E01. 20221129 Beantwoording artikel 40 vragen OP - Sanering Merwehoofd.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad De T datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer onderwerp
29 november 2022 W. van den Bosch 2022-0176758 Westenberg 14 078 Artikel 40 vragen OP sanering Merwehoofd
Geachte heer/mevrouw,
Op 26 oktober 2022 zijn door de raadsfractie van Onafhankelijk Papendrecht artikel 40 vragen gesteld over het saneren van de grond ter plaatse van het Merwehoofd. Door middel van de raadsinformatiebrief worden de artikel 40 vragen van Onafhankelijk Papendrecht over het saneren van de grond Toren M beantwoord. Voor de saneringsaanpak is door de provincie ongeveer twee jaar geleden een beschikking is afgegeven. Ten aanzien van deze sanering is niet de gemeente maar de provincie het bevoegd gezag, en de Provincie heeft deze taak aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gemandateerd. Voor een deel van de vragen moeten wij u daarom verzoeken deze te richten aan de Omgevingsdienst. Vraag 1 Waarom staat er in het bestemmingsplan dat er geen afwijkingen zijn gevonden, die duiden op eventuele bodemverontreiniging? Antwoord vraag 1 In het saneringsplan en de beschikking is reeds rekening gehouden met de realisatie van een woontoren op de locatie. Omdat hier in het kader van de Wet bodembescherming reeds voldoende aandacht aan is besteed (de overige genoemde rapporten) is dit niet bezwaarlijk voor de geplande bestemmingsplanwijziging. Het was vollediger geweest als in de toelichting op het bestemmingsplan naar de beschikking was verwezen.
Dit doet niets af aan de conclusie dat op grond van het totaal aan gegevens dat bekend is bij bevoegd gezag er ten aanzien van de bodem geen bezwaar bestaat tegen de bestemmingswijziging. Vraag 2 De bodem injectie heeft niet genoeg effect gehad. Waarom niet? Antwoord vraag 2 Ten aanzien van deze sanering is niet de gemeente maar de provincie het bevoegd gezag, en de Provincie heeft deze taak aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid gemandateerd. ZIj houden aldus toezicht op de uitvoering van de sanering. Wij verwijzen u om die reden voor de beantwoording van deze vraag door naar de Omgevingsdienst.
Vraag 3 Te snel is men met de substraat injectie verder gegaan. Hoe kan dit? Antwoord vraag 3 Zie antwoord vraag 2. Vraag 4 Wat heeft dit de Papendrechtse belastingbetaler gekost? Antwoord vraag 4 Zie antwoord vraag 2. Vraag 5 Te lezen is dat er op 100 punten geïnjecteerd gaat worden. Volgens de separaat meegestuurde bijlagen Saneringsplan Merwehoofd Papendrecht van Stantec 12 juli 2019 vlak 1 t/m 5 zijn het 240 punten waar geïnjecteerd moet worden. Kunt u dit uitleggen? Antwoord vraag 5 Zie antwoord vraag 2. Vraag 6. Volgens het plan van 2020 gaat men ervan uit dat er binnen 30 jaar! De sterk vervuilde grond ~ … een stabiele eindsituatie zal hebben. … +/- na 3 á 5 jaar is de sterke vervuiling verminderd. ~ Als er 30 jaar ! voor staat, hoe is het dan te rijmen dat er al na 3 á 5 jaar de sterkte van de vervuiling is verminderd? Deze zin zal waarheid zijn, maar belooft meer dan het lijkt. Te lezen is, dat na 3 jaar 1/ 10 en na 5 jaar 1/6 gedeelte minder vervuiling zal zijn. Is men al begonnen met dit plan van 2020? Antwoord vraag 6 Zie antwoord vraag 2. Vraag 7 Zo ja. Sinds wanneer? Antwoord vraag 7 Zie antwoord vraag 2.
Vraag 8 Zo nee, waarom denkt u dat er dan zo kort – binnen de 3 á 5 al gebouwd en gewoond kan worden op die plek? Antwoord vraag 8 Het bevoegd gezag heeft in de door haar afgegeven beschikking de bouw van Toren M meegewogen en voorschriften opgenomen welke bij de realisatie in acht moeten worden genomen. Vraag 9 Waarom moet er gesaneerd worden? Als in het bestemmingsplan staat dat er ~ .. . geen afwijkingen zijn gevonden die duiden op e.v.t. bodemverontreiniging … ~ Antwoord vraag 9 Zie antwoord vraag 1.
Vraag 10 In bovengenoemde bijlagen is te zien, dat er kavels zijn in die wijk waar huizen op staan die een aantekening hebben in het kadaster, van zware vervuiling. Dit is in hetzelfde vlak waar de toren moet komen. Kunt u het verschil uitleggen van sterk vervuilde grond en zware vervuiling? Antwoord vraag 10 Een verschil kan zijn dat verontreiniging ook betrekking heeft op grond of grondwater. Vraag 11 Waarom werd en wordt deze grond niet afgegraven? Antwoord vraag 11 Zie antwoord vraag 2. Vraag 12 ~ … om de verontreiniging in het oppervlaktewater met zuurstof af te breken. ~ Water bevat maar 5% zuurstof. Dit komt in het water door beweging en fotosynthese – zuurstofplanten o.a. algen. Als het water maar uit 5% zuurstof bestaat en de lucht uit 21% zie onderstaande link B. zullen die giftige stoffen zich toch meer mengen in de lucht dan in het water. Waarom vindt u dit een veilig manier van saneren? Antwoord vraag 12 Zie antwoord vraag 2. Vraag 13 Deze fijne nevel zal daar dus 30 jaar! verspreid gaan worden, heeft u met dit plan wel aan de omgeving gedacht? Mag ik u eraan herinneren, dat daarnaast gezinnen wonen en bijna pal naast deze vijver er behoorlijk intensief gesport wordt. Wat gepaard gaat met diep ademhalen. Antwoord vraag 13 Zie antwoord vraag 2. Vraag 14 Is er geen beter plan om het saneren uit te voeren? Antwoord vraag 14.
Nee Vraag 15 De gemeente heeft de eind verantwoording voor het water. Betaald de vervuiler deze extra onkosten? m.a.w. Gaat dit verhaalt worden op Fokker? Antwoord vraag 15 De Slobbengrosvijver valt onder de verantwoordelijkheid van het Waterschap Rivierenland. Zij heeft de saneerder vergunning verleend voor de aanleg van de fonteinen (kenmerk 019047057/2019049223, 30 april 2019). Fokker Aerostructures is geen partij in deze. Vraag 16 Wanneer en door wie wordt er een nacontrole gedaan na die 30 jaar? Antwoord vraag 16 Zie antwoord vraag 2.
Vraag 17 Mogen wij dit contract zien, waarin dat beschreven is? Antwoord vraag 17 Een kopie van de beschikking is als bijlage gevoegd bij deze beantwoording. Vraag 18 Wie betaalt dit? Antwoord vraag 18 De kosten van de controles worden gedragen door de saneerder. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouder van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,
J.M. Ansems MSc
mr. drs. A.M.M. Jetten
Zaaknummer
Z-19-358176
Ons kenmerk
D-20-2105324
Behandeld door
de heer R.T.A. Hakkeling
BESCHIKKING De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 12 juli 2019 een melding als bedoeld in artikel 28 van de Wet bodembescherming (Wbb) ontvangen van Stantec B.V. te Delft. Stantec heeft de melding ingediend als gemachtigde van VOF Merwehoofd te Papendrecht. De melding betreft percelen aan het Merwehoofd, Aviolandaplein, Bolwerk, Slobbegorsweg en Houthaven te Papendrecht. De gehele locatie staat bekend als "Merwehoofd". Op de locatie zijn in het verleden al diverse saneringsmaatregelen uitgevoerd. De melder is voornemens de resterende ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van enkele percelen aan de Slobbegorsweg en het Bolwerk aanvullend te saneren. Voor de overige percelen worden geen saneringswerkzaamheden voorzien, maar verzoekt de melder om een nieuwe saneringsdoelstelling te mogen hanteren. De locatie is geregistreerd onder Wbb-code ZH059000006. Als onderdeel van deze melding is het volgende rapport ter beoordeling ingediend: Onderzoekstype
Onderzoeksbureau
Referentienummer
Datum
Archief OZHZ
Saneringsplan vlek I t/m V
Stantec B.V.
M17a0011.r05
12 juli 2019
D-19-1929688
Merwehoofd Papendrecht Onderstaande reeds in ons bezit zijnde rapporten zijn ter ondersteuning beoordeeld: Onderzoekstype
Onderzoeksbureau
Referentienummer
Datum
Archief OZHZ
Grondwatermonitoring en
MWH
M14A1012
1 november 2016
D-19-1927031
MWH
M16A0114
1 november 2016
D-19-1927033
UDM-west
09050555 I
24 november 2010
D-19-1948120
aanvullend onderzoek fase 1 t/m 3 vlek V Merwehoofd Papendrecht Rapportage resultaten grondwatermonitoring 2016 vlek 1 t/m IV Merwehoofd Papendrecht Verificatieonderzoek voormalig Fokkerterrein Veerdam Papendrecht
10050474
Z-19-358176
Evaluatierapport sanering
MWH
B04A0749
17 mei 2005
D-19-1927213
Merwehoofd te Papendrecht; bouwfase 2&3 vlek I t/m IV Als gevolg van de ingediende zienswijzen op de ontwerpbeschikking zijn de volgende aanvullende documenten ontvangen: Onderzoekstype
Onderzoeksbureau
Referentienummer
Datum
Archief OZHZ
Memo Gezondheidsrisico’s
GGD-ZHZ
--
4 april 2020
D-20-2076979
Stantec B.V.
m20a0234.e04.doc
16 juli 2020
D-20-2092037
verneveling fonteinen Slobbengorsvijver Papendrecht Aanvullend bodem- en binnenluchtonderzoek en risicoberekeningen perceel Houthaven 29 (Merwehoofd) Papendrecht Besluit De hierboven genoemde bodemonderzoeken, alsmede het saneringsplan hebben wij op volledigheid en op inhoud beoordeeld. Aan de hand van deze gegevens zijn wij voornemens het volgende te besluiten:
Op grond van artikel 39 lid 2 Wbb stemmen wij in met de gewijzigde saneringsdoelstelling voor vlekken I t/m IV. Met toepassing van dit artikellid hebben wij in deze beschikking voorschriften aan onze instemming verbonden (zie onder voorschriften).
Op grond van artikel 39 lid 2 Wbb stemmen wij in met het plan voor aanvullende sanering voor vlek V. Met toepassing van dit artikellid hebben wij in deze beschikking voorschriften aan onze instemming verbonden (zie onder voorschriften).
De beschikking met kenmerk DWM/2001/12429 van 31 januari 2002, trekken wij in.
Op eerder genoemde locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 29 Wbb.
Er is geen noodzaak tot het uitvoeren van een spoedige sanering als bedoeld in artikel 37 Wbb. Op grond van artikel 37, lid 4 van de Wet bodembescherming gelden gebruiksbeperkingen ter plaatse van de hierboven vastgestelde geval van ernstige bodemverontreiniging die voortvloeien uit deze beschikking.
Procedure Gelet op de belangen van derden is bij de voorbereiding van de beschikking op grond van artikel 3:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb gevolgd. Op 13 augustus 2019 is de beslistermijn door ons verlengd met een periode van 13 weken (onze brief kenmerk D-19-1919905). De termijn voor het geven van een beschikking is opgeschort geweest van 13 augustus 2019 tot 19 december 2019 en van 15 april 2020 tot 11 december 2020 in verband met het aanleveren van aanvullende gegevens. Inzage De beschikking, en de overige van belang zijnde stukken, liggen tot zes weken na publicatie van het besluit ter inzage bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Johan de Wittstraat 140 te Dordrecht. U kunt hiervoor telefonisch een afspraak maken [078] 770 85 85. Normaliter zijn onze openingstijden van 9:00 tot 16:00 uur op werkdagen. In verband met de corona-maatregelen, kunnen de openingstijden nu anders zijn.
2
Z-19-358176
U kunt de stukken ook opvragen op onze website (www.ozhz.nl). Via 'Snel regelen' kunt u onder het kopje 'Bodem' bodemrapporten opvragen.. Beroep Het besluit is op 21 december 2020 bekend gemaakt. Ingevolge artikel 6:4 lid 3 juncto 6:7 juncto 6:8 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht juncto hoofdstuk 20 Wet milieubeheer juncto artikel 2 van bijlage 2: bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kunnen belanghebbenden binnen zes weken vanaf de dag na die waarop de beschikking ter inzage is gelegd op grond van de Algemene wet bestuursrecht een beroepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 AE Den Haag. Dit kan tot en met uiterlijk 1 februari 2021. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen zienswijze over de ontwerpbeschikking naar voren te hebben gebracht. Schrijf in uw beroepschrift ten minste:
Uw naam en adres
De datum van uw beroepschrift
Het nummer/kenmerk van het besluit (u kunt ook een kopie van het besluit bijvoegen)
De gronden waarom u het niet eens bent met dit besluit
Uw handtekening
Tevens kan bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening worden gevraagd ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht juncto hoofdstuk 20 Wet milieubeheer juncto artikel 2 van bijlage 2: bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak van de Algemene wet bestuursrecht. Zienswijzen Gedurende de termijn dat de ontwerpbeschikking ter inzage heeft gelegen zijn twee zienswijzen ontvangen. Op 26 maart en 7 april 2020 is een zienswijze ontvangen van de gemeente Papendrecht en op 9 april 2020 van de bewoners van perceel Houthaven 29 te Papendrecht. De bewoners van perceel Houthaven 29 hebben hun zienswijzen nadien nog enkele malen gespecificeerd. De zienswijze van de gemeente Papendrecht behelst het volgende:
Punt 1 Door het uitvoeren van de sanering is het mogelijk dat de kwaliteit van het slib in de Slobbegorsvijver verslechtert. Hierdoor zou de gemeente Papendrecht met hogere onderhoudskosten worden geconfronteerd als de vijver moet worden uitgebaggerd (naar verwachting in 2029). De gemeente Papendrecht is van mening dat de initiatiefnemer van de sanering (VOF Merwehoofd) verantwoordelijk moet zijn voor de meerkosten.
Punt 2 De verplichting tot aanvullend onderzoek ter plaatse van vlek VI dient te worden opgenomen als voorschrift in de beschikking.
Punt 3 Mogelijk is het noodzakelijk om bij vorst, geluidsoverlast of harde wind de fonteinen in de Slobbegorsvijver tijdelijk uit te zetten. Het gevolg hiervan kan zijn dat aanvullende maatregelen genomen moeten worden om de aerobe afbraak van de verontreiniging in de Slobbengorsvijver te waarborgen. Dit moet goed worden geborgd in de beschikking.
Punt 4 Bij harde wind kan het water uit de Slobbegorsvijver verstuiven naar de oever. Hoe groot is de kans dat hierdoor risico's voor de bevolking optreden?
3
Z-19-358176
Ten aanzien van de ingediende zienswijze van de gemeente Papendrecht stellen wij het volgende:
Punt 1 Wij achten de kans gering dat er sprake zal zijn van een zodanige verslechtering van de kwaliteit van het slib dat dit niet meer verspreidbaar is op de waterkant. Echter, dit kan niet volledig worden uitgesloten. Daarom dient VOF Merwehoofd bij afsluiting van de actieve sanering (circa 5 jaar na start) de kwaliteit van het slib in de Slobbegorsvijver te onderzoeken. Indien hieruit blijkt dat het slib niet verspreidbaar is vanwege het gehalte aan tetrachlooretheen ("per"), trichlooretheen ("tri") en de afbraakproducten cis- en trans dichlooretheen ("cis-trans") en/of vinylchloride, dient VOF Merwehoofd er zorg voor te dragen dat het niet verspreidbare deel van het slib uit de Slobbegorsvijver op haar kosten wordt verwijderd. Dit is opgenomen als voorschrift in deze beschikking.
Punt 2 Deze verplichting is in onderhavige definitieve beschikking als voorschrift opgenomen.
Punt 3 De kwaliteit van het oppervlaktewater valt niet onder de Wet bodembescherming, maar onder de Waterregelgeving. Het Waterschap Rivierenland heeft vergunning verleend voor de aanleg van de fonteinen (kenmerk 019047057/2019049223, 30 april 2019). In de vergunning is het doel van de plaatsing van de fonteinen (waarborgen kwaliteit oppervlaktewater) opgenomen.
Punt 4 GGD-ZHZ heeft hier op verzoek van de gemeente en OZHZ onderzoek naar gedaan. GGD-ZHZ komt tot de conclusie dat er via deze blootstellingsroute geen risico's voor de bevolking kunnen ontstaan (Memo GGD-ZHZ d.d. 8 april 2020).
De zienswijze van de bewoners van perceel Houthaven 29 behelst het volgende:
Punt 1 De afwezigheid van gezondheidsrisico's voor de gebruikers van perceel Houthaven 29 als gevolg van de aanwezige restverontreinigingen is onvoldoende bewezen.
Punt 2 De aanwezigheid van een sterke restverontreiniging met VOCl in de grond aan de noordzijde van perceel Houthaven 29 is onvoldoende bewezen. De aanname dat deze verontreiniging aanwezig is, is gebaseerd op het evaluatierapport van mei 2005. Uit dit rapport blijkt dat destijds sprake was van een mengmonster van de putbodem, en dat het onder het huidige perceel Houthaven 29 gelegen deel van deze putbodem aan de "schone" zijde was gelegen. Bovendien is het waarschijnlijk dat in de periode na 2005 verdere natuurlijke afbraak heeft plaatsgevonden. Het wel of niet aanwezig zijn van een sterke restverontreiniging in de grond is bepalend voor de noodzaak tot kadastrale registratie van de restverontreiniging.
Punt 3 Is de afdeklaag boven de restverontreiniging op perceel Houthaven 29 (2,5 – 4 m dik) voldoende dik om gezondheidsrisico's weg te nemen en voldoet de huidige situatie aan het bodemsaneringsbeleid?
Punt 4 Is VOF Merwehoofd na afronding van de bodemsanering nog aansprakelijk voor eventuele toekomstige schade als gevolg van de bodemverontreiniging?
Ten aanzien van de ingediende zienswijze van de bewoners van perceel Houthaven 29 stellen wij het volgende:
Punt 1 Om de afwezigheid van gezondheidsrisico's beter te onderbouwen is aanvullend binnenluchtonderzoek uitgevoerd en zijn de risico's nader beschouwd (notitie Stantec d.d. 16 juli 2020). De notitie bevestigt de afwezigheid van gezondheidsrisico en maakt aannemelijk dat deze er in het verleden ook niet zijn geweest.
4
Z-19-358176
Punt 2 Om de aan- of afwezigheid van een sterke restverontreiniging in de grond te bepalen is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (notitie Stantec d.d. 16 juli 2020). Hieruit blijkt dat er momenteel geen sprake meer is van een sterke rest verontreiniging in de grond onder perceel Houthaven 29. Op basis hiervan is de lijst met kadastrale percelen met een restverontreiniging aangepast. Ook is de contour met sterke restverontreiniging in de grond op kaartbijlage aangepast.
Punt 3 De afdeklaag is voldoende dik om fysiek contact te voorkomen. Uit het luchtonderzoek (zie punt 1) blijkt dat geen sprake is van onaanvaardbare concentraties in de binnenlucht en de buitenlucht. De huidige situatie voldoet aan het huidige bodemsaneringsbeleid (Circulaire bodemsanering (2013) en de Beleidsregel onderzoek en sanering van bodemverontreinigingen uit de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2021 van de provincie Zuid-Holland).
Punt 4 De Wet bodembescherming kent geen aansprakelijkheidsregeling. Dat houdt in dat eventuele aansprakelijkheidsstelling voor toekomstige schade via een privaatrechtelijke procedure moet worden behandeld. Hierbij geldt dat aantoonbaar sprake moet zijn van schade, en dat er ook een causaal verband moet zijn tussen de schade en de bodemverontreiniging.
Eerdere besluitvorming Met betrekking tot het geval van bodemverontreiniging op de locatie zijn in het verleden diverse besluiten genomen. Onderstaand worden de meest relevante besluiten genoemd. Beschikking Provincie Zuid-Holland, 31 januari 2002, DWM/2001/12429 Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet urgent is. Er wordt ingestemd met het aangeboden raamsaneringsplan (De Straat Milieuadvies, B01A0011, 24 juli 2001). Het raamsaneringsplan gaat uit van het volledig ontgraven van de aanwezige verontreinigingen met vluchtige organische chloorverbindingen (VOCl) in de grond. Voor grondwater geldt de streefwaarde als terugsaneerwaarde. Brief Provincie Zuid-Holland, 19 februari 2010, PZH-2010-155099216 Instemming met hanteren hogere terugsaneerwaarde voor grondwater (tussenwaarde). Overwegingen Geval van bodemverontreiniging Toetsingskader geval van ernstige bodemverontreiniging Van een geval van bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging van de bodem betrekking heeft op grondgebieden die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen (artikel 1 van de Wbb).
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien in minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging of in 100 m3 bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde zoals genoemd in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de interventiewaarde wordt overschreden, onafhankelijk van het volume. Verontreinigingen grond en grondwater De hierboven genoemde onderzoeksrapporten voldoen naar het oordeel van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid aan de daartoe bij of krachtens de Wbb gestelde eisen.
5
Z-19-358176
Uit de onderzoeksrapporten blijkt dat in zowel de grond als het grondwater van de locatie Merwehoofd vluchtige organische chloorverbindingen (VOCl) zijn aangetoond in concentraties die de interventiewaarden overschrijden. VOCl is een stoffengroep waarvan de stoffen tetrachlooretheen ("per"), trichlooretheen ("tri") en de afbraakproducten cis- en trans dichlooretheen ("cis-trans") en vinylchloride de meest voorkomende zijn. Dit zijn ook de stoffen die op de locatie Merwehoofd voorkomen. De verontreinigingen zijn een gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten van de firma Fokker op deze locatie. Voorafgaand aan de saneringsactiviteiten uit de periode 1993-2007 was sprake van 5 of 6 individuele vlekken met VOCl (zie bijlage 1). In de periode 1993-2007 hebben diverse saneringswerkzaamheden plaatsgevonden, die in meer of mindere mate succesvol waren. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens is de huidige verontreinigingssituatie als volgt: Vlek I Op ca 4 m-mv (meter beneden maaiveld) resteren enkele sterk verhoogde gehalten aan vinylchloride in de grond. Deze konden om civieltechnische redenen niet worden verwijderd. In het grondwater resteren licht verhoogde gehalten aan vinylchloride. Vlek II Aan de noordzijde van vlek II resteren op ca 4 m-mv sterk verhoogde gehalten aan per, tri, cis-trans en vinylchloride in de grond.
Deze maken in feite onderdeel uit van vlek V, en zullen te samen met vlek V verder worden aangepakt. In het centrale en zuidelijk gedeelte resteren maximaal licht verhoogde gehalten in de grond. In het grondwater in het centrum van vlek II resteert op een diepte van ca. 4 m-mv een matig verhoogd gehalte vinylchloride en een licht verhoogd gehalte aan cis-trans. Vlek III In de grond van vlek III zijn geen VOCl meer aangetoond. In het grondwater aan de noordzijde van vlek III resteert op een diepte van ca. 4 m-mv een sterk verhoogd gehalte per, een matig verhoogd gehalte aan cis-trans en een licht verhoogd gehalte aan vinylchloride. Vlek IV Aan de noordzijde van vlek IV resteert op ca 5,5 m-mv in de grond een sterk verhoogd gehalte aan cis-trans en vinylchloride en een licht verhoogd gehalte aan per. In het grondwater van vlek IV resteert op een diepte van ca. 11 m-mv een matig verhoogd gehalte vinylchloride en een licht verhoogd gehalte aan cis-trans. In het grondwater op een diepte van ca. 6 m-mv resteert een licht verhoogd gehalte aan vinylchloride. Opgemerkt wordt dat de genoemde gehalten in de grond van vlekken I t/m IV zijn bepaald in 2005. Aannemelijk is dat door natuurlijke afbraak deze gehalten inmiddels aanzienlijk zijn afgenomen.
Vlek V In het centrale gedeelte van vlek 5 resteren op een diepte van 5 tot 13 m-mv nog sterk verhoogde gehalten aan per, tri, cis-trans en vinylchloride in zowel de grond als het grondwater. De gehalten in het grondwater zijn zodanig hoog dat naar verwachting tevens puur product aanwezig is. Gezien de ouderdom van de verontreiniging en het feit dat op een diepte van 15 m-mv aanzienlijk lagere gehalten in het grondwater voorkomen wordt afgeleid dat het puur product "residuaal" is. Dit houdt is dat het puur product is ingekapseld in de fijne poriën van de grond, en daarmee in feite niet meer mobiel is.
6
Z-19-358176
Vlek VI Uit het totaal aan onderzoeksresultaten blijkt dat ten noorden van vlek II en ten westen van vlek V mogelijk nog een vlek met sterk verhoogde concentraties cis-trans en vinylchloride voorkomt. De verwachting is dat deze vlek door natuurlijk afbraak reeds grotendeels is verdwenen, maar dit dient voorafgaand aan de definitieve afronding van het saneringstraject van vlekken I t/m IV en VI nog te worden bevestigd door aanvullend onderzoek. Hiertoe is een voorschrift opgenomen in deze beschikking. De verontreinigingen in de grond en het grondwater zijn op basis van de interventiewaardecontour aangegeven op de kaart die als bijlage 1 bij deze beschikking is gevoegd. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging, omdat voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in de grond in minimaal 25 m3 en/of gemeten in het grondwater in minimaal 100 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde voor deze stof(fen). Risicobeoordeling, spoed en saneringstijdstip Het toetsingskader voor de beoordeling is vastgelegd in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De standaard- en de locatiespecifieke risicobeoordeling betreffen de vraag of de aangetroffen ernstige verontreiniging al dan niet onacceptabele risico’s oplevert voor de mens, het ecosysteem of van verspreiding, gelet op de huidige of toekomstige gebruiksfunctie van de percelen.
Uit een risico evaluatie in het saneringsplan blijkt dat de in vlek I-IV aanwezige restverontreinigingen met VOCl voor het gebruik "wonen met tuin" geen humane, ecologische of verspreidingsrisico's vormen. De aanwezige restverontreiniging in vlek V vormt voor het gebruik "wonen met tuin" geen humane of ecologische risico's, mits maatregelen worden genomen om uitdamping naar de binnenlucht te voorkomen. Zonder dergelijke maatregelen is wel sprake van humane risico's. Bij het huidige bodemgebruik (braakliggend) is geen sprake van humane en ecologische risico's. De verontreiniging in vlek V zou in principe wel verspreidingsrisico's kunnen opleveren, vanwege de omvang van de grondwaterverontreiniging en de aanwezigheid van puur product. Echter, uit het in het saneringsplan opgenomen hydrologische onderzoek blijkt dat de ten noordwesten van vlek V aanwezige lager gelegen Slobbegorsvijver fungeert als een hydrologische barrière. Hierdoor kan de grondwaterverontreiniging zich niet verder verspreiden. Zoals eerder aangegeven is het aanwezige puur product residuaal, en vormt daardoor evenmin een verspreidingsrisico. Doordat verontreinigd grondwater uitstroomt in de lager gelegen Slobbegorsvijver ten noordoosten van vlek V bevat het oppervlaktewater in de vijver gehalten aan vinylchloride boven de jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm (JG-MKN).
Voor vinylchloride ligt de JG-MKN rond de detectiegrens. Door de oppervlaktewaterkwaliteitsbeheerder (waterschap Rivierenland) is aangegeven dat de huidige kwaliteit van het oppervlaktewater acceptabel is, maar dat er maatregelen getroffen moeten worden om te voorkomen dat de concentraties aan cis-trans en vinylchloride in het oppervlaktewater in de toekomst stijgen. Uit de uitgevoerde standaardrisicobeoordeling blijkt dat de aangetroffen verontreiniging geen onacceptabele risico’s voor de mens, het ecosysteem of van verspreiding oplevert. Volledigheidshalve verwijzen wij naar de risicobeoordeling, vastgelegd in het hierboven vermelde saneringsplan, van 12 juli 2019, opgesteld door Stantec BV. Omdat er geen sprake is van onacceptabel risico stellen wij geen saneringstijdstip vast. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan de sanering niet spoedeisend is.
7
Z-19-358176
Toetsingskader saneringsmaatregelen De saneringsdoelstelling dient er volgens artikel 38 van de Wbb primair op gericht te zijn:
De verontreinigde bodem in ieder geval geschikt te maken voor de gebruiksfunctie.
Het risico van verspreiding van de verontreiniging zoveel mogelijk te beperken, en.
De nazorg en gebruiksbeperkingen, bedoeld in artikel 39d van de Wbb zoveel mogelijk te beperken.
In artikel 39 van de Wbb en artikel 6.3 van de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland (PMV) is voorgeschreven waaraan een saneringsplan moet voldoen. Beoogde sanering vlek I t/m IV en VI In eerste instantie (1993-2002) was de doelstelling van de sanering de volledige verwijdering van de VOCl-verontreiniging in grond en grondwater door ontgraving cq. natuurlijke afbraak nadien. Vanwege civieltechnische redenen bleek volledige ontgraving van de verontreiniging in de grond tijdens de sanering in 2005 niet haalbaar. Hierdoor resteren op een diepte van ca. 4 m-mv nog sterk verhoogde gehalten aan VOCl in de grond. Uit periodieke monitoring nadien blijkt dat de verontreiniging in het grondwater nog niet zijn afgenomen tot beneden de zogenaamde tussenwaarde. De tussenwaarde is de gewijzigde saneringsdoelstelling voor het grondwater, waarmee in 2010 door de provincie Zuid-Holland is ingestemd. In het saneringsplan 2019 wordt verzocht om voor vlek I t/m IV de saneringsdoelstelling "stabiele eindsituatie" te hanteren. Dit houdt in dat geen noemenswaardige toename van de verontreiniging in het grondwater mag plaatsvinden. Een dergelijke saneringsdoelstelling is conform wet- en regelgeving alleen acceptabel als geen sprake is van humane en ecologische risico's. In het geval van vlek I t/m IV is dit het geval.
Mede gezien de diepte van de restverontreinigingen (meer dan 4 m-mv) zien wij geen bezwaren tegen deze nieuwe saneringsdoelstelling. Voor vlek VI is de verwachting dat deze ook reeds voldoet aan bovengenoemde saneringsdoelstelling, Dit moet worden bevestigd door nog uit te voeren aanvullend onderzoek. Beoogde sanering vlek V Evaluatie eerdere saneringsmaatregelen In de periode 2005-2007 heeft in vlek V zowel chemische oxidatie als injectie van substraat plaatsgevonden. Dit laatste met als doel de biologische afbraak zodanig te stimuleren dat de verontreiniging op termijn zijn worden afgebroken tot de tussenwaarde (grond en grondwater). Uit de nadien uitgevoerde onderzoeken blijkt dat deze werkzaamheden niet hebben geleid tot het beoogde doel. Dit komt naar verwachting enerzijds doordat het bodemtraject tussen 6 en 11,5 m-mv niet voldoende effectief is behandeld met chemische oxidatie en anderzijds doordat de substraatinjectie te kort is gevolgd op de chemische oxidatie, waardoor biologische afbraak niet op gang is gekomen. Voorgestelde saneringsmaatregelen In het saneringsplan wordt voor de nieuwe saneringsdoelstelling voor vlek V uitgegaan van het bereiken van een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar op basis van een natuurlijke lozing van de verontreiniging op het oppervlaktewater.
De sanering omvat een combinatie van directe injecties van substraat om natuurlijke afbraak van de verontreiniging in de bodem te stimuleren en beluchting van het oppervlaktewater van de Slobbegorsvijver om de verontreiniging in het oppervlaktewater met zuurstof af te breken. Ten behoeve van de aanpak van de bodemverontreiniging zal substraat worden geïnjecteerd op ca. 240 punten, verspreid over het gehele landoppervlak van vlek V. De directe injectie zal plaatsvinden in de sterk verontreinigde zone tussen 4,5 en 14,5 m-mv. De verwachting is dat de concentratie aan VOCl in de bodem binnen 3-5 jaar sterk zal afnemen. De doelstelling van de substraatinjectie is een zodanige concentratiereductie dat op termijn geen controle van de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit meer nodig is. Het concentratieverloop in het grondwater wordt gecontroleerd door een in het saneringsplan opgenomen monitoringsplan.
8
Z-19-358176
De biologische afbraak van de verontreiniging in het oppervlaktewater zal worden gestimuleerd door beluchting van het vijverwater met behulp van twee te plaatsen fonteinen. Doelstelling van dit deel van de sanering is het treffen van maatregelen om concentraties aan cis-trans en vinylchloride in het oppervlaktewater in de toekomst niet te laten stijgen). Met de gemeente Papendrecht is afgesproken dat de fonteinen zullen worden onderhouden door de gemeente. In het saneringsplan is aandacht besteed aan mogelijke uitdamping van verontreiniging, de aanwezigheid van residuaal puur product en de risico’s op verticale verspreiding van verontreiniging. In aanvulling op het saneringsplan zijn in deze beschikking een aantal voorschriften opgenomen. Nazorg en faalscenario Indien na een sanering ernstig verontreinigde grond achterblijft rust een nazorgverplichting op de saneerder. In het onderhavige geval houdt de nazorg in dat wordt gecontroleerd of de verwachte stabiele eindsituatie blijvend is. Voor vlek I t/m IV is geen nazorg nodig, aangezien uit de tot nu toe uitgevoerde monitoringsonderzoeken reeds blijkt dat de herziene saneringsdoelstelling is bereikt. Voor vlek VI is de verwachting dat dit ook geldt, maar dit nog worden bevestigd door aanvullend onderzoek.
Voor vlek V zal dit gebeuren aan de hand van hetzelfde monitoringsprogramma dat geldt voor de controle van de saneringsmaatregel in de eerste 3-5 jaar na substraatinjectie. Naar verwachting zal door stimulering van de afbraak in een periode van 3 tot 5 jaar een aanzienlijke concentratiereductie worden bereikt. Verwacht wordt dat hiermee een eindige monitoring en stabiele eindsituatie binnen 30 jaar voor het bron- en pluimgebied bereikt worden. De monitoring van de bron- en pluim in het grondwater wordt gedurende 30 jaar gecontroleerd. Tevens wordt de voortgang van de stimulering van de afbraak in het oppervlaktewater gedurende 30 jaar gecontroleerd. Als de saneringsmaatregelen effectief blijken zal de saneringsfase na 5 jaar worden beëindigd. Op dat moment gaat de nazorgfase in, Indien tijdens de saneringsfase of tijdens de nazorgfase blijkt dat de verontreinigingssituatie niet stabiel is, dient de saneerder in overleg met het bevoegd gezag Wet bodembescherming maatregelen te nemen om de stabiliteit te herstellen. Conclusie Na uitvoering van de saneringsmaatregelen valt de verontreiniging naar verwachting in de categorie "Grote restverontreinigingen in het grondwater (nagenoeg stabiel of stabiel binnen 30 jaar)". Het saneringsplan voldoet, met in acht neming van de voorschriften, aan de eisen die bij of krachtens de Wbb zijn gesteld.
Voorschriften Op grond van artikel 39, lid 2 van de Wet bodembescherming hebben wij de volgende voorschriften aan onze instemming verbonden: Voorschriften met betrekking tot controle van verticaal transport van puur product Centraal in vlek V is de bouw van een woontoren voorzien en ook langs de zuidoostelijke zijde zijn woningen gepland. De geplande woontoren bevindt zich buiten het kerngebied met residuaal puur product. Ter plaatse van de geplande woontoren bevinden zich alleen afbraakproducten in het grondwater. Er bestaat een kans dat het in de kern van vlek V aanwezige residuaal puur product door de heiwerkzaamheden ten behoeve van deze nieuwbouw wordt geactiveerd. Hierdoor zou mogelijk verticaal transport van puur product kunnen optreden. waardoor de verontreinigingssituatie niet meer stabiel zou zijn.
9
Z-19-358176
Om te controleren of dit optreedt dient vanaf de start van de heiwerkzaamheden tot twee weken erna tweewekelijks het diepe grondwater onder het kerngebied van vlek V te worden gecontroleerd op VOCl. Uitgaande van 4 weken heien wordt op de volgende momenten het diepe grondwater in het kerngebied gecontroleerd:
Voorafgaand aan de heiwerkzaamheden
2 weken na start heiwerkzaamheden
4 weken na start heiwerkzaamheden
6 weken na start heiwerkzaamheden
Indien de resultaten van de monitoring daadwerkelijk wijzen op verticaal transport van puur product, dienen in overleg met het bevoegd gezag Wet bodembescherming op korte termijn maatregelen te worden genomen om het puur product op een grotere diepte aan te pakken Voorschriften met betrekking tot dampdicht bouwen en binnenluchtonderzoek Uit de risico-evaluatie blijkt dat er mogelijk sprake is van humaan risico als gevolg van uitdamping van de verontreiniging van vlek V naar de binnenlucht. Om uitdamping naar de binnenlucht te voorkomen dient nieuwbouw dampdicht te worden uitgevoerd. Om aan te tonen dat deze maatregel effectief is dient ter plaatse van vlek V binnenluchtonderzoek te worden uitgevoerd op de volgende momenten:
Direct na gereedkomen kelderverdieping
Direct na oplevering van de nieuwbouw
Kort voor het evaluatiemoment (5 jaar na de start van de sanering)
Indien uit het binnenluchtonderzoek blijkt dat sprake is van binnenluchtconcentraties boven de toelaatbare concentratie in de lucht (TCL) dienen onverwijld maatregelen te worden genomen de concentraties te doen afnemen tot beneden de TCL. De opzet van het binnenluchtonderzoek is sterk afhankelijk van de uiteindelijke inrichting van de nieuwbouw, en dient vooraf te worden overlegd met het bevoegd gezag bodemsanering. Voorschrift ten aanzien van aanvullend onderzoek bij vlek VI Ter plaatse van vlek VI dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd, om te bepalen of deze vlek nog aanwezig is. Indien de vlek nog aanwezig is dient in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald wat de gewenste aanpak van deze vlek is. Als deze aanpak aansluit bij de in deze beschikking goedgekeurde aanpak van vlek I-IV of van vlek V hoeft hiervoor geen nieuw besluit te worden genomen. Als wordt gekozen voor een afwijkende aanpak is een formele goedkeuring van een nieuw saneringsplan per beschikking noodzakelijk. Voorschrift ten aanzien van onderzoek en eventuele aanpak van slib uit de Slobbegorsvijver Saneerder dient bij afsluiting van de actieve sanering (ca. 5 jaar na start) de kwaliteit van het slib in de Slobbegorsvijver te onderzoeken.
Indien hieruit blijkt dat het slib niet verspreidbaar is vanwege het gehalte aan tetrachlooretheen ("per"), trichlooretheen ("tri"), cis- en trans dichlooretheen ("cis-trans") en/of vinylchloride, dient saneerder er zorg voor te dragen dat het niet verspreidbare deel van het slib uit de Slobbegorsvijver op haar kosten wordt verwijderd. Voorschrift met betrekking tot saneringsuitvoering De sanering wordt uitgevoerd overeenkomstig:
De Beoordelingsrichtlijn uitvoering bodemsanering: BRL SIKB 7000 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB).
Het SIKB protocol 7002: Uitvoering van landbodemsanering met in-situ methoden.
10
Z-19-358176
Voorschrift met betrekking tot milieukundige begeleiding De werkzaamheden worden milieukundig begeleid. De milieukundige begeleiding wordt uitgevoerd overeenkomstig:
De beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding: BRL SIKB 6000 van de SIKB.
Het VKB-protocol 6002: Milieukundige begeleiding en evaluatie landbodemsanering met in situ methoden.
Voorschrift met betrekking tot melden De melder dient de start van de sanering 10 werkdagen voor de feitelijke aanvang van de werkzaamheden te melden aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (via onze website). Voorschrift met betrekking tot rapportage saneringsevaluatie Met betrekking tot vlekken I t/m IV is de saneringsfase met deze beschikking afgesloten. De saneerder dient derhalve een evaluatierapport van de uitgevoerde werkzaamheden in te dienen bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Met betrekking tot vlek V dient de saneerder binnen 3 maanden na afronding van de saneringsfase een evaluatierapport van de uitgevoerde werkzaamheden in te dienen bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Op welk moment de saneringsfase eindigt en de nazorgfase begint, dient in overleg tussen saneerder en bevoegd gezag Wet bodembescherming te worden bepaald. Bij het indienen van het laatste evaluatierapport dient tevens een beschikking voor het nazorgplan te worden aangevraagd. Voorschrift met betrekking tot tussentijdse rapportage in saneringsfase
Gedurende de saneringsfase dient de saneerder eenmaal per jaar de resultaten van het monitoringsprogramma in te dienen bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Indien op de ijkmomenten de resultaten van het monitoringsprogramma er op wijzen dat de saneringsdoelstelling niet kan worden behaald, dient overleg met het bevoegd Wet bodembescherming plaats te vinden.
Gebruiksbeperkingen De volgende gebruiksbeperkingen gelden:
Werkzaamheden of (functie)wijzigingen op de locatie mogen niet leiden tot toename van de contactmogelijkheden met de verontreiniging (direct of indirect contact (bijvoorbeeld door uitdamping)), welke een mogelijke herziening van de spoedeisendheid van de sanering noodzakelijk maken.
Werkzaamheden of (functie)wijzigingen mogen pas worden uitgevoerd na schriftelijke instemming van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.
Wijzigingen in het gebruik van de bodem of de omstandigheden op de locatie die van invloed kunnen zijn op de contactmogelijkheden met de verontreiniging dienen schriftelijk gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
Kadastrale registratie en publicatie Vervallen gebruiksbeperkingen in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken In 2009 zijn voor deze locatie publiekrechtelijke beperkingen zoals bedoeld in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) geregistreerd in het kadaster. Dit is gebeurd op grond van de beschikking van de provincie Zuid-Holland, kenmerk DWM/2001/12429, d.d. 31 januari 2002. Bij deze registratie is een fout opgetreden, waardoor meer percelen zijn geregistreerd dan correct was. Bij het kadaster zijn deze beperkingen geregistreerd onder depotnummer 20090819000337. Deze beperkingen worden met deze beschikking ingetrokken.
11
Z-19-358176
Daarnaast is tijdens de saneringswerkzaamheden in 2005 voor een groot deel van de locatie de verontreiniging in de grond teruggebracht tot onder het niveau van de interventiewaarde. Ook voor de betreffende percelen vervalt de registratie van beperkingen volgens het Wkpb. De percelen waarvoor een onterechte registratie heeft plaatsgevonden en waarvoor na de sanering van 2005 geen beperkingen meer gelden zijn opgenomen in bijlage 2. Nieuwe beperkingen in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Voor de percelen waar nog wel sprake is van een sterke restverontreiniging in de grond vloeien uit deze beschikking publiekrechtelijke beperkingen zoals bedoeld in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb), het Aanwijzingsbesluit Wkpb op grond van artikel 55 Wbb. Het betreft de volgende kadastrale percelen. Deze zijn tevens aangegeven op de kaart in bijlage 1 Kadastrale gemeente
Sectie
Nummer
Papendrecht
D
563 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
569 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
570 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
571 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
666 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
670 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
679 (gedeeltelijk)
Papendrecht
D
681 (gedeeltelijk)
Asbest Tijdens eerdere onderzoeken op de locatie zijn lichte tot matige bijmengingen met puin, kooldeeltjes en/of slakken aangetroffen. Binnen de huidige regelgeving wordt dergelijke grond, mede gezien het voormalige gebruik van de locatie (fabrieksterrein) beschouwd als verdacht op het voorkomen van asbest. Asbestonderzoek heeft echter voor zover bekend niet eerder plaatsgevonden. Voor de beoordeling van het saneringsplan voor de VOCl verontreinigingen is dit niet van belang, maar bij toekomstige nieuwbouw op de locatie is in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen alsnog onderzoek naar asbest nodig. Aansprakelijkheid Wij nemen het besluit op grond van door de indiener aangeboden gegevens. Indien blijkt dat deze gegevens onjuist en/of onvolledig zijn, is de provincie Zuid-Holland niet aansprakelijk voor de schade die als gevolg daarvan ontstaat, noch voor de kosten van een eventueel uit te voeren sanering. De provincie Zuid-Holland is eveneens niet aansprakelijk voor schade ontstaan aan onroerende zaken als gevolg van de saneringsmaatregelen.
12
Z-19-358176
Besloten te Dordrecht op 16 december 2020
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, A.D.L. Vink manager Unit Juridisch Advies en Ondergrond van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
Deze brief is digitaal vastgesteld en is daarom niet ondertekend.
De beschikking wordt verzonden aan: Stantec BV Een afschrift van de beschikking wordt verzonden aan: -
Vorm Ontwikkeling
-
BPD Ontwikkeling BV
-
Eigenaren in beschikking en bijlage genoemde percelen
-
Gemeente Papendrecht
Bijlage: 1. Situatietekening met ligging oorspronkelijk geval van bodemverontreiniging en ligging sterke restverontreiniging in de grond. 2. Kadastrale percelen die die ten onrechte een aantekening in het kadaster hadden en/of waar geen sterke verontreiniging in de grond meer aanwezig is
13
Z-19-358176
BIJLAGE 2 kadastrale percelen die die ten onrechte een aantekening in het kadaster hadden en/of waar geen sterke verontreiniging in de grond meer aanwezig is.
kadastraal perceel Papendrecht D 561 Papendrecht D 562 Papendrecht D 593 Papendrecht D 594 Papendrecht D 595 Papendrecht D 596 Papendrecht D 597 Papendrecht D 598 Papendrecht D 601 Papendrecht D 602 Papendrecht D 603 Papendrecht D 604 Papendrecht D 605 Papendrecht D 606 Papendrecht D 610 Papendrecht D 611 Papendrecht D 612 Papendrecht D 613 Papendrecht D 626 Papendrecht D 650 Papendrecht D 671 Papendrecht D 675 Papendrecht D 677
straatnaam perceel Slobbegorsweg Watertrap Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Houthaven Industrieweg Aviolandaplein Houthaven Houthaven Houthaven
huisnummer perceel gemeente perceel 38-47 PAPENDRECHT Ong. PAPENDRECHT 24 PAPENDRECHT 26 PAPENDRECHT 28 PAPENDRECHT 30 PAPENDRECHT 32 PAPENDRECHT 4 PAPENDRECHT 23 PAPENDRECHT 25 PAPENDRECHT 27 PAPENDRECHT 29 PAPENDRECHT Ong. PAPENDRECHT 31 PAPENDRECHT 45 PAPENDRECHT 47 PAPENDRECHT 49 PAPENDRECHT 2 PAPENDRECHT 1c PAPENDRECHT Ong. PAPENDRECHT 33 PAPENDRECHT 37 PAPENDRECHT 39 PAPENDRECHT
14