D11. 20251015 RIB beantwoording technische vragen BGR26 - CU CDA D66 VVD.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp
14 oktober 2025 B.L. Liang / M. Penders
Beantwoording technische vragen Begroting 2026-2030
Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties CDA, ChristenUnie, D66 en VVD aan. De technische vragen van de fracties zijn gebundeld. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording.
ALGEMEEN D66 Algemeen – Financiële ruimte Zoals de raad heeft kunnen zien bij de financiering van de nieuwe VO-schoolgebouwen, leiden de grote leningen tot verwachte miljoenentekorten doorlopend tot 2034. Het financieel perspectief wordt in de programmabegroting (zoals gebruikelijk) niet opgenomen voor zoveel jaren. In persberichten vanuit het college wordt de indruk gewekt dat we niets weten van miljoenentekorten die na 2030 op ons wachten. Met het zinnetje: “Hoe verder we in de toekomst kijken, hoe minder zeker het financieel perspectief is”, worden vragen hierover vaak afgedaan. De zorg van de D66-fractie is dat hier lijkt te gelden: wat we niet zien, is er niet en wat er niet is, daar hoeven we geen rekening mee te houden. Dat leidt tot de volgende vragen: Vraag 1a Hoe is het financieel perspectief voor de jaren na 2030 op dit moment? Antwoord vraag 1a: De komende jaren staan er inderdaad grote investeringen op het programma en daardoor nemen de rente- en afschrijvingskosten toe. Met alle genomen maatregelen, zie ook de perspectiefnota 20252030, en de beschikbare informatie die er is, zijn de financiële doorrekeningen opgenomen in de voorliggende meerjarenbegroting.
Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van de meerjarenprognoses die door het Rijk zijn afgegeven in de meicirculaire 2025, houden we rekening met nieuw beleid, actualisering van beleid, de meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen en actualiseren we de risico’s. Het financieel meerjarenperspectief is en blijft een inschatting. Bij veranderende omstandigheden moet de gemeente in staat zijn om in te kunnen spelen in de dan ontstane situatie. En dat kan betekenen dat er inhoudelijke keuzes gemaakt moeten worden om financieel gezond te blijven. Deze onzekerheid is er altijd geweest en die blijft en dat betekent niet dat we wegkijken maar wel het risico duiden. Hoe het financieel meerjarenperspectief de komende jaren, ook na 2030, eruit komt te zien is dus van vele factoren afhankelijk en daar kan geen eenduidig antwoord op gegeven worden. Jaarlijks wordt het meerjarenperspectief op basis van de dan beschikbare informatie bijgesteld en wijzigt continu door nieuwe beleidsontwikkelingen, aanpassingen in de financiële verhouding met het Rijk tot zelfs consequenties die kunnen voortvloeien uit geopolitieke ontwikkelingen. Dat maakt het verder doorkijken naar de toekomst lastig. Als we uitgaan van een stabiele ontwikkeling (aanpassingen autonome en loon- en prijsontwikkelingen) dan zal het structurele saldo wat nu is begroot in 2030 ook gelden voor de jaren daarna.
Immers de investeringen zijn naar de toekomst toe gedekt in de meerjarenbegroting.
1
Vraag 1b Hoe groot acht het college het risico dat de herverdeling van het gemeentefonds en toekomstige kabinetskeuzes ons financieel uit evenwicht brengen na 2026? Antwoord vraag 1b: Dit risico is van alle dag, het moet benoemd blijven, maar is niet te kwantificeren. Daarom zijn er ook afspraken gemaakt met de VNG om in gesprek te blijven met het Rijk. De VNG zet zich daarom ook in om de middelen die nodig zijn om de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren ook beschikbaar gesteld worden aan de gemeenten. Onzekerheid van Rijksbeleid is van alle dag en dat blijft zo. Vraag 1c Kan het college aangeven welke posten afschakelbaar zijn als financiële ruimte onder druk komt, zodat een nieuw college nog beleidsruimte heeft? Antwoord vraag 1c: Nee, want dit vraagt om inhoudelijke politieke afwegingen. Vraag 1d Worden financiële risico’s (uit a en b) erkend en zo ja, (hoe) wordt hiermee in de begroting concreet rekening gehouden? Antwoord vraag 1d: Uiteraard is het zo dat de steeds veranderende omgeving en nieuwe ontwikkelingen van invloed kunnen zijn op de financiële situatie van de gemeente. Daarom worden deze ontwikkelingen ook goed in de gaten gehouden en is op basis van actuele berekeningen (meicirculaire 2025) en nieuwe beleidsontwikkelingen (lokaal en op rijksniveau) de voorliggende begroting opgebouwd.
VVD Inleiding Pag. 10 Vraag 2 Heel bijzonder dat hier staat dat er nog 137 opgeleverd gaan worden. De eerste woningen zijn reeds opgeleverd en bewoond. Wat wordt er in 2025 opgeleverd en wat wordt er dan nog in 2026 opgeleverd? Of heeft het woord opleveren hier betrekking op de afronding van het complete project? Antwoord vraag 2: Op grond van de huidige inzichten zullen eind 2025 alle eengezinswoningen zijn opgeleverd. Ook een deel van de appartementen van blok A, ter hoogte van de Overtoom zal zijn opgeleverd. Hiervan vallen 10 appartementen net over de jaarwisseling. De 24 appartementen van blok B, tegenover de Kleine Waal, worden vanaf medio januari 2026 opgeleverd. De gemeente verwacht in week 5 van 2026 alle bestrating te hebben afgerond.
PROGRAMMA BESTUUR (p. 13-28) VVD 1.1 Bestuur en Regio Communicatie & participatie Wat gaan we ervoor doen? - Communicatie Pag. 18 Vraag 3 Punt 6 beheerplan website, webcare ect. Wat gebeurt er al aan webcare? Antwoord vraag 3: De uitvoering van de beleidslijn vindt gefaseerd plaats. Na het opstellen van het nieuwe beheerplan voor de gemeentelijke website is prioriteit gegeven aan de vernieuwing daarvan. De geactualiseerde
2
en beter toegankelijke website gaat medio oktober 2025 live. De content is geactualiseerd, waar nodig gearchiveerd, en het contentbeheer is vernieuwd met inzet van een intern redactieteam. De webcare, het actief volgen en reageren via online kanalen, wordt momenteel organisatorisch ingericht. Dit gebeurt conform de planning binnen de bredere professionalisering van de communicatiefunctie.
VVD 1.2 Dienstverlening Wat gaan we ervoor doen? Pag. 20 “Doorlopend blijven digitaliseren van onze dienstverlening door e-diensten te ontwikkelen en uit te rollen.” Hierover heeft de VVD de volgende vragen: Vraag 4a Wordt met ontwikkelen bedoeld inkoop van pakketten die ook in de Drechtsteden gebruikt worden? Antwoord vraag 4a: Ja. Vraag 4b Wordt er al geëxperimenteerd met een AI tool? Antwoord vraag 4b: Intern gebruiken we nu alleen Microsoft CoPilot. Extern wordt er nog geen AI-tool ingezet. Er wordt verkend wat de mogelijkheden hierin zijn om AI-tools in te zetten.
VVD 1.2 Dienstverlening Wat gaan we ervoor doen? Pag. 21 Vraag 5 Er staat heel veel over maatwerk voor kwetsbare inwoners, met de nadruk op helpen met formulieren en inwoners die niet digitaal vaardig zijn. De VVD mist hier inwoners met een visuele beperking. Wat kunnen die verwachten? Wanneer wordt de website ook voor hen toegankelijk? Antwoord vraag 5: Inwoners met een visuele beperking worden op maat geholpen aan de balie, bijvoorbeeld met het maken van de vingerafdrukken. Ook is de toegang van het gebouw ingericht op het ontvangen van inwoners met een visuele beperking. De gemeentelijke website is ingericht conform de geldende toegankelijkheidsrichtlijnen (WCAG 2.1) en voldoet aan de verplichtingen uit het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO). Daarmee wordt geborgd dat de website goed toegankelijk is voor mensen met een visuele beperking. De website beschikt over een voorleesfunctie en is technisch zo ingericht dat teksten, knoppen en documenten door ondersteunende software kunnen worden voorgelezen. In het kader van het nieuwe beheerplan en aangescherpte beleid wordt wekelijks gecontroleerd op toegankelijkheidsfouten. Eventuele meldingen worden direct hersteld om de digitale toegankelijkheid structureel te waarborgen.
3
VVD 1.5 Bedrijfsvoering Beheer overige gebouwen en gronden Wat gaan we ervoor doen? Pag. 23 Vraag 6 Uitwerken Strategische visie en beleid op vastgoed. Wat is de reden dat hiervoor externe capaciteit nodig is. Daarnaast is de strategische visie de basis voor de ontwikkeling van beleid als bijvoorbeeld de omgevingsvisie, de samenlevingsvisie etc. en worden deze dan nu geüpdatet? Antwoord vraag 6: Met ondersteuning van een extern adviesbureau wordt een strategisch vastgoedbeleid opgesteld in lijn met de visie en doelstellingen van de gemeente. De omgevingsvisie en samenlevingsvisie worden daarom niet geüpdatet maar vormen input voor het strategisch vastgoedbeleid. Er wordt gebruik gemaakt van de ondersteuning van een extern adviesbureau omdat er specialistische kennis nodig is op dit thema. Daarnaast gaan zij de huidige vastgoedorganisatie en werkwijze evalueren en stellen zij een ontwikkelplan op voor de verdere professionalisering hiervan om in staat te zijn de ambities uit het strategisch vastgoedbeleid ook waar te maken.
VVD 1.5 Bedrijfsvoering Personeel en Organisatie Wat gaan we ervoor doen? Pag. 24 Vraag 7 Mogelijkheden voor een nieuw functiewaarderingssysteem onderzoeken. Wordt dit niet door de VNG of rijksoverheid gedaan? Is het de bedoeling dat de Gemeente Papendrecht dit zelf doet? Antwoord vraag 7: HR21 is het door de VNG aanbevolen functiewaarderingssysteem, gebruikt door circa 70% van de gemeenten. Het systeem ondersteunt uniforme functieprofielen en waardering, conform cao-eisen. De invoering binnen de Regio Drechtsteden is in voorbereiding. Voorafgaand vindt op lokaal niveau een impactanalyse plaats om organisatorische en financiële gevolgen te inventariseren. De inzet van HR21 draagt bij aan een transparant en professioneel functiegebouw, wat de beheersbaarheid van personeelskosten en HR-processen verbetert.
Christen Unie 1.5 Bedrijfsvoering Wat staan we nu? Pag. 27 Vraag 8 Op pagina 27 wordt de bezetting weergegeven van 5,72 personen per 1.000 inwoners bij een formatie van 6,37 FTE per 1.000 inwoners en een externe inhuur van 25%. Zijn deze getallen aan elkaar te relateren en zo ja, hoe m.a.w. wat is het verband ertussen? Antwoord vraag 8: De genoemde cijfers zijn niet direct één op één met elkaar te relateren, omdat ze betrekking hebben op verschillende peildata en jaren. De formatie (6,37 FTE per 1.000 inwoners) is gebaseerd op de begroting 2026, de bezetting (5,72 FTE per 1.000 inwoners) op de stand van september 2025, en het percentage externe inhuur (25%) op het gerealiseerde jaar 2024 (publicatie in 2025). Op pagina 27 is de bezetting opgenomen in personen per 1.000 inwoners. Dit had bezetting FTE per 1.000 inwoners moeten zijn.
4
Er is een inhoudelijke samenhang tussen deze kerngegevens. De formatie geeft de totale beschikbare FTE-capaciteit weer, waarvan een groot deel wordt ingevuld door de interne bezetting. De bezetting wordt uitgedrukt in FTE’s, die niet allemaal een volledige FTE werken vanwege deeltijdcontracten. Het verschil tussen de formatie en de feitelijke bezetting (= vacatureruimte) wordt opgevangen door externe inhuur. Een deel van de externe inhuur is ter aanvulling van de bezetting, maar een ander deel heeft een tijdelijk karakter, bijvoorbeeld voor vervanging bij ziekte of voor moeilijk vervulbare functies.
PROGRAMMA VEILIGHEID (p. 29-38) VVD 2.1 Veiligheid Weke investeringen zitten in het programma? Pag. 34 Vraag 9 Is het zaaksysteem Atlas binnen de Drechtsteden de standaard? En hoe wordt het landelijk gebruikt? Antwoord vraag 9: Hoewel Atlas niet het standaard zaaksysteem is binnen de Drechtsteden, hebben meerdere gemeenten binnen de regio ervoor gekozen om dit systeem aan te schaffen. In Papendrecht is, in samenwerking met de privacy officers en informatieadviseurs, zorgvuldig onderzocht of Atlas het meest geschikte systeem is, of dat een alternatief beter zou aansluiten bij de lokale behoeften. Uit deze gezamenlijke beoordeling is gebleken dat Atlas het aangewezen zaaksysteem is voor Papendrecht. Thema’s waar Atlas onder andere voor wordt ingezet zijn ondermijning, mensenhandel, woonoverlast, jeugd & veiligheid en zorg & veiligheid. Daarnaast wordt Atlas ook landelijk door diverse gemeenten gebruikt, waaronder Gorinchem en Vlaardingen. Deze bredere toepassing onderstreept de betrouwbaarheid en functionaliteit van het systeem.
PROGRAMMA FYSIEKE LEEFOMGEVING (p. 39-60) VVD 3.4 Wonen, Bouwen en Duurzaamheid Ruimtelijke ordening Wat gaan we ervoor doen? Pag. 52 Vraag 10 Opstellen integrale aanpak vrijkomende locaties. Wat is hier de reden voor? Er ligt al een plan voor de Douwes Dekkerlaan. Loopt de ontwikkeling van deze locatie nu vertraging op doordat er eerst een integrale aanpak wordt opgesteld? Antwoord vraag 10: Het opstellen van een integrale aanpak vrijkomende locaties betreft de uitwerking van de in mei 2025 unaniem aangenomen motie “Vaart maken met herontwikkeling vrijkomende locaties”. Dit gaat over de locaties die vrijkomen na de oplevering van de nieuw VO scholen, de MFA en sportvoorzieningen in het Van der Palmgebied. Excelsior en ToBe zijn nu gevestigd aan de Douwes Dekkerlaan en verhuizen na oplevering van de MFA naar deze locatie. In de planning van de woningbouwontwikkeling aan de Douwes Dekkerlaan is van meet af aan al rekening gehouden met de planning en oplevering van de MFA. Daardoor zal bij het uitwerken van de motie “Vaart maken met herontwikkeling vrijkomende locaties” geen vertraging ontstaan in de ontwikkeling van de woningbouw aan de Douwes Dekkerlaan.
5
VVD 3.4 Wonen, Bouwen en Duurzaamheid Duurzaamheid Wat gaan we ervoor doen? Pag. 54 Vraag 11 We zetten in op toekomstbesteding bouwen. Betekend dit extra eisen bovenop het bouwbesluit? En zo ja welke extra eisen zijn dit dan? Antwoord vraag 11: Toekomstbestendig bouwen betekent dat we verder gaan dan de minimale eisen uit het BBL (Besluit bouwwerken leefomgeving). Voor particuliere ontwikkelingen hanteren we uitsluitend de wettelijke kaders, zodat haalbaarheid en realisatie niet in het gedrang komen. Bij gemeentelijke ontwikkelingen stellen we wel aanvullende eisen op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulariteit en natuurinclusief ontwerp. Daarbij zetten we in op flexibele en adaptieve constructies die met de tijd kunnen worden aangepast, zodat gebouwen mee kunnen groeien met veranderende behoeften.
CDA 3.5 Begraafplaatsen Pag. 55 Vraag 12 De consequenties van de gevraagde investering van Euro 4,5m t.b.v. onderhoud/herinrichting van onze Algemene Begraafplaats zijn uiteraard nog niet meegenomen in de Begroting 2026 en de daaropvolgende jaren. Zowel in 2024 als in 2025 waren de Lasten ruim een ton hoger dan de Baten. Vanaf 2026 t/m 2030 begroot u vlak een klein jaarlijks tekort van ruim 20k. Kunt u dat nader toelichten? Hoe gaan de cijfers van Baten en Lasten er voor de jaren 2026 t/m 2030 er uit zien als we als Raad positief gaan besluiten m.b.t. de gevraagde investering van € 4,5k? Antwoord vraag 12: De lasten vanaf 2026 zijn inderdaad lager ten opzichte van het jaren 2024 en 2025. Dit heeft te maken een lagere doorbelasting van de salariskosten, verlaging van het inhuurbudget (onderdeel ombuigingen) en dat er in 2024 en 2025 éénmalig onderzoekskosten zijn gemaakt voor de herinrichting van de begraafplaats. Indien het voorstel over de herinrichting van de begraafplaats wordt aangenomen, zal dit geen verschil uitmaken in het saldo van de baten en lasten begraafplaats zoals nu is opgenomen in de begroting. De hogere afschrijvingslasten wordt gedekt uit de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen en de maximale hogere rentekosten, groot € 25.000, wordt gedekt door verhoging van de grafrechten. Per saldo geen financieel begrotingseffect.
PROGRAMMA SAMENLEVING (p. 61-80) VVD Pag. 63 Vraag 13 Voorstellen lokaal te investeren in Sterk Papendrecht. Waar is de concrete toelichting en financiële uitwerking op dit punt te vinden?
6
Antwoord vraag 13: De voorstellen zijn nog niet uitgewerkt in Programmabegroting 2026 gemeente Papendrecht. Er komen signalen binnen dat het aantal en complexiteit van de meldingen en casussen zorg en veiligheid blijft toenemen. De gemeente voert nu gesprekken met de regionale- en lokale partners om de ontwikkelingen m.b.t. zorg en veiligheid en de impact op de keten te monitoren. Indien nodig wordt een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd.
THEMABLAD DUURZAAMHEID (p. 81-88) Geen technische vragen ingediend.
PARAGRAFEN (p. 89-164) ChristenUnie Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Benodigde weerstandscapaciteit Pag. 92 Vraag 14 Op pagina 92 wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend op € 20,7 miljoen. Op pagina 93 wordt bij de berekening van de weerstandsratio uitgegaan van een benodigd weerstandsvermogen van € 21.361.217. Hoe is dit verschil te verklaren? Antwoord vraag 14: Abusievelijk is in de inleidende tekst op pag. 92 onder het kopje ‘benodigde weerstandscapaciteit’ een bedrag van € 20,7 miljoen als benodigde weerstandscapaciteit vermeld. Hier had conform de tabel op pag. 93 onder het kopje ‘beoordeling weerstandsvermogen’ een bedrag van € 21,3 miljoen moeten staan.
FINANCIËLE BEGROTING (p. 165-202) D66 1. Inleiding – Financieel meerjarenperspectief 2026-2030 Pag. 168 Vraag 15 Het resultaat in 2028 is slechts € 33.000 positief (na incidentele lasten en baten: € 96.000). Hoe wordt voorkomen dat de nieuwe raad straks direct met tekorten wordt geconfronteerd en onmiddellijk ofwel moet bezuinigen ofwel lasten moet verhogen? Antwoord vraag 15: Meerjarig hebben we een overschot op de begroting van € 924.000 structureel (zie jaar 2030). Wanneer er in een tussenjaar een tekort ontstaat door nieuw beleid, autonome ontwikkelingen of tegenvallende Rijksinkomsten, dan zal dit met incidentele middelen moeten worden opgevangen.
ChristenUnie 5. Opgenomen stelposten Pag. 175 Vraag 16 Op pagina 175 wordt – terecht - een stelpost opgenomen voor de indexatie verbonden partijen voor de periode 2026 -2030, op welke basis is deze stelpost bepaald? Antwoord vraag 16: Deze stelpost is bepaald op basis van de meerjarenbegroting van de afzonderlijke verbonden partijen.
7
D66 7. Financiële positie 7.1 Incidentele baten en lasten Pag. 179 Vraag 17 Er staat dat tot en met 2026 incidentele dekking plaatsvindt van het Integraal Veiligheidsplan vanuit de algemene reserve van € 140.000. Wat gebeurt er (financieel) daarna? Antwoord vraag 17: Het huidige integraal veiligheidsplan loopt tot en met 2026. In 2026 wordt gestart met het schrijven van een nieuw integraal veiligheidsplan. Mocht daaruit blijken dat er extra middelen nodig zijn, dan zal integrale afweging plaatsvinden bij de perspectiefnota 2027.
D66 7. Financiële positie 7.1 Incidentele baten en lasten Pag. 182-185 Na drie jaar incidenteel wordt een post structureel. Vraag 18a Geldt dat altijd automatisch? Is het mogelijk dit te voorkomen/te wijzigen en zo ja, hoe? Antwoord vraag 18a: Nee, dat geldt niet automatisch. Wanneer er een duidelijke einddatum is afgegeven voor zowel de uitgaven als de inkomsten/dekking dan blijft deze post incidenteel aangemerkt. Een voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld de CDOKE-gelden waarvoor een beschikking is afgegeven. Het is duidelijk dat de regeling tot 2030 loopt en daarna stopt. Dat maakt deze regeling dus incidenteel van aard. Vraag 18b Welke incidenteel gefinancierde zaken lopen er nu, die vanaf 2026 of 2027 structureel (moeten) worden? Kan dit op een rij worden gezet en kan worden aangegeven om welk bedrag het gaat? Wij willen inzicht in hoe vaak het college dit toepast in hun voorstellen en het totale bedrag dat er structureel in de begroting gevonden moet worden als de (of een groot deel van de) incidentele uitgaven in 2026 of 2027 automatisch structureel moeten worden gefinancierd? Antwoord vraag 18b: Uitgangspunt is en blijft dat incidentele uitgaven gedekt kunnen worden met incidentele middelen en dat structurele uitgaven alleen met structurele middelen gedekt worden. Zo is dit ook in de voorliggende meerjarenbegroting opgenomen.
Incidentele uitgaven die in de begroting zijn opgenomen, worden nooit automatisch structureel. De keuze om een uitgaven structureel in de begroting op te nemen zal altijd plaatsvinden op basis van integrale afweging bij de perspectiefnota of begroting. Vraag 18c Op pag. 185 staat een van de vele voorbeelden: de uitvoeringsagenda eenzaamheid Join Us. Daar wordt aangegeven: “Incidentele verlenging tot en met 2026 geeft de tijd om te monitoren en evalueren.” Evalueren heeft alleen zin, als daarna gewijzigd of eventueel gestopt kan worden met een project, als iets niet werkt. Vraag hier is dus: kan er zonder kosten direct gestopt worden na 2026 of geldt hier dat er rechten zijn ontstaan na drie jaar? Antwoord vraag 18c: Het programma Join Us kan inderdaad tot en met het jaar 2026 kosteloos worden beëindigd. In 2026 vindt een evaluatie plaats, waarbij Join Us wordt beoordeeld op basis van gegevens uit het dashboard en de jaarlijkse evaluatiegesprekken. Deze evaluatie biedt een onderbouwde basis voor besluitvorming over eventuele (aangepaste) voortzetting of stopzetting.
8
D66 7. Financiële positie 7.1 Incidentele baten en lasten Beleidsadviseur Sociaal Domein Pag. 183 “De beleidsadviseur sociaal krijgt als grootste taak het sturen op samenwerking met Sterk Papendrecht.” Dit kost € 90.000 euro per jaar. Vraag 19a De samenwerking tussen Sterk Papendrecht en wie? Antwoord vraag 19a: In de gestelde vraag is één woord weggevallen, er staat: Deze beleidsadviseur krijgt als grootste taak het sturen op en samenwerken met Sterk Papendrecht. De sturing beperkt zich namelijk niet tot samenwerking (zie ook vraag 19b). Als het gaat om samenwerken, betreft dit samenwerking tussen gemeente en Sterk Papendrecht en andere betrokken maatschappelijke partners. Vraag 19b Wat zijn de doelen van deze ‘sturing op samenwerking’, wat moet er mee bereikt worden en hoe wordt bepaald of dat is gelukt eind 2026? Antwoord vraag 19b: Ervanuit gaand dat de zinsnede is ‘sturen op en samenwerken met Sterk Papendrecht’ luidt het antwoord: Sterk Papendrecht is een van de partners van wie wij opdrachtgever zijn op een groot aantal onderwerpen/beleidsvelden. Van belang is dat de gemeente en Sterk Papendrecht duidelijke afspraken met elkaar maken, zowel op de inhoud als kostenaspect van de opdracht. Hierbij werken we vanuit een zakelijk opdrachtgever-nemerschap. De beleidsadviseur zorgt er o.a.
voor dat de goede opdrachten geformuleerd worden en deze afgestemd, uitgevoerd, gemonitord en geëvalueerd worden. Hierdoor kan de gemeente sturen op de resultaten van de inspanningen/inzet van Sterk Papendrecht en kostenaspect. Daarnaast heeft de gemeenteraad de Samenlevingsvisie aangenomen vanwaar uit we willen werken. Sterk Papendrecht zal ook een nieuwe opdracht krijgen om te gaan werken vanuit deze Samenlevingsvisie. Het implementeren van de Samenlevingsvisie vraagt een meerjarige aanpak en inzet.
D66 7. Financiële positie 7.1 Incidentele baten en lasten Speelveldverkenning Sociaal Domein Pag. 183 Hier staat niet vermeld dat de afspraak die de wethouder heeft gemaakt (tijdens behandeling van de Perspectiefnota) met de raad was, dat bezuinigingsopties in beeld brengen één van de doelen is van deze speelveldverkenning? Vraag 20a Klopt dat? Antwoord vraag 20a: De wethouder heeft tijdens de behandeling van de perspectiefnota aangegeven dat de bedoeling van de speelveldverkenning is om meer zicht te krijgen op wat doen we, wie doet wat en wat levert het op. Daarbij worden de uitgaven in beeld gebracht met aandacht voor de wettelijke en niet-wettelijke taken. Met de uitkomsten zal er gekeken worden om waar mogelijk tot een efficiencyslag op de inzet en middelen te komen, wat kan leiden tot besparingen. Vraag 20b Wanneer ontvangt de raad de opdrachtformulering voor deze speelveldverkenning?
9
Antwoord vraag 20b: De opdrachtformulering voor de speelveldverkenning wordt in het laatste kwartaal van 2025 afgerond. En gaat daarna ter informatie naar de raad. D66 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld Taakveld Bestuur en ondersteuning Pag. 195 Vraag 21 We zien in 2025 een eenmalig bedrag staan in de meerjarenontwikkeling van rond de 30 miljoen euro, verklaard door “mutaties reserve”. Kan dit worden toegelicht. Wat is dit, wat is hiervan het doel/de reden? Antwoord vraag 21: Dit betreft de stortingen (lasten) in de reserves. In dit geval betreft dit onder ander de storting van € 27 mln. in de Bestemmingsreserve Kapitaallasten voor de dekking van de kapitaallasten van VO-scholen en de storting van € 2,7 mln. in de bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen.
D66 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld Taakveld Economie Pag. 197 Vraag 22 Als we kijken naar de tabel Taakveld Economie, zien we een financieel perspectief waar de lasten van 2,9 miljoen in 2024 naar 1,6 miljoen in 2030 gaan. De budgetten van vrijwel alle andere taakvelden stijgen in die jaren. De uitgaven aan ‘economische ontwikkeling’ dalen zelfs met meer dan de helft van het budget. Als wij denken aan de boodschap van Smart Delta Drechtsteden dat de economische ontwikkeling en brede welvaart al twintig jaar achterblijft in de Drechtsteden bij de landelijke trend, vragen wij ons af of daar niet eerder méér in plaats van minder geld naartoe moet? Waarop is gebaseerd dat de uitgaven zo sterk zullen en kunnen dalen op het taakveld economie? Antwoord vraag 22: In 2024 zijn de panden Veerpromenade 3 t/m en 23 verkocht. Beide panden hadden nog een boekwaarde van gezamenlijk € 1,3 mln. Dit betekent voor het jaar 2024 een eenmalige lastenverzwaring. De hogere uitgaven zijn overigens in de jaarrekening 2024 ruimschoots gedekt door de verkoopopbrengsten.
CDA 8. Meerjarig overzicht baten en lasten per taakveld Taakveld Onderwijs Pag. 197 We hebben als CDA uiteraard met meer dan gemiddelde interesse de ontwikkeling van de Lastenkant voor de komende jaren bekeken. Zoals verwacht zien we de Lasten vanaf 2024 tot 2030 stijgen van een initiële 1,5m in 2024 tot bijna 6m in 2030. We zien hier in oplopende mate de kosten van rente, aflossing en onderhoud(?) stijgen naar de mate waarmee de investeringen in onze VO-scholen, Sportaccommodaties en MFA concreter worden qua uitvoering. De vragen die wij hebben zijn: Vraag 23a Waarom stijgen de Huisvestingskosten tussen 2024 en 2025 met 475k en dalen deze (eenmalig) met 120k tussen 2025 en 2026?
10
Antwoord vraag 23a: De afwijking tussen 2024 en 2025 is het verschil tussen de werkelijke lasten die in de jaarrekening 2024 zijn verantwoord en de begrootte lasten over 2025. De stijging van 2025 ten opzichte van de realisatie van 2024 wordt veroorzaakt door de toename van de kapitaallasten uit de investering tijdelijk leslokalen De Lage Waard en interne doorbelasting van salarislasten. De daling van de lasten tussen 2025 en 2026 heeft te maken met de actualisatie van de realisatie van het integraal huisvestingsplan waarin de kapitaallasten opnieuw zijn berekend over de komende jaren Dit levert in 2026 een eenmalig voordeel op. Vraag 23b Verder zouden wij graag een zo goed mogelijke uitleg/onderbouwing ontvangen m.b.t. de ingeplande Lasten voor Onderwijshuisvesting vanaf 2027 t/m 2030? En hoe zeker kunnen wij zijn van deze voorziene Lastenstijgingen? Antwoord vraag 23a: In het raadsvoorstel “Van der Palmgebied – Stedenbouwkundig opzet” (raad van 3 juli 2025) wordt een overzicht gegeven van de ingeplande lasten onderwijshuisvesting 2025 tot en met 2032. Op basis van deze cijfers is de begroting hierop aangepast. Uitgaande van de investeringsruimte die de raad beschikbaar heeft gesteld, zijn deze lastenstijgingen voorzien in de meerjarenbegroting.
OVERIGE VRAGEN CDA Herinrichting Raadszaal Vraag 24 Wij nemen aan dat U nog geen reserveringen/voorzieningen heeft meegenomen voor de Herinrichting van de Raadszaal in deze Begroting 2026 en de daarop volgende jaren. Wat zouden de financiële consequenties voor de komende 5 jaren zijn van deze eventuele investering? Antwoord vraag 24: Ja dat klopt. Er zijn in de Begroting 2026 geen reserveringen of voorzieningen opgenomen voor de herinrichting van de raadszaal. Voor de komende jaren zijn twee varianten uitgewerkt: • Variant 1 (met behoud van de kolom): geschatte investering ca. € 880.000 (ca. € 60.000 per jaar aan kapitaallasten gedurende 25 jaar bouwtechnisch en voorbereiding en 5 jaar op installatiekosten). • Variant 2 (minder bouwtechnisch ingrijpend): geschatte investering ca. € 480.000 (ca. € 38.000 per jaar aan kapitaallasten gedurende 25 jaar bouwtechnisch en voorbereiding en 5 jaar op installatiekosten). De uiteindelijke financiële consequenties zijn afhankelijk van de te maken keuze en het bijbehorende uitvoeringsmoment.
CDA Digitale dienstverlening Vraag 25 Wat wordt er gedaan m.b.t. Digitale Dienstverlening in Begroting 2026? Is hiervoor een bedrag gereserveerd en zo ja, hoeveel? Antwoord vraag 25: Er is geen apart bedrag bij digitale dienstverlening begroot. Het beschikbaar stellen van bijvoorbeeld E-diensten zorgt ervoor dat elders kosten worden bespaard (tijd aan de balie). Uitsluiten dat er in de toekomst budget nodig is (denk aan investeringen in software om andere vormen van digitalisering mogelijk te maken) is niet uit te sluiten maar op dit moment nog niet voorzien.
11
CDA Overige geplande investeringen Vraag 26 Welke investeringen zijn er nog meer begroot voor 2026 en welke staan er op de lijst, die in de komende jaren gedaan moeten worden met de bijbehorende bedragen? Antwoord vraag 26: Voor de investeringen die vanaf 2026 begroot zijn wordt verwezen naar pag. 192 – 7.6 Investeringsprogramma 2026-2030.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
J.M. Ansems Algemeen directeur
12