D04. 20210618 RIB Beantwoording technische vragen PAB, OP en CDA Kaderbrief 2022.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum
18 juni 2021
behandeld door
M. Penders
ons kenmerk doorkiesnummer Onderwerp
6242 Beantwoording technische Kaderbrief 2022
Geachte mevrouw, heer, Door de fracties van PAB, CDA en OP zijn technische vragen gesteld over de Kaderbrief 2022 – 2026. Hierbij treft u de beantwoording aan. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen. Politiek bestuurlijke vragen dienen gesteld te worden tijdens de commissiebehandeling van de Kaderbrief op 21 juni 2021. Technische vragen fractie PAB Vraag 1 Pagina 9: Kostenverdeelsleutel Sociale Dienst Drechtsteden wordt in 2e halfjaar 2021 aangepast. Wat is de verdeelsleutel nu? Hoe ziet de nieuwe verdeelsleutel eruit? Antwoord Voor de huidige verdeelsleutels verwijzen we u naar onderstaand overzicht uit de begroting 2022 (blz. 57) van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Deze begroting is geagendeerd geweest in de vergadering van de gemeenteraad van 3 juni jl. De nieuwe verdeelsleutel is op dit moment nog niet bekend. Verder verwijzen we naar de beantwoording van vraag 4 van de recent verstuurde RIB van 12 juni 2021 – beantwoording technische vragen Kaderbrief 2022 van de fractie van D66.
1
Vraag 2 Pagina 17: Opstellen mobiliteitsplan. Hiervoor wordt 40.000 euro gevraagd. Waarom zit dit niet structureel in de begroting? Antwoord Het opstellen van een mobiliteitsplan is een eenmalige activiteit, terugkerend eens in de x-jaren. Daaruit kunnen maatregelen voortvloeien die we nu nog niet kennen, maar die t.z.t. in de begroting kunnen worden opgenomen. Vraag 3 Pagina 17: Rattenbestrijding. Is dit een kostenverschuiving of moet er een bedrag van 30.000 euro extra betaald worden? Antwoord Het is geen kostenverschuiving en er wordt niet extra betaald. Dit bedrag dient ter dekking van de uitvoeringskosten. Deze waren eerder niet geraamd. Financieel technische toelichting: Na wetswijziging zijn de werkzaamheden ondergebracht in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met HVC en zijn ten onrechte geboekt op het taakveld Afval 61070700. In de gemeentelijke administratie bestaat de post bestrijding Ongedierte en Overlast 61071201. Conform BBV worden de kosten op deze post geboekt. Vraag 4 Pagina 18:3 waterbushaltes upgraden en constructie aanpassen voor de nieuwe waterbussen:750.000 euro. Dat is 250.000 euro per halte. Welke werkzaamheden worden voor dit bedrag uitgevoerd? Antwoord Door de Provincie Zuid Holland is de aanbesteding van een nieuwe vervoersconcessie aan een nieuwe rederij gegund met ingang van 1 januari 2022.
De werkzaamheden bestaan uit grootonderhoud aan de waterbushaltes (zoals het conserveren van de pontons, en herstel/aanpassen van de abri's). Vraag 5 Pagina 26: Onderhoud openbare verlichting. Minder snel naar duurzame verlichting gaan. Betekent dit meer energieverbruik? Zo ja, wat blijft dan van de 30.000 euro besparing netto over? Antwoord In dit geval lopen de energie- en onderhoudskosten voor de huidige openbare verlichting voor een deel langer door. Als er niet zou worden bespaard, zou er sprake zijn van een hogere investering met bijbehorende kapitaallasten. De verwachting is dus dat de besparing van € 30.000 nagenoeg een netto besparing zal zijn. Vraag 6 Pagina 34: Taakstelling organisatie. De optelling van de 4 genoemde ombuigingen geeft 75.000 euro. Waar slaat die 80.000 euro in het vakje 67 op? Antwoord De besparing van € 80.000 is een combinatie van verminderen van arbeidsinzet bij duurzaamheid ter grootte van € 50.000 en een vermindering van arbeidsinzet bij de ombuiging op groen van € 30.000. Vraag 7 Pagina 36: Wat zijn de tarieven nu voor het gebruik van gemeentegrond? Antwoord De tarieven voor het gebruik van gemeente grond worden door het college vastgesteld. Het betreft niet één tarief maar verschillende vergoedingen in diverse situaties. In de toegevoegde bijlage zijn de vergoedingen vermeld die bij het collegebesluit horen.
2
Vraag 8 Pagina 36: Wat is ons tarief toeristenbelasting op dit moment? Hoeveel vragen de omliggende gemeenten aan toeristenbelasting? Antwoord Dit jaar is het tarief verhoogd van € 1 naar € 1,05. In de Drechtsteden heffen verder alleen Dordrecht (€ 2) en Alblasserdam (€ 2) toeristenbelasting. Op landelijk niveau zijn de verschillen groot: ca. 81% heft toeristenbelasting en het bedrag varieert tussen de € 0,50 en ruim € 10 (Amsterdam). Gemeente Papendrecht Zwijndrecht Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld – Giessendam Sliedrecht Hendrik – Ido – Ambacht
Tarief € 1,05 € 0,-€ 2,-€ 2,-€ 0,-€ 0,-€ 0,--
Vraag 9 Van een sportvisser hebben wij vernomen dat in alle andere Drechtstedengemeenten de gemeentelijke visvergunning is afgeschaft. Klopt dit? Zo nee, in welke gemeente is er wel/niet een gemeentelijke visvergunning nodig voor de gemeentelijke slootjes die er zijn? Hoeveel kost een visvergunning in Papendrecht? Antwoord De gemeentelijke visvergunning is in de Drechtstedengemeenten afgeschaft. Wel is het zo dat een Vispas nodig is om te vissen. Daar zijn uiteraard ook kosten aan verbonden. In Papendrecht kost een visvergunning op dit moment € 10. In de ombuigingsvoorstellen wordt een verhoging naar € 20 voorgesteld. Vraag 10 Subsidieplafonds 2022 Bij punt 1.5: Hoeveel werknemers zijn in dienst bij de partijen die gesubsidieerd worden? Graag per gesubsidieerde partij specificeren. Valt een loonsverhoging volgens de Cao’s ook onder indexeren? Anders geformuleerd: worden loonsverhogingen hoger dan de inflatie wel gecompenseerd? Antwoord Het aantal werknemers en de wijze waarop zij zijn aangesteld valt onder de eigen bedrijfsvoering van de (gesubsidieerde) instelling. Wij hebben geen (totaal) overzicht van het aantal werknemers per subsidieontvanger.
Een totaaloverzicht van het aantal werknemers geeft mogelijk ook een vertekend beeld, omdat er ook sprake is van eigen inkomsten of andere subsidies, waaruit formatie wordt bekostigd, zoals bij scholen of regionaal werkende organisaties. Bij subsidies vindt naast het eventueel indexeren geen extra compensatie plaats voor CAO-stijgingen en dergelijke. Kostenstijgingen (vanuit CAO, maar ook huisvesting, e.d.) dienen binnen de eigen begroting van de gesubsidieerde instelling te worden opgevangen. Overigens is voor 2022 het voorstel om geen indexering toe te passen c.q. de zogenaamde nullijn te hanteren. Technische vragen fractie CDA Vraag 1 blz. 10, WKB start wel per 1 januari 2022, wat zijn de consequenties voor de formatie en voor de inkomsten uit bouwleges? Antwoord De Wkb zal gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking treden. De beoogde datum is 1 juli 2022 (Bijgaand de link naar de kamerbrief waarbij de minister aangeeft dat de inwerkingtreding van de Wkb per 1 juli 2022 wordt https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/05/27/nieuwe-datum-voorzorgvuldige-start-omgevingswet-1-juli-2022).
3
Het effect op de formatie en de opbrengst is nog niet concreet aan te geven. De verwachting is dat een deel van de werkzaamheden van vergunningverlening verschuift naar toezicht en handhaving. Op dit moment wordt gewerkt aan een impactanalyse en wordt een de nieuwe legesverordening in concept voorbereid. Eerst voor de Wkb en later indien nodig voor het omgevingsplan. De verwachting is dat, ondanks dat met invoering van de Omgevingswet leges mogen worden geheven voor milieuvergunningen, de legesinkomsten op termijn gaan dalen Dit is ook afhankelijk van de keuzes die de gemeenteraad maakt voor wat betreft het vergunningsvrij bouwen. Vraag 2 blz. 26, de openbare verlichting wordt minder snel duurzaam, wat is daarvan het effect op de exploitatie? Antwoord In dit geval lopen de energie- en onderhoudskosten voor de huidige openbare verlichting voor een deel langer door. Als er niet zou worden bespaard, zou er sprake zijn van een hogere investering met bijbehorende kapitaallasten. De verwachting is dus dat de besparing van € 30.000 nagenoeg een netto besparing zal zijn. Vraag 3 blz. 40, Waarom is voor de business case cultuur een bedrag van 50.000 euro opgenomen in de tabel en niet een bedrag oplopend naar 270.000 euro zoals in de toelichting is aangegeven als maximaal bedrag? Antwoord Uitgegaan is van een minimale variant.
Na definitieve besluitvorming in 2022 kan de reeks definitief worden ingevuld. Vraag 4 Waarom houdt de gemeente rekening van een constante doorgroei van de vraag in het sociaal domein? Een afvlakking in de latere jaren van de meerjarenbegroting kan immers ook voor de hand liggen, onder andere vanwege veranderingen in het abonnementstarief WMO en de vele ingrepen in de jeugdzorg die in de regio zijn gepland. Antwoord De ramingen binnen het sociaal domein zijn gebaseerd op de uitgangspunten, zoals opgenomen en vertaald in de begrotingen van de SDD en de DG&J (SOJ). Met de bijdrage aan de SOJ is naast afbouw van solidariteit ook rekening gehouden met nog te realiseren besparingen (scenario 1 – financieel kader), die door gemeenten afzonderlijk, gemeenten gezamenlijk, Serviceorganisatie Jeugd en Stichting Jeugdteams worden opgepakt. Voor wat betreft de bijdrage aan de SDD is rekening gehouden met het zogenaamde groene (realistische) scenario, waarbij uitgegaan wordt van bestaand beleid. De voorspelbaarheid van volumeontwikkelingen met bijbehorende budgetten wordt minder nauwkeuriger naar mate we verder in de tijd komen. Ook het financieel effect van COVID-19 op het sociaal domein is nog onduidelijk. Daarom is net als vorig jaar gekozen naast een jaarlijks geraamde inflatie een stelpost voor volumeontwikkeling opgenomen. Vraag 5 Nationaal Programma Onderwijs.
NPO heeft in februari 8,5 miljard beschikbaar gesteld voor het terug dringen van onderwijs achterstanden. Is hier inmiddels al meer over bekend? Hebben scholen al plannen ingediend? Het gaat al over het schooljaar 21-22. Antwoord Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs is het overgrote deel van de middelen voor scholen bestemd om de komende twee schooljaren (2021-2022, 2022-2023) achterstanden terug te dringen. Tussen de maanden april en juni moeten scholen een schoolscan uitvoeren, passende interventies uitkiezen en dit vastleggen in een schoolplan voor komend schooljaar. Scholen ontvangen een bedrag van ongeveer € 700 per leerling voor het schooljaar 2021-2022.
4
Vraag 6 Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Hoeveel woonwagen-zoekers zijn er bekend bij de gemeente Papendrecht? Antwoord Er zijn 18 woonwagen-zoekers bekend bij de gemeente. Vraag 7 Onderhoud JOP ‘s Waaruit bestaat dit onderhoud en waaruit herstel van vernielingen? Werken de jongeren zelf ook aan mee het onderhoud en herstel? Antwoord De bestaande JOP's moeten worden onderhouden en waar nodig vinden herstelwerkzaamheden plaats van vernielingen. Het onderhoud betreft onder andere afvalbakken legen, zwerfvuil verwijderen, schoonspuiten, graffiti verwijderen en eventuele reparaties uitvoeren. Jongeren werken zelf niet aan het onderhoud. Vraag 8 Onderhoud Groen Welk kwaliteitsniveau heeft het Vondelpark? De rozenperken zijn volledig overwoekerd door onkruid. Antwoord Het Vondelpark valt onder kwaliteitsniveau B. De rozenvakken voldoen momenteel niet aan dat kwaliteitsniveau. Er wordt binnenkort door DW-Groen onderhoud uitgevoerd om de situatie te verbeteren. Dat neemt niet weg dat de rozenvakken in de huidige opzet onderhoudstechnisch problematisch blijven. Dit komt enerzijds omdat deze rozen van nature een zeer open structuur hebben, waardoor onkruid véél licht en ruimte krijgt snel te ontwikkelen tussen de rozenstruiken. Anderzijds is het ingewikkeld om bij het verwijderen van onkruid in de vakken met bedoornde rozen verder te komen dan de rand van het vak.
Het handhaven van niveau B bij deze rozenvakken is hierdoor niet kostenefficiënt mogelijk. Vraag 9 Pilot adviespunt Scheiden, Kind & Ouderschap. Zijn de resultaten tot nu teleurstellend dat de pilot vroegtijdig onderbroken wordt? Antwoord Nee, in het kader van de ombuigingen is het voorstel om de pilot niet te verlengen in plaats van vroegtijdig te beëindigen (de looptijd van de pilot loopt eind 2021 af). Insteek is om elementen van het adviespunt lokaal te gaan borgen binnen de bestaande ondersteuningsstructuren. Vraag 10 Leges parkeervergunningen en bezoekerskaarten Voor parkeergarage De Overtoom zijn 75 abonnementen uitgegeven. Dit is blijkbaar het maximum. Waarom een maximum? De parkeergarages zijn toch zelden vol? Omwonenden ervaren nog steeds veel overlast van WC De Meent. Mensen die nu op de wachtlijst staan parkeren nu dus in de omliggende straten. Uitbreiding van het vergunningen gebied levert de gemeente wel geld op maar verplaatst alleen het probleem, Dus waarom een maximum? En denkt het college niet dat door die prijsverhoging de overlast gaat toenemen door juist minder gebruik van de bezoekerskaarten? Antwoord Het maximum van 75 abonnementen is gebaseerd op beschikbare capaciteit van de parkeergarage.
Uitgeven van meer abonnementen zorgt voor een afname van vrije en beschikbare parkeerplaatsen voor winkelend publiek (Lidl).De prijsverhoging zou inderdaad kunnen leiden tot verschuiving van de parkeerdruk. Post-corona gaan we dit weer actief volgen met de periodieke parkeerdrukmetingen.
5
Technische vragen fractie OP Vragen over subsidies Vraag 1 In 2022 wordt er meer geld op de begroting van gemeenten gezet voor de jeugdhulp. Wat is hiervan het effect op de korting van de subsidie 2022 voor Sterk Papendrecht en andere subsidies binnen het sociaal domein? Antwoord De incidentele middelen die ontvangen worden over 2022 worden in de begroting verwerkt (inclusief de laatste regionale ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp). Gelet op het feit dat de middelen voor jeugdhulp slechts een incidenteel karakter hebben en er meerjarig nog steeds een tekort is, is er op dit moment geen aanleiding om ons besluit over de ombuigingen op subsidies te heroverwegen. Vraag 2 Op het raadsvoorstel staat een tabel met bedragen: totaal 2021 € 3.195.559 en 2022 € 3.076.487 een verschil van € 119.072. Waarom sluit dit bedrag niet aan bij de tabel die met de RIB van 18 mei jl. is verstuurd? Antwoord Het verschil, zoals in de vraag genoemd, tussen de subsidieplafonds 2021 en de subsidieplafonds 2022 is veroorzaakt door twee ontwikkelingen: 1). Het genoemde bedrag betreft de ombuigingen op structurele subsidies waardoor de plafonds lager uitvallen. In de tabel bij de RIB van 18 mei zijn ook ombuigingen op incidentele subsidies opgenomen. Die ombuigingen hebben namelijk wél effect op de begroting maar niet op de subsidieplafonds. 2).
De nieuwe structurele subsidies waardoor de plafonds hoger uitvallen. Dit jaar zijn dat twee instellingen, het Odensehuis en Lichtjesfeest (beide worden van drie keer incidenteel nu een structurele subsidie, conform onze subsidieverordening). Vragen over ombuigingsvoorstellen Vraag 1 Nummer 1 RPP verlagen v.a. 2023: vraag: Wat zijn de concrete effecten (voordelig of nadelig) voor onze inwoners als we wel gaan ombuigen? Antwoord In het Transitieplan ICT Drechtsteden is exact verwoord welke projecten zijn opgenomen in het RPP. Deze projecten zijn volgens de onderstaande categorieën ingedeeld.
Het RPP wordt jaarlijks gevoed door een afgesproken bijdrage per inwoner (€ 6,50). Daarbij is uitgegaan van een constante voeding vanuit de gemeenten. Verlagen daarvan is lastig, evenals het exact aangeven wat de effecten daarvan zijn. In ieder geval weten we zeker dat dan zowel op het niveau van dienstverlening als bedrijfsvoering problemen ontstaan.
6
Bovendien zal in dat geval voor iedere wijziging in onze applicaties of systemen een aparte rekening worden gestuurd. Vandaar dat deze ombuigingsmogelijkheid niet voor de hand ligt en zich feitelijk juist financieel tegen ons kan keren. Vraag 2 Nummer 1 RPP verlagen v.a. 2023: vraag: Wat is de technische ondergrens waarop zou kunnen worden bezuinigd? Met technische ondergrens wordt bedoeld dat de bezuiniging geen gevolgen heeft op het IT landschap zodat er calamiteiten zouden ontstaan. Antwoord Uit het antwoord bij vraag 1 blijkt in feite dat er geen technische ondergrens is waarop bezuinigd zou kunnen worden. De ingewikkeldheid en de samenhang van de projecten maken dat nagenoeg onmogelijk. Wederom verwijzen we naar het Transitieplan ICT Drechtsteden waarbij de passages over het RPP veel inzicht verschaffen. Vraag 3 Nummer 25 Reclamebord langs N3: vraag: Er wordt een opbrengst genoemd tussen de € 20.000 en €45.000. Gaat het hier om een netto opbrengst, of moet de gemeente bijvoorbeeld nog een investering doen waar nog geen rekening mee is gehouden? Antwoord Het betreft hier een netto opbrengst. Vraag 4 Nummer 54 Verlaging budget arbeidsvoorwaarden: vraag: Het budget is € 20.000, maar er wordt maar € 8.000 uitgegeven, een verschil van € 12.000. Toch kan er maar € 2.000 worden bezuinigd omdat de kosten € 18.000 zijn i.v.m. WKR cadeaubon en kerstpakket. Onze vragen: a.
Als er aan kerstpaketten slechts € 8.000 wordt uitgegeven, klopt dan onze redenatie dat aan cadeaubonnen € 10.000 wordt uitgegeven? Antwoord Beschikbare budget is bedoeld voor uitvoering Attentieregeling waarin is vastgelegd dat per medewerker een budget van € 100 bruto beschikbaar is. Gebruikelijke uitvoering is dat daaruit een 'kerstpakket /bonnen' wordt toegekend. Er wordt meer aan kerstpakketten uitgegeven dan de vermelde € 8.000, omdat voor inhuur, die ook een pakket krijgen, de boeking ook op andere kostensoort plaatsvindt. Verhouding is dat er de laatste jaren € 11.000 aan pakketten is besteed en € 7.000 aan bonnen. b. Wat is het bedrag dat per persoon aan een kerstpakket en aan? Antwoord Bedrag per medewerker is € 100 bruto. Richtlijn is € 45 voor pakket en € 40 aan bonnen, maar medewerkers kunnen daarin zelf een keuze maken (bv ook een duurder pakket en minder aan bonnen). Restant is inzet voor WKR-heffing. Aan inhuur wordt een kerstpakket toegekend Vraag 5 Nummer 72 toeristenbelasting verhogen: vraag: We hebben een aantal vragen om de verhoging van € 0,10 beter in context te begrijpen. a. Wat is het huidige tarief voor de toeristenbelasting? Antwoord Het huidige tarief bedraagt € 1,05
7
b. Wat is het gemiddelde tarief voor de toeristenbelasting in Zuid-Holland? Antwoord Het gemiddelde tarief voor de toeristenbelasting in Zuid-Holland bedraagt over 2021 € 2,76. c.
Wat zijn de extra opbrengsten als we zouden aansluiten bij het tarief onder 5b?
Antwoord Extra opbrengst bij gelijkblijvende aantallen is ± € 85.000. Vraag 6 Nummer 76 Herfinanciering leningen: vraag: We lezen dat € 14,5 mln. betaald wordt uit de € 27 mln. ontvangen enecogelden en dat van invloed kan zijn op de investering VO scholen. Onze vraag is: Kan uitgebreider worden toegelicht, wat de consequenties kunnen zijn voor de financiering van de investering VO scholen, bijvoorbeeld op de leencapaciteit, krediet rating en financiële ratio’s zoals netto schuldquote, solvabiliteit en structurele exploitatieruimte. Antwoord We gebruiken inzet van de reserves voor de jaarlijkse dekking van de kapitaallasten en betreft niet de financiering van de investering. Vragen businesscase fiets parkeren Blz. 5 / ho 7. Kosten en opbrengsten nieuwe situatie Vraag 1 Waarom wordt in de berekening van de businesscase ervoor gekozen om de investering op een maximale afschrijvingstermijn van 20 jaar te berekenen? In de uitgangspunten lezen we dat er sprake is van een minimale huur van 5 jaar, dus zou het niet beter zijn om of aan te sluiten bij 5 of 10 jaar als afschrijvingstermijn? Antwoord Bij het hanteren van afschrijvingen hebben we te maken met regeling BBV en onze eigen Nota waarderen en afschrijven vaste activa gemeente Papendrecht 2018. Deze schrijft een afschrijvingstermijn van 20 jaar voor.
Vraag 2 Wordt door uit te gaan van een afschrijvingstermijn van 20 jaar, de uitkomst van de businesscase niet te rooskleurig geschetst? Antwoord Nee. Er is sprake van een minimale periode van huur gedurende 5 jaar, voorafgegaan aan een proeftijd van 1 jaar. Vraag 3 Is in de raming van de investering voldoende rekening gehouden met de mogelijkheid om accu’s van fietsen op te laden in de fietsenstalling? Antwoord Er is voldoende ruimte in de raming om oplaadpunten te installeren. In het proefjaar zal worden bepaald hoe groot de behoefte hieraan is. Vragen businesscase lokale lasten In de kaderbrief (blz.4) kunnen we lezen dat de businesscase lokale lasten structureel € 1.743.000 oplevert. We lezen in de businesscase (blz. 6) dat deze ook het ombuigingsvoorstel “hondenbelasting invoeren” raakt, maar dat hondenbelasting niet behoort tot de lokale lasten.
8
Vraag 1 Is het bedrag van ca. € 1,7 mln. een bruto- of netto opbrengst? Hiermee bedoelen we – dat al rekening is gehouden in dit bedrag met de direct gerelateerde kosten zoals extra inningskosten en extra kwijtscheldingskosten a.g.v. deze verhoging. Antwoord De bijstelling van circa € 1,7 miljoen betreft de extra belastingopbrengst. Voor de bijdrage GBD heeft dit verder geen gevolgen. Voor de omvang van kwijtschelding kan dit wel gevolgen hebben. Vraag 2 Hoe is het bedrag van € 1,7 mln. uit te splitsen naar onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolrecht? Antwoord De opgenomen opbrengst van € 1,7 miljoen betreft uitsluitend de extra opbrengst OZB binnen een lokale lasten verhoging met 15%. Belasting op riool en afval is kostendekkend en heeft geen effect op het begrotingssaldo. Voor afvalstoffenheffing wordt rekening gehouden met een extra belastingopbrengst van circa € 350.000 en voor rioolrecht van circa € 100.000. De werkelijke opbrengsten worden bepaald bij het opstellen van de begroting 2022 wanneer de kostenraming is geactualiseerd. Vraag 3 Klopt het dat in de € 1,7 mln. geen bedrag is geraamd voor het invoeren van de hondenbelasting? Antwoord Dat klopt. Vragen businesscase cultuurplatform In de kaderbrief (blz.4) kunnen we lezen dat de businesscase cultuurplatform minimaal € 50.000 oplevert. Op blz.
40 lezen we dat de maximale besparing € 270.000 kan zijn, afhankelijk van verdere uitwerking en besluitvorming. Vraag 1 Hoe is de € 270.000 bepaald, uit welke kostenbesparingen bestaat dit? Antwoord De businesscase gaat uit van een kostenbesparing met een bandbreedte tot 30% van het totale budget. Dit is omgerekend € 270.000. Rond de zomer van 2022 wordt de businesscase ter besluitvorming aangeboden. Dan zal ook duidelijk zijn waaruit de kostenbesparingen bestaan. Vraag 2 Wat is de argumentatie om van deze € 270.000 minimaal € 50.000 op te nemen, het zou toch ook elk ander willekeurig bedrag tussen de € 0 en € 270.000 kunnen zijn Antwoord: Dat klopt. Alleen er is gekozen voor een minimale ombuiging van € 50.000. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, de secretaris,
J.M. Ansems
9
Bijlage 1: collegebesluit 27 oktober 2020, nummer 2020-0140060
Vergoedingenbijlage behorende bij de regeling algemene regels gebruiksvergoeding gemeentegrond – per 1 januari 2020 t/m 31 december 2021 Artikel 1. DETAILHANDEL Voor het uitstallen van koopwaar en/of reclamevoorwerpen vanaf 1,20 meter gemeten van de gevel van het pand, geldt de volgende vergoeding per m2 per week: € 1,35. Bij vaste uitstallingen en / of reclame voorwerpen wordt uitgegaan van 52 weken in een jaar. Artikel 2. STANDPLAATSEN Voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 APV voor de verkoop van waren (uitgezonderd het plaatsen of uitstallen daarvan op het aangewezen marktterrein gedurende de marktdag) voor het totaal in gebruik genomen grond geldt de volgende vergoeding per m2 per dag: € 1,35. Bij vaste standplaatsen wordt uitgegaan van 52 weken in een jaar. Artikel 3. TERRASSEN bij horecafuncties Voor het hebben van een terras voor horeca-doeleinden, geldt de vergoeding per m2 per jaar: € 25,05. Wanneer op een terras met de grond verankerde voorwerpen aanwezig zijn (zoals terrasafscheidingen en parasols) wordt voor het hebben van een terras apart een huurcontract afgesloten en zijn deze vergoedingenregeling en algemene regels niet van toepassing. Voor de huurvergoeding zal wel aansluiting gezocht worden bij de vergoedingen uit deze regeling. Artikel 4.
EVENEMENTEN EN KERMISSEN Voor het hebben van voorwerpen (zoals: attracties, springkussens, speeltoestellen, standplaatsen, kramen, koopwaar, tenten, terrassen en podia en andere vergelijkbare voorwerpen die redelijkerwijs gezien in deze categorie vallen) bij evenementen en kermissen (als bedoeld in artikel 2:24 en 2:25 van de APV), geldt de onderstaande vergoeding per m2 in gebruik genomen oppervlakte per dag: € 1,10 met een maximum van € 711,70 per dag. Artikel 5. BOUWPLAATSEN Voor het hebben van een bouwplaats, geldt de onderstaande vergoeding per m2 per; a. b. c. d.
Dag Week Maand Kwartaal
€ 0,80 € 2,85 € 8,40 € 18,30
Voor periodes langer dan een kwartaal geldt de maximum vergoeding van € 18,30 per m2. Onder een bouwplaats worden in ieder geval de volgende situaties verstaan; - het hebben/gebruiken van een met hekken of anderszins afgesloten terrein of, - het gebruiken van (een stuk) gemeente grond zodanig dat deze niet meer toegankelijk dan wel bruikbaar is voor de normale functie van deze gemeente grond, in het geval dat dit terrein of de gemeente grond wordt gebruikt voor de tijdelijke opslag van bouwmaterialen, voertuigen, bouwketen en andere voor de bouw gebruikte attributen tijdens bouw / sloop en onderhoudsprojecten.
Ten aanzien van door het college aangewezen bouwplaatsen, ten behoeve van door of vanwege de gemeente te verrichten werkzaamheden, is dit artikel niet van toepassing. Artikel 6. (BOUW)KETEN, CONTAINERS, SCHAFTWAGENS, HOOGWERKERS, CONTAINERS, STEIGERS, (BOUW)MATERIALEN, SANITAIRE UNITS, WACHTLOKALEN, DIRECTIEKETEN, OPSLAGRUIMTES ETC. Voor het hebben van (bouw)keten, containers, schaftwagens, hoogwerkers, containers, steigers, (bouw) materialen, sanitaire units, wachtlokalen, directieketen, opslagruimtes, en andere vergelijkbare voorwerpen die redelijkerwijs gezien in deze categorie vallen, voor zover zij zich niet bevinden op een onder artikel 5. genoemde bouwplaats, geldt de onderstaande vergoeding, per m2 per: a. b. c. d.
Dag Week Maand Kwartaal
€ 0,80 € 2,85 € 8,40 € 18,30
Voor periodes langer dan een kwartaal geldt de maximum vergoeding van € 18,30 per m2. Ten aanzien van de bovenstaande voorwerpen, indien zij gebruikt worden ten behoeve van door of vanwege de gemeente te verrichten werkzaamheden en als zodanig door het college zijn aangewezen is dit artikel niet van toepassing. Artikel 7. VRIJSTELLINGEN Er worden geen vergoedingen in rekening gebracht in de volgende gevallen: a) b) c) d) e) f) g)
Een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik; Voorwerpen welke uitsluitend worden gebruikt voor weldadige doelen die zijn voorzien van het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF); Bloemen- of plantenbakken; Brievenbussen en telefooncellen; Verkeersborden en andere voorwerpen en openbare aankondigingen, die uitsluitend ten behoeve van het verkeer zijn aangebracht; Voorwerpen en openbare aankondigingen die uitsluitend het openbaar belang dienen; Voorwerpen op de openbare weg voor het houden van lokaal geïnitieerde niet-commerciële activiteiten, voor zover de activiteiten maatschappelijk relevant zijn en betrekking hebben op: het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening (feest, muziek, wedstrijd) of; het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening;
Artikel 8 WIJZE VAN BEREKENING VERGOEDING Wanneer in de bovenstaande vergoedingenregeling een staffel is opgenomen om de vergoeding te berekenen wordt deze vergoeding bepaald door de periode op te knippen in stukken die overeenkomen met de treden in de staffel. De vergoeding wordt berekend op de voor de gebruiker meest voordelige wijze. Bijvoorbeeld: bij een periode van 4 dagen wordt het week bedrag in rekening gebracht.
2
Aldus vastgesteld in de vergadering van 27 oktober 2020, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
A.J. Moerkerke
3