D01. 20260108 RIB Ondertekening inrichtingsconvenant Groenblauwe Dooradering A5H_met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum
06-01-2026
behandeld door
M. van Rosmalen
ons kenmerk
2025-0132583
doorkiesnummer Onderwerp
Ondertekening inrichtingsconvenant Groenblauwe Dooradering A5H
Geachte mevrouw, heer, De Alblasserwaard–Vijfheerenlanden staat de komende jaren voor grote opgaven op het gebied van biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaatadaptatie en landschappelijke kwaliteit. De regio werkt gezamenlijk aan de ambitie om in 2050 minimaal 10% groenblauwe dooradering (GBDA) in het landelijk gebied te realiseren. In samenwerking met gemeenten, waterschap en provincies is een regionale landschapsverkenning uitgevoerd. Deze geeft inzicht in de stappen die nodig zijn om de 10%-doelstelling te behalen, zowel op agrarische gronden als op publieke terreinen. Als vervolg hierop is het Inrichtingsconvenant Groenblauwe Dooradering A5H opgesteld. Hiermee spreken de regionale overheden af hoe zij gezamenlijk hun bijdrage leveren aan het realiseren en versterken van groenblauwe structuren op publieke gronden. Doel van het convenant Het convenant biedt een gezamenlijk bestuurlijk en uitvoeringsgericht kader gericht op: • het realiseren van een gebiedsdekkend en samenhangend groenblauw netwerk; • versterking van biodiversiteit, leefgebied voor soorten, waterkwaliteit, klimaatbestendigheid en landschappelijke identiteit; • toepassing van natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen in de openbare ruimte; • integratie van GBDA in instrumenten van de Omgevingswet en gemeentelijke beleids- en beheerplannen.
Daarnaast wordt gewerkt aan gezamenlijke ontwikkeling van SMART-doelen, communicatie richting inwoners en ondernemers, en verkenning van een regionaal landschapsfonds. Afspraken en betekenis voor de gemeente In het convenant spreken partijen af dat zij: • het Handboek Groenblauw A5H toepassen volgens het pas toe of leg uit-principe; • ecologisch beheer en natuurinclusieve inrichting in het openbaar gebied bevorderen; • regionaal samenwerken aan beleid, uitvoering, monitoring en kennisontwikkeling. Voor de gemeente betekent dit dat bestaande beleidslijnen – zoals natuurinclusieve inrichting, biodiversiteitsversterking en klimaatadaptatie – worden versneld en regionaal beter afgestemd. Het convenant kent een inspanningsverplichting, geen juridische resultaatsverplichtingen. De gemeente behoudt beleidsvrijheid en besluit per project over inzet van middelen. Uitvoering en vervolg De uitvoering vindt plaats binnen het regionale project GBDA A5H, onderdeel van het Gebiedsplan Alblasserwaard. In de periode 2025–2028 worden onder meer gerealiseerd: • circa 250 hectare extra sloot- en oeverbeheer; • 10.000 knotbomen; • erfbeplanting bij 65 agrariërs; • begeleiding voor 50 particuliere grondeigenaren; • start met de aanleg van 20 hectare GBDA op gemeentelijke gronden (pilot).
Daarnaast worden boeren en loonwerkers opgeleid in ecologisch beheer, wordt gewerkt aan een regionale zaden- en bomenbank en wordt monitoring van biodiversiteit en waterkwaliteit versterkt. Na 2028 volgt een verdere opschaling richting de 10%-doelstelling in 2050. Aansluiting op gemeentelijk beleid De ambities uit het Inrichtingsconvenant sluiten nauw aan op de gemeentelijke beleidsontwikkeling. Papendrecht werkt momenteel aan een omgevingsprogramma Groenblauw Netwerk, waarin maatregelen worden uitgewerkt om ecologische verbindingen te versterken en biodiversiteit te bevorderen. Het convenant biedt hiervoor een duidelijke impuls, doordat het afspraken bevat over gezamenlijke uitvoering en toepassing van het Handboek Groenblauw A5H. Daarnaast is het convenant complementair aan het reeds gepubliceerde omgevingsprogramma Klimaatadaptatie. Dit programma stimuleert onder andere vergroening om de stedelijke omgeving klimaatbestendig te maken. De inzet op ecologisch beheer en waterstructuren vanuit het convenant sluit hier naadloos op aan en versterkt de koppeling tussen biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. In de Omgevingsvisie zijn thema’s als biodiversiteit, water, klimaatbestendigheid en een gezonde leefomgeving benoemd als belangrijke aandachtspunten.
Het convenant ondersteunt deze ambities door regionale afspraken en uitvoeringsmaatregelen te bieden, waardoor Papendrecht haar beleidsdoelen in samenhang met de regio kan realiseren. Financiële aspecten Ondertekening van het convenant brengt geen directe financiële verplichtingen met zich mee. Wel kan in toekomstige projecten aanvullende inzet nodig zijn voor: • ecologisch beheer; • inrichting of versterking van groenblauwe elementen; • monitoring en communicatie. Deze kosten zijn deels al verankerd in het gebiedsbod Groenblauwe Dooradering aan de provincie ZuidHolland. Communicatie en monitoring op regionaal niveau is hier bijvoorbeeld in opgenomen. Afspraken worden ook vastgelegd in gebiedsplan Alblasserwaard. Eventuele extra kosten worden per project aan het college voorgelegd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
Bijlage
M.J.M. van Driel
1. Inrichtingsconvenant Groenblauwe Dooradering 2. Handboek Groenblauwe Dooradering A5H
INLEIDING De Alblasserwaard-Vijfheerenlanden staat voor urgente opgaven. Herstel van biodiversiteit, de klimaatopgave, en verbetering van waterkwaliteit zijn noodzakelijk om onze leefomgeving toekomstbestendig te maken. Tegelijk willen we het agrarisch gebied vitaal houden en de regio aantrekkelijk houden om te wonen, werken en recreëren. De gevolgen van klimaatverandering maken duidelijk dat uitstel geen optie meer is. De groenblauwe dooradering (GBDA) is een cruciale schakel om deze uitdagingen aan te pakken. Een sterk netwerk van landschapselementen vergroot de biodiversiteit, biedt leefgebied voor soorten, versterkt de verbinding tussen stad en land, ondersteunt de landbouwtransitie en helpt ons aan een klimaatbestendig en gezond landschap.
Het doel is 10% groenblauwe dooradering realiseren in 2050 De 10%-norm is een minimumvoorwaarde om groenblauwe dooradering echt effectief te laten functioneren. Het gaat om een gebiedsdekkend, herkenbaar en samenhangend netwerk dat ecologisch, hydrologisch en landschappelijk werkt. Dat lukt niet met losse elementen: je hebt schaal nodig. Daarom 10%. Voor u ligt het convenant waarmee de gemeenten, het waterschap en de provincies gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de aanleg en versterking van de groenblauwe dooradering op hun openbare gronden. Het convenant legt gezamenlijke ambities vast en geeft richting aan een samenhangende uitvoering. Samen zetten we een concrete stap naar een veerkrachtig, biodivers en toekomstbestendig landschap. We werken daarmee aan een leefomgeving: • waarin agrariërs duurzaam kunnen produceren, • waarin inwoners en bezoekers het landschap kunnen beleven, • met voldoende ruimte en geschikt leefgebied voor planten en dieren, • die bestand is tegen klimaatverandering. Met dit convenant geven we als overheden het goede voorbeeld door de groenblauwe dooradering actief en zichtbaar te versterken.
ONZE AFSPRAKEN
1. We maken een overzichtskaart waarop we de locaties en mogelijkheden voor groenblauwe dooradering duidelijk in beeld brengen. Met deze kaart brengen we in beeld waar we nieuwe verbindingen kunnen leggen of bestaande groene en blauwe structuren kunnen versterken. We benutten deze kansen actief om een samenhangend groenblauw netwerk te realiseren dat natuur, bewoond- en landelijk gebied met elkaar verbindt. 2. Bij het inrichten en beheren van onze buitenruimten passen wij natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen standaard toe. Hiervoor hanteren we het handboek “Groenblauw A5H”. Wanneer hiervan wordt afgeweken, lichten we dit gemotiveerd toe volgens het ‘pas toe of leg uit’-principe. In het handboek staat: a. Dat de inrichtingsprincipes uit de landschapsverkenning en het handboek Groenblauw A5H’ als standaard worden gehanteerd bij ruimtelijke ingrepen en herinrichting van terreinen. b. Daar waar mogelijk beheren wij de openbare ruimte ecologisch en creëren we verbindingen tussen bestaande natuur, onze openbare buitenruimte en het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. c. Bij de (her)inrichting van de openbare buitenruimte in het landelijk gebied gebruiken wij landschapselementen die passen bij de verschillende landschapszones in onze streek. d. Bij de (groene) inrichting in het landelijk gebied gebruiken we streekeigen bomen, struiken en kruiden. 3.
We werken samen aan het opstellen van SMART doelen voor de kwaliteit en hoeveelheid groenblauwe dooradering. Deze doelen worden vertaald en verankerd in de instrumenten van de Omgevingswet, toegepast naar de inrichtings- en beheerplannen voor de openbare ruimte en naar aanbestedingsprojecten. 4. Wij communiceren over het belang en nut van de groenblauwe omgeving, verbeteren de bewustwording van onze inwoners en ondernemers en stimuleren hen om zelf ook in actie te komen. 5. We onderzoeken met elkaar of een regionaal landschapsfonds een bruikbaar instrument is om inrichting en het beheer van de groenblauwe dooradering verder te stimuleren en aanvullend te bekostigen.
TOELICHTING EN CONTEXT Het inrichtingsconvenant is een vrijwillige, maar niet vrijblijvende afspraak. De deelnemende partijen committeren zich om gezamenlijk te investeren in een duurzaam ingerichte openbare buitenruimte en daarmee actief bij te dragen aan een herkenbare, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Door dit convenant in de praktijk te brengen, geven we richting aan een omgeving waarin mens en natuur elkaar versterken en waarin ruimte blijft voor duurzame landbouw, biodiversiteit, water en recreatie. Bij de (her)inrichting en het beheer van de openbare ruimte – zowel in stedelijk als landelijk gebied – passen we streekeigen landschapselementen en inheemse beplanting toe en beheren we deze ecologisch. Daarmee versterken we de verbindingen tussen natuur, landbouw, dorpen en steden. Zo ontstaat een landschap dat biodiversiteit herstelt, leefgebieden biedt voor soorten die in het landelijke gebied van de veenweiden thuis horen, klimaatverandering beter kan opvangen en een herkenbare identiteit behoudt. Deze regionale inzet staat niet op zichzelf. In het Aanvalsplan Landschap werkt het Kennisnetwerk Deltaplan Biodiversiteit de landelijke doelstelling voor groenblauwe dooradering (GBDA) verder uit.
In dit brede samenwerkingsverband werken provincies, het Rijk (LNV, I&W, BZK), waterschappen, BoerenNatuur, LTO, onderwijsinstellingen zoals Yuverta, universiteiten, natuur- en milieuorganisaties, terreinbeheerders en diverse gemeenten samen aan de realisatie van een gebiedsdekkend groenblauw netwerk. Zij onderschrijven gezamenlijk het doel om in 2050 minimaal 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied te realiseren en faciliteren partners om deze ambitie waar te maken. De nationale en provinciale beleidskaders sluiten hier nadrukkelijk bij aan. Het Rijk heeft de 10%doelstelling opgenomen in een landelijke Kennisagenda Groenblauwe Dooradering. In Zuid-Holland is deze ambitie verankerd in de Herziening van het Provinciaal Omgevingsprogramma 2025, waarin de provincie ook inzet op een betere aansluiting tussen de groenblauwe structuren in het landelijk gebied en het stedelijke groenblauwe netwerk dat zij samen met gemeenten ontwikkelt. In Utrecht is het doel voor 10% groenblauwe dooradering opgenomen in het concept Utrechts Programma voor het Landelijk Gebied. Daarnaast is het Platform Groenblauwe dooradering actief waarin de uitvoering van groenblauwe dooradering door o.a. gemeenten, agrarische collectieven en provincie samen wordt vormgegeven. Ook op regionaal niveau wordt voortgebouwd op deze koers.
In het Gebiedsplan Alblasserwaard is een gezamenlijke uitvoeringsstrategie opgenomen om de 10%-doelstelling te behalen. Daarin is onder meer afgesproken om groenblauwe dooradering te verankeren in lokale omgevingsplannen en samen met beide provincies en het waterschap een monitoringsplan te ontwikkelen.
Met dit convenant sluiten we als regio aan op deze bredere beweging en geven we er concreet invulling aan. Door samen te werken aan de aanleg, versterking en het beheer van groenblauwe dooradering op overheidsgronden, dragen we bij aan een veerkrachtig landschap dat leeft, ademt en verbindt – voor huidige én toekomstige generaties.
HANDBOEK inrichting en beheer groenblauwe dooradering
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Handboek inrichting en beheer Inleiding
Dit handboek is een waardevol hulpmiddel voor alle partijen die samenwerken binnen het Inrichtingsconvenant Groenblauw. In dit convenant bundelen alle gebiedsbeherende organisaties uit de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden hun krachten om het landschap duurzaam te beheren en groenblauwe elementen in te richten. Het handboek biedt praktische tips, van inrichtingsprincipes tot ecologisch beheer.
Landschapselementen en ecosysteemdiensten
Het handboek biedt een gedetailleerde verkenning van de verschillende landschapselementen die kenmerkend zijn voor het landelijk gebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, en belicht de cruciale rol die ze spelen in het behoud van biodiversiteit, het versterken van de cultuurhistorie en het bieden van ecosysteemdiensten, zoals het mitigeren van de gevolgen van klimaatverandering.
Inrichtingsprincipes
In lijn met het Inrichtingsconvenant zijn in dit handboek de fundamentele inrichtingsprincipes uitgewerkt voor de verschillende landschapszones landschapszones, waarbij de groenblauwe dooradering met de streekeigen landschapselementen richting moet geven bij het inrichten van de (openbare) ruimte.
Basisprincipes ecologisch beheer
In het onderdeel ecologische beheerprincipes van dit handboek worden in het kort de basisprincipes voor het ecologisch beheer van (weg)bermen, bosschages en watergangen beschreven. De beheerprincipes zijn toegespitst op het groen en water in het landelijk gebied, maar ook toepasbaar op het openbaar groen en wateren in de bebouwde kom.
Bomen, Struiken en Kruiden
Bij de (her)inrichting in het landelijk gebied kiezen wij voor streekeigen inheemse bomen, struiken en kruiden. Inheemse soorten stimuleren de biodiversiteit, maar bieden daarnaast ook andere ecosysteemdiensten. Door verschillende soorten te mixen kan de bloeiboog (bloeiperiode) worden verlengd en wordt een monocultuur (= gevoeliger voor ziekte) voorkomen.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
LANDSCHAPSELEMENTEN A5H Streekeigen Landschapselementen verfraaien niet alleen onze leefomgeving, maar bieden daarnaast tal van ecosysteemdiensten. Er zijn een groot aantal verschillende streekeigen landschapselementen die van oudsher aanwezig zijn in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. In de ‘menukaart landschapselementen’ zijn de kenmerkende landschapselementen van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden op een rij gezet. Van elk landschapselement is aangegeven welk type het betreft (lijn, vlak, of puntvormig), de vereiste beheerinspanning voor onderhoud, en de meest geschikte landschapszone(s) waarin het landschapselement tot zijn recht komt. Daarnaast wordt de meerwaarde van het betreffende landschapselement voor zowel biodiversiteit als cultuurhistorie belicht. De laatste kolom van de menukaart benadrukt op welke wijze het landschapselement bijdraagt aan het aanpassen aan een veranderend klimaat, Voor een groot deel van de landschapselementen zijn factsheets gemaakt. Hierin een uitgebreide beschrijving van het landschapselement, de manier waarop deze dient te worden aanlegd en beheerd, de lanschapszone waarin het element het best tot z’n recht komt en de blauwgroene diensten die het betreffende element biedt. De factsheets zijn terug te vinden in: BIJLAGE I Landschapselementen Alblasserwaard BIJLAGE 2 Landschapselementen Vijfheerenlanden
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
LANDSCHAPSELEMENTEN EN GROENBLAUWE DIENSTEN De ‘menukaart landschapselementen’ is een matrix waarin de landschapselementen voor de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden zijn weergegeven. Voor elk landschapselement wordt aangegeven welk type element het betreft (lijn, vlak of puntvormig), wat de beheerinspanning is en in welke landschapszone(s) het element het beste past. Ook wordt per landschapselement de meerwaarde (de zogenaamde groenblauwe diensten) voor de biodiversiteit en de cultuurhistorie en klimaatadaptatie aangegeven. vorm landschapselement
beheer(frequentie)
lijnvormig vlakvormig
incidenteel beheer 1x per 5-10 jaar 1x per jaar 2x per jaar
puntvormig
> 2x per jaar
landschapselement
impact op: biodiversiteit en cultuurhistorie
voorkeurslocatie het dijklint
beperkte
open weidegebied
impact
de stad-landzone
veel
griendenlandschap
zeer veel
stroomrug
locatie / zone
hittestress
vernatten bodem
CO2 vastlegging
waterberging
tegengaan erosie
biodiversiteit
bomenrij/laan
houtige landschapselementen
infiltratie hemelwater
enige
het dorpslint
beheer
klimaatadaptatie draagt bij aan:
eendenkooi elzensingel erfbeplanting gerief/hakhoutbosje griendje half- en hoogstamboomgaard knotbomen(rij) solitaire boom vogel- en insectenbosje
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
cultuurhistorie klimaatadaptatie
dijken, bermen en randen
landschapselement
vorm
beheer
locatie / zone
biodiversiteit
kruidenrijke berm bomenrij in berm bloemdijk botanisch hooilandrand botanische weiderand bloemenblok poel / wiel
wateren en oever(s)
natuurvriendelijke oever rietzoom klein rietperceel (helofyt) prachtsloot (smal en breed) plasdras greppelplasdras
nieuw
voedselbos agroforestry-boomweide agroforesrtry - voederhaag
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
cultuurhistorie
klimaatadaptatie
INRICHINGSPRINCIPES A5H Voor de landschapszones zijn inrichtingsprincipes uitgewerkt waarbij de groenblauwe dooradering met de streekeigen landschapselementen richting moet geven bij het inrichten van de (openbare) ruimte. De groenblauwe dooradering biedt tal van diensten die soms moeilijk in financiële termen zijn uit te drukken, maar hun onschatbare waarde is overduidelijk. Ze spelen een essentiële rol bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie, waterkwaliteit, biodiversiteit, stikstof en landbouw. De groenblauwe dooradering versterkt het cultuurhistorische (slagen)landschap, waardoor het landschap aantrekkelijker wordt en bewoners hun leefomgeving meer waarderen en hier graag willen wonen en recreëren. Bij de tegels met het inrichtingsprincipe zijn de belangrijkste groenblauwe diensten weergegeven.
Groenblauwe diensten
Landschapszones In de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden kunnen op basis van (historisch) bodemgebruik, openheid, bebouwingsdichtheid en landschapselementen verschillende landschapszones worden onderscheiden met elk een eigen karakter. Samen vormen deze landschapszones het unieke cultuurhistorische landschap van de A5H. (bron: landschapsverkenning Groenblauwe dooradering Alblasserwaard en Vijfheerenlanden)
Legenda (landschapszones)
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
dijklint
halfopen griendenlandschap
dorpslint
uiterwaarden
weidegebied
stroomrug
stad-landzone
bebouwde kom
INRICHTINGSPRINCIPE WEIDEGEBIED Inrichting - Groenblauwe dooradering met respect voor openheid van het cultuurhistorische slagenlandschap.
huidige situatie
- Inpassing boerderijen en schuren met streekeigen (erf)beplanting.
- Daar waar mogelijk (i.r.t. weidevogels) herstel oude landschapselementen (pestbosjes, eendenkooi). - Op hovelingen langs wegen beplanting met streekeigen struiken / (knot)wilg /es.
- Langs de bredere watergangen (weteringen,vlieten) aanleg natuurvriendelijke oevers (noord/oostzijde)
Versterken cultuurhistorie
herstel oude slootstructuur, behouden openheid, herstel eendenkooien.
- Verbreden / herstel van slootpatroon en aanleg slootdriesprong/kopslootverruiming als stapsteen.
Hittestress
Schaduw voor het vee, maar ook voor de bewoners boerderijen
- Agroforestry (boomgaard, voederhaag) rond/tegen boerderij lager en aansluitend op erfbeplanting.
Verbeteren waterkwaliteit
door meer helofyten in sloot, waterplanten, ecologisch beheer oevers.
Vernatting
Betere infiltratie door natuurvriendelijke oevers, plasdrassen en Prachtsloten
Connectiviteit
verbinding tussen leefgebieden rivier en weidegebied.
Insecten
Door betere waterkwaliteit en fasering beheer meer insecten.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Weidevogels
openheid voor weidevogels, meer schuil- en foerageermogelijkheden.
INRICHTINGSPRINCIPE DIJKLINT Inrichting - Verdichting in de zone direct achter de dijk.
- Inpassing woonhuizen, boerderijen en schuren met streekeigen beplanting.
huidige situatie
- Stimuleren aanleg geriefhoutbosjes, voedselbos en (hoogstam boomgaard in zone direct achter de dijk. - Herstel hennepakkers.
- Aanleg poelen en herstel oude slootpatroon (kwelwater).
- Aanleg kleinschallige landschapselementen elzensingel, (rijtjes) knotbomen (doortrekken tot net over Tienweg).
Versterken cultuurhistorie
herstel oude slootstructuur, accentueren Tiendweg
- Benutten cultuurhistorische waarden van Tiendweg, door rijkelijk te beplanten met streekeigen beplanting.
Verbeteren waterkwaliteit
door meer helofyten in sloot, waterplanten, ecologisch beheer oevers.
Vastleggen CO2
door knotbomen, elzensingels, geriefhoutbosjes, boomgaarden en agroforestry
Connectiviteit
verbinding tussen leefgebieden rivier en weidegebied.
Aantrekkelijke leefomgeving kleinschallig knotcoulisse landschap, groene woonomgeving.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Hittestress
De vele bomen zorgen voor schaduw voor het vee, maar ook voor de bewoners en recreanten
INRICHTINGSPRINCIPE DORPSLINT Inrichting - Inpassing woonhuizen, boerderijen en schuren met streekeigen beplanting.
huidige situatie
- Stimuleren aanleg geriefhoutbosjes, voedselbos, agroforestry en (hoogstam)boomgaard in de zone direct achter/naast de bebouwing. - Herstel hennepakkers (cultuurhistorie).
- Aanleg poelen en herstel oude slootpatroon (kwelwater) - Aanleg kleinschallige landschapselementen, zoals elzensingel, (rijtjes) knotbomen. Beplanten van de hovelingen.
- Aanleg natuurvriendelijke oevers langs weteringen en vlieten.
Versterken cultuurhistorie
herstel oude slootstructuur, knotcoulisse doorkijkjes richting polder. Herstel landschapselementen (geriefhout, hennepakkers)
Recreatie
wandelroutes langs doorlint met doorkijkjes naar polder. Ommetje door polder via klompenpad.
Verbeteren waterkwaliteit
door meer helofyten in sloot, waterplanten, ecologisch beheer oevers.
Vastleggen CO2
door knotbomen, elzensingels, geriefhoutbosjes, boomgaarden en agroforestry
Aantrekkelijke leefomgeving kleinschallig knotcoulisse landschap, groene woonomgeving.
Diversiteit
Leefgebied voor tal van boerenlandvogels ringmus, putter, spotvogel, boerenzwaluw, steenuil en grauwe vliegenvanger
Connectiviteit
verbinding tussen leefgebieden dorpslint en weidegebied. Verbinding dwars door polder haaks op verkaveling als aanvulling op NNN.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Hittestress
De vele bomen zorgen voor schaduw voor het vee, maar ook voor de bewoners en recreanten
INRICHTINGSPRINCIPE STAD-LANDZONE Inrichting - Aanleg robuust groen en water in de zone tegen de ‘stadsrand’ in de vorm van griendjes, geriefhoutbosjes, elzensingel agroforestry en (hoogstam) boomgaard.
huidige situatie
- Herstel oude slootpatroon (waterberging)
- Aanleg van (aangetakte) poelen, waterpartijen.
- Creëren nieuw groen ‘dorpslint’ aan de noordzijde van stad-landzone. - Aanleg natuurvriendelijke oevers langs weteringen en vlieten, faunapassages/ verbindingen met stedelijke zone.
Versterken cultuurhistorie
herstel oude slootstructuur, knotcoulisse doorkijkjes richting polder. Herstel oude griendcultuur.
Gezondheid
Een groene leefomgeving draagt bij aan de gezondheid van bewoners en bezoekers.
Verbeteren waterkwaliteit
door meer helofyten in sloot, waterplanten, ecologisch beheer oevers.
Vastleggen CO2
door knotbomen, elzensingels, geriefhoutbosjes, boomgaarden en grienden
Aantrekkelijke leefomgeving kleinschallig knotcoulisse landschap, wonen in het groen.
Diversiteit
Leefgebied voor dieren van halfopen landschap zoals egel, marterachtigen, spechten en uilen.
Connectiviteit
verbinding tussen landelijk gebied en stedelijk gebied
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Recreatie
Stimuleert recreatie vanuit de stedelijke zone (ommetje door de polder)
INRICHTINGSPRINCIPE STROOMRUG Inrichting - Aanleg van groene structuren in het dijklint en water in in geriefhoutbosjes, elzensingel agroforestry en (hoogstam) boomgaard.
huidige situatie
- Erfbeplanting rondom bestaande en nieuwe woonhuizen en boerderijen. - Aanleg van poelen en herstel kwelsloten
- herstel knotwilgenrijtjes / hagen langs de watergangen en erfscheidingen - (mei- en sleedoorn) hagen rondom erven
Versterken cultuurhistorie
herstel oude structuren, knotcoulisse, hagen en boomgaarden doorkijkjes vanaf de Lekdijk
Vastleggen CO2
door knotbomen, hagen, geriefhoutbosjes en boomgaarden
Aantrekkelijke leefomgeving kleinschallig landschap, met veel groen (knotwilgen en boomgaarden)
Diversiteit
Leefgebied voor dieren van stroomrug, zoals patrijs en kamsalamander
Connectiviteit
verbinding tussen landelijk gebied en natuur (uiterwaarden)
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Recreatie
Stimuleert recreatie door de polder en vanaf de Lekdijk
INRICHTINGSPRINCIPE HALFOPEN GRIENDENLANDSCHAP Inrichting - Aanleg/herstel van oude griendjes, herstel knotwilgen rijtjes
huidige situatie
- Herstel oude slootpatroon (waterberging en cultuurhistorie)
- Aanleg van (aangetakte) poelen, waterpartijen.
- Aanleg (hoogstam)fruitbomen in het bebouwingslint (agroforestry, voedselbossen)
- Aanleg van natuurvriendelijke oevers langs de bredere watergangen zoals weteringen en vlieten. Versterken cultuurhistorie herstel oude grienden en slootpatroon
Verbeteren waterkwaliteit Recreatie
Ontsluiten van het achterland door wandelpaden door de griend en over oude kades.
door meer helofyten in sloot, waterplanten, ecologisch beheer oevers.
Vastleggen CO2
door knotbomen, grienden en laanbomen
Diversiteit
Leefgebied voor tal van dieren zoals reeën, ringslang, libellen etc...
Connectiviteit
verbinding tussen natuur, agrarisch gebied en bebouwde kom
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Aantrekkelijke leefomgeving
kleinschallig (griend) landschap met doorkijkjes naar het achterland
ECOLOGISCH BEHEER OPENBARE RUIMTE Door de openbare ruimte ecologisch te beheren proberen wij de biodiversiteit te stimuleren en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren, maar ecologisch beheer draagt bij aan meer zogenaamde groenblauwe diensten. Biodiversiteit bevorderen: Bermen en andere groenstructuren bieden vaak de mogelijkheid om de biodiversiteit te vergroten door het ontwikkelen van inheemse planten en bloemen. Hierdoor ontstaat een geschikte leefomgeving voor diverse insecten, vogels en kleine zoogdieren. Behoud van inheemse flora: Ecologisch beheer van bermen en andere groenstructuren bevordert de groei van inheemse plantensoorten. Het behoud van deze planten draagt bij aan de stabiliteit van lokale ecosystemen en helpt invasieve soorten te voorkomen. Bestuivingsdiensten: Bloeiende planten trekken bestuivende insecten zoals bijen en vlinders aan. Deze insecten spelen een cruciale rol bij de bestuiving van planten, wat essentieel is voor de voortplanting van veel gewassen en wilde planten. Waterbeheer: Goed beheerde bermen en andere groenstructuren kunnen fungeren als natuurlijke waterbuffers. Ze absorberen regenwater, verminderen waterafvoer en afspoeling en voorkomen erosie, waardoor ze bijdragen aan een gezond waterbeheer in de omgeving.
Esthetische waarde: Ecologisch beheerde bermen en andere groenstructuren kunnen de esthetische waarde van een gebied verhogen. Bloeiende planten en een gevarieerd landschap dragen bij aan de visuele aantrekkelijkheid van de omgeving. Klimaatadaptatie: Bermen en andere groenstructuren spelen een rol in klimaatadaptatie door te helpen bij opname van CO2 en het absorberen van overtollig regenwater, wat vooral relevant is in gebieden waar wateroverlast door hevige regenval een probleem is. Ecologische corridors: Groenblauwe structuren kunnen dienen als ecologische corridors, waardoor planten en dieren gemakkelijker kunnen migreren tussen verschillende gebieden. Dit draagt bij aan het behoud van genetische diversiteit en het verminderen van isolatie van populaties. Bevordering van natuurlijke plaagbeheersing: Door een gezonde populatie van natuurlijke vijanden zoals roofinsecten aan te trekken, kunnen bermen helpen bij het beheersen van plaaginsecten in aangrenzende landbouwgebieden.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
BASISPRINCIPES ECOLOGISCH BEHEER In dit onderdeel van het inrichtingsconvenant worden in het kort de basisprincipes voor het ecologisch beheer van de openbare ruimte in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beschreven. De beheerprincipes zijn toegespitst op het groen en water in het landelijk gebied, maar zijn ook toepasbaar op het openbaar groen en wateren in de bebouwde kom. De basisprincipes voor het ecologisch beheer van de volgende 3 onderdelen zijn schematisch weergegeven en worden kort beschreven: - Ecologisch beheer (weg)bermen - Ecologisch beheer watergang en oever - Ecologisch beheer bomen / bosschages
Ecologisch beheer (weg)bermen - (ruig)grasstroken Uitgangspunten Altijd maaien - daar waar nodig tot max. 2 meter langs de rijbaan/trottoir max. 3- 4 keer per jaar (max. 50 cm hoog) - de delen die vorige maaibeurt zijn gespaard Basisprincipes - jaarlijks maximaal 2 x gefaseerd maaien, het maaisel wordt na 1-2 dagen afgevoerd*. - per maaibeurt blijft 15 - 30% (gemiddeld 25%) van de vegetatie laten staan. - maai op ten minste 5-10 cm hoogte
- laat (robuuste) bloemrijke delen vegetatie staan - probeer de overstaande vegetatie aan te laten sluiten op opgaande begroeiing of watergangen - niet rijden over de vegetatie die blijft overstaan - niet werken met zwaar materiaal of te natte omstandigheden (voorkom insporing) * bij overgangsbeheer (om te verschralen) mag vaker worden gemaaid en afgevoerd.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
BASISPRINCIPES ECOLOGISCH BEHEER Watergang en oevers Uitgangspunten Altijd maaien - delen die vorige maaibeurt zijn gespaard Basisprincipes - het maaisel wordt afgevoerd. - per maaibeurt blijft 15-30% (gemiddeld 25%) van de vegetatie op de oever laten overstaan. - laat (liefst) bloemrijke delen vegetatie laten overstaan - probeer de overstaande vegetatie van sloot en oever op elkaar aan te sluiten. - schonen van sloot liefst tussen 1 september en eind oktober (zie uitgangspunten schouw voor vegetatie sloot(kant))
Uitgangspunten schouw (WSRL)
Schouw
A-sloten (zie legger WSRL) - pleksgewijs kan tegen de oever slootvegetatie blijven staan, mits het doorstroomprofiel geborgd blijft. B-sloten (zie legger WSRL) - verwijder de slootvegetatie uit het doorstroomprofiel (zie tekening) - oever/slootvegetatie op talud gefaseerd maaien/schonen (max 25% laten staan)
A- en B-sloten
C-sloten (zie legger WSRL) Voor een C-sloot geldt dat de sloot niet mag verlanden. Stelregel is om jaarlijks 15-30% van de vegetatie te laten overstaan (zie basisprincipes) Algemeen - overhangende takken, afval verwijderen en kunstwerken (duikers, dammen, stuwen) moeten goed kunnen functioneren.
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
BASISPRINCIPES ECOLOGISCH BEHEER Beheer knotbomen Uitgangspunten Basisprincipes - faseer het beheer van rijbeplanting (3 of meer) met knotbomen - ieder jaar ongeveer 1/3 van de bomen (op betreffende locatie) knotten. - wissel afzetten af (voorbeeld 3 knotten, 4 niet, 2 knotten, 6 niet etc...) - knotten gebeurt tussen november en eind februari - ook els, populier en es kunnen toegevoegd worden als knotboom - stamopschot mag (indien van toepassing) in de zomer worden verwijderd - takken niet te diep op knot afzagengezaagd (liefst 5-10 cm) - takken afvoeren, niet versnipperen en verwerken op locatie (mag wel in takkenril)
Beheer bosschages Uitgangspunten Basisprincipes - zet niet gehele bosschages af, maar beheer jaarlijks maximaal 30%. (bij hakhout faseer per perceel/structuur) - laat dode of afstervende bomen daar waar mogelijk (deels) staan. (zet wel al vast vervangende bomen neer in geval laan/lijnbomen. - plaats altijd inheemse struiken en bomen terug (landelijk gebied). - plaats liefst inheemse struiken en bomen terug (bebouwde kom).
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
INHEEMSE FLORA A5H
Bij de (her)inrichting in het landelijk gebied kiezen wij voor streekeigen inheemse bomen, struiken en kruiden. Inheemse soorten stimuleren de biodiversiteit, maar bieden daarnaast ook andere ecosysteemdiensten. Door verschillende soorten te mixen kan de bloeiboog (bloeiperiode) worden verlengd en wordt een monocultuur (= gevoeliger voor ziekte) voorkomen. Diversiteit in beplanting is goed voor het voedselaanbod voor verschillende soorten insecten en hiermee indirect voor vogels, vleermuizen en andere dieren. Ook in de bebouwde kom heeft het de voorkeur om gebruik te maken van streekeigen inheemse bomen en struiken, maar hier kan (gemotiveerd) vanaf geweken worden (zie lijst soorten bebouwde kom)
Wat is streekeigen inheemse flora? Streekeigen, inheemse bomen,struiken en kruiden zijn soorten die van nature of vanuit cultuurhistorisch perspectief in een gebied voorkomen. Doordat de soorten zich al eeuwenlang aan de omstandigheden hebben aangepast, zijn ze beter bestand tegen bijvoorbeeld klimatologische omstandigheden en ziektes. Ook zijn groei en bloeiperiodes van deze plant- en boomsoorten beter afgestemd op wilde bijen,overige insecten, zoogdieren en vogels die van nature in de regio voorkomen.
Bomen wetenschappelijk naam
naam
grondsoort veen
klei (op veen)
standplaats matig voedselrijk
nat
vochtig
hoogte (enigszins) droog
kroon
(m)
(breedte)
bloeitijd f
m
a
m
j
biodiversiteit j
a
s
o
insecten
vogels
(51)
++
Acer campestre
Spaanse aak
15-18
8
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
25-30
15
(43)
+
Alnus glutinosa
Zwarte els
10-25
9
(141)
++
Betula pendula
Ruwe berk
15-20
9
(334)
+
Betula pubescens
Zachte berk
15-20
9
(334)
+
Fraxinus excelsior
Gewone es
25-30
20
(43)
+
Populus nigra
Zwarte populier
25-30
17
+
+
Populus tremula
Ratelpopulier
25-30
16
+
+
Prunus avium
Zoete kers
10-30
++
+
Prunus padus
Gewone vogelkers
8-15
8
++
+
Pyrus pyraster
Wilde peer
15-20
9
++
++
Quercus robur
Zomereik
15-35
(423)
++
Salix alba
Schietwilg
15-25
(450)
+
Salix caprea
Boswilg
10
++
+
Salix fragilis
Kraakwilg
5-15
(450)
+
Sorbus aucuparia
Wilde lijsterbes
8-12
(58)
++
Ulmus laevis
Fladderiep
30
++
+
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
6
INHEEMSE FLORA A5H Struiken wetenschappelijk naam
naam
grondsoort veen
klei (op veen)
standplaats matig voedselrijk
nat
vochtig
(enigszins) droog
hoogte (m)
kroon (breedte)
bloeitijd j
f
m
a
m
j
biodiversiteit j
a
s
o
n
insecten
vogels
Cornus sanguinea
Rode kornoelje
3-5
4
++
++
Corylus avellana
Hazelaar
3-6
6
+
++
Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
5-8
4
++
++
Euonymus europaeus
Wilde kardinaalsmuts
3-6
4
++
++
Hedera helix
Klimop
rankende soort
++
++
Ligustrum vulgare
Wilde liguster
4-6
2
++
++
Lonicera periclymenum
Wilde kamperfoelie
rankende soort
++
++
Prunus spinosa
Sleedoorn
1,5-3
-
++
++
Rhamnus frangula
Sporkehout//Vuilboom
1-1,5
-
++
+
Ribes nigrum
Zwarte bes
0,6-2
-
++
+
Rosa canina
Hondsroos
2-5
-
++
+
Rosa rubiginosa
Egelantier
1-2
-
++
+
Salix aurita
Geoorde wilg
0,6-2
-
++
+
Salix cinerea ssp.
Grauwe wilg
2-5
-
++
+
Salix viminalis
Katwilg
2-4
-
++
+
Sambucus nigra
Gewone vlier
3-10
++
++
Viburnum opulus
Gelderse roos
1,5-3
++
++
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
Bloemen en andere kruiden
In de regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden wordt de diversiteit aan streekeigen inheemse kruiden gestimuleerd door bosschages, bermen, oevers en watergangen zo veel mogelijk ecologisch te beheren. Inzaaien met een streekeigen inheems mengsel mag binnen de bebouwde kom of (her)inrichtingsprojecten buiten de bebouwde kom. Het mengsel dat hierbij wordt gebruikt bestaat uit biologisch geteelde inheems (in Nederland gewonnen) en streekeigen soorten (zie lijst per grondsoort/streek). Nog beter is om niet in te inzaaien, maar gebruik te maken van maaisel afkomstig van kruidenrijke graslanden uit de regio. Dit vergt enige afstemming, maar kan geregeld worden via SBB, ZHL of PZH (maaisel van gebiedsparels N214)
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
BIJLAGE SOORTEN STEDELIJK GEBIED
Ook in het stedelijk gebied heeft het gebruik van streekeigen inheemse beplanting de voorkeur, echter hier kan vanaf worden geweken vanwege de volgende redenen: : aanpassingsvermogen (sommige soorten zijn beter bestand tegen stedelijke omgeving), esthetiek (soort past beter in straatbeeld), klimaatadaptatie (soorten met grote kroon voor schaduw, beter bestand tegen droogte, hitte). Maak hierbij wel gebruik van een van de onderstaande niet streekeigen/ niet inheemse soorten.
Bomen en Struiken wetenschappelijk naam
naam
wetenschappelijk naam
naam
wetenschappelijk naam
naam
Prunus virginiana met cultuurvariëteiten
_
Liquidambar styraciflua met cultuurvariëteiten
Amberboom
Prunus x gondouinii 'Schnee'
Sierkers "Schnee"
Acer platanoides (met cultuurvariëteiten)
Noorse esdoorn
Magnolia acuminata
_
Prunus x schmittii
_
Aesculus hippocastanum
Witte Paardekastanje
Malus soorten met cultuurvariëteiten
Sierappel
Pyrus calleryana met cultuurvariëteiten
Sierpeer
Alnus cordata
Hartbladige els
Mespilus germanica
Mispel
Pyrus communis
Gewone peer
Alnus incana
Witte els
Morus alba
Witte Moerbei
Quercus cerris met cultuurvariëteiten
Moseik
Alnus rubra
Rode els
Morus nigra
Zwarte Moerbei
Quercus palustris met cultuurvariëteiten
Moeraseik
Alnus x spaethii
Spaeth els
Myrica gale
Wilde gagel
Quercus petrae
Wintereik
Amelanchier lamarckii
Krentenboompje
Nyssa sylvatica
Zwarte Tupelo
Quercus phellos
Wilgeik
Betula nigra
Zwarte berk
Ostrya carpinifolia
Hopbeuk
Quercus pubescens
Donzige Eik
Carpinus betulus
Haagbeuk
Platanus hispanica met cultuurvariëteiten
Plataan
Rhamus cathartica
Wegedoorn
Celtis occidentalis
Westerse Netelboom
Platanus orientalis met cultuurvariëteiten
Oosterse Plataan
Ribus rubrum
Witte bes
Cercis siliquastrum
Judasboom
Populus alba met cultuurvariëteiten
Witte Abeel
Robinia pseudoacacia met cultuurvariëteiten
Schijnacacia
Cornus mas
Gele kornoelje
Populus balsamifera
Balsempopulier
Salix aurita
Geoorde wilg
Corylus colurna
Boomhazelaar
Populus canadensis
Canadapopulier
Salix cinerea
Grauwe wilg
Fagus sylvatica (met cultuurvariëteiten)
Gewone beukenhaag
Populus x berolinensis
Berlijnse Populier
Salix purpurea
Bittere wilg
Fraxinus angustifolia met cultuurvariëteiten
Smalbladige es
Populus x canadensis met cultuurvariëteiten
Gewone Populier
Salix repens
Kruipwilg
Fraxinus excelsior met cultuurvariëteiten
Es
Populus x canescens met cultuurvariëteiten
Grauwe Abeel
Styphnolobium japonicum
Honingboom
Fraxinus ornus met cultuurvariëteiten
Pluimes
Prunus cerasifera met cultuurvariëteiten
Roodbladige Kerspruim
Tilia cordata met cultuurvariëteiten
Winterlinde
Ginkgo biloba met cultuurvariëteiten
_
Prunus cerasus
Zure Kers
Tilia europea met cultuurvariëteiten
gewone linde
Gleditsia triacanthos met cultuurvariëteiten
Valse Christusdoorn
Prunus domestica met cultuurvariëteiten
Pruim
Tilia plathyphyllos met cultuurvariëteiten
Zomerlinde
Gymnocladus dioica
Doodsbeenderenboom
Prunus maackii
Mantsjoerijse Kers
Ulmus "Clusius"
Hollandse iep
Juglans nigra met cultuurvariëteiten
Zwarte Noot
Prunus sargentii met cultuurvariëteiten
Grote Bergkers
Ulmus "Dodoens"
Dodoens iep
Juglans regia
Walnoot
Prunus serrulata met cultuurvariëteiten
Sierkers
Ulmus "Frontier"
Iep
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering
HANDBOEK GROENBLAUW A5H inrichting en beheer groenblauwe dooradering