 2023/begin 2024 af te hebben, waardoor we op dat moment voorstellen de motie af te doen en niet al bij de behandeling van de Integrale Wijkaanpak in september (behorend bij IVP). Extra argument hiervoor is dat de integrale wijkaanpak gaat over een nieuwe manier van werken in de wijk op leefbaarheid en veiligheid, waarbij de raad nog moet kiezen in welke wijk(en) we hier mee gaan starten. Vanzelfsprekend gaat de integrale wijkaanpak bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van kindermishandeling en maken we een verbinding tussen het plan ter voorkoming en bestrijding van kindermishandeling en deze integrale wijkaanpak. Met betrekking tot het onderzoek naar de cijfers, kunnen we aangeven dat de AVG inderdaad het inzicht bieden in de oorzaken van de vele meldingen bij Veilig Thuis, bemoeilijkt, maar dat de AVG dit niet onmogelijk maakt, wel lastig en tijdrovend. We zijn naar aanleiding van de genoemde motie aanvullende informatie aan het ophalen om voor zover mogelijk de problematiek beter te kunnen duiden.
Het in kaart brengen van de gevraagde data is vooralsnog niet mogelijk vanwege de manier van registratie bij Veilig Thuis, en de AVG. Regionaal werken we aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, waarbij we de informatiebehoefte rondom deze problematiek in kaart brengen. De benodigde data & monitoring nemen we daarna op in de samenwerkingsafspraken met o.a. Veilig Thuis om toekomstig te kunnen voldoen aan de informatiebehoefte.
3
Vraag 4. Welke invloed heeft de gemeente/ons college in het samenwerkingsverband als het gaat om het te voeren beleid en de uitbesteding/organisatie van de zorg inclusief de inzet van personeel, de middelen en financiën voor onze gemeente? Antwoord: Onze gemeente is één van de 10 deelnemers van het Algemeen bestuur van de DG&J. Als lid van het Algemeen bestuur hebben wij invloed via de deelnemende portefeuillehouder. Daarnaast heeft de raad invloed via het vaststellen van zienswijzes op de Jaarrekening, Begroting en Begrotingswijzigingen van de DG&J. Tot slot zijn er meerdere ambtelijke overleggen waarin onze ambtenaren hun invloed uit kunnen oefenen op de uitvoering en de voorstellen voor besluitvorming. Vraag 5. Wij ontvangen graag de lijst van vormen van jeugdzorg waar wij als Papendrechtse raad ja/nee tegen kunnen zeggen. Antwoord: Jeugdzorg zetten we op dit moment in via de DG&J die in regionaal verband voor ons Jeugdzorg inkoopt. We werken hierbij op basis van de wettelijke kaders en kunnen hier niet van afwijken. (zie ook antwoord op vraag 12). Op basis van de huidige wetgeving kunnen we geen zorg aan kinderen ontzeggen die hulp nodig hebben. Op dit moment hebben wij daarom geen lijst met vormen van jeugdzorg waar u ja/nee tegen kunt zeggen. Bij het antwoord op vraag 1b noemden we al dat het Rijk bezig is met een wetswijziging op basis van de Hervormingsagenda Jeugd.
In de hervormingsagenda staat hierover op dit moment het volgende: 'De reikwijdte van de Jeugdwet wordt afgebakend, meer aandacht domeinoverstijgende aanpak Er wordt geïnvesteerd in de veerkracht van alle jeugdigen in hun normale dagelijkse leven en het beperken van de jeugdhulpplicht en daarmee de reikwijdte van de Jeugdwet. Daarbij wordt gezorgd voor een betere inbedding van jeugdhulp in de bredere context van het sociaal domein: betere verbindingen met onderwijs, volwassenenzorg (met name GGZ) en vraagstukken rond de bestaanszekerheid. De inperking van het recht op hulp brengt met zich mee dat er scherpe keuzes worden gemaakt over de inzet van hulp.' Als gemeente kunnen we wel sturen op de effectiviteit van het aanbod. Hier komen we op terug met de ontwikkeling van de routekaart (zie ook antwoord op vraag 13). Vraag 6. Wat maakt het zo moeilijk voor Sterk Papendrecht en de DG&J om inzichtelijk te maken wat de effecten zijn van het gevoerde beleid? Als dit niet inzichtelijk kan worden gemaakt, hoe kan het college hier in sturen en regie houden en daarmee ook de raad completer informeren? Als wel inzichtelijk kan worden gemaakt hoeveel jongeren een beroep doen op de zorg, gekwantificeerd en ook gecategoriseerd, dan kan ook gemonitord worden hoe effectief de zorg is. Is het college het eens met deze zienswijze.
Antwoord: De kwantitatieve cijfers kunnen veelal wel inzichtelijk worden gemaakt (zie bijvoorbeeld de cijfers bij vraag 3 en 11). Echter zegt dit nog niet zoveel over de effectiviteit. Onder effectiviteit verstaan wij dat zorgpartijen de goede dingen hebben gedaan om de aanwezig problemen zo duurzaam mogelijk op te lossen. De Routekaart Jeugd is nodig om nader te omschrijven wat effectiviteit (lees ook kwaliteit) is en hoe we deze de komende jaren steeds meer inzichtelijk kunnen maken.
Vraag 7. In hoeverre toetst Sterk Papendrecht en de DG&J lichte vormen van jeugdzorg op effectiviteit voordat deze worden toegestaan? En vindt ook toetsing op effectiviteit plaats achteraf? (Is Sterk/de DG&J hiermee bezig?)
4
Antwoord: Voor alle vormen van jeugdzorg en -hulp die door Sterk Papendrecht beschikt worden, wordt er vooraf in het casuïstiekoverleg een besluit genomen door jeugdprofessionals (HBO) en een gedragswetenschapper (WO) of de met ouders/jongere overeengekomen in te zetten zorg/hulp bij zal dragen aan de realisatie van de beoogde doelen. De doelen zijn door de jeugdprofessional in afstemming met ouders/jongere opgesteld. Wanneer een jongere/gezin in zorg genomen wordt door een aanbieder via DG&J, werkt de zorgaanbieder de doelen verder uit en evalueert deze periodiek. Als er meerdere zorgaanbieders in een gezin actief zijn, heeft Sterk Papendrecht kennis van deze evaluaties of is hier zelf bij aanwezig. Voor lichtere vormen van hulp is een norm voor intensiteit en duur van de hulp opgenomen in het contract tussen DG&J en de jeugdzorgaanbieder. Als het niet lukt binnen de gestelde tijd de doelen te realiseren, treedt de aanbieder in contact met het lokale team van Sterk Papendrecht. In deze dialoog over dit gezin evalueert men met elkaar de effectiviteit en doelmatigheid van de inzet. Wanneer er sprake is van een verlengingsaanvraag van zorg of een nieuwe aanvraag van zorg, gebruikt Sterk Papendrecht dus de evaluatieplannen om te toetsen of de ingezette zorg effectief is geweest.
Hierbij is het normenkader leidend, omdat hierin de intensiteit en de duur van de zorg/hulp genormeerd is en de beoogde doelen op hoofdlijnen gedefinieerd zijn. Vraag 8. Welke beleidsindicatoren worden gebruikt om te toetsen of de beoogde resultaten zijn bereikt, de gewenste maatschappelijke effecten zijn behaald? Antwoord: Op Jeugdzorg hebben we meerdere indicatoren die we monitoren. Daar zitten nog geen indicatoren bij op maatschappelijke effecten. Hoe we het beste kunnen sturen op maatschappelijke effecten, nemen we mee bij de ontwikkeling van de routekaart. De belangrijkste beleidsindicatoren zijn: Bij Sterk Papendrecht: • • •
Aantal trajecten Jeugd (onderscheid kort- en langdurend) Aantal wachtenden Gemiddelde wachttijd
Bij DG&J: • • • • • • • •
Aantal jeugdigen in traject Gemiddelde kosten per jeugdige Totale kosten Instroom en Uitstroom Looptijden Overzicht duurste aanbieders Aantal jeugdigen per verwijzer Kosten en aantallen per soort jeugdzorg*
*Denk hierbij aan de wetsonderdelen jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en aan verschillende 'productgroepen' zoals hoogspecialistisch, wonen, dagbesteding/dagbehandeling, crisis, jeugdhulp op school, enzovoort. Vraag 9. In onze regio is het voor zorgaanbieders niet verplicht een VOG te overleggen van al hun medewerkers? Is het college bereid voorloper te worden en hier in onze regio wél aan te gaan voldoen, dus een voorloper te worden?
5
Antwoord: Onze zorgpartijen moeten voldoen aan belangrijke randvoorwaarden, zoals dat alle (nieuwe) medewerkers een VOG moeten hebben. Dit is vanwege landelijke wetgeving verplicht. Ook moeten zorgprofessionals een bepaald opleidingsniveau hebben en moeten ze geregistreerd zijn bij het kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Vraag 10. In het nieuws was recent dat er nogal wat criminele zzp’ers zijn die zorg aanbieden. Het RIEC weet hier meer van. Wat is hierover bekend m.b.t. de Papendrechtse situatie/de regio? Antwoord: DG&J voert het toezicht uit op de jeugdzorg. Alle signalen betreffende fraude kunnen bij Serviceorganisatie Jeugd worden gemeld. Naar aanleiding van signalen zijn twee organisaties op dit moment in onderzoek. Na afronding van een dergelijk onderzoek kan het contract worden ontbonden of kunnen er bepaalde verbetermaatregelen worden opgelegd als inderdaad iets aan de hand blijkt te zijn. Vraag 11. Wat is de effectiviteit van de praktijkondersteuner bij huisartsen? a. Hoeveel cliënten spreken met deze praktijkondersteuner? Antwoord: In 2022 hebben 201 jeugdigen zich gemeld bij de POH-jeugd en hebben zij totaal 591 consulten gehad b. Welk percentage krijgt welke vorm van jeugdzorg? Antwoord: POH helpt zoveel mogelijk jeugdigen zelf, van de 201 jeugdigen zijn er 109 behandeld en 92 doorverwezen. c.
Wordt aantoonbaar geld uitgespaard aan duurdere jeugdzorg?
Antwoord: In de analyse van 2021 was dit zeer duidelijk zichtbaar, er was een besparing te zien van € 379.853. Voor 2022 hebben we geen analyse gemaakt. De planning is om een meerjarige analyse te doen over 2022 en 2023. Hierin nemen we de analyse van 2021 mee en creëren we een compleet beeld over 3 jaar POH. d. Hoeveel kost de praktijkondersteuner? Antwoord: Dit is wat wij overeenkomen met Drechtdokters voor het tarief POH. Uur
Kosten totaal
19
€ 68.939
Kosten gemeente € 34.469
+8 (27)
€ 84.339
€ 42.170
+12 (31)
€ 92.039
€ 46.020
+16 (35)
€ 99.739
€ 49.870
6
Vraag 12. Klopt het dat in het landelijke akkoord over jeugdhulp, de jeugdhulpplicht van gemeenten minder strikt wordt en dat dit ook helpt om bepaalde zorg niet te geven? Antwoord: Bij deze vraag verwijzen we ook naar de antwoorden op vraag 1b en 5. Het afbakenen van de jeugdhulpplicht is primair de taak van het Rijk. Dit omdat uit jurisprudentie blijkt dat de Verordening en Nadere Regels Jeugdhulp niet leidend zijn. De afbakening van de jeugdhulpplicht moet dus door het Rijk gebeuren. Door kritiek vanuit diverse gemeenten is in de meest recente versie van de Hervormingsagenda toegezegd door het Rijk stappen gaat maken in de wettelijke afbakening. Wanneer precies en hoe moet nog blijken. Dit houden we nauwlettend in de gaten. Vraag 13. In welke onderdelen van de nieuwe beleidsnota 2024-2028 (Routekaart Jeugd) kunnen we als raad financiële kaders stellen? Graag zo concreet mogelijk. Antwoord: Op basis van de Routekaart Jeugd gaan we scherper sturen op kwaliteit en gebruik maken van data. Op basis van de inzichten die hieruit volgen zullen we steeds beter een kosten-baten analyse kunnen maken. Op basis van deze analyses kan worden gekozen wat we doen met de lokale ingekochte zorg. Namelijk in standhouden, verminderen, uitbreiden of stoppen. Verder werken we op dit moment met realistische scenario's via de P&C cyclus.
Vraag 14 en 15 Wat zijn de vaste (jaarlijkse) terugkerende operationele kosten voor de gemeente Papendrecht die gemaakt worden voor het uitvoeren, ontwikkelen en in stand houden van de Jeugdzorg in de gemeente? En welk bedrag (daarvan) gaat uiteindelijk daadwerkelijk naar de zorgverlening die uitgevoerd wordt door (ingehuurde/gecontracteerde) externe partijen? Antwoord: De vraag is niet compleet helder. Met het volgende overzicht hopen we u meer inzicht te geven in de kosten van jeugdzorg. De cijfers van dit overzicht komen uit de Begroting 2023 van de gemeente Papendrecht. Daarnaast geldt dat we met de aanbieders gespecialiseerde jeugdhulp strikte afspraken hebben over winstpercentages. Te veel winst moet terug naar de gemeente of ten goede van de jeugdigen gebruikt worden, zie ook antwoord op vraag 19. Onderwerp Algemene voorzieningen Wmo & Jeugd Eerstelijnsloket Wmo & Jeugd Jeugd- en Jongerenwerk Suppord Jeugdhulp begeleiding Jeugdhulp behandeling Jeugdhulp dagbesteding Jeugdhulp zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgerichte hulp Jeugdhulp met verblijf overig Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Gesloten plaatsing Jeugdbescherming Jeugdreclassering
Bedrag begroot voor 2023 € 1.639.000 € 770.000 € 118.000 € 1.955.000 € 255.000 € 806.000 € 14.000 € 707.000 € 333.000 € 1.328.000 € 2.017.000 € 896.000 € 176.000 € 688.000 € 56.000
7
Vraag 16. Hoeveel van dit totale bedrag is beïnvloedbaar door de Papendrechtse raad? Wat kunnen wij beïnvloeden? Antwoord: Het gaat niet zozeer om welke bedragen te beïnvloeden zijn, maar om de basale vraag, welke invloed heeft de raad? In het antwoord van vraag 4 zijn we al ingegaan op de invloed van de gemeente ten aanzien van de DG&J. Daarnaast heeft de raad budgetrecht en kan zij daarmee het subsidieplafond vaststellen voor Sterk Papendrecht. Waar we rekening mee moeten houden, is dat de Jeugdwet een openeinderegeling is. Dat betekent dat we geen zorg kunnen ontzeggen aan degenen die dat nodig hebben. Vraag 17 Wij willen graag het door DG&J op de voorlichtingsavond van 10 mei 2023 genoemde overzicht ontvangen met (per kwartaal) de omvang van de (kosten van) jeugdzorg in Papendrecht, inclusief de trend en zo mogelijk in regionaal perspectief (buurgemeenten Sliedrecht en Alblasserdam bijvoorbeeld). Antwoord: Dit overzicht hebben wij opgevraagd bij de DG&J. Zodra we dit ontvangen sturen we dit via de griffie aan u toe. Vraag 18.
Welke afspraken zijn er tussen Sterk Papendrecht en het college om de zorgvraag en daarmee de kosten niet onnodig te laten oplopen? Is er een vergelijkbare aanpak als in Sliedrecht, waar zeer duidelijke en strakke afspraken zijn over wanneer en wanneer geen zorgtraject aanbieden? Antwoord: In eerdere vragen hebben we al gesproken over het normenkader, indicatoren en de wijze waarop de inzet van jeugdzorg wordt getoetst. In de subsidieafspraken hebben we onderstaande opdracht meegegeven: •
•
Verzorgen van de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening in het kader van Jeugdwet (inclusief het voeren van casusregie) afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. Bieden van op preventie gerichte ondersteuning (o.a. ambulante jeugdhulp en inzet van de Jeugdprofessional bij huisartsen), zoals bepaald in de Jeugdwet, waardoor jeugdigen in staat worden gesteld om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
Sterk Papendrecht zet daarbij in op normalisering en een duurzaam perspectief, door preventieve interventies in te zetten en informele oplossingen aan te bieden. En Sterk Papendrecht zet evidence based methodieken en besluitvormingsprocessen in. Vraag 19. Als voorbeeld van mogelijkheid om kosten te beheersen noemen we een onderzoek uit Den Haag. Daar heeft men geconstateerd dat van de 100 typen jeugdzorg er 10 zorgen voor de grote kostenstijgingen. Er is daar door de rekenkamer geadviseerd om van de jeugdzorgverleners te vragen om over deze 10 te rapporteren hoe lang men deze zorg geeft, welke resultaten het oplevert, wat de kosten zijn. De rekenkamer aldaar heeft het over de jeugdzorg als een black box. De raad ziet er heel veel geld in verdwijnen, maar ziet niet wat er als resultaat uitkomt. a. Worden nu in onze regio aanbieders die de meeste kosten declareren (of relatief veel voor een behandeling) gevraagd om extra informatie naar de oorzaken?
8
Antwoord: Ja, dat is onderdeel van het contractmanagement en vaak onderwerp van gesprek met de gecontracteerde aanbieders. b. Kan in algemene zin iets worden gezegd hoe de financiële sturing en bijsturing plaatsvindt? Is er een openbaar stuk waarin te lezen valt hoe de DG&J/SOJ financieel sturing heeft ingericht als onderdeel van de bedrijfsvoering (wie, wat, wanneer en hoe)? Antwoord: Door te sturen op kwaliteit blijven de kosten beheersbaar (bij een gelijkblijvend aantal jeugdigen en een gelijkblijvende hulpvraag). In de overeenkomst Jeugdhulp (niet openbaar) zijn vanuit deze kernwaarde een aantal instrumenten opgenomen die bijdragen aan financiële sturing. Deze maken integraal onderdeel uit van de overeenkomst en zijn niet beschreven in een separaat stuk. Ter illustratie een paar voorbeelden: Prijs-kwaliteitsverhouding Binnen de overeenkomst Jeugdhulp en dus ook binnen het contractmanagement is veel aandacht voor de juiste prijs-kwaliteit verhouding voor de geleverde dienst. Voldoet een partij aan de gestelde kwaliteitscriteria om in aanmerking te komen voor een bepaald tarief? De tarieven zijn (door een onafhankelijke partij) opgebouwd op basis van onder andere landelijke benchmarks, CAO’s, benodigd opleidingsniveau en verwachte personele inzet. Dit toetsen we voortdurend getoetst en stellen we zo nodig contractueel bij.
Winstmaximalisatie In de overeenkomst is de winst van aanbieders gemaximeerd op 5% (landelijk is gebruikelijk om voor een gezonde bedrijfsvoering uit te gaan van 3%). Nu de jaarrekeningen 2022 beschikbaar komen, worden aanbieders met een winst van meer dan 5% gesommeerd een plan van aanpak aan te leveren om de publieke middelen terug te laten vloeien in het publieke domein. Dit kan een investering in kwaliteit betekenen om de kosten in de toekomst terug te dringen, maar bijvoorbeeld ook een afslag op het tarief om winsten in de toekomst te verkleinen. Kwaliteitseisen en criteria aan jeugdhulpaanbieders Jeugdhulpaanbieders komen uitsluitend in aanmerking voor een overeenkomst wanneer zij voldoen aan een uitgebreide lijst kwaliteitscriteria en uitsluitingsgronden. Dit zijn criteria over kwaliteit van hulp en kwaliteit van bedrijfsvoering. Monitoren en bijsturen In ons dashboard zien we hoe de (jaar)omzet van de aanbieder zich ontwikkelt. Hebben we zicht op de gemiddelde kosten per client en het aantal cliënten wat hulp ontvangt vanuit de regio. Zeker met de aanbieders met een hoge omzet in de regio is dit periodiek onderwerp van gesprek, wordt bijgestuurd op geconstateerde afwijkingen en zo nodig afspraken gemaakt om de hulp tijdig te stoppen of af te schalen naar het voorveld.
Normen op intensiteit en duur van hulp Door in de overeenkomst normen op te nemen over intensiteit en duur ontstaat een prikkel om jeugdhulp zo eenvoudig en kort als mogelijk in te zetten. Ook geeft dat het contractmanagement de mogelijkheid om aanbieders onderling te benchmarken bij vergelijkbare hulp en hier binnen het contractmanagement op in te zetten. De afwegingen om af te wijken op de gestelde normen vindt plaats op casusniveau met de lokale teams en de jeugdbeschermers. NB: We sturen niet op cliëntaantallen en de benodigde inzet op casusniveau. Dit is aan de (wettelijke) verwijzers en valt buiten onze beïnvloedingssfeer.
9
Vraag 20. Is er lokaal of regionaal een functionaris uitsluitend belast met het controleren van zorgnota’s die worden ingediend? Of is er een voornemen een dergelijke functionaris, uitsluitend met deze taak, aan te stellen? Per declaratie wordt gecontroleerd: is de zorg verleend, klopt het aantal uren, is de rekening niet meer dan één keer ingediend etc. Er zijn gemeenten die goede ervaring hebben en veel geld besparen. Antwoord: De declaraties worden ingediend via het landelijk gestandaardiseerde berichtenverkeer. De backoffice applicatie die in gebruik is controleert dit al op een aantal punten: • Is er een zorgtoewijzing (beschikking) •
Valt de declaratie binnen de looptijd van de toewijzing
•
Valt de declaratie binnen het budget (aantal uren/etmalen) van de toewijzing
•
Is het juiste tarief gehanteerd
•
Controle op dubbele declaraties
Voor wat betreft de controle op de prestatielevering sluiten we aan bij de landelijk afgesproken werkwijze dat zorgaanbieders een goedkeurende controleverklaring van de accountant moeten overleggen over hun geleverde zorg. Dat is inclusief controle op de prestatielevering. Dit is gedaan om een effectieve en kostenefficiënte werkwijze te realiseren. Aanbieders die hiervan vrijgesteld zijn, worden steekproefsgewijs gecontroleerd door onze eigen accountant (DG&J) en voor PGB vindt controle plaats door een gespecialiseerd bureau dat huisbezoeken aflegt om de geleverde zorg te controleren in combinatie met administratief onderzoek. Vraag 21. Wij hebben begrepen dat zorgbedrijfjes die hun omzet onder de 100.000 euro houden geen verantwoording hoeven af te leggen? Andere gemeenten doen dit wel, wat ook geld oplevert. Waarom gebeurt dit bij ons niet? Antwoord: Wij herkennen dit beeld niet. Alle aanbieders die via de DG&J zijn ingekocht werken met strakke contracten waarbij er fors op contractmanagement wordt ingezet (zie ook de antwoorden op voorgaande vragen). Subsidies die de gemeente verstrekt, boven de € 10.000, moeten altijd verantwoord worden, volgens onze eigen Algemene subsidieverordening. Vraag 22. Wij overwegen voorafgaand aan de vast te stellen Routekaart Jeugd, een aantal sprekers te willen uitnodigen.
Welke (beeldvormende) avond is daarvoor geschikt? AUB data noemen die voldoende tijdig zijn? Antwoord: Het concrete antwoord is, dat hier op 16 november ruimte voor lijkt te zijn, in overleg met de griffie. Instellen tijdelijke raadsklankbordgroep Jeugd Zoals in de inleiding al aangekondigd, willen we een voorstel aan u doen. Gezien het feit dat dit onderwerp bij ons allen hoog op de agenda staat, zoeken we naar een verdergaande vorm van 'samen optrekken', omdat wij ook al ideeën hadden over het plannen van een beeldvormende avond in verband met de Routekaart Jeugd. We willen u vragen of u uit uw geledingen een tijdelijke raadsklankbordgroep Jeugd wilt vormen. Dit zullen we via de griffie aan u voorleggen. Deze klankbordgroep zou dan bijvoorbeeld driemaal bij elkaar kunnen komen met de portefeuillehouder Jeugd en de betrokken beleidsambtenaren. We denken aan een bijeenkomst in september, om samen een goede beeldvormende avond voor te bereiden op 16 november. Een vervolgbijeenkomst vlak na de beeldvormende raad, om met elkaar de
10
afdronk te delen en de implicaties voor het vervolg te bepalen. Tot slot zouden we dan in januari nog eenmaal bij elkaar kunnen komen om de concept Routekaart Jeugd te bespreken, voordat deze formeel in routing gaat. De overleggen van de raadsklankbordgroep met de portefeuillehouder en de beleidsambtenaren Jeugd, zijn geen politieke overleggen en komen op geen enkele manier in plaats van de reguliere raadscyclus waarin uiteindelijk over de routekaart Jeugd besloten gaat worden. Het gaat er om dat we met elkaar het proces kunnen bespreken juist om de raad goed te betrekken bij de routekaart Jeugd. Met de griffie willen we dit goed afstemmen, zodat we allen kunnen handelen vanuit een zuivere rolsetting. Wij hopen dat we met dit voorstel u beter kunnen faciliteren om uiteindelijk in het eerste kwartaal 2024 een afgewogen besluit over de Routekaart Jeugd te kunnen nemen. Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
11