D02. 20220419 RIB Proces drie vastgestelde verordeningen GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer onderwerp
19 april 2022 C.D. van Petersen 2022-0057260 14 078 Proces drie vastgestelde verordeningen GR Sociaal
Geachte heer, mevrouw, Hierbij informeren we u over het gevolgde proces tot vaststelling van drie financiële verordeningen in relatie tot de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, de opvolger van de voormalige Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Op 10 maart 2022 heeft het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal de volgende drie financiële verordeningen vastgesteld: 1. De controleverordening 2022 GR Sociaal; 2. De financiële verordening 2022 GR Sociaal; 3. De bijdrageverordening 2022 GR Sociaal. Eerder zijn deze stukken in concept met de colleges van de Drechtsteden gedeeld. Hierbij is aangegeven dat in bovenstaande verordeningen een aantal technische wijzigingen nodig waren. Maar dat er geen inhoudelijke wijzigingen zouden plaatsvinden. De verordeningen die eerder door het Drechtstedenbestuur voor zienswijze aan uw raad zijn voorgelegd en door de Drechtraad zijn vastgesteld, bleven daarmee inhoudelijk gelijk doordat zij 'as-is' over zouden gaan van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden naar de GR Sociaal. Daarmee werd geborgd dat de juiste wettelijke financiële basis voor de uitvoering van het beleid ingeregeld zou zijn bij de overgang van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden naar de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal per 1 januari 2022.
Over dit proces heeft wethouder Verver- van Geesbergen ook een mededing gedaan in de vergadering van de commissie ABZ op 7 februari 2022. Zienswijze De aangepaste verordeningen kennen geen inhoudelijke wijzigingen. Na overleg met de samenwerkende gemeenten, is daarom door het bestuur besloten om over de aangepaste verordeningen geen zienswijze van de gemeenteraden te vragen. De overwegingen hierbij zijn: - Inhoudelijk wijzigen de verordeningen niet ten opzichte van de bestaande verordeningen onder de GR Drechtsteden. De toegevoegde waarde van een nieuwe zienswijze op reeds bestaande verordeningen ontbreekt; - Door de verkiezingen en het ontbreken van raadsvergaderingen in maart, zou een zienswijze (die een doorlooptijd van drie maanden kent) erg laat gegeven kunnen worden. Indien daadwerkelijk inhoudelijke wijzigingen nodig zijn zullen deze in nieuwe versies van de verordeningen alsnog richting de gemeenteraden komen voor het uitbrengen van een zienswijze. - De Gemeenschappelijke Regeling Sociaal is per 1 januari 2022 van start gegaan. Uitstel van vaststelling door het Bestuur levert een risico op dat er door de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal niet rechtmatig kan worden gehandeld maar kan ook onduidelijkheid geven in de wijze waarop de samenwerking is ingeregeld.
Toegepaste wijzigingen De noodzakelijke, technische aanpassingen die nu in de verordeningen zijn doorgevoerd betreffen: Controleverordening: Vanaf 2022 wordt de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd, de besluitvorming in de Tweede Kamer wordt begin 2022 verwacht. Hierop is geanticipeerd. Hierdoor is het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk voor een verklaring over de verantwoording van de (financiële) rechtmatigheid van de organisatie. Dit lag tot en met 2021 bij de accountant. Financiële verordening: Verwerkt zijn de besluiten voortvloeiend uit het rapport Financieel Kader SDD van 3 september 2020 (rapport Bosland). De (proces)afspraken die rond het Financieel Kader zijn gemaakt en de inbreng en verantwoordelijkheid vanuit de regio blijven onverminderd van kracht (“as is”); Verwerkt is de huidige praktijk dat jaarlijks één begroting wordt aangeboden; Toegevoegd is de rechtmatigheidsverantwoording zoals die vanaf 2022 zal gelden. De parlementaire behandeling is uitgesteld en is begin 2022 geagendeerd; Grensbedrag rechtmatigheid: de bandbreedte is 0 - 3% van de begrote lasten, aangesloten is bij de 1% grens voor de accountantscontrole. 1% van de begrote lasten 2022 is een bedrag van € 2,8 miljoen; Overeenkomstig het advies van de commissie BBV is een grensbedrag voor incidentele baten en lasten opgenomen.
De grens waarboven individuele incidentele baten en lasten worden gerapporteerd is € 100.000; Artikel 5 lid 4 luidt: “De tussentijdse rapportages worden aan de gemeenten toegezonden. Zij worden niet vooraf voor zienswijze aan de raden gezonden, ook niet in geval de rapportage een wijziging van de begroting bevat.” Hiermee wordt de keuze gemaakt zoals bedoeld in art 35 Wgr. De reden is dat het afwijkingen betreffen op de uitvoering van beleid dan wel financiële vertaling van genomen besluiten en het karakter van de rapportages een korte doorlooptijd vraagt. Deze keuze werd binnen de GR Drechtsteden de afgelopen jaren reeds in praktijk gebracht. Bijdrageverordening: De bijdrageverordening is gebaseerd op de in 2021 geldende afspraken die ook in 2022 zullen gelden (principe “as is”). Vervolg Het Algemeen Bestuur heeft zoals gemeld de financiële verordeningen op 10 maart 2022 vastgesteld. In april-mei gaan de gemeente samen met de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal werken aan de inhoudelijke aanpassing van de financiële verordeningen (indien nodig), zoals de bijdrageverordening. Die zal gelijktijdig met de begroting 2023 in april 2022 voor zienswijze zal worden aangeboden aan de gemeenteraden. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,
J.M. Ansems, MSc
mr. drs. A.M.M. Jetten
Bijlagen: 1. De controleverordening 2022 GR Sociaal; 2. De financiële verordening 2022 GR Sociaal;
3. De bijdrageverordening 2022 GR Sociaal.
Controleverordening Openbaar Lichaam Sociaal Het Algemeen Bestuur, gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 17 januari 2022 en gelet op artikel 213 Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, alsmede artikel 25, derde lid van de gemeenschappelijke regeling Sociaal; besluit: vast te stellen de navolgende Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van het Openbaar Lichaam Sociaal Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. accountant: de in artikel 213 Gemeentewet lid 2 bedoelde, bevoegde deskundige die door het Algemeen Bestuur wordt aangewezen en wordt belast met de controle van de jaarrekening, de verstrekking van de accountantsverklaring en het uitbrengen van het verslag van bevindingen. 2. accountantscontrole: de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door het Algemeen Bestuur benoemde accountant van: a. het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten, activa en passiva en de rechtmatigheidsverantwoording; b. het in overeenstemming zijn van de door het Dagelijks Bestuur opgestelde jaarrstukken met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet; c.
de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in acht worden genomen; 3. rechtmatigheid: het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden; 3. rechtmatigheidsverantwoording: Een door het Dagelijks Bestuur afgegeven verantwoording als onderdeel van de jaarrekening waaruit blijkt in welke mate er rechtmatig is gehandeld. Het gaat hierbij om de financiële rechtmatigheid. 4. deelverantwoording: een in opdracht van het Algemeen Bestuur ten behoeve van de verslaglegging opgestelde verantwoording van een afzonderlijk organisatieonderdeel binnen het openbaar lichaam, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de jaarrekening; 5. openbaar lichaam het openbaar lichaam Sociaal. Controleverordening openbaar lichaam Sociaal
1
Artikel 2 Opdrachtverlening accountantscontrole 1. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door Het Algemeen Bestuur te benoemen accountant. Het Algemeen Bestuur stelt de periode van de benoeming vast. 2. Het Dagelijks Bestuur bereidt in overleg met het Algemeen Bestuur de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3. Het Algemeen Bestuur stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: a. de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening; b. de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties); c. de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; d. de eventueel aanvullend uit te voeren tussentijdse controles; e. de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor iederꞏ afzonderlijk te controleren begrotingsjaar: f. de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden; 4.
In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt het Algemeen Bestuur voor de selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast. 5. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks voor het te controleren boekingsjaar vast: a. het controleprotocol, met de goedkeurings- en rapporteringstoleranties, en het geldende normenkader; b. de posten van de jaarrekening en de posten van de deelverantwoordingen waaraan de accountant bij zijn controle specifieke aandacht dient te besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren. Artikel 3 Informatieverstrekking 1. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarstukken (bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening) conform de geldende interne en externe wet- en regelgeving. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat alle aan de jaarstukken ten grondslag liggende verordeningen, nota’s, besluiten van het Dagelijks Bestuur, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn. 3. Bij de jaarstukken bevestigt het Dagelijks Bestuur schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie die van belang is voor de oordeelsvorming van de accountant, is verstrekt. 4.
Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor behandeling van de jaarstukken in het Algemeen Bestuur beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarstukken geven, wordt terstond door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur en de accountant gemeld. Artikel 4 Inrichting accountantscontrole 1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. Artikel 5 Toegang tot informatie 1. De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren en informatiedragers van het openbaar lichaam. Controleverordening openbaar lichaam Sociaal
2
2. De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking verlenen. 3. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat alle organisatieonderdelen van het openbaar lichaam zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie. Artikel 6 Overige controles en opdrachten 1. Het Dagelijks Bestuur kan de door het Algemeen Bestuur benoemde accountant een opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid, voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. 2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om voor andere werkzaamheden dan de controle zoals bedoeld in deze verordening en die een oordeel of advies van een accountant vereisen, een andere dan de door het Algemeen Bestuur aangewezen accountant in te schakelen. Artikel 7 Rapportering 1.
Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan het Algemeen Bestuur en zendt een afschrift hiervan aan het Dagelijks Bestuur. 2. In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen, brengt de accountant over de door hem uitgevoerde interimcontrole verslag uit: a. aan het Algemeen Bestuur via een boardletter over de van bestuurlijk belang zijnde bevindingen; b. aan het Dagelijks Bestuur en de Secretaris/Algemeen directeur via een managementletter. 3. De accountantsverklaring, het verslag van bevindingen, en de boardletter worden voor verzending aan het Algemeen Bestuur door de accountant aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd met de mogelijkheid voor het Dagelijks Bestuur om op deze stukken te reageren. 4. De accountant bespreekt voorafgaand aan de behandeling van de jaarstukken in het Algemeen Bestuur, het verslag van bevindingen met de leden van het Algemeen Bestuur die belast zijn met bedrijfsvoering en financiën. en/of een voor dit doel door het Algemeen Bestuur ingestelde vertegenwoordiging.en de Secretaris/Algemeen directeur. Artikel 8 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2022. 2.
De Controle verordening Openbaar Lichaam Drechtsteden, zoals vastgesteld op 5 juni 2018 2022, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 9 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Controleverordening openbaar lichaam Sociaal'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022.
drs. D.J. van Maanen secretaris
Controleverordening openbaar lichaam Sociaal
drs. P.J. Heijkoop voorzitter
3
Controleverordening: Artikelgewijze toelichting Algemeen Met het omvormen van de GR Drechtsteden naar de GR Sociaal, is ook de controleverordening aangepast aan de nieuwe situatie. Deze controleverordening geldt vanaf 1 januari 2022. Dat betekent dat deze ook betrekking heeft op de jaarstukken 2021, die door het Algemeen Bestuur in 2022 worden vastgesteld. Artikel 1 Vanaf 2022 wordt de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd, de besluitvorming in de kamer verwachten wij begin 2022. Hier hebben we op geanticipeerd. Hierdoor is het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk voor een verklaring over de verantwoording van de (financiële) rechtmatigheid van de organisatie. Dit lag tot en met 2021 bij de accountant. Artikel 2 In de tekst van dit artikel is uitgelegd dat het Algemeen Bestuur de opdrachtgever is.. Artikel 3 Artikel 3 van de verordening regelt de verplichtingen van het Dagelijks Bestuur voor de verstrekking van achterliggende informatie aan de accountant.. Artikel 4 en 5 In dit artikel is benoemd hoe de accountantscontrole wordt ingericht en hoe de toegang tot de informatie van deze controle is geregeld. Artikel 6 Naast de accountantscontrole kunnen nog andere controle-opdrachten zijn binnen de GRS. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur bevoegd om deze te verstrekken Artikel 7 In dit artikel is opgenomen hoe de rapportering gaat over de door de accountant uitgevoerde controles.
Artikel 8 en 9 Deze spreken voor zich.
Controleverordening openbaar lichaam Sociaal
4
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam Sociaal, gezien het voorstel van het Dagelijks bestuur van 17 januari 2022 en gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, alsmede artikel 28 van de Gemeenschappelijke Regeling van het Openbaar Lichaam Sociaal; besluit: Vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van het Openbaar Lichaam Sociaal. Hoofdstuk 1
Begripsomschrijving
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van het openbaar lichaam en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. financiële administratie:
het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van het openbaar lichaam, om te komen tot een goed inzicht in: 1. de financieel-economische positie; 2. het financiële beheer; 3. de uitvoering van de begroting; 4. het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.
c. rechtmatigheid:
het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden.
d. openbaar lichaam:
Gemeenschappelijke Regeling Sociaal.
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal
1
Hoofdstuk 2
Begroting en verantwoording
Artikel 2 Programmabegroting en jaarstukken 1. Het Algemeen Bestuur stelt de programma-indeling vast. 2. Het Algemeen Bestuur stelt de taakvelden en de beleidsopgaven per begrotingsprogramma vast. 3. Het Algemeen Bestuur stelt per begrotingsprogramma of beleidsopgave de beleidsindicatoren vast. 4. In de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de uitvoering van de begroting. Artikel 3 Kaders en verantwoording 1. Het Financieel kader wordt uitgewerkt in een Uitgangspuntennotitie. De notitie legt de regionale èn lokale uitgangspunten en beleidskeuzes vast en vormt de basis van de begroting. Jaarlijks wordt de notitie opgesteld en in januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. Het opstellen van de notitie is een gezamenlijk proces met gemeenten, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. De gemeenten brengen hun wensen inzake lokaal beleid in. 2. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april aan het Algemeen Bestuur de ontwerp-begroting voor het volgend begrotingsjaar met een meerjarenraming. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk acht weken voor het vaststellen van de ontwerp-begroting door het Algemeen Bestuur toe aan de raden van de Gemeenten. De ontwerpbegroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het Algemeen Bestuur.
Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en meerjarenraming vast vóór 1 augustus. 3. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april de concept-jaarstukken over het voorliggende boekjaar aan de raden van de Gemeenten om hun zienswijze kenbaar te kunnen maken. De concept-jaarstukken worden tegelijkertijd aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarstukken vast vóór 15 juli. Artikel 4 Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten alsook de stortingen en de onttrekkingen aan reserves per programma. 2. Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de daarin opgenomen vervangingsinvesteringen. 3. Voor investeringen waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het Dagelijks Bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan het Algemeen Bestuur voor. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in het Algemeen Bestuur doet het Dagelijks Bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en investeringskredieten, en voor het bijstellen van het beleid.
In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het Dagelijks bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. Artikel 5 Tussentijdse rapportage 1. Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van twee bestuursrapportages over de realisatie van de begroting, over de eerste 4 maanden, en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. 2. De bestuursrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en gaat in op afwijkingen ten opzichte van de begroting, zowel wat betreft lasten en baten, investeringen, risico’s als realisatie van beleidsvoornemens. 3. De 1e bestuursrapportage wordt aan het Algemeen Bestuur aangeboden voor vaststelling in de maand juli. De 2e bestuursrapportage wordt aan het Algemeen Bestuur aangeboden voor vaststelling in de maand december.
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal
2
4. De tussentijdse rapportages worden aan de gemeenten toegezonden. Zij worden niet vooraf voor zienswijze aan de raden gezonden, ook niet in geval de rapportage een wijziging van de begroting bevat. Hoofdstuk 3
Financieel beleid
Artikel 6 Waarderen en afschrijving vaste activa De regels omtrent waarderen en afschrijven van vaste activa zijn in een aparte nota “Activabeleid” vastgelegd. Artikel 7 Reserves en voorzieningen Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur tenminste eens in de vier jaar een nota risicomanagement en weerstandsvermogen aan. Deze nota wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld en behandelt het risicomanagement, risico-inventarisatie, rapportage over risico's en beleid inzake weerstandsvermogen en vorming en besteding van reserves. Artikel 8 Incidentele baten en lasten Het grensbedrag voor het opnemen van de incidentele baten en lasten in het verplichte overzicht incidentele baten en lasten in jaarrekening en begroting bedraagt € 100.000. Artikel 9 Financieringsfunctie Het financieringsstatuut bevat de meerjarige kaders voor de financieringsactiviteiten. Dit statuut bevat tevens de taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. Het Dagelijks Bestuur beziet eens in de twee jaar of er aanleiding is het statuut te actualiseren. Hoofdstuk 4
Paragrafen
Artikel 10 Financiering In de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken worden de verplichte onderdelen van het Besluit Begroting en Verantwoording opgenomen. Tevens wordt het beleid uit het financieringsstatuut opgenomen. Artikel 11 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. De kaders over het financieel risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen alsmede de gewenste weerstandscapaciteit worden vastgelegd in de nota over het risicomanagement en het weerstandsvermogen. 2. Het Dagelijks Bestuur geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang, en de (financiële) impact gerelateerd aan de omvang en de inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Risico’s worden opgenomen die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De ondergrens van een materieel risico bedraagt € 100.000. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit, en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. 4.
Afwijkingen van importantie op de risico's of de weerstandscapaciteit worden vermeld in de Tussentijdse rapportages zoals bedoeld in artikel 5.
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal
3
Artikel 12 Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. In de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken geeft het Dagelijks Bestuur een toelichting op de geconstateerde onrechtmatigheden zoals die in de jaarrekening zijn gepresenteerd en geeft een verklaring hiervoor alsmede maatregelen ter voorkoming hiervan in de toekomst.. Artikel 13 Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf Verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten provincies en gemeenten opgenomen. Artikel 14 Onderhoud kapitaalgoederen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval de voortgang van het geplande onderhoud aan kapitaalgoederen op. Hoofdstuk 5
Financiële organisatie en administratie
Artikel 15 Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in het openbaar lichaam als geheel en in de organisatieonderdelen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen, schulden, en contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren voor de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten van het gevoerde beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. Artikel 16 Financiële administratie Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat: a. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; b.
de vereiste informatie verstrekt wordt aan instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen. Artikel 17 Financiële organisatie Het Dagelijks Bestuur draagt de zorg voor: a. een eenduidige indeling van de organisatie van het openbaar lichaam en een eenduidig toewijzing van de taken van het openbaar lichaam aan de organisatieonderdelen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal
4
d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden en beleidsopgaven; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 18 Rechtmatigheid 1. In de jaarrekening neemt het Dagelijks Bestuur de rechtmatigheidsverantwoording op. 2. In de paragraaf bedrijfsvoering licht het Dagelijks bestuur geconstateerde rechtmatigheidsfouten nader toe en vermeldt de oorzaken en de maatregelen die zij neemt om rechtmatigheidsfouten te voorkomen. 3. Voor de rechtmatigheidsverantwoording wordt een verantwoordingsgrens gehanteerd van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves.
Artikel 19 Interne controle 1. Het Dagelijks Bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel. 2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van het openbaar lichaam met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de registratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. Hoofdstuk 6
Slotbepalingen
Artikel 20 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2022. 2. De Financiële verordening Openbaar Lichaam Drechtsteden, zoals vastgesteld op 1 januari 2018, wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 21 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022.
drs. D.J. van Maanen secretaris
Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal
drs. P.J. Heijkoop voorzitter
5
Het Algemeen Bestuur, ingevolge artikel 28, eerste lid, Gemeenschappelijke regeling Sociaal; Besluit vast te stellen de navolgende:
Verordening financiële bijdragen deelnemers Openbaar lichaam Sociaal Artikel 1: Begripsbepalingen a. de regeling: b. deelnemer: c. de GRS: d. voorlopige bijdrage:
e. definitieve bijdrage: f. gezamenlijke diensten: g. uitvoeringstoets: h. dienstverleningsovereenkomst:
de Gemeenschappelijke regeling Sociaal; een gemeente die deelneemt aan de regeling; het Openbaar lichaam Sociaal; het bedrag dat een deelnemer krachtens de begroting voor een boekjaar aan de GRS is verschuldigd, waartoe indien van toepassing ook de rijksbijdragen die een deelnemer ontvangt worden gerekend; het bedrag dat een deelnemer krachtens de jaarrekening over een boekjaar aan de regeling is verschuldigd;\ taken zoals deze zijn opgenomen in artikel 5 lid 1, 2 en 5 van de regeling. een toets waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat de gevolgen van lokale wensen in de gezamenlijke diensten op de bedrijfsvoering van en uitvoering door de GRS een overeenkomst, die wordt gesloten door de GRS met één of meerdere deelnemers (niet alle deelnemers) of een andere organisatie, buiten gezamenlijke diensten om.
Artikel 2: Doel Deze verordening regelt de grondslag en de wijze van berekening van de door de deelnemers per boekjaar verschuldigde financiële bijdrage aan de GRS. Artikel 3: Grondslag voor bijdrage 1. Een deelnemer is een bijdrage verschuldigd indien hij de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5, van de regeling heeft gedelegeerd, heeft gemandateerd of volmacht of machtiging heeft verleend aan de GRS. 2. Een deelnemer is op basis van de dienstverleningsovereenkomst (DVO) een bijdrage verschuldigd voor de uitgevoerde taken buiten de taken opgenomen in artikel 5 van de regeling. Artikel 4: Vaststelling Bijdrage 1. Aan de hand van een verdeelsleutels wordt de bijdrage van de deelnemers aan de GRS bepaald. Deze verdeelsleutels worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur. 2. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks in de begroting de voorlopige bijdragen per deelnemer vast. 3. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks in de jaarrekening de definitieve bijdragen per deelnemer vast.
1
4.
De definitieve bijdragen worden, met inachtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid inzake reserves en weerstandsvermogen, bepaald op basis van de werkelijke kosten voor het desbetreffende boekjaar verminderd met de overige inkomsten.
Artikel 5: Zorgplicht De deelnemers dragen er zorg voor dat de GRS te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Artikel 6: Betaling van de bijdrage 1. Deelnemers betalen elke maand een voorschot op de voorlopige bijdrage. 2. Betaling van de definitieve bijdrage minus betaalde voorschotten vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening. Artikel 7: Bijdragen 1. De financiële bijdrage van gemeenten voor de bekostiging van de WMO individuele voorzieningen (vervoersvoorzieningen, rolstoelen en woonvoorzieningen), collectief vervoer de Drechthopper en de Huishoudelijke Ondersteuning, worden overgedragen op basis van voorcalculatie. De realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar vormen de basis voor de hoogte van de voorcalculatorische budgetoverdracht in enig jaar. De afrekening zal plaatsvinden door middel van nacalculatie. Voor de bekostiging van de taken maatwerkvoorzieningen Begeleiding en Kortdurend Verblijf, Persoonlijke Verzorging en Inkomensondersteuning, worden de middelen die de gemeenten hiervoor ontvangen binnen de integratie-uitkering sociaal domein 1 op 1 overgedragen aan de GRS. Bij een tekort wordt naar rato van de ingelegde middelen per gemeente het bij te betalen bedrag verdeeld over de gemeenten. 2.
De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a van de regeling (Participatiewet) is gelijk aan de hoogte van het door het Rijk toegekende integratie-uitkering sociaal domein, onderdeel gebundeld Participatiebudget (re-integratiebudget en middelen Wsw). In basis zullen zich op dit programma-onderdeel geen tekorten voordoen door budgetsturing. Binnen het participatiebudget maken de middelen Wsw onderdeel uit van de begroting van de GR Drechtwerk. Tekorten en overschotten worden met de gemeenten verrekend via GR Drechtwerk. 3. De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b, c en d van de regeling (Inkomensondersteuning, WWB, IOAW, IOAZ, BBZ) is gelijk aan de hoogte van het door het Rijk toegekende budget. Tekorten en/ of overschotten op dit programmaonderdeel worden in eerste instantie onttrokken of toegevoegd aan de hiervoor bestemde reserve. Resterend tekorten en/ of overschotten worden door de deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen c.q. terugontvangen. De verdeling van een eventueel tekort of overschot gebeurt op grond van de verdeelsleutel die gebaseerd is op het vijfjaar voortschrijdend gemiddelde bijstandsontvangers.
Verbijzondering op het onderdeel BBZ (Rijksverplichting); Voor het specifieke onderdeel van de BBZ, zijnde declaratiedeel BBZ, dragen de deelnemers bij op basis van voorschot aan de declarabele uitgaven BBZ. De hoogte van de financiële bijdrage wordt bepaald in de maandelijkse liquiditeitsbegroting. Een aan het eind van een jaar wordt op basis van nacalculatie afgerekend met gemeenten. Reserves/voorziening zijn hier niet van toepasing. 4. De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder f van de regeling (Kinderopvang) is op basis van voor- en nacalculatie. De realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar vormen de basis voor de hoogte van de voorcalculatorische budgetoverdracht in enig jaar. Indexatie is hierop van toepassing. Na afloop van enig begrotingsjaar vindt nacalculatie plaats per gemeente. Kinderopvang voor klanten die re-integratie- of inburgeringstrajecten volgen, worden gedekt uit het Gebundeld Participatiebudget. 5. De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder b van de regeling (Minimabeleid) wordt vastgesteld op basis op grond van de verdeelsleutel die gebaseerd is op het vijfjaar voortschrijdend gemiddelde bijstandsontvangers. 2
6.
7.
8.
9.
Resterende tekorten en/ of overschotten worden door de deelnemende gemeenten gezamenlijk gedragen c.q. terugontvangen. De verdeling van een eventueel tekort of overschot gebeurt eveneens op grond van de genoemde verdeelsleutel. De hoogte van de bijdrage van de deelnemer voor de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder h van de regeling (Schuldbemiddeling en budgetadvies) is op basis van voor- en nacalculatie. De realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar vormen de basis voor de hoogte van de voorcalculatorische budgetoverdracht in enig jaar Na afloop van enig begrotingsjaar vindt nacalculatie plaats per gemeente. Wet op de lijkbezorging (artikel 7 lid 1 onder Sociaal, onderdeel a van de regeling) Met gemeenten die deze taak aan de GRS hebben overgedragen vindt verrekening plaats op basis van facturatie, deze vindt éénmaal per jaar plaats te weten in de maand december van betreffende jaar. De bijdrage van een gemeente aan de apparaatskosten van de GRS, wordt berekend op grond van de verdeelsleutel die gebaseerd is op het vijfjaar voortschrijdend gemiddelde bijstandsontvangers. Uitzondering hierop vormen de uitvoeringskosten voor de WMO. Gemeenten ontvangen van het Rijk hiervoor een bijdrage in de integratie-uitkering WMO in de Algemene Uitkering. Deze kosten worden jaarlijks reëel begroot doch tot maximaal 68,21% van de bijdrage van het Rijk.
De SDD zal dit gebruiken om een deel van de apparaatskosten WMO binnen haar begroting te dekken. Bij de apparaatskosten voor uitvoering van de maatwerkvoorzieningen Begeleiding en Kortdurend Verblijf, Persoonlijke Verzorging en Inkomensondersteuning, dragen de gemeenten bij naar rato van de WMO middelen (= onderlinge verhouding budget integratie uitkering Sociaal domein tussen gemeenten) die zij hiervoor ontvangen binnen de integratieuitkering sociaal domein. Bij de GRD-dochters Bureau Drechtsteden/ Regiogriffie is sprake van publiekrechtelijke taakoverheveling naar GRS. Van het bijbehorend budget blijft een deel als overhead bij de GRD/ GRS. De bijdrage van een gemeente aan dit budget, wordt voor 2022 berekend op basis van het inwoneraantal van die deelnemer in verhouding tot het totaal van het inwonertal van alle deelnemers gezamenlijk. Maatstaf voor het aantal inwoners van een deelnemer is het aantal inwoners dat de deelnemer telt volgens de per 1 juli van het tweede jaar voorafgaande aan het boekjaar waarop de bijdrage betrekking heeft, door het Centraal Bureau voor Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Vanaf 2023 gelden er nieuwe verdeelsleutels. Bovengenoemd budget volgt vanaf 2023 de verdeelsleutel van de apparaatskosten van GRS (uitvoeringskosten en overhead).
Artikel 8: Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. De Verordening financiële bijdragen deelnemers Openbaar lichaam Drechtsteden, zoals vastgesteld op 7 april 2015, wordt met ingang van die datum ingetrokken. Artikel 9: Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening financiële bijdragen deelnemers Openbaar lichaam Sociaal’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 maart 2022.
drs. D.J. van Maanen secretaris
drs. P.J. Heijkoop voorzitter
3