D08. 20230627 RIB plan van aanpak omgevingsvisie 2.0.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer Onderwerp
27 juni 2023 R. Beelen Z2023-00000027 14078 Plan van aanpak omgevingsvisie 2.0
Geachte mevrouw, heer, U heeft op 21 januari 2021 de Omgevingsvisie Papendrecht vastgesteld. De gemeente Papendrecht was er vroeg bij met het opstellen van een omgevingsvisie. Aan de basis lag een uitgebreid participatietraject waar inwoners, medewerkers van de gemeente en het bestuur enthousiast aan hebben bijgedragen. Dit heeft een breed gedragen omgevingsvisie opgeleverd, waar in staat waar wij als samenleving aan willen werken in de fysieke leefomgeving. Nu we een aantal jaar verder zijn en als gemeente meer kennis hebben van de Omgevingswet, blijkt dat de omgevingsvisie niet volstaat. Daarom hebben het voornemen om een nieuwe omgevingsvisie voor te bereiden. In deze brief lichten wij de noodzaak hiervan toe. Daarnaast informeren wij u in deze brief over het plan van aanpak dat het college op 27 juni 2023 heeft vastgesteld. Dit plan van aanpak is bedoeld om tot een nieuwe omgevingsvisie te komen. Het plan van aanpak is bijgevoegd als bijlage 1. In het vervolg duiden wij de vastgestelde omgevingsvisie aan als de omgevingsvisie 1.0 en de op te stellen omgevingsvisie als de omgevingsvisie 2.0. De Omgevingswet en de omgevingsvisie in het kort Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving.
Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening, gezondheid, veiligheid en natuur. De Omgevingswet kent zes kerninstrumenten: - de omgevingsvisie; - het omgevingsplan; - het programma; - de omgevingsvergunning; - het projectbesluit; - algemene rijksregels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft ook een eigen beleidscyclus. Deze beleidscyclus bestaat uit vier fasen: 1. Beleidsontwikkeling (de omgevingsvisie en het programma horen bij deze fase) 2. Beleidsdoorwerking (het omgevingsplan hoort bij deze fase) 3. Uitvoering (de omgevingsvergunning, algemene rijksregels en toezicht horen bij deze fase) 4. Terugkoppeling (binnen deze fase vallen monitoring, evaluatie en handhaving) Een omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Het Rijk en iedere provincie en gemeente is verplicht voor haar grondgebied een omgevingsvisie vast te stellen. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de komende 20 tot 30 jaar vast. Goede samenwerking, afstemming met andere gemeenten en het Rijk en de provincie zijn belangrijk. Het waterschap maakt geen eigen omgevingsvisie en moet zorgen dat haar ambities, doelstellingen en prioriteiten in de gemeentelijke omgevingsvisies terecht komen.
Waarom een omgevingsvisie 2.0? Het uitgebreide participatietraject is het fundament onder de omgevingsvisie 1.0. Tijdens het participatietraject zijn onze inwoners met interviews en vraaggesprekken op straat, in het theater en op het voetbal- en korfbalveld bevraagd over de toekomst van Papendrecht. Tijdens groepsinterviews zijn diverse organisaties, zoals seniorenbond 'De Ertepeller' en 'Papendrecht Verrast' gevraagd naar hun mening. Daarnaast zijn de 'Dag van de toekomst' en het 'Papendrechtcafé' georganiseerd om zoveel mogelijk informatie op te halen. Op basis van de participatie zijn ambities en doelstellingen geformuleerd, welke ook door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De uitkomsten van de participatie worden zonder beperking meegenomen in de omgevingsvisie 2.0. Waarschijnlijk moeten zij wel worden aangevuld, samengevoegd, of op een andere manier worden ingedeeld. Om drie redenen moet een omgevingsvisie 2.0 worden opgesteld: 1. De omgevingsvisie 1.0 voldoet niet volledig aan de eisen De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft een lijst opgesteld met alle onderdelen waaraan in de omgevingsvisie aandacht moet zijn besteed, het zogenaamde spiekbriefje. Dit spiekbriefje is als bijlage 2 bijgevoegd. Een meerderheid van de onderdelen die volgens het spiekbriefje in de omgevingsvisie aan bod moeten komen, komt niet aan bod in de omgevingsvisie 1.0.
Daarom voldoet de omgevingsvisie niet aan de eisen van de Omgevingswet en is het geen goed toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie 2.0 zullen alle verplichte onderdelen aan bod komen. 2. In de omgevingsvisie 1.0 zijn onvoldoende keuzes gemaakt Een belangrijke reden voor de introductie van de Omgevingswet is het geven van instrumenten om makkelijker om te gaan met het toenemend aantal belangen in de schaarse ruimte. Dat betekent wel dat op strategisch niveau, met alle sectorale belangen op een rij, scherpe keuzes gemaakt moeten worden. In de omgevingsvisie 1.0 zijn we als gemeente bijna overal voor en willen we eigenlijk alles mogelijk maken. Dit betekent echter dat we in de beleidsdoorwerking en vooral bij de uitvoering spaak lopen. In de omgevingsvisie 2.0 zullen scherpere keuzes worden gemaakt. 3. De omgevingsvisie 1.0 past niet goed binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet Omdat de omgevingsvisie 1.0 niet aan de eisen voldoet werkt zij ook niet goed door in de volgende fasen van de beleidscyclus. Dit zal ervoor zorgen dat onder andere de overige kerninstrumenten gebrekkig zullen zijn. Dit leidt tot tegenstrijdige regels in het omgevingsplan, een grotere kans dat de gemeente procedures bij de Raad van State verliest en omgevingsvergunningen waarbij onvoldoende sprake is van een goede toedeling van functies aan locaties.
Ook zullen programma's (sectoraal en thematisch) onvoldoende op elkaar afgestemd zijn en onvoldoende rekening houden met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Door in de omgevingsvisie 2.0 met alle vertegenwoordigende adviseurs in gesprek te gaan en u als raadsleden de mogelijkheid te geven om aan te geven wat voor u belangrijk is, wordt vanzelf duidelijk welke belangen tegenstrijdig zijn en waar dus scherpe keuzes door de gemeenteraad in gemaakt moeten worden. Hoe gaan we te werk? Om het plan van aanpak uit te voeren is een projectgroep opgezet. Alle beleidsvelden die raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving zijn vertegenwoordigd. De projectleider omgevingsvisie is verantwoordelijk voor het uitvoeren van dit plan van aanpak en het opleveren van de omgevingsvisie 2.0. De projectleider implementatie Omgevingswet is voor de projectleider omgevingsvisie beschikbaar om de voortgang van het proces regelmatig af te stemmen op de overige minimale acties voor de implementatie van de Omgevingswet. De projectleider omgevingsvisie wordt ondersteund door een grote groep interne en externe adviseurs. Op vooraf bepaalde momenten zal de projectleider omgevingsvisie de adviseurs bij het proces betrekken. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van het hele projectteam. Om tot een vastgestelde omgevingsvisie 2.0 te komen worden de volgende stappen doorlopen: 1.
Opstellen plan van aanpak, inclusief planning
2.
3.
4.
5.
Deze fase is al deels doorlopen. Er ligt een vastgesteld plan van aanpak. Verder wordt in deze fase informatie verzameld over de manier waarop de omgevingsvisie zo goed mogelijk kan doorwerken in de overige kerninstrumenten van de Omgevingswet. Structuur bepalen en vullen met ruwe tekst In deze fase wordt bekeken welke sterke kanten en aandachtspunten Papendrecht heeft en welke kansen en bedreigingen van buiten onze gemeente belangrijk zijn. Op basis van deze informatie wordt de stand van Papendrecht beschreven. De kopjes die betrekking hebben op de ambities en doelstellingen worden voorlopig zoveel mogelijk aangevuld met de verplichtingen die op het spiekbriefje van de VNG staan en voorbeeldteksten. Projectgroep en ketenpartners betrekken In deze fase wordt bij alle projectleden informatie opgehaald en vinden gesprekken plaats over de onderdelen die voor hen belangrijk zijn. Het gaat dan met name om aanpassingen en aanvullingen onder de kopjes met betrekking tot de ambities en doelstellingen. Deze bestaan onder andere uit het noemen van haakjes voor doorwerking in de overige kerninstrumenten van de Omgevingswet en het selecteren van kerninstrumenten. Omgevingsvisie uitschrijven Zodra alle informatie voor bepaalde kopjes beschikbaar is, worden de betreffende kopjes uitgeschreven. Als alle kopjes zijn uitgeschreven is de inhoud van de omgevingsvisie in concept af.
Bestuurlijk traject Tijdens deze fase wordt een raadsinformatieavond georganiseerd en wordt de formele vaststellingsprocedure doorlopen. Tijdens de procedure wordt de ontwerp-omgevingsvisie voor zes weken ter inzage gelegd, zodat iedereen de mogelijkheid heeft een zienswijze in te dienen. Het is niet mogelijk om tegen het besluit om de omgevingsvisie vast te stellen bezwaar in te dienen, of in beroep te gaan. Wel wordt de vastgestelde omgevingsvisie voor kennisname opnieuw voor zes weken ter inzage gelegd.
In hoofdstuk 5 van het plan van aanpak staat een uitgebreidere toelichting en in bijlage 4 is een totaalplanning gegeven. Wat wordt de rol van de gemeenteraad? De omgevingsvisie is hét sturingsinstrument van de gemeenteraad. Vaststelling van de omgevingsvisie is dan ook een raadsbevoegdheid. U stuurt met de omgevingsvisie op de lange termijn. De wet gaat uit van het principe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dat geeft gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk. In de omgevingsvisie 1.0 heeft uw raad al antwoord gegeven op de vragen: wat is belangrijk in mijn gemeente en wat voor een gemeente willen wij zijn? Tijdens een beeldvormende raadsvergadering zullen wij de concept omgevingsvisie 2.0 aan u presenteren en ambitietafels organiseren om bijsturing mogelijk te maken. Verder zullen wij u regelmatig op de hoogte stellen door middel van raadsinformatiebrieven. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over het plan van aanpak voor de omgevingsvisie 2.0. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de locoburgemeester,
J.M. Ansems
A.M.J.M. Janssen
Omgevingsvisie Papendrecht 2.0 Een duurzame toekomst met een krachtige gemeenschap Plan van aanpak
Omgevingsvisie Papendrecht 2.0 Een duurzame toekomst met een krachtige gemeenschap Plan van aanpak
Versie: 9 juni 2023
Inhoudsopgave 1.
Omgevingswet en omgevingsvisie .................................................................................................. 4 1.1 Omgevingswet ........................................................................................................................... 4 1.2 Omgevingsvisie .......................................................................................................................... 4
2.
Waarom een omgevingsvisie 2.0? ................................................................................................... 5
3.
Wettelijk kader ................................................................................................................................ 7
4.
Projectgroep .................................................................................................................................... 8
5.
Stappen.......................................................................................................................................... 10
6.
5.1
Opstellen plan van aanpak, inclusief planning ...................................................................... 10
5.2
Structuur bepalen en vullen met ruwe tekst ........................................................................ 10
5.3
Projectgroep en ketenpartners betrekken ............................................................................ 11
5.4
Omgevingsvisie uitschrijven .................................................................................................. 12
5.5
Bestuurlijk traject .................................................................................................................. 12
Financiële verantwoording ............................................................................................................ 13
1. Omgevingswet en omgevingsvisie 1.1 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet‐ en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening, gezondheid, veiligheid en natuur. De Omgevingswet wordt ingevoerd om een gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand te houden en waar nodig verder te ontwikkelen. Daarnaast is de Omgevingswet nodig, omdat ruimte steeds schaarser wordt en het binnen de huidige manier van werken steeds moeilijker wordt om alle belangen op een goede manier tegen elkaar af te wegen. Om deze ambitie te bereiken zijn vier verbeterdoelen opgesteld: -
'het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van wet‐ en regelgeving; het realiseren van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving'.
Daarnaast wordt participatie bevorderd, bijvoorbeeld door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet bevat zes kerninstrumenten: -
de omgevingsvisie; het omgevingsplan; het programma; de omgevingsvergunning; het projectbesluit; algemene rijksregels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Dit plan van aanpak is opgesteld met als doel om een omgevingsvisie 2.0 op te leveren en vast te laten stellen.
1.2 Omgevingsvisie Een omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Het Rijk en iedere provincie en gemeente is verplicht voor haar grondgebied een omgevingsvisie vast te stellen. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de komende 20 tot 30 jaar vast. De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van een gemeente of provincie. Goede samenwerking, afstemming met andere gemeenten, het Rijk en de provincie zijn dus belangrijk. Het waterschap maakt geen eigen omgevingsvisie en moet zorgen dat haar ambities, doelstellingen en prioritieten in de gemeentelijke omgevingsvisies terecht komen. Vooralsnog uiterlijk op 31 december 2024 moet iedere gemeente een vastgestelde omgevingsvisie hebben. Onze gemeenteraad heeft op 21 januari 2021 de Omgevingsvisie Papendrecht vastgesteld. In het vervolg zullen wij deze aanduiden als de omgevingsvisie 1.0. In het volgende hoofdstuk wordt aangegeven waarom een omgevingsvisie 2.0 nodig is.
2. Waarom een omgevingsvisie 2.0? De omgevingsvisie 1.0 is nog niet zo lang geleden vastgesteld. Ter voorbereiding op de omgevingsvisie 1.0 heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Met interviews en vraaggesprekken op straat, in het theater en op het voetbal‐ en korfbalveld zijn onze inwoners bevraagd over de toekomst van Papendrecht. Tijdens groepsinterviews zijn diverse organisaties, zoals seniorenbond 'De Ertepeller' en 'Papendrecht Verrast' gevraagd naar hun mening. Daarnaast zijn de 'Dag van de toekomst' en het 'Papendrechtcafé' georganiseerd om zoveel mogelijk informatie op te halen. Op basis van de participatie zijn ambities en doelstellingen geformuleerd, welke ook door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De uitkomsten van de participatie worden zonder beperking meegenomen in de omgevingsvisie 2.0. De ambities en doelstellingen worden zoveel mogelijk in stand gehouden, maar misschien aangevuld of beperkt aangepast. Om vier redenen moet een omgevingsvisie 2.0 worden opgesteld: 1. De omgevingsvisie voldoet niet aan de eisen De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een lijst opgesteld met alle onderdelen waaraan in de omgevingsvisie aandacht moet zijn besteed, het zogenaamde spiekbriefje. Dit spiekbriefje is als bijlage 2 bijgevoegd.
Een meerderheid van de onderdelen die volgens het spiekbriefje in de omgevingsvisie aan bod moeten komen, komt niet aan bod in de omgevingsvisie 1.0. Daarom voldoet de omgevingsvisie niet aan de eisen van de Omgevingswet en is het geen goed toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Daarnaast kunnen de overige kerninstrumenten van de Omgevingswet onvoldoende op de omgevingsvisie worden afgestemd. In de omgevingsvisie 2.0 zullen alle verplichte onderdelen aan bod komen. 2. De omgevingsvisie 1.0 is niet goedgekeurd door de provincie De omgevingsvisie mag niet in strijd zijn met de omgevingsvisies en wet‐ en regelgeving van hogere overheden. De provincie moet de omgevingsvisie daarom goedkeuren. De omgevingsvisie 1.0 is niet opgestuurd aan de provincie. Zij hebben daarom ook geen goedkeuring kunnen geven. 3. In de omgevingsvisie 1.0 zijn onvoldoende keuzes gemaakt In hoofdstuk 1 is aangegeven dat de schaarse ruimte en het toenemend aantal belangen dat moet worden afgewogen belangrijke redenen voor de introductie van de Omgevingswet zijn. Om hier daadwerkelijk makkelijker mee om te gaan, worden meer sectoren bij beleidsvorming in het fysieke domein betrokken. Dat neemt niet weg dat op strategisch niveau met alle sectorale belangen op een rij alsnog scherpe keuzes gemaakt moeten worden.
In de omgevingsvisie 1.0 zijn we bijna overal voor en willen we eigenlijk alles mogelijk maken. Dit betekent echter dat we in de beleidsdoorwerking en vooral bij de uitvoering spaak lopen. Door in de omgevingsvisie 2.0 met alle vertegenwoordigende adviseurs en de raadsleden in gesprek te gaan en te vragen wat voor hen belangrijk is, wordt vanzelf duidelijk welke belangen tegenstrijdig zijn en waar dus scherpe keuzes in gemaakt moeten worden.
4. De omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus van de Omgevingswet In figuur 1 is de beleidscyclus weergegeven. Omdat de omgevingsvisie 1.0 niet aan de eisen voldoet werkt zij ook niet goed door in de volgende fasen van de beleidscyclus. Dit zal ervoor zorgen dat onder andere de overige kerninstrumenten gebrekkig zullen zijn. Dit leidt tot tegenstrijdige regels in het omgevingsplan, een grotere kans dat de gemeente procedures bij de Raad van State verliest en omgevingsvergunningen waarbij onvoldoende sprake is van een goede toedeling van functies aan locaties. Ook zullen programma's (sectoraal Figuur 1: De beleidscyclus van de Omgevingswet en thematisch) onvoldoende op elkaar afgestemd zijn en onvoldoende rekening houden met een goede toedeling van functies aan locaties. In het proces om tot de omgevingsvisie 2.0 te komen worden met alle interne en externe adviseurs die binnen hun verantwoordelijkheid raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving in de gemeente Papendrecht afspraken gemaakt over de manier waarop de uitgangspunten in de omgevingsvisie door gaan werken in de overige kerninstrumenten. Op basis hiervan worden 'haakjes' meegegeven zodat de coördinatoren van de betreffende kerninstrumenten de uitgangspunten vanuit de omgevingsvisie op een presenteerblaadje aangereikt krijgen.
De raad wordt regelmatig geïnformeerd en betrokken op momenten dat er scherpe keuzes moeten worden gemaakt.
3. Wettelijk kader De wettelijke grondslag voor de omgevingsvisie ligt in afdeling 3.1 van de Omgevingswet. Artikel 3.1 bepaalt dat de gemeenteraad een omgevingsvisie moet vaststellen. Artikel 3.2 Omgevingswet geeft aan welke aspecten in ieder geval aan de orde moeten komen: ‐
'de hoofdlijnen van de kwaliteit van de huidige fysieke leefomgeving;
‐
de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied;
‐
de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving'.
Verder moet rekening worden gehouden met de vier milieu‐beginselen, genoemd in artikel 3.3 van de Omgevingswet: ‐
'het voorzorgsbeginsel;
‐
het beginsel van preventief handelen;
‐
het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;
‐
het beginsel dat de vervuiler betaalt'.
In het proces om tot een omgevingsvisie te komen, worden alle beleidsterreinen en onderwerpen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving geïnventariseerd en wordt het beleid integraal vastgelegd. Dit houdt in dat: ‐
'er één beleidsstuk komt met samenhangend beleid zonder interne strijdigheden;
‐
de omgevingsvisie in ieder geval de beleidsterreinen uit artikel 1.2 lid 2 Omgevingswet bevat (zie figuur 2);
‐
het beleid zowel ontwikkelingen betreft, als de beschrijving van de kwaliteit van de bestaande situatie en het behoud door bijvoorbeeld beheer en bescherming. Er zullen beleidsdoelen worden opgenomen en er zal worden aangegeven met welke instrumenten die beleidsdoelen worden nagestreefd. Het kan daarbij gaan om financiële instrumenten, maar ook om juridische instrumenten zoals het omgevingsplan en het programma'.
Figuur 2: lid 2 van artikel 1.2 van de Omgevingswet
4. Projectgroep De mensen die bij voorbaat een rol krijgen bij de totstandkoming van de omgevingsvisie 2.0, zijn in zes groepen te verdelen: 1. Projectleiding Hierin zitten de projectleider omgevingsvisie, de projectleider implementatie Omgevingswet en een projectondersteuner. De projectleider omgevingsvisie is verantwoordelijk voor het uitvoeren van dit plan van aanpak en het opleveren van de omgevingsvisie 2.0. Naast het uitvoeren van dit plan van aanpak zal de projectleider ook: ‐
Relevant beleid en overige informatie inventariseren
‐
De structuur voor de omgevingsvisie 2.0 opzetten en vullen met voorlopige teksten
‐
Het contact met alle betrokkenen onderhouden
‐
Op de juiste momenten bij de juiste mensen informatie opvragen, of (deel)producten laten controleren of tegenlezen
‐
De omgevingsvisie uitschrijven
‐
Opdracht aan communicatie geven voor de opmaak van de omgevingsvisie
‐
De bestuurlijke procedure begeleiden
De projectleider implementatie Omgevingswet is voor de projectleider omgevingsvisie beschikbaar om de voortgang van het proces regelmatig af te stemmen op de overige minimale acties voor de implementatie van de Omgevingswet. De projectondersteuner is voor de projectleider omgevingsvisie op vooraf bepaalde momenten beschikbaar voor: 1. 2. 3. 4. 5.
Notuleren Uitwerken van gespreksverslagen Naslagwerk Concept teksten schrijven Plannen van afspraken
2. Kernadviseurs De kernadviseurs zijn de adviseurs voor wie het belangrijker is dan voor andere adviseurs dat hun vakgebied integraal in de omgevingsvisie wordt verwerkt. Zij zullen door de projectleider omgevingsvisie regelmatig gevraagd worden om mee te denken of tegen te lezen. Op deze manier kan een breed gedragen, integrale omgevingsvisie worden opgeleverd. Zij zullen verder uitvragen van de projectleider omgevingsvisie krijgen. Bijvoorbeeld om beleidsstukken, ambities, doelstellingen en concrete acties die zij willen realiseren in de fysieke leefomgeving te geven. Uiteraard zullen zij worden gevraagd de voor hen relevante stukken tekst tegen te lezen. 3. Overige interne adviseurs De overige interne adviseurs zijn die adviseurs binnen de gemeente die binnen hun vakgebied raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving. Zij zullen met name uitvragen van de projectleider omgevingsvisie krijgen. Bijvoorbeeld om beleidsstukken, ambities, doelstellingen en concrete acties die zij willen realiseren in de fysieke leefomgeving te geven. Uiteraard zullen zij worden gevraagd de voor hen relevante stukken tekst tegen te lezen.
4. Externe adviseurs De externe adviseurs zijn die adviseurs die binnen hun vakgebied te maken hebben met de fysieke leefomgeving in Papendrecht. Soms worden alleen organisaties genoemd en zal gezocht worden naar een contactpersoon. Zij zullen met name uitvragen van de projectleider krijgen. Bijvoorbeeld om beleidsstukken, ambities, doelstellingen en concrete acties die zij willen realiseren in de fysieke leefomgeving te geven. Uiteraard zullen zij worden gevraagd de voor hen relevante stukken tekst tegen te lezen. Sommige van deze adviseurs heeft ook formeel een controlerende rol. Het gaat in ieder geval om de provincie, het waterschap en Rijkswaterstaat. De buurgemeenten vallen ook onder de externe adviseurs. 5. Bestuur De omgevingsvisie 2.0 moet, net als de omgevingsvisie 1.0, een breed gedragen omgevingsvisie worden. De raad moet de omgevingsvisie vaststellen, maar tijdens het proces moet de raad goed op de hoogte gehouden worden. Hetzelfde geldt voor het college en de portefeuillehouder Omgevingswet. Als bestuurlijk verantwoordelijke zal de omgevingsvisie regelmatig voor het portefeuillehouders‐overleg worden geagendeerd. 6. Betrokkenen omgevingsvisie 1.0 Tijdens het proces om tot de omgevingsvisie 1.0 te komen heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden. Op pagina 68 en 69 van de omgevingsvisie 1.0 is hier een toelichting op gegeven.
Daarnaast heeft iedereen de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te dienen. In zoverre de mensen die geparticipeerd hebben, of een zienswijze hebben ingediend bekend zijn, zullen wij hen op de hoogte brengen van de start van de procedure om de omgevingsvisie 2.0 vast te stellen. Publicatie zal in iedere geval via de reguliere kanalen plaatsvinden. De projectleider omgevingsvisie informeert naar de mogelijkheden om sociale media in te zetten. In bijlage 3 is een overzicht gegeven van de projectleden die voorzien worden.
5. Stappen Om tot een vastgestelde omgevingsvisie 2.0 te komen worden de volgende stappen doorlopen: 1. 2. 3. 4. 5.
Opstellen plan van aanpak, inclusief planning Structuur bepalen en vullen met ruwe tekst Projectgroep en ketenpartners betrekken Omgevingsvisie uitschrijven Bestuurlijk traject
Hieronder wordt iedere stap kort toegelicht. Overigens worden de stappen niet helemaal een voor een gezet. Sommige stappen lopen door elkaar. Binnen iedere stap moeten enkele acties uitgevoerd worden. Deze zijn als tabellen opgenomen, met de datum waarop ze afgerond moeten zijn. De totaalplanning is opgenomen als bijlage 4.
5.1 Opstellen plan van aanpak, inclusief planning Deze stap omvat de volgende drie acties: Actie PvA ambtelijk akkoord PvA bestuurlijk akkoord (college) + RIB Inventarisatie mogelijkheden doorwerking naar andere kerninstrumenten
Stap 1 1 1
Datum afgerond 31 mei 2023 20 juni 2023 23 juni 2023
Belangrijk doel van het opstellen van een omgevingsvisie 2.0 is om te zorgen dat de omgevingsvisie goed doorwerkt in de rest van de beleidscyclus. Met name in de kerninstrumenten 'programma' en 'omgevingsplan'. Over de manier waarop dat kan, is op internet en in voorbeelden van gepubliceerde omgevingsvisies nog weinig te vinden. De derde actie is erop gericht om hier duidelijkheid over te krijgen. Zodat daar in de rest van het project naartoe gewerkt kan worden.
5.2 Structuur bepalen en vullen met ruwe tekst Deze stap bestaat uit de volgende drie acties: Actie Verzamelen input voor de SWOT Ontbinden en herstructureren omgevingsvisie 1.0 Geherstructureerde omgevingsvisie aanvullen met verplichtingen en voorbeeldteksten
Stap 2 2 2 (3 weken vakantie)
Datum afgerond 18 juli 2023 18 juli 2023 23 augustus 2023
Voor de omgevingsvisie 2.0 worden de ambities en de doelstellingen uit de omgevingsvisie 1.0 gebruikt. Verder wordt een nieuwe structuur opgezet. De huidige stand van zaken wordt weergegeven in de vorm van een SWOT: ‐ Sterke kanten van Papendrecht (Strenghts) ‐ Aandachtspunten voor Papendrecht Weaknesses) ‐ Kansen (Opportunities) ‐ Bedreigingen van buitenaf (Threats)
Alle tekst uit de omgevingsvisie 1.0 wordt tot op zinsniveau beoordeeld. De uitkomst is dat een tekstfragment niet relevant is, of wel relevant is. Als een tekstfragment relevant is, wordt het naar het kopje binnen de nieuwe structuur gesleept, waar dit het beste thuishoort. Als zo de hele omgevingsvisie 1.0 is doorlopen, wordt duidelijk waar de gaten zitten. De kopjes die betrekking hebben op de stand van Papendrecht, worden vervolgens met name aangevuld met gegevens van Onderzoekcentrum Drechtsteden. De kopjes die betrekking hebben op de ambities en doelstellingen worden voorlopig zoveel mogelijk aangevuld met de verplichtingen die staan op het spiekbriefje van de VNG (bijlage 2) en voorbeeldteksten.
5.3
Projectgroep en ketenpartners betrekken
Deze stap bestaat uit de volgende acties: Actie Presentaties voor afdelingen waar projectleden zitten, om aan te geven welke input we willen hebben Instructiemail en/of telefoontje ketenpartners die projectlid zijn, om aan te geven welke input we nodig hebben Alle input van alle projectleden retour Snelkookpansessies per ambitie of doelstelling om input scherp te stellen en keuzes te maken waar nodig Sessies om te reageren op conceptteksten
Stap 3
Datum afgerond 13 september 2023
3
6 september 2023
3 3
20 september 2023 11 oktober 2023
3
6 december 2023
De eerste twee acties hebben het volgende doel: 1. Informeren over de noodzaak voor een omgevingsvisie 2.0; 2. aangeven waarom een omgevingsvisie 2.0 ook voor de projectleden belangrijk is; 3. aangeven dat het project erop gericht is dat projectleden hier weinig tijd aan kwijt zijn, omdat de projectleider hen op vooraf bepaalde momenten gestructureerd zal vragen naar informatie op hun expertisegebied; 4. aangeven wat de projectleider nu en in de rest van het jaar komt vragen; 5. aangeven dat er na de presentatie een mail volgt waarin ieder projectlid wordt verzocht naar de klaarstaande teksten onder het kopje op zijn of haar expertisegebied te kijken en aanvullingen te sturen. De overige drie acties hebben betrekking op het ontvangen en verwerken van de input van de projectleden. Het gaat dan met name om aanpassingen en aanvullingen onder de kopjes met betrekking tot de ambities en doelstellingen. Deze bestaan onder andere uit het noemen van haakjes voor doorwerking in de overige kerninstrumenten en het selecteren van kerninstrumenten.
5.4 Omgevingsvisie uitschrijven Deze stap bestaat uit de volgende drie acties: Actie Uitschrijven kopjes m.b.t. huidige SWOT, ambities en doelstellingen Uitschrijven kopjes m.b.t. de opgaven en bijbehorende haakjes en kerninstrumenten Overgebleven paragrafen uitschrijven
Stap 4 (1 week vakantie) 4 (2 weken vakantie) 4
Datum afgerond 15 oktober 2023 10 januari 2024 24 januari 2024
Zodra alle informatie voor bepaalde kopjes beschikbaar is, dit uitschrijven. Als alle kopjes zijn uitgeschreven is de inhoud van de omgevingsvisie compleet.
5.5 Bestuurlijk traject Deze stap bestaat uit de volgende vier acties: Actie Raadsinformatieavond met presentatie en ambitietafels om bijsturing mogelijk te maken College vragen om te publiceren + RIB Terinzagelegging Raadscyclus begeleiden
Stap 5
Datum afgerond 31 januari 2024
5 5 5
20 februari 2024 9 april 2024 29 mei 2024
De omgevingsvisie is hét sturingsinstrument van de gemeenteraad. Vaststelling van de omgevingsvisie is dan ook een raadsbevoegdheid. De gemeenteraad stuurt met de omgevingsvisie op de lange termijn. De wet gaat uit van het principe ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’. Dat geeft gemeenten meer afwegingsruimte voor lokaal maatwerk. In de omgevingsvisie 1.0 heeft de raad al antwoord gegeven op de vragen: wat is belangrijk in mijn gemeente en wat voor een gemeente willen wij zijn? Tijdens een beeldvormende raadsvergadering zullen wij de concept omgevingsvisie 2.0 aan de raad presenteren en de raad de mogelijkheid geven om te reageren. Verder zullen wij de raad regelmatig op de hoogte stellen door middel van raadsinformatiebrieven (RIB's).
6. Financiële verantwoording De kosten voor het uitvoeren van het plan van aanpak worden gefinancierd uit het budget voor de implementatie van de Omgevingswet. Het gaat om …. euro voor de inhuur van de projectleider omgevingsvisie. Daarnaast is 80.000 euro beschikbaar gesteld voor overige kosten die gemaakt moeten worden. Het gaat hierbij in ieder geval om de inhuur van een projectondersteuner en alle werkzaamheden rondom de opmaak van de omgevingsvisie. De werkzaamheden die door de overige projectleden worden uitgevoerd, gebeuren in het kader van de reguliere werkzaamheden. Hier hoeft geen extra tijd en budget beschikbaar voor te worden gesteld.
Versie 1.1 (Juni 2019)
N.B. Aanvullingswetten Natuur, Bodem en Geluid zijn niet meegenomen.
Type 1: Verplicht, geen keuze. Type 2: Verplicht, met keuzemogelijkheden. Type 3: Als dit speelt in uw gemeente, heeft u een plicht en een keuze. Type 4: Geen plicht, wel keuze.
Hoofdvraag
Vervolgvraag
Spiekbriefje Omgevingsvisie Wettelijke plichten en Onderwerp keuzemogelijkheden (TYPEN)
Vervolgvraag
3
Gelijkstellingsbepaling
Gaat uw gemeente gebruikmaken van de gelijkstellingsbepaling?
1,2
Sturingsfilosofie
Welke verplichte of onverplichte maatschappelijke opgaven heeft uw gemeente? Hoe ga uw gemeente daarop sturen? Welke kernkwaliteiten moet of gaat uw gemeente beschermen? Welke rol heeft uw gemeente in de realisatie van doelen uit de omgevingsvisie?
1,2
Inhoud omgevingsvisie
Contactpersoon VNG: Sarah Ros
-
Hoe gaat uw gemeente deze kwaliteiten beschermen/behouden? Hoe verhoudt de rol van uw gemeente zich tot de voorziene rol van anderen?
Toelichting
-
Gaat uw gemeente hierbij reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten? Gaat uw gemeente hierbij reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten? Op welke manier gaat uw gemeente reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten?
Neemt uw gemeente meer onderwerpen op in de omgevingsvisie dan de 10 verplichte onderwerpen uit art. 1.2.2?
In hoeverre laat uw gemeente het vigerend beleid ten aanzien van deze onverplichte onderwerpen (geheel of gedeeltelijk) vervallen?
-
Welk thema's die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving neemt uw gemeente op in de omgevingsvisie?
In hoeverre laat uw gemeente het vigerend beleid ten aanzien van deze onverplichte onderwerpen vervallen?
-
Wat is uw gemeente voornemens aangaande de kwaliteit van haar grondgebied? Gaat uw gemeente een nulmeting uitvoeren?
-
Wat is uw gemeente voornemens aangaande het gebruik van haar grondgebied? Gaat uw gemeente een nulmeting uitvoeren?
-
Wat is uw gemeente voornemens aangaande het beheer van haar grondgebied? Gaat uw gemeente een nulmeting uitvoeren?
-
Wat is uw gemeente voornemens aangaande het behoud van haar grondgebied? Gaat uw gemeente een nulmeting uitvoeren?
-
Is er in de omgevingsvisie van uw gemeente sprake van tegenstrijdige of meekoppelende voornemens of doelen?
-
Hoe gaat uw gemeente deze voornemens met elkaar in verband brengen?
Zie art. 11.9 Ow. Als uw gemeente een omgevingsvisie vaststelt voor de datum van inwerkingtreding van de wet, dan kunt u gebruik maken van de gelijkstellingsbepaling zodat deze omgevingsvisie ook geldt als zodanig na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Om gebruik te kunnen maken van de gelijkstellingsbepaling moet de omgevingsvisie van uw gemeente wel voldoen aan de Omgevingswet.
Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie. Denk bijvoorbeeld aan cultureel erfgoed. Denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van projecten of aan omgevingswaarden.
Dit heeft betrekking op art. 1.2.1 t/m art. 1.2.4 Omgevingswet.
Met een nulmeting wordt de huidige staat van het grondgebied in kaart gebracht. Met een nulmeting wordt de huidige staat van het grondgebied in kaart gebracht. Met een nulmeting wordt de huidige staat van het grondgebied in kaart gebracht. Met een nulmeting wordt de huidige staat van het grondgebied in kaart gebracht. Met 'meekoppelende voornemens' worden ambities bedoeld die elkaar versterken.
1,2
De vier milieubeginselen
Hoe gaat uw gemeente deze beginselen opnemen in de omgevingsvisie?
-
-
Artikel 191 van het ‘Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie’ kent 4 milieubeginselen. Dit zijn het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Met deze 4 beginselen moet in de omgevingsvisie expliciet rekening worden gehouden.
2
Uitvoering van de omgevingsvisie
Hoe gaat uw gemeente haar voornemens uit de omgevingsvisie realiseren?
Gaat of moet uw gemeente daarvoor het kerninstrument programma gebruiken?
-
Zie tabblad Programma.
1,2
Monitoring en beschikbaarheidsstelling
Welke gegevens en voornemens moet of wil uw gemeente monitoren?
Hoe gaat uw gemeente deze gegevens beschikbaar stellen?
-
Voor meet- en rekenmethoden, zie Omgevingsregeling Omgevingswet.
4
Gezamenlijke omgevingsvisie
Gaat uw gemeente een gezamenlijke omgevingsvisie opstellen met andere bestuursorganen?
-
Een gezamelijke omgevingsvisie vervangt uw lokale omgevingsvisie!
2
Wil uw gemeente de omgevingsvisie gebruiken als grondslag voor het vestigen Wet voorkeursrecht gemeenten van een voorkeursrecht?
-
-
Voornemens m.b.t. de fysieke leefomgeving van uw gemeente moeten voldoende zijn geconcretiseerd om als grondslag kunnen dienen voor een evenutele vestiging van voorkeursrecht. In plaats van de omgevingsvisie kunnen ook de kerninstrumenten programma en omgevingsplan dienen als grondslag voor voorkeursrecht.
1
Zorgplichten
-
-
Hoe gaat uw gemeente rekening houden met de zorgplichten (art. 1.6 en 1.7 OW)? Hoe geeft uw gemeente invulling aan de zorgplicht afvalwater? Hoe geeft uw gemeente invulling aan de zorgplicht hemelwater? Hoe geeft uw gemeente invulling aan de zorgplicht grondwater?
-
Hoe gaat uw gemeente de afstemming met het waterschap vormgeven? Hoe gaat uw gemeente de afstemming met het waterschap vormgeven? Hoe gaat uw gemeente de afstemming met het waterschap vormgeven?
-
-
Afstemming is verplicht.
-
Afstemming is verplicht.
-
Afstemming is verplicht.
Stedelijke kavelruil (ruilovereenkomst) heeft een grondslag in de omgevingsvisie.
3
Stedelijke kavelruil
Gaat uw gemeente eigenaren stimuleren om stedelijke kavelruil te organiseren?
Zo ja, hoe benoemt uw gemeente stedelijke kavelruil in de omgevingsvisie?
-
3
Afzien van kostenverhaal
Heeft uw gemeente herstructurerings- of transformatieopgaven en wil uw gemeente daarbij afzien van het wettelijk verplichte kostenverhaal?
Zo ja, hoe gaat uw gemeente dit opnemen in de omgevingsvisie?
-
1,2
Gebruiksruimte
Hoe gaat uw gemeente de gebruiksruimte zo verdelen over verschillende maatschappelijke functies dat dit maatschappelijk het meest efficient is?
Gaat uw gemeente de gebruiksruimte brongericht, gebiedsgericht of kwaliteitsgericht verdelen?
-
-
Heeft uw gemeente een verdeling van de gebruiksruimte die leidt tot een overschrijding of wil uw gemeente deze voorkomen?
Zo ja, gaat uw gemeente hiervoor het kerninstrument omgevingsvisie gebruiken?
Welke maatregel gebruikt uw gemeente hiervoor? Communicatie, een convenant, inzet van heffing of subsidie of wettelijke regulering van activiteiten?
Uw gemeente kan er ook voor kiezen om hiervoor het kerninstrument programma te gebruiken.
-
-
3
Plan-m.e.r.
Gaat uw gemeente voornemens opnemen in de omgevingsvisie die leiden tot een plan-m.e.r.-(beooordelings)plicht?
-
-
1
Publieksparticipatie
Hoe geeft uw gemeente invulling aan de verplichte participatiemotivering bij de omgevingsvisie?
-
-
Zie het Omgevingsbesluit voor de eisen aan de motivering.
1,2
Afstemmingsverplichting
Hoe gaat uw gemeente uitvoering geven aan de afstemmingsverplichting?
-
-
Een standaard afstemmingsverplichting (met waterschap en provincie) geldt bijvoorbeeld met betrekking tot de watersystemen.
Neemt uw gemeente voornemens op in haar omgevingsvisie die naast de standaard afstemmingsverplichtingen leiden tot extra afstemmingsverplichting met bestuurs- en adviesorganen?
Hoe gaat uw gemeente uitvoering geven aan deze verplichting?
-
-
-
-
1
Consultatieverplichting
Hoe gaat uw gemeente uitvoering geven aan de verplichting om andere bestuursen adviesorganen te consulteren?
1
Monitoring en evaluatie
Hoe gaat uw gemeente het realiseren van uw voornemens en doelen monitoren Op welke wijze gaat uw gemeente de monitoring- en en evalueren? evaluatiegegevens beschikbaar stellen?
-
1
DSO
Voldoet de omgevingsvisie van uw gemeente aan de digitale (en semantische) standaarden van de Omgevingswet?
-
-
-
1
Wet a.r. herindeling
Moet uw gemeente haar omgevingsvisie opstellen of actualiseren op grond van een herindeling?
-
-
Bij een herindeling moet een omgevingsvisie voor het gehele grondgebied binnen 5 jaar na herindeling zijn vastgesteld.
-
"Verantwoordelijke bestuursorganen moeten ook door derden kunnen worden aangesproken op het al of niet realiseren van omgevingswaarden, kwaliteiten en projecten en op de uitvoering van beleid dat is vastgelegd in omgevingsvisies. Monitoring en de beschikbaarstelling van gegevens daaruit is hierbij van wezenlijk belang." (MvT Ow. p.23)
Gemeentelijke betrokkenen Projectleiding Projectleider Programmamanager Projectondersteuner
kernadviseurs (integraal verhaal monitoren) Strategisch beleidsadviseur Adviseur Wonen Adviseur Milieu Adviseur Duurzaamheid Adviseur Economie
Overige interne adviseurs Kabels en leidingen Verkeer en parkeren Wegbeheer Groen Stedenbouw Water (riolering/klimaatadaptatie) Wonen en zorg Digitale ontsluiting Zorg Sport en vrije tijd Onderwijs Inclusiviteit Omgevingsplan Communicatie
Externe betrokkenen Externe adviseurs Bedrijven- en milieuhinder Geur Luchtkwaliteit Geluid Externe veiligheid Ecologie Bodem Milieueffectrapportage Archeologie Rijkswaterstaat Provincie Waterschap Veiligheidsregio GGD Tennet Gemeente Sliedrecht Gemeente Alblasserdam Gemeente Molenlanden Gemeente Dordrecht
Bestuur Bestuur Gemeenteraad Griffie College van B&W Bestuursondersteuning Portefeuillehouder Omgevingswet
Bijlage 4: Planning proces omgevingsvisie 2.0 Actie PvA ambtelijk akkoord PvA bestuurlijk akkoord (college) + RIB Inventarisatie mogelijkheden doorwerking naar andere kerninstrumenten Verzamelen input voor de SWOT Ontbinden en herstructureren omgevingsvisie 1.0 Geherstructureerde omgevingsvisie aanvullen met verplichtingen en voorbeeldteksten Presentaties voor afdelingen waar projectleden zitten, om aan te geven welke input we willen hebben Instructiemail en/of telefoontje ketenpartners die projectlid zijn, om aan te geven welke input we nodig hebben Alle input van alle projectleden retour Snelkookpansessies per ambitie of doelstelling om input scherp te stellen en keuzes te maken waar nodig Uitschrijven kopjes m.b.t. huidige SWOT, ambities en doelstellingen Sessies om te reageren op conceptteksten Uitschrijven kopjes m.b.t. de opgaven en bijbehorende haakjes en kerninstrumenten Overgebleven paragrafen uitschrijven Raadsinformatieavond met presentatie en ambitietafels om bijsturing mogelijk te maken College vragen om te publiceren + RIB Terinzagelegging Raadscyclus begeleiden
Stap 1 1 1
Datum afgerond 31 mei 2023 27 juni 2023 23 juni 2023
2 2 2 (3 weken vakantie) 3
18 juli 2023 18 juli 2023 23 augustus 2023
3
6 september 2023
3 3
20 september 2023 11 oktober 2023
4 (1 week vakantie) 3 4 (2 weken vakantie) 4 5
15 oktober 2023
5 5 5
20 februari 2024 9 april 2024 29 mei 2024
13 september 2023
6 december 2023 10 januari 2024 24 januari 2024 31 januari 2024