CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D09. 20241024 bijlage 2 rapport Deloitte second opinion investeringen.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 21 november 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken9.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Deloitte Accountants B.V. Wilhelminakade 1 3072 AP Rotterdam Postbus 2031 3000 CA Rotterdam Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht T.a.v. de heer M. Penders Markt 22 3351 PB Papendrecht

Datum

Ons kenmerk

24 oktober 2024

GEM01239-01-01-01-1000

Onderwerp

Impact investeringen in nieuwbouw VO-scholen c.a. op ontwikkeling financiële beleidskengetallen periode 2025 tot en met 2034 Geachte heer Penders, Voor u ligt onze rapportage waarin wij, conform uw opdracht, de impact van de (voorgenomen) investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen c.a. op de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen (welke op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (hierna: BBV) zijn voorgeschreven) voor de periode 2025 tot en met 2034 in beeld hebben gebracht. Wij hebben onze rapportage als volgt ingedeeld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Uw vraagstelling. Achtergrond van uw vraagstelling. Met welke scenario’s is gerekend? Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten en veronderstellingen waarvan is uitgegaan bij de berekeningen? Hoe verloopt de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor de jaren 2025 tot en met 2034? Welke observaties zijn te maken bij de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor de jaren 2025 tot en met 2034?

Wij brengen nog het volgende onder uw aandacht: onze (advies)diensten en werkzaamheden zijn en worden niet uitgevoerd in het kader van een assurance opdracht. Wij verstrekken derhalve geen zekerheid omtrent de getrouwheid van de door ons gebruikte en verwerkte (financiële) informatie en de uitkomsten van onze berekeningen c.a. De verantwoordelijkheid met betrekking tot beheers- en beleidsbeslissingen naar aanleiding van onze werkzaamheden blijft te allen tijde voorbehouden aan de gemeente Papendrecht als opdrachtgever voor onze werkzaamheden. 1.Uw vraagstelling U heeft ons gevraagd een objectieve (financiële) doorrekening te maken van de impact van de (voorgenomen) investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen c.a. op de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor de periode 2025 tot en met 2034. Bij de bespreking van de opdracht heeft u ons gevraagd in onze werkzaamheden en/of rapportage rekening te houden met de volgende aspecten: 1.

De ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen over een langere periode dan gebruikelijk. > Vanuit het BBV is een gemeente verplicht om een meerjarenbegroting inclusief een overzicht van de

Op alle opdrachten verricht door Deloitte, behoudens M&A Diensten, zijn de Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 24362837 van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is een zogenoemde affiliate van Deloitte NSE LLP en maakt onderdeel uit van het internationale netwerk van Deloitte Touche Tohmatsu Limited.

2 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen op te stellen voor een periode van 4 jaar (begrotingsjaar en de 3 daaropvolgende begrotingsjaren). Wij hebben een doorrekening gemaakt van de ontwikkeling van de kengetallen voor de periode 2025 tot en met 2034. 2.

Uitwerken van verschillende scenario’s waarmee rekening te houden is bij de investering in nieuwbouw van de VO-scholen. > Kortheidshalve verwijzen wij hiervoor naar met name paragraaf 3 en 5 van deze rapportage.

3.

Inzichtelijk maken van het dekkingsplan voor deze investering en weergave van nog te beïnvloeden aspecten. > Het dekkingsplan is in het verleden zelf opgesteld door uw gemeente. Bij de doorrekening hebben wij, indien en voor zover nodig, de elementen uit het dekkingsplan “doorgetrokken” tot en met 2034 en hebben wij rekening gehouden met de uitkomsten hiervan.

2.Achtergrond van uw vraagstelling De gemeente Papendrecht onderzoekt momenteel de plannen en mogelijkheden om te komen tot de realisatie van nieuwbouw voor de schoolgebouwen c.a. voor de beide VO-scholen binnen uw gemeente, te weten de Christelijke Scholengemeenschap De Lage Waard en het Willem de Zwijgercollege. Daarnaast heeft uw gemeente in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12) een overzicht opgenomen van (grote) projecten welke de komende periode in onderzoek worden genomen en welke eventueel kunnen leiden tot investeringen in de nabije toekomst. De specificatie van deze projecten en de daarbij behorende investeringsbedragen die in de verschillende (hoofd)scenario’s in de berekeningen zijn betrokken is opgenomen in bijlage 4 bij dit rapport. De beide hiervoor genoemde ontwikkelingen en de hiermee gepaard gaande (eventuele) investeringen c.a. zijn vooralsnog niet opgenomen in de meerjarenbegroting 2025-2028. Dat is logisch omdat de gemeenteraad hierover ook nog geen besluiten heeft genomen.

Gezien de te verwachten grote (financiële) impact van dergelijke projecten op de begroting en de financiële positie van de gemeente heeft u ons gevraagd uw gemeente te ondersteunen bij het doorrekenen van impact van de investeringen (wanneer deze allen doorgang zouden gaan vinden) op de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen van uw gemeente voor de periode 2025 tot en met 2034. Om dit prognosebeeld te kunnen schetsen dient uiteraard van een aantal uitgangspunten en veronderstellingen te worden uitgegaan. De belangrijkste hiervan hebben wij in paragraaf 4 opgenomen. In bijlage 1 bij dit rapport zijn deze uitgangspunten en veronderstellingen meer in detail uitgewerkt. 3.Met welke scenario’s is gerekend? Conform uw wens is een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor 3 hoofdscenario’s (hierna aangeduid met A tot en met C): ➢ ➢ ➢

Scenario A: in dit scenario is uitgegaan van het realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12). Scenario B: in dit scenario is alleen uitgegaan van het realiseren van de investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen. Scenario C: in dit scenario is uitgegaan van het realiseren van de investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als de overige (wenselijke/voorgenomen) investeringen in het zogenaamde “van der Palm-gebied” (vestigingslocatie van het Willem de Zwijgercollege).

3 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Door uit te gaan van deze scenario’s kan op hoofdlijnen de “bandbreedte” (waarbij scenario A kan worden gezien als een “maximum-variant”, scenario B als een “minimum-variant” en scenario C als een “tussen-variant”) worden geschetst waarbinnnen de financiële beleidskengetallen zich naar verwachting zullen ontwikkelen en geeft dit het college en de gemeenteraad het inzicht hierin. Tevens is dit inzicht ook van belang voor (het overleg met) de Provincie Zuid-Holland als financieel toezichthouder. Daarnaast heeft uw gemeente ook verzocht om voor de investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen de impact op de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen in 4 “sub-scenario’s” door te rekenen. Dit betreft de volgende sub-scenario’s: 1.

2.

3.

4.

Uitgaan van realisatie van het volledige programma volgens de door HEVO in april 2024 opgestelde investeringskostencalculaties voor de beide VO-scholen van circa € 128,5 miljoen met een rente van 3% voor de voor de realisatie aan te trekken projectfinanciering. Uitgaan van realisatie van het volledige programma volgens de door HEVO in april 2024 opgestelde investeringskostencalculaties voor de beide VO-scholen van circa € 128,5 miljoen met een rente van 4% voor de voor de realisatie aan te trekken projectfinanciering. Uitgaan van realisatie van het programma volgens de door HEVO in april 2024 opgestelde investeringskostencalculaties voor de beide VO-scholen exclusief de componenten “ENG”, “circulair” en “groene daken”, leidend tot een investeringsbedrag van circa € 117,6 miljoen met een rente van 3% voor de voor de realisatie aan te trekken projectfinanciering. Uitgaan van realisatie van het programma volgens de door HEVO in april 2024 opgestelde investeringskostencalculaties voor de beide VO-scholen exclusief de componenten “ENG”, “circulair” en “groene daken”, leidend tot een investeringsbedrag van circa € 117,6 miljoen met een rente van 4% voor de voor de realisatie aan te trekken projectfinanciering.

De verschillende scenario’s zijn in de volgende tabel samengevat weergegeven:

Nr scenario

Investering VO-scholen

Investeringen overig

Rentepercentage projectfinanciering

A1

128,5 mln

104,3 mln

3%

A2

128,5 mln

104,3 mln

4%

A3

117,6 mln

104,3 mln

3%

A4

117,6 mln

104,3 mln

4%

B1

128,5 mln

0 mln

3%

B2

128,5 mln

0 mln

4%

B3

117,6 mln

0 mln

3%

B4

117,6 mln

0 mln

4%

C

128,5 mln

35,8 mln

3%

4 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Omwille van de duidelijkheid hebben wij in het rapport voor de scenario’s A1, B1 en C de impact op de financiële beleidskengetallen en de resultaatsontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Een overzicht van de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen en de resultaatsontwikkeling voor de jaren 2025 tot en met 2034 voor alle 9 scenario’s hebben wij ter informatie in bijlage 2 bij dit rapport opgenomen. 4. Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten en veronderstellingen waarvan is uitgegaan bij de berekeningen? Investeringen: ❖ De meeste investeringscalculaties c.a. zijn gebaseerd op het huidig prijspeil. Er is dus nog geen rekening gehouden met een stijging van bouwkosten c.a. in de komende jaren. In de investeringscalulatie van HEVO voor de nieuwbouw van de VO-scholen is een bedrag van circa € 11,4 miljoen ingerekend voor de verwachte stijging bouwkosten tijdens de bouwperiode. ❖ Voor het vastgoed- en accommodatiebeleid is eerder een onderzoeksrapportage uitgebracht, maar er moeten naar aanleiding hiervan nog keuzes worden gemaakt die in een uitvoeringsprogramma moeten worden doorgerekend. Als gevolg hiervan kunnen er hiervoor nog geen financiële effecten worden doorgerekend.

❖ Voor de berekening van de jaarlijkse kapitaallasten voor de nieuwbouw van de VO-scholen is in de scenario’s A1, B1 en C uitgegaan van een investeringsbedrag van totaal € 128,5 miljoen, een projectfinancieringsrente van 3% (ook tijdens de bouw) en een lineaire afschrijving o.b.v. een economische levensduur van 60 jaar m.i.v. 2033 (verondersteld jaar van ingebruikneming van de nieuwbouw). ❖ Naast investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen ad € 128,5 miljoen (in de scenario’s A1, B1 en C) is in de scenario’s A1 tot en met A4 (als ook deels in scenario C) rekening gehouden met de investeringen a.g.v. de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12). Daarnaast is nog rekening gehouden met aanvullende investeringen voor de van der Palmlocatie t.b.v. (grond/locatie)verwervingen, de aanleg en inrichting van het openbaar gebied en de realisatie van parkeervoorzieningen. Deze investeringsbedragen zijn ontleend aan de “voorkeursvarianten” die zijn aangedragen vanuit de project/stuurgroep. Voor de berekening van de kapitaallasten i.v.m. deze investeringen is uitgegaan van een financieringsrente van 3% (ook tijdens de realisatie) en een lineaire afschrijving o.b.v. een economische levensduur van 40 jaar m.i.v. het veronderstelde jaar van ingebruikneming van de desbetreffende investering.

❖ De investeringsbedragen voor een eventuele multifunctionele accommodatie (MFA) en een sporthal zijn ontleend aan de meest recente opgave van Synarchis (september 2024). ❖ Er is geen rekening gehouden met mogelijke opbrengsten vanuit de realisatie van woningbouw op de locatie van der Palmgebied/Willem de Zwijger-college, één van de vrijkomende huidige locaties van scholengemeenschap De Lage Waard en eventuele andere vrijkomende locaties in de gemeente. Bedacht moet worden dat, wanneer dergelijke opbrengsten in de toekomst ontstaan, het veelal zal gaan om incidentele opbrengsten welke met name kunnen zorgen voor een uit treasury-oogpunt belangrijke inkomende geldstroom (NB: wanneer dergelijke incidentele inkomende geldstromen aangewend kunnen worden voor (extra) aflossing op de aangetrokken geldleningen dragen zij wel bij aan een daling van de structurele rentelasten). ❖ Er is geen rekening gehouden met een eventuele jaarlijkse (en dus structurele) bijdrage van de VOscholen in de dekking van de (kapitaal)lasten voor de nieuwbouw. Eigen vermogen (reserves) en resultaat: ❖ Er is geen rekening gehouden met de financiële effecten van ombuigingen. Gezien het geprognosticeerde verloop van het begrotingsresultaat t/m 2034 lijken ombuigingen onvermijdelijk te zijn teneinde tot een structureel sluitende (meerjaren)begroting te kunnen komen.

De Provincie Zuid-Holland zal dat, naar verwachting, vanuit haar toezichtsrol ook eisen.

5 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 ❖ De gemeente muteert in het geprognosticeerde verloop van de omvang van het Eigen Vermogen (hierna: EV) wel de geprognosticeerde mutaties in het EV, maar niet het geprognosticeerde jaarlijkse begrotingsresultaat. Hierdoor hanteert de gemeente dus impliciet het uitgangspunt dat een nadelig begrotingsresultaat moet worden gecompenseerd met lastenbesparingen/ombuigingen. ❖ Verondersteld is dat de omvang van de Algemene Uitkering Gemeentefonds (hierna: AU GF) vanaf 2030 jaarlijks toeneemt met 2,8%. Tevens is verondersteld dat als gevolg hiervan het begrotingsresultaat jaarlijks verbetert met 20% van de (cumulatieve) toename van de omvang van de AU GF, omdat immers een belangrijk deel van de toename AU GF nodig is om de loon- en prijsstijging van de begrote lasten te kunnen dekken. Hiermee is impliciet verondersteld dat er jaarlijks sprake is van een reële groei van de AU GF (volume- en LPO (loon- en prijsontwikkeling)-groei). ❖ Vanaf 2022 wordt in een “dekkingsplan” in de begroting reeds geanticipeerd (“gespaard”) voor de verwachte toename van de kapitaallasten i.vm. toekomstige investeringen. Dit dekkingsplan is “doorgetrokken” voor de jaren 2030 tot en met 2034.

Dit betekent bijvoorbeeld dus dat de boveninflatoire verhoging van 1,5% voor de OZB-opbrengst en het jaarlijks extra “claimen” € 0,1 miljoen van de toename van de AU GF ook in die jaren nog doorlopen. Vanaf 2033 komt daar nog een jaarlijkse onttrekking van € 457.000 aan de reserve Eneco-gelden (gedurende 60 jaar) bij. ❖ Als gevolg hiervan is/wordt de geprognosticeerde toename van de (kapitaal)lasten i.v.m. de investeringen in de nieuwbouw VO-scholen en de (evt.) additionele investeringen reeds voor een deel in de begroting ”gedekt”. Langlopende geldleningen/financiering: ❖ Verondersteld is dat het bedrag van de voorgenomen investeringen telkens volledig extern gefinancierd moet worden, waarbij in het jaar van investeren ook het benodigde leningsbedrag wordt aangetrokken. ❖ De veronderstelde looptijden van de aan te trekken geldleningen zijn 40 jaar voor de financiering nieuwbouw VO-scholen en 30 jaar voor de financiering additionele investeringen. ❖ Verondersteld is dat met (lineair) aflossen op de aangetrokken geldleningen voor de nieuwbouw VOscholen wordt gestart in 2033 (veronderstelde moment van ingebruikneming scholen als ook het veronderstelde moment van start afschrijving).

❖ Verondersteld is dat met (lineair) aflossen op de aangetrokken geldleningen voor de additionele investeringen wordt gestart in het jaar na het realiseren van de desbetreffende investeringen (veronderstelde moment van ingebruikneming als ook het veronderstelde moment van start afschrijving). 5.Hoe verloopt de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor de jaren 2025 tot en met 2034? NB: Zie bijlage 3 voor een toelichting op de betekenis/berekeningswijze van de financiële beleidskengetallen en de “signaalwaarden” welke de toezichthouder (i.c. de Provincie Zuid-Holland) hiervoor hanteert. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van de gemeente. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtkader waarin signaleringswaarden staan hoe de kengetallen te interpreteren zijn. In de tabel hieronder staan de signaleringswaarden voor de financiële kengetallen opgenomen (bron: GTK 2020 gemeenten)

6 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Scenario A1: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12); Investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; Financieringsrente 3%

Scenario A1 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 76% 94% 107% 136% 176% 196% 207% 226% 228% 222% 32% 63% 50% 69% 84% 115% 157% 179% 192% 213% 217% 212% 51% 44% 45% 41% 38% 32% 26% 24% 22% 20% 19% 19% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -1,34% -2,01% -2,21% -2,18% -3,30% -3,54% 96,44% 100,00%

Resultaatsontwikkeling scenario A1 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -1.366

2030 -2.302

2031 -2.603

2032 -2.632

2033 -4.106

2034 -4.531

7 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Scenario B1: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alleen investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen; Investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; Financieringsrente 3%

Scenario B1

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 72% 84% 92% 117% 153% 169% 174% 177% 172% 167% 32% 63% 46% 59% 69% 96% 134% 152% 160% 164% 161% 157% 51% 44% 47% 43% 41% 35% 29% 26% 25% 24% 24% 24% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,63% -0,63% -0,32% -1,22% -0,58% 96,44% 100%

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Resultaatsontwikkeling scenario B1 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -720

2031 -741

2032 -385

2033 -1.519

2034 -745

Scenario C: ✓

✓ ✓

Realiseren van de investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen alsmede van de hieraan “verwante” investeringen, met name in het zogenaamde “van der Palm-gebied” (vestigingslocatie van het Willem de Zwijgercollege); Investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; Financieringsrente 3%

8 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Scenario C Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 74% 86% 95% 119% 155% 171% 179% 197% 200% 193% 32% 63% 48% 61% 71% 98% 136% 154% 164% 185% 189% 183% 51% 44% 46% 43% 40% 35% 29% 26% 25% 22% 21% 21% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,66% -0,66% -0,44% -1,53% -1,74% 96,44% 100%

Resultaatsontwikkeling scenario C (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -757

2031 -778

2032 -527

2033 -1.901

2034 -2.226

6.Welke observaties zijn te maken bij de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen voor de jaren 2025 tot en met 2034? ▪

▪

▪

▪

De netto schuldquote ontwikkelt zich tot en met 2033 in alle scenario’s tot ruim boven de als risicovol bestempelde signaalwaarde van 130%. In scenario A1 zelfs tot zeer ruim daarboven. Bij ongewijzigde omstandigheden mag verwacht worden dat de schuldquote vanaf 2034 een jaarlijkse daling in zal kunnen zetten, omdat vanaf dat moment (meer) op de leningen afgelost wordt (maar ook moet worden). De solvabiliteit ontwikkelt zich in alle scenario’s tot en met 2034 tot ongeveer de als risicovol bestempelde signaalwaarde van 20%. In scenario A1 zelfs nog tot iets daaronder. Bij ongewijzigde omstandigheden mag verwacht worden dat de solvabiliteit vanaf 2035 jaarlijks weer licht zal kunnen stijgen, omdat vanaf dat moment het balanstotaal zal dalen als gevolg van een afnemend schuldrestant op de langlopende leningen. De structurele exploitatieruimte ontwikkelt zich tot en met 2034 in alle scenario’s negatief. Zonder het treffen van structurele lastenbesparingen/ombuigingen, die ervoor zorgen dat het jaarlijkse structurele begrotingsresultaat minimaal 0 bedraagt, kunnen de geprognosticeerde kapitaallasten van de voorgenomen investeringen (zowel in de nieuwbouw VO-scholen als ook in de overige projecten) niet worden gedekt. De resultaatsontwikkeling laat per scenario zien hoe het resultaat zich nadelig ontwikkelt a.g.v. de ingerekende investeringen.

De nadelige resultaten geven een indicatie van de omvang van de benodigde structurele lastenbesparingen/ombuigingen om ervoor te zorgen dat het jaarlijkse structurele begrotingsresultaat minimaal 0 bedraagt.

9 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 •

•

•

•

•

•

Het toekomstig verloop van het kengetal belastingcapaciteit kan niet goed worden geprognosticeerd. In de begroting 2025-2028 is aangegeven dat de belastingcapaciteit 2025 uitkomt op circa 96% van het landelijk gemiddelde. Bedacht moet worden dat bij het structureel door blijven voeren van een boveninflatoire stijging van de OZB-opbrengst met jaarlijks 1,5% op enig moment de belastingcapaciteit mogelijk door kan stijgen naar boven de 100%. Zoals hierboven blijkt ontwikkelen alle financiële beleidskengetallen zich in alle scenario’s in de periode tot en met 2034 naar risicovolle signaalwaarden. In scenario A1 met name voor wat betreft de netto schulquote zelfs tot ver boven de risicovolle signaalwaarde. Verwacht mag worden dat de Provincie ZuidHolland als financieel toezichthouder hier ook een oordeel over zal hebben. Het is dan ook raadzaam om tijdig, transparant en pro-actief met de Provincie Zuid-Holland af te stemmen. Bespreek de plannen, investeringsagenda e.d. met hen en neem hen ook mee in de ontwikkeling van de kengetallen op de langere termijn. In dit verband is het realiseren van een structureel (op zijn minst) sluitende realistische meerjarenbegroting “key” en vanuit politiek-bestuurlijk oogpunt (gemeenteraad en college) als ook vanuit het financieel toezicht door de Provincie Zuid-Holland noodzakelijk.

Uit de geïnventariseerde investeringsagenda blijkt voor de komende 10 jaar een groot investeringsvolume en een groot aantal omvangrijke en complexe projecten. Dat roept de vraag op of het realistisch en haalbaar is om dit allemaal te kunnen realiseren (voldoende personele capaciteit, procedureel, procesmatig, financieel, planningstechnisch etc.). Een reële(re) (her)prioritering met bijvoorbeeld het over een langere termijn en meer “achter elkaar” plannen en uitvoeren van investeringsprojecten c.a. lijkt noodzakelijk. Gezien de verwachte (vooralsnog) nadelige begrotingsresultaten en de forse toename van het leningenvolume (met aanzienlijk meer rente- en aflossingsverplichtingen) is het van groot belang om de ontwikkeling van de operationele kasstromen adequaat te bewaken. De jaarlijkse rente-en aflossingsverplichtingen zullen hieruit immers betaald moeten kunnen worden. Een stringente treasuryprognose- en bewaking is derhalve zeer belangrijk. Het kengetal “grondexploitatie” speelt geen belangrijke rol. De gemeente voorziet op dit moment en voorlopig geen belangrijke ontwikkelingen op het vlak van grondexploitaties.

Wij vertrouwen erop u met deze rapportage en werkzaamheden van dienst te zijn geweest. Uiteraard zijn wij te allen tijde bereid u hierop een nadere toelichting te geven en vragen van u hierover te beantwoorden. Met vriendelijke groeten, Deloitte Accountants B.V.

Drs. F.P. (Frank) Smilde RA Director

10 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Bijlagen: -

Bijlage 1: uitgangspunten en veronderstellingen waarvan bij de berekening van de financiële beleidskengetallen uit is gegaan. Bijlage 2: samenvattend overzicht van de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen en de resultaatsontwikkeling voor de jaren 2025 tot en met 2034 voor alle 9 scenario’s. Bijlage 3: toelichting op de betekenis/berekeningswijze van de financiële beleidskengetallen en de “signaalwaarden” welke toezichthouders hiervoor hanteren. Bijlage 4: specificatie van de “overige” projecten en de daarbij behorende investeringsbedragen die, naast de investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen, in de berekeningen zijn betrokken.

11 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Bijlage 1: uitgangspunten en veronderstellingen waarvan bij de berekening van de financiële beleidskengetallen uit is gegaan. Algemeen: • Er is geen rekening gehouden met mogelijke opbrengsten vanuit de realisatie van woningbouw op de locatie van der Palmgebied/Willem de Zwijger-college, één van de vrijkomende huidige locaties van scholengemeenschap De Lage Waard en eventuele andere vrijkomende locaties in de gemeente. Bedacht moet worden dat, wanneer dergelijke opbrengsten in de toekomst ontstaan, het veelal zal gaan om incidentele opbrengsten welke met name kunnen zorgen voor een uit treasury-oogpunt belangrijke inkomende geldstroom (NB: wanneer dergelijke incidentele inkomende geldstromen aangewend kunnen worden voor (extra) aflossing op de aangetrokken geldleningen dragen zij wel bij aan een daling van de structurele rentelasten). • Er is geen rekening gehouden met een eventuele jaarlijkse bijdrage van de VO-scholen in de dekking van de (kapitaal)lasten voor de nieuwbouw. • De meeste investeringscalculaties c.a. zijn gebaseerd op het huidig prijspeil. Er is dus nog geen rekening gehouden met een stijging van bouwkosten c.a. in de komende jaren. In de investeringscalulatie van HEVO voor de nieuwbouw van de VO-scholen is een bedrag van circa € 11,4 miljoen ingerekend voor de verwachte stijging bouwkosten tijdens de bouwperiode.

• Voor het vastgoed- en accommodatiebeleid is eerder een onderzoeksrapportage uitgebracht, maar er moeten naar aanleiding hiervan nog keuzes worden gemaakt die in een uitvoeringsprogramma moeten worden doorgerekend. Als gevolg hiervan kunnen er hiervoor nog geen financiële effecten worden doorgerekend. • Er is geen rekening gehouden met de financiële effecten van ombuigingen. Gezien het geprognosticeerde verloop van het begrotingsresultaat t/m 2034 zijn ombuigingen onvermijdelijk teneinde tot een structureel sluitende (meerjaren)begroting te komen. De Provincie Zuid-Holland zal dat, naar verwachting, vanuit haar toezichtsrol ook eisen. Verloop post Materiële Vaste Activa (MVA) • Voor de investeringen in de nieuwbouw van de 2 VO-scholen (De Lage Waard en Willem de Zwijger) is uitgegaan van de meest recent beschikbare investeringscalculaties van HEVO (april 2024). Deze calculaties zijn opgesteld o.b.v. prijspeil januari 2024. In deze calculaties is een reserveringsbedrag van circa € 11,4 miljoen opgenomen voor een indexatie van de bouwkosten tijdens de bouwperiode. Daarnaast is in deze calculaties rekening gehouden met investeringen in ENG, circulair en groene daken.

• Voor de berekening van de jaarlijkse kapitaallasten voor de nieuwbouw van de VO-scholen is in de scenario’s A1 en B1 uitgegaan van een investeringsbedrag van totaal € 128,5 miljoen, een projectfinancieringsrente van 3% (ook tijdens de bouw) en een lineaire afschrijving o.b.v. een economische levensduur van 60 jaar m.i.v. 2033 (verondersteld jaar van ingebruikneming van de nieuwbouw). • Naast investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen ad € 128,5 miljoen (in de scenario’s A1, B1 en C) is in de scenario’s A1 tot en met A4 rekening gehouden met de investeringen a.g.v. de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12). Daarnaast is nog rekening gehouden met aanvullende investeringen voor de van der Palmlocatie t.b.v. (grond/locatie)verwervingen, de aanleg en inrichting van het openbaar gebied en de realisatie van parkeervoorzieningen. Deze investeringsbedragen zijn ontleend aan de “voorkeursvarianten” die zijn aangedragen vanuit de project-/stuurgroep. Voor de berekening van de kapitaallasten i.v.m. deze investeringen is uitgegaan van een financieringsrente van 3% (ook tijdens de realisatie) en een lineaire afschrijving o.b.v. een economische levensduur van 40 jaar m.i.v. het veronderstelde jaar van ingebruikneming van de desbetreffende investering.

12 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 •

• •

De investeringsbedragen voor een eventuele multifunctionele accommodatie (MFA) en een sporthal zijn ontleend aan de meest recente opgave van Synarchis (september 2024). Voor de berekening van de kapitaallasten i.v.m. deze investeringen is uitgegaan van een aanvang hiervan m.i.v. 2034 (het veronderstelde jaar van ingebruikneming van de nieuwbouw). V.w.b. de (jaarlijkse) vervangingsinvesteringen is er van uit gegaan dat deze zich ook na 2029 voor jaarlijkse dezelfde investeringsbedragen voor blijven doen. V.w.b. de “reguliere” investeringen is, conform opgave gemeente, uitgegaan van een jaarlijks investerings- en afschrijvingsbedrag van respectievelijk € 5 mln en € 4 mln.

Verloop post Financiële Vaste Activa (FVA): • Vertrekpunt is geweest het van de gemeente verkregen bestand verloop FVA leningen 2025-2028 dat de gemeente heeft samengesteld t.b.v. het opstellen van de begroting 2025-2028. De cijfers uit dit bestand zijn vervolgens “doorgetrokken” voor de jaren 2029-2034. Hierbij hebben wij niet gekeken naar de cijfers uit voorgaande jaren. • Vanwege de jaarlijkse aflossingen die op de verstrekte leningen plaatsvinden dalen jaarlijks de rentebaten. Verondersteld is dat hiertegenover ook dalende rentelasten staan. Er is dus per saldo geen begrotingseffect verondersteld. Verloop posten voorraden (vnl. bouwgrondexploitatie), uitzettingen < 1 jaar, liquide middelen en overlopende activa: • O.b.v. informatie van de gemeente zijn er vooralsnog geen majeure (financiële) ontwikkelingen m.b.t. de bouwgrondexploitaties te verwachten. Daarom hiervoor geen bedragen in de geprognosticeerde balans opgenomen. • V.w.b. de overige genoemde posten dezelfde bedragen per jaar aangehouden voor de periode 2029-2034 als door de gemeente opgenomen in de begroting 2025-2028. Verloop post Eigen Vermogen (EV) en resultaat: Cijfers EV/resultaat 2024-2029: • De gemeente muteert in het geprognosticeerde verloop van de omvang van het Eigen Vermogen wel de geprognosticeerde mutaties in het EV, maar niet het geprognosticeerde jaarlijkse begrotingsresultaat.

Hierdoor hanteert de gemeente dus impliciet het uitgangspunt dat een nadelig begrotingsresultaat moet worden gecompenseerd met lastenbesparingen/ombuigingen. • De eindsaldicijfers van het EV voor de jaren 2023-2029 zoals door de gemeente opgenomen in de begroting 2025-2028 zijn nog aangepast. Dit is gedaan omdat in de stand van het EV ultimo 2023 het gerealiseerde jaarrekeningresultaat over 2023 ad 4.503k nog niet was opgenomen. Dit leidt aldus tot een eindstand 2023/beginstand 2024 van 86.217k. • Vervolgens aan de verloopcijfers van het EV voor de jaren 2024-2029 toegevoegd het financieel effect op de jaarlijkse exploitatie van de (kapitaal)lasten i.v.m. de investeringen in de nieuwbouw VO-scholen en de overige voorgenomen investeringen. • Uit het in de begroting 2025-2028 opgenomen overzicht van de opgenomen stelposten blijkt dat voor het onderdeel “structureel budget toekomstige investeringen” voor deze jaren reeds rekening is/wordt gehouden met additionele (kapitaal)lasten. Voor 2024 is dit een bedrag van 847k dat oploopt naar een bedrag van 1.993k in 2029. Als gevolg hiervan is de toename van de (kapitaal)lasten i.v.m. de investeringen in de nieuwbouw VO-scholen en de overige voorgenomen investeringen reeds voor een deel in de begroting voorzien/”gedekt”.

13 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Cijfers EV/resultaat 2030-2034: • Als uitgangspunt is genomen het begrotingsresultaat 2029 (na onttrekkingen aan de reserves) ad 686k nadelig. • Vervolgens is hierop gemuteerd de veronderstelde (cumulatieve) toename van de omvang van de Algemene Uitkering Gemeentefonds (AU GF) t.o.v. de omvang hiervan in 2029 (ad 70.978k). Hierbij is verondersteld dat de omvang vanaf 2030 jaarlijks toeneemt met 2,8% (“doortrekken” prognose 2029 v.w.b. de prijsstijging voor de exploitatiekosten van 2,3% en voor de loonkostenontwikkeling van 3,9%. Wanneer je uit gaat van een (voor de berekeningen aangenomen) verhouding in de kosten in de begroting van 2/3 exploitatiekosten en 1/3 loonkosten, komt de gewogen inflatie-index uit op (afgerond) 2,8%). Tevens is verondersteld dat het begrotingsresultaat verbetert met 20% van de (cumulatieve) toename van de omvang van de AU GF, omdat immers een belangrijk deel van de toename AU GF nodig is om de loon- en prijsstijging van de begrote lasten te dekken. Hiermee wordt impliciet ook verondersteld dat sprake is van een reële groei van de AU GF (volume- en LPO-groei). • Vervolgens aan de verloopcijfers van het EV voor de jaren 2030-2034 toegevoegd het financieel effect op de jaarlijkse exploitatie van de (kapitaal)lasten i.v.m. de investeringen in de nieuwbouw VO-scholen en de overige voorgenomen investeringen.

• Vanaf 2022 wordt in een “dekkingsplan” in de begroting reeds geanticipeerd (“gespaard”) voor de verwachte toename van de kapitaallasten i.vm. toekomstige investeringen. Dit dekkingsplan is “doorgetrokken” voor de jaren 2030 tot en met 2034. Dit betekent bijvoorbeeld dus dat de boveninflatoire verhoging van 1,5% voor de OZB-opbrengst en het jaarlijks extra “claimen” € 0,1 miljoen van de toename van de AU GF ook in die jaren nog doorlopen. Vanaf 2033 komt daar nog een jaarlijkse onttrekking van € 457.000 aan de reserve Eneco-gelden (gedurende 60 jaar) bij. • Uit het in de begroting 2025-2028 opgenomen overzicht van de opgenomen stelposten blijkt dat voor het onderdeel “structureel budget toekomstige investeringen” voor deze jaren reeds rekening is/wordt gehouden met additionele (kapitaal)lasten. Voor 2024 is dit een bedrag van 847k dat oploopt naar een bedrag van 1.993k in 2029. De berekende omvang van deze bedragen komt uit het “dekkingsplan” dat door de gemeente is opgesteld. Omdat de cijfers in het dekkingsplan van de gemeente t/m 2029 liepen, is t.b.v. de doorkijk naar 2030-2034 het dekkingsplan “doorgetrokken”. Vervolgens zijn de geprognosticeerde cijfers van het dekkingsplan als dekking in de resultaatsprognose 2030-2034 opgenomen. Dit betreft vnl.

het fin.effect van de doorstijging van de OZB-opbrengst door de boveninflatoire verhoging van 1,5% en het jaarlijks 100k extra “claimen” van de toename van de AU GF. Als gevolg hiervan wordt de toename van de (kapitaal)lasten i.v.m. de investeringen in de nieuwbouw VOscholen en de overige voorgenomen investeringen reeds voor een deel in de begroting voorzien/”gedekt”. • Het aldus geprognosticeerde resultaat voor de jaren 2030-2034 is echter niet gemuteerd in de prognose van het verloop van het EV. Hierdoor hanteert de gemeente dus impliciet het uitgangspunt dat een nadelig begrotingsresultaat moet worden gecompenseerd met lastenbesparingen/ombuigingen. • De structurele onttrekkingen aan de reserves voor de jaren 2030-2034 (welke zijn “doorgetrokken” vanuit de jaren 2025-2029) zijn eveneens gemuteerd in de prognose van het verloop van het EV. Vanaf 2033 komt daar een jaarlijkse onttrekking van 457k aan de reserve Eneco-gelden bij. Verloop post Voorzieningen: • V.w.b. de jaren 2025-2029 de bedragen aangehouden zoals opgenomen in de begroting 2025-2028. • V.w.b. de jaren 2030-2034 verondersteld dat de omvang van de voorzieningen jaarlijks afneemt met 550k (afname voorziening pensioenen wethouders (200k) en afname voorziening calculatieverschillen riolering (350k) o.b.v. geprognosticeerd verloop periode 2025-2029).

14 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Verloop post Langlopende Schulden (LLS): • Vertrekpunt is geweest het van de gemeente verkregen bestand verloop opgenomen langlopende geldleningen 2025-2028 dat de gemeente heeft opgesteld tbv het opstellen van de begroting 2025-2028. De cijfers uit dit bestand zijn vervolgens “doorgetrokken” voor de jaren 2029-2034. • Deze gegevens vervolgens aangevuld met het aantrekken van de geldleningen t.b.v. de nieuwbouw VOscholen en de overige wenselijke investeringen (welke in de PPN 2024-2029 zijn benoemd op pagina 11, maar welke nog niet in de begroting 2025-2028 zijn verwerkt aangezien besluitvorming hierover door de gemeenteraad nog niet heeft plaatsgevonden). • Verondersteld is dat het bedrag van de voorgenomen investeringen telkens volledig extern gefinancierd moet worden, waarbij in het jaar van investeren ook het benodigde leningsbedrag wordt aangetrokken. • De veronderstelde looptijden van de aan te trekken geldleningen zijn 40 jaar voor de financiering nieuwbouw VO-scholen en 30 jaar voor de financiering additionele investeringen. • Verondersteld is dat met (lineair) aflossen op de aangetrokken geldleningen voor de nieuwbouw VOscholen wordt gestart in 2033 (veronderstelde moment van ingebruikneming scholen als ook het veronderstelde moment van start afschrijving).

• Verondersteld is dat met (lineair) aflossen op de aangetrokken geldleningen voor de additionele investeringen wordt gestart in het jaar na het realiseren van de desbetreffende investeringen (veronderstelde moment van ingebruikneming als ook het veronderstelde moment van start afschrijving). • Voor wat betreft de rentelasten is verondersteld dat deze zijn opgenomen in de geraamde kapitaallasten voor de VO-scholen (raming in afzonderlijke berekening opgenomen en deze, waar nodig, aangepast/geactualiseerd en vervolgens overgenomen t.b.v. de prognose van het verloop van het jaarlijkse begrotingsresultaat) resp. overige voorgenomen investeringen (zoals opgenomen in de door de gemeente zelf in de PPN 2024-2029 op pagina 11 vermelde exploitatielasten). Verloop posten vlottende schuld en overlopende passiva: • V.w.b. de post vlottende schuld dezelfde bedragen per jaar aangehouden voor de periode 2029-2034 als door de gemeente opgenomen in de begroting 2025-2028. • De post overlopende passiva vormt de “sluitpost” voor de geprognosticeerde balans. De omvang van deze post is jaarlijks het (rekenkundige) saldo van de totale activa van de gemeente minus de vaste passiva (reserves, voorzieningen en langlopende schulden) en minus de vlottende schuld.

15 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Bijlage 2: samenvattend overzicht van de ontwikkeling van de financiële beleidskengetallen en resultaatsontwikkeling voor de jaren 2025 tot en met 2034 voor alle 9 scenario’s. Scenario A1: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12); investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; financieringsrente 3%

Scenario A1 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 76% 94% 107% 136% 176% 196% 207% 226% 228% 222% 32% 63% 50% 69% 84% 115% 157% 179% 192% 213% 217% 212% 51% 44% 45% 41% 38% 32% 26% 24% 22% 20% 19% 19% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -1,34% -2,01% -2,21% -2,18% -3,30% -3,54% 96,44% 100,00%

Resultaatsontwikkeling scenario A1 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -1.366

2030 -2.302

2031 -2.603

2032 -2.632

2033 -4.106

2034 -4.531

Scenario A2: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12); investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; financieringsrente nieuwbouw VO-scholen 4%

16 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Scenario A2 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 76% 94% 107% 136% 176% 196% 207% 226% 228% 222% 32% 63% 50% 69% 84% 115% 157% 179% 192% 213% 217% 212% 51% 44% 45% 41% 38% 32% 26% 24% 22% 20% 19% 19% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,02% -1,75% -2,77% -3,14% -3,17% -4,34% -4,53% 96,44% 100%

Resultaatsontwikkeling scenario A2 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.134

2029 -1.824

2030 -3.168

2031 -3.697

2032 -3.832

2033 -5.391

2034 -5.794

Scenario A3: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12); investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 117,6 miljoen; financieringsrente 3%

Scenario A3 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 76% 93% 106% 133% 170% 188% 199% 217% 220% 214% 32% 63% 50% 68% 83% 112% 151% 171% 184% 204% 209% 204% 51% 44% 45% 41% 38% 32% 27% 25% 23% 21% 20% 20% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -1,23% -1,82% -1,98% -1,92% -2,89% -3,15% 96,44% 100%

17 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Resultaatsontwikkeling scenario A3 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -1.251

2030 -2.082

2031 -2.326

2032 -2.327

2033 -3.599

2034 -4.029

Scenario A4: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alle investeringen in zowel de nieuwbouw van de VO-scholen als in de projecten genoemd in de Perspectiefnota 2024-2029 (pagina 11/12); investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 117,6 miljoen; financieringsrente nieuwbouw VO-scholen 4%

Scenario A4 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 76% 93% 106% 133% 170% 188% 199% 217% 220% 214% 32% 63% 50% 68% 83% 112% 151% 171% 184% 204% 209% 204% 51% 44% 45% 41% 38% 32% 27% 25% 23% 21% 20% 20% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -1,61% -2,51% -2,83% -2,83% -3,84% -4,06% 96,44% 100%

18 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Resultaatsontwikkeling scenario A4 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -1.669

2030 -2.875

2031 -3.327

2032 -3.426

2033 -4.775

2034 -5.186

Scenario B1: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alleen investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen; investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; financieringsrente 3%

Scenario B1 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 72% 84% 92% 117% 153% 169% 174% 177% 172% 167% 32% 63% 46% 59% 69% 96% 134% 152% 160% 164% 161% 157% 51% 44% 47% 43% 41% 35% 29% 26% 25% 24% 24% 24% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,63% -0,63% -0,32% -1,22% -0,58% 96,44% 100%

19 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Resultaatsontwikkeling scenario B1 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -720

2031 -741

2032 -385

2033 -1.519

2034 -745

Scenario B2: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alleen investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen; investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; financieringsrente 4%

Scenario B2 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 72% 84% 92% 117% 153% 169% 174% 177% 172% 167% 32% 63% 46% 59% 69% 96% 134% 152% 160% 164% 161% 157% 51% 44% 47% 43% 41% 35% 29% 26% 25% 24% 24% 24% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -1,39% -1,56% -1,31% -2,25% -1,57% 96,44% 100%

Resultaatsontwikkeling scenario B2 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -1.586

2031 -1.835

Scenario B3: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alleen investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen; investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 117,6 miljoen; financieringsrente 3%

2032 -1.585

2033 -2.804

2034 -2.008

20 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Scenario B3 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 72% 84% 91% 114% 146% 161% 166% 168% 163% 159% 32% 63% 46% 58% 68% 93% 127% 144% 151% 155% 152% 149% 51% 44% 47% 43% 41% 36% 30% 27% 26% 25% 25% 25% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,44% -0,39% -0,07% -0,81% -0,19% 96,44% 100%

Resultaatsontwikkeling scenario B3 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -500

2031 -464

2032 -80

2033 -1.012

2034 -243

Scenario B4: ✓ ✓ ✓

Realiseren van alleen investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen; investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 117,6 miljoen; financieringsrente 4%

Scenario B4 Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 72% 84% 91% 114% 146% 161% 166% 168% 163% 159% 32% 63% 46% 58% 68% 93% 127% 144% 151% 155% 152% 149% 51% 44% 47% 43% 41% 36% 30% 27% 26% 25% 25% 25% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -1,13% -1,24% -0,97% -1,76% -1,10% 96,44% 100%

21 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Resultaatsontwikkeling scenario B4 (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -1.293

2031 -1.465

2032 -1.179

2033 -2.188

2034 -1.400

Scenario C: ✓

✓ ✓

Realiseren van de investeringen in de nieuwbouw van de VO-scholen alsmede van de hieraan “verwante” investeringen, met name in het zogenaamde “van der Palm-gebied” (vestigingslocatie van het Willem de Zwijgercollege); investeringskosten nieuwbouw VO-scholen circa € 128,5 miljoen; financieringsrente 3%

Scenario C Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 51% 80% 74% 86% 95% 119% 155% 171% 179% 197% 200% 193% 32% 63% 48% 61% 71% 98% 136% 154% 164% 185% 189% 183% 51% 44% 46% 43% 40% 35% 29% 26% 25% 22% 21% 21% 1% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1,47% 1,97% 1,54% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,66% -0,66% -0,44% -1,53% -1,74% 96,44% 100%

22 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000

Resultaatsontwikkeling scenario C (bedragen x € 1.000) 2025 1.387

2026 -1.433

2027 -1.965

2028 -1.109

2029 -686

2030 -757

2031 -778

2032 -527

2033 -1.901

2034 -2.226

Samenvattend overzicht verloop financieel beleidskengetal Netto Schuld Quote (NSQ) Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Netto schuldquote A1 Netto schuldquote A2 Netto schuldquote A3 Netto schuldquote A4 Netto schuldquote B1 Netto schuldquote B2 Netto schuldquote B3 Netto schuldquote B4 Netto schuldquote C

51% 51% 51% 51% 51% 51% 51% 51% 51%

80% 80% 80% 80% 80% 80% 80% 80% 80%

76% 76% 76% 76% 72% 72% 72% 72% 74%

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 94% 107% 136% 176% 196% 207% 226% 228% 222% 94% 107% 136% 176% 196% 207% 226% 228% 222% 93% 106% 133% 170% 188% 199% 217% 220% 214% 93% 106% 133% 170% 188% 199% 217% 220% 214% 84% 92% 117% 153% 169% 174% 177% 172% 167% 84% 92% 117% 153% 169% 174% 177% 172% 167% 84% 91% 114% 146% 161% 166% 168% 163% 159% 84% 91% 114% 146% 161% 166% 168% 163% 159% 86% 95% 119% 155% 171% 179% 197% 200% 193%

23 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Samenvattend overzicht verloop financieel beleidskengetal Netto Schuld Quote gecorrigeerd voor alle (verstrekte) leningen (NSQ FVA) Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Netto schuldquote FVA A1 Netto schuldquote FVA A2 Netto schuldquote FVA A3 Netto schuldquote FVA A4 Netto schuldquote FVA B1 Netto schuldquote FVA B2 Netto schuldquote FVA B3 Netto schuldquote FVA B4 Netto schuldquote FVA C

32% 32% 32% 32% 32% 32% 32% 32% 32%

63% 63% 63% 63% 63% 63% 63% 63% 63%

50% 50% 50% 50% 46% 46% 46% 46% 48%

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 69% 84% 115% 157% 179% 192% 213% 217% 212% 69% 84% 115% 157% 179% 192% 213% 217% 212% 68% 83% 112% 151% 171% 184% 204% 209% 204% 68% 83% 112% 151% 171% 184% 204% 209% 204% 59% 69% 96% 134% 152% 160% 164% 161% 157% 59% 69% 96% 134% 152% 160% 164% 161% 157% 58% 68% 93% 127% 144% 151% 155% 152% 149% 58% 68% 93% 127% 144% 151% 155% 152% 149% 61% 71% 98% 136% 154% 164% 185% 189% 183%

Samenvattend overzicht verloop financieel beleidskengetal Solvabiliteit Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Solvabiliteit A1 Solvabiliteit A2 Solvabiliteit A3 Solvabiliteit A4 Solvabiliteit B1 Solvabiliteit B2 Solvabiliteit B3 Solvabiliteit B4 Solvabiliteit C

51% 51% 51% 51% 51% 51% 51% 51% 51%

44% 44% 44% 44% 44% 44% 44% 44% 44%

45% 45% 45% 45% 47% 47% 47% 47% 46%

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 41% 38% 32% 26% 24% 22% 20% 19% 19% 41% 38% 32% 26% 24% 22% 20% 19% 19% 41% 38% 32% 27% 25% 23% 21% 20% 20% 41% 38% 32% 27% 25% 23% 21% 20% 20% 43% 41% 35% 29% 26% 25% 24% 24% 24% 43% 41% 35% 29% 26% 25% 24% 24% 24% 43% 41% 36% 30% 27% 26% 25% 25% 25% 43% 41% 36% 30% 27% 26% 25% 25% 25% 43% 40% 35% 29% 26% 25% 22% 21% 21%

24 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Samenvattend overzicht verloop financieel beleidskengetal Grondexploitatie (Grex) Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Grex A1 Grex A2 Grex A3 Grex A4 Grex B1 Grex B2 Grex B3 Grex B4 Grex C

0,88% 0,88% 0,88% 0,88% 0,88% 0,88% 0,88% 0,88% 0,88%

0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

Samenvattend overzicht verloop financieel beleidskengetal Structurele exploitatieruimte Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Structurele exploitatieruimte A1 Structurele exploitatieruimte A2 Structurele exploitatieruimte A3 Structurele exploitatieruimte A4 Structurele exploitatieruimte B1 Structurele exploitatieruimte B2 Structurele exploitatieruimte B3 Structurele exploitatieruimte B4 Structurele exploitatieruimte C

1,47% 1,47% 1,47% 1,47% 1,47% 1,47% 1,47% 1,47% 1,47%

1,97% 1,97% 1,97% 1,97% 1,97% 1,97% 1,97% 1,97% 1,97%

1,54% 1,54% 1,54% 1,54% 1,54% 1,54% 1,54% 1,54% 1,54%

Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren Meerjaren raming 2026 raming 2027 raming 2028 raming 2029 raming 2030 raming 2031 raming 2032 raming 2033 raming 2034 -1,05% -1,82% -1,00% -1,34% -2,01% -2,21% -2,18% -3,30% -3,54% -1,05% -1,82% -1,02% -1,75% -2,77% -3,14% -3,17% -4,34% -4,53% -1,05% -1,82% -1,00% -1,23% -1,82% -1,98% -1,92% -2,89% -3,15% -1,05% -1,82% -1,00% -1,61% -2,51% -2,83% -2,83% -3,84% -4,06% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,63% -0,63% -0,32% -1,22% -0,58% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -1,39% -1,56% -1,31% -2,25% -1,57% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,44% -0,39% -0,07% -0,81% -0,19% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -1,13% -1,24% -0,97% -1,76% -1,10% -1,05% -1,82% -1,00% -0,73% -0,66% -0,66% -0,44% -1,53% -1,74%

25 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Bijlage 3: toelichting op de betekenis/berekeningswijze van de financiële beleidskengetallen en de “signaalwaarden” welke toezichthouders hiervoor hanteren. Op grond van artikel 11 van het BBV dient een gemeente in haar begroting en jaarstukken in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” een aantal financiële kengetallen op te nemen. Het betreft de volgende kengetallen: netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit. De kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van een gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van een gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting en in de begroting worden geprognosticeerd voor vier jaar, zodat transparant wordt waar het gevoerde en voorgestelde beleid heen leidt. Vanuit de kaderstellende en controlerende rol is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen.

Bij de invoering van de kengetallen is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. De intentie is dat gemeenten zelf normen vaststellen en hierop gaan sturen. Hoe de kengetallen in relatie tot de financiële positie moeten worden beoordeeld is aan de gemeente. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtkader waarin signaleringswaarden staan hoe de kengetallen te interpreteren zijn. In de tabel hieronder staan de signaleringswaarden voor de financiële kengetallen opgenomen (bron: GTK 2020 gemeenten)

26 24 oktober 2024 GEM01239-01-01-01-1000 Beschouwing prognose ontwikkeling financiële kengetallen 2025-2034 gemeente Papendrecht Wanneer de geprognosticeerde ontwikkeling van de financiële kengetallen voor de periode 2025-2034 voor de 9 scenario’s wordt afgezet tegen bovenstaande signaalwaarden ontstaat het volgende beeld: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote c.a geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse baten van de gemeente, weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente t.o.v. de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Alle scenario’s laten een ontwikkeling zien waarbij de schuldquote zich ruim (en in enkele scenario’s ver) boven de als meest risicovol geduide waarde van 130%. NB: de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen betreft de netto schuldquote, waarbij de omvang van de door de gemeente verstrekte langlopende geldleningen in mindering worden gebracht op de totale schuldpositie van de gemeente. Voor de gemeente Papendrecht betreft dit bijvoorbeeld de verstrekte geldleningen aan Hoofdkantoor/Fabriek Slobbengors C.V.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen en het vreemd vermogen van de gemeente en geeft daarmee een indicatie of hoe “financieel gezond” de gemeente is. Alle scenario’s laten een ontwikkeling zien waarbij de solvabiliteit zich beweegt tot circa de ondergrens van de als neutraal geduide waarde van 20%. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Alle scenario’s laten een ontwikkeling zien waarbij de structurele exploitatieruimte zich beweegt tot onder de 0% en daarmee als als meest risicovol moet worden geduid. Dit geeft de noodzaak aan tot het realiseren van structurele lastenbesparingen/ombuigingen om hiermee de structurele exploitatieruimte weer op of liefst boven de 0% te krijgen. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente, m.a.w. hoeveel geld heeft de gemeente reeds geïnvesteerd in haar grondposities. Dit geld moet namelijk nog wel terugverdiend te worden. Aangezien verwacht wordt dat de gemeente vooralsnog weinig geld gaat investeren in grondexploitaties ontwikkelt dit kengetal zich tot een als minst risicovol geduide waarde.

Belastingcapaciteit De woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen inkomstenbron. Het kengetal belastingcapaciteit geeft de verhouding weer tussen de hoogte van de woonlasten van de gemeente (bij een gemiddelde WOZ-waarde) t.o.v. het landelijke gemiddelde van de woonlasten. Het toekomstig verloop van het kengetal belastingcapaciteit kan niet goed worden geprognosticeerd. In de begroting 2025-2028 is aangegeven dat de belastingcapaciteit 2025 uitkomt op circa 96% van het landelijk gemiddelde. Daarmee begeeft deze waarde zich in de klasse die als neutraal wordt geduid. Bedacht moet worden dat bij het structureel door blijven voeren van een boveninflatoire stijging van de OZBopbrengst met jaarlijks 1,5%, als onderdeel van het dekkingsplan voor toekomstige investeringen op enig moment de belastingcapaciteit mogelijk door kan stijgen naar boven de 100%.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/893/documents/14166