D21. 20230822 RIB Eindrapportage Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI).pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum
22-08-2023
behandeld door
M.S. Kaijim
ons kenmerk
2023-0107263
doorkiesnummer Onderwerp
6394 Eindrapportage LSI
Geachte mevrouw, heer, In juni 2022 informeerden wij u middels een (vertrouwelijk) evaluatieverslag van het plan van aanpak ondermijning, dat in de loop van 2022 de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) een project in Papendrecht zou uitvoeren. Met deze brief informeren wij u over de uitkomsten van dat project dat in de maanden augustus tot en met oktober 2022 in de wijk Kraaihoek te Papendrecht heeft plaatsgevonden door middel van de Flexibele Inzet Controlecapaciteit (FIC).1 In de bijlage vindt u de door ons op 21 juni 2023 ontvangen eindrapportage van dit project ('Eindrapportage LSI flexibele inzet controlecapaciteit Kraaihoek'). Achtergrond Op 2 maart 2020 is de gemeente Papendrecht toegetreden tot het convenant van de LSI. Deze toetreding maakt het mogelijk om in samenwerking met de LSI-ketenpartners, te weten de Belastingdienst MKB, Dienst Toeslagen, Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Sociale Verzekeringsbank (SVB), Nederlandse Arbeidsinspectie, Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Openbaar Ministerie (OM) en politie, projectmatig en in multidisciplinair verband aan de slag te gaan om onrechtmatig gebruik of misbruik van overheidsgelden en voorzieningen tegen te gaan. Daarnaast was het leveren van een bijdrage aan het vertrouwen in de overheid en de veiligheid en leefbaarheid in de wijk een doel.
Landelijk zijn inmiddels meer dan 100 gemeenten aangesloten bij het LSI-convenant. Kraaihoek De gemeente wilde graag een LSI project in de vorm van een FIC inzetten om meer inzicht te verkrijgen in de sociale problematiek en misstanden in relatie tot het sociaal zekerheidsstelsel in de wijk Kraaihoek. De reden daarvoor lag in de lagere score op het gebied van leefbaarheid in deze wijk ten opzichte van de rest van Papendrecht. Daarnaast bleek uit controlegegevens van de gemeente dat er relatief veel adressen zijn waar niemand volgens de basisregistratie personen (BRP) staat ingeschreven (administratieve leegstand) terwijl vrij veel van deze woningen wel degelijk bleken te worden bewoond en waren er signalen van illegale prostitutie2. Verder bleek uit CBS cijfers dat bijna de helft van de bijstandsuitkeringen in Papendrecht wordt verstrekt aan inwoners van de wijk Kraaihoek. Ook worden er fors meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verstrekt aan inwoners uit deze wijk ten opzichte van andere wijken. Werkwijze De uitvoering van het LSI project bestond uit een mix van instrumenten die ingezet kon worden bij de aanpak van misstanden en die bijdroeg aan de genoemde doelstellingen. De deelnemers hebben adrescontroles ingesteld op adressen waar een verhoogd risico en een gezamenlijk belang is vastgesteld.
Deze controles konden bestaan uit een administratief onderzoek, eventueel gevolgd door een controle op het feitelijke adres. Er hebben in totaal drie actiedagen plaatsgevonden waarbij 51 adressen zijn bezocht. Verder zijn er dossiers opgepakt die administratief afgehandeld konden worden en waarvan vooraf al duidelijk was dat er geen huisbezoek noodzakelijk was. 1
Het uitvoeren van een eenmalige controleactie om de aard en omvang van de problematiek in kaart te brengen. 2 Prostitutie is illegaal wanneer: - de seksuele diensten bedrijfsmatig worden aangeboden op een niet-vergunde plaats; - de prostituee minderjarig is; - of de prostituee het werk niet vrijwillig doet.
Proportionaliteit & subsidiariteit Bij het verrijken van signalen is altijd rekening gehouden met proportionaliteit en subsidiariteit. Als een casus afgedaan kon worden zonder het afleggen van een huisbezoek werd daarvoor gekozen. Ook werd goed gekeken naar het dossier: welke informatie is noodzakelijk, is er een minder vergaand middel voor handen en is het middel proportioneel in verhouding tot de te verkrijgen informatie. Bij de bewoners waar een huisbezoek is afgelegd, is door het interventieteam mondeling en schriftelijk geïnformeerd over de reden van het bezoek, hun rechten en het eventuele vervolg van het huisbezoek. Ook tijdens de controles is steeds rekening gehouden met zowel de impact van de controle op de burger als de belangen van de verschillende ketenpartners alsmede de zichtbaarheid in de wijk. Communicatie Er is gekozen om niet proactief te communiceren richting bewoners van de wijk. Dit om te voorkomen dat voorafgaande kennis van het project de onderzoeken zou beïnvloeden. Bij het huisbezoek is de betreffende bewoner mondeling geïnformeerd, verzocht om toestemming en is een informatieve brief uitgereikt. In die brief werd uitleg gegeven over het project, het doel, de deelnemende partners en het huisbezoek zodat bewoners dit later nog konden nalezen.
Ook zijn er contactgegevens vermeld van de gemeente Papendrecht en aangegeven waar bewoners terecht konden voor vragen en/of klachten. Resultaten Het samenwerkingsverband LSI heeft als één overheid opgetreden om effectief misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen tegen te gaan. Dat heeft voor inwoners het voordeel dat verschillende delen van de overheid in één keer in plaats van ieder afzonderlijk controleren of de naleving goed gaat. Er zijn (in een relatief kort tijdsbestek) aansprekende resultaten behaald. Hieronder worden de resultaten per partner weergegeven. Resultaten per partner - Gemeentelijke afdeling BRP • De toezichthouder BRP heeft in totaal 51 adressen bezocht tijdens de actiedagen. • Deze huisbezoeken hebben geleid tot 12 mutaties op persoonsniveau (BSN) in de BRP en er zijn 9 adressen in onderzoek gezet. • Bij 28 adressen geconstateerd dat er sprake was van een woon- of leefsituatie die niet overeen kwam met de inschrijving in het BRP. Te denken valt aan verzwegen samenwoningen en het voeren van een hoofdverblijf. • Bij 8 adressen was de BRP op orde. • Na afloop van het project waren er nog 9 adresonderzoeken niet afgerond, waardoor er mogelijk resultaten voor de BRP en betrokken partners niet zijn meegenomen in deze rapportage. -
Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) • Alle inwoners van Kraaihoek die een Participatiewet-uitkering ontvingen hebben gedurende het LSI-project een gericht schriftelijke controle (GSC) ontvangen. Dit betrof 113 GSC-uitvragen in totaal. Deze GSC's bieden inzicht in onterecht ontvangen gelden maar geven ook de onderbenutting van gelden weer. Met andere woorden ontvangen de burgers alle sociale voorzieningen waar zij recht op hebben? Tevens krijgt de SDD inzicht in mogelijke signalen van sociale problematiek, zoals verslaving of schulden. • 3 uitkeringsaanvragen toegekend • 31 uitkeringen ongewijzigd voortgezet • Verschillende correcties in de diverse sociale voorzieningen met een totaalbedrag van ruim €358.807,50,-. Deze correcties bestaan uit de beëindiging van 16 uitkeringen (€224.000,-) waarbij zo'n €134.807,50,- in termijnen wordt teruggevorderd. Ten tijde van de oplevering van dit rapport waren nog niet alle onderzoeken afgerond. De verwachting is dat het totaalbedrag hierdoor om en nabij €100.000,- hoger zal uitvallen. • 10 uitkeringen gewijzigd • 53 openstaande onderzoeken
-
UWV • De twee signalen van het UWV konden niet in het LSI-project worden ingebracht omdat het ene signaal geen meervoudig belang diende en de ander in het kader van een lopend financieel
onderzoek niet meegenomen kon worden. Wel hebben zij beide signalen intern af kunnen handelen. -
Politie • Het aantreffen van meerdere hennepplanten. De planten zijn inbeslaggenomen en vernietigd. • Het aantreffen van illegale prostitutie. De casus is doorgezet naar het prostitutieteam van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). • Het aantreffen van arbeidsmigranten onder slechte woonomstandigheden. Deze casus is doorgezet naar de arbeidsinspectie en door de gemeente is een hercontrole gepland. • Informatie over een bij de politie bekende vermogenscrimineel woonachtig op één van de gecontroleerde adressen. Deze informatie kan helpen in het opsporen van de door deze persoon gepleegde strafbare feiten. • Informatie over het (vaak kortdurende) bezit van vele voertuigen door een persoon woonachtig op één van de gecontroleerde adressen.
-
Handhaving gemeente Papendrecht • 26 adressen ingebracht, welke vervolgens op de casustafel zijn behandeld en hebben geleid tot mutaties bij de ketenpartners.
Vervolg Tijdens het project zijn een aantal bijzonderheden geconstateerd: - Misstanden omtrent arbeidsmigranten. - Verkokering binnen gemeentelijke afdelingen en externe partners. - Signaleringsbewustzijn gemeente. Deze verdienen onze aandacht en neemt de gemeente Papendrecht mee in haar werkprocessen. Zo voeren we controles uit i.h.k.v. huisvesting van arbeidsmigranten en verkennen we hoe we hier (nog) meer zicht op kunnen krijgen. Er worden reeds acties ondernomen om de integrale samenwerking te bevorderen. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd waaraan verschillende interne afdelingen en externe partners deelnemen, worden integrale controles georganiseerd, worden verschillende aanpakken integraal georganiseerd zoals bij jeugdoverlast. Ook is gezamenlijk tot een analyse gekomen van de veiligheidsproblematiek in de verschillende wijken van Papendrecht voor het opstellen van een nieuw Integraal Veiligheidsplan (IVP). Voor wat betreft het signaleringsbewustzijn zijn binnen de gemeente Papendrecht al stappen gezet door het geven van awareness trainingen onder medewerkers van alle teams binnen de gemeente. Tevens zijn er trainingen gehouden bij belangrijke partners zoals Sterk Papendrecht en Woonkracht 10.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de locosecretaris, de burgemeester,
P. Naeije
M.J.M. van Driel
Eindrapportage LSI Flexibele inzet controlecapaciteit Kraaihoek
1
Inhoudsopgave 1. Managementsamenvatting .................................................................................................................... 3 2. Inleiding ................................................................................................................................................. 5 2.1 Aanleiding.................................................................................................................................. 5 3. Het verloop van het project ................................................................................................................... 6 3.1 Betrokken partijen ..................................................................................................................... 6 3.2 Opzet ......................................................................................................................................... 6 3.3 Communicatie ........................................................................................................................... 7 3.4 Aanlevering signalen ................................................................................................................. 7 3.5 Delen en bewaren dossiers ....................................................................................................... 8 4.
Resultaten ............................................................................................................................................. 8 4.1 Deelnemende LSI Partners ....................................................................................................... 8 5. Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................. 12 5.1 Aanbevelingen algemene samenwerking ............................................................................... 12 6. Borging ................................................................................................................................................ 13 Bijlage Eindresultaten .............................................................................................................................. 14 Bijlage Aanbevelingen ............................................................................................................................. 16
2
1. Managementsamenvatting Op 2 maart 2020 is de gemeente Papendrecht toegetreden tot het convenant van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI). Deze toetreding maakt het mogelijk om in samenwerking met de LSIketenpartners, te weten de Belastingdienst MKB, Dienst Toeslagen, UWV, SVB, Nederlandse Arbeidsinspectie, IND, OM en politie, projectmatig en in multidisciplinair verband aan de slag te gaan in de wijk Kraaihoek in Papendrecht met als doel onrechtmatig gebruik of misbruik van overheidsgelden en -voorzieningen tegen te gaan. De wijk Kraaihoek in Papendrecht is een wijk waar de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van bewoners achter blijft op die van bewoners in andere wijken in Papendrecht. De gemeente Papendrecht heeft een aantal interventies uitgevoerd op adressen in de zogenoemde ‘Sterflat’ in de wijk Kraaihoek. De uitkomsten hiervan betroffen veelal administratieve leegstand en illegale prostitutie. Omdat nieuwe cijfers van de Veiligheidsmonitor nog steeds lager waren dan in andere wijken in Papendrecht, had de gemeente de wens om met LSI-ketenpartners opnieuw onderzoek te verrichten in de wijk door middel van de Flexibele Inzet Controlecapaciteit (FIC). De aanleiding voor deze vervolgaanpak was het terugdringen van misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen en woon- en adresproblematiek in Kraaihoek zoals gesteld in artikel 64 van de Wet SUWI.
Daarnaast zou aangetroffen zorg- en schuldproblematiek doorverwezen worden naar de daartoe bevoegde instanties. Naar aanleiding van de uitkomsten van het FIC-project werd een vervolg aanpak voor de wijk geadviseerd. De voornaamste projectdoelstelling zoals ook gesteld in artikel 64 van de wet SUWI behelsde het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen. Een aanvullend doel van dit project op het gebied van handhaving was het leveren van een bijdrage aan het vertrouwen in de overheid, veiligheid en leefbaarheid in deze wijk, door integrale aanpak van: • Woon-/adresfraude; • Uitkeringsfraude; • Indirect Belasting- en premiefraude; • Indirect Misbruik en oneigenlijk gebruik van toeslagen; • Mogelijk overtredingen van Wet Arbeid Vreemdelingen en Wet Minimum Loon. N.B. Dienst Toeslagen en MKB belastingdienst hebben niet geparticipeerd in dit LSI-project. Het LSI-project heeft de gemeente Papendrecht in totaal € 250.000 euro gekost. De inzet van alle ketenpartners en de kosten daarvan worden door de ketenpartners zelf gedragen. Het project heeft voor de gemeente Papendrecht en de ketenpartners veel inzicht in de aanwezige problematiek van de wijk Kraaihoek gegeven. De integrale aanpak heeft in dit project tot diverse resultaten geleid, waaronder financiële resultaten.
Daarnaast is er inzicht verkregen rondom de (wijze van) huisvesting van arbeidsmigranten, de verblijfsduur van deze arbeidsmigranten en de overige leef- en werkomstandigheden van deze groep. Voor de gemeente Papendrecht heeft dit project intern geleid tot een start om meer samenwerking tussen afdelingen te verkrijgen. Het project heeft tot verschillende correcties geleid in de diverse sociale voorzieningen met een totaalbedrag van ruim € 358.807,50. Op 1 februari 2023 zijn nog niet alle onderzoeken van de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) afgerond. De verwachting is dat het totaalbedrag hierdoor om en nabij € 100.000 hoger zal uitvallen. Tevens heeft de gemeente onjuiste BRP-registraties gecorrigeerd. Na controle blijkt voor alsnog slechts 55% van de adressen een juiste registratie te hebben, echter 18% van de adressen staat nog in onderzoek. Dit betekent dat het percentage van de adressen met een onjuiste registratie nog hoger kan uitvallen. 3
In aanvulling op de LSI-doelstellingen zijn er door de gemeente Papendrecht enkele gemeentelijke doelstellingen opgesteld, namelijk: • • • • •
Zorg voor kwetsbaren; Behoud veilige gemeente; Drechtstedelijke afspraken (integrale handhaving) intensiveren; Tegengaan van verloedering; De aanpak van ondermijning versterken.
Deze gemeentelijke doelstellingen zijn opgesteld o.a. vanuit het programma ‘Integraal beleid Leefbaarheid & Veiligheid 2018 – 2021’ die een relatie hebben met de LSI aanpak. De gemeentelijke doelstellingen zijn moeilijker meetbaar. Reden hiervoor is dat het een kortdurend project is geweest waardoor de causaliteit tussen de effecten en het LSI-project moeilijk te duiden zijn als gevolg van de duur van de aanpak. Tijdens het project zijn veel onjuistheden in de BRP geconstateerd en zijn er mensen aangetroffen die niet ingeschreven stonden, maar er wel woonachtig zijn. Hierop is actief gereageerd en zijn de betrokkenen voorgelicht, ook met het oog op het voorkomen van onderbenutting. Tijdens het project zijn er 2 woningen in beeld gekomen die onttrokken werden aan de woningmarkt en teruggegeven konden worden aan de woningbouw. Ook is er één melding gedaan vanuit het project naar Jeugdzorg en er is sprake van 1 adres alwaar sprake is van uitbuiting op arbeidsmigranten. De gemeente Papendrecht kan een verbeterslag maken op het gebied van interne en externe samenwerking. Door de interne afdelingen en externe partners met elkaar te laten samenwerken ontstaat er een betere verbinding. Tijdens het project merkte de projectleiding verkokering bij sommige afdelingen. Er kan tevens nog een slag geslagen worden in de signaleringsfunctie van de gemeente Papendrecht.
Doordat er sprake is van verkokering binnen de diverse afdelingen, worden signalen van fraude of misstanden niet of nauwelijks herkend. Men heeft onvoldoende kennis en zicht op elkaars werk waardoor er slecht geschakeld wordt. Door slagvaardig samen te werken zal dit verbeteren. Ook is de samenwerking met ‘Sterk Papendrecht’1 tijdens het project opgezocht. Naar aanleiding hiervan is de afspraak gemaakt om klanten met een uitkering of een schuld in samenspraak met de contactpersoon van de SDD te begeleiden. Tevens kan de gemeente de interne data en signaleringsfunctie verbeteren. Dit zal externe samenwerkingen verbeteren waarbij bijvoorbeeld woonconvenanten afgesloten kunnen worden met woningbouwverenigingen. En er kan verbinding worden gezocht met zorginstanties, zoals Jeugdzorg. Gebleken is dat het LSI-project een goed inzicht heeft gegeven om problematiek te duiden in Kraaihoek. Om de daadwerkelijke effecten van het LSI-project te meten is het project te kort geweest. De wens is vanuit de politie, BOA’s en andere deelnemende partners, om het LSI-project voort te zetten, zodat men de repetitieve overtreders in beeld krijgt en men alle opgedane ervaringen en doorgevoerde verbeteringen op deze manier structureel kan borgen. Gezien de geconstateerde problematiek tijdens de FIC, wordt aanbevolen om een nieuw LSI-project te starten voor een langere duur. Er kan gekozen
1 Sterk Papendrecht bestaat uit MEE Plus, Vivenz en Stichting Jeugdteams. Daarnaast wordt samengewerkt met de Dienst
Gezondheid & Jeugd, Jong JGZ, huisartsen, de Sociale Dienst Drechtsteden, Woonkracht10, Yulius, Rivas en maatschappelijke organisaties.
4
worden voor een nieuw te starten LSI-project op gebied van bewoningsvraagstukken of een wijkgerichte aanpak verdeeld over meerdere wijken alwaar mogelijk sprake kan zijn van een waterbed effect.
2. Inleiding Dit rapport beschrijft de uitvoering van het project en blikt terug op de gestelde doelen. De resultaten, daaruit te trekken conclusies en aanbevelingen worden daarna weergegeven. Vervolgens wordt uiteengezet welke acties vereist zijn voor een gewenst borgingstraject.
2.1 Aanleiding Op 2 maart 2020 is de gemeente Papendrecht toegetreden tot het convenant van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI), met als doel een LSI-project uit te voeren. Hiermee wilde de gemeente Papendrecht de sociale problematiek in beeld krijgen in de wijk Kraaihoek. De gemeente Papendrecht wilde graag een LSI-project, in de vorm van een FIC inzetten zodat er meer inzicht verkregen zou worden in de sociale problematiek en misstanden in relatie tot het sociale zekerheidsstelsel die spelen in de wijk Kraaihoek. Uit de Veiligheidsmonitor 2019 bleek dat Kraaihoek met een 7,1 het laagst scoorde van alle wijken binnen de gemeente Papendrecht 2. Vanuit de gemeente Papendrecht zijn er een aantal interventies uitgevoerd op adressen in de zogenoemde ‘Sterflat’ in de wijk Kraaihoek. De uitkomsten hiervan betroffen veelal administratieve leegstand en illegale prostitutie. Deze aangetroffen inconsistenties kunnen betekenen dat er sprake is van onterechte verstrekking of juist onderbenutting van voorzieningen uit het sociale zekerheidsstelsel, omdat deze situaties afwijken van de gegevens op basis waarvan de overheidsgelden verstrekt worden. Omdat nieuwe cijfers van de Veiligheidsmonitor nog steeds lager zijn dan in andere wijken in Papendrecht, zag de gemeente de wens om met ketenpartners opnieuw onderzoek te verrichten in de wijk door middel van de FIC.
Een FICproject wordt ingezet als de problematiek van een wijk nog niet inzichtelijk is. Afhankelijk van de uitkomsten van het FIC-project zal gekeken worden naar een vervolg aanpak voor de wijk. Uit de CBS-cijfers bleek dat er in Kraaihoek een hogere bevolkingsdichtheid is dan gemiddeld in Papendrecht. In de wijk Kraaihoek wordt ruim 46% van alle bijstandsuitkeringen in de gemeente Papendrecht verstrekt, terwijl hier ‘slechts’ 19% van de inwoners ouder dan 15 jaar woonachtig is. Het aantal jongeren onder de 15 jaar is in deze wijk niet afwijkend te noemen ten opzichte van de rest van Papendrecht. Er worden met 26% van het totaal in Kraaihoek wel fors meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen verstrekt. Dit gecombineerd met een grote groep 65+ inwoners geeft een beeld van een relatief lage participatiegraad in deze buurt, maar ook verhoogde kans op bijvoorbeeld (verborgen) armoede. De inwoners jonger dan 15 jaar groeien op in de wijk met het beeld van een relatief lage arbeidsgraad. Hierdoor bestaat er een grotere kans dat deze lage arbeidsgraad ook aan de jongere generatie wordt doorgegeven. Controlegegevens van de gemeente laten bovendien zien dat er relatief veel administratieve leegstand in Kraaihoek (specifiek de Sterflat) is aangetroffen t.o.v. andere wijken in de gemeente Papendrecht, en dat vrij veel van deze woningen wel degelijk bleken te worden bewoond.
2 Papendrecht scoort gemiddeld een 7,5
5
Door aansluiting bij de LSI, werd samenwerking gezocht met diverse ketenpartners om integraal deze adresgerelateerde problematiek en daarmee samenhangende misstanden op het gebied van sociale zekerheid tegen te gaan. De samenwerking in teamverband had als doel om meer herkenning van oneigenlijk gebruik en misbruik te realiseren. Het Regionaal Platform Fraudebestrijding (RPF) Rotterdam-Rijnmond Zuid-Holland-Zuid heeft het projectplan Flexibele Inzet Controlecapaciteit Kraaihoek – Papendrecht in juli 2022 goedgekeurd en daarna ter kennisname aangeboden aan de stuurgroep LSI.
3. Het verloop van het project Dit hoofdstuk omvat het verloop van het project, waarbij aandacht zal worden besteed aan een aantal onderwerpen. Er wordt kort ingegaan op de opgestelde plannen, de planning en uitvoering van casustafels en actiedagen. Het LSI-project was operationeel vanaf augustus 2022 tot en met oktober 2022. Het is een kortdurend LSI-project om problematiek rondom sociale voorzieningen in Kraaihoek inzichtelijk te krijgen.
3.1 Betrokken partijen De deelnemende convenantpartners in dit interventieteam zijn geweest: - Gemeente Papendrecht - Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) - Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) - Politie Papendrecht
3.2 Opzet De uitvoering van dit project bestond uit een mix van instrumenten die ingezet kon worden bij de aanpak van misstanden en die bijdroeg aan de genoemde doelstellingen. De deelnemers hebben adrescontroles ingesteld op adressen waar een verhoogd risico en een gezamenlijk belang is vastgesteld naar aanleiding van de bespreking op de casustafel. Deze controles konden bestaan uit een administratief onderzoek, eventueel gevolgd door een controle op het feitelijke adres. Alvorens een huisbezoek werd afgelegd, werd zorgvuldig afgewogen of dit noodzakelijk en proportioneel was. Bij de bewoners waar een huisbezoek is afgelegd, is door het interventieteam mondeling en schriftelijk geïnformeerd over de reden van het bezoek, hun rechten en het eventuele vervolg van het huisbezoek. Tijdens de controles is steeds rekening gehouden met zowel de impact van de controle op de burger als de belangen van de verschillende ketenpartners alsmede de zichtbaarheid in de wijk. Er hebben in totaal drie casustafels plaatsgevonden waarbij een selectie van de door het interventieteam ingebrachte signalen, in geval van een geconstateerd meervoudig belang door de projectleiding, besproken zijn. Het interventieteam heeft tevens drie keer een actiedag gehad.
Verder zijn er dossiers opgepakt die administratief afgehandeld konden worden en waarvan vooraf al duidelijk was dat er geen huisbezoek noodzakelijk was.
6
3.3 Communicatie Er is gekozen om niet proactief te communiceren richting bewoners van de wijk. Dit om te voorkomen dat voorafgaande kennis van het project de onderzoeken zou beïnvloeden. Bij het huisbezoek is de bewoner mondeling geïnformeerd, verzocht om toestemming en is een informatieve brief uitgereikt. In deze brief is uitleg gegeven over het project, het doel, de deelnemende partners en het huisbezoek zodat bewoners dit later nog konden nalezen. In de brief zijn ook contactgegevens vermeld van de gemeente Papendrecht en waar bewoners terecht kunnen voor vragen en/of klachten. Bewoners die bezocht zijn door het interventieteam konden hierdoor achteraf altijd nog hun vragen stellen. Er zijn geen klachten binnen gekomen na de huisbezoeken. Het emailadres is ook gebruikt door de SDD om bewoners hun gegevens aan te laten leveren m.b.t de onderzoeken. De gemeente Papendrecht heeft de gemeenteraad geïnformeerd over het te starten LSI-project middels een raadsinformatiebrief. Deze raadsinformatiebrief betrof informatie over de aanpak van ondermijning en hierin is verwezen naar de bijlages van een jaarverslag van 2021 en een (vooruit) blik op 2022. In deze vooruitblik is het onderstaande opgenomen over de LSI: Daarnaast wordt in de loop van 2022 in Papendrecht een project onder de vlag van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) uitgevoerd.
De LSI bestaat uit vertegenwoordigers van een aantal landelijke ketenpartners (Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), de Sociale Verzekeringsbank (de SVB), Belastingdienst, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND), de politie en het Openbaar Ministerie. Bij een dergelijk project werken convenantpartners samen in Interventieteams ter voorkoming en terugdringing van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden.
3.4 Aanlevering signalen De projectleiding heeft de ingebrachte signalen gewaardeerd en beoordeeld op een belang voor ten minste twee ketenpartners en geselecteerd voor bespreking aan een casustafel. De actief deelnemende convenantpartners hebben voorafgaande aan de bespreking de signalen verrijkt met informatie uit de eigen systemen. De signalen die op de casustafel werden ingebracht door de projectleiding, hadden allen feiten en omstandigheden waaruit bleek dat er (mogelijke) onjuistheden of onregelmatigheden ten aanzien van één of meer sociale voorzieningen aanwezig waren. Het belang van in ieder geval twee partijen of professional judgement was altijd een voorwaarde voor de selectie. Met betrekking tot de aanvullende gegevens van de ketenpartners is puur gekeken naar feiten en omstandigheden. Onderbuikgevoelens werden nooit op de casustafel geplaatst. Het opbouwen van een dossier om vervolgens tot een besluit van huisbezoek te komen is in lijn geweest met de bevoegdheden van de belanghebbende partner. Alleen met een goede omschrijving van het signaal (incidenteel na verzoek om aanvullende informatie) is het mogelijk om het risico en belang van een andere deelnemende partij te herkennen en te kunnen selecteren voor bespreking. Dit is ook noodzakelijk om de toedracht tot de keuze voor een specifiek dossier juridisch te kunnen verantwoorden.
Dit vraagt om meer inspanning bij het aanleveren van signalen en het maken van de selectie voor bespreking. Proportionaliteit en subsidiariteit Bij het verrijken van signalen is altijd rekening gehouden met proportionaliteit en subsidiariteit. Als een casus afgedaan kon worden zonder het afleggen van een huisbezoek werd daarvoor gekozen. Ook werd 7
goed gekeken naar het dossier: welke informatie is noodzakelijk, is er een minder vergaand middel voor handen en is het middel proportioneel in verhouding tot de te verkrijgen informatie. De invloed op de levenssfeer van de betrokken burger alsmede de belangen en bevoegdheden van ketenpartners zijn ten alle tijden in acht genomen. Indien wel een huisbezoek af werd gelegd dan gebeurde dit altijd op basis van informed consent. In het kader van de proportionaliteit en subsidiariteit is het een meerwaarde gebleken dat er als 1-overheid naar buiten is getreden in plaats van elke ketenpartner voor zich.
3.5 Delen en bewaren dossiers Ketenpartners hebben de signalen geplaatst in een eigen map in de beveiligde e-SWF omgeving. Deze signalen zijn enkel zichtbaar voor de vertegenwoordiger(s) van de betreffende ketenpartner en de projectleiding van de gemeente. Van de geselecteerde signalen is een dossierformulier aangemaakt, die geplaatst is in een aparte map voor de betreffende casustafel om te laten verrijken door de deelnemende ketenpartners voorafgaande aan de bespreking. Met het eindigen van het project wordt de toegang tot e-SWF afgesloten binnen 4 weken nadat de stuurgroep LSI de eindrapportage heeft goedgekeurd. Hiermee wordt de inhoud van de samenwerkingsomgeving verwijderd.
4. Resultaten Dit hoofdstuk geeft een uiteenzetting van de resultaten per deelnemende partij uit het interventieteam. De resultaten zijn bijgewerkt tot 1 maart 2023. Resultaten die na deze datum volgen, kunnen niet in deze rapportage meegenomen worden.
4.1 Deelnemende LSI Partners 1. Gemeentelijke afdeling BRP De gemeentelijke afdeling BRP heeft in totaal 3 adressen ingebracht, welke vervolgens voor nader onderzoek tijdens de casustafel zijn besproken. Aan de hand van de signalen die door de ketenpartners zijn ingebracht en behandeld op de casustafels, heeft de toezichthouder BRP in totaal 51 adressen bezocht tijdens de actiedagen. Deze huisbezoeken hebben geleid tot 12 mutaties op persoonsniveau (BSN) in de BRP en zijn er 9 adressen in onderzoek gezet. Tot slot is er bij 28 adressen geconstateerd dat er sprake was van een woon- of leefsituatie die niet overeen kwam met de inschrijving in de BRP. Te denken valt aan verzwegen samenwoningen en het voeren van een hoofdverblijf. Bij 8 adressen was de BRP op orde. Na afloop van het project waren er echter 9 adresonderzoeken nog niet afgerond, waardoor er mogelijk resultaten voor de BRP en de betrokken partners niet zijn meegenomen in deze rapportage. Er kan een verbeterslag gemaakt worden op het administratieve deel (het aanleveren van signalen en voorbereiden van de actieavond) en de communicatie. Zo is tijdens het project gevraagd naar de leegstandslijst van BRP, maar werden deze pas op de derde casustafel aangeleverd. Hierop stonden ruim 95 adressen genoemd waar nu nauwelijks signalen uit zijn gehaald.
Vanuit de BRP wordt aangegeven dat het onduidelijk was wat er verwacht werd qua inzet. Men heeft een warme communicatie gemist. De start van het project viel in de vakantie van de medewerkers. Hierdoor kon men niet aanwezig zijn op de eerste casustafel dan wel voor vervanging zorgen. Het administratief aanvullen van BRP-informatie ontbrak op de 1ste casustafel. Het lukte de medewerkers niet om het account e-SWF te activeren. Dit werd begin september gemeld en er werd een oplossing hiervoor aangedragen. Pas ruim een maand na deze aangedragen oplossing melden de BRP8
medewerkers zich opnieuw bij de projectleider en bleek dat ze nog steeds niet in e-SWF konden. Vanuit de andere ketenpartners zijn er tijdens het project omtrent e-SWF geen problemen ervaren.
2. Sociale Dienst Drechtsteden De SDD heeft in totaal 31 signalen ingebracht, welke vervolgens voor nader onderzoek tijdens de casustafel zijn behandeld. De samenstelling en de financiële resultaten van deze onderzoeken zijn in de bijlage opgenomen. De SDD heeft alle inwoners van Kraaihoek die een Participatiewet-uitkering ontvingen gedurende het LSI-project een gericht schriftelijke controle (GSC) toegestuurd. Dit betrof 113 GSC-uitvragen in totaal. De Participatiewet biedt de mogelijkheid om te allen tijde dergelijke controles uit te voeren zoals gesteld in artikel 53. Deze GSC-controle omvat een formulier alwaar een aantal vragen gesteld worden en waarbij een bankafschrift en de jaarafrekening gas, water en licht opgevraagd worden. Deze documenten geven inzicht in de woon- en leefsituatie van de klant. Naast mogelijke signalen van fraude, wordt het hiermee ook inzichtelijk wanneer mensen recht hebben op sociale voorzieningen (toeslagen), maar deze niet ontvangen. In dergelijke gevallen wordt de klant uitgenodigd en hierop gewezen. Hetzelfde geldt voor schulden. Indien hier sprake van is, kan er door middel van een gesprek worden doorverwezen naar de afdeling schuldhulpbemiddeling van de SDD. Naast de GSC-signalen zijn er ook meldingen van (mogelijk) misbruik ingebracht die betrekking hadden op de wijk Kraaihoek.
Deze meldingen van (mogelijk) misbruik zijn binnen gekomen bij de analist van de SDD en vervolgens doorgegeven aan de deelnemers van het LSI-project. Van de fraudemeldingen die betrekking hadden op verzwegen gezamenlijke huishouding, werden in ruim 80% van de gevallen onrechtmatigheden geconstateerd. Wat verder opviel was dat de meldingsbereidheid van de bewoners uit de wijk hoog was. Dit is door de handhavers van de Sociale Dienst geconstateerd. Tot slot zijn er nog een aantal lopende onderzoeken en bezwaren die na afronding ook voor resultaten en mutaties in de BRP kunnen leiden. 3. UWV UWV heeft twee signalen ingebracht tijdens de casustafels. Evenwel bleek één signaal uiteindelijk toch geen meervoudig belang te dienen. Een ander signaal is vervolgens niet ingebracht op de betreffende actieavond omdat het een financieel onderzoek betrof. Zodoende zijn beide signalen door UWV intern afgehandeld en zijn er geen resultaten ten aanzien van het LSI-project. 4. Politie De politie heeft in het kader van veiligheid van de betrokken ketenpartners een grote bijdrage geleverd. De politie heeft geen directe signalen in het project ingebracht. Wel heeft zij via de Terugmeldvoorziening (TVM) van BRP een aantal signalen afgegeven bij de toezichthouder BRP. Deze signalen raakten allen artikel 64 van de wet SUWI.
Vanwege de huidige inrichting van de Terugmeldvoorziening binnen de afdeling BRP is het niet mogelijk te herleiden welke en hoeveel signalen de politie heeft ingebracht. De uitgevoerde controles op de actiedagen in Papendrecht in de wijk Kraaihoek hebben voor de politie resultaten opgeleverd: -
Het aantreffen van meerdere hennepplanten. De planten zijn inbeslaggenomen en vernietigd. Het aantreffen van illegale prostitutie. De casus is doorgezet naar het prostitutieteam van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Het aantreffen van arbeidsmigranten onder slechte woonomstandigheden.
9
-
-
Informatie over een bij de politie bekende vermogenscrimineel woonachtig op één van de gecontroleerde adressen. Deze informatie kan helpen in het opsporen van de door deze persoon gepleegde strafbare feiten. Informatie over het (vaak kortdurende) bezit van vele voertuigen door een persoon woonachtig op één van de gecontroleerde adressen. De politie vermoedt dat deze persoon gebruikt wordt als katvanger en er loopt een ondermijningsonderzoek naar de betrokken familieleden.
5. Handhaving gemeente Papendrecht De afdeling Handhaving van de gemeente Papendrecht heeft in totaal 26 adressen binnen het project ingebracht, welke vervolgens voor nader onderzoek op de casustafel zijn behandeld. Voor de afdeling Handhaving van de gemeente Papendrecht heeft het LSI-project verder geen financiële resultaten opgeleverd. Wel hebben de signalen van de afdeling Handhaving geleid tot mutaties bij de ketenpartners.
6. Overige De gemeentelijke doelstellingen die in aanvulling op de LSI-doelen voorafgaand aan het project door de gemeente zijn opgesteld, zijn moeilijker meetbare doelstellingen. Kraaihoek bewoners zijn gemiddeld minder tevreden (score 7.1) over de gemeentelijke aanpak inzake leefbaarheid en veiligheid ten opzichte van andere wijken (score 7.5 gemiddeld), aldus de Veiligheidsmonitor Papendrecht 2019. Door de gemeente Papendrecht zijn enkele aanvullende doelstellingen vanuit het programma ‘Integraal beleid Leefbaarheid & Veiligheid 2018 – 2021’ opgesteld. • • • • •
Zorg voor kwetsbaren. Behoud veilige gemeente Drechtstedelijke afspraken (integrale handhaving intensiveren) Tegengaan van verloedering De aanpak van ondermijning versterken
In het project zijn wij diverse casussen tegengekomen die aan bovenstaande doelstellingen gekoppeld kunnen worden. Zie voor deze casussen de bijlage 'Eindresultaten'. Het FIC-project was grotendeels bedoeld om inzicht te verkrijgen in de problematiek die speelt in de wijk Kraaihoek. Wat is opgevallen in het project zijn de volgende zaken: 1. Misstanden omtrent arbeidsmigranten In de Sterflat zijn verhoudingsgewijs veel arbeidsmigranten aangetroffen. Deze arbeidsmigranten staan vaak niet ingeschreven in de BRP omdat zij aangeven korter dan 4 maanden hier te verblijven. Echter is het onduidelijk of dit daadwerkelijk het geval is. Er is (i.v.m. de tijdsduur van het huidige project) geen dubbele controle uitgevoerd na de duur van 4 maanden om te kijken of de arbeidsmigranten hier nog steeds verbleven. Er zijn panden aangetroffen waar de bouwvoorschriften niet voldeden. De bewoners van deze panden hadden eigen creatieve oplossingen gevonden in bijvoorbeeld de energievoorziening. Hierdoor werden de woningen onveilig voor de bewoners. Naar aanleiding van de aangetroffen situatie is er intern een onderzoek gestart om duidelijk te krijgen of hier bij de gemeente een procedure voor is.
10
2. Verkokering binnen gemeentelijke afdelingen en externe partners Tijdens het LSI-project is naar voren gekomen dat de samenwerking binnen de gemeente scherper neergezet kan worden. De BOA’s hebben een goede samenwerking met externe partijen zoals politie en de sociale dienst. Vanuit de BRP is gedurende het project niet inzichtelijk geworden hoe de samenwerking intern loopt daar de afdeling in de praktijk minder nauw betrokken was dan vooraf voorzien. De samenwerking en bespreking op casusniveau kan verbeterd worden. Het project heeft ertoe geleid dat men ziet wat een mutatie doet voor een andere partner. Hierdoor ontkokert de gemeente en kan deze zich beter inzetten om misstanden aan het licht te brengen. 3. Signaleringsbewustzijn gemeente Een verbeterslag kan worden gemaakt in het genereren van algemene data vanuit de gemeente. Onduidelijk is waar en hoe signalen binnen komen. Zo is het onduidelijke hoe de Terugmeldvoorziening (TVM) is ingericht binnen de afdeling BRP. Dit maakt het dat de gemeente signalen mist van de externe partners. Ook een punt van aandacht behoeft de samenwerkingen met woningbouwverenigingen binnen Papendrecht. In het LSI-project kon er niet samengewerkt worden met deze diensten omdat er geen woonconvenant bestaat tussen de woningbouwvereniging en de gemeentelijke BRP-afdeling.
De combinatie van de leegstandlijst (95 adressen op papier in leegstand) maakt het wel interessant om een woonconvenant op te stellen, zodat de gemeente kan inspelen op woningen die mogelijk worden onttrokken aan de woningmarkt. De onderlinge samenwerking is opgestart doordat er kennis is gemaakt met de uitvoerende partijen van de diverse initiatieven. Vervolgens heeft men van elkaar kunnen leren doordat de mogelijkheden en (on)mogelijkheden ter tafel kwamen. Deze onderlinge samenwerking dient nog structureel te worden ingebed. Doordat het project van korte duur is geweest is het effect van het LSI-project op langere termijn moeilijk vast te stellen. Om dit te meten is er een project voor langere duur noodzakelijk. Het LSI-project heeft de gemeente Papendrecht in totaal € 250.000 euro gekost. De inzet van alle ketenpartners en de kosten daarvan worden door de ketenpartners zelf gedragen.
11
5. Conclusies en aanbevelingen Het project heeft een aantal problemen aan het licht gebracht op het gebied van integraal samenwerken zowel binnen de gemeente als met ketenpartners, misstanden bij arbeidsmigranten en een beperkt signaleringsbewustzijn bij medewerkers. Om deze problematiek te verminderen en/of op te lossen adviseren wij om een langdurig project in te zetten. Dit project zal dan een blijvend effect hebben op zowel de dienstverlening van de gemeente Papendrecht als op die van de landelijke partners. 1. Gemeente Papendrecht Het controleren van de feitelijke situaties ten opzichte van de BRP-informatie door de gemeente is een intensief proces. De kwaliteit van de BRP gedurende het project is niet voldoende inzichtelijk geworden. Het samenwerken van de BOA’s met de BRP administratief medewerkers (en visa versa) kan verbeterd worden door signalen of bijzonderheden zowel aan de balie/desk als signalen waargenomen op straat met elkaar te bespreken waardoor men elkaar versterkt. Hierdoor zal er een verbeterslag plaatsvinden op de BRP-registratie, en daarmee de adreskwaliteit, van de gemeente. Hiernaast is de Terugmeldvoorziening voor signalen van de Politie (welke artikel 64 SUWI raakte) niet goed genoeg inzichtelijk binnen de afdeling BRP. Hierdoor is het niet mogelijk om signalen die door de politie gedurende het project aangeleverd zijn te onderscheiden.
De aanbeveling is dan ook om het proces rondom de Terugmeldvoorziening goed in te richten en ook binnenkomende signalen te markeren. Op deze manier is het op langere termijn ook beter mogelijk om verbanden te leggen tussen deze signalen. 2. Sociale Dienst Drechtsteden De GSC’s hebben veel inzicht geboden. Deze grootschalige aanpak van GSC’s heeft voor de SDD ertoe geleid dat er niet alleen gekeken is naar onterecht ontvangen gelden maar ook de onderbenutting van gelden. Met andere woorden ontvangen de burgers alle sociale voorzieningen waar zij recht op hebben, bijvoorbeeld toeslagen van Dienst Toeslagen. Tevens krijgt de SDD op deze manier inzicht in mogelijke signalen van sociale problematiek, zoals verslaving of schulden. Deze cultuuromslag past bij de huidige ontwikkelingen van naleving en het in acht nemen van de menselijke maat. 3. UWV Uit analyse van UWV is één signaal voortgekomen die meervoudig belang diende ten aanzien van het LSI-project. De gemeente Papendracht is gestart met het LSI-project in de eerste week na de schoolvakantie. Dit was ongunstig voor het UWV omdat de medewerkers met vakantie waren en er hierdoor te weinig voorbereidingstijd was. 4. Politie De politie is binnen het LSI-project, tijdens de actieavonden, een constante factor gebleken.
Zij benoemde diverse knelpunten in de wijk, zoals de vermeende leegstand, prostitutie en de aanwezigheid/huisvesting van illegale arbeidsmigranten in de Sterflat. Doordat een getekend artikel 20 Wpg ontbrak diende de Politie haar signalen (welke artikel 64 SUWI raakten) door middel van de Terugmeldvoorziening in te brengen in het project. Dit werd als omslachtig en tijdrovend ervaren door de afdeling BRP. In 2023 is sprake van een herijking van het LSI-convenant waarbij de politie geen ketenpartner meer is.
5.1 Aanbevelingen algemene samenwerking De samenwerking in het interventieteam is als positief ervaren door alle deelnemende partners. De betrokkenheid en het eigenaarschap voor de dossiers was bij het merendeel van de partners ruim aanwezig. 12
De duur van het project is volgens alle ketenpartners te kort gebleken. Zij stellen dat op basis van de inzichten en opgedane ervaringen/kennis een vervolg project moet worden gestart. De belangrijkste aanbeveling uit dit project is om deze integrale samenwerking gedurende de komende jaren voort te zetten en gebruik te maken van de korte lijnen met deze partners. Gedurende het project zijn er meerdere geluiden van diverse ketenpartners gehoord dat de aangetroffen problematiek zich niet beperkt tot alleen de wijk Kraaihoek. Dit is gebaseerd op meerdere binnengekomen signalen. Zij stellen voor om bij een vervolg aanpak zich niet alleen te richten op de wijk Kraaihoek maar deze scope te verbreden. Mocht er gekozen worden voor een vervolgproject LSI, dan raden wij aan, om zowel voor- als achteraf een enquête te houden onder de bewoners van betreffende wijk(en). Hiermee kan de gemeente toetsen wat het LSI-project voor de bewoners en de wijk oplevert. Dit maakt ook de gemeentelijke doelstellingen meer meetbaar en inzichtelijk. In de bijlage zijn per deelnemer van dit project specifiekere aanbevelingen terug te vinden.
6. Borging De kracht van een project ligt in de borgingsfase. De LSI heeft met een interventieteam laten zien dat samenwerken en integraal met elkaar optrekken elkaars kracht versterkt. Diensten hebben een completer beeld van de inwoners in de wijk Kraaihoek en dit komt de inwoner ten goede. Zo is er bijvoorbeeld nog maar een eenmalige uitvraag van gegevens nodig door één overheidsinstelling in plaats van meerdere uitvragingen door meerdere overheidsinstellingen. Dit geldt ook voor een noodzakelijk uit te voeren huisbezoek. De bewoner zal maar één keer een huisbezoek ervaren in plaats van diverse bezoeken door elke individuele overheidsinstelling. Er wordt één overheid gepresenteerd, wat het makkelijker, overzichtelijker en minder invasief maakt voor de bewoner. Enerzijds kan misbruik en oneigenlijk gebruik van aangepakt worden, tevens de aanpak van ondermijning door de gemeente. Anderzijds is er oog voor de bewoners. Door integraal samen te werken kan de wijk een impuls krijgen en krijgt de wijk en haar inwoners een positiever toekomstperspectief. Het geniet de voorkeur om de aankomende jaren te investeren in een verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van deze wijk. Dit vraagt langdurige inzet van alle (landelijke) ketenpartners. De landelijke ketenpartners erkennen dit en geven zelf ook aan dat er nog veel te verbeteren valt in de wijk.
Het project moet volgens de ketenpartners dan ook als zodanig worden voorgezet. Het LSI-project is ingestoken als zijnde een kortdurend project waarbij de problematiek van de wijk in kaart gebracht moest worden. Duidelijk is geworden welke problematiek zich in de wijk afspeelt. Echter de duur van het project is te kort geweest om de problematiek op te lossen en te borgen. Concluderend kan worden gesteld dat het van belang is om gezamenlijk op te blijven trekken en een nieuw project te starten. De duur, de wijk(en) en de doelstellingen hiervan moeten nader worden bepaald.
13
Bijlage Eindresultaten SDD Soort
Aantal
Onderzoeken opgepakt Uitkeringsaanvragen toegekend Uitkeringsaanvragen afgewezen ongewijzigd voortgezet Beëindigingen wijzigingen terugvordering Openstaande onderzoeken
113 3
Bedrag
0 31 16 10
€ 224.000,00 € 134.807,50
53 totaal
€ 358.807,50
UWV
Geen resultaten Politie Binnen het project zijn diverse adressen ingebracht via de Terugmeldvoorziening (welke artikel 64 SUWI raakten). Vanwege de onduidelijke inrichting van de Terugmeldvoorziening binnen de afdeling BRP is het niet mogelijk om het aantal signalen dat de Politie heeft ingebracht te herleiden.
Meetbare sociaalmaatschappelijke en gemeentelijke resultaten De meetbare sociaalmaatschappelijke resultaten worden hieronder in een tabel weergeven. Aantal Soort resultaat
Zorgmelding Woningteruggave Adressen arbeidsmigranten Hennepplanten Prostitutie Totaal
1 2 8 1 1 13
14
Door de gemeente Papendrecht zijn enkele aanvullende doelstellingen vanuit het programma ‘Integraal beleid Leefbaarheid & Veiligheid 2018 – 2021’ opgesteld. In het project zijn wij diverse casussen tegen gekomen die hieraan gekoppeld kunnen worden. •
Zorg voor kwetsbaren. Gedurende het project is er in een casus waarbij Jeugdzorg bij betrokken is geweest een constatering gedaan in de huiselijke sfeer waarbij er vier proces-verbalen op ambtseed/ambtsbelofte zijn opgemaakt in het voordeel van de klant. Tevens heeft er in deze casus een gesprek plaatsgevonden vanuit de sociale dienst met jeugdzorg.
•
Behoud veilige gemeente Geconstateerd is dat er op diverse adressen mensen zijn aangetroffen die niet of onjuist stonden ingeschreven in de BRP. Mocht er zich een situatie voordoen waarbij hulpdiensten betrokken zijn dan weet men niet wie men aantreft of hier woonachtig is.
•
Drechtstedelijke afspraken (integrale handhaving intensiveren) Door middel van dit project zijn de lijnen korter geworden en weet men elkaar beter te vinden. Zo zijn er afspraken opgesteld tussen SDD en Sterk Papendrecht om klanten die een participatiewet uitkering ontvangen in gezamenlijkheid op te pakken. Ook is er een voorlichting vanuit de SDD gegeven aan Sterk Papendrecht inzake de werkzaamheden die handhaving verricht.
•
Tegengaan van verloedering In een casus is sprake geweest van een aanhangwagen die met schroot in de wijk geparkeerd stond. De eigenaar van deze aanhangwagen betrof tevens een klant van de SDD. Vanuit de integrale samenwerking is de aanhanger van de klant weggehaald en heeft er een aanpassing op de uitkering plaatsgevonden in verband met zwart werk.
•
De aanpak van ondermijning versterken Er is een casus behandeld waarbij is gebleken dat er sprake was van prostitutie waarbij op papier leek alsof er sprake was van leegstand. Daarnaast is er ook sprake van veel leegstand in onder meer de Sterflat. Deze woningen kunnen worden gebruikt als zogenoemde doorloopwoningen.
Doordat het project van korte duur is geweest is het effect van het LSI-project op langere termijn moeilijk vast te stellen. Om dit te meten is er een project voor langere duur noodzakelijk.
15
Bijlage Aanbevelingen Wijk(en) Tijdens het FIC-project kwam er vanuit alle partners het signaal dat de problematiek zich niet alleen afspeelt in de wijk Kraaihoek maar zich in meerdere wijken voordoet. Onze aanbeveling is dan ook om een nieuw project van langere duur op te starten en dit project niet te beperken tot alleen de wijk Kraaihoek. Aanbevelingen lokale partijen Naast dat lokale partijen geen LSI-partners zijn, hebben lokale partijen ook andere regels en gronden om bijv. een woning toe te treden. Daarom is een scheiding van het LSI-interventieteam en deze lokale partijen een vereiste. Wel kan de samenwerking opgezocht worden daar waar een convenant ten grondslag aan ligt. Wij raden de gemeente Papendrecht aan om gebruik te maken van woonconvenanten zodat een betere signaalfunctie ontstaat naar de gemeente vanuit woningbouwverenigingen.
16