D08. 20231108 RIB werkwijze communiceren richting raad bij programmas.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum
7 november 2023
behandeld door
Nelleke Val
ons kenmerk
2023-0154665
Onderwerp
Werkwijze communicatie richting raad bij programma's
Geachte heer, mevrouw,
Op dit moment worden alle voorbereidingen getroffen om de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 goed te laten verlopen. Onderdeel van deze voorbereiding is het formaliseren van een werkwijze inzake het communiceren met de gemeenteraad bij het instrument programma's. Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om de raad te informeren over de nieuwe werkwijze. Inleiding Zoals aangegeven treedt de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking. De vier kerninstrumenten van de Omgevingswet zijn de omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Beleid van de gemeente moet landen in één van deze kerninstrumenten. Strategisch beleid hoort thuis in de omgevingsvisie. Uitvoerend beleid in het omgevingsplan. Beleid dat een brug slaat tussen strategie en uitvoering hoort in een programma thuis. Programma's moeten passen binnen de kaders van de omgevingsvisie die door de raad is vastgesteld. Programma's zijn bedoeld voor het uitvoeringsgerichte, (multi)sectorale of gebiedsgerichte beleid. Programma's bestaan nu ook al alleen niet onder die naam. Denk onder andere aan groenbeleid, gemeentelijk rioleringsplan, regionale energie strategie, klimaatadaptatiebeleid. Onder de Omgevingswet worden al deze beleidsstukken samengebracht onder de noemer programma. De programma's blijven sectoraal en/of gebiedsgericht georiënteerd.
De bedoeling van de Omgevingswet is dat meer integraal gekeken wordt naar het beleid zodat het op elkaar en de omgevingsvisie wordt afgestemd en er geen tegenstrijdigheden en botsingen in staan. Het programma is zelfbindend. Dit betekent dat het alleen de gemeente zelf bindt. Het bestuur kan ter verantwoording worden geroepen wanneer doelstellingen uit een programma niet worden gehaald. In een programma kunnen geen regels worden opgenomen die burgers binden (een uitzondering hierop is het programma met programmatische aanpak). Een programma kan wel burgers en bedrijven stimuleren om die dingen te doen, die helpen om de doelstellingen te halen. Er is geen sprake van direct toezicht of handhaving op een programma. Er staat – in de meeste gevallen – geen beroep open tegen de vaststelling van een programma. Wel kan de gemeenteraad aan de hand van het programma het college om verantwoording vragen. Een programma kan door meerdere overheden worden opgesteld om samen doelstellingen te behalen. Zij stellen dan ieder voor zich hetzelfde programma vast. Zo geldt het programma voor al die overheden. Er zijn vier soorten programma's: • verplichte programma's (artikelen 3.6 t/m 3.9, Omgevingswet) o een voorbeeld van een verplicht programma is het actieplan geluid.
• verplicht programma bij het overschrijden van een omgevingswaarde o wanneer overschrijding dreigt van omgevingswaarden, bijvoorbeeld voor koolmonoxide kan de gemeente verplicht worden een programma te maken voor een aanpak van die overschrijding. • vrijwillig programma o een programma uit eigen initiatief en behoefte van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan een rioleringsprogramma. • programmatische aanpak
o
Een programma met programmatische aanpak bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Dit is vergelijkbaar met een regulier programma. De programmatische aanpak stuurt echter actief op de balans tussen genomen maatregelen en toegestane activiteiten. Het programma kan daarmee dwingend zijn voor het toelaten van activiteiten of inbreken op bestaande rechten. Uit het programma volgen regels die in het omgevingsplan komen. Het programmatisch programma kan dus als enige ook burgers binden, door middel van de regels in het omgevingsplan.
Het opstellen van een programma is een bevoegdheid van het college. Voor het uitvoeren van een programma zijn meestal financiële middelen nodig. Het college kan geen uitgaven doen zonder voorafgaande reservering/ vastlegging in de gemeentelijke begroting. De raad is verantwoordelijk voor de vaststelling van de begroting en kan zijn budgetrecht uitoefenen. Als een programma niet past binnen de begroting zal het college langs de gemeenteraad moeten voor budget. Als al bestaande budgetposten beschikbaar zijn in de begroting waar een nieuw te ontwikkelen programma gebruik van kan maken kan het college het programma zelfstandig vaststellen en hoeft het college niet langs de gemeenteraad. Keuze gemaakt Tijdens de beeldvormende sessie over de Omgevingswet op 21 september j.l. is aan u toegelicht wat de keuzemogelijkheden voor de raad zijn met betrekking tot het geïnformeerd worden op het gebied van programma's die passen binnen de begroting. Het college heeft besloten als werkwijze te hanteren om de raad niet apart te informeren indien een programma vastgesteld wordt dat past binnen de begroting. Bij deze werkwijze blijft de raad in zijn kaderstellende rol zoals de Omgevingswet het heeft bedoeld. Uitgaven passend binnen de begroting ziet de raad achteraf.
Ook wanneer de gemeenteraad wel apart geïnformeerd zou worden is het voor de raad niet mogelijk nog invloed uit te oefenen op de vaststelling van het programma. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel