CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D07. 20250130 RIB toekomstig financieel perspectief in relatie tot investeringen.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 13 februari 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad datum

30-01-2025

behandeld door

M. Penders

ons kenmerk

2025-0007972

doorkiesnummer Onderwerp

Financiële opgave om toekomstige investeringen te blijven doen.

Geachte mevrouw, heer, Als gemeente staan we de komende jaren voor forse investeringen wat een druk legt op de begroting. Daarnaast liggen er nog projecten op de plank en hebben we te maken met de onzekere financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten. Dit alles helpt niet om rust in het begrotingsbeleid te krijgen. Er bestaat onzekerheid over welke mogelijkheden wij als gemeente nog hebben voor het doen van investeringen in de toekomst en / of het doorvoeren van nieuwe beleidsontwikkelingen. Is alles nog te betalen? Of breken we straks onze voorzieningen af omdat er geen geld meer is. Allemaal vragen die begrijpelijk zijn en veel onrust met zich meebrengt. In deze raadsinformatiebrief wordt er richting en inzicht gegeven hoe we tegen deze onzekerheden, die overigens terecht zijn, aankijken en ook in het juiste perspectief kunnen brengen. De Rijksoverheid richting gemeenten als wetgever en opdrachtgever De financiële verhouding Rijk gemeenten staat al een aantal jaren hoog op de politieke agenda. Het is een landelijk gegeven dat de komende jaren gemeenten, maar ook provincies, aan de lat staan voor omvangrijke investeringsopgaven. Dit gaat naast noodzakelijke nieuwe investeringen in onderwijsgebouwen en infrastructuur ook over investeringen voor nieuwe maatschappelijke opgaven (denk aan verduurzamen maatschappelijk vastgoed, woningbouw).

Dat brengt extra afschrijvingslasten en rentelasten met zich mee. Voor het verantwoord kunnen doen van deze investeringen is het van belang dat de decentrale overheden, en dus ook Papendrecht, beschikken over een redelijk stabiele en voorspelbare inkomstenstroom vanuit het Rijk om aan haar wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast constateren we dat de zorgkosten sneller stijgen dan het Bruto Binnenlands product (BBP), wat leidt tot een extra financiële druk op gemeenten. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) pleit dan ook naast voldoende structurele middelen voor het doen van de benodigde wettelijke investeringen ook voor een andere indexering van zorguitgaven om deze druk te verlichten. Ook wordt er geconstateerd dat het Rijk de laatste jaren vooral tijdelijke financiële middelen beschikbaar stelt. Omdat vanuit provinciaal toezicht gestuurd wordt op een structureel sluitende begroting helpen de incidentele middelen van het Rijk hier niet bij. De ROB stelt voor dat er een herziening van de financiële verhouding tussen Rijk en decentrale overheden, gericht op stabiele bekostiging, komt en dat dit in balans wordt gebracht met de wettelijke gemeentelijke taken. Dit alles ondanks ook het Rijk moet toewerken naar een stabiel financieel meerjarenperspectief.

Links of rechtsom zal het Rijk moeten gaan bewegen om de financiële instabiliteit bij de gemeenten aan te pakken. Gezien de al jaren lopende discussie (zeker vanaf 2021) en de slechte financiële situatie bij bijna alle gemeenten hopen we dat het komende jaar meer duidelijkheid komt in hoeverre het Rijk structureel gaat bewegen.

Financiële ruimte nu en in de toekomst is belangrijk In maart 2025 staat de investering in de huisvesting VO-scholen inclusief de bouw van een sportvoorziening in het Van der Palm gebied op de agenda. Daarnaast is het de bedoeling in het tweede kwartaal van 2025 een besluit te nemen over de overige investeringen in het Van der palmgebied. Dit gaat over de realisatie van een MFA, parkeervoorzieningen en inrichting van het gebied. Hiermee is een totale investering gemoeid van afgerond € 155 mln. Het gaat dan om de volgende onderdelen:

Willem de Zwijger (excl. sport basis) De Lage Waard Sportvoorzieningen van der Palmgebied* Ruimtelijke verkaveling van der Palmgebied onderdeel parkeergarage Ruimtelijke verkaveling van der Palmgebied onderdeel MFA Ruimtelijke verkaveling van der Palmgebied onderdeel inrichting openbaar gebied

Investering einde werk Afschrijvingsduur € 34.700.000 60 jaar € 77.200.000 60 jaar € 16.970.000 40 jaar € 7.800.000 40 jaar € 13.500.000 40 jaar € 5.000.000 25 jaar

rente 3% 3% 3% 3% 3% 3%

Totale investering: € 155.170.000 * betreft sportvoorzieningen medegebruik door verenigingen en sporthallen Willem de Zwijger

Daarnaast zijn er in de perspectiefnota 2024 een aantal investeringen benoemd waarover later nog besluiten genomen moeten worden. Hierin zijn nog allerlei keuzes te maken in omvang, fasering of niet doen Op dit moment is daar nog geen enkele uitspraak over te doen en kan er ook geen bandbreedte worden aangegeven. Om toch een indruk te geven over welke omvang aan investeringen we het hebben is het volgende overzicht opgenomen. Inschatting investeringen projecten perspectiefnota 2024 Omschrijving Mobiliteitsplan Flexwoning IHP BENG Extra investering Water en Rioleringsplan (WRP); tlv riolering Begraafplaatsen Gemeentelijk vastgoed Prognose jaarlijkse investering perspectiefnota 2024 cumulerend

2025 € € € €

2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000 € 2.000.000

2.500.000 € 3.000.000 1.000.000 € 1.000.000 400.000 € PM PM 3.900.000 € 6.000.000 € 9.900.000

€ 3.000.000 € 3.000.000 € 1.000.000 € 1.000.000 € € PM PM € 6.000.000 € 6.000.000 € 15.900.000 € 21.900.000

€ 3.000.000 € 3.000.000 € 1.000.000 € 1.000.000 € € PM PM € 6.000.000 € 6.000.000 € 27.900.000 € 33.900.000

€ 3.000.000 € € 1.000.000 € 1.000.000 € € PM PM € 6.000.000 € 3.000.000 € 39.900.000 € 42.900.000

€ € 1.000.000 € PM € 3.000.000 € 45.900.000

In bovenstaand overzicht zijn geen vervangingsinvesteringen opgenomen omdat deze via het reguliere P&Cproces lopen en waarvan de kapitaallasten al verwerkt zijn in de begroting. De gemiddelde investeringsomvang bedraagt ongeveer € 3 mln. per jaar. Daarnaast is het wenselijk om jaarlijks financiële ruimte te hebben om nieuw beleid of intensivering bestaand beleid mogelijk te maken. Ruimte in de begroting creëren blijft een verantwoordelijkheid van de gemeente zelf Ondanks de hoop dat het Rijk financieel zal moeten gaan bewegen richting de gemeenten om haar wettelijke taken te kunnen uitvoeren zal dit niet alles oplossen. Dit heeft nog nooit volledig plaatsgevonden en zal naar verwachting ook nu niet gebeuren. We zullen dus ook zelf onze begroting in ogenschouw moeten nemen en keuzes moeten maken wat we blijven doen, wat minder en wat niet meer. We hebben daarom al in de perspectiefnota 2023 aangegeven dat we er niet aan ontkomen een ombuigingstraject op te starten om naar de toekomst toe een stabiel begrotingsevenwicht te blijven houden. Een evenwicht dat financiële ruimte blijft bieden om nieuwe investeringen en beleidsintensiveringen te blijven doen en we in staat zijn risico's op te kunnen vangen. Het is een continue proces waarin gemeenteraad en college samen moeten optrekken en ook periodiek zal moeten bijstellen indien de cijfers er anders uit komen te zien.

In vervolg hierop is eind januari 2025 de ombuigingscatalogus aangeboden en daarbij is een inschatting wat de financiële opgave naar de toekomst toe is, nodig. Bij het bepalen van de omvang van de ombuiging is op basis van terugkijken rekening gehouden met een gemiddelde benodigde investeringsruimte van € 5 mln. per jaar (met een gemiddelde kapitaallast van € 0,3 mln.) en een budgettaire ruimte van € 0,3 mln. aan beleidsintensiveringen. In totaal € 0,6 mln. cumulerend elk jaar vanaf 2027.

2

Daarnaast is er rekening mee gehouden dat het Rijk zal gaan bewegen binnen de financiële verhouding met de gemeenten. Wij hebben hier een voorzichtige inschatting gemaakt van 0,7% volumegroei van de algemene uitkering per jaar cumulerend vanaf 2030.. Met de kennis en wetenschap van nu ziet het financieel meerjarenperspectief er op hoofdlijn als volgt uit:

Tot slot De wereld staat niet stil en veranderingen zijn aan de orde van de dag, zowel op inhoud als financieel. Dit brengt, zeker bij het ver vooruitkijken naar de toekomst, onzekerheden met zich mee of het financiële perspectief ook daadwerkelijk zo blijft als nu gepresenteerd is. Daarbij kunnen o.a. veranderingen in rentepercentage op de kapitaalmarkt of wijzigingen in Rijksbeleid en dus de Rijksbijdrage aan de gemeente een belangrijk effect hebben. Een fasering in de ombuigingen is dan ook zeker op z'n plaats. We gaan graag met de raad in gesprek hoe de fasering eruit ziet. Als college zien we voor de jaren 2026 en 2027 een ombuigingsopgave van € 2,5 mln. Voor de jaren 2028 tot en met 2030 een aanvullende ombuiging van € 0,5 mln. Indien de verwachtingen uitkomen zal na 2030 nog aanvullend € 2,7 mln. afgerond omgebogen moeten worden. Het totaal komt uit op € 5,7 mln. t.o.v. de huidige begroting. Het is nu nog veel te vroeg om hier een concrete uitspraak over te doen. Het is wel goed om op te merken dat de incidentele baten die voortvloeien uit toekomstige planontwikkelingen en de incidentele beschikbaarheid van de bestemmingsreserve toekomstige investeringen (nu groot € 9 mln.) hierin niet zijn meegenomen. Deze middelen zorgen ervoor dat incidenteel of meerjarig incidenteel intensivering van bestaand beleid of nieuw beleid mogelijk blijft.

Ondanks dit alles blijft overeind dat we de komende jaren goed moeten blijven sturen op de treasury om te kunnen blijven voldoen aan onze aflossingsverplichtingen. In samenwerking met de SGD houden we de liquiditeitsplanning goed in de gaten om te zorgen dat we tijdig kunnen bijsturen daar waar dit mogelijk is. 3

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van Papendrecht,

De secretaris,

de burgemeester,

J.M. Ansems

M.J.M. van Driel

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1038/documents/14804