D03. 20211214 RIB Wonen en zorg voor ouderen.pdf
Tekst van het document
Dit heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de energielasten. Er wordt verschillend gedacht over het wonen met jongeren/gezinnen in de complexen. Sommige deelnemers wonen samen in één complex met jongeren/gezinnen en ervaren dit als iets positiefs. Meer verbinding tussen ouderen en jongeren zou goed zijn. De deelnemers die er minder over te spreken zijn, geven aan dat dat komt doordat ze voor rommel zorgen wanneer ze vuil dumpen in de containerruimte beneden in het complex.
5 Bron: Monitor Ouderenhuisvesting 2020 – ABF Research
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
25
Daarnaast wordt genoemd dat de verschillende levensritmes van ouderen en jongeren/gezinnen niet goed met elkaar matchen en zorgen voor weerstand tegen de mix van jong en oud in één complex.
Woonomgeving De behoefte omtrent de woonomgeving valt uiteen in zowel de fysieke woonomgeving als de sociale woonomgeving. Beide zijn van belang om het langer thuiswonen mogelijk te maken. Fysieke woonomgeving • Een deelnemer geeft het volgende aan over wandelen in Papendrecht: ‘het is geen wandeltocht maar een overlevingstocht’. De trottoirs zijn verzakt of lopen scheef waardoor je soms genoodzaakt bent om op straat te lopen. Het is belangrijk dat de stoepen weer begaanbaar worden gemaakt. • De deelnemers wonen dichtbij supermarkten, winkels en andere voorzieningen of zitten tussen verschillende winkelcentra in. Voorzieningen als de huisarts of apotheek liggen iets verder van huis maar dat wordt niet als een probleem ervaren. • De deelnemers zijn nog goed mobiel of maken gebruik van de Hopper of Valys. Men is tevreden over het vervoer met de Hopper of Valys doordat de ritjes niet veel kosten en je vanaf huis wordt opgehaald en weer wordt thuisgebracht. Ook wordt aangegeven gebruik te gaan maken van de fiets of een brommobiel als het autorijden op den duur niet meer kan. • In de ‘Monitor Ouderenhuisvesting’ komt een belangrijke bevinding naar voren dat de geschiktheid van de woonomgeving wordt bepaald aan de hand van de nabijheid van belangrijke voorzieningen 6.
• De deelnemers geven aan dat het voor ouderen vaak lastig is om hun eigen woonomgeving achter te laten bij verhuizing. Uit landelijk onderzoek blijkt
tevens dat de gehechtheid aan de vertrouwde woonomgeving een belangrijke rol speelt in de verhuiswens en het daadwerkelijke verhuisgedrag3 De stap om van een reguliere woning naar een kamer in een zorgcomplex te gaan is een grote en heeft veel impact. Er wordt aangegeven situaties te zien waarin ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen terwijl dat eigenlijk niet meer kan. Sociale woonomgeving • Uit het gesprek komt het belang van een gemeenschappelijke ruimte waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten naar voren. Mensen zouden elkaar kunnen ontmoeten in bijvoorbeeld een buurthuis in de buurt maar de voorkeur gaat uit naar een gemeenschappelijke ruimte in de complexen zelf. De deelnemers geven een aantal voorbeelden van gemeenschappelijke ruimtes in complexen. Suggesties die worden aangereikt zijn om op iedere etage een gemeenschappelijk ruimte te realiseren of dat een appartement in het complex kan worden ingezet als gemeenschappelijke ruimte. Er zal moeten worden geïnventariseerd of de bewoners bereid zijn om hiervoor een kostendekkende bijdrage te betalen. • De deelnemers geven aan dat er in de buurt wel mogelijkheden zijn voor ontmoeting. Er zijn mogelijkheden om zaaltjes te huren, alleen zijn de bedragen voor het huren erg hoog. Wanneer je gebruik kan maken van subsidies is het huren van een dergelijke zaal nog te doen.
De deelnemers geven aan dat het ontzettend jammer is als de bibliotheek er straks niet meer is. De bieb vervult een mooie buurtfunctie. Deelnemers pleiten ervoor het bibliotheekaanbod niet te verschralen. • Er is behoefte aan een digitale gids voor 65-plussers waarin staat wat er allemaal te doen is in Papendrecht. Er gebeurt namelijk van alles maar daar
6 Bron: Monitor Ouderenhuisvesting 2020 – ABF Research
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
26
is men niet van op de hoogte. Met behulp van een gids kunnen ouderen op de hoogte worden gebracht van wat er allemaal plaatsvindt.
Zorg en ondersteuning •
•
De deelnemers geven aan alleen uit noodzaak naar een verpleeghuis te willen gaan. Allen willen zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen. Uit de ‘Monitor Ouderenhuisvesting’ 3 komt het beeld naar voren dat gezondheid de meest voorkomende verhuisreden is onder 75-plussers. Dit komt overeen met het beeld dat men meestal pas verhuist als het echt moet. Het is belangrijk dat ouderen goed worden geïnformeerd over wat er allemaal kan, welke voorzieningen je in kan schakelen om langer zelfstandig te wonen. Ook is het van belang dat instellingen onderling van elkaar weten wat ze doen. Gebruik van een gids voor 65-plussers en de inzet van eerder genoemde contactpersoon zijn van belang bij het goed informeren van ouderen. De deelnemers willen hun kinderen niet te veel belasten wat betreft het verlenen van mantelzorg. Als het erg intensief wordt en veel vraagt van de kinderen gaat men liever naar een verzorgingstehuis. Als er geen plek is in de gemeente Papendrecht staat men nog wel open voor een plek in een andere gemeente maar liever niet te ver van Papendrecht af.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
27
5 Aanbod aan ouderenhuisvesting
Tabel 5.1: Aantal wooneenheden naar aanbieder/eigenaar en type woonvorm
In dit hoofdstuk zetten we het huidige aanbod aan ouderenhuisvesting in Papendrecht en haar buurten op een rij. We geven weer hoeveel woonvormen voor ouderen er nu in Papendrecht zijn, uitgesplitst naar type woonvorm en buurt. Daarnaast brengen we de (potentiële) geschiktheid van de huidige woningvoorraad voor mensen met een mobiliteitsbeperking waaronder ook ouderen vallen in beeld.
Aanbieder/eigenaar Westpolder Rivas zorggroep Rivas zorggroep Woonkracht10 Molenvliet & Wilgendonk Woonkracht10 Kraaihoek Rivas zorggroep Woonkracht10 Middenpolder & Oosteind Woonkracht10 Gemeente Papendrecht Totaal
5.1 Aanbod aan woonvormen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporatie komt naar voren dat Papendrecht momenteel beschikt over ca 1.172 woningen in geclusterde woonvormen voor ouderen (tabel 5.1). Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie.
Locatie De Markt De Wieken 6 locaties
24uurszorg PG
24uurszorg SOM
Geclusterd wonen voor ouderen
55
21
64 420
9 locaties Waalburcht 5 locaties
289 46
30 192
6 locaties
250 110
85
1.172
Bron: Inventarisatie onder zorgaanbieders en corporatie in Papdendrecht (2021) en CBSMicrodata.
Papendrecht kent ca 110 24-uurszorgplekken die worden ingezet voor psychogeriatrische zorg en ca 85 24-uurszorgplekken die worden ingezet voor somatische zorg. In de praktijk zijn veel van deze plekken inzetbaar voor Wlzzorg in de breedte, ongeacht de grondslag van een cliënt. Rivas Zorggroep geeft aan dat de locatie De Markt gerenoveerd gaat worden. Dit proces is echter nog in de planfase.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
28
5.2 Kenmerken van geclusterd corporatieaanbod Ouderen die verhuizen naar een vorm van geclusterd wonen voor ouderen doen dit over het algemeen vanwege een behoefte aan beschutting, comfort en saamhorigheid. In sommige onderzoeken worden alleen complexen met een inpandige ontmoetingsruimte meegeteld in deze categorie. Hoewel de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte zeker wenselijk is, is binnen dit onderzoek gekozen om ook complexen zonder ontmoetingsruimte mee te tellen. Ontmoeting zou in deze complexen op andere wijze gestimuleerd kunnen worden; bijvoorbeeld door complexen nabij voorzieningen te realiseren of door actieve inzet van eigenaren of bewoners op participatie. Om meer gevoel te krijgen bij de kenmerken van het corporatieaanbod in geclusterd wonen is bij verhuurders informatie opgevraagd. Onderstaande figuren bieden inzicht in kenmerken van 1.151 geclusterde woningen van de corporatie Woonkracht10 in de gemeente Papendrecht. Dit levert het volgende beeld op: Seniorenlabel
Met ontmoetingsruimte
141
Met ontmoetingsruimte en gezamelijke buitenruimte
23
Geen ontmoetings- en gezamelijk buitenruimte
987
Scootmobielberging Ca 8% van het geclusterde corporatieaanbod voor ouderen heeft een scootmobielberging. De meeste complexen hebben geen berging voor scootmobiels (78%). Voor drie complexen met in totaal 156 woningen geldt dat er binnenkort een scootmobielberging wordt gerealiseerd. Voor de complexen zonder scootmobielberging geldt dat er wel plannen zijn de bergingen te gaan realiseren. Zonder scootmobielberging
55+ label Geen label
geclusterde aanbod voor ouderen heeft geen ontmoetingsmogelijkheid in het eigen complex of in de directe omgeving.
1.066 85
Ontmoetingsruimte In totaal verhuurt de corporatie ca 164 woningen in complexen die een inpandige ontmoetingsruimte hebben of een inpandige ontmoetingsruimte en gezamenlijke buitenruimte hebben. Er zijn geen complexen waarbij een wijkcentrum of dorpshuis binnen 500 meter afstand ligt. Ca 86% van het
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Met scootmobielberging Komt binnenkort een scootmobielberging
896 99 156
Woonkeur hanteert als norm dat er één scootmobielberging is per vijf bewoners. Aan die strenge norm voldoen de complexen die nu al een scootmobielberging hebben. Twee complexen bestaand uit 86 appartementen voldoen aan de norm van Woonkeur na het opleveren van scootmobielbergingen.
29
5.3 Aanbod aan geschikte woningen Om doorstroming te bevorderen is er inzicht nodig in het aantal geschikte woningen en het aantal geschikt te maken woningen. Deze paragraaf gaat in op de woningvoorraad van de gemeente Papendrecht en in welk marktsegment deze voorraad zich met name bevindt. Wij hebben de (potentiële) geschiktheid geanalyseerd aan de hand van CBS-microdata uit het jaar 2018 over zelfstandige woningen in de gemeente Papendrecht7. Figuur 5.1: Aanbod geschikte woningen volgens geschiktheidsanalyse
traplift, of het verlagen of weghalen van drempels. Het grootste deel van de woningvoorraad, 40% (ca 5.510 woningen), is niet geschikt voor ouderen/mensen met een mobiliteitsbeperking. Lang niet alle ‘geschikte’ woningen worden bewoond door ouderen, en vermoedelijk ook lang niet allemaal door mensen met een mobiliteitsbeperking. In figuur 5.2 is te zien dat 57% van de ‘geschikte’ woningen momenteel wordt bewoond door een 65-plushuishouden. Dat heeft er mee te maken dat de meeste appartementencomplexen voldoen aan de eisen van een ‘geschikte’ woning (gelijkvloers en met een lift); dat betekent dat ook woningen die niet specifiek bedoeld zijn voor ouderen in deze categorie vallen. Figuur 5.2: Bewoning geschikte woningen naar leeftijdsklasse in aandelen (2021)
24%
Geschikte woning
40% Geschikt te maken woning
Geschikte woning
26%
0%
Niet geschikte woning
17%
20%
40%
34%
60%
23%
80%
100%
37% Geschikte woning
840
Bron: CBS-microdata 2018.
0%
Volgens deze analyse is ca 24% van de woningvoorraad (ca 3.310 woningen) in Papendrecht als ‘geschikt’ voor ouderen. Ca 37% (ca 5.095 woningen) is met een kleine ingreep geschikte te maken. Denk hierbij aan de plaatsing van een
Tot 50 jaar
560
20%
40%
50-65 jaar
1130
775
60%
80%
65-80 jaar
80+ jaar
100%
Bron: CBS-Microdata.
7 De geschiktheid is ingeschat op basis van woningkenmerken en bouwjaar. Deze resultaten bieden
een beredeneerde indicatie van de geschiktheid van de woningvoorraad.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
30
Uitsplitsing naar sector (marktsegment) Het aandeel geschikte woningen in Papendrecht is per sector verschillend. Huurwoningen zijn relatief het vaakst geschikt voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Onder huur vallen woningen van de corporatie Woonkracht10 en woningen van particuliere verhuurders in de gemeente Papendrecht. Koopwoningen zijn relatief gezien minder geschikt voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. Het aandeel woningen dat met een woningaanpassing geschikt te maken is, is in de koopsector juist relatief groot (44%) vergeleken met de huursector (22%).
Geschikte sociale huurwoningen De gegevens over de geschiktheid van woningen uit de vorige paragraaf zijn ontleed uit een analyse op woningkenmerken die duiden op een geschikte woning (onder andere bouwjaar en woonoppervlak). Of een woning daadwerkelijk geschikt is, moet blijken uit huisbezoeken. Waar het gaat om het bezit van de corporatie Woonkracht10, zijn wel aanvullende gegevens bekend over de feitelijke geschiktheid. Hieruit blijkt dat er in Papendrecht ca 929 sociale huurwoning rollatorgeschikt zijn en ca 124 sociale huurwoningen rolstoelgeschikt.
Figuur 5.3: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom
Tabel 5.2: Geschiktheid van de sociale huurvoorraad (2021)
Koop
15%
Huur
44% 41%
0% Koop
20% 1.310
Huur
22% 40%
37% 60%
3.985 1.960
0%
41%
20%
Geschikte woning
100%
3.700 1.065
40%
80%
1.810 60%
Geschikt te maken woning
80%
Woningen Woonkracht10 Rolstoelgeschikt Rollatorgeschikt 29
246
0
268
0
192
95 124
223 929
Bron: Inventarisatie corporatie Woonkracht10 (2021).
100%
Niet geschikte woning
Bron: CBS-Microdata.
De categorie ‘onbekend’ binnen eigendom hebben we niet in bovenstaande figuur opgenomen. Het gaat om 85 woningen waarvan het eigendom onbekend is.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Per buurt Westpolder Woonkracht10 Molenvliet & Wilgendonk Woonkracht10 Kraaihoek Woonkracht10 Middenpolder & Oosteind Woonkracht10 Totaal
Aanbod aan geschikte woningen naar buurt Eerder zagen we dat van de totale woningvoorraad in Papendrecht 24% geschikt is voor ouderen met een mobiliteitsbeperking. In bijlage 3 is een tabel opgenomen met het aandeel geschikte woningen per buurt. • De geschiktheid van de woningvoorraad is het grootst in Westpolder (34%) en in Kraaihoek (31%). Het aandeel geschikte woningen is het laagst in Molenvliet & Wilgendonk (95). In Middenpolder & Oosteind is het aandeel geschikte woningen 22%.
31
•
•
Het aandeel ‘geschikt te maken’ woningen is het hoogst in Middenpolder & Oosteind (53%) en in Molenvliet & Wilgendonk (39%). Het aandeel ‘geschikt te maken woningen’ is het laagst in Westpolder (27%). Niet-geschikte woningen staan voornamelijk in Molenvliet & Wilgendonk (52%). In Westpolder en Kraaihoek bestaat de voorraad voor 39% uit nietgeschikte woningen. Het aandeel niet geschikte woningen is het laagst in Middenpolder & Oosteind met 25%.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
32
6 Huisvestingsopgave In dit hoofdstuk zetten we de (toekomstige) vraag van ouderen af tegen het aanbod aan ouderenhuisvesting. De vergelijking tussen vraag en aanbod laat zien waar tekorten of overschotten aanwezig zijn in de Papendrechtse woningvoorraad, in termen van woonvormen, marktsegmenten en toegankelijke woningen voor ouderen. Dit beeld schetsen wij voor zowel de gehele gemeente als ook voor de individuele buurten. Hiermee ontstaat zicht op de vraag of de gemeente en buurten voldoende inspelen op de woonbehoefte van ouderen.
6.1 Conclusies Huisvestingsopgave: woonvormen Een vergelijking van de (toekomstige) vraag naar woonvormen en het huidige aanbod leidt tot inzicht in de huisvestingsopgave voor ouderen: • Er is momenteel een tekort van 30 plekken voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag. Er is volgens onze berekeningen een behoefte aan 140 plekken, en er zijn momenteel ca 110 plekken in de gemeente. In de komende jaren zal het tekort groeien, zolang er geen aanbod bij komt. Zonder toevoeging verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 60 tot 130 plekken. • Op het moment is er een overschot van vijf plekken voor mensen met een somatische zorgvraag (SOM). Volgens onze berekeningen bestaat er een behoefte aan 80 plekken voor, en er zijn momenteel 85 plekken. In 2025 is er geen sprake meer van een overschot maar een tekort aan 5 plekken. Zonder toevoeging van aanbod verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 5 tot 45 plekken.
•
•
Voor geclusterd wonen geldt op dit moment dat het aanbod groter is dan de vraag. In 2030 zien we een tekort ontstaan van 138 plekken wanneer we uitgaan van de trendvariant van de vraagprognose. Zonder toevoegingen verwachten wij dat er in 2040 een tekort zal zijn van 58 tot 478 plekken. Wanneer we de relatie leggen tussen de in beeld gebrachte opgave en de opgave aan meergezinswoningen die in het woningmarktonderzoek Drechtsteden van RIGO naar voren komt, valt de in beeld gebrachte opgave in dit rapport binnen de opgave aan ca. 460 meergezinswoningen in de periode tot 2030 die naar voren komt in het woningmarktonderzoek 8. We kijken hierbij alleen naar de opgave van het geclusterd wonen. De opgave van 53 tot 203 geclusterde woningen in 2030 valt binnen de opgave van 460 meergezinswoningen. We geven hiermee een verfijning van de invulling van een deel van de opgave aan meergezinswoningen. De opgave aan 24-uurszorgplekken is een aparte opgave. Hierbij speelt nog mee dat het Zorgkantoor eerst een akkoord moet geven om de 24-uurszorgplekken erbij te bouwen.
Tabel 6.1: Vraag-aanbodbalans woonvormen (2021 - 2040)
Woonvorm 24-uurszorg PG 24-uurszorg SOM Geclusterd wonen Totaal
Balans 2021 -30 5 192 167
Balans 2025 -50 tot -60 -5 42 tot 122 -86 tot 57
Balans 2030 -60 tot -80 -5 tot -15 -138 tot 42 -53 tot -203
Balans 2040 -60 tot -130 -5 tot -45 -58 tot -478 -123 tot -653
Bron: Zorgkantoren Coöperatie VGZ, Woonzorgweter, Companen, bevolkings- en huishoudensprognose Papendrecht.
Kwalitatieve behoefte geclusterd wonen Naast de kwestie hoe vraag en aanbod zich in getalsmatige zin tot elkaar verhouden, is het ook belangrijk om te bekijken in hoeverre het huidige aanbod
8 Woningmarktanalyse Drechtsteden – RIGO Research en Advies
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
33
voldoet aan de kwalitatieve vraag van ouderen in Papendrecht. Ouderen die willen verhuizen naar geclusterd wonen voor ouderen doen dit veelal omdat zij behoefte hebben aan een zekere mate van beschutting. Die kan verschillende vormen aannemen: een gezamenlijke entree (eventueel met receptie), de aanwezigheid van voorzieningen zoals een fysiotherapeut, thuiszorgpost of kapper. Lang niet alle complexen voldoen aan al deze kenmerken. Voor het aanbod in de sociale huur binnen het geclusterd wonen voor ouderen geldt dat 14% van de complexen een buitenruimte en/of een ontmoetingsruimte heeft. 86% van de complexen heeft dat dus niet, en voldoet daarmee minder goed aan de behoefte van mensen die in zo’n woonvorm komen wonen. Het succesvol laten zijn van een ontmoetingsruimte valt of staat met initiatief vanuit de bewoners zelf of (welzijns-)organisaties.
Huisvestingsopgave: geschikte woningen De huidige vraag naar geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt 1.260 woningen. In 2040 zal deze behoefte, conform de trend van vergrijzing, gaan oplopen tot ca 1.810 woningen. Deze aantallen wegen in principe zwaar tegenover het huidige geschikte woningaanbod: momenteel kent Papendrecht, volgens de CBS-Microdata, slechts 3.310 geschikte woningen. Van deze woningen wordt 57% ook bewoond door een huishouden van 65 jaar of ouder. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod. Het gros van deze woningen is hooguit ‘rollatorgeschikt’, uit de inventarisatie onder de corporatie komen 124 ‘rolstoelgeschikte’ woningen naar voren. Bij het vergelijken van vraag en aanbod leidt dit tot een licht tekort aan rolstoelgeschikte woningen (16). In de praktijk zal dit tekort minder hoog zijn omdat sommige woningen in privaat eigendom rolstoelgeschikt zijn (gemaakt).
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
De behoefte aan rolstoelgeschikte woningen zal tot 2040 met ca 60 woningen toenemen. Tabel 6.2: Toename in de vraag naar geschikt wonen (2021 - 2040; huishoudens afgerond op 10-tal)
Rolstoelgeschikte woning Rollatorgeschikte woning Totaal
2021 140 1.120 1.260
2030 180 1.410 1.590
2040 200 1.610 1.810
Toename 2021 - 2040 +60 +490 +550
Bron: Woonzorgweter, Companen.
Opgave op buurtniveau Tabel 6.3 (pagina 31) geeft inzicht in de huisvestingsopgave voor verschillende woonvormen op buurtniveau. In het onderstaande deel geven we per buurt aan welke huisvesting gewenst is, en op welke termijn. 24-uurszorg nodig in Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind In Middenpolder & Oosteind zijn relatief veel geschikte woningen aanwezig. Het aantal geschikte woningen weegt goed op tegen de vraag, ook naar de toekomst toe. In Molenvliet & Wilgendonk is er momenteel sprake van een tekort aan geschikte woningen en neemt het tekort toe tot 195 woningen in 2040. Tekorten zien wij voor de gebieden Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind. Als we naar de aantallen kijken is het mogelijk om in beide gebieden een grootschalige locatie te realiseren. Echter moet ook worden afgewogen of een dergelijke locatie past bij de buurt en de bouwlocatie. Een grotere locatie biedt kansen voor zorg in natura. Met een grotere schaal is het gemakkelijker om te voldoen aan het kwaliteitskader voor het leveren van zorg in natura. Eén of meerdere kleinere locaties bieden kansen voor het toepassen van scheiden wonen en zorg (VPT).
34
Geclusterd wonen in Molenvliet & Wilgendonk en Middenpolder & Oosteind In Middenpolder & Oosteind zijn relatief gezien veel geschikte woningen aanwezig. Het aantal geschikte woningen weegt hier goed op tegen de vraag, maar dit geldt niet voor Molenvliet & Wilgendonk. Hier ligt een opgave voor meer geschikte woningen. In deze buurt zien we ook een opgave voor geclusterd wonen, en een kleinere opgave voor 24-uurszorg. Mogelijk valt hier een combinatie in te maken, door bijvoorbeeld VPT aan te bieden in een geclusterde woonvorm. Wij adviseren om bij de realisatie te kijken naar hofjeswoningen, in een mix van gestapelde en grondgebonden bouw, en een seniorencomplex, met een mix aan services die ouderen kunnen afnemen. Betaalbare tot middeldure prijsklassen passen het best wanneer we kijken naar de meest voorkomende woonstijlen in Papendrecht. Geclusterd wonen in Kraaihoek en Westpolder In Kraaihoek zien we dat er vanaf 2025 een opgave ligt voor meer geclusterde woningen voor ouderen. Daarnaast zien we dat in Kraaihoek het aantal geschikte woningen goed opweegt tegen de vraag, ook naar de toekomst toe. Er zij voor nu en in de toekomst voldoende 24-uurszorgplekken om in de vraag te voorzien. In de Westpolder zijn voldoende geschikte woningen en 24uurzorgplekken om in de (toekomstige) vraag te voorzien.
In het jaar 2040 kan er een tekort ontstaat aan geclusterde woonplekken voor ouderen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
35
Tabel 6.3: Vraag-aanbodbalans woonvormen op buurtniveau (2021 - 2040)
buurtindeling
Geschikte woningen
Geclusterd wonen voor ouderen
24-uurszorg (SOM/PG) *
2021
2025
2030
2040
2021
2025
2030
2040
2021
2025
2030
2040
1.020
960
920
860
166 126 tot 146
76 tot 131
-19 tot 96
59
49
39 tot 44
19 tot 44
Molenvliet & Wilgendonk
-35
-85
-125
-195
4
-11 tot -41
-41 tot 91 -71 tot -191
-60
-75 tot -80 -75 tot -85
-80 tot -110
Kraaihoek
670
640
610
570
2
-8 tot -23
-28 tot -58 -38 tot -123
31
26 tot 31
Middenpolder & Oosteind
395
345
315
265
20
-5 tot -20
-20 tot -65 -45 tot -145
2.050
1.860
1.720
1.500
192
42 tot 122
-138 tot 42
Westpolder
Totaal
-58 tot 478
16 tot 26
6 tot 26
-55
-60 -60 tot -65
-60 tot -90
-25
-55 tot -65 -65 tot -95
-65 tot -175
*Een uitsplitsing in behoefte naar SOM/PG is te vinden in bijlage 6. Bron: Woonzorgweter, Companen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
36
6.2 Aanbevelingen 1. Programmatische aanpak en visievorming in brede samenwerking We zien een lokale opgave voor ouderenhuisvesting in de gemeente Papendrecht. Tussen 2025 en 2030 ontstaan knelpunten in de voorraad. Om deze opgave goed op te kunnen pakken is een brede en structurele samenwerking nodig tussen gemeente, projectontwikkelaars, corporatie, zorgaanbieders en welzijnspartijen. Wij adviseren om een werkgroep op te stellen voor ouderenhuisvesting, met een selecte maar gevarieerde groep partijen die een koploperfunctie wilt vervullen. Elke groep partijen moet zich hierin vertegenwoordigd voelen. De werkgroep gaat aan de slag met de programmatische aanpak omtrent uitvoering, wisselt signalen over benodigde zorginfrastructuur en vastgoed uit en monitort de aanbodontwikkeling.
2. Geclusterd wonen clusteren in voorzieningenbuurten De betrokken partners signaleren het nut van meer geclusterd (geschikt) woningaanbod binnen de gemeente Papendrecht, deels om hier ook mensen te huisvesten die nu (en straks) niet in verpleeghuiszorg terecht kunnen en om een golf aan woningaanpassingen te voorkomen. Geclusterd wonen biedt een hoger wooncomfort aan bewoners, gaat eenzaamheid tegen en biedt meer efficiëntie in de levering van zorg aan huis. Het ontplooien van inpandige voorzieningen wordt echter wel gezien als een (onnodige) uitdaging. Het strekt tot de aanbeveling om geclusterde woonconcepten voor ouderen te realiseren nabij voorzieningen (betreffende zorg, welzijn en sociale voorzieningen). Dit houdt in dat geclusterde woonconcepten het beste gerealiseerd kunnen worden in buurten met voorzieningen, waar ook het meeste vraag bestaat naar deze huisvesting. Dit betreft de buurt Molenvliet & Wilgendonk. Ouderen willen doorgaans graag in de vertrouwde woonomgeving blijven wonen, en een
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
redelijke mate van spreiding van huisvesting over de voorzieningenbuurten is dan ook gewenst.
3. Voorsorteren op de zorgvraag; voorlichting en preventie Voor het leveren van thuiszorg is het van belang dat de woning geschikt is voor het leveren van lichte tot zwaardere zorg. Voorlichting aan toekomstige ouderen over hoe ze hun woning geschikt kunnen maken voor de toekomst is van belang. Door middel van voorlichting weten mensen wat hun mogelijkheden zijn wat betreft woningaanpassingen en bijvoorbeeld wat betreft vergunningen voor een mantelzorgwoning. Ook ligt er een belangrijke rol voor zorgaanbieders wat betreft voorlichting over hoe de zorg kan worden gefinancierd; vanuit de Wmo, Zvw of Wlz. Hoe kunnen ouderen optimaal gebruik maken van de mogelijkheden die er nu zijn? Toekomstige ouderen moeten het juiste perspectief hebben wat betreft wonen en zorg. Bijeenkomsten over langer thuis wonen dragen bij aan het juiste perspectief. Bewustwording is een belangrijk issue. Er is al best veel voor het ondersteunen van mantelzorgers. Het is van belang dat er naast passend aanbod ook gewerkt moet worden aan de bekendheid voor de mogelijkheden in ondersteuning van mantelzorgers. Uit de werksessie kwam naar voren dat de gemeente gesprekken voert over het meer ontschotten van de financiering van de Wmo en Wlz. Het zorgkantoor gaf aan graag de samenwerking aan te gaan met de gemeente op het gebied van preventie.
Hierbij kunnen verzekeraars, mantelzorgorganisaties en het Odensehuis worden betrokken. Het Zorgkantoor denkt in de richting van deeltijd verblijf, tijdelijke voorzieningen, zaken die bijdragen aan het overeind houden van de mantelzorgers.
37
4. Nieuwbouw meer oriënteren op nieuwe woonconcepten We zien dat de behoefte aan geclusterde woonvormen steeds meer komt te liggen in moderne woonconcepten, zoals het hofjeswonen en meergeneratiewoningen. Nieuwe woonconcepten zouden variatie toevoegen aan de woningvoorraad en spelen goed in op de behoefte om samen te wonen. De inrichting van deze concepten vraagt aandacht. De toekomstige generatie ouderen heeft in Papendrecht relatief gezien voornamelijk een lagere financiële positie, hetgeen de huurvraag verder zal aanwakkeren. Daarnaast komt er ook een meer vermogende generatie ouderen aan. Het is belangrijk huurprijzen betaalbaar te houden en variatie te bieden in koopprijzen.
3.
Grote complexen (vanaf ca 30 eenheden) beschikken over een huismeester of bewonersconsulent die toeziet op onderhoud, veiligheid en sociale interactie. 4. De woningen in deze complexen zijn tenminste rollatorgeschikt; bij voorkeur is een deel van de woningen rolstoelgeschikt. Voor de vereisten kan Woonkeur (module 5 en module 6) aangehouden worden. De complexen beschikken over een scootmobielberging die tenminste voldoet aan de norm van Woonkeur: één stalling per vijf bewoners. Na 2030 zullen ouderen ook relatief vaker een zwaardere zorgvraag krijgen, en zal deze norm waarschijnlijk omhoog moeten. Met het oog op de toekomst is het verstandig om één stalling per vier bewoners aan te houden.
5. Richtlijn opstellen voor nieuwe geclusterde woonvormen voor ouderen
6. Inzet op doorstroming verder verhogen
In het verlengde van de vorige aanbevelingen, adviseren wij om vereisten te gaan opstellen waar geclusterde woonvormen voor ouderen aan moeten voldoen, zodat ze beter aansluiten bij de behoeften van ouderen die beschutting en comfort zoeken. Deze vereisten kunnen gelden voor zowel renovatie van bestaande complexen als nieuwbouw. Gemeente en ontwikkelende partijen staan hiervoor primair aan de lat, maar het is wenselijk om hierbij ook welzijnspartijen en (thuis)zorgpartijen te betrekken. Wij geven hiervoor enkele suggesties mee, die verwerkt kunnen worden in een richtlijn: 1. Complexen die classificeren als ‘geclusterd wonen voor ouderen’ beschikken over tenminste 10 wooneenheden om te tellen als ‘samenleefconcept’. 2. Complexen liggen in de nabijheid van voorzieningen, zoals een winkel voor dagelijkse boodschappen of de huisarts/apotheek. Complexen moeten beschikken over ruimte tot ontmoeting in of nabij het complex. Als deze ruimte niet kan worden gevonden, moet er (aantoonbare) aandacht zijn voor het verstevigen van de sociale structuur.
Een breed gedragen inzet op doorstroming van ouderen levert veel voordelen op. Als ouderen beter op de hoogte zijn van de (nieuwe) mogelijkheden voor ouderen huisvesting, en op enige manier ‘ontzorgt’ worden, zullen zij vaker de stap zetten om daadwerkelijk te verhuizen. Als meer ouderen verhuizen, zullen er minder woningaanpassingen nodig zijn. Bijdragen aan woningaanpassingen dreigen immers een zeer grote kostenpost te worden voor de gemeente. Daarnaast is een aangepaste woning vaak niet gewenst door nieuwe (jongere bewoners. Omtrent doorstroming is gezamenlijke actie nodig tussen corporatie, zorgpartijen, gemeente, maar ook met ouderenbonden en particuliere organisaties. Woonkracht10 geeft aan bewoners te willen stimuleren om naar een appartement te verhuizen door het realiseren van 26 Senior+ complexen waarvan en 9 in Papendrecht liggen. Ook kan de inzet van een seniorenmakelaar of een verhuisdienstservice helpen om meer ouderen te bewegen te verhuizen. Wij adviseren om dit ook beschikbaar te stellen voor mensen in de particuliere sector, en makelaars, bouwbedrijven en projectontwikkelaars hierin te betrekken. Tot slot, valt het te overwegen om
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
38
het aanbod aan ouderenhuisvesting via een brochure of website inzichtelijk te maken voor oudere inwoners.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
39
7 Ondersteuning, welzijn en zorg In dit hoofdstuk gaan we in op het belang van ondersteuning, welzijn en zorg bij het mogelijk maken van lang(er) zelfstandig wonen voor ouderen. Om ouderen op een prettige manier te laten wonen is er meer nodig dan het bieden van een passende woning. In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan deze randvoorwaarden. Hierbij maken we gebruik van opgedane kennis in voorgaande onderzoeken en de input uit de sessies. Het is belangrijk dat ouderen in de gemeente Papendrecht gebruik kunnen maken van de algemene voorzieningen/welzijnsvoorzieningen. Tevens moeten ze zich thuis voelen in de samenleving en voldoende hulp ontvangen om hen te ondersteunen bij het verminderen van problemen op alle levensgebieden om hun situatie te stabiliseren. Soms hebben ouderen geen inzicht in hun eigen situatie, zorgen zij voor overlast, weigeren of mijden zij de zorg. In dat soort situaties is het van belang dat er ‘bemoeizorg’ is in het belang van de gezondheid van de betreffende inwoner alsook het belang van de omgeving zoals de naaste buren.
Personeelstekort en inzet domotica, E-health Uit de heisessie met stakeholders komt de zorg van het personeelstekort naar voren. Een tekort aan personeel maakt het steeds lastiger om te kunnen voorzien in de zorg- en/of ondersteuningsvraag van ouderen. Met name ouderen die in een niet geclusterde reguliere woning wonen. Voor zorgaanbieders is het minder efficiënt om naar individuele huishoudens verspreid over Papendrecht te gaan dan naar clusters waar ouderen met enige ondersteunings- en zorgvraag wonen. Het is van belang personeel aan te blijven trekken door bijvoorbeeld een aantrekkelijk pakket aan te bieden voor omscholing. Daarnaast biedt de inzet van domotica en E-health kansen. Slimme
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
alarmeringssystemen, beeldbellen, eenvoudige knoppenbediening, via de computer diagnoses stellen zijn een paar voorbeelden van domotica en Ehealth die in kunnen worden gezet om ouderen lang(er) zelfstandig te laten wonen. Daarnaast biedt domotica en E-health hulp wat betreft het personeelstekort. Bij de inzet van domotica en E-health is het van belang dat de zorgmedewerkers digitaal vaardig zijn zodat zij zelf domotica kunnen bedienen en het aan degene die zorg ontvangt kunnen uitleggen. Heb daarom aandacht voor het op peil houden van de digitale vaardigheid van zorgmedewerkers.
Mantelzorg en respijtzorg In de heisessie met stakeholders is gesproken over mantelzorg en respijtzorg voor mantelzorgers. Er kan veel thuis worden geregeld wat betreft zorg en ondersteuning vanuit de thuiszorg. Echter bestaat de zorg uit korte contactmomenten. Hierdoor komt er meer op de schouders terecht van mantelzorgers. Om mantelzorgers overeind te houden is het van belang dat zij voor een periode hun zorgtaken even neer kunnen leggen. Welzijnsorganisatie Sterk Papendrecht heeft een Respijtwijzer voor mantelzorgers. Deze respijtwijzer informeert mantelzorgers over welke partijen hulp kunnen bieden bij onderdelen als Nachtzorg, Maaltijdbezorging en kortdurend verblijf. In de gemeente Papendrecht zelf staan echter geen logeervoorzieningen. De deelnemers aan de heisessie verwachten een toenemende vraag naar Odensehuizen en respijthuizen. Gezien de verwachte toenemende vraag adviseren wij mogelijkheden te verkennen voor het realiseren van logeerplekken in de gemeente Papendrecht. Hierbij kan eerst de behoefte van de mantelzorgers worden gepeild om een goed passende voorziening te realiseren. Wanneer we kijken naar de zorg die thuis wordt verleend is het uiteraard van belang dat deze zorg ook daadwerkelijke thuis kán worden geleverd. Het kan
40
helpen om mensen op tijd voor te lichten over waar je aan moet denken in de trend van aanpassingen van de woning of mogelijkheden wat betreft een vergunning voor een mantelzorgwoning. Hiermee kunnen mensen worden geholpen bij het voorsorteren op de toekomstige zorgvraag. Voorlichting helpt bij bewustwording.
Mobiliteit en contact Mobiliteit en mogelijkheden om contact te onderhouden en te maken dragen bij aan het lang(er) zelfstandig wonen van ouderen. Ze dragen bij aan de autonomie van ouderen en daarmee ook hun vermogen zelfstandig te (blijven) wonen. In de gemeente Papendrecht kunnen ouderen gebruik maken van de Wijkhopper of Valys. De ritjes met deze vervoersmaatschappijen blijken goed betaalbaar te zijn. Houd de kosten voor de ritjes ook naar de toekomst toe betaalbaar zodat het ook voor de ouderen die minder te besteden hebben mogelijk blijft om gebruik te maken van de Wijkhopper of Valys. Daarnaast is het belangrijk dat ouderen op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de Wijkhopper en Valys. Mogelijkheden voor ontmoeting zijn belangrijk, onder andere om vereenzaming van ouderen tegen te gaan. Breng ouderen op de hoogte van het bestaan van buurthuizen/ontmoetingsruimten en wat voor een activiteiten of evenementen daar plaatsvinden. Dit kan door middel van de (digitale) gids speciaal voor 65-plussers.
Doorstroming stimuleren Voor ouderen is het vaak lastig om hun eigen woonomgeving achter te laten bij verhuizing. Uit de ‘Monitor Ouderenhuisvesting’ uit januari 2021 kwam naar voren dat gemiddeld over de afgelopen 10 jaar nog geen 15 procent van de verhuisde personen ouder dan 55 jaar is. Soms zijn er situaties waarin ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen terwijl dat eigenlijk niet meer kan. In zulke
situaties is het van belang dat ouderen naar een beter passende woning verhuizen. Daarmee kan ook doorstroming op gang komen. We hadden het eerder al over de inzet van een seniorenmakelaar. De inzet van een seniorenmakelaar helpt bij het op weg helpen en ontzorgen van ouderen. Er zijn nog drie andere interventiecategorieën waar men aan kan denken om doorstroming te stimuleren9: passend aanbod, prijsprikkel en voorrang. In deze rapportage hebben we al aandacht besteed aan het punt van passend aanbod. Wanneer we kijken naar de prijsprikkel kan deze op verschillende manieren worden gegeven. Denk aan een tijdelijke korting op de nieuwe huurprijs of een structurele ‘korting’ door bijvoorbeeld de huurders de huidige huurprijs mee te laten nemen of een aanpassing van de huurprijs naar inkomen. Voorrang kan worden verleend door de inzet van verschillende instrumenten, zoals het toepassen van een simpele voorrangsregeling binnen het woonruimteverdeelsysteem. Bijvoorbeeld met doorstroomurgentie of een van-groot-naar-beter-regeling. Daarnaast kunnen er uitzonderingen worden gemaakt op regels over leeftijdscriteria, inkomensgrens en reactietermijn4.
Vernieuwende woonconcepten Er bestaan verschillende vernieuwende woonconcepten die voor verschillende doelgroepen waaronder ouderen geschikt zijn. We gaan in op woonvormen die niet alleen zorgen voor een ‘dak boven het hoofd’ maar juist ook kunnen voorzien in dienstverlening op het gebied van welzijn, ondersteuning en zorg. Een belangrijk kenmerk van deze woonconcepten is het gezamenlijk wonen en ondersteuning door en voor bewoners. Zo is er een woonvorm in de vorm van ecowijken en- dorpen waar verschillende doelgroepen gezamenlijk kunnen wonen. Kenmerkend is dat de woningen duurzaam zijn gebouwd en duurzaam en milieuvriendelijk zijn. De woningen delen voorzieningen met elkaar zoals een ontmoetingsruimte, tuinen en fietsenbergingen. Een ander voorbeeld van
9 Bron: Doorstroming stimuleren van senioren op de woningmarkt
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
41
een vernieuwende woonvorm waar meerdere doelgroepen gebruik van kunnen maken is de ‘magic mix’. De ‘magic mix’ kan bijvoorbeeld worden ingevuld met de mix van ouderen en jongeren die samen in een complex wonen. Een deel van het complex zou nog kunnen bestaan uit verpleeghuis terwijl een ander deel is ingericht voor jongeren die de appartementen of studio’s huren. De insteek van deze vorm is dat jong en oud met elkaar omgaan en elkaar helpen en ondersteuning waar nodig. Een iets meer specifieke woonvorm voor ouderen is het hofjeswonen. Hofjeswonen kenmerkt zich door woningen die in een U- of L-vorm rond een binnenplaats staan. Ouderen wonen dicht bij elkaar en op een geborgen manier die voor een gevoel van veiligheid zorgt.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
42
Bijlage 1: Definities en afbakening Afkortingen en begrippen • •
• •
•
•
• •
Intramurale woonzorg (24-uurszorg): Het wonen met 24-uurszorg in een instelling, zoals het verpleeghuis. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een intramurale instelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning (thuiszorg). Zzp: Zorgzwaartepakket MPT: Modulair Pakket Thuis. Een deelverstrekking waarbij losse zorgonderdelen aan huis geleverd worden. Deze ‘modules’ kunnen gecombineerd worden met een PGB. Modules beslaan de onderdelen verpleging, persoonlijke verzorging, begeleiding, behandeling, vervoer naar behandeling en/of begeleiding, verstrekken van eten en drinken, schoonhouden van de woonruimte en logeeropvang. VPT: Volledig Pakket Thuis. Een complete verstrekking waarbij alle zorgonderdelen (naar behoefte) aan huis geleverd worden. Het gaat daarbij om verpleging, persoonlijke verzorging, begeleiding, behandeling, vervoer naar behandeling en/of begeleiding, verstrekken van eten en drinken, schoonhouden van de woonruimte en logeeropvang. PGB: Persoonsgebonden budget. Een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert. SOM: Somatiek. Dit staat voor zorg bij chronische lichamelijke ziektes, zoals Parkinson, een chronische longziekte of een beroerte. PG: Psychogeriatrie.
Dit staat voor zorg bij aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens (psycho) op hogere leeftijd (geriatrie).
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Woonvormen De wens van ouderen om in een bepaalde woonvorm te wonen is onder meer afhankelijk van de behoefte aan zorg, beschutting, comfort en saamhorigheid. Wij maken een onderscheid tussen woonvormen op basis van de mate van clustering en de ‘toegangseisen’ (wie mag hier komen wonen?). De keuze voor een woonvorm is vaak gebaseerd op de behoefte aan zorg. De keuze voor een woonconcept binnen de woonvormen is vooral gebaseerd op woonwensen. Deze wensen vloeien voort uit o.a. persoonlijke waarden, financiële mogelijkheden en opleidingsniveau. In hoofdstuk vier besteden we aandacht aan de behoefte aan verschillende woonconcepten. Wij onderscheiden drie hoofdcategorieën van woonvormen, die elk op hun beurt diverse woonconcepten bevatten: • Regulier wonen: Niet-geclusterde woningen en/of woonvormen die niet specifiek voor ouderen zijn bedoeld (grondgebonden woningen en appartementen zonder seniorenlabel) • Geclusterd wonen voor ouderen: Geclusterde woonvormen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlzindicatie. De gehanteerde afbakening is als volgt: o Complexen worden voor minimaal 50% bewoond door mensen van 65 jaar of ouder. o Complexen bestaan uit minstens 10 woningen. • 24-uurszorg: Woonvormen voor 24-uurszorg die alleen toegankelijk zijn voor mensen met een Wlz-indicatie. De verzilveringsvorm (ZIN, PGB of VPT) maakt hierbij niet uit.
Hieronder vallen: o 24-uurszorg PG (psychogeriatrie) o 24-uurszorg SOM (somatiek)
43
Woonconcepten De woonvorm ‘geclusterd wonen voor ouderen’ valt uiteen in diverse woonconcepten, en ook woningtypes. Voor alle geclusterde woonconcepten geldt dat zij in enige mate beschutting, ontmoeting en comfort bieden. Vaak is er sprake van ontmoetingsruimte en/of een gezamenlijke tuin, soms is er een bewonerscommissie die activiteiten organiseert. Sommige woonconcepten onderscheiden zich door een groot aanbod aan (betaalde) diensten, terwijl bij andere de onderlinge hulp juist centraal staat. Hieronder lichten we de verschillende typologieën toe. Hierin is primair gekeken naar het onderscheid in verschijningsvorm en secundair naar de aanwezigheid van zorg, diensten of voorzieningen.
Hofjeswonen (ggb): Cluster van kleine woningen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats Hofjeswonen (app): Appartementencomplex met 3 à 5 woonlagen, gecentreerd rondom een gezamenlijke binnenplaats en entree. Ontwerp nodigt uit tot ontmoeting in deze (buiten)ruimten Grondgebonden seniorenwoningen: Traditionele geschikte rijwoningen Zorgvilla: Luxe appartementencomplex op privaat terrein, met uitgebreide buitenruimte rondom het complex Luxe appartementen: Modern appartementencomplex met een hoge mate aan zelfstandigheid en comfort
Seniorencomplex: Traditioneel appartementencomplex voor senioren Serviceflat: Appartementencomplex met hoog aantal (verplicht af te nemen) diensten m.b.t. comfort en ondersteuning
De kenmerken van deze woonconcepten zijn in onderstaande figuur schematisch uiteengezet. In hoofdstuk 4 geven wij een inschatting van de behoefte per concept, en de veranderingen die hierin zullen plaatsvinden.
Verzorgd Wonen: Appartementencomplex dat alleen toegankelijk is voor mensen die zorg aan huis nodig hebben (Zvw- of VPT-indicatie (wlz) is vereist)
Woonconcepten
Marktsegment Soc. PH Koop
Indicatie nodig? Geen ZVW
Mate van beschutting Laag Mid. Hoog
Mate zelfstandigheid Laag Mid. Hoog
Mate van samenleven Laag Mid. Hoog
Dienstenniveau Laag Mid. Hoog
Voorzieningenniveau Laag Mid. Hoog
Seniorencomplex Serviceflat Verzorgd Wonen Hofjeswonen (app) Hofjeswonen (ggb) Seniorenwoningen (ggb) Zorgvilla Luxe appartementen
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
44
Indeling woningen naar geschiktheid
Vereisten
Een deel van de ouderen heeft behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning, vanwege mobiliteitsbeperkingen die zij ervaren binnen en/of buiten de woning. Hierin zijn groepen te onderscheiden: 1. Mensen met rollatorgebruik binnen- en buitenshuis (eis: rollatorgeschikte woning) 2. Mensen met rolstoelgebruik binnen- en buitenshuis (eis: rolstoelgeschikte woning). Als de rolstoel alleen buitenshuis wordt gebruikt, volstaat voor deze groep mensen een rollatorgeschikte woning met een rolstoelgeschikte entree.
Kort samengevat, moeten woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking voldoen aan de volgende vereisten: • Rollatorgeschikte woningen (drempelloze woningen/ nultredenwoningen/ rollatortoegankelijke woningen) voldoen aan de volgende criteria: o Vlakke toegangsroute o Geen drempels in de woning o Gelijkvloerse woning of traplift (Alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar) o Ruime deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rollator
De indeling naar geschikte woningen op basis van mobiliteitsbeperkingen doorkruist daarbij de indeling naar woonvormen die we maken op basis van zorgvraag. Dit wil bijvoorbeeld zeggen dat: • In een geclusterde woonvorm voor ouderen zowel mensen wonen met een behoefte aan rolstoelgeschikte woningen als aan rollatorgeschikte woningen • Rolstoelgeschikte woningen worden gevraagd in zowel in niet-geclusterde - als geclusterde woonconcepten
Bouwbesluit en Woonkeur In het Bouwbesluit zijn diverse eisen vastgelegd ten aanzien van de toegankelijkheid van onder andere appartementencomplexen. Wooncomplexen met minstens 4 verdiepingen moeten bijvoorbeeld beschikken over een persoonslift en toegankelijke verkeersruimten met drempels van max. 2cm (boven 2cm is een lift of hellingbaan verplicht). Laagbouwcomplexen hoeven niet aan de eis van een personenlift te voldoen.
•
Rolstoelgeschikte woningen: Rolstoel toe- en doorgankelijk. Naast de criteria voor rollatorgeschikte woningen voldoen deze woningen ook aan de volgende criteria: o Volledig woonprogramma is gelijkvloers o Rolstoelgeschikte deurbreedte en draaicirkels o Voldoende ruimte in badkamer en geschikt sanitair voor rolstoel o Kookruimte geschikt voor rolstoel (onderrijdbaar aanrechtblad en werkblad) Voor verdere uitwerking van deze vereisten verwijzen wij naar Woonkeur.
Specifieke toegankelijkheidsvereisten ten aanzien van de woning zijn vastgelegd in Woonkeur. Gemeenten en projectontwikkelaars kunnen afspreken om nieuwbouwprojecten conform een Woonkeurmodule te realiseren. Deze vereisten zijn te raadplegen in de handboeken voor bestaande bouw en voor nieuwbouw.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
45
Bijlage 2: Toelichting vraaganalyse woonvormen Wij hebben de zorgbehoefte van ouderen (uitgedrukt in zorgtreden) via een aannamestelsel vertaald naar een woonbehoefte. Dit aannamestelsel is gebaseerd op de huidige woonsituatie van Papendrechtse ouderen in elk van de ‘zorgtreden’: welk deel woont geclusterd, regulier of in 24-uurszorg? Hiertoe is een analyse van woningen en achtergrondkenmerken van huishoudens in CBS-Microdata gebruikt. Dit leidt tot de verdeelsleutel in de bovenste tabel. In de ‘basisvariant’ van de vraagprognoses houden we deze percentages constant door de jaren heen. In de ‘trendvariant’ gaan we ervan uit dat er in de komende 10 jaar verschuivingen zullen optreden in die verdeelsleutel, als gevolg van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen die in kaar zijn gebracht via een werksessie met ketenpartners. Dit scenario rekent met een geleidelijke verschuiving tussen 2021 en 2040 richting de verdeling die in de tweede tabel is weergegeven, waarna de verdeling inde jaren daarna constant blijft. Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, basisvariant (2021)
Woonvormen voor 65-plussers in 2020 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG
Zorgtrede 1 88% 12% 0% 0%
Zorgtrede 2 88% 12% 0% 0%
Zorgtrede 3 80% 20% 0% 0%
Zorgtrede 4 70% 30% 0% 0%
Zorgtrede 5 60% 40% 0% 0%
Zorgtrede 6 (PG) 9% 16% 0% 75%
Zorgtrede 6 (SOM) 9% 16% 75% 0%
In de trendvariant schuiven de percentages in diverse zorgtreden tussen de verschillende woonvormen, op basis van de trends en ontwikkelingen (zie onderstaande tabel). Vertaling van zorgvraag naar woonvraag, trendvariant (2040)
Woonvormen voor 65-plussers in 2040 Regulier wonen Geclusterd wonen 24-uurszorg SOM 24-uurszorg PG
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
Zorgtrede 1 85% 15% 0% 0%
Zorgtrede 2 85% 15% 0% 0%
Zorgtrede 3 65% 35% 0% 0%
Zorgtrede 4 60% 40% 0% 0%
Zorgtrede 5 50% 50% 0% 0%
Zorgtrede 6 (PG) 10% 35% 0% 55%
Zorgtrede 6 (SOM) 10% 35% 55% 0%
46
Bijlage 3: Kengetallen voor de geschiktheid van de voorraad op buurtniveau Geschiktheid woningvoorraad naar buurt in aantallen
Buurt Westpolder Molenvliet & Wilgendonk Kraaihoek Middenpolder & Oosteind Gemeente Papendrecht
Geschikte woning 1.370 335 910 695 3.310
Geschikt te maken woning 1.075 1.460 905 1.655 5.095
Niet-geschikte woning 1.590 1.970 1.160 790 5.510
Bron: CBS-Microdata, 2021.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
47
Bijlage 4: Woonstijlen
Voorkeuren van woonstijlen naar woonconcept binnen geclusterd wonen
100% 10% 10%
De woonwensen van ouderen zijn divers. Er bestaat geen blauwdruk voor het ‘geclusterd wonen’. De woonvorm ‘geclusterd wonen’ is een verzamelnaam voor diverse woningtypes en woonconcepten die beschutting, comfort en ontmoeting bieden. Verschillende groepen ouderen zoeken daarbij verschillende type geclusterde woonvormen. Welke keuzes groepen ouderen hierin maken is onder meer afhankelijk van hun woonwensen, die wij classificeren als zogeheten woonstijlen. De ‘woonstijl’ is een adaptie van de sociologische term ‘leefstijl’. Via ‘woonstijlen’ worden sociologische inzichten gebruikt om woongedrag te classificeren.
90% 80%
20%
Stille Generatie (1940 e.o.) Protestgeneratie (1940-1955) Generatie X (1955-1970)
Kwetsbare Ouderen Traditionele buurtbewoners Actieve buurtbewoners
Oudere comfortzoekers Vitale comfortzoekers Moderne hofjesbewoners
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde levensgenieters Ondernemende levensgenieters
Wij zien negen dominante woonstijlen onder huidige en toekomstige generaties ouderen (50+), die elk een eigen profiel en type woonwensen hebben. De indeling naar woonstijlen is gebaseerd op analyses van woongedrag en woonwensen van ouderen, zoals die naar voren komen in CBS-microdata, het WoON en sociologisch onderzoek naar generaties en waardepatronen. Deze inzichten zijn gekoppeld aan achtergrondkenmerken van ouderen, zoals het inkomen, leeftijd, huishoudenssamenstelling, stedelijkheid, opleiding en vermogen. In de volgende pagina’s geven we een profielschets van elke woonstijl en hun woonwensen. De figuur rechts geeft aan welke woonconcepten goed passen bij de woonstijlen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
5% 5% 5% 15%
5% 15%
10%
10% 10%
5% 5% 15%
5% 15%
10%
10% 10%
5% 5% 15%
15% 10%
15% 15%
15% 15% 15%
20% 20% 20%
50%
25% 25%
10% 10% 20%
40% Indeling van 9 woonstijlen naar generatie (geboortejaar) en financiële positie Lagere financiële Middel financiële Hoge financiële positie positie positie
20%
25% 25%
70% 60%
5% 5%
20%
25% 25%
10% 10%
20%
10% 20%
20%
5%
30%
55% 25%
50% 50%
25%
5%
45%
20%
0%
Seniorencomplex (app) Verzorgd wonen (app) Hofjeswonen (ggb) Zorgvilla (app)
20%
15%
15% 5%
5%
45%
25%
30% 10%
25%
20% 15%
5%
5%
Serviceflat (app) Hofjeswonen (app) Grondgebonden woningen (ggb) Luxe appartementen (app)
Bron: CBS-Microdata en WoON2018; bewerking Companen.
48
Verdeling woonstijlen per buurt
100% 6%
9% 90%
16%
4%
18%
12%
6% 9%
80% 13%
19%
28%
12%
70% 60%
50%
21%
20%
13%
7%
19%
12%
8% 10%
13%
13%
10%
40%
30%
20%
11%
26%
10% 20%
20%
4%
16%
4% 4%
1% 2% 6%
14%
Molenvliet + Wilgendom
Kraaihoek
Middelpolder en rest
Kwetsbare ouderen
Oudere comfortzoekers
Welgestelde cultuurminnaars
Traditionele buurtbewoners
Vitale comfortzoekers
Welgestelde levensgenieters
Actieve buurtbewoners
Moderne hofjesbewoners
Ondernemende levensgenieters
4% 10% 14%
17% 1% 3% 7%
3% 4% 10%
0%
Westpolder
Gemeente Papendrecht
Bron: CBS-Microdata en WoON2018; bewerking Companen.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
49
Kwetsbare ouderen Kwetsbare ouderen behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen heeft een leeftijd van 80 jaar of ouder. De groep heeft een lagere inkomenspositie en een beperkt vermogen. Zij zijn doorgaans lager opgeleid. Het merendeel van de kwetsbare ouderen woont in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Kwetsbare ouderen hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Kwetsbare ouderen komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Kwetsbare ouderen zijn trouw aan collectieve organisaties zoals ouderenbonden, vakbonden en goede doelen. Echter ondernemen ze geen politieke of maatschappelijke actie. Moderne communicatiemiddelen worden door kwetsbare ouderen niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie
Kwetsbare ouderen hebben een gemiddeld aantal verzekeringen maar Kwetsbare ouderen hebben vaak geen auto en steunen bekende goede doelen, omdat dit zo ‘hoort’.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 85% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar (WoON2018). Van de overige 15%, geeft 70% aan misschien en 17% beslist te willen verhuizen, 9% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 4% heeft al een andere woning gevonden. Kwetsbare ouderen wonen relatief vaak in een gelijkvloerse woning, die al is aangepast voor een eventuele handicap. Daarnaast wonen kwetsbare ouderen vaak in seniorenwoningen, binnen een complex of als aanleunwoning. Veel kwetsbare ouderen geven aan dat gezondheid een reden vormt om te verhuizen. De gewenste woningen bij verhuizing zijn met name appartementen. De groep heeft hierbij over het algemeen ook een sterke voorkeur om samen te wonen, mede om meer sociaal contact te kunnen leggen. De nabijheid van supermarkten en OV is belangrijk voor de groep kwetsbare ouderen.
Vanwege de hoge leeftijd, beperkte financiële middelen en traditionele oriëntatie, ondernemen kwetsbare ouderen relatief weinig activiteiten. Deze groep onderneemt met name traditionele hobby’s, zoals lezen, puzzelen, breien, verzamelen en tuinieren. Kwetsbare ouderen lezen vooral regionale kranten en omroepbladen. Nederland 1 ,2 en 3 en RTL-zenders zijn favoriet op de TV. Het aankopen van producten via het internet doet de groep nauwelijks.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
50
Oudere comfortzoekers Oudere comfortzoekers behoren tot de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is 80-plus en beschikt over een midden inkomenspositie en een modaal vermogen. Zij zijn doorgaans lager of midden opgeleid. Net zoals de groep kwetsbare ouderen woont het merendeel van de oudere comfortzoekers in een corporatiewoning.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Oudere comfortzoekers hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Oudere comfortzoekers hebben relatief veel vertrouwen in de overheid, banken en de zorg. Moderne communicatiemiddelen worden door oudere comfortzoekers niet of nauwelijks gebruikt.
Vrije tijd & consumptie Vanwege de hoge leeftijd en traditionele oriëntatie, ondernemen oudere comfortzoekers relatief weinig activiteiten. Deze groep gaat soms naar een restaurant en houdt zich bezig met kruiswoordpuzzels, lezen, puzzelen, bordspellen en tuinieren.
Oudere comfortzoekers hebben weinig interesse in financiële producten. Verzekeringen worden vaak afgesloten bij de grote banken. Deze groep ouderen doneert jaarlijks een bescheiden bedrag voor fondsen zoals KWF Kankerbestrijding, Nederlandse Hartstichting en Zonnebloem. Sommige oudere comfortzoekers hebben één tweedehands auto van het merk Suzuki, Peugeot of Volkswagen.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 80% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 20%, geeft 71% aan misschien en 10% beslist te willen verhuizen, 15% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 3% heeft al een andere woning gevonden. Oudere comfortzoekers wonen overwegend binnen een complex, in de vorm van woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen binnen deze complexen zijn vaak gelijkvloers. Gezondheid vormt ook voor deze groep de grootste reden tot eventuele verhuizing. Oudere comfortzoekers spreken vaker een wens uit om samen te wonen met andere huishoudens, bijvoorbeeld in appartementencomplexen. Bij de keuze voor een woonplek is ook voor deze groep de nabijheid van supermarkten en OV belangrijk.
Oudere comfortzoekers lezen graag regionale kranten en maken gebruik van omroepbladen zoals Troskompas en KRO Magazine. Daarnaast leest deze groep graag bladen zoals Libelle, Privé en Plus magazine. Publieke televisiezenders, RTLzenders en Veronica worden veel bekeken door oudere comfortzoekers. De radio staat vaak afgestemd op een regionale radiozender.
590.100/G | Huisvestingsopgave ouderen
51
Welgestelde cultuurminnaars Welgestelde cultuurminnaars vallen onder de ‘stille generatie’ (1925 – 1940). Deze groep ouderen is op hoge leeftijd (80-plus) en beschikt over een hoge inkomenspositie en een hoog vermogen. Zij zijn doorgaans hoger opgeleid. De welgestelde cultuurminnaars wonen voornamelijk in koopwoningen.
Waardeoriëntatie & betrokkenheid Welgestelde cultuurminnaars hebben een traditionele waardeoriëntatie, die voornamelijk gevormd is door de waarden en normen die men ‘vanuit huis’ mee kreeg. Oudere comfortzoekers komen voort uit een plichtsgetrouwe generatie, waarin een zuinig en bescheiden leven voorop staat. Voor deze groep staat de gemeenschap in het middelpunt in plaats van het individu. Deze groep is vooral betrokken bij goede doelen of politiek. Ze steunen vaker dan gemiddeld initiatieven/projecten van anderen door middel van donaties. Welgestelde cultuurminnaars hebben vertrouwen in de overheid en andere instituties.
Vrije tijd & consumptie
Als er een auto voor de deur staat is deze vaak van het merk Mercedes, BMW of Volvo.
Verhuiswens, woonsituatie en woonwensen Van deze groep geeft 81% aan beslist niet te willen verhuizen binnen de komende 2 jaar. Van de overige 19%, geeft 79% aan misschien en 8% beslist te willen verhuizen, 8% zou wel willen verhuizen maar niets kan vinden en 5% heeft al een andere woning gevonden. Welgestelde cultuurminnaars wonen zowel in complexen als op zichzelf. Wanneer deze groep in een complex woont, betreft het vaak een woonzorgcentrum, bejaardentehuis of serviceflat. De woningen zijn hierbij over het algemeen gelijkvloers en onderhoudsvriendelijk. Gezondheid wordt als een van de voornaamste redenen gezien om te verhuizen. De verhuiswens is hierbij hoofdzakelijk gericht op appartementen met daaropvolgend rijtjeshuizen en andere soort woningen. Binnen deze verhuiswens is er een sterke behoefte om samen te wonen. Deze groep vindt het prettig als supermarkten en OV dichtbij huis te vinden zijn.
Welgestelde cultuurminnaars bezoeken graag opera’s, klassieke concerten en musea. Deze groep is geïnteresseerd in het verzamelen van antiek. Ze gaan nog regelmatig uit eten. Verder houdt deze groep zich bezig met bridgen, golfen, lezen, kaartspellen en schaken. De welgestelde cultuurminnaars lezen graag de krant. Het Financieel Dagblad, de Volkskrant en trouw worden veel gelezen. Populaire tijdschriften onder deze groep zijn Plus Magazine en Elsevier. De televisie wordt afgestemd op Nederland 1, 2 en 3 waarop ze graag informatieve programma’s kijken. Men luistert voornamelijk naar Classic FM of één van de publieke radiozenders Radio 1, Radio 2 of Radio 4. De Welgestelde cultuurminnaars zijn vaak beleggers en ze beleggen voornamelijk via een bank. Het aantal verzekeringen ligt hoog en worden het liefst bij een bank afgesloten. Deze groep bankiert voornamelijk bij de bekendste banken van Nederland. Ze steunen goede doelen die actief zijn p het gebied van kunst, cultuur, milieu en natuur. Ze doneren meer dan gemiddeld en zo’n 2 tot 10 keer per jaar.