CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D02. 20251002 RIB Koersnotitie wonen en volkshuisvesting met bijlage.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 20 november 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken10.672 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Geclusterde woonvormen voor ouderen: geclusterde ouderenwoningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m). Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen. Voorbeelden van geclusterde woonvormen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats zijn. In dit type woning kan onder voorwaarden (Wlz) zorg geleverd worden. Het advies is om geclusterde woonvormen zoveel mogelijk dementievriendelijk in te richten.

•

Zorggeschikte woningen: zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm (zie definitie nultredenwoningen en geclusterde woningen). Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoeltoegankelijk te zijn, met voldoende ruimte om zorg te verlenen. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht. Woningen die vallen onder de categorie BAT 4 3 of 4 en Woonkeur 5 6 vallen binnen deze definitie.

Samenvatting analyses Vergrijzing speelt in alle gemeenten. Hierdoor groeit de behoefte aan nultredenwoningen. Bovendien hebben ouderen met een zorgvraag minder mogelijkheden om in een verpleeghuis die zorg te ontvangen. Zij zijn aangewezen op een zelfstandige woning; liefst met ontmoeting in geclusterde vorm, soms met beschikbaarheid van zorgaanbod. Deze behoefte is uitgewerkt in het afsprakenkader wonen en zorg ZuidHolland.

23 | 28

Tabel: te realiseren ouderenhuisvesting per gemeente (periode 2022 – 2030) Samenwerkende Zorggeschikt* Geclusterd* Nultreden* regio’s Drechtsteden Alblasserdam 40 35 Dordrecht 285 210 Hardinxveld35 50 Giessendam Hendrik-Ido35 55 Ambacht Papendrecht 85 90 Sliedrecht 110 215 Zwijndrecht 75 0 Alblasserwaard Gorinchem 110 415 Totaal 775 1.070 *waarvan de helft in sociale huur. Bron: Afsprakenkader Wonen en Zorg provincie Zuid-Holland

80 880 160 225 280 180 250 380 2.435

Tot en met 2030 zullen in totaal bijna 4.300 woningen gerealiseerd moeten worden als nultreden, geclusterde- of zorggeschikte woonvorm. Dit is 40% van het programma. De helft hiervan is een sociale huurwoning. Van alle sociale huurwoningen zou 2/3 deel een nultreden-, geclusterde- of zorggeschikte woning moeten zijn. Van alle woningen in de planlijst is 60% een nultredenwoning. Dit zou dus ruim voldoende moeten zijn, gelet op de behoefte. Nog onduidelijk is welk deel een geclusterde- of zorggeschikte woning is. Principes van sturing op programma • De opgave voor wonen en zorg voor ouderen is groot. Ontwikkelingen als langer thuis wonen, een goede infrastructuur voor formele zorg, maar ook adequate inzet op preventie en gebruik van voorliggende voorzieningen zijn noodzakelijk om zorg toekomstbestendig te maken. • Omdat de opgave zich in de hele regio voordoet, werken we vanuit een regionaal uniforme aanpak van zorgcirkels en voorzorgcirkels. • Gemeenten werken dit uit in hun woonzorgaanpak. En maken daarbij niet alleen afspraken met de corporaties, maar ook met de in de gemeente werkzame zorgaanbieders. Aanzet mogelijke actiepunten Om te komen tot een voldoende invulling van (zorg-)geschikte woningen en noodzakelijke afstemming met corporaties en zorgpartijen zijn een aantal eerste acties in beeld.

Deze vormen het vertrekpunt voor verdere uitwerking en verdieping van afspraken in de komende periode. •

Vanuit de geconstateerde behoefte zou bij elk nieuwbouwplan 40% een nultredenwoning moeten zijn. Op locaties binnen 500 meter van zorgvoorzieningen zijn dit bij voorkeur zorggeschikte woningen. Op locaties nabij ontmoetings- en winkelvoorzieningen zijn dit bij voorkeur geclusterde woningen. Nultredenwoningen kunnen op alle locaties. Gemeenten werken bij hun programmering 24 | 28

nader uit op welke plekken welk deel van het programma gerealiseerd wordt. Dit verankeren zij in anterieure overeenkomsten en omgevingsplannen, conform de aanpak bij nieuwe plannen (zie hiervoor). • •

Volgens diezelfde behoefteraming is het wenselijk dat corporaties 2/3 deel van hun toevoeging als nultredenwoning realiseren. Om de samenwerking op dit thema te versterken verkennen gemeenten hoe hun lokale prestatieafspraken verrijkt kunnen worden met afspraken tussen corporaties, huurdersorganisaties en zorgaanbieders.

4.4 EVENREDIGE VERDELING AANDACHTSGROEPEN Gemeenschappelijke definities •

Aandachtsgroepen voor het volkshuisvestingsprogramma (volgens art. 8.2a omgevingsregeling-nieuw): a. personen van 65 jaar en ouder; b. wettelijk urgent woningzoekenden (volgens de Huisvestingswet); c.

personen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid;

d. personen die dreigen dakloos te worden, waaronder begrepen woningzoekenden die buitenslapen, woningzoekenden in niet-conventionele woonplekken en woningzoekenden die uit nood verblijven bij familie en vrienden; e. personen tussen 18 en 23 jaar die een voorziening voor pleegzorg verlaten; f.

arbeidsmigranten;

g. studenten (HBO en WO); h. personen uit een woonwagengemeenschap; i. •

vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

Wettelijk urgent woningzoekenden (volgens art. 12 lid 3 van de Huisvestingswet-nieuw): a. die mantelzorg verlenen of ontvangen; b. die vanwege ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte nodig hebben; c.

aan wie in ieder geval vanwege dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend;

d. aan wie vanwege huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang is verleend en deze opvang verlaten; e. die een voorziening voor beschermd wonen verlaten; f.

die een GGZ-instelling verlaten;

g. tussen 18 en 23 jaar die een accommodatie of gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlaten; h. die (jeugd-)detentie verlaten; i. •

die duurzaam uitstappen als sekswerkers.

Arbeidsmigranten: onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten.

25 | 28

•

Woonwagenbewoners: personen die willen wonen in een woonwagen en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond.

Samenvatting analyses Op grond van inzicht in het aantal mogelijke (wettelijke) urgenten en verhuurcijfers per gemeente hebben we in beeld waar de evenredige verdeling van de huisvestingsopgave het meest in de knel komt. Tabel: Inschatting verdeling evenredige huisvestingsopgave urgente aandachtsgroepen* Wettelijk urgenten Mutaties sociale verdeeld naar rato huur Alblasserdam 25 (14%) 180 Dordrecht 165 (15%) 1.090 Gorinchem 50 (12%) 400 Hardinxveld-Giessendam 25 (18%) 135 Hendrik-Ido-Ambacht 55 (20%) 275 Papendrecht 40 (17%) 240 Sliedrecht 35 (16%) 235 Zwijndrecht 55 (13%) 435 Totaal 445 (15%) 2.990 Bron: beschikbaarheidsmonitor 2024, jaarverslag Poort6 *afgerond op 5-tallen De theoretische verdeling van wettelijk urgenten ligt min of meer in lijn met de huidige verdeling van urgent woningzoekenden over de regio. In alle gemeenten kunnen urgenten momenteel terecht. Naast deze groepen vragen ook vergunninghouders met spoed een woning. De huisvestingsopgave van deze groep is vanuit de Huisvestingswet verdeeld over de gemeenten naar rato van het inwonertal. Ook arbeidsmigranten vragen huisvesting. De regio kampt met structurele arbeidsmarktkrapte, vooral bij technisch personeel. Arbeidsmigratie is een oplossing voor de tekorten.

De verblijfsduur varieert sterk: circa de helft verblijft korter dan een jaar, een op de tien verblijven tussen een en drie jaar en 40% langer dan drie jaar. Voor de groep die maximaal drie jaar verblijft is de huisvesting vaak tijdelijk en geregeld via werkgevers of uitzendbureaus, met woonvormen zoals groepsgebouwen, chalets of verhuur in reguliere woningen. Zij bezetten daarmee woonplekken die ook voor regulier woningzoekenden passend zijn. Arbeidsmigranten die zich permanent in Nederland vestigen, zoeken vooral een plek op de reguliere woningmarkt. De gemeente Sliedrecht voert momenteel regionaal onderzoek uit om de huisvestingsbehoefte vanuit arbeidsmigranten beter in beeld te krijgen. Aandachtspunt hierbij is dat de landelijk gehanteerde inkomensnorm voor arbeidsmigranten niet passend is bij de werkgelegenheidsstructuur in Drechtsteden. Veel arbeidsmigranten verdienen hier net te veel, waardoor ze buiten de definities vallen maar er wel zijn, en een huisvestingsopgave hebben.

26 | 28

Tot slot benoemen we woonwagenbewoners. Huisvesting in een woonwagen wordt gezien als onlosmakelijk onderdeel van hun culturele identiteit. Voorzien in voldoende huisvesting voor woonwagenbewoners is een expliciete opdracht voor gemeenten. Alle gemeenten hebben hierin een taak om in te spelen op de behoefte. Principes van sturing op programma •

In de regio is er een passende woning voor iedereen, ook uit aandachtsgroepen, in een leefbare wijk of leefbaar dorp.

•

De huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen is een gezamenlijke regionale opgave, waar alle gemeenten samen met de corporaties de schouders onder zetten. Vertrekpunt is dat alle gemeenten hun evenredige bijdrage leveren aan de huisvesting van aandachtsgroepen; naar rato van hun omvang. De praktijk is dat vanuit beschikbaarheid van passend woningaanbod en zorg voor leefbare wijken de beschikbaarheid zich niet evenredig spreidt over de regio.

•

Door te werken aan een (nieuwbouw)programma met 30% sociale huur in alle gemeenten, ontstaan de komende tijd in alle gemeenten meer mogelijkheden en komt de naar rato verdeling in beeld. Dat betekent dus een ingroeipad in de tijd. Op termijn moeten alle gemeenten hun evenredige aandeel leveren.

•

Er zijn passende woonruimten nodig voor de vaak kleine huishoudens met beperkte financiële mogelijkheden. Grote gezinswoningen passen hier minder bij. We richten ons op toevoeging van kleiner wooneenheden in de sociale huur in de Drechtsteden.

•

Gemeenten die minder dan naar rato van hun aantal inwoners bijdragen aan de huisvesting van aandachtsgroepen, compenseren gemeenten die hun (grotere) aandeel nemen. Dit ten behoeve van de extra inzet in het sociaal domein.

•

Het volkshuisvestingsdomein en het sociaal domein werken in de huisvestingsopgave aandachtsgroepen samen. Huisvesting is immers een noodzakelijke oplossingsrichting voor vraagstukken vanuit het sociaal domein. Nog meer moeten beide domeinen bij de invulling van de huisvestingsopgave organisatorisch aan elkaar verbonden zijn.

•

Arbeidsmigranten die tijdelijk verblijven in Nederland en werken in de regio vinden in de regio passend verblijf. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Iedere gemeente zoekt mogelijkheden voor realisatie voor huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten in het bijzonder gekoppeld aan vestiging of uitbreiding van bedrijven; naar verwachting gaat het om duizenden arbeidsmigranten. Idealiter spreiden deze voorzieningen zich over de regio. Arbeidsmigranten die zich permanent vestigen in de regio, zijn reguliere inwoners / woningzoekenden (en daarmee onderdeel van het programma volkshuisvesting).

•

Iedere gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de huisvestingsopgave woonwagenbewoners, waarbij we als regio samenwerken op het gebied van beheer.

27 | 28

Aanzet mogelijke actiepunten Om te komen tot een evenredige verdeling van huisvestingskansen voor verschillende aandachtsgroepen in de regio, wordt een aantal acties voorzien. Deze vragen de komende tijd verdieping en uitwerking op basis van nadere analyses. •

Er is behoefte aan een integraal beeld van de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Er zijn nu verschillende trajecten die hier aandacht voor hebben. Vanuit de HKG-agenda is een overzicht (bod) vanuit alle gemeenten voor huisvestingsalternatieven, in het bijzonder voor uitstroom uit beschermd wonen. Daarnaast loopt een traject voor de transitie van opvang naar wonen. Het realiseren van samenhang en integratie van de verschillende trajecten is noodzakelijk om te komen tot een evenwichtige verdeling. Gemeenten (volkshuisvesting en sociaal domein) en corporaties zoeken daarin nadrukkelijk de samenwerking, waarbij de strategie voor alle aandachtsgroepen in samenhang wordt bepaald. Daarbij gaat het om zowel de huisvestingsopgave als de ondersteuning.

•

Gemeenten zorgen er samen met de lokale corporaties voor dat zij hun jaarlijkse aandeel in de huisvesting van aandachtsgroepen verzorgen. Corporaties monitoren de toewijzing van woningen aan aandachtsgroepen, zodat ieders inzet inzichtelijk is. Voor gemeenten die hun aandeel niet (kunnen) leveren, verkennen we een compensatiemogelijkheid tussen gemeenten.

•

Gemeenten werken samen een urgentieregeling uit, waarin de afspraken rond huisvesting van aandachtsgroepen worden verankerd. We werken een modelverordening uit die alle gemeenten kunnen inzetten binnen hun huisvestingsverordening.

•

Voor de aandachtsgroepen moeten in alle gemeenten passende betaalbare woningen beschikbaar zijn. Waar het aanbod vooral bestaat uit grote gezinswoningen, gaan de corporaties na of zij kleinere wooneenheden beschikbaar kunnen krijgen door bijvoorbeeld woningsplitsing of woningdelen. In aanloop hiernaartoe zetten de gemeenten en corporaties samen de volgende stappen: a. Samen uitvoeren van onderzoek naar de (differentiatie in) kansen per gemeente voor benutten van mogelijkheden voor toevoeging van kleinere wooneenheden. Zo ontstaat op een uniforme wijze zicht op de mogelijkheden, zodat voor iedereen duidelijk is welke mogelijkheden er zijn. b. De gemeente werken samen mogelijkheden van planologisch instrumentarium uit en regels rond kostendelersnorm.

•

Gemeenten analyseren de regionale behoefte rond de huisvesting van arbeidsmigranten. Zij organiseren huisvestingsvoorzieningen in aansluiting op werkgelegenheidsontwikkeling.

28 | 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1096/documents/16572