D06 20221013 RIB beantwoording technische vragen Begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum behandeld door
14 oktober 2022 M. Penders
ons kenmerk doorkiesnummer Onderwerp
Beantwoording technische vragen programmabegroting 2023 - 2027
Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording aan van de schriftelijk ingediende technische vragen over de Begroting 2023 van de fracties OP, PAB, D66, GroenLinks en CDA. I.
Door de fractie van OP zijn onderstaande technische vragen gesteld over de programmabegroting 2023-2027. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Onlangs heeft het college bekend gemaakt aanvullende maatregelen op het gebied van de armoedebestrijding te nemen. Het gaat hierbij om maatregelen tranche 1 met een financieel plafond van € 600.000. Vraag 1 Hoeveel geld is in de begroting 2023 beschikbaar voor dergelijke aanvullende maatregelen en waar in de begroting kunnen we dit terug vinden? Antwoord vraag 1: Hiervoor is geen specifiek budget beschikbaar. De incidentele middelen die hiervoor nodig zijn zullen uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve "toekomstige investeringen" of begrotingssaldo gedekt moeten worden.
Op blz. 120 zien we een tabel met de belangrijkste (meerjarige) afwijkingen t.o.v. de lopende begroting. Op blz. 122 en 123 worden de afwijkingen toegelicht. De overheadkosten stijgen met 37%, van € 274.000 in 2023 naar € 378.000 vanaf 2024 en volgende jaren. Vraag 2 Kan de stijging van € 104.000 gespecificeerd worden naar het aandeel voor CAO en toe te rekenen overheadkosten aan investeringen, projecten etc. Antwoord vraag 2: Een bedrag van € 75.000 is het gevolg van lagere doorbelasting van loon – en overheadskosten aan de grondexploitatie. Het overige zit in de CAO-toepassing.
De actualisatie verbonden partijen stijgt met € 174.000 in 2023. Dit wordt veroorzaakt door indexering van de verbonden partij Recreatie en Cultuur Holding. Vraag 3a Hoe hoog is deze indexering als % van de totale begroting van deze verbonden partij? Antwoord vraag 3a: De indexering 2023 bedraagt 8% van de totale bijdrage aan deze partij. Het opgenomen bedrag van € 163.000 is als onderdeel van de € 174.000 opgenomen als stelpost indexatie Recreatie en Cultuur Holding.
1
Vraag 3b Hoe verhoudt deze indexatie zich ten opzichte van de (gemiddelde) indexatie van andere verbonden partijen? Antwoord vraag 3b: In de begroting 2023 is een gemiddelde indexatie van 2% opgenomen conform de ingediende begrotingen van de verbonden partijen.
Ook is een dekking opgenomen als stelpost voor loon- en prijscompensatie (blz. 120), maar we lezen geen expliciete toelichting op blz.122. Vraag 4 Is dit een dekking voor stijging van cao-loonkosten voor ambtenaren, of betreft dit een stelpost in algemene zin? Antwoord vraag 4: Dit betreft de algemene stelpost die wij bij de Perspectiefnota 2022-2027 hebben opgevoerd om de hoge inflatie en loonkosten naar de toekomst toe gedeeltelijk op te vangen. Zie ook de toelichting op pagina 123 bij de post "loon-, prijs- en energiekosten beheer openbare ruimte".
De rijks besparing maatregelen jeugdhulp zijn vanaf 2024 ingeboekt in de begroting en we lezen dat in verband met de onzekerheden in onze begroting rekening wordt gehouden met een realisatie van 50%. Vraag 5 Waar is de andere 50% van de besparing verwerkt in de begroting? Antwoord vraag 5: Deze is niet verwerkt in de begroting.
Op blz. 129 lezen we dat voor indexatie subsidies voor 2023 t/m 2025 een aanvullende indexatie van 4% is opgenomen. Vraag 6a Betekent dit dat het subsidieplatfonds door deze indexatie, automatisch met 4% wordt verhoogd? Antwoord vraag 6a: Nee. Vraag 6b Als het antwoord op 6a “ja” is, moet de raad dan niet expliciet het subsidieplatfond 2023 vaststellen? Antwoord vraag 6b: Door vaststelling van de begroting stemt u in om budgettair ruimte beschikbaar te stellen. In de raad van december 2022 wordt het subsidieplafond separaat ter besluitvorming voorgelegd. Vraag 6c Waarom is gekozen voor 4% en niet 5% of 6%, kortom wat is de onderbouwing van dit gekozen %? Antwoord vraag 6c: Op moment van opstellen begroting was de 4% een vrij realistisch percentage, mede in het kader van de stijging van de CAO-kosten.
2
Op blz. 130 zien we de stand en verloop van de reserves met bijbehorende toelichtingen. Op blz. 131 lezen we dat de € 100.000 vermindering uit de Eneco gelden wordt gebruikt voor 1 fte extra personeel. Vraag 7 Waarom wordt deze 1 fte niet uit de reserve bedrijfsvoering betaald? Deze reserve was namelijk gevormd om het ambtelijk apparaat te versterken en toekomst bestendig te maken. Antwoord vraag 7: In de Kaderbrief 2021 (juli 2020) is ervoor gekozen om jaarlijks een bedrag van € 27.000 te onttrekken aan deze bestemmingsreserve ten gunste van de exploitatie. Derhalve kan er geen claim meer gelegd worden op deze reserve.
We zien dat in de bestemmingsreserve coronacrisis nog ruim € 1,09 miljoen zit. Vraag 8 Kan deze reserve bij het vaststellen van de begroting worden “omgelabeld” naar bijvoorbeeld een bestemmingsreserve “energiecrisis”, zo ja wat is daarvoor nodig? Antwoord vraag 8: Los van de inhoudelijke discussie (COVID is immers nog niet over) en de claims die nog gelegd kunnen worden, kan dit met een amendement gedaan worden. We zien dat in de bestemmingsreserve duurzame inzetbaarheid eind 2022 € 795.000 zit en eind 2026 € 655.000 zit. Er wordt in 4 jaar tijd beperkt beroep gedaan op deze reserve. Vraag 9a Met hoeveel euro’s kan deze reserve, met inachtneming van acceptabele risico’s, worden “afgeroomd” ten gunste van een ander bestedingsdoel? Antwoord vraag 9a: Deze bestemmingsreserve is ter dekking van de kosten van maatwerk en flexibele oplossingen om medewerkers goed en duurzaam inzetbaar te houden in diverse levensfases. De reserve kan niet worden verlaagd zeker niet omdat wij verwachten dat hier de komende jaar meer en meer beroep op zal worden gemaakt. Vraag 9b Als blijkt uit antwoord 9a dat dit niet kan, wat is hier dan de onderbouwing van? Antwoord vraag 9b: Gezien de leeftijdsopbouw van het ambtelijke apparaat verwachten we dat er meer maatwerkoplossingen nodig zijn om mensen duurzaam inzetbaar te houden. Daarnaast betekent maatwerkuitstroom ook meer kosten voor maatwerkinstroom.
Op blz. 135 wordt een overzicht gegeven van de stand en verloop van de voorzieningen. We zien een verplichting woningen Markt Woonkracht 10 van € 50.000. Vraag 10a Houdt deze verplichting verband met het pand van de voormalige bibliotheek aan de Markt? Antwoord vraag 10a: Nee, dit betreft toegekende planschade die mogelijk nog verzilverd kan worden. Het gaat over de beperkte lichtinval door de bouw van de "Marktmeester".
3
Vraag 10b Als het antwoord op vraag 10a “ja” is, wat is dan de aard van de verplichting? Antwoord vraag 10b: Zie beantwoording vraag 10a. Op blz. 136 wordt een overzicht gegeven van de geplande investeringen 2023 – 2027. Vraag 11 Zijn de genoemde bedragen voor 2023 aangepast aan de prijsontwikkelingen van de afgelopen maanden, zo nee waar in de begroting worden dan de prijsstijgingen op deze geplande investeringen opgevangen? Antwoord vraag 11: Bij de investeringen is rekening gehouden met de regulier te verwachten index en reguliere ontwikkelingen. In algemene zin zien wij op mondiaal niveau een stevige prijsontwikkeling. Voor Papendrecht is recent hierop onder andere in de Concernnota gerapporteerd. Kijkend naar het investeringsplan / projectenniveau ervaren wij een gevarieerder beeld. Een aanzienlijk deel van de projecten kan naar huidig inzicht voor de geraamde bedragen worden uitgevoerd. Er zijn echter ook projecten die naar huidig inzicht niet voor het geraamde bedrag uitgevoerd kunnen worden. Bepalend zijn de marktontwikkelingen op het moment van aanbesteden en uitvoeren voor het betreffende project. In de begroting zijn geen aanvullende middelen opgenomen. In de p&c-cyclus wordt hierop gerapporteerd.
Uit blz. 87 blijkt dat de afvalstoffenheffing met 3,7% zal stijgen in 2023 t.o.v. 2022. Vraag 12 Zijn de tarieven – gelet op de gestegen energiekosten – ook voor de afvalverwerkers, kostendekkend, of moet de gemeente halverwege het jaar hier geld op toeleggen? Antwoord vraag 12: In de begroting is in hoofdlijn rekening gehouden met de uitgangspunten van de afvalinzamelaar en -verwerkers. Uitgangspunt is hier dat de CBS indexatie gevolgd wordt. Daarnaast zijn effecten van bekende ontwikkelingen verwerkt.
Op blz. 91 wordt "kwijtschelding" toegelicht. Vraag 13 Verwacht de gemeente dat het aantal inwoners zal stijgen dat in aanmerking komt voor kwijtschelding, zo ja met welke % stijging wordt rekening gehouden en wat betekent dit in financiële zin voor de begroting? Antwoord vraag 13: Wij zijn bij het opstellen van de begroting niet uitgegaan van een stijging. Mocht dit wel het geval zijn, dan zal dit worden betrokken bij de concernrapportages.
4
Op blz. 95 wordt ingegaan op de verbonden partijen en vermeld dat exacte financiële consequenties op dit moment niet goed zijn in te schatten. Vraag 14 Als financiële risico's die met deze verbonden partijen zich voordoen, uit welke begrotingspost wordt dit dan betaald? Antwoord vraag 14: Indien een financieel risico zich voordoet bij een verbonden partij dan zal dit ten laste van de algemene reserve worden gebracht. Zie ook de paragraaf "Weerstandsvermogen en risicobeheersing".
Op blz. 111 lezen we dat het eigen vermogen van sport en cultuur holding BV (zwembad en theater) in de loop van 2023 een negatief eigen vermogen zal hebben. Vraag 15a Wat is het verwachte eigen vermogen ultimo 2022? Antwoord vraag 15a: De verwachting is dat het exploitatieresultaat 2022 € 100.000 negatief uit zal vallen, hetgeen (na besluitvorming AvA) verrekend zal worden met de resterende weerstandreserve. Eind 2022 verwachten wij een eigen vermogenspositie van € 350.000. Vraag 15b Als de verwachting uitkomt, is de gemeente dan verplicht om het negatief eigen vermogen aan te vullen en zo ja tot welke hoogte? Antwoord vraag 15b: Er is geen formele verplichting. Vraag 15c Als het antwoord op de vraag 15b "ja" is, uit welke begrotingspost wordt dan betaald? Antwoord vraag 15c: N.v.t.
II.
Door de fractie van de PAB zijn onderstaande technische vragen gesteld over de programmabegroting 2023-2027. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
In de begroting 2022 lezen we: Daarbij komt ook nog als onzekere factor de herijking van het gemeentefonds. Omdat ook de autonome ontwikkelingen blijven doorlopen, is wel de conclusie dat de druk op de begroting fors is en blijft voor de komende jaren. Er is sprake van een disbalans tussen: taken, organisatie, bevoegdheden en bekostiging. Vraag 1 Is deze disbalans er nog? Gaan we er nog vanuit dat na de herijking van het gemeentefonds Papendrecht per inwoner 35 euro minder krijgt? Antwoord vraag 1: In de raadsinformatiebrief van 29 juni jl. over de meicirculaire 2022 hebben we gemeld dat de herijking van het gemeentefonds is verwerkt. Dit is oplopend voor Papendrecht € 1,2 mln. nadelig. De discussie over de disbalans loopt nog op landelijk niveau tussen de VNG, IPO en het Rijk.
5
Bladzijde 9 1b. De online participatie bevorderen door het inzetten op de 'participatiemodule' van PuurPapendrecht. Via de module kunnen inwoners gemakkelijk over allerlei thema's meedenken. Vraag 2 Is deze module nog in ontwikkeling of is het wat je vindt onder de knop “denk je mee?”. Antwoord vraag 2: De module kunt u inderdaad vinden onder de knop "Denk je mee?" op PuurPapendrecht. De module is gereed en kan gevuld worden met projecten. We gaan de komende periode met pilots werken.
Bladzijde 10 maatregel 1c 2023: Het streven is > minimaal 80% van de vragen eerstelijns af te handelen. 2022: Het streven is tussen de 70% en 80% van de vragen eerstelijns af te handelen. Vraag 3 Is het in 2022 gelukt om in dat interval uit te komen, zodat nu de lat hoger gelegd kon worden met boven de 80%? Antwoord vraag 3: Ja dat klopt.
Bladzijde 10 Doelstelling 3 Verbeteren en voortzetten van de informatievoorziening (waaronder met betrekking tot laaggeletterdheid) In 2022: Verbeteren en consolideren van de informatievoorziening (waaronder met betrekking tot laaggeletterdheid) Vraag 4 Voortzetten van de informatievoorziening (informatie blijven geven). Wat houdt het in als je van consolideren naar voortzetten gaat? Antwoord vraag 4: Met consolideren, in de begroting 2022, hebben wij proberen aan te geven dat informatievoorziening aan onze inwoners een vast onderwerp van gesprek moet zijn om informatie begrijpelijk en benaderbaar beschikbaar te stellen aan onze inwoners. In de begroting 2023 hebben wij dit vervangen door "voortzetten" omdat dit belangrijke item nu is geborgd in onze processen. We blijven werken om de informatievoorziening voor elke doelgroep begrijpelijk en benaderbaar beschikbaar te stellen.
Bladzijde 13: Maatregelen 6a, 6b en 6c. In 2022 nog drie maatregelen: Vraag 5a Starten van minimaal 2 dataprojecten ter ondersteuning van sturing en besluitvorming. Wat hield dit in en welk voordeel m.b.t. sturing en besluitvorming heef dit opgeleverd? Antwoord vraag 5a: We hebben hier, ook in samenwerking met de regio, op diverse onderdelen gewerkt aan dataprojecten. Te denken valt daarbij aan duurzaamheid, GEO-informatie, Wonen – en zorg, data analyse met betrekking tot mobiliteit, etc. De inzichten die hieruit voortvloeien betekent ook betere beleidsmatige afweging maar ook bijsturingsmogelijkheden bij afwijkingen.
6
Vraag 5b Aanjagen van data gestuurd werken door het opzetten van een pilotproject. Graag dit project toelichten. Antwoord vraag 5b: Zie beantwoording vraag 5a. Wij hebben deze activiteiten gezamenlijk uitgevoerd. Vraag 5c Onderzoeken van de gevolgen van de adviezen uit het Berenschot rapport 2021 voor de benodigde formatie van informatievoorzieningsfuncties in Papendrecht. Is dit onderzoek afgerond? Is de formatie daarvoor aangepast? Antwoord vraag 5c: Het onderzoek is afgerond en vraagt naar de toekomst toe ook nadere uitwerking. De formatie is hierop nog niet aangepast. Vraag 6 0.8 Focus op de lange termijn. Hoe is hier het extra sparen voor grote projecten te vinden? (half technisch, half politiek) Antwoord vraag 6: Dit zit opgesloten in de doelstelling, namelijk het presenteren van een reële meerjarenbegroting waarin lokale en wettelijke ontwikkeling inclusief investeringsprogramma meerjarig is doorgerekend. Daarnaast zijn er besluiten genomen resultaten te storten in de bestemmingsreserve "toekomstige investeringen".
Bladzijde 20 (half technisch, half politiek) Overlast verwarde personen is niet vermeld (politie registreert ongeveer 19/10.000 per kwartaal. Voor onze gemeente zou dat per jaar ongeveer 228 registraties opleveren. Vraag 7 Klopt dit beeld? Waarom is dit niet in de tabel opgenomen? Antwoord vraag 7: Voor de begroting 2023 is de tabel aangehouden die ook de afgelopen jaren is gehanteerd. Dit onderwerp was hier geen onderdeel van. Eventuele wijzigingen kunnen worden meegenomen bij de vernieuwing van het begrotingsproces waar met uw raad over wordt gesproken. De cijfers omtrent de personen met verward gedrag monitoren wij nauwgezet in het kader van de uitvoering van het Kompas Sociaal Domein 2021-2024 en de uitvoering van de Wet verplichte GGZ. Het Meldpunt Zorg & Overlast – onderdeel van de Dienst Gezondheid & Jeugd – houdt deze cijfers voor ons bij. Het aantal meldingen in 2021 betrof in totaal 254 die toe te schrijven zijn aan ongeveer 70 unieke personen.
Bladzijde 32 5.2 1c: Invullen gemeentelijke accounthoudersrol…………. Vraag 8a Dit was ook in 2021 en 2022 een maatregel. Is die rol telkens niet uit de verf gekomen? Antwoord vraag 8a: Invullen gemeentelijke accounthoudersrol is een voortdurend proces, waarbij actuele maatschappelijke ontwikkelingen voortdurend vragen om een passende invulling van de rol.
7
bladzijde 32 , 5.3 Bij maatregel 3a In 2021 en 2022 staat ook: 3b De vraag naar en behoefte aan cultuur inventariseren via de cultuurmakelaar in samenwerking met de cultuuraanbieders. Vraag 8b Is dit uitgevoerd met welke resultaten? Antwoord vraag 8b: Dit heeft geleid tot een nieuw cultuurmenu, samen met vier lokale culturele organisaties. Ook werken basisscholen aan leerlijnen cultuureducatie. Daarnaast is dit ook onderdeel van de uitwerking van de businesscase Cultuurplatform. Voor het volledige beeld komen wij in de jaarrekening 2022 terug.
Bladzijde 33 In 2022 lezen we: Doelstelling(en) 1. Faciliteren van initiatieven met betrekking tot de culturele identiteit van Papendrecht Maatregelen 1a. Ondersteunen van de activiteiten van diverse instanties om de culturele identiteit vorm te geven. Vraag 9 Wat is er gedaan en waartoe heeft dit geleid? Antwoord vraag 9: Zie vraag 8b.
Bladzijde 38 Maatregel 2a Opstellen van prestatiegerichte (subsidie)afspraken met Sterk Papendrecht die continu stapsgewijs worden doorontwikkeld. De afspraken zijn gericht op maatschappelijke relevantie met aandacht voor kwaliteit, inhoudelijke effecten, procesresultaten en doorontwikkeling collectief aanbod staat ook in 2022. Vraag 10 Is het in 2022 niet gelukt om tot deze afspraken te komen of moeten er jaarlijks nieuwe afspraken gemaakt worden? Antwoord vraag 10: Zoals in de maatregel is verwoord, passen we de subsidieafspraken jaarlijks aan in het kader van de subsidieverlening. In dit proces bespreken we met de betrokken partijen welke afspraken kunnen worden behouden, welke gewijzigd dienen te worden en welke aangescherpt dienen te worden. Hierbij kijken we naar huidige afspraken en naar de laatste actualiteiten.
Bladzijde 42 In de tabel staan gedurende 5 jaar nagenoeg dezelfde bedragen. Vraag 11 Hoe is dit te rijmen met de telkens extra betalingen in dit domein? Antwoord vraag 11: De tabel laat een stijging zien van afgerond € 38.200.000 (2023) naar € 38.800.000 (2027). Dit betreft een stijging van € 600.000. De bedragen zijn grotendeels ontleend aan de begrotingen van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd (onderdeel Serviceorganisatie Jeugd) en de GR Sociaal. De indexatie (vanaf 2024) en de verwachte volumeontwikkeling sociaal domein zijn onder een ander programma als stelposten opgenomen.
8
Bladzijde 48, 8.1 1d zoals in 2022 In beeld brengen van de financiële en personele consequenties door de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen per 1 -7-2022, waarbij (private) kwaliteitsborgers de bouwkwaliteit (Bouwbesluit) gaan toetsen en toezicht op de bouw gaan houden. Vraag 12 Dit is kennelijk uitgevoerd (niet in 2023 opgenomen). Graag een uitleg over wat dit precies inhoudt en wat voor de gemeente de gevolgen zijn. Antwoord vraag 12: We hebben dit punt ondergebracht bij punt 1d in de Begroting 2023. De wet gaat waarschijnlijk in vanaf 1-1-2023. De veranderingen uit de Wkb gelden tot en met 2025 alleen voor eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2026 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen wij stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw en de consequenties hiervan. De focus ligt vooral nu op het trainen van personeel en inrichten van het nieuwe proces. Indien er nadere maatregelen nodig zijn dan zullen wij daar bij de Perspectiefnota op terugkomen.
Bladzijde 51 na maatregel 2i: In 2022 lezen we ook: 2j Uitvoeren van acties voor ondernemers vanuit het Jaarprogramma en de E-agenda OZHZ zoals: 1. Gratis energiescans voor 10 ondernemers uitgevoerd door bureau Klimaatroute 2. Voorlichting en maatwerkadvies over zonnepanelen door Energieke Regio 3. Aanpak verduurzamen bedrijfsterreinen - bedrijfsterrein Oosteind door het uitvoeren van enkele energiescans en een bijeenkomst voor alle zittende bedrijven 4. Opzet website Duurzame Bedrijven Route 5. Voorbereidend informeren over C-label verplichting voor kantoren 6. Organiseren webinar verduurzamen scholen Daarnaast zijn acties in het kader van duurzaamheid: 1. Stimuleren bedrijven door gemeente Papendrecht om reststromen circulair in te zetten als nieuwe grondstof 2. Bevorderen van circulair werken samen met bureau Cirkellab 3. Op basis van onderzoek OZHZ stimuleren circulaire bedrijvigheid door inzetten van reststromen op de bedrijventerreinen van de Drechtsteden. Vraag 13 Is dit allemaal uitgevoerd en afgerond? Antwoord vraag 13: Met uitzondering van het organiseren van de webinar scholen en het bevorderen van circulair werken samen met bureau Cirkellab zijn de overige onderdelen afgerond. Over het vervolg komen we terug bij de jaarrekening 2022.
Vraag 14 Bladzijde 51 in de tabel bij passend gehuisveste huishoudens moet de pijl omhoog, neem ik aan. Antwoord vraag 14: Ja, dat klopt.
9
Bladzijde 55 incidenteel weerstandsvermogen 1-1-2023 van de reserve is 75% vrij besteedbaar. In de vorige begroting was het vrij besteedbare bedrag 87% van de reserve. Vraag 15 Waarom is het percentage gedaald in deze nieuwe begroting? Antwoord vraag 15: Dit is veroorzaakt doordat er besluiten zijn genomen om onverdeelde resultaten te storten in de bestemmingsreserve "toekomstige investeringen". Hierdoor worden de resultaten uit de jaarrekening en concernrapportages niet meer gestort in de algemene reserve (vrij inzetbare reserve) maar in een bestemmingsreserve. Hierdoor neemt het aandeel in vrij besteedbare reserves af.
Bladzijde 57 Invoer KZA-systeem is ook in 2021 en 2022 een onderwerp in de tabel. Vraag 16 Wanneer is het nu echt ingevoerd? Antwoord vraag 16: Bij het invoeren van het KZA-systeem moeten ook alle werkprocessen worden ingericht. In 2023 zou dit gerealiseerd moeten zijn.
Vraag 17 In de tabel 2022 staat bij Papendrecht aan lokale lasten 988 euro. Op bladzijde 86 van de begroting staat bij 2022, 868 euro. Vanwaar dit verschil? Antwoord vraag 17: Op blz. 102 van de begroting 2022 zien wij in de tabel een bedrag staan van € 865 en geen € 988. Het verschil in de woonlasten tabel voor het jaar 2022 in de begroting 2022 (€ 865) en in de begroting 2023 (€ 868) heeft te maken dat het jaar 2022 is aangepast met de geactualiseerde WOZ-waarde. Hierdoor ontstaat er een bijgestelde gemiddelde woonlast voor het jaar 2022.
Vraag 18 Waar staat in de begroting precies hoeveel er vorig jaar aan groenonderhoud is uitgegeven en hoeveel het in het jaar 2023 wordt? Antwoord vraag 18: Vorig jaar (2021) is op het taakveld Openbaar groen en (openlucht) recreatie afgerond € 2.837.000 uitgegeven, voor 2023 is een bedrag van afgerond € 3.213.000 begroot. III.
Door de fractie van de D66 zijn onderstaande technische vragen gesteld over de programmabegroting 2023-2027. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
DM, pag. 5 Inleiding Het college stelt dat er pas een collegeprogramma is in het eerste kwartaal 2023 met “een eerste daarop gebaseerde begrotingswijziging aan de gemeenteraad (…). Dat zal dus een extra beslag op het budget leggen.” Eerder stelde het college voor alvast twee miljoen euro in een aparte reserve te stoppen voor eigen nieuw beleid. Daarover heeft de raad anders besloten bij de kaderbrief.
10
Vraag 1a Hoe gaat het college de raad de op handen zijnde potentiële financiële wijziging in financiën door nieuw beleid voorleggen? Graag zo concreet mogelijk (via eerste concernrapportage, via apart raadsvoorstel uitvoering collegeprogramma, anders…) Antwoord vraag 1a: Wij zullen met een apart raadsvoorstel komen. Vraag 1b Wordt in deze begroting ‘financieel voorgesorteerd’ op de uitgaven voortvloeiend uit het te presenteren collegeprogramma, of is hiervan nog niets terug te vinden in de begroting? Indien wel, graag aangeven waar, onder welke noemer. Antwoord vraag 1b: In de begroting is nog niet financieel voorgesorteerd op de uitgaven voortvloeiend uit het te presenteren collegeprogramma.
DM, pag. 9 Bestuur, participatie Vraag 2a Wordt er met het handboek participatie de participatietool bedoeld? Antwoord vraag 2a: Nee, de participatietool kan als onderdeel van het handboek gezien worden. Met het Handboek Participatie beogen we een (intern) kader te stellen waarin samenhang is gebracht in de verschillende onderdelen en mogelijkheden van participatie. Vraag 2b Wat wordt er bedoeld met participatiekalender, kan dit toegelicht worden? Antwoord vraag 2b: De participatiekalender is een interne planning waarin opgaven en projecten worden benoemd waarin participatie nadrukkelijk een integraal onderdeel is. Deze planning helpt om intern goed af te stemmen wanneer en op welke manier we bezig zijn met participatie en om de kwaliteit van de participatieprocessen te verbeteren.
DM, pag. 17 Indicatoren en streefwaarden Vraag 3 Waarom staan hier enkel indicatoren? Worden er nog streefwaarden toegevoegd? Antwoord vraag 3: Nee, hier worden geen streefwaarden aan toegevoegd.
DM, pag. 20 Openbare orde en Veiligheid Als we kijken naar de tabel dan zien we verschillende indicatoren vergeleken met landelijke cijfers, bijvoorbeeld het aantal misdrijven per 10.000 inwoners is veel lager in Papendrecht dan landelijk gemiddeld en het aantal Veilig Thuis meldingen van kindermishandeling is veel hoger in Papendrecht dan landelijk gemiddeld. Daarnaast staat een pijl met welke kant het op moet.
11
Vraag 4a Waar staat wat het college gaat doen en hoeveel middelen per onderdeel worden ingezet om deze doelen te bereiken? Met andere woorden: hoe controleren wij bij de jaarstukken of met het geld bereikt is wat de bedoeling was? (Dit is een voorbeeld, feitelijk hebben we deze vraag op veel meer onderdelen van de begroting). Antwoord 4a: De streefwaarden zijn de uitkomsten van de doelstellingen en daaraan gekoppelde activiteiten die door de raad vastgesteld worden in de begroting. De streefwaarden worden niet afzonderlijk begroot. De verantwoording over het uitgevoerde beleid vindt plaats bij de behandeling van de jaarrekening. Vraag 4b Is inmiddels bekend hoe het kan dat Papendrecht zo’n enorm veel hogere melding van huiselijk geweld heeft dan landelijk? Wij hebben deze vraag eerder gesteld, maar toen werden aannames gedaan; er was geen feitelijke informatie aan de hand van onderzoek. Wij zoeken naar aantoonbare informatie. Is het inmiddels onderzocht of zijn hier plannen toe? Antwoord 4b: Gelet op de afwijking van het aantal meldingen Veilig thuis rondom kindermishandeling wordt momenteel gewerkt aan een diepgravende analyse. Los van de cijfers vanuit Veilig thuis betrekken wij hierbij ook cijfers vanuit de politie en Sterk Papendrecht/Jeugdteams ZHZ. De uitkomsten van de analyse gaan wij betrekken bij het opstellen van de Routekaart Jeugd.
Het is de bedoeling om in een beeldvormende sessie begin 2023 nog nader met uw raad en zgn. sleutelpartners in gesprek te gaan over de routekaart. Vraag 4c Zijn de doelstellingen opgenomen op het gebied van orde en veiligheid daadwerkelijk de doelen van dit college? Antwoord 4c: Ja.
DM, pag. 22 Verkeer en vervoer Vraag 5a Bij doelstelling 2. Welke projecten heeft het college direct op het oog voor het optimaliseren van de verkeersveiligheid in 2023? Antwoord vraag 5a: Een voorbeeld zijn de voorziene aanpassingen aan de rotonde Burgemeester Keijzerweg - Veerweg. Daarnaast draaien we bijvoorbeeld proeven binnen schoolomgevingen rondom halen en brengen en verwijderen we paaltjes op fietspaden. Vraag 5b Bij doelstelling 2. Hoe dragen deze projecten bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid? Antwoord vraag 5b: Door meer aan de richtlijnen te voldoen vergroten we de verkeersveiligheid. Hierbij opgemerkt dat 100% verkeersveiligheid niet bestaat.
12
Vraag 5c Bij doelstelling 3. Maatregel 3a stond ook al in de begroting voor 2022. Heeft dit niet plaatsgevonden in 2022? Antwoord vraag 5c: Vorig jaar (zomer) is de verbreding van de A15 tussen Papendrecht en Sliedrecht afgerond. De komende jaren staan in het teken van de MIRT-verkenning verbreding A15 Papendrecht-Gorinchem Vraag 5d Bij doelstelling 3. Is de A15 ter hoogte van Papendrecht toch verbreed? Wat is dan de meerwaarde van hierbij aansluiten. Antwoord vraag 5d: Het is niet direct een keuze hierbij aan te sluiten. De verbreding van de A15 is een Rijksproject en als aanliggende gemeente hebben we hierin een adviserende rol. Binnen het gehele proces volgen ook nog (meerdere) formele momenten van zienswijzen en inspraak. Later volgen (meerdere) formele momenten. Vraag 5e Hoe gaat een ontwikkelplan concreet bijdragen aan het stimuleren van het fietsgebruik in 2023? (Dit is slechts een voorbeeld, deze vraag kan gesteld worden bij een groot aantal maatregelen in de programmabegroting) Antwoord vraag 5e: Het ontwikkelplan fiets bestaat niet (meer) als separaat plan. De inhoud van het plan nemen we mee in het nieuwe mobiliteitsplan en in de brede afweging die hieraan ten grondslag ligt.
Naast de aanpassingen aan de rotonde Burgemeester Keijzerweg - Veerweg passen we de (brom)fietsoversteek Andoornlaan aan en verbeteren we het fietscomfort door obstakels te verwijderen op fietspaden. Daarnaast houden wij bij (onderhouds)projecten nadrukkelijk rekening met de fietser
DM, pag. 24 Openbaar vervoer Vraag 6 Wat wordt er bedoeld met het “verbeteren van de beïnvloeding van het openbaar vervoer”? Antwoord vraag 6: We blijven in gesprek via de regio over kwaliteit en de mogelijke verbeteringen van het OV. Daarnaast bekijken we welke toevoegingen we als gemeente graag zien op het bestaande OV (eerste en laatste kilometer). DM, pag. 26-27 Fysieke infrastructuur en bedrijfsloket en bedrijfsregelingen Vraag 7a Waarom zijn er baten noch lasten genoemd na 2023? Antwoord vraag 7a: Het taakveld Fysieke infrastructuur betreft de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de geest van grondexploitatie. Na 2023 zijn er vooralsnog geen grondexploitaties op dit gebied in het vooruitzicht. Het taakveld bedrijvenloket en bedrijfsregelingen zijn de baten en lasten aangegeven. Vraag 7b Als doelstelling is genoemd: "aantrekkelijke bedrijvenlocaties". Voor zover dat al een volwaardige doelstelling te noemen is, impliceert dit dat de bedrijvenlocaties momenteel niet aantrekkelijk zijn. Is dit hoe we dit moeten lezen?
13
Antwoord vraag 7b: Nee, de bedrijventerreinen in Papendrecht zijn van goede kwaliteit. Dit uit zich in een stabiele situatie met zeer weinig wisselingen in het bedrijfsaanbod en geen leegstandproblemen op de bedrijventerreinen. Om deze kwaliteit ook voor de toekomst te blijven waarborgen is het belangrijk doorlopend in te blijven spelen op de wensen en behoeften van het bedrijfsleven.
Vraag 7c Wat wordt bedoeld met het centraal positioneren van de accountmanager? Antwoord vraag 7c: De gemeente biedt een duidelijk loket en aanspreekpunt binnen de organisatie. Ondernemers kunnen met al hun vragen aan de gemeente terecht bij de accountmanager. Op de ondernemerspagina van de gemeentelijke website zijn zij duidelijk vindbaar. Nieuwe bedrijven in Papendrecht ontvangen een welkomstflyer van het accountmanagement, grotere bedrijven en winkelcentra worden regelmatig door de accountmanager bezocht. Regelmatig ook in het bijzijn van een bestuurder. Het accountmanagement (bedrijvenloket) is actief en zichtbaar op diverse sociale media om voor ondernemers interessant nieuws te delen.
DM, pag. 29 Onderwijsachterstand Als we de cijfers van de tabel bekijken, zien we een gestage achteruitgang van leerlingen in het basisonderwijs met risico op onderwijsachterstanden. De meting van peuters met risico op onderwijsachterstand geeft juist een beter cijfer te zien. Vraag 8a Valt de verbetering van de cijfers m.b.t. tot risico voor peuters samen met extra middelen naar voorschools aanbod? Antwoord vraag 8a: Ja, de afgelopen jaren is er meer geïnvesteerd vanuit de extra Rijksmiddelen in de signalering, toeleiding en samenwerking binnen de voorschoolse voorzieningen. Vraag 8b Kan een verklaring worden gegeven voor de toegenomen/afgenomen kans op Papendrechtse leerlingen met een achterstand in het onderwijs? Antwoord vraag 8b: In de Programmabegroting zien we een lichte stijging van de kans op onderwijsachterstanden bij Papendrechtse leerlingen. Dit is onder andere te verklaren door de coronajaren, waar verschillende interventies geen plaats hebben kunnen vinden (o.a. door sluiting van de scholen).
DM, pag. 34, Openbaar groen en (openlucht) recreatie Vraag 9a Wat wordt bedoeld met onder punt 3 Cultuur en cultuureducatie vraaggericht vormgeven? Antwoord vraag 9a: Vraaggericht wil zeggen dat bij o.a. het onderwijs wordt geïnventariseerd waar de behoefte ligt. Op basis hiervan wordt het (jaarlijkse) aanbod geformuleerd.
14
Vraag 9b Maatregel 4a: Dit stond ook al in de begroting van 2022. Is dit nog niet uitgevoerd en zo ja, waarom niet? Antwoord vraag 9b: Dit is een doorlopend (jaarlijks) proces. Ervaring heeft geleerd dat als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen de vraag kan veranderen.
DM, pag. 36, Cultureel erfgoed Vraag 10a Wat wordt bedoeld met de doelstelling "In beeld brengen cultuur historie" (sic) Antwoord vraag 10a: De historie en cultuurhistorie van Papendrecht wordt belangrijk gevonden. Getracht is dit in beeld te brengen en vast te leggen. Vooralsnog was dit niet doeltreffend. De kansen die zich voordoen zullen aangegrepen worden om het doel te bereiken. Vraag 10b Kunt u duidelijk en begrijpelijk aangeven wat bedoeld wordt met maatregel 2a: "Indien nodig leveren van een bijdrage aan de erfgoedtafel Waterdriehoek, waarin het maritiem erfgoed wordt geborgd in de driehoek (Dordrecht, Kinderdijk, Biesbosch)" a. Hoe draagt dit bij aan de doelstelling genoemd onder 2 (en onze vraag a)? b. Is dit de enige maatregel die nodig is om de doelstelling 2 te bereiken naar tevredenheid te bereiken? Antwoord vraag 10b: a. De erfgoedgoedtafel vult een deel in van cultuurhistorie van Papendrecht. Papendrecht zelf speelt hier geen prominente rol in. b. Op dit moment wel, zie antwoord 10a.
DM, pag. 42-43 Sociaal domein baten en lasten Vraag 11a De sociale lasten stijgen nauwelijks tot 2027. Dat betekent dat de sociale lasten feitelijk teruglopen (inflatie etc.). Op grond waarvan wordt dit aangenomen? Antwoord vraag 11a: Wij verwijzen u naar het antwoord op vraag 11 van het PAB. Vraag 11b Jeugdhulp blijft gelijk of loopt terug, terwijl de verwachting is dat meer jeugdhulp op de gemeente gaat rusten. Hoe verklaart u dit? Antwoord vraag 11b: Voor de meerjarenraming budgetten jeugdhulp is de Begroting 2023 van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (onderdeel Serviceorganisatie Jeugd) gebruikt. Deze begroting is behandeld in de gemeenteraad van juni 2022. In deze begroting wordt rekening gehouden met een (afnemende) groei in de jaren 2022, 2023 en 2024 van respectievelijk 5%, 2,5% en 0%. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar blz. 34 en blz. 35 van de Begroting 2023 van de GR Dienst Gezondheid en Jeugd.
15
DM, pag. 45 Riolering Genoemd wordt het uitvoeringsplan klimaatadaptatie 2023-2027 voor de polder AlblasserwaardVijfheerenlanden. Wij hebben wel de Regionale Adaptatie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gevonden, maar niet het uitvoeringsplan. Vraag 12a Waar vinden we die (deze zou eerste helft 2022 beschikbaar zijn?) Antwoord vraag 12a: De Regionale Adaptatie Strategie is vertraagd en pas in de loop van 2022 tot stand gekomen. Het uitvoeringsplan klimaatadaptatie A5H 2023- 2027 wordt op dit moment ambtelijk voorbereid en wordt naar verwachting in Q4 2022 ter besluitvorming aangeboden. Vraag 12b Er staat eveneens genoemd onder 2d: het opstellen van een uitvoeringsplan om de effecten van hevige regenbuien te beperken. Dit snappen wij niet: staat dat niet ook al in dat in de inleiding genoemde uitvoeringsplan, wat geldt voor de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden? Antwoord vraag 12b: Punt 2a, betreft het regionale uitvoeringsplan met projecten van de gemeenten en het Waterschap. Punt 2d, betreft het opstellen van een uitvoeringsplan voor Papendrecht gericht op systeemverbetering riolering en waterafvoer. Dit plan wordt eind 2023 aan het regionale plan toegevoegd. Vraag 12c Genoemd wordt ook de relatie met groen bij reconstructies.
Hoe gaat het college hiermee om? Zijn hier uitgangspunten/randvoorwaarden voor, is/wordt er een overkoepelende doelstelling voor Papendrecht geformuleerd of wordt het per bouwproject bepaald? Antwoord vraag 12c: De relatie klimaatadaptatie, groen en infrastructuur komt in verschillende vormen en niveaus voor en is sterk situationeel gebonden. Een optimale afstemming wordt per project verkregen. De overkoepelende doelstelling is de nota strategie klimaatadaptatie Papendrecht 2017.
DM, pag. 48 Omgevingswet Het is nog onzeker of de Omgevingswet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd. Een van de genoemde redenen voor uitstel in berichtgeving hierover is de ICT, die zou kunnen zorgen voor ernstige problemen bij de uitvoering. Zo horen wij dat het systeem bijvoorbeeld nog niet werkt om vergunningen aan te vragen en matchen systemen op verschillende niveaus niet. Vraag 13a Is de gemeente, lokaal of regionaal, expliciet bezig met een risicoanalyse/risicobeheersing voor als het nieuwe systeem verplicht wordt ingevoerd en niet werkt? Antwoord vraag 13a: Lokaal en regionaal wordt in diverse werkgroepen en overleggen besproken welke acties er nog nodig zijn om op 1 januari 2023 gesteld te staan voor de nieuwe Omgevingswet. Hierbij worden ook risico's in kaart gebracht en hoe daar mee om te gaan zodat de dienstverlening op orde blijft. Voor zover de werking van de ICT samenhangt met systemen die de gemeente beheert wordt regionaal in werkgroepen er aan gewerkt dat deze systemen aan onze kant goed functioneren.
16
Vraag 13b Ligt er in die zin (ook) een verantwoordelijkheid bij de gemeenten? Antwoord vraag 13b: Wij blijven als gemeente zelf verantwoordelijk voor het tijdig verlenen van vergunningen. De benodigde VTH software, aansluiting op het DSO en diverse koppelingen met landelijke voorzieningen zijn inmiddels beschikbaar en grotendeels ingericht. De komende maanden worden deze uitgebreid getest zodat wij als gemeente zeker weten dat we aanvragen na 1 januari 2023 kunnen ontvangen en behandelen.
DM, pag. 51, Papendrecht en energie Opmerking DM, pag. 51 Wonen en bouwen Kleine opmerking: in de tabel staat bij passend gehuisveste huishoudens in de laatste kolom: streven is hoger, maar de pijl staat naar beneden. Misschien kan dit nog worden aangepast. Vraag 14a Waardoor loopt Papendrecht zo erg achter op het landelijke gemiddelde bij hernieuwbare energie? Is het in beeld waarom Papendrecht zo ver achter ligt, kunnen er concrete oorzaken benoemd worden? Antwoord vraag 14a: In het kader van de RES is eerder duidelijk geworden dat Papendrecht vooral inzet op zon op daken en restruimtes. Anders dan in andere gemeenten is er geen (politieke) ruimte voor windturbines. Daarentegen wordt wel ingezet op een warmtenet op geothermische bron, maar deze komt pas aan het einde van dit decennium ter beschikking Vraag 14b Waardoor loopt Papendrecht zo erg achter met woningen met zonnepanelen? Antwoord vraag 14b: Allereerst mag geconstateerd worden dat de cijfers wat gedateerd zijn en dat er momenteel een grote inhaalslag wordt gemaakt in Papendrecht, zowel bij particulieren als bij Woonkracht 10. De inspanningen in het programma duurzaamheid blijven gericht op het faciliteren van het plaatsen van zonnepanelen.
Bijvoorbeeld door collectieve inkoop te faciliteren via het Regionaal Energie Loket (en daarmee inwoners te ontzorgen) en door bijvoorbeeld het verstrekken van duurzaamheidsleningen via SVN.
P, pag. 60 Kerncijfers Papendrecht Uit de kerncijfers blijkt dat in Papendrecht ten opzichte van vorig jaar de cijfers voor verharding hoger liggen en voor groen lager (verharding +16.000 m2 en groen -8.000 m2). Nu kan dat uiteraard ontstaan als er bijvoorbeeld nieuwbouw wordt gepleegd. Vraag 15a Is de oorzaak van de toename van verharding en afname van groen nieuwbouw op voorheen onbebouwde grond (bijv. Land van Matena?) Antwoord vraag 15a: Met name de invulling van de woonvlek Land van Matena resulteert in een afname van groen. Het was immers eerder tijdelijk grasland en een toename van verharding en andere voorzieningen die in de woonrijp situatie worden aangelegd.
17
Vraag 15b Hebben de genoemde cijfers alleen betrekking op gemeentegrond (of ook van bedrijven en particulieren?) Antwoord vraag 15b: De genoemde cijfers hebben betrekking op openbare gemeentegrond. Vraag 15c Is het de bedoeling (of kan het als indicator gebruikt worden) om in de toekomst deze getallen te hanteren om te meten of Papendrecht toegroeit naar minder verharding en meer groen (als klimaatadaptatiemaatregelen)? Wij zoeken naar manieren om dit structureel en langjarig kaderstellend te kunnen vaststellen in streefcijfers. Zou dit een mogelijkheid zijn om in het volgende GRP mee te nemen? Antwoord vraag 15c: De aangegeven getallen kunnen, met enige voorzichtigheid, als indicatie gebruikt worden. In het nieuwe beheerplan openbare ruimte wordt hiertoe een voorzet gedaan. Voorbeeld in relatie tot de periode 2017- 2022, dit betreft de looptijd van het huidige beheerplan.
P, pag. 70 Geplande werkzaamheden 2023 Vraag 16a Bij Sportvelden zien we bij Slobbengors vier bedragen genoemd, betrekking hebbend op natuurgrasveld, twee hybridegrasvelden en een nieuw kunstgrasveld. Die laatste is eerder in de raad behandeld. De hybridegrasvelden stonden aanvankelijk gepland voor 2024 voor een bedrag van 637.500 euro. Waarom zijn hier de planning en bedragen gewijzigd? Antwoord vraag 16a: In de recente Perspectiefnota 2022-2027 zijn de financiële resultaten verwerkt van de aangepaste onderhoud / vervangingsplan sportvelden. Ook bij de hybride voetbalvelden heeft dit tot aanpassingen geleid. Uit onderzoek is vastgesteld dat de hybride grasmatten zijn afgedekt met een laagje grond van enkele centimeters, waardoor de hybridemat niet aan slijtage onderhevig is. Inzet is deze grondlaag te verwijderen en de onderliggende mat te corrigeren en inzaaien. Het vervangen van de hybridemat is hiermee niet nodig. Vraag 16b Is het met de VVPapendrecht overlegd om alle bovengenoemde werkzaamheden in één jaar uit te voeren (lijkt praktisch moeilijk te combineren met trainingen en wedstrijden ongestoord te laten doorgaan)? Antwoord vraag 16b: Ja dit is met VV - Papendrecht afgestemd. Vraag 16c Een in de begroting van vorig jaar voor 2023 geplande renovatie voor een hybrideveld bij Drechtstreek zien wij niet meer in de planning.
Is dit niet meer nodig of al uitgevoerd? Antwoord vraag 16c: Dit staat nu gepland voor 2024.
18
P, pag. 86 en FB, pag. 127-129 Onroerendezaakbelasting Vraag 17 De gemiddelde WOZ-waarde voor 2023 is EUR 327.360. Dat is een stijging van 16% t.o.v. 2022. Indien de verwachte stijging niet plaatsvindt, wat wordt er dan aangepast in het budget/uitgaven? Antwoord vraag 17: Indien de inkomsten uit de onroerendezaakbelasting om welke reden dan ook tegenvalt, dan zal dit worden betrokken bij de perspectiefnota en de concernrapportage.
P, pag. 90 BIZ Over de BIZ staat vermeld wat belangrijke elementen zijn voor bedrijven en overheid in een bedrijfsomgeving. De suggestie is dat de BIZ al die factoren positief beïnvloed. De gemeente investeert in de BIZ. De raad moet kunnen beoordelen of die investering het gewenste doel heeft bereikt: concurrentiekracht van het winkelgebied vergroten. Bovendien nemen wij aan dat ondernemers makkelijker te overtuigen zijn om opnieuw te investeren, als de investering van de afgelopen jaren aantoonbaar een positief effect heeft gehad op aantal klanten en omzet. Vraag 18a Is onderzocht welk effect de BIZ heeft gehad de afgelopen jaren op verschillende factoren die de concurrentiekracht van het winkelgebied betreffen, zoals: aantal klanten, leegstand winkelpanden ect.? En is die informatie openbaar en voor ons beschikbaar? Antwoord vraag 18a: Ja, deze informatie is vooral terug te vinden in de Randstad Koopstromen onderzoeken van 2018 en 2021. Deze informatie is openbaar. Voor het instellen van de BIZ (periode 2016-2018) nam het aantal leegstaande winkelpanden toe van 10 naar 16. Nadat de BIZ in werking trad (periode 2018-2021) nam de leegstand weer af van 16 naar 14 panden. Bezoekersaantallen zijn niet concreet beschikbaar. Wel zien we dat het aantal transacties in 2018 fors is gestegen t.o.v.
2016 en dat het aantal bestedingen hoger ligt dan bij vergelijkbare winkelcentra in andere gemeenten. Dit duidt op toegenomen bezoekersaantallen. Ook constateren we uit exploitatiegegevens van de parkeergarages dat na invoering van het eerste twee uur gratis parkeren het gebruik van de parkeergarage met zo’n 30% is gestegen. Vraag 18b Winkeliers moeten nog besluiten over nieuwe deelname aan de BIZ. Wat is het belangrijkste argument om eventueel niet te willen meedoen en hoe probeert de gemeente de twijfelende winkeliers ervan te overtuigen wel deel te nemen. Antwoord vraag 18b: Redenen waarom ondernemers overwegen een negatieve stem uit te brengen tijdens de draagvlakmeting zijn vooral lastenverlichting op korte termijn en het onvoldoende kunnen toeschrijven van de positieve effecten van de BIZ aan hun eigen onderneming. Het overtuigen van twijfelende ondernemers is geen taak van de gemeente. Een BIZ is van en voor ondernemers. De gemeente is zelf voorstander van de BIZ maar bekleedt vooral een faciliterende rol. Het (beoogde) bestuur van de stichting BIZ gaat de komende maanden in samenwerking met voorstanders van de BIZ en de centrummanager het gesprek aan met twijfelende ondernemers.
P, pag. 93 Niet in exploitatie genomen gronden Er staat het volgende: “Vanwege de grote opgave in de regio op het gebied van woningbouw, heeft de gemeente enkele gronden verworven- met het oog op gebiedsontwikkeling op langere termijn. Het betreft (…) percelen ten noorden van de A15…”
19
Vraag 19a Het is best een stap om van ‘niet bouwen boven de A15, naar ‘bouwen boven de A15’ (althans alvast grond aanschaffen om te kunnen bouwen boven de A15) te gaan. Hoe en wanneer is die stap genomen? Antwoord vraag 19a: De gemeente heeft al geruime tijd een aantal percelen ten noorden van de A15 in eigendom, dit zijn strategische gronden verworven vóór 2013. Vraag 19b Welke percelen betreft het (kaartje zou mooi zijn)? Antwoord vraag 19b: Kaartje zie onder. Het gemeentelijk eigendom is geel geaccentueerd weergegeven.
Vraag 19c Wat wordt hier eventueel ontwikkeld in de toekomst voor woningbouw? Dit vragen wij omdat in ieder geval zeker moet zijn dat er eventueel gebouwd mág worden. Wij nemen aan dat bijv. grond erg dicht op de spoorlijn is afgevallen (we horen het uiteraard graag als dit niet klopt). Antwoord vraag 19c: Ontwikkelingen en planvorming zijn nog niet aan de orde. De vorige raad heeft zich uitgesproken dat er van bouwen boven de A15 geen sprake is. P, pag. 95 ev. Verbonden partijen Vraag 20 We zien hier dat vrijwel elke GR in ZHZ op rood staat, elke van deze samenwerkingen gaan gepaard met grote risico’s of budgetoverschrijdingen. De D66-fractie wil dat het college hier regie op gaat pakken en leiding in gaat nemen. Dat betekent in onze optiek dat er doelstellingen voor deze raadsperiode komen (inhoudelijk en financieel) en kaders vanuit de raad worden vastgesteld. Is het college voornemens dat op te nemen in het collegeprogramma en de raad voor te leggen? (Het technische van deze vraag is: is dat voornemen er op dit moment, dan wel staat overleg hierover met de raad gepland?) Antwoord vraag 20: In het bestuursakkoord is opgenomen dat regionale samenwerking een zaak is van raad en college. De raad wordt in positie gebracht om keuzes te maken waarbij de raad ook zelf via het begrotingsrecht alle instrumenten in handen heeft om te sturen.
20
P, pag. 98, GR DG&J Vraag 21 DG&J verraste ons onlangs met een tekort van ca. 10 miljoen euro. In het budget wordt vermeld dat DG&J-rekening houdt met de in 2022 groeiende kosten en oplopende besparingen. Hoe wordt er (anders dan voorheen) toezicht gehouden op en rapportage ontvangen van DG&J, zodat we in 2023 niet opnieuw met een onverwacht tekort worden geconfronteerd? Antwoord vraag 21: De begroting van de Dienst Gezondheid & Jeugd/Serviceorganisatie Jeugd worden opgesteld aan de hand van de laatste inzichten die op dat moment voor handen zijn. Vanuit uw raad is hierover meermaals opgeroepen om realistisch te begroten. De kostenontwikkeling van de zgn. jeugdhulpmarkt volgen wij nauwgezet aan de hand van een dashboard die regionaal verder (door)ontwikkeld wordt, waarbij we afhankelijk zijn van het declaratiegedrag van jeugdhulpaanbieders (de SOJ stuurt via contractmanagement aan op verbetering van dit declaratiegedrag). Fluctuaties in de uitgaven kunnen echter niet worden uitgesloten, omdat 'zwaar' gespecialiseerde behandelingen van jeugdigen gepaard kunnen gaan met forse kosten.
P. pag. 114 Integriteit Vraag 22 “Gemeente Papendrecht voert integriteitsbeleid met aandacht voor zowel de ambtelijke organisatie als politieke organen. Voor 2023 staat het onderhouden van het moreel beraad op de agenda, daarmee wordt meer bewustwording gecreëerd van mogelijke dilemma’s en wordt moresprudentie gemaakt: het duiden van grijs, naar zwart of wit: ‘zo doen we dat hier’. Fascinerende tekst. Graag een toelichting. Antwoord vraag 22: Het is een doorlopend proces waarbij we op dit moment bezig zijn met het vormgeven van trainingen op het gebied van integriteit voor zowel het ambtelijke als de politieke organisatie. Aan het ambtelijke organisatie zijn een aantal trainingen gegeven in het kader van integriteit. In het eerste kwartaal van 2023 zullen de eerste trainingen aangeboden worden aan de raad. Wij zullen u hier nader over informeren.
FB, pag. 122 Ondermijning Er wordt gesteld dat Ambitieniveau 1 en 2 tegen ondermijning zijn bereikt en er nu wordt ‘verkend om door te stromen naar niveau 3 en 4’. Het extra budget wordt opgenomen in de begroting. Vraag 23a Is hierover een raadsbesluit genomen? En zo ja, wanneer? Antwoord vraag 23a: Nee. Op 16 juni 2022 is de raad middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. In de bijlage bij de RIB is het evaluatieverslag toegestuurd aan de raad. Het evaluatieverslag sluit af met enkele scenario's voor een toekomstige aanpak van ondermijning op hoofdlijnen (incl. een bijbehorend budget) en een advies voor het gewenste scenario. In de begroting 2023 wordt gevraagd een budget op te nemen voor ondermijning.
21
Vraag 23b Ter vergelijking horen we graag wat de gemeente Alblasserdam, Dordrecht en Rotterdam voor niveau hierin hanteren (om een beeld te krijgen. We gaan er vanuit dat beschikbare informatie is voor de organisatie). Antwoord vraag 23b: Om de ambitieniveaus te kunnen meten is een evaluatie van de aanpak ondermijning uitgevoerd. Van de genoemde gemeenten is geen evaluatierapport van de aanpak ondermijning voor handen op basis waarvan een exacte indeling zou kunnen worden gemaakt. Van gemeenten Dordrecht en Rotterdam staat vast dat hun aanpak ondermijning al ver gevorderd is en dat hun ambitie in het programma ondermijning gelijk staat aan ambitieniveau 3 en 4 tezamen. Voor gemeente Alblasserdam is het lastiger om een inschatting te maken, omdat de aanpak van deze gemeente nog niet zo ver gevorderd is als de grote gemeenten Dordrecht en Rotterdam en effect hierdoor lastig meetbaar is. Vraag 23c Is een benchmarkgemeente genomen (een vergelijkbare gemeente als Papendrecht) om het na te streven niveau in Papendrecht te bepalen? Antwoord vraag 23c: Nee er is geen benchmarkgemeente gehanteerd. Iedere gemeente is uniek in kenmerken en lokale omstandigheden. Omvang van gemeente/aantal inwoners of oppervlakte zijn slechts enkele van de vele kenmerken en factoren die worden meegewogen.
Daarnaast is het criminaliteitsbeeld in de gemeente veelal bepalend voor het inrichten van de aanpak ondermijning en de omvang/intensiteit van deze aanpak. Vraag 23d Aangezien bij een bijeenkomst bij de brandweer op 12 april jl. werd gesteld dat Papendrecht het relatief goed doet tegen ondermijning, is de vraag of door hier méér te doen, buurgemeenten (meer) last krijgen van het waterbedeffect. Ontstaat hierdoor niet een soort wedloop met buurgemeenten om hieraan steeds méér uit te geven? Antwoord vraag 23d: Nee er ontstaat geen wedloop met buurgemeenten, omdat er ook regionaal met elkaar wordt afgestemd over inzet en prioriteiten en mogelijke verplaatsingseffecten. Vraag 23e Heeft het college kennisgenomen van een rapport van de Groene Amsterdammer, onderzoeksplatform Investico, Follow the Money en Argos naar 163 projecten met in totaal 900 miljoen euro in de bestrijding van ondermijning? Uit dit onderzoek blijkt dat het resultaat niet meetbaar is. Wat is de reactie hierop van het college? Antwoord vraag 23e: Dit is geen technische vraag.
FB, pag. 131 Uitbreiding energietransitie Vraag 24a Kunt u toelichten waarom de extra Fte niet als onderdeel van een programma opgenomen kan worden? Antwoord vraag 24a: De energietransitie heeft met het vastgestelde RES (Regionale Energie Strategie) zijn eigen dynamiek. De fte is daarom hier specifiek aan gekoppeld. De energietransitie is wel een onderdeel van het programma duurzaamheid.
22
Vraag 24b Waarom is ervoor gekozen om dit uit de Eneco-reserve te halen? Antwoord vraag 24b: De raad heeft zich eerder uitgesproken dat de Eneco-gelden vooral ook voor duurzaamheidsmaatregelen aangewend moet worden. Omdat de genoemde lasten van incidentele aard zijn kunnen deze gedekt worden met een onttrekking uit de Algemene reserve. De genoemde Eneco gelden maken deel uit van de algemene reserve.
FB, pag. 136 Investeringsprogramma Vraag 25 Komen de kosten voor het vervangen van de automaten in de parkeergarages uit de egalisatievoorziening? Antwoord vraag 25: Nee, dit betreft een investering.
FB, pag. 141 ev. Tabel Meerjarig overzicht baten en lasten Vraag 26a De ‘economische ontwikkeling’ daalt aanzienlijk na 2021, waar ligt dit aan? Is er iets bijzonders gedaan in 2021? Antwoord vraag 26a: Het betreft hier de in de Eerste Concernrapportage 2021 opgenomen verkoop van Westeind 11 t/m 15. Vraag 26b Waarom dalen de kosten voor onderwijsbeleid en leerlingenzaken in 2027? Antwoord vraag 26b: In de begroting hebben we rekening gehouden met de nieuwe periode Onderwijsachterstandenbeleid, die loopt van 2023 tot en met 2026. Vanaf 2027 hebben we zowel voor de baten als de lasten van de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid geen raming opgenomen. Vraag 26c Waarom stijgt de maatwerkvoorzieningen (WMO) aanzienlijk vanaf 2023? Antwoord vraag 26c: De bedragen, zoals opgenomen in de tabel zijn ontleend aan de begroting 2023 van de GR Sociaal. De stijging heeft te maken met de verwachte volumeontwikkeling op maatwerkvoorzieningen op deze post. De volumeontwikkeling heeft te maken met de stijgende vraag, als gevolg van de vergrijzing in combinatie met het langer thuis wonen van deze doelgroep.
23
IV.
Door de fractie van GroenLinks zijn onderstaande technische vragen gesteld over de programmabegroting 2023-2027. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
Pag. 5 Vraag 1 Waarom volgt er al een begrotingswijziging in het eerste kwartaal van 2023 en waarom vraagt dit nu al extra budget ? Antwoord vraag 1: Het collegeprogramma inclusief de financiële vertaling wordt op dit moment opgesteld en is nog niet in de begroting financieel vertaald. In het eerste kwartaal 2023 wordt daarom het collegeprogramma inclusief financiële vertaling aan de raad voorgelegd. Dit zal consequenties hebben voor het begrotingssaldo.
Pag. 5, alinea 4 Vraag 2 Welke aanvullende maatregelen worden er genomen om de effecten van armoede tegen te gaan? Antwoord vraag 2: We zetten op de korte termijn onder andere in op extra communicatie over regelingen (die gevolgen energiecrisis en armoede compenseren). We willen in individuele gevallen extra ondersteunen, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand of door een beroep op het lokaal noodfonds. Voor meer informatie over de extra maatregelen die de gemeente neemt verwijzen we u naar de raadsinformatiebrief ' Reactie gemeente op energiecrisis en armoede' van 4 oktober jl.
Pag. 9, punt 1B Vraag 3 Prima dat we online participatie bevorderen, maar is dit alleen online georiënteerd. We sluiten zo dan een bepaalde groep burgers uit. Antwoord vraag 3: Het online bevorderen van participatie is een van de maatregelen.
Pag. 17 kolom lasten en baten Vraag 4a Waarom staat er een nul (0) bij de kolom overige baten en lasten (bij baten) in 2023 en loopt dit de jaren erna verder op. Antwoord 4a: Dit betreft, conform eerdere afspraken, de inflatiecorrectie van de onroerendezaakbelasting vanaf de jaren 2024 jaarlijks 1,9%. Vraag 4b Waarom loopt bij dezelfde kolom overige baten en lasten (bij Lasten dit bedrag aanzienlijk op. Antwoord 4b: Dit betreft de voor de gemeente en verbonden partijen opgenomen indexaties voor prijs en volume groei (bij de verbonden partijen) voor de jaren 2023 tot en met 2027. Dit heeft een cumulerend effect.
24
Pag. 18 toename van bevoegdheden Vraag 5 Kunt u de toenemende vraag om capaciteit nader toelichten, waar hebben we het dan over ? Antwoord vraag 5: Het betreft o.a. optreden in kader van bonafide ondernemersklimaat, een uitbreiding van de Wet Bibob, uitvoering Wet woonoverlast, een verruiming van de bevoegdheden van de burgemeester in de Opiumwet en het toepassen van noodbevelen op woningen. Doorvertaald betekent dit het meer capaciteit van de boa's (constateren), vervolgens de oov-er (bestuurlijke voorbereiding) en de juridische inzet (afhandeling). Pag. 19 Vraag 6 Doelstelling 3 en 4 zijn dezelfde doelstellingen met een andere uitwerking, klopt doelstelling 4 wel ? Antwoord vraag 6: Doelstelling 4 had moeten zijn: "Voorkomen, beperken of doorbreken van complexe leefsituaties en bijbehorende veiligheidsrisico".
Pag. 20 ontwikkelrichtingen als doelstelling voor 2023. Vraag 7 Bij de uitleg wordt verwoord dat het hier gaat om een streven, kloppen de pijltjes bij de veiligheidsmonitor dan wel, alsmede bij het totaal aantal misdrijven per 10.000 inwoners. Klopt het dat we dat gelijk willen houden. Streven moet toch zijn vermindering ? Antwoord vraag 7: Het streven is inderdaad bij de veiligheidsmonitor om zo laag mogelijke scores te realiseren. Met het aangeven van een = - teken geven wij aan dat minimaal het behoud van de huidige score wordt gehandhaafd.
Pag. 22 er is een mobiliteitsplan Vraag 8 Dat staat er heel nadrukkelijk maar er is nog geen mobiliteitsplan. ( zie RIB 20220622, behandeld comm. ruimte 22 juni 2022) Antwoord vraag 8: In 2023 is er sprake van een vastgesteld Mobiliteitsplan.
Pag. 22 doelstelling 2, maatregelen Vraag 9 Als we bij maatregelen voorbeelden noemen specifiek gericht op bepaalde typen verkeersdeelnemers (scholieren, gebruikers mobiel), moet er dan niet een maatregel toegevoegd worden, nl. 1D. erkenning en aandacht voor mensen met een beperking in het verkeer. Antwoord vraag 9: We benoemen hier bewust geen specifieke doelgroepen en juist alle verkeersdeelnemers.
25
Pag. 25 BIZ Vraag 10a Bij maatregelen staat we faciliteren de stichting BIZ. Wat wordt hiermee bedoeld? Antwoord vraag 10a: Gemeenten hebben wettelijk een faciliterende rol in het totstandkomingsproces van een BIZ. De gemeente faciliteert het benodigde besluitvormingsproces door het vaststellen van de verordening en faciliteert de organisatie van de benodigde draagvlakmeting. De activiteiten die georganiseerd worden binnen de BIZ zijn primair van en voor ondernemers en worden beheerd door de verantwoordelijke stichting die invulling geeft aan de uitvoering van de gestelde doelen uit het BIZ plan. Vraag 10b Bij 2b staat deelname aan....... is deelnemen aan ook zitting nemen in het bestuur, immers er wordt gesteld dat er 7 bestuursleden kunnen zijn, het zijn er thans 3, waarvan 2 vastgoedeigenaren vertegenwoordigen. Antwoord vraag 10b: Nee, in de huidige BIZ neemt de gemeente nog wel zitting in het bestuur van de aan de stichting BIZ verbonden coöperatie. In de voorgenomen BIZ voor de periode 2023-2027 wordt de organisatiestructuur van de BIZ transparanter. De coöperatie wordt daarom opgeheven. De gemeente neemt deel aan de BIZ als een reguliere deelnemer en maakt nog steeds geen deel uit van het bestuur van de stichting.
Pag. 32 accommodatiebeleid. Vraag 11 Zoals wij bij 1B lezen wordt het accommodatiebeleid gekoppeld aan het project VO-scholen. De uitkomsten worden nl. afgestemd met de ruimtelijke invulling van de VO-scholen. Klopt deze conclusie en is dat dan wel terecht? Antwoord vraag 11: Het accommodatiebeleid wordt niet gekoppeld aan het project VO-scholen. Wel vindt er afstemming plaats tussen deze parallelle trajecten zodat de uitkomsten met name in ruimtelijke zin op elkaar aansluiten.