D04. 20230928 RIB Concept Afvalstoffenverordening en Uitvoeringsbesluit.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum
26 september 2023
behandeld door
G.J. de Goede
ons kenmerk
2022-0204754
doorkiesnummer Onderwerp
14 078 Concept Afvalstoffenverordening en Uitvoeringsbesluit
Geachte mevrouw, heer, Op 2 december 2021 heeft u besloten tot het invoeren van het systeem omgekeerd inzamelen met recycletarief (diftar) voor de gehele gemeente. De regelgeving rondom het huishoudelijk afvalbeheer dient daarom te worden geactualiseerd om in lijn te worden gebracht met de huidige wet- en regelgeving. Want de huidige regelgeving, afvalstoffenverordening en uitvoeringsbesluiten, stammen uit 2010. Dit heeft geresulteerd in bijgevoegd concept Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023 en Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023. Het nieuwe model Afvalstoffenverordening van de VNG heeft hier aan ten grondslag gelegen. Het vaststellen van de afvalstoffenverordening is een bevoegdheid van de gemeenteraad, het vaststellen van het uitvoeringsbesluit is een bevoegdheid van het college. Tijdens deze inspraak wordt ook de motie ja/ja sticker, van 27 januari 2022, meegenomen. Daaraan voorafgaand dient de concept afvalstoffenverordening en uitvoeringsbesluit eerst 4 weken ter inzage te worden gelegd voor inspraak. De inspraak loopt van 27 september tot 25 oktober 2023. Na de ter inzage legging zal het college kennisnemen van de ingediende zienswijzen en indien nodig aanpassingen doen in de verordening of uitvoeringsbesluit.
Het college zal het uitvoeringsbesluit vaststellen en aan de gemeenteraad zal gevraagd worden om de verordening vast te stellen in de vergadering van 7 december 2023. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel
Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023 Het college van de gemeente Papendrecht, Gelezen het voorstel van <datum>, kenmerk 2023-????????, Overwegende dat het in belang van een doelmatige verwijdering, gericht op recycling en materiaalhergebruik van huishoudelijke afvalstoffen, wenselijk is nadere regels te stellen omtrent de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de bij dit besluit aan te wijzen inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023; Gelet op •
de bepalingen van de Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023;
Besluit: 1.
het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023 vast te stellen.
2.
het Uitvoeringsbesluit andere inzamelaars (uitvoeringsbesluit ex artikel 2 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
3.
het Uitvoeringsbesluit categorieën huishoudelijk afvalstoffen (uitvoeringsbesluit ex artikel 3 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
4.
het Uitvoeringsbesluit inzamelmiddel (uitvoeringsbesluit ex artikel 4 en 10 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
5.
het Uitvoeringsbesluit inzameling overige categorieën (uitvoeringsbesluit ex artikel 5 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
6.
Het Uitvoeringsbesluit geen inzamelmiddel (uitvoeringsbesluit ex artikel 9 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
7.
Het Uitvoeringsbesluit aanbiedtijden (uitvoeringsbesluit ex artikel 11 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
8.
Het Uitvoeringsbesluit aanbieden bijzondere gevallen (uitvoeringsbesluit ex artikel 12 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
9.
Het Uitvoeringsbesluit inzameling bedrijfsafvalstoffen (uitvoeringsbesluit ex artikel 13 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
10. Het Uitvoeringsbesluit inzamelvoorziening bedrijfsafvalstoffen (uitvoeringsbesluit ex artikel 14 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken. 11. Het Uitvoeringsbesluit inzamelmiddel bedrijfsafvalstoffen (uitvoeringsbesluit ex artikel 15 Afvalstoffenverordening 2010) in te trekken.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan dan wel mede verstaan: a. Verordening: Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023; b. Inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer of kca-box, ten behoeve van één perceel; c. Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats, ten behoeve van meerdere percelen, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot; d. Bedrijfsafval: afval van bedrijven en instellingen, anders dan percelen; e. Gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; f. Afvalpas: een identificatiemiddel met een uniek, digitaal pasnummer voor de toegang tot verzamelvoorzieningen, toegang tot afvalbrengstation (ABS) en de individuele registratie van het afvalaanbod; g. Afvalbrengstation (ABS): de inzamelplaats, als bedoeld in artikel 5 van de verordening, voor afval waar de gebruiker van een perceel zelf de aan te bieden afvalstoffen gescheiden in de daarvoor bestemde middelen dient te deponeren.
Adres: Willem Dreeslaan 6 te Papendrecht; Artikel 2 Aanwijzing inzameldienst Als inzameldienst op grond van artikel 3, eerste lid, van de verordening wordt aangewezen HVC Grondstoffen N.V. (KvK 24342242), gevestigd te Alkmaar, voor de inzameling van •
bioafval (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten);
•
huishoudelijk restafval;
bij een perceel door middel van een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening (bovengronds of ondergronds). Artikel 3 Regulering andere inzamelaars Als inzamelaar op grond van artikel 4, eerste lid, sub a van de verordening worden aangewezen:
a. voor de inzameling van papier en karton bij een perceel door middel van een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening (bovengronds of ondergronds), HVC Grondstoffen N.V. (KvK 24342242); b. voor de inzameling van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) door middel van een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening (bovengronds of ondergronds), HVC Grondstoffen N.V. (KvK 24342242); c. voor de inzameling van textiel door middel van een bovengrondse inzamelvoorziening, Opnieuw & Co. Papendrecht B.V. (KvK 56882335); d. voor de inzameling van textiel bij een perceel door middel van een inzamelmiddel, wijst het college jaarlijks twee charitatieve instellingen aan; e. voor de inzameling van (her)bruikbare goederen/kringloop bij een perceel, Opnieuw & Co. Papendrecht B.V. (KvK 56882335); f. voor de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden door middel van een inzamelmiddel, via de apotheken, HVC Grondstoffen N.V. (KvK 24342242); g. voor de inzameling van huishoudelijke afvalstromen via het afvalbrengstation, HVC Grondstoffen N.V. (KvK 24342242); Artikel 4 Afvalbrengstation (ABS) Op grond van artikel 5 van de verordening wordt bepaald dat: 1. Het afvalbrengstation aan de Willem Dreeslaan 6 te Papendrecht wordt aangewezen als de afvalbrengstation waar huishoudelijke afvalstromen ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2.
De wijze van aanbieding van afvalstoffen plaatsvindt overeenkomstig de door de inzamelaar gestelde acceptatievoorwaarden. Artikel 5 Afvalscheiding 1. Op grond van artikel 7 van de verordening worden de volgende fracties bij of nabij elk perceel afzonderlijk ingezameld: a. Huishoudelijk restafval ter inzameling aangeboden in een inzamelmiddel wordt ten minste eenmaal per vier weken bij elk perceel ingezameld. b. Huishoudelijk restafval ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur ten minste eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld. c. Bioafval (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten) ter inzameling aangeboden in een inzamelmiddel wordt ten minste eenmaal per twee weken bij elk perceel ingezameld.
d. Bioafval (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten) ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur ten minste eenmaal per twee weken nabij elk perceel ingezameld. e. Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) ter inzameling aangeboden in een inzamelmiddel wordt ten minste eenmaal per twee weken bij elk perceel ingezameld. f. Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur ten minste eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld. g. Papier en karton ter inzameling aangeboden in een inzamelmiddel wordt ten minste eenmaal per vier weken bij elk perceel ingezameld. h. Papier en karton ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur ten minste eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld. i.
Textiel ter inzameling aangeboden in een inzamelmiddel kan tot zes maal per jaar bij elk perceel ingezameld.
j.
Textiel ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt ten minste eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld.
k. Glas ter inzameling aangeboden in een inzamelvoorziening wordt bij voorkeur ten minste eenmaal per week nabij elk perceel ingezameld. l.
Grof huishoudelijke afvalstromen kan door middel van het maken van een afspraak met de inzameldienst ter inzameling aangeboden worden.
2. De volgende omschrijvingen van categorieën afvalstoffen worden onderscheiden: a. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur; b. afgewerkte oliën: olie die vrijkomt bij particulier onderhoud aan voertuigen; c. asbest en asbesthoudend afval: afval waarin zich asbest bevindt; d. autobanden met of zonder velg: banden van een personenauto of motor; e. bioafval: biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelenafval en keukenafval afkomstig van gebruiker van een perceel, inclusief etensresten, ook aangeduid als groente-, fruit- en tuinafval (GFT); f. bladafval: bladeren afkomstig van particuliere bomen en van gemeentelijke bomen; g. bouw- en sloopafval: afval dat ongescheiden vrijkomt bij bouwen, slopen of verbouwingen door particuliere huishoudens, meer specifiek schoon puin, vuil puin en hout (A- en B-hout gemengd);
h. B-hout: onbehandeld en geschilderd hout en diverse soorten verlijmde plaatmaterialen (bijvoorbeeld spaanplaat, multiplex, meubelplaat, MDF); i.
C-hout: verduurzaamd hout, hout dat is geïmpregneerd of anderszins bewerkt, ter herkennen aan de groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout;
j.
dakafval: ook wel genoemd dakleer, afval van bitumineus materiaal dat vrijkomt bij het slopen van daken;
k. drukhouders/gasflessen: drukhouders en brandblussers afkomstig van gebruiker van een perceel; l.
gips: gisplaten, gisblokken etc. uit verbouwingsafval en niet vermengd is met andere afvalstoffen;
m. glas: verpakkingsglas (glazen verpakkingen zoals flessen en potten); n. grof huishoudelijk restafval: volumineus of zwaar huishoudelijk restafval van categorieën afval die niet gescheiden worden ingezameld of aangeboden kunnen worden en door afmeting of gewicht niet via een inzamelmiddel of – voorziening ter inzameling kan worden aangeboden; o. grof tuinafval: plantaardig of organisch afval vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals (grof) loofafval, snoeihout of bladeren, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen, die te groot en/of te zwaar zijn om in het inzamelmiddel te worden aangeboden; p. grond: aarde, zand; q. harde kunststof: materialen gemaakt van harde kunststof zoals tuinstoelen, emmers, speelgoed; r. huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit gebruiker van een perceel, dat overblijft na scheiding in andere categorieën afvalstoffen; s. huishoudelijke oliën en vetten: eetbare oliën en vetten, waaronder frituurvet en –olie; t. kadavers: stoffelijke resten van kleine dode gezelschapsdieren; u. klein chemisch afval (KCA): huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de Europese Afvalstoffen Lijst (Eural) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu; v. kringloop goederen: bruikbare goederen van huishoudelijke aard die nog door anderen te gebruiken zijn en verkocht kunnen worden bijv.
via een kringloopwinkel;
w. luiers en incontinentiemateriaal: eenmalige (wegwerp)luiers, babyverzorgingsdoekjes en incontinentiemateriaal; x. matrassen: oude matrassen met tijk, schoon en droog en niet rottend en/of beschimmeld; y. metalen en oud ijzer: producten met als belangrijkste bestanddeel ferro en non-ferro, alsmede blik zoals metalen conserven blikken, bijv. van groenten of fruit en doppen van potjes; z. oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is andere afvalfracties, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier; aa. piepschuim (EPS): isoloatie- en verpakkingsmateriaal van expandeert polyethyleen schuim, beter bekent als piepschuim; bb. schoon puin: steenachtig materiaal (zoals beton, metselwerk, klinkers, natuursteen en keramisch materiaal) dat niet verontreinigd is met andere afvalstoffen (zoals grond, hout, plastic of asbest); cc. tapijten: vloerbedekking met en zonder foam- of andere beschermingslaag en vloerkleden; dd. verpakkingsafval van plastic, metalen/blik en drankkartons (PMD): verpakkingen van kunststof, metalen verpakkingen en drankenkartons, zoals bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen; ee. vlak glas: glas van vensters, draadglas, spiegelglas en figuurglas en niet zijnde autoruiten en verpakkingsglas.
Artikel 6 Nadere regels inzamelplaats 1. Op grond van artikel 8, lid 2 van de verordening gelden op het afvalbrengstation (ABS) de volgende regels: a. het aanbieden van bedrijfsafval is niet toegestaan; 2. Asbest kan uitsluitend in kleine hoeveelheden worden aangeboden op het afvalbrengstation (ABS) tijdens de openingstijden. Asbesthoudend afval moet doelmatig verpakt zijn. Dit betekent onder meer: a. luchtdicht verpakt in dubbel doorzichtig plastic of folie; b. het verpakkingsmateriaal moet luchtdicht worden afgeplakt door middel van tape; c. op de verpakking moet duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar de tekst "ASBEST" of een voorgeschreven sticker zijn aangebracht;
d. de verpakking moet tijdens het transport onbeschadigd blijven; e. de verpakking moet normaal transport mogelijk maken; f. het maximum gewicht per verpakkingseenheid bedraagt ongeveer 25 kilogram; g. het personeel op de ABS verricht geen ompak- en overpak activiteiten met asbesthoudend afval. Degene die het afval aanbiedt moet deze handeling zelf verrichten. Deze werkzaamheden mogen niet op het ABS worden verricht; h. asbestzakken en –folie worden zonder kosten aangeboden op het ABS. 3. Klein chemisch afval (KCA) moet zoveel mogelijk in originele verpakking en/of de milieubox worden aangeboden. De verpakking dient aan de volgende eisen te voldoen: a. het moet goed afgesloten zijn; b. er moet voor de stof deugdelijk materiaal gebruikt worden; c. aan de buitenzijde moet het vrij zijn van chemisch afval; d. de naam van de stof moet duidelijk zichtbaar aangegeven staan; e. bij het aannemen dient het oplopen van verwonding uitgesloten te zijn. 4. Bladafval kan in niet gelimiteerde hoeveelheden worden gedeponeerd in daartoe in de openbare ruimte opgestelde bladkorven, bedoeld voor blad afkomstig van particuliere bomen en van gemeentelijke bomen, de bladkorven worden in de maanden oktober en november geplaatst op locaties waar veel bladafval van gemeentelijke bomen vrijkomt. Gras, grond en takken mogen niet worden gedeponeerd in de bladkorven. 5.
Luiers/incontinentiemateriaal dienen in gesloten zakken aangeboden te worden in de luiercontainers. Zakken worden door de gemeente verstrekt. Toegang tot deze bovengrondse containers moet aangevraagd worden. Wie hebben dan toegang tot deze bovengrondse containers: a. voor luiers van kinderen tot 3 jaar; b. voor incontinentiemateriaal is een afschrift/bewijs vergoeding zorgverzekering nodig; Artikel 7 Tijdstip van aanbieding Op grond van artikel 9 van de verordening gelden de volgende regels: a. Inzamelmiddelen mogen alleen op de vastgestelde inzameldag worden aangeboden, of de avond ervoor vanaf 22.00 uur. b. Inzamelmiddelen moeten voor 07.00 uur worden aangeboden.
c. Inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk aan het einde van de vastgestelde inzameldag voor 23.59 uur van de weg of uit andere delen van de openbare ruimte zijn verwijderd. d. Grof huishoudelijk afvalstromen worden, op basis van een afspraak met de inzameldienst, aangeboden op het tijdstip dat is afgesproken. e. Bewoners die gebruik maken inzamelvoorzieningen staat het vrij om daarvan op elk door hen gewenst tijdstip gebruik te maken, mits als gevolg daarvan geen geluidsen/of andere overlast naar omwonenden wordt veroorzaakt. Daarom het advies om tussen 22.00 en 06.00 uur zo min mogelijk gebruik te maken van de inzamelvoorzieningen. f. De openingstijden van het afvalbrengstation (ABS) worden jaarlijks gepubliceerd in de afvalkalender (papier en/of digitaal) en op de website van de exploitant. g. De dagen en tijdstippen dat afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden, worden bekendgemaakt via de afvalkalender (digitaal), dan wel via de website van de inzameldienst. Artikel 8 Aanwijzing inzamelmiddelen en –voorzieningen Op grond van artikel 10, eerste lid, sub a en b van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: 1. Voor restafval: a.
Bij laagbouwwoningen: de van gemeentewege geplaatste ondergrondse inzamelvoorzieningen (verzamelcontainer) nabij het perceel te ontgrendelen met de verstrekte afvalpas. Inwoners van de volgende straten, Westeind, Oude Veer, Bosch, aansluitende weg Kraaihoek, aansluitende weg Kerkbuurt, Visschersbuurt, Nanengat, Tiendweg-Oost, Oosteinde, Matena, enkele verspreide woningen op het bedrijventerrein Oosteinde, enkele verspreide woningen Matenasche Scheidkade en Matenaweg, behouden na invoering van het nieuwe inzamelsysteem hun 240 liter grijze minicontainer met grijze deksel en chip. b. Bij hoogbouwwoningen: de van gemeentewege geplaatste bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorzieningen (verzamelcontainers) nabij het perceel te ontgrendelen met de verstrekte afvalpas. 2. Voor bioafval (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten): a. Bij laagbouwwoningen: een van gemeentewege verstrekte groene minicontainer van 140 of 240 liter.
b. Bij hoogbouwwoningen: de van gemeentewege geplaatste bovengrondse inzamelvoorziening (verzamelcontainer) nabij het perceel te ontgrendelen met de verstrekte afvalpas. 3. Voor plastic, metalen/blik en drankkartons (PMD): a. Bij laagbouwwoningen: een van gemeentewege verstrekte grijze minicontainer met oranje deksel/sticker van 240 liter. b. Bij hoogbouwwoningen: een in de daartoe aangewezen bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorzieningen PMD in het betreffende wooncomplex of nabij het perceel te ontgrendelen met de verstrekte afvalpas. c. In wijken geplaatste bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorzieningen voor PMD. 4. Voor oud papier en karton: a. Bij laagbouwwoningen: een van gemeentewege verstrekte blauwe minicontainer van 140 of 240 liter. b. Bij hoogbouwwoningen: in de daartoe aangewezen bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorzieningen in het betreffende wooncomplex of nabij het perceel. c. In wijken geplaatste bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorzieningen voor oude papier en karton. 5. Voor glas: in wijken geplaatste glascontainers (bovengronds of ondergronds), gesorteerd op kleur. 6. Voor textiel: in wijken geplaatste bovengrondse textielcontainers. 7. Voor luiers/incontinentiemateriaal: in de wijken geplaatste bovengrondse containers, te ontgrendelen met de verstrekte afvalpas. 8.
Alle onder artikel 5, tweede lid van dit uitvoeringsbesluit genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen, met uitzondering van e, f en r, kunnen op het afvalbrengstation (ABS) worden aangeboden in de daartoe bestemde containers of stortvakken. 9. In bijzondere gevallen zoals bij ziekte en/of, medische indicatie kan het college besluiten af te wijken van het eerste lid, sub a van dit besluit, door een extra inzamelmiddel beschikbaar te stellen of 26 aanvullende openingen bij de inzamelvoorziening. 10. In het geval van een ZAPpers (ZwerfAfvalPakkers) kan het college besluiten af te wijken van het eerste lid, sub a van dit besluit, door onbeperkte openingen
beschikbaar te stellen bij de inzamelvoorziening. ZAPpers ontvangen hiervoor een separate afvalpas. Artikel 9 Wijze en plaats van aanbieding 1. Op grond van artikel 10 van de verordening gelden de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen: a. Het beheer en het onderhoud van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt of verhuurd door of namens de gemeente, berust bij de gemeente of een daartoe door de gemeente aangewezen bedrijf. b. De gemeente is bevoegd om de minicontainer te voorzien van een sticker en/of chip met daarop gegevens betreffende onder andere een barcode, de afvalstroom waarvoor de minicontainer is bestemd, het volume van de minicontainer, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam en/of huisnummer en deze gegevens aan te wenden voor beheer/monitoring van de minicontainers en afrekening gebruik. c. De gemeente is bevoegd om de afvalpassen voor toegang tot bovengrondse en ondergrondse inzamelvoorzieningen te koppelen aan adressen en deze gegevens aan te wenden voor het beheer van de afvalpassen en optimalisatie van de inzamellogistiek en afrekening gebruik. De inzameldienst mag de registratiegegevens niet aanwenden voor andere doeleinden. d. Per perceel wordt maximaal één afvalpas voor de bovengrondse of ondergrondse inzamelvoorziening verstrekt. e.
De gebruiker van de afvalpas blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het gebruik van de toegangspas voor inzamelvoorzieningen. f. De door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen en afvalpas horen op het perceel van de gebruiker en moeten bij het verlaten van het perceel door de gebruiker compleet, onbeschadigd, schoon en leeg bij het perceel worden achtergelaten. g. De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom. h. Het is verboden de chip, de sticker of het serienummer op het deksel van het inzamelmiddel te verwijderen of te beschadigen. i.
De gebruiker van een perceel dient zich tot de gemeente te wenden indien: • Bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel en/of ter zijn beoordeling
een inzamelmiddel- of middelen van een niet te volstaan volume wordt of worden aangetroffen; • Bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente verstrekken inzamelmiddel. j.
Bij slijtage of beschadiging van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen, komt het technisch onderhoud voor rekening van de gemeenten.
k. De inzamelmiddelen mogen niet voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor deze zijn verstrekt. l.
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken en op te stellen dat deze geen overlast voor derden veroorzaken.
m. De verstrekte inzamelmiddelen (minicontainers) of inpandige rolcontainers voor oud papier en karton, PMD-, bio-, en restafval mogen alleen met water en biologisch afbreekbaar schoonmaakmiddel worden gereinigd. 2. Op grond van artikel 10, tweede lid van de verordening gelden de volgende regels omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden: a.
Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in inzamelmiddelen dient ordelijk te geschieden door plaatsing daarvan op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overig verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd.
b. In het belang van een doelmatige inzameling van afvalstoffen kan door of namens het college worden bepaald dat, op daarbij nader te noemen locaties, het inzamelmiddel al dan niet tijdelijk op een andere plaats dient te worden aangeboden. c. Inzamelmiddelen dienen volledig gesloten te zijn en inzamelvoorzieningen moeten na gebruik volledig worden gesloten, dit ter voorkoming van zwerfvuil. d. Uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen huishoudelijk afval steken. Het is tevens verboden om afvalstoffen naast, op of onder de inzamelmiddelen/inzamelvoorzieningen aan te (laten) bieden.
e. Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijk restafval in boven- of ondergrondse inzamelvoorzieningen moet geschieden in een gesloten (vuilnis)zak. f. Het inzamelmiddel mag bij het aanbieden op een inzameldag geen defecten of gebreken vertonen waardoor het niet naar behoren kan functioneren. g. Het inzamelmiddel mag niet worden vastgebonden aan of geplaatst onder een voorwerp. h. Afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in het inzamelmiddel, dienen onverwijld door de aanbieder uit het inzamelmiddel te worden verwijderd. i.
Het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden inzamelmiddel mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 50 kilogram.
j.
Bioafval (groente-, fruit-, tui- en etensresten) los aanbieden in de inzamelmiddel/inzamelvoorziening. Niet aanbieden in plasticzak of afbreekbare zak.
k. Klein chemisch afval (KCA) zoveel mogelijk aanbieden in originele verpakking, persoonlijk afgeven aan de acceptant op het afvalbrengstation (ABS), waarbij op verzoek informatie wordt gegeven die voor de acceptant van belang is voor het innemen, opslaan en transport van het afgegeven afval. l.
Textiel dient droog en in gesloten zakken en schoeisel aan elkaar gebonden te worden aangeboden in de textielcontainers, bij de inzameling aan huis of op het afvalbrengstation (ABS).
m. Luiers/incontinentiemateriaal dienen in gesloten zakken aangeboden te worden in de luiercontainers. Zakken worden door de gemeente verstrekt. n. Voor het aanbieden van afvalstoffen op het afvalbrengstation (ABS) zijn de voorwaarden van toepassing zoals vermeld op de website exploitant en op de afvalkalender. Voorts wordt in ieder geval radioactief afval niet geaccepteerd op het ABS evenals (als zodanig herkenbaar) bedrijfsafval. o. De ontdoener van afvalstoffen moet zich op het afvalbrengstation (ABS) kunnen legitimeren met de afvalpas. p. Asbesthoudend afval mag alleen verpakt in plastic gratis worden aangeboden en onder bepaalde voorwaarden. De voorwaarden zijn te raadplegen op de website van de exploitant afvalbrengstation (ABS). Er mag geen ander afval
tegelijk met asbest worden aangeboden. Het mag maximaal 33 m2 zijn. Asbestzakken en –folie worden zonder kosten aangeboden op het ABS. q. De inzameling van grof huishoudelijk afval aan huis vindt plaats door middel van het maken van een online afspraak, via de website van de inzameldienst. Het is ter beoordeling van de inzameldienst welke goederen worden meegenomen. Het grof huishoudelijk afval dient op de afgesproken dag en tijd op een voor de inzameldienst goed bereikbare plaats bij de woning (voor of in de nabijheid) klaar te staan en wordt vooraf tegen betaling meegenomen. De tarieven voor het aanbieden van grof huishoudelijk afval zijn vermeld op de gemeentelijke website en inzameldienst. r. Inzamelmiddelen worden ter inzameling aangeboden op een inzamel- of clusterplaats die zich vanaf de erfgrens van het perceel in principe op maximaal 125 meter loopafstand bevindt, tenzij er moverende en in het algemeen belang dienende redenen zijn om van deze maximale loopafstand af te wijken. Het college zal afwijkingen van de maximale loopafstand per situatie beoordelen. s. Inzamelvoorzieningen, genoemd in artikel 8, eerste en tweede lid van dit besluit, bevinden zich vanaf de erfgrens van het perceel in principe op maximaal 300 meter loopafstand, tenzij er moverende en in het algemeen belang dienende reden zijn om van deze maximale loopafstand af te wijken.
Het college zal afwijkingen van de maximale loopafstand per situatie beoordelen. Artikel 10 Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen 1. Als het voor de inzameldienst door werkzaamheden of onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om de normale inzamelplaatsen te bereiken, kunnen op grond van artikel 10, derde lid, van de verordening, door de aannemer of inzameldienst, voor de duur van de problematiek inzamelplaatsen tijdelijk worden aangepast, welke aan de gebruikers tijdig bekend worden gemaakt. 2. Ter voorkoming van calamiteiten worden inzamelvoorzieningen voor oud papier en karton, textiel, glas en PMD afgesloten of verwijderd op de laatste werkdag voor de jaarwisseling en op de eerste dag na de jaarwisseling teruggeplaatst door de inzameldienst en andere inzamelaars dan de inzameldienst. Artikel 11 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst
1. Op grond van artikel 11 van de verordening mag de inzameldienst bedrijfsafvalstoffen ophalen bij: a. basisscholen die in het kader educatie actief aan afvalscheiding willen doen. Artikel 12 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een andere dan de inzameldienst 1. Op grond van artikel 13 van de verordening gelden de volgende regels voor inzamelvoorzieningen: a. Het bedrijfsafval mag alleen worden ingezameld tussen 07.00 en 22.00 uur. b. Na het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafval in inzamelvoorzieningen dient de klep van de inwerpopening gesloten te worden. c. Wanneer inzamelvoorzieningen vol zijn, dient het bedrijfsafval bewaard te worden totdat de voorziening geleegd is danwel gebruik kan worden gemaakt van de eerst volgende inzamelvoorziening voor de betreffende afvalstroom. d. Het is niet toegestaan bedrijfsafval los, zijnde anders dan in inzamelvoorzieningen, op de openbare weg ter inzameling aan te bieden. 2. Op grond van artikel 13 van de verordening gelden de volgende regels voor inzamelmiddelen: a. De inzamelmiddelen mogen op de ledigingsdagen vanaf 07.00 uur op de openbare weg staan. b. De inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na de lediging dan wel uiterlijk aan het einde van de lediging dag voor 00.00 uur van de openbare weg te zijn verwijderd. c.
De plaats en wijze waarop de inzamelmiddelen ter inzameling dienen te worden aangeboden worden contractueel bepaald tussen de aanbieder en de door de aanbieder gekozen inzameldienst, na afstemming met de gemeente. d. Het is niet toegestaan bedrijfsafval los, zijnde anders dan in een inzamelmiddel, op de openbare weg ter inzameling aan de betreffende inzameldienst aan te bieden. e. De inzamelmiddelen mogen niet op of aan de openbare weg geplaatst worden anders dan voor onmiddellijke overdracht aan de inzameldienst. Artikel 13 Ongeadresseerd drukwerk Op grond van artikel 16, tweede van de verordening stelt het college de sticker ja-ja (wel ongeadresseerd reclamedrukwerk en wel huis-aan-huis bladen) als middel vast waarop een bewoner of gebruiker van een woning of bedrijf kenbaar kan maken prijs te stellen op het ontvangen van ongeadresseerd drukwerk.
Artikel 14 Aanwijzing inzamelplaats kadavers van gezelschapsdieren Als inzamelplaats op grond van artikel 21, tweede lid, van de verordening wordt aangewezen de gemeentewerf aan de Willem Dreeslaan 4 te Papendrecht. Artikel 15 Inwerkingtreding Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking. Artikel 16 Citeerbepaling Dit uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023. Aldus vastgesteld in de vergadering van <datum>, de secretaris,
de burgemeester,
J.M. Ansems,
M.J.M. van Driel
Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023 Besluit van de raad van de gemeente Papendrecht tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023 De raad van de gemeente Papendrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren; besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023
§ 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -
inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;
-
inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;
-
inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
-
perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1.
Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
2.
Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1.
Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a.
daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;
b.
bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of
c.
verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.
2.
Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.
Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a.
ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b.
over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of
c.
achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1.
Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
2.
In ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:
-
bioafval (groente-, fruit- en tuinafval);
-
papier en karton;
-
metaal;
-
glas;
-
textiel;
-
plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD);
-
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Artikel 8. Gescheiden aanbieding
1.
Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:
2.
a.
ter inzameling aan te bieden;
b.
achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1.
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van:
2.
a.
inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel;
b.
inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel.
Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
§ 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens Verordening afvalstoffenheffing verschuldigde heffing is voldaan.
Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1.
Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.
§ 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1.
Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op: a.
het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;
b.
het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan;
c.
het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 ;
d.
handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit .
3.
Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1.
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.
2.
Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.
3.
Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen
Artikel 16. Ongeadresseerd drukwerk 1.
In dit artikel wordt verstaan onder:
-
huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;
-
ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde:
a.
een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;
b. 2.
drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.
Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.
Artikel 17. Zwerfafval rondom inrichtingen 1.
Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
2.
Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.
3.
De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Artikel 18. Afval en verontreiniging op de weg 1.
Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.
2.
Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 19. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 20. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken .
§ 4. Kadavers van gezelschapsdieren
Artikel 21. Kadavers van gezelschapsdieren 1.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.
2.
Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.
3.
Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.
4.
Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats, bedoeld in het tweede lid.
5.
Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.
6.
Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
§ 5. Handhaving en toezicht Artikel 22. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 21 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 23. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
Artikel 24. Bestuurlijke boete 1.
Overtreding van artikel 4, artikel 6, artikel 8 tot en met 10, artikel 12 tot en met artikel 15 en artikel 17 tot en met 21 door een natuurlijk persoon of rechtspersoon kan worden beboet met een bestuurlijke boete.
2.
De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bestuurlijke boete is gelijk aan het bedrag dat in de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte, onderdeel C, is vermeld bij het desbetreffende voorschrift.
3.
Bij overtreding van een voorschrift door een rechtspersoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon vermenigvuldigd met de factor twee.
4.
De op te leggen bestuurlijke boete wordt verhoogd met 100% van het boetebedrag, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerder overtreding onherroepelijk is geworden.
5.
Indien het boetebedrag bedoeld in het derde of vierde lid hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag als bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum bedrag.
§ 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 25. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht 1.
Besluiten genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 26, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2.
Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a.
in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”;
b.
in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid;
c.
in artikel 19 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”;
d.
in artikel 20 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”;
e.
in artikel 23 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”.
Artikel 26. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening 2010 wordt ingetrokken.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. ,
De voorzitter,
M. Muijzer-van der Meijden
M.J.M. van Driel
De griffier
TOELICHTING ALGEMEEN 1. Inleiding De Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk Afval om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.
Grondslagen De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waaraan de Afvalstoffenverordening moet voldoen. De opname van paragraaf 4 inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren.
2. Hoofdlijnen van de afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor-, winkel- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte en kadavers van gezelschapsdieren.
Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.
Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA de norm: a.
bioafval;
b.
papier;
c.
metaal;
d.
kunststof;
e.
glas;
f.
textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025);
g.
gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025);
h.
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. In de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor bioafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt. Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening, dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het LAP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen. Met ingang van 1 januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking. Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld. De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit GIHA niet aangepast te worden.
Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels voor de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte.
Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door dieren. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.
Kadavers van gezelschapsdieren De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a).
3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen,
huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen.
Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1. van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.
Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen:
De gebruiker van een perceel
De inzameldienst of inzamelaar
Overdragen (aan een inzamelaar)
Innemen (door een inzamelaar)
Ter inzameling aanbieden (al dan niet via
Inzameling (via de betreffende middelen of
inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)
voorzieningen) door de inzameldienst
Achterlaten op een ter beschikking gestelde
Inzamelplaats
plaats De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip weg in artikel 17.
4. Verhouding met ander hoger recht
Verwerking van persoonsgegevens De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming (2016/679/EU). De gemeente heeft een privacyverklaring opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de inzameling en verwerking van afval. Deze is te vinden via www.papendrecht.nl / privacy en informatiebeveiliging.
Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22).
5. Nadere regels Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college): •
Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, derde lid).
•
Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid).
•
Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7).
•
Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.
•
Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid).
•
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).
Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het college die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudt maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kan worden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze besluitvorming gaat over: •
De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3).
•
De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).
•
De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).
De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in het uitvoeringsbesluit.
Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal wordt de inzamelplaats gemeentelijke afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd. Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot. Uit artikel 10 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel. Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen