D02. 20251113 RIB Warmteprogramma_met bijlage.pdf
Tekst van het document
48
Bijlage 4. Terugblik 2021-2025 De afgelopen 5 jaar zijn er vooral in de warmtetransitie resultaten behaald op het gebied van isolatie. In de Oostpolder bestond al een warmtenet, deze is in 2024 overgenomen door warmteleverancier HVC. Anno 2025 zijn er 286 corporatiewoningen aangesloten op het warmtenet. De leermomenten van deze projecten nemen wij mee naar de toekomstige projecten. Er zijn tot nu toe weinig particulieren aangesloten op het warmtenet, onze verwachting is dat dit een moeilijke opgave gaat zijn maar wij zetten ons gezamenlijk in om dit mogelijk te maken. Het is hierin essentieel dat de randvoorwaarden door het Rijk op orde worden gebracht, zie ook paragraaf 2.4, dit is de afgelopen 5 jaar nog niet verwezenlijkt. Daarnaast zijn participatie, communicatie en handelingsperspectief hierin essentiële onderdelen. Er zijn een hoop externe factoren waar rekening mee moet worden gehouden en die soms ook onverwachts op ons pad komen. We zijn trots op hoe wij hier met alle partijen goed samenwerken en waar we elkaar blijven vasthouden. Aantal gerealiseerde warmtenetaansluitingen (peildatum 20 februari 2025): 1187 WEQ Aantal aansluitingen per buurt (gerealiseerd + in aanleg) (peildatum 20 februari 2025): Buurt Kraaihoek Kraaihoek Zuid Oostpolder Landschapspark Tiendzone Noordkil Kwartier Zuidkil Kwartier Westpolder Centrum Den Briel Erasmusbuurt
Aantal WEQ 78 78 906.8 81.8 588 237 366 82 204 80
49
Bijlage 5 Begrippenlijst Aanwijsbevoegdheid
Onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is de aanwijsbevoegdheid. Die biedt gemeenten de mogelijkheden om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die binnen een bepaalde termijn overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dan dus eindigt. Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos, er kan duurzaam gas worden toegepast. Afleverset Bij een warmtenet wordt er gebruik gemaakt van een afleverset in de woning. De afleverset bevindt zich in de meterkast, berging of andere technische ruimte en zorgt ervoor dat de warmte van het warmtenet de verwarmingsinstallatie van de woning bereikt. All-electric Warmteoptie waarbij een gebouw alleen aangesloten is op het elektriciteitsnet en verwarmen en koken gebeurt met gebruik van elektriciteit (vaak een warmtepomp). Aquathermie Thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater dat kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet of lokaal bronnet. Buurt Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Het is op basis van historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken homogeen afgebakend. Duurzaam gas Gas dat afkomstig is uit een hernieuwbare bron en/of geproduceerd is met duurzame energie, zoals biogas of groene waterstof.
Geothermie Warmte afkomstig uit de aarde (aardwarmte) die ingezet kan worden als bron voor warmtenetten. Hoge temperatuurVerwarmingssysteem waarbij een gebouw met 75 graden of hoger verwarming wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Hybride warmteoplossing Warmtelevering met elektrische oplossing, vaak een warmtepomp, in combinatie met een cv-ketel op gas. Een klein maar noodzakelijk deel van de warmte wordt opgewekt door verbranding van een gas. Op langere termijn moet hier worden uitgegaan van een duurzaam gas. Investeringssubsidie De ISDE kan worden gebruikt om een woning te verduurzamen. Je duurzame energie (ISDE) kunt subsidie aanvragen nadat je een (hybride)warmtepomp, zonneboiler of elektrische kookvoorziening laat installeren. Of nadat je een woning isoleert of deze aansluit op een warmtenet. Isolatiestandaard De standaard is de term die gebruikt wordt voor de nieuwe standaard voor woningisolatie. Deze standaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg geïsoleerd is om aardgasvrij te worden. De standaard is er voor woningen van voor 1945 en voor na 1945. Lage temperatuurVerwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van verwarming 55 graden of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.
Lokaal bronnet Lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet in combinatie met een warmtepomp in het gebouw. Een bekende vorm is de warmtekoudeopslag (WKO).
50
Meerjarige Collectieve Ontzorgings Programma (MCO)
Het MCO-Programma heeft als doel om de verduurzamingsimpact te maximaliseren binnen de beschikbare tijd, middelen, expertise en capaciteit t Het MCO-Programma heeft een doorlooptijd tot en met 31 augustus 2028 met de optie om tweemaal te verlengen met 12 maanden. Met deze aanpak worden eigenaren van grondgebonden koopwoningen ontzorgd met het verduurzamen van hun woning. Alle deelnemende woningeigenaren worden ontzorgd in de vorm van een advies en soms ook financieel. In deze aanpak wordt voor alle deelnemende woningen toegewerkt naar de standaard isolatiewaarde. Met deze isolatiewaarde is een woning voldoende geïsoleerd voor zowel warmtenetten als warmtepompen. Midden temperatuurVerwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van verwarming 55 tot 75 graden wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Netcongestie File op het elektriciteitsnet. Netcongestie treedt op als de volledige capaciteit van het net is bereikt. Hierdoor kunnen bedrijven, nieuwbouw- en energieprojecten vaak geen extra elektriciteit afnemen of terugleveren. Onderzoeksbeeld Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste nationale kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag. Omgevingsplan Een omgevingsplan bevat algemene regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving, waaronder de warmtevoorziening.
Iedere gemeente heeft één omgevingsplan onder de Omgevingswet. Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Ook biedt de Omgevingswet gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Opt-out De mogelijkheid waarbij gebouweigenaren niet kiezen voor de beoogde warmteoptie in de buurt, maar hij/zij zelf voor een gelijkwaardig alternatief zorgt (de opt-out regeling). Perspectiefkaart De perspectiefkaart geeft voor iedere buurt de beoogde warmteoptie en bijbehorende tijdsaanduiding weer. Provinciale In het pMIEK wordt op provinciaal niveau keuzes vastgelegd over Meerjarenprogramma energie-infrastructuurprojecten, zoals hoogspanningsleidingen, Infrastructuur Energie en transformatorstations of waterstofleidingen. Klimaat (pMIEK) Regionale Energiestrategie In de RES onderzoeken 30 energieregio’s hun vraag naar warmte en (RES) elektriciteit en geven ze aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit op eigen grondgebied kan worden gerealiseerd. Restwarmte Warmte die vrijkomt bij industriële processen en gebruikt wordt als bron voor warmtenetten.
Stimuleringsregeling De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is aardgasvrije bedoeld voor verhuurders die de overstap willen maken van aardgas huurwoningen (SAH) naar een lokaal of regionaal warmtenet. De regeling biedt een tegemoetkoming in de kosten die binnen en buiten de woning gemaakt moeten worden voor de aansluiting op een andere warmtebron. Toegangsmodel voor HVC (in het geval van onze regio) dient andere warmteleveranciers derden (nTPA) tegen een redelijke vergoeding toegang te verlenen/bieden tot de
51
Transitievisie Warmte (TVW) Transitiepad Uitvoeringsplan
Versnellingsprogramma
Warmtegemeenschap
Warmtekavel Warmtenet
Warmteoptie Warmtepomp Warmteprogramma
Warmtetransitie Wet collectieve warmte (Wcw)
door haar aangelegde thermische infrastructuur zodat andere warmteleveranciers daarvan gebruik kunnen maken. Document opgesteld in 2021 waar op gemeenteniveau richting is gegeven aan een aardgasvrije toekomst. De TVW is gebruikt als basis voor dit warmteprogramma. Bij tegenstrijdigheden tussen de TVW en het warmteprogramma is het warmteprogramma leidend. In een transitiepad schetsen we per buurt de route om tot een warmteoptie te komen. Per buurt of wijk wordt een uitvoeringsplan opgesteld om dit gebied met een gebiedsgerichte aanpak aardgasvrij te maken. Dit plan wordt samen met bewoners en gebouweigenaren uit de buurt of wijk bepaald. De nationale kosten, kosten voor bewoners/gebouweigenaren en de lokale situatie worden hierin meegewogen. Regionaal document dat in januari 2024 is ondertekend door gemeenten en partners. Het versnellingsprogramma beschrijft hoe de partijen elkaar vasthouden in deze warmtetransitie en ons individueel en gezamenlijk inzetten om de ambitie en versnelling tot stand te brengen. Een warmtegemeenschap is een warmtebedrijf van, voor en door de eindgebruikers. Dat betekent dat het eigendom en de zeggenschap over het warmtenet liggen bij de eindgebruikers van het warmtenet. Warmtegemeenschap is een term die in de Wet collectieve warmte (Wcw) is geïntroduceerd.
Belangrijke eigenschappen zijn: lokaal eigendom, democratisch zeggenschap en geen winstoogmerk. Een gebied waarvoor een warmtebedrijf is of kan worden aangewezen voor de inkoop, productie, transport en levering van warmte. Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Dit wordt ook wel stadsverwarming of stadswarmte genoemd. Warmtenetten kunnen verschillende aanvoertemperaturen hebben. De beoogde infrastructuur voor aardgasvrije warmtelevering per buurt. Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, vaak buitenlucht of grondwater, verhoogt de temperatuur en staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte. Het warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. In dit programma beschrijft de gemeente haar plannen voor de verduurzaming en het aardgasvrij maken van buurten en wijken voor de komende 10 jaar. En daar waar dit bekend is wordt ook het perspectief van de overige buurten gegeven. Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte die in 2021 is vastgesteld. De warmtetransitie is de overgang van het gebruik van aardgas om gebouwen te verwarmen naar duurzame alternatieven. De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de Warmtewet.
Het doel van de nieuwe wet is om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen.
52
Gemeenten krijgen meer sturingsmogelijkheden om in het kader van de wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen en worden tevens voorzien in instrumenten om publieke belangen (betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid) beter te waarborgen. Collectieve warmtelevering kan uitsluitend plaatsvinden nadat een gemeente hiervoor voorzien heeft middels een aanwijzing of ontheffing. Wijk Gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. Woningequivalent (WEQ) Het warmteverbruik van utiliteitsgebouwen is anders dan dat van woningen. Om het vergelijkbaar te houden wordt de eenheid WEQ gebruikt. Een WEQ is de hoeveelheid warmte die voor één woning gemiddeld gebruikt wordt. Bij vastgoed met een grootverbruikaansluiting (bijvoorbeeld een ziekenhuis) geldt een omrekenfactor van vermogen in kW/10, bijvoorbeeld 100 kW = 10 WEQ. Wet gemeentelijke De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft instrumenten gemeenten de bevoegdheid om regie te kunnen voeren over de warmtetransitie (Wgiw) wijkgerichte aanpak om woningen en gebouwen te verduurzamen (de warmtetransitie). De wet bevat hiervoor de noodzakelijke waarborgen. Een belangrijk instrument is de aanwijsbevoegdheid.
53