CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D02. 20230913 RIB Zienswijze op Restrictievoorstel PFAS.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 oktober 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

De T datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp

12 september 2023 Mw. A. Groffen 2023-0129948 14 078 Zienswijze op Europees Restrictievoorstel PFAS

Geachte mevrouw, heer, Inleiding Op 7 februari 2023 is het Restrictievoorstel PFAS, ingediend door Nederland, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden, gepubliceerd door European Chemicals Agency (ECHA). Op Europees niveau wordt nu gewerkt aan een verbod op de gehele groep PFAS. Het verbod gaat gelden voor productie, gebruik, verkoop en import van ruim 10.000 chemische stoffen, die in duizenden producten zitten die we dagelijks gebruiken. Het officiële traject bevat ook een raadpleging. Iedereen krijgt de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het restrictievoorstel. Wij steunen het voorstel voor een Europees verbod op PFAS en kiezen er als college nadrukkelijk voor om een zienswijze in te dienen. Na verwerking van alle reacties volgt een definitief voorstel in de Europese Commissie en treedt bij voldoende stemmen van de lidstaten het verbod op de gehele groep PFAS in werking. Waarom een zienswijze? Wij onderschrijven de zorg over PFAS die wordt uitgesproken in het ingediende restrictievoorstel. Dagelijks worden onze inwoners geconfronteerd met de aanwezigheid van PFAS in hun leefomgeving. PFAS zit niet alleen in de bodem van ons grondgebied, maar ook in het oppervlaktewater en grondwater. Zwemmen is in onze regio sinds kort ook niet overal meer mogelijk. Hoewel we voornamelijk met verontreiniging uit het verleden te maken hebben, waarvoor we Chemours c.s.

aansprakelijk hebben gesteld, is het ook belangrijk om vooruit te kijken. Ons standpunt is en blijft 'nul uit de pijp'. We vinden het dan ook belangrijk om onze ervaringen met de PFAS-problematiek kenbaar te maken bij de ECHA, zodat zij dit meenemen in hun advisering voor het definitieve restrictievoorstel op PFAS. Zienswijze De zienswijze is samen met de gemeenten Dordrecht, Sliedrecht en Molenlanden opgesteld maar wordt per afzonderlijke gemeente ingediend. In de zienswijze delen we naast onze kennis over en ervaringen met PFAS ook onze grote zorgen over de leefomgeving voor onze inwoners als gevolg van jarenlange uitstoot van PFAS. Daarnaast pleiten we onder meer voor een effectief, werkbaar en betaalbaar handhavingsinstrumentarium en voor een mondiaal verbod op PFAS want PFAS laat zich niet begrenzen. Als het restrictievoorstel leidt tot een totaalverbod in Europa,

komt er toch PFAS ons continent binnen. Enerzijds via de lucht, met name over het noordelijk halfrond omdat daar de meeste PFAS industrie is gevestigd. Anderzijds door de import en doorvoer van PFAS houdende producten. Wij beginnen en eindigen de zienswijze daarom met een pleidooi voor een mondiaal verbod. De volledige zienswijze vindt u in de bijlage. Beoogd effect Met een verbod op de productie, het verhandelen en het gebruik van de gehele groep PFAS wordt vervanging van de ene PFAS door een andere PFAS voorkomen en beperken we de risico’s voor mens, dier en milieu. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,

J.M. Ansems

M.J.M. van Driel

Bijlage: Zienswijze op Europees Restrictievoorstel PFAS van 12 september 2023.

European Chemicals Agency

datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp

12 september 2023 Mw. A. Groffen 2023-0129948 14 078 Zienswijze op Europees Restrictievoorstel PFAS

Geachte mevrouw/heer, Inleiding Op 7 februari 2023 heeft u het Restrictievoorstel PFAS, ingediend door Nederland, Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Zweden, gepubliceerd en opengesteld voor openbare raadpleging. Op Europees niveau wordt nu gewerkt aan een verbod op de gehele groep PFAS. Het verbod gaat gelden voor productie, gebruik, verkoop en import van ruim 10.000 chemische stoffen, die in duizenden producten zitten die we dagelijks gebruiken. Het officiële traject bevat ook een raadpleging. Wij maken graag van de gelegenheid gebruik onze zienswijze op dit voorstel te geven. 1. Zienswijze De zienswijze is gezamenlijk opgesteld met de gemeenten Dordrecht, Sliedrecht, Molenlanden en Papendrecht. Vier gemeenten die gezamenlijk optrekken in het dossier Chemours. Afstemming heeft plaatsgevonden met de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid, de GGD Zuid-Holland Zuid en de provincie Zuid-Holland. In de zienswijze delen we naast onze kennis over en ervaringen met PFAS ook onze grote zorgen over de leefomgeving voor onze inwoners als gevolg van jarenlange uitstoot van PFAS. Wij sluiten af met een pleidooi voor een algeheel verbod op de productie, het verhandelen en het gebruik van PFAS-en in Europa, inclusief het importeren en doorvoeren van PFAS met inbegrip van halffabrikaten en eindproducten, die PFAS bevatten. Hierna volgt onze inhoudelijke zienswijze. 2.

Algemene zorg om PFAS PFAS wordt toegepast bij de fabricage van een breed scala aan producten voor gebruik door industrie, professionals en consumenten. De belangrijkste zorg met betrekking tot PFAS is dat zij zeer persistent zijn en eenmaal in het milieu grote gevolgen hebben. PFAS is bioaccumulerend. Deze groep stoffen hebben door de verspreiding en stapeling in bodem, water en lucht negatieve effecten op de staat van het milieu, de kwaliteit van de natuur en de gezondheid van mens en dier. Het feit dat er sprake is van persistentie en bioaccumulatie maken deze stoffen nog zorgwekkender. De gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor een gezonde leefomgeving voor hun inwoners, een schoon milieu en de bescherming van kwetsbare natuur. Daarmee voelen de gemeenten ook een verantwoordelijkheid als het gaat om het bestrijden van de schadelijke gevolgen van PFAS. Zeker ook vanwege de

maatschappelijke onrust die er is over PFAS. Aandacht in de media draagt bij dat het bewustzijn onder inwoners over de negatieve gevolgen van PFAS groter wordt en het maatschappelijk draagvlak voor deze groep stoffen afneemt. De industrie blijft PFAS produceren en gebruiken. Het proces van vergunnen, controleren en handhaven van bedrijfsprocessen waarbij PFAS wordt gebruikt is zeer arbeidsintensief. De inzet op vergunningverlening, toezicht en handhaving levert helaas niet een evenredig resultaat op als het gaat om het beheersen en terugdringen van de negatieve gevolgen van PFAS. Het volledig terugdringen van de uitstoot en lozing van PFAS is inmiddels een proces van vele tientallen jaren en heeft tot op heden niet geleid tot een reductie tot nul emissie/lozing. Een ander zorg is dat PFAS houdende producten aan het einde van hun levensduur in afval terecht komen1). PFAS is dan niet te scheiden. Ook in verbrandingsinstallaties wordt PFAS niet vernietigd. Hierdoor zal PFAS zelfs na een verbod nog zeer lange tijd voorkomen in onze leefomgeving. Met alle mogelijke schadelijke gevolgen van dien. We kunnen niet meer terugdraaien wat inmiddels al is ontstaan. Wereldwijd is PFAS aanwezig in het milieu en in de mens. Dit als gevolg van de jarenlange uitstoot van PFAS door fabrieken. Wat we wel kunnen en willen bereiken is het voorkomen dat PFAS in de toekomst nieuwe schade aanricht.

In dat kader wordt het nu voorliggende restrictievoorstel gezien als een goede stap in de richting van een wereldwijd verbod op deze stoffengroep. Want PFAS houdt zich niet aan de grenzen van een continent, waardoor de verontreiniging vanuit andere contitenten door zal gaan. Een volgende stap dient een wereldwijd verbod te zijn. Een belangrijke factor daarbij is dat (in Nederland) tot op heden het toepassen van het voorzorgprincipe bij het vergunnen en handhaven van PFAS-productieprocessen de toets door de rechter niet doorstaat2). Het verwijderen van PFAS uit de bodem, het grond- en oppervlaktewater is -als het al mogelijk is- technisch uiterst moeilijk en zeer kostbaar. Op grond van het voorgaande wordt de restrictie van alle PFAS-en gezien als de meest geschikte en effectieve manier om de negatieve effecten op milieu, natuur, mens en dier weg te nemen. Hieronder wordt dit standpunt nader onderbouwd met specifieke (lokale en boven lokale) informatie en met diverse onderzoeksresultaten. 3. Bron van lokale en regionale PFAS-verontreiniging In de gemeente Dordrecht is een chemisch industrieel complex gelegen. Op dit complex bevindt zich onder meer de vestiging van Chemours Netherlands B.V (voorheen DuPont; hierna: Chemours). Deze fabriek gebruikt diverse PFAS-soorten bij haar productieproces. Sinds 1967 worden Teflon PFTE, Teflon FEP en Viton geproduceerd.

Ook zijn op het complex aanwezig Dow Chemical Dordrecht (polymers) en Delrin Netherlands B.V. (thermoplastische kunststoffen). Vanaf 1967 tot oktober 2012 hebben DuPont, later Chemours als hulpmiddel bij de productie van verschillende fluorverbindingen (te weten fluorpolymeren, homopolymeren/-copolymeren en fluorelastomeren) in onder meer de Teflonfabriek gebruik gemaakt van de hulpstof PFOA. Het gebruik van PFOA is beëindigd, omdat PFOA sinds 2013 op Europees niveau is aangemerkt als een Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS). Ter vervanging van PFOA bij de productie van fluorhoudende kunststoffen, waaronder Teflon, is de GenX-technologie (HFPO-DA) ontwikkeld. Deze technologie wordt sinds eind 2012 gebruikt bij de productie van de fluorhoudende kunststoffen. Daarbij worden de hulpstoffen FRD-902 en FRD-903 naar lucht en water geëmitteerd en E1 naar de lucht. GenXstoffen -behorend tot PFAS- zijn op 2 februari 2018 op nationaal niveau aangemerkt als een potentiële ZZS en zijn op 26 juni 2019 op Europees niveau aangemerkt als een ZZS.

4. Lokale zorg om PFAS De gemeenten Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht hebben vanaf 2015 en de gemeente Molenlanden vanaf 2018 de schadelijke effecten van de stoffengroep PFAS onderzocht en daarvoor ook bij de landelijke overheid signalen afgegeven dat het probleem groter is dan alleen onze gemeenten. Inmiddels is het algemeen bekend, dat PFAS vanwege de persistentie, bioaccumulatie en de slechte afbreekbaarheid een schadelijk effect hebben veroorzaakt, dat moeilijk en op veel plaatsen onmogelijk kan worden weggenomen. De bodem, het grondwater en oppervlaktewater zijn in ons gebied verontreinigd. Zwemmen is niet meer overal mogelijk. Mensen kunnen niet overal meer onbezorgd uit eigen tuin eten en PFAS in de natuur zorgt voor ophoping van de stof in dieren. Daar maken de gemeenten én de inwoners van onze gemeenten zich ernstig zorgen over. 5. Onderzoeken naar de gevolgen van PFAS Hieronder volgt in chronologische volgorde een overzicht van de belangrijkste onderzoeken naar (de gevolgen van) PFAS. Deze onderzoeken ondersteunen ons standpunt te komen tot een totaal verbod van de gehele groep PFAS op zo kort mogelijke termijn. Sinds 2018 worden door het waterschap Rivierenlanden metingen gedaan van het oppervlaktewater in haar werkgebied.

Op basis van deze metingen heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM) geadviseerd geen vis, die is gevangen in het oppervlaktewater te consumeren. Dit vanwege het overschrijden van de risicogrenswaarde voor vis3). In 2022 is door het RIVM onderzoek verricht naar gewassen uit moestuinen in Dordrecht, Sliedrecht, Papendrecht en Molenlanden. Het RIVM heeft op basis van dit onderzoek aan moestuineigenaren in Sliedrecht binnen 1 kilometer van Chemours geadviseerd om geen gewassen uit eigen tuin te eten. Een groot deel van de moestuinhouders op complexen in Papendrecht hebben het advies gekregen om het eten van groenten en fruit uit de tuin af te wisselen met groenten en fruit uit de winkel4). Ook fruittelers in de betrokken gemeenten ondervinden nadelige gevolgen van de zorgen die leven bij burgers. Ook bij de agrarische sector in het gebied van de vier genoemde gemeenten zijn er zorgen over de gevolgen van PFAS voor het telen van gewassen en de kwaliteit van het grasland als voedsel voor vee. Weliswaar is bij twee onderzoeken in 2020 en 2021 naar vleesmonsters en agrarische producten (vlees, ei, melk) door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) vastgesteld, dat nauwelijks overschrijding van de huidige Europese normen voor PFAS in eieren, vlees en vis voorkomen6).

Maar onze agrariërs vragen zich af wat de reële gevolgen van de PFAS in de bodem, het grasland en de lucht in deze en de komende tijd betekent voor hun vee, het gras- en kuilvoer van eigen land, dat zij eten en voor de producten die zij op hun grond verbouwen. Die voortdurende onzekerheid trekt een grote wissel op de bestaanszekerheid van de agrarische sector in onze gemeente. Het RIVM deed in 2021 en 2022 onderzoek naar PFAS in groenten en fruit uit moestuinen in de gemeenten Papendrecht, Dordrecht, Sliedrecht en Molenlanden5). In dezelfde moestuinen is ook grond en water uit de sloot, regentonnen en grondwater onderzocht op PFAS. Het advies: alle moestuineigenaren kunnen regenen kraanwater gebruiken voor het geven van water in de (moes)tuin. Niet iedereen kan slootwater gebruiken. In de directe omgeving van Chemours wordt afgeraden gebruik te maken van sloot- en ondiep grondwater voor irrigatie van moestuinen. Dat betekent dat we het advies moeten geven om slootwater zoveel mogelijk te beperken en om eerst regenwater en kraanwater te gebruiken. Omdat er ook PFOA in regentonnen van voor 2012 is aangetroffen, wordt geadviseerd om deze te vervangen. Voor PFAS in grond en grondwater is er een relatie te leggen met PFAS in gewassen. Hoe hoger het PFAS in grond en grondwater, hoe hoger het PFAS in de gewassen. Niet alle gewassen nemen evenveel PFAS op, dus een eenduidige

relatie met alle gewassen is niet te leggen. Grondwater wordt door de planten zelf opgenomen, dus daarvoor kan geen advies gegeven worden. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heeft op 13 april 2023 het rapport Industrie en omwonenden gepubliceerd7). Eén van de onderzochte industrieën is Chemours. Dit rapport geeft een antwoord op de vragen hoe omwonenden beschermd worden tegen nadelige gezondheidseffecten en blootstelling aan industriële emissies en welke maatregelen een betere bescherming bieden. De Onderzoeksraad stelt vast dat de gezondheid van omwonenden van industrie een betere bescherming verdient. Ook pleit de raad ervoor dat het bevoegd gezag vanuit het voorzorgprincipe gaat handelen. De Nederlandse rechter heeft tot op heden het toepassen van dit principe niet goedgekeurd (zie 1.3). Recent heeft het RIVM in haar rapport “Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands”8) berekend, dat mensen via voedsel en drinkwater PFAS binnenkrijgen. Uit deze studie blijkt dat de hoeveelheid PFAS die mensen via voedsel en drinkwater kunnen binnenkrijgen boven de zogeheten gezondheidskundige grenswaarde ligt. Als mensen lange tijd meer PFAS binnenkrijgen dan deze gezondheidskundige grenswaarde, zijn schadelijke effecten op de gezondheid mogelijk, aldus het RIVM. Gemeenten kennen ook een sterke recreatiesector.

Het landschap, het water en ons cultuurerfgoed dragen bij aan de recreatieve waarde van onze gemeente. Recent (juli 2023) heeft het RIVM onderzoek gedaan naar PFAS in zwemwater in de buurgemeenten Alblasserdam en Dordrecht9). Weliswaar is vastgesteld dat het merendeel van het onderzochte zwemwater veilig genoeg is om in te zwemmen. Echter bij een drukbezochte recreatieplas in Dordrecht, de Merwelanden, is een negatief zwemadvies gegeven. De inwoners van Papendrecht zijn ook aangewezen op deze recreatieplas. 6. Sub conclusie 1 Wij onderschrijven de zorg over PFAS die wordt uitgesproken in het restrictierapport. Als gemeenten worden wij dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van PFAS voor onze inwoners, onze ondernemers, het milieu en de natuur. PFAS zit niet alleen in de bodem van ons grondgebied, maar ook in het oppervlaktewater en in het grondwater. De gevolgen van blootstelling aan PFAS zijn onomkeerbaar en niet beperkt tot de grens van onze gemeente of van Nederland. Dat vraagt om actie op Europees niveau, en zeker een aanzet voor een ons inziens broodnodig mondiaal verbod. 7. Reactie op de inhoud van het restrictievoorstel Hieronder volgen specifieke opmerkingen bij de inhoud van het restrictievoorstel. Zij worden per onderwerp behandeld. Zo nodig wordt de relatie gelegd met het restrictievoorstel van de indieners. 7.1 Omvang van de restrictie In het voorstel (blz.

50, 68) staat dat de restrictie ziet op de fabricage, het verhandelen en het gebruik van PFAS in de EU als zodanig en als bestanddeel van andere stoffen, in mengsels en in producten boven een bepaalde concentratie. Wij tekenen hierbij aan dat het verbod ook moet gelden voor het importeren van PFAS (in al zijn verschijnings- en productvormen) vanuit een land buiten de Europese Unie voor verdere verwerking, productie of voor doorvoer naar of via een (ander) EU-land. Verder zou het verbod ook moeten toezien op de productie, de handel en de doorvoer tussen een fabriek met een vestiging in de EU en met één of meerdere vestigingen buiten de EU. Dit om een sluitend verbod op PFAS-en te realiseren. 7.2 Essentiële toepassing Het is van groot belang dat het begrip “essentiële toepassing” op één eenduidige manier wordt gedefinieerd én toegepast. Daarbij zijn twee aspecten te onderkennen: - de definitie van “essentiële toepassing”;

-

de vraag wat het label “essentiële toepassing” en andere labels in de praktijk betekent?

De indieners van het restrictievoorstel maken als het gaat om het direct dan wel op termijn uitbannen van Groep PFAS een koppeling tussen specifieke productsoorten en hun voorkeur voor een gefaseerd uitgevoerde restrictie (Restriction option 2, blz. 116 - 138 rapport). Wij hebben de opvatting dat het begrip “essentiële toepassing” centraal staat als het gaat om het direct dan wel na enige tijd verbieden van PFAS-en. Dat lichten wij hieronder toe. Ad 1 definitie “essentiële toepassing” Zoals hiervoor geschreven staat het begrip “essentiële toepassing” centraal. In de eerste plaats is de vraag te beantwoorden wat wordt verstaan onder een essentiële toepassing? Het Protocol van Montreal (1987) kwalificeert een gereguleerde stof als essentieel als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. (1) De stof is noodzakelijk voor de gezondheid en de veiligheid of (2) is van cruciaal belang voor het functioneren van de samenleving. (3) Er zijn geen technische en economische haalbare alternatieven of vervangingsmiddelen beschikbaar, die vanuit oogpunt van milieu en gezondheid aanvaardbaar zijn. Wij zijn van mening dat dit Protocol een goed handvat biedt voor het definiëren van het begrip “essentiële toepassing”.

De restrictieregelgeving moet voorzien in een definitie van “essentiële toepassing.” Verder is ons standpunt dat Groep PFAS slechts in zeer beperkte mate gekwalificeerd kunnen worden als “essentieel”. Wij baseren dit standpunt op het artikel “The concept of essential use for determining when uses of PFASs can be phased out”10) epigenome in Royal Society of Chemistry [environ sci: process impacts, 2019, 21, 1803-1815]. De in dit artikel beschreven categorisering van PFAS-en biedt naar onze mening een goed werkbaar onderscheid tussen essentiële toepassingen en niet essentiële toepassingen. Dat onderscheid is als volgt: “niet essentieel” (categorie 1), “vervangbaar gebruik” (categorie 2) en “essentiële toepassingen” (categorie 3). Voor categorie 1 geldt een uitfasering (verbod) gebaseerd op de hierboven beschreven definitie van “essentiële toepassing”. Voor categorie 2 geldt dat er beschikbare alternatieven zijn. Voor categorie 3 zijn er momenteel geen bewezen alternatieven. Door innovatie en onderzoek kunnen echter alternatieven worden ontwikkeld. Bij deze categorie kan gedacht worden aan bepaalde medische hulpmiddelen en beschermende beroepskleding. Ad 2 betekenis van labels Aan het categoriseren van Groep PFAS dient naar onze mening een conclusie verbonden te worden als het gaat om uitfaseren (verbieden) van deze stoffen. Het restrictierapport (blz. 76 e.v.

rapport) beschrijft twee opties: Restriction option 1 gaat uit van een volledig verbod met een overgangstermijn van 18 maanden. Restriction option 2 gaat uit van een volledig verbod met gebruiksspecifieke afwijkingen, namelijk een overgangsperiode van achttien maanden plus een afwijkingenperiode van vijf tot twaalf jaar. De indieners van de restrictie maken een keuze voor Restriction Option 2. Daarbij dragen zij uit als argument “de plotselinge onbeschikbaarheid” van producten met PFAS en “een soepele overgang naar alternatieven” (blz. 3 rapport). Wij stellen daar tegenover dat het grote belang van de volksgezondheid en het milieu vragen om een zo kort mogelijke overgangstermijn en afwijkingenperiode. Daartoe doen wij het volgende voorstel. Als sprake is van een niet essentiële toepassing, dan is er geen steekhoudend argument om PFAS-en met dit label niet direct uit te faseren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om producten voor persoonlijke verzorging en cosmetica. Als sprake is van een beschikbaar alternatief (categorie 2), bijvoorbeeld waterafstotend textiel) dan is de vraag te beantwoorden door een onafhankelijke

instantie, zoals in Nederland het RIVM, op welke termijn dit alternatief gebruikt kan worden. Een overgangstermijn dient naar onze mening beperkt te zijn tot de tijd die nodig is voor het in productie nemen en op de markt brengen van dit alternatief. Wij zijn verder van mening dat ook bij een essentiële toepassing (categorie 3) op termijn restrictie aan de orde moet zijn. Niet in de laatste plaats om innovatie en het uitfaseren van alle Groep PFAS te stimuleren. Er moet gezorgd worden, dat bij de toepassing van een alternatieve stof voor PFAS, de eigenschappen van deze stof onomstotelijk vast staan. De productie, het gebruik en transport van deze stof dient door Europese regelgeving vastgelegd te zijn, voordat deze toegepast mag worden. Een uitzondering kan gemaakt worden voor testsituaties, waarvoor een gecontroleerde en geïsoleerde opstelling met toestemming/vergunning van de verantwoordelijke nationale autoriteit wordt gebouwd. In dit verband doen wij de dringende oproep om zeer terughoudend te zijn met het verstrekken van ontheffingen. Een ontheffing is, naar onze opvatting, alleen mogelijk als (1) er sprake is van een essentiële toepassing (zie 7.7.2. ad 1) voor (2) een vooraf bepaalde tijdvak (tijdelijk en zonder verlenging) waarbij (3) vooraf door middel van een plan de uitfasering door het desbetreffende bedrijf is vastgelegd en door de autoriteit is geaccordeerd.

Wij pleiten er voor om bij deze categorie een uitfaseer termijn van drie tot maximaal vijf jaar te hanteren. Gekoppeld aan een onafhankelijk wetenschappelijk onderbouwd inzicht op welke termijn een alternatief beschikbaar komt. Verder is het van belang te onderzoeken of en hoe vanuit Europa een voortvarende uitfasering kan worden gestimuleerd. 7.3 Handhaving en certificering/vergunningverlening onder de restrictie Een restrictie is niet effectief zonder dat de landelijke autoriteiten de beschikking krijgen over de bevoegdheid om op een doelmatige en doeltreffende wijze toezicht te houden op het uitfaseren en het verbod te handhaven. Daarbij dient sprake te zijn van een werkbaar en betaalbaar handhavingsinstrumentarium. Tenslotte zal een sluitend systeem van vergunnen/certificeren van te ontwikkelen alternatieven opgezet moeten worden als vervolgstap op een restrictie. Op deze drie aspecten wordt hieronder nader ingegaan. Daarbij wordt gereflecteerd op hetgeen hierover in het restrictievoorstel is geschreven. 7.3.1 Bevoegdheid en mogelijkheid tot handhaven restrictie Het lijkt vanzelfsprekend. Een restrictie dient nageleefd te worden en zo niet, dan dienen landelijke of lokale autoriteiten te handhaven. Zo ook bij de PFAS-restrictie. Nu kan bij Europese regels sprake zijn van het (impliciet) ‘veronderstellen’ van (nationale) handhavingsbevoegdheden.

Echter, en dat heeft onze sterke voorkeur, de regelgeving kan ook expliciete handhavingsbevoegdheden aan nationale autoriteiten toekennen. Onze voorkeur is gebaseerd op het feit, dat de productie, de handel en het verwerken van PFAS grensoverschrijdend is. Evenals de gevolgen van PFAS-verontreiniging. Landsgrenzen houden PFAS-verontreiniging niet tegen11). Zo’n expliciet benoemde bevoegdheid tot het handhaven van de restrictie ziet, naast het opnemen van deze bevoegdheid in de Europese regelgeving, verder op: het benoemen van de rechten die aan deze bevoegdheid zijn verbonden, het bepalen dat lidstaten een effectief toezicht en handhavingsstelsel opzetten en daartoe voldoende middelen en capaciteit beschikbaar stellen en regels die beschrijven dat staten in overleg treden om afspraken te maken over wie bevoegd is tot handhaven ingeval sprake is van grensoverschrijdende gevolgen van een overtreding. Als onderdeel van de nationale uitvoering zal ook regelgeving m.b.t. het opzetten en uitvoeren van een certificeringsstelsel (zie hierna) opgenomen moeten worden. Dat zelfde geldt voor het vergunnen van (nieuwe) alternatieven voor PFAS. 7.3.2 Werkbaar en betaalbaar handhavingsinstrumentarium Onderdeel van de implementatie van de PFAS-restrictie is het nationaal opzetten van een werkbaar en betaalbaar toezicht- en handhavingsinstrumentarium. In het

restrictierapport (blz. 139 e.v. rapport) wordt onderkend dat de overheid kosten zal moeten maken om het verbod te handhaven. Wij zijn van mening dat een praktisch werkbaar en betaalbaar instrumentarium essentieel is om de restrictie goed ten uitvoer te brengen. Risico gestuurd en data gedreven handhaving zijn daarbij sleutelbegrippen. Toezicht en handhaving zijn werkbaar op basis van een algeheel PFAS-verbod. Door de grote hoeveelheid producten met PFAS alsmede de vele PFAS-toepassingen is sprake van een diffuse verspreiding van PFAS. Diensten die toezicht en handhaving uitvoeren, hebben weinig vat op deze problematiek. Een algeheel verbod op PFAS draagt om die reden bij aan een effectief en werkbaar toezicht- en handhavings- instrumentarium. Wij hebben het vertrouwen dat, gezien het grote belang voor de volksgezondheid en het milieu, overheden in goed overleg met elkaar komen tot een instrumentarium, dat bijdraagt aan het effectief naleven van de PFAS-restrictie. Een tweede aspect is de betaalbaarheid van het instrumentarium. Van de met handhaving gemoeide kosten wordt in de restrictie slechts een inschatting gemaakt. De indieners van de restrictie schatten de kosten op € 55.000 per sector (blz. 139 rapport). Het aantal sectoren, dat PFAS-en fabriceren en gebruiken komt uit op in totaal 15 (Tabel I bij het restrictierapport, blz. 41).

Dit leidt tot een totaal bedrag voor handhaving van € 825.000. Wij zijn van mening dat dit waarschijnlijk een conservatieve inschatting is. Wij schatten in dat toezicht en handhaving in de eerste jaren na het van kracht worden van de restrictie een substantiële personele en financiële inspanning zal vragen. Dat mag ons niet doen aarzelen om het mogelijke te doen om de restrictie als het gaat om toezicht en handhaving te implementeren en te doen naleven. 7.3.3 certificering en vergunningverlening Bij de implementatie van de restrictie zal een systeem certificering / vergunningverlening van alternatieve producten opgezet moeten worden. Dat is primair de verantwoordelijkheid van de nationale overheid in samenwerking met de lokale en regionale overheden en gespecialiseerde diensten, maar kan eenduidig worden wanneer Europese wetgeving hier dwingend in is. In het restrictierapport (blz. 139 - 140 rapport) wordt hierover opgemerkt, dat testmethoden ontwikkeld en uitgevoerd dienen te worden om te bepalen of producten (alternatieven voor Groep PFAS) voldoen aan de eisen van de restrictie. Daaraan gekoppeld is het certificeren c.q. vergunnen van alternatieve producten. Wij tekenen hierbij nadrukkelijk aan dat een juridisch instrumentarium voor het gebruik van alternatieven voor de groep PFAS (nog) niet bestaat.

Er zal straks sprake zijn van een opeenstapeling van gereguleerde emissies van PFASalternatieven, hetgeen leidt tot een ‘nieuwe’ belasting van de woon- en leefomgeving. Het feit dat het instrumentarium van de uitvoerende toezicht- en handhavingsdiensten (in Nederland) nog niet is toegerust voor de genoemde cumulatie van emissies vervult ons met grote zorg. Een verbod moet een oplossing bieden, niet leiden tot nieuwe problemen. Om die reden pleiten wij er voor dat via de restrictie (REACH) wordt voorzien in een afdoende instrumentarium voor het toezicht houden op en het handhaven bij een cumulatie van genormeerde emissies en nieuwe emissies van PFAS-alternatieven. Sub conclusie 2 Wij steunen het initiatief van de indieners van het restrictievoorstel tot een verbod op PFAS-en. Gelijktijdig zien wij de noodzaak tot het aanbrengen van een aantal belangrijke verbeteringen als het gaat om: - het definiëren van essentiële en niet essentiële toepassingen; - het verbinden van gevolgen aan het label “niet essentieel”, “vervangbaar” en “essentieel”; - het verankeren van de restrictie in expliciete wetgeving; - een werkbaar en betaalbaar handhavingssysteem;

-

het certificeren en vergunnen van alternatieven voor PFAS.

8. Mondiaal verbod PFAS laat zich niet begrenzen. Als het restrictievoorstel leidt tot een totaalverbod in Europa, komt er toch PFAS ons continent binnen. Enerzijds via de lucht wordt PFAS getransporteerd over de hele wereld, met name over het noordelijk halfrond omdat daar de meeste PFAS industrie is gevestigd. Anderzijds door de import en doorvoer van PFAS houdende producten. Deze kunnen nog steeds aangeschaft worden. Wij pleiten daarom voor inspanningen vanuit Europa om de groep PFAS mondiaal te verbieden en zo de hele aarde PFAS-vrij te maken. Slotpleidooi Wij steunen het restrictievoorstel met kracht. En zijn voorstander van het beëindigen van alle PFAS-stoffen op zo kort mogelijke termijn als het gaat om productie, het op de markt brengen, gebruiken, doorvoeren en verkopen van Groep PFAS en daarmee gemaakte producten binnen de EU en naar de EU. Wij zien het als onze grote verantwoordelijkheid om op te komen voor de gezondheid van onze inwoners en van toekomstige generaties, het voortbestaan van onze agrarische en recreatieve sector, onze mooie natuur en een schoon milieu. De nadelige gevolgen van PFAS op mens, natuur en milieu zijn bewezen. Het nu zaak om als Europa te laten zien, dat wij ons eensgezind en krachtig uitspreken voor een PFAS-verbod. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,

J.M. Ansems

M.J.M. van Driel

Lijst met bijlagen 1. PFAS IN PRODUCTS AND WATE STREAMS IN THE NETHERLANDS, ARCADIS, 28 may 2021 2. UITSPRAAK RECHTBANK DEN HAAG IN DE ZAAK CHEMOURS NETHERLANDS BV VS GS PROVINCIE ZUID-HOLLAND, ECLI:NL:RBDHA:2023:3302 3. RESULTATEN MONITORING GENX, PFOA EN PFOS IN OPPERVLAKTEWATER ALBLASSERDAM 4. RIVM PFAS IN GEWASSEN MOESTUINEN IN DORDRECHT, PAPENDRECHT, SLIEDRECHT EN MOLENLANDEN, 5 september 2022 5. ARCADIS, PFAS IN GROND EN WATER IN MOESTUINEN IN DE GEMEENTEN DORDRECHT, PAPENDRECHT, SLIEDRECHT EN MOLENLANDEN, 29 november 2022 6. NVWA MONSTERNAME 2018- 2022 7. ONDERZOEKSRAAD VOOR DE VEILIGHEID, INDUSTRIE EN OMWONENDEN, april 2023 8. RIVM, RISK ASSESSEMENT OF EXPOSURE TO PFAS THROUGH FOOD AND DRINKING WATER IN THE NETHERLANDS juli 2023 9. RIVM, DUIDING VAN PFAS IN ZWEMWATER RONDOM CHEMOURS, DORDRECHT, 14 juli 2023 10. THE CONCEPT OF ESSENTIAL USE FOR DETERMINING WHEN USES OF PFASs CAN BE PHASES OUT, ROYAL SOCIETY OF CHEMISTRY, environ sci: process impacts, 2019, 21, 1803-1815 11. STAAT STELT 3M AANSPRAKELIJK VOOR PFAS-SCHADE IN WESTERSCHELDE, 23 mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/651/documents/11500