CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

D01. 20240111 RIB Trafo Het Havenhoofd.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 15 februari 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken19.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

8 alinea's met “verslag”: 2 4 47 85 86 116 168 169

Aan de leden van de gemeenteraad De T datum behandeld door ons kenmerk doorkiesnummer onderwerp bijlagen

11 januari 2024 A.D.A. de Jong 2024-0001213 14078 Trafo Het Havenhoofd Tussen -en eindadvies, verslag hoorzittingen, nader onderzoek uitvoeringsaspecten met bijlagen

Geachte leden van de raad, Afgelopen anderhalf jaar is meerdere malen het transformatorstation aan Het Havenhoofd de revue gepasseerd en zijn zorgen geuit van omwonenden. Het gaat dan met name over het ongemak van de locatie van het transformatorstation en de veiligheid en gezondheid voor de omwonenden. Bewoners hebben een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 22 november 2022 waarbij wij het verzoek om handhaving hebben afgewezen. In het kader van de behandeling van dit ingediende bezwaar is nader onderzoek uitgevoerd naar de uitvoeringsaspecten van de werkzaamheden. Met deze brief informeren wij u over de uitkomsten van het onderzoek en het genomen besluit op het bezwaar. Relatie met de energietransitie De locatie aan Het havenhoofd is zeker niet op zichzelf staand. De komende jaren moeten vanwege de energietransitie veel distributiestations bijgeplaatst worden. Voor de aanpak van het inpassen van de toekomstige distributiestations in de openbare ruimte gaan we werken met de buurtaanpak. De buurtaanpak is een methode die door zowel de gemeente als Stedin (netbeheerder van elektriciteit en gas) in gezamenlijkheid wordt uitgevoerd. Met de buurtaanpak willen we door meer draagvlak te creëren voor de locaties waar de stations komen te staan de doorlooptijden tot het plaatsen verkorten en de energietransitie vorm geven.

Beslissing op bezwaar Bewoners hebben een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 22 november 2022 waarbij wij het verzoek om handhaving hebben afgewezen. Het bezwaarschrift is voor advies voorgelegd aan de Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden. Verder te noemen commissie. Na de hoorzitting op 14 maart 2023 heeft de commissie een tussenadvies uitgebracht en verzocht om nader onderzoek uit te voeren. Op 26 september 2023 heeft een tweede hoorzitting plaatsgevonden. De commissie heeft op 27 november 2023 advies uitgebracht om het bestreden besluit na aanvulling van de motivering in stand te laten. Wij hebben het advies van de commissie overgenomen. Het advies, het verslag van de hoorzittingen en het nader onderzoek vindt u als bijlage bij deze brief.

Uitkomsten nader onderzoek Er is nader onderzoek uitgevoerd naar het laadvermogen van het transformatorstation (a), de ligging van kabels en leidingen (b), de van toepassing zijnde voorschriften (c) en de veiligheid en gezondheid (d). Hieronder volgt een korte toelichting en samenvatting van het advies van de commissie op deze punten. Meer informatie kunt u lezen in de bijlagen. ad. a) Het geïnstalleerd laadvermogen zou zijn 2500 kVA, terwijl er voor 1600 kVA is vergund. Aangetoond is dat in het transformatorstation een groter vermogen tot 2500 kVA kan worden gerealiseerd, maar de installatie die is geplaatst bedraagt – conform de vergunning - 1600 kVA. ad. b) De kabels en leidingen zouden niet in mantelbuizen zijn getrokken en te dicht bij erfgrenzen liggen. De mantelbuizen zijn niet voorgeschreven in de vergunning en zijn ook niet aangelegd. Er geldt geen wettelijke verplichting voor het aanbrengen van mantelbuizen. Ten aanzien van de ligging van de kabels hanteert Stedin voor haar eigen kabels en leidingen een standaarddekking conform de richtlijnen voor kabels en leidingen. De kabels die gebruikt worden richting transformatorstations vallen onder de middenspanningskabels. Hiervoor gelden geen afstandsnormen tot woningen of andere gevoelige functies.

Stedin heeft verder bevestigd dat de middenspanningskabels in dit geval veilig en correct zijn aangelegd op de standaarddiepte van 80 cm. Uit de verklaring van Stedin volgt daarnaast dat de kabels op een ruim voldoende afstand van de erfgrens zijn aangelegd. De juiste ligging van de kabels en leidingen zijn aangetoond met de revisietekeningen van Stedin en Blue Amigo. De kabels en leidingen liggen op de minimale voorgeschreven afstanden volgens de indelingsprofielen en voldoen aan de richtlijnen kabels en leidingen voor aanleg en beheer opgesteld door Stedin en aan de geldende normen waar voor kabels en leidingen in de grond standaard indelingsprofielen zijn beschreven. ad. c) Het transformatorstation en de kabels en leidingen zouden om meerdere redenen niet voldoen aan de verleende vergunning en voorschriften. De voorschriften die verbonden zijn aan de verleende vergunning zijn opgenomen in het Handboek Kabels & Leidingen. In de bijlage 'Nader onderzoek uitvoeringsaspecten' is een toelichting gegeven op welke voorschriften van toepassing zijn en is per voorschrift een onderbouwing gegeven. De uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan de voorschriften van de vergunning. Gezien de uitgebreide onderbouwing op de voorschriften verwijzen wij naar dit onderzoek. Ad.

d) Omwonenden zijn ernstig bezorgd over de veiligheid en gezondheid vanwege het transformatorstation en de kabels en leidingen. De Gezondheidsraad adviseerde eerder geen transformatorstations te plaatsen in de buurt van woningen. Het aangehaalde rapport van de GGD Leefomgeving heeft betrekking op transformatorinstallaties van hoogspanningsleidingen. Het betreffende transformatorstation en de aangelegde kabels zijn geen hoogspanningsleidingen maar middenspanningsleidingen. Het transformatorstation wordt voldoende veilig geacht voor de huidige locatie. Om het gezondheidsaspect nader te onderbouwen heeft de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid (OZHZ), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de

Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid onderzoek gedaan naar de uitvoeringsaspecten van het transformatorstation. De OZHZ, GGD en de Veiligheidsregio hebben gezamenlijk een beoordeling gedaan op de volgende onderdelen: elektromagnetische straling, geluid, bodem en de opstellingsplaats. Adviseurs hebben beoordeeld of er als gevolg van het geplaatste transformatorstation sprake is van een onveilige situatie of dat er een nadelige invloed is op de gezondheid van bewoners. Op basis van het onderzoek dat is uitgevoerd hebben de adviseurs in voldoende mate vastgesteld dat het transformatorhuis geen nadelige effecten heeft op de gezondheid of veiligheid. Buurtaanpak Het plaatsen van distributiestations gaat de komende tijd toenemen. De energietransitie zorgt voor een toename aan stroomgebruik wat leidt tot een (over)vol energienet. Dit geeft spanningsproblemen bij bewoners en kleinverbruikers, lange(re) wachttijden voor een aansluiting en belemmeringen voor bewoners en bedrijven/kleinverbruikers om te verduurzamen. De verwachting is dat in de toekomst het energietransport gaat verdubbelen waardoor er 2x zoveel stations nodig zijn voor de woningen. Met de energie transitie komen er voor Papendrecht tussen 2024 en 2050 67 stations erbij. Stedin heeft ervaring opgedaan met het zogenaamd BAR-proces. BAR staat voor 'Beschikbare Acceptabele Ruimte’.

Het proces zorgt ervoor dat middels duidelijke afspraken, begrip gecreëerd wordt voor het proces van inpassen. In een gezamenlijk tafeloverleg met alle aanwezige disciplines van zowel de gemeente als Stedin, worden zo de locaties en het uiterlijk van de nieuwe distributiestations in het overleg vastgelegd. Daarbij wordt gezamenlijk gecommuniceerd met belanghebbenden waar de stations komen te staan om de doorlooptijden te verkorten en met zoveel mogelijk draagvlak de energietransitie vorm te geven. Op dit moment wordt verzwaart waar nodig. Voor straks wordt een combinatiestrategie gevolgd waarin de buurtaanpak (totale buurt wordt in één keer aangepakt) een steeds grotere rol krijgt. Gemeente en Stedin zijn voornemens een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met heldere uitgangspunten, afspraken en kaders ten behoeve van de gezamenlijke inpassing van stations volgens het BAR-proces. Het doel daarbij is om door korte lijnen en duidelijkheid over verantwoordelijkheden tot een vlotte besluitvorming te komen, met de buurtaanpak voor tijdsbesparing voor alle betrokkenen te zorgen en zo alle buurten op energiegebied toekomstbestendig te maken voor 2050. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,

J.M. Ansems

M.J.M. van Driel

De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden Aan Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht Onderwerp Advies op het bezwaarschrift van de heer N.A. van den Bos tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht van 22 november 2022, waarbij het verzoek om handhaving is afgewezen. (zaaknummer: 2022-0208134). 1. 1.1

Feiten en omstandigheden 1 februari 2022 Croonwolter & Dros B.V. (aannemer van openbaarvervoersbedrijf Blue Amigo) vraagt een vergunning op grond van de Leidingenverordening 2019 aan om een transformatorhuisje en laadpalen met bijbehorende kabels en leidingen te plaatsen aan Het Havenhoofd te Papendrecht ten behoeve van het opladen van de elektrische waterbus van Blue Amigo bij waterbushalte 'Veerdam'.

1.2

9 mei 2022 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht (hierna: het college) verleent de aangevraagde vergunning op grond van de Leidingenverordening 2019.

1.3

11 mei 2022 De vergunningverlening wordt gepubliceerd in het Gemeentenieuws van het lokale huis-aanhuisblad.

1.4

20 mei 2022 Blue Amigo informeert bewoners in de omgeving van de werkzaamheden per brief dat de werkzaamheden op maandag 23 mei 2022 starten.

1.5 1.6

1.7

25 mei 2022 Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen de verleende vergunning. 2 september 2022 Het college verklaart de bezwaren, met verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, ongegrond en laat de vergunning in stand. 11 oktober 2022 De heer Van den Bos (hierna: bezwaarmaker) dient een handhavingsverzoek in wegens overtreding van voorschriften en maatregelen met betrekking tot de locatie en installatie van het transformatorhuis achter de woningen aan Het Havenhoofd.

1.8

1 november 2022 Bezwaarmaker vult zijn handhavingsverzoek aan.

1.9

22 november 2022 Het college wijst het handhavingsverzoek af.

1.10

23 december 2022 Bezwaarmaker dient een bezwaarschrift in.

1.11

30 december 2022 Bezwaarmaker dient een aanvullend bezwaarschrift in. Daaropvolgend voegt hij diverse bijlagen en reacties toe aan zijn bezwaarschriften.

1.12

21 februari 2023 Het college dient een reactie op bezwaar in.

1.13

3 maart 2023 Bezwaarmaker reageert schriftelijk op de reactie op bezwaar van het college.

1.14

14 maart 2023 Er vindt een eerste hoorzitting bij de Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden (hierna: de commissie) plaats.

1

1.15 1.16

18 april 2023 De commissie brengt een tussenadvies uit. 25 juli 2023 Het college dient naar aanleiding van de eerste hoorzitting aanvullende stukken (nader onderzoek m.b.t. uitvoeringsaspecten) in.

1.17

26 september 2023 Er vindt een tweede hoorzitting bij de commissie plaats.

1.18

9 oktober 2023 Het college dient naar aanleiding van de tweede hoorzitting een aanvullende reactie in.

1.19

17 oktober 2023 Bezwaarmaker reageert op de aanvullende reactie van het college (aangevuld met foto's op 18 oktober 2023).

2.

Procedure Het bezwaarschrift is voor advies voorgelegd aan de Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden. De hoorzitting heeft plaatsgevonden in de openbare vergadering van 14 maart 2023. Naar aanleiding van de eerste hoorzitting heeft de commissie een tussenadvies uitgebracht. Na ontvangst van het nader onderzoek van het college heeft een tweede hoorzitting plaatsgevonden op 26 september 2023. Van de hoorzitting is een geluidsopname gemaakt ten behoeve van het verslag van de hoorzitting. Het schriftelijk verslag is als bijlage aan dit advies toegevoegd. Wat tijdens de hoorzitting is besproken, is betrokken bij dit advies.

3.

Bezwaren Bezwaarmaker voert, samengevat, het volgende aan: Het transformatorstation voldoet niet aan de veiligheidsnormen van Stedin; Het transformatorstation is niet geplaatst conform de door het college verleende vergunning; De kabels en leidingen zijn niet in mantelbuizen getrokken en liggen te dicht bij erfgrenzen; Het transformatorstation voldoet niet aan de vergunningvoorschriften van de door het College van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland verleende vergunning; Omwonenden zijn ernstig bezorgd over de veiligheid en gezondheid vanwege het transformatorstation en de kabels en leidingen. De Gezondheidsraad adviseerde eerder geen transformatorstations te plaatsen in de buurt van woningen.

4.

Wettelijk kader

4.1

Het wettelijk kader betreft het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), de Leidingenverordening 2019 en het Handboek Kabels en Leidingen 2019.

5.

Overwegingen Inleiding Ten aanzien van de voorgeschiedenis van deze zaak verwijst de commissie naar het op 18 april 2023 uitgebrachte tussenadvies. In het tussenadvies heeft de commissie geconstateerd dat het bestreden besluit op een viertal punten gebreken vertoont. De commissie zal in dit eindadvies beoordelen of de in het tussenadvies genoemde gebreken voldoende zijn hersteld door middel van de door het college aangeleverde aanvullende onderzoeken en onderbouwingen.

5.1

5.2

5.3

Laadvermogen Bezwaarmaker stelt dat handhavend moet worden opgetreden vanwege het verhoogde vermogen van het transformatorstation. Op basis van de verleende vergunning zou het maximale vermogen 1600 kVA betreffen, terwijl het vermogen in de praktijk 2500 kVA blijkt te zijn. Uit de situatietekening behorende bij de vergunning volgt dat een transformator met een vermogen van 1600 kVA vergund is. Tijdens de bezwaarprocedure in het kader van de 2

vergunningverlening heeft vergunninghouder toegelicht dat er een transformatorstation met een groter vermogen is gerealiseerd in verband met de kosten die in de toekomst daarmee voordeliger uitkomen. Het transformatorstation is geschikt voor 2500 kVA, maar de installatie die is geplaatst bedraagt – conform de vergunning - 1600 kVA. 5.4

In het tussenadvies heeft de commissie het college geadviseerd op dit punt nader onderzoek te doen, waarbij mogelijk een controle van de stelling van vergunninghouder al kan volstaan. Het college heeft in het nader onderzoek toegelicht dat het vermogen dat geïnstalleerd is 1600 kVA bedraagt. De installateur heeft dit met stukken onderbouwd en ook in de revisietekening, die na uitvoering wordt opgesteld door de aannemer om de opdrachtgever aan te tonen wat daadwerkelijk is uitgevoerd, wordt dit bevestigd. De commissie volgt het standpunt van het college dat hierom geen grond voor handhavend optreden is. Daarbij merkt de commissie overigens op dat het college ook niet gehouden is om over te gaan tot handhaving indien het transformatorstation wel een hoger vermogen zou hebben. Het plaatsen van het transformatorstation is immers op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vergunningsvrij. De voorzieningenrechter heeft dit bij uitspraak van 7 juli 2022 bevestigd. Er ligt daarmee hoe dan ook geen wettelijk voorschrift ten grondslag aan het laadvermogen op grond waarvan het college handhavend zou kunnen optreden. Op aspecten die slechts betrekking hebben op het transformatorstation kan dan ook niet gehandhaafd worden door het college.

5.5

Ligging kabels en leidingen In het tussenadvies heeft de commissie geoordeeld dat het college in het bestreden besluit onvoldoende heeft aangetoond dat alle kabels en leidingen zijn aangelegd in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving en het aangewezen tracé. De commissie heeft het college daarom geadviseerd op dit punt nader onderzoek te doen om vast te kunnen stellen of de ligging van de kabels en leidingen veilig en correct is. Met de aanvullende reactie en de aanvullende onderzoeken heeft het college een nadere toelichting gegeven op dit punt. Uit deze nadere reactie en bijbehorende stukken van het college volgt dat is voldaan aan de voorschriften die verbonden zijn aan de vergunning ten aanzien van het toepassen van mantelbuizen, de diepteligging en de afstand ten opzichte van de erfgrenzen. De mantelbuizen zijn niet voorgeschreven in de vergunning en zijn ook niet aangelegd. Er geldt geen wettelijke verplichting voor het aanbrengen van mantelbuizen Stedin heeft dit tevens bevestigd per mail. Ten aanzien van de ligging van de kabels volgt uit de reactie van het college dat Stedin voor haar eigen kabels en leidingen een standaarddekking hanteert die in Tabel 1 van de richtlijnen kabels en leidingen is weergegeven. Stedin heeft per mail verklaard dat sprake is van middenspanningskabels.

De kaart op de website van Stedin die de liggingsdata van kabels en leidingen weergeeft (www.stedin.net: Grootzakelijk> Open data>Liggingsdata kabels en leidingen), bevestigt dat het transformatorstation op de locatie Het Havenhoofd een middenspanningsstation is en dat de kabels van Stedin een middenspanningsverbinding betreffen. Hiervoor gelden geen afstandsnormen tot woningen of andere gevoelige functies. Stedin licht daarover verder toe dat middenspanningskabels een spanning hebben tussen de 1 kV en 24 kV. De kabels die gebruikt worden richting transformatorstations hebben een spanning van 13 kV en vallen hier dus binnen. Stedin heeft verder bevestigd dat de middenspanningskabels in dit geval veilig en correct zijn aangelegd op de standaarddiepte van 80 cm. Tijdens de uitvoering van het werk zijn hierbij geen bijzonderheden vastgesteld. Uit de verklaring van Stedin volgt daarnaast dat de kabels op een ruim voldoende afstand (1,48 meter) van de erfgrens zijn aangelegd. De juiste ligging van de kabels en leidingen is aangetoond met de revisietekeningen van Stedin en Blue Amigo. De aannemer legt de geplaatste kabels vast met coördinaten, op basis waarvan de revisietekening wordt opgesteld. De gegevens van de ligging van de kabels zijn aangeleverd door de uitvoerder en ingevoerd in het GIS-systeem van Stedin.

Stedin verklaart daarmee te voldoen aan haar verplichtingen vanuit de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON). De kabels en leidingen liggen op de minimale voorgeschreven afstanden volgens de indelingsprofielen en voldoen aan de richtlijnen kabels en leidingen voor aanleg en beheer opgesteld door Stedin en aan de geldende normen (onder andere NEN 7171-1, NPR 7171-2 en NEN 7244) waar voor kabels en leidingen in de grond standaard indelingsprofielen zijn beschreven. De commissie acht hiermee voldoende aannemelijk dat geen sprake is van strijd met een wettelijk voorschrift.

5.6

Van toepassing zijnde voorschriften Verder heeft de commissie het college met het tussenadvies verzocht duidelijkheid te verschaffen over welke voorschriften precies verbonden zijn aan de verleende vergunning. De enkele verwijzing naar het Handboek Kabels & Leidingen, zoals is gedaan in het bestreden besluit, was daarvoor naar het oordeel van de commissie onvoldoende. 3

Met de aanvullende reactie heeft het college naar het oordeel van de commissie voldoende inzichtelijk gemaakt welke voorschriften van toepassing zijn. In de reactie geeft het college aan dat het Handboek Kabels en Leidingen 2019 van toepassing is en geeft het college per voorschrift een nadere onderbouwing. Dit gebrek is naar het oordeel van de commissie hiermee hersteld. 5.7

Veiligheid en gezondheid In het bezwaarschrift verwijst bezwaarmaker naar een advies van de Gezondheidsraad waaruit volgt dat dringend wordt geadviseerd om geen transformatorstations te bouwen op een woonerf. De huidige locatie van het transformatorstation wijkt daarvan af nu het op het woonerf achter Het Havenhoofd is geplaatst. Het college geeft aan dat het door bezwaarmaker aangehaalde rapport van de GGD Leefomgeving betrekking heeft op transformatorinstallaties van hoogspanningsleidingen. Het betreffende transformatorhuisje en de aangelegde kabels zijn geen hoogspanningsleidingen maar middenspanningsleidingen. Bovendien wordt het transformatorhuisje voldoende veilig geacht voor de huidige locatie.

5.8

De commissie heeft in het tussenadvies reeds overwogen dat het college enkel bevoegd is te handhaven indien sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Het advies van de Gezondheidsraad betreft geen wettelijk voorschrift. Het is immers geen door bevoegd gezag vastgestelde regelgeving, maar slechts een advies. Het transformatorstation kon bovendien (omgevings)vergunningvrij geplaatst worden. Wel was de commissie van oordeel dat het, gelet op de door de omwonenden geuite zorgen en bezwaren, op de weg van het college had gelegen om het gezondheidsaspect te onderbouwen in het bestreden besluit en, indien nodig, nader onderzoek te doen. De commissie achtte het bestreden besluit dan ook ontoereikend op dit punt en verwachtte een nadere onderbouwing.

5.9

Naar aanleiding van het tussenadvies heeft het college de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid verzocht onderzoek te doen naar de uitvoeringsaspecten van het transformatorstation. De OZHZ, GGD en de Veiligheidsregio hebben gezamenlijk een beoordeling gedaan op de volgende onderdelen: elektromagnetische straling, geluid, bodem en de opstellingsplaats. Adviseurs hebben beoordeeld of er als gevolg van het geplaatste transformatorstation sprake is van een onveilige situatie of dat er een nadelige invloed is op de gezondheid van bewoners. Op basis van het onderzoek dat is uitgevoerd hebben zij in voldoende mate vastgesteld dat het transformatorhuis geen nadelige effecten heeft op de gezondheid of veiligheid. De adviseurs vermelden dat eventueel nog aanvullende metingen kunnen worden verricht naar het magneetveld, maar merken daarbij op dat hiervoor geen wettelijk toetsingskader geldt. De commissie heeft op basis van de voorliggende informatie en stukken geen reden om de conclusies van de adviseurs van de OZHZ, de GGD en de Veiligheidsregio in twijfel te trekken. Het college is naar het oordeel van de commissie met dit aanvullend onderzoek voldoende ingegaan op de door bezwaarmaker en andere omwonenden geuite zorgen op het gebied van gezondheid en veiligheid.

Ook hierin ziet de commissie geen grond voor het college om over te gaan tot handhavend optreden.

5.10

Conclusie De commissie komt gelet op voorgaande overwegingen tot de conclusie dat het college niet over hoeft te gaan tot handhavend optreden. Nu geen sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift kon het college op juist gronden besluiten het handhavingsverzoek van bezwaarmaker afwijzen.

4

6.

Advies De commissie adviseert het college met inachtneming van bovenstaande overwegingen het bestreden besluit in stand te laten onder aanvulling van de motivering. De aanvullende onderzoeken en onderbouwingen die het college gedurende de bezwaarprocedure heeft aangeleverd kunnen daarbij dienen als motivering van de te nemen beslissing op bezwaar.

Papendrecht, 27 november 2023 De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden de voorzitter

de secretaris

mr. R.C.J. van den Berg

mr. M. Baardman

5

Bijlage: verslag hoorzitting Verslag hoorzitting regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden van 26 september 2023 Aanwezigen Commissie: Dhr. mr. R.C.J. van den Berg (voorzitter) Dhr. mr. H.W.J. Visser (lid) Dhr. mr. J. Geelhoed (lid) Mw. mr. M. Baardman (secretaris) Bezwaarmaker: Dhr. N.A. van den Bos Vertegenwoordiging college: Dhr. E.G. Zaagsma en dhr. A.D.A. de Jong Derde-belanghebbenden: Dhr. R. Huisman (Blue Amigo) Toehoorders div. omwonenden

Zakelijk verslag van de hoorzitting Dit verslag bevat een korte zakelijke samenvatting van het besprokene tijdens de hoorzitting. Standpunten die al uit de ingediende stukken van de bezwaarschriftprocedure blijken zijn in het verslag niet opgenomen. Als gebruik gemaakt is van een pleitnotitie is deze toegevoegd als bijlage aan dit verslag. De vergadering wordt door de voorzitter geopend. De voorzitter heet iedereen welkom en stelt de commissieleden en de secretaris voor. Daarna legt de voorzitter de procedure en het verloop van de zitting kort uit. De voorzitter geeft aan dat van de hoorzitting een geluidsopname wordt gemaakt en dat de opname wordt verwijderd na uitwerking van het schriftelijk verslag. De vertegenwoordigers van het college lichten de stand van zaken van de procedure toe. Het college neemt een beslissing op bezwaar na het eindadvies van de commissie. Bezwaarmaker licht zijn bezwaren toe. Hij verwijst daarbij naar de door hem ingediende reacties. Opgemerkt wordt dat op pagina 2, regel 6 het woord niet ontbreekt na het woord voldoet. Mw. De Ruiter brengt aanvullende standpunten naar voren namens alle omwonenden. Het genomen besluit is niet evenredig en het college moet zich houden aan alle algemene maatregelen van behoorlijk bestuur.

Het besluit is onjuist gemotiveerd en onzorgvuldig voorbereid vanwege de gemaakte fouten in het proces en het niet betrekken van de belangen van omwonenden. Het besluit is daarnaast niet proportioneel en er is sprake van misbruik van bevoegdheid. Bezwaarmaker vult aan dat het college fouten heeft gemaakt en deze probeert te verbergen. Dat blijkt wel uit het Adromi-rapport. Mw. De Ruiter overlegt een kopie van dit rapport. Na een procedure over een Wooverzoek hebben omwonenden dit stuk alsnog ontvangen. Dhr. Van Mook geeft een toelichting over hoogspanning en middenspanning. Hij licht toe dat alles boven de 1000V hoogspanning is. Het geplaatste betreft een compactstation waar hoogspanning gegenereerd kan worden. Een woonwijk is geen veilige plek voor een dergelijke constructie. Omwonenden vragen zich af hoe de commissie daarover denkt. 6

De voorzitter geeft aan dat de commissie het besluit beoordeelt aan de hand van normen die worden gesteld in de wetgeving. De commissie kan zich voorstellen dat voor de omwonenden hier een transformatorstation niet gewenst is. De commissie is echter gehouden om juridisch te adviseren over deze zaak. Het is denkbaar dat het juridisch gezien wel toegestaan is en dan kan de commissie niet anders dan dat adviseren. De voorzitter benadrukt dat de commissie in het tussenadvies de gemeente al wel heel indringend heeft geadviseerd om besluiten zorgvuldiger en uitgebreider te motiveren. Dhr. Van Mook laat foto's zien van gelegde kabels. Hij geeft daarbij aan dat hoogspanningskabels door elkaar gelegd zijn met laagspanningskabels en dat deze te dicht bij de erfgrens liggen. De vertegenwoordigers van het college constateren dat er een verschil van inzicht is over hoogspanning en middenspanning. Het college volgt echter de informatie van Stedin. Stedin geeft onder andere aan dat laagspanning wordt gebruikt voor aansluitingen op woningen en middenspanning van transformators naar bedrijven. De voorzitter vraagt waarom op het transformatorstation dan een waarschuwing staat voor hoogspanning. De vertegenwoordigers van het college erkennen dat dat verwarrend is. Het transformatorstation is neergezet met middenspanning. Hoogspanning is hier niet aan de orde.

Dat wordt gebruikt buiten de kern, niet in woonwijken. Stedin acht een transformatorstation als deze gebruikelijk in woonwijken. Er staan er wel meer, bijvoorbeeld ook in de Oostpolder zelfs vlak tegen woningen aan. De waarschuwing voor hoogspanning doet Stedin expliciet om te voorkomen dat mensen ín het huisje gaan. Het is niet nodig om mensen er volledig bij weg te houden aan de buitenkant. Erbij komen kan, maar erin gaan is gevaarlijk. Het college heeft bovendien advies ingewonnen bij de GGD en de Veiligheidsregio. Zij hebben onderzoek gedaan en deze situatie veilig geacht. Dit volgt ook uit het memo. De commissie legt bezwaarmaker voor dat veel van zijn bezwaargronden gaan over de locatiekeuze. Het is de vraag of de commissie dit wel kan betrekken in deze procedure. Bezwaarmaker geeft aan dat de locatiekeuze ervoor zorgt dat ook het besluit op grond van de Leidingenverordening niet voldoet. De vertegenwoordigers van het college stellen dat de werkelijke aanleg van alle kabels en leidingen is aangetoond middels de revisietekening die Stedin zelf heeft aangeleverd. Een revisietekening wordt ná aanleg opgemaakt en is leidend voor de situatie in de praktijk, niet de ontwerptekening waar omwonenden naar verwijzen. De voorzitter geeft aan dat de zorgen van omwonenden bij de commissie duidelijk zijn.

De commissie heeft nog enkele vragen die onbeantwoord zijn gebleven vanwege de tijd voor deze hoorzitting. Afgesproken is dat de commissie de vragen per mail stelt aan de vertegenwoordigers van het college. Het college kan vervolgens binnen twee weken reageren, waarna bezwaarmaker ook nog een week de tijd krijgt om daarop te reageren. Daarna brengt de commissie juridisch advies uit aan het college. De voorzitter dankt eenieder voor zijn aanwezigheid en sluit de zitting.

7

De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden Aan Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht Onderwerp Advies op het bezwaarschrift van de heer N.A. van den Bos tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht van 22 november 2022, waarbij het verzoek om handhaving is afgewezen. (zaaknummer: 2022-0208134). 1. 1.1

1.2

Feiten en omstandigheden 1 februari 2022 Croonwolter & Dros B.V. (aannemer van openbaarvervoersbedrijf Blue Amigo) vraagt een vergunning op grond van de Leidingenverordening 2019 aan om een transformatorhuisje en laadpalen met bijbehorende kabels en leidingen te plaatsen aan Het Havenhoofd te Papendrecht ten behoeve van het opladen van de elektrische waterbus van Blue Amigo bij waterbushalte 'Veerdam'. 9 mei 2022 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht (hierna: het college) verleent aan Blue Amigo een vergunning op grond van de Leidingenverordening 2019.

1.3

11 mei 2022 De vergunningverlening wordt gepubliceerd in het Gemeentenieuws van het lokale huis-aanhuisblad.

1.4

20 mei 2022 Blue Amigo informeert bewoners in de omgeving van de werkzaamheden per brief dat de werkzaamheden op maandag 23 mei 2022 starten.

1.5 1.6

1.7

25 mei 2022 Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen de verleende vergunning. 2 september 2022 Het college verklaart de bezwaren, met verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, ongegrond en laat de vergunning in stand. 11 oktober 2022 De heer Van den Bos (hierna: bezwaarmaker) dient een handhavingsverzoek in wegens overtreding van voorschriften en maatregelen met betrekking tot de locatie en installatie van het transformatorhuis achter de woningen aan Het Havenhoofd.

1.8

1 november 2022 Bezwaarmaker vult zijn handhavingsverzoek aan.

1.9

22 november 2022 Het college wijst het handhavingsverzoek af.

1.10

23 december 2022 Bezwaarmaker dient een bezwaarschrift in.

1.11

30 december 2022 Bezwaarmaker dient een aanvullend bezwaarschrift in. Daaropvolgend voegt hij diverse bijlagen en reacties toe aan zijn bezwaarschriften.

1.12

21 februari 2023 Het college dient een reactie op bezwaar in.

1.13

3 maart 2023 Bezwaarmaker reageert schriftelijk op de reactie op bezwaar van het college.

1

2.

Procedure Het bezwaarschrift is voor advies in handen gesteld van de Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden (hierna: de commissie). De hoorzitting heeft plaatsgevonden in de openbare vergadering van 14 maart 2023. Van de hoorzitting is een geluidsopname gemaakt ten behoeve van het verslag van de hoorzitting. Het schriftelijk verslag is als bijlage aan dit advies toegevoegd. Wat tijdens de hoorzitting is besproken, is betrokken bij dit advies.

3.

Bezwaren Bezwaarmaker voert, samengevat, het volgende aan: Het transformatorstation voldoet niet aan de veiligheidsnormen van Stedin; Het transformatorstation is niet geplaatst conform de door het college verleende vergunning; De kabels en leidingen zijn niet in mantelbuizen getrokken en liggen te dicht bij erfgrenzen; Het transformatorstation voldoet niet aan de vergunningvoorschriften van de door het College van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland verleende vergunning; Omwonenden zijn ernstig bezorgd over de veiligheid en gezondheid vanwege het transformatorstation en de kabels en leidingen. De Gezondheidsraad adviseerde eerder geen transformatorstations te plaatsen in de buurt van woningen.

4.

Wettelijk kader

4.1

Het wettelijk kader betreft het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), de Leidingenverordening 2019 en het Handboek Kabels en Leidingen 2019.

5.

Ontvankelijkheid

5.1

Het bezwaarschrift is binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en voldoet aan de formele eisen uit de Algemene wet bestuursrecht.

5.2

Belanghebbendheid In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. 1 Daarvan is in dit geval sprake. De heer Van den Bos kan, als bewoner van de achtergelegen woning, als belanghebbende worden aangemerkt. De commissie acht bezwaarmaker dan ook ontvankelijk in zijn bezwaren.

6. 6.1

Heroverweging Inleiding Aan het door bezwaarmaker ingediende handhavingsverzoek gaan diverse (bestuursrechtelijke) procedures omtrent het plaatsen van een transformatorstation ten behoeve van de elektrische waterbus aan Het Havenhoofd vooraf. Tegen de verleende vergunning op grond van de Leidingenverordening heeft bezwaarmaker (evenals andere omwonenden) bezwaar gemaakt. Het college heeft deze bezwaren, in navolging van het advies van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Papendrecht, ongegrond verklaard en de vergunning in stand gelaten. De vergunning is onherroepelijk, nu geen beroep is ingesteld tegen de beslissing op bezwaar in die procedure. De bezwaarschriftencommissie heeft in het advies inzake de vergunning meegegeven dat uitvoeringsaspecten, waaronder bodemverontreiniging door de werkzaamheden (ten aanzien waarvan bezwaarmaker bezwaren had) geen onderdeel vormen van de bezwaarprocedure inzake de vergunningverlening. Indien (delen van) de vergunning onjuist of onvolledig ten uitvoer zou(den) zijn gelegd, achtte de bezwaarschriftencommissie het aan het college om handhavend op te treden en de situatie in rechte te herstellen. Bezwaarmaker stelt onder meer deze aspecten nu dan ook ter discussie met het door hem ingediende handhavingsverzoek. Het college heeft het verzoek afgewezen en ziet geen reden om handhavend op te treden.

1

ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1917.

2

Voor de volledigheid merkt de commissie op dat de bezwaarschriftencommissie die toentertijd heeft geadviseerd een andere is, en dus uit andere leden bestond, dan in deze procedure. 6.2

Opmerkingen vooraf Voordat wordt overgegaan tot inhoudelijke overwegingen merkt de commissie het volgende op. Zoals ook tijdens de hoorzitting is toegelicht, is de advisering van de commissie beperkt tot het juridisch vraagstuk. Desondanks onderkent de commissie dat in deze zaak tussen gemeente, vergunninghouder en omwonenden meer speelt dan slechts het al dan niet voldoen aan geldende regelgeving. Om die reden wil de commissie het college adviseren de communicatie en participatie richting omwonenden te verbeteren. In het huidige tijdsgewricht ligt het in de ogen van de commissie in de rede om vooruit te denken bij veranderingen in de openbare ruimte en in dat kader vooraf stil te staan bij de mogelijkheden, of noodzaak, van participatie en communicatie. Dit onder meer in het verlengde van de mogelijkheden op basis van de Inspraakverordening gemeente Papendrecht 2016 die in de gemeente van toepassing is. Verder geeft de commissie mee dat naast rechtmatigheid, ook doelmatigheid reden kan zijn om (ambtshalve) tot een ander besluit te komen. Het lag dan ook op de weg van het college om, op het moment dat plannen en afspraken met vergunninghouder werden gemaakt en de vergunning werd verleend, goed te overwegen of een dergelijke ontwikkeling wel passend is op de betreffende locatie bij een woonwijk.

De komende overwegingen kunnen echter slechts beperkt blijven tot een juridische beoordeling van het besluit en de bezwaren.

6.3

Handhaving De commissie ziet zich voor de vraag gesteld of het college terecht en op juiste gronden kon overgaan tot het afwijzen van het handhavingsverzoek van bezwaarmaker. Daarvoor is van belang dat het college alleen bevoegd is om handhavend op te treden als sprake is van een overtreding als bedoeld in artikel 5:1 van de Awb. Hiervoor is vereist dat sprake is van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Partijen verschillen hierover van mening. Volgens bezwaarmaker is sprake van overtreding van diverse veiligheidsnormen, vergunningvoorschriften en adviezen. Naar het oordeel van bezwaarmaker zou dat reden moeten zijn voor het college om onderzoek in te stellen naar en handhavend op te treden tegen de illegale situatie. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat geen sprake is van overtredingen en ziet geen reden om over te gaan tot handhaving.

6.4

6.5

Beginselplicht tot handhaving Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal het college, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift, van de bevoegdheid om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarnaast kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien (zie bijv. ABRvS 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:469 en ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1996). Veiligheidsnormen Stedin Bezwaarmaker stelt zich op het standpunt dat het transformatorstation niet voldoet aan de veiligheidsnormen van Stedin. Zo zou er uit de reglementen en voorschriften van Stedin volgen dat een strook van 1,2 meter rondom het station vrij moeten blijven zodat er veilig aan het station gewerkt kan worden. Daaraan voldoet de huidige situatie niet. De commissie stelt vast dat de reglementen waar bezwaarmaker naar verwijst, volgen uit het document “Ontwerpcriteria Inkoopstations”. Dit betreft een door Stedin opgesteld document waarmee Stedin voorwaarden stelt aan klanten die een inkoopstation willen bouwen.

Het college heeft in de bezwaarprocedure inzake de vergunningverlening en in de reactie op bezwaar gesteld dat Stedin zelf akkoord is gegaan met de plaatsing van het transformatorstation op de huidige locatie. De door bezwaarmaker genoemde afstand rondom een station wordt door Stedin gebruikt om in zijn algemeenheid een ontwerp in te passen in de omgeving. Bij de uitvoering kan daarvan in de praktijk worden afgeweken. Het college geeft in de reactie op bezwaar en tijdens de hoorzitting aan dat de deur aan de voorzijde van het transformatorstation wordt gebruikt voor de apparatuur van Stedin. De deur aan de achterzijde wordt gebruikt door Blue Amigo. De voorzijde moet dan ook voldoen aan de eisen van Stedin (middenspanning) en de achterzijde moet voldoen aan de eisen van Blue Amigo. Stedin en Blue Amigo zijn met de beschikbare vrije ruimte akkoord. Het transformatorstation is vanaf de openbare weg toegankelijk. Ook uit het besluit d.d. 8 3

februari 2023 van de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM), waarbij eveneens een handhavingsverzoek inzake dit transformatorstation is afgewezen, volgt dat Stedin heeft aangegeven dat zij veilig aan de voorkant (namelijk de kant van het inkooppunt) kan werken, en dat het transformatorhuisje daarmee voldoet aan de eisen. 2 Naar het oordeel van de commissie zijn de eisen waar bezwaarmaker een beroep op doet bedoeld als uitgangspunten voor Stedin en diens klanten en is het, nu Stedin akkoord is met de uitvoering, niet aan het college om toe te zien op de toepassing en naleving daarvan. Zelfs als sprake zou zijn van een overtreding van deze regels, kan het college evenals de ACM in dit geval niet handhavend optreden of een eventuele schending onderzoeken. De commissie volgt het standpunt van het college en ziet op deze grond dan ook geen reden voor het college om handhavend op te treden. 6.6

Vergunning en voorschriften o.b.v. de Leidingenverordening Bezwaarmaker geeft aan dat het transformatorstation en de kabels en leidingen om meerdere redenen niet voldoen aan de verleende vergunning en voorschriften. Zo is de vergunning verleend voor Het Havenhoofd 10 te Papendrecht en is de daadwerkelijke locatie niet op dat adres. De commissie stelt, in lijn met het eerdere advies van de bezwaarschriftencommissie over deze vergunning, vast dat voor het transformatorstation geen omgevingsvergunning vereist is. Wel heeft het college terecht een vergunning verleend voor de werkzaamheden op grond van de Leidingenverordening. Daaraan zijn vergunningvoorschriften verbonden, die volgen uit het Handboek Kabels & Leidingen. Uit de situatietekening, die onderdeel vormt van de aanvraag en de verleende vergunning, volgt duidelijk dat de huidige locatie voor het transformatorstation ook de aangevraagde en vergunde locatie is. Dat in de omschrijving bij de aanvraag een specifiek adres is genoemd, maakt dat naar het oordeel van de commissie niet anders. De commissie is daarmee van oordeel dat van strijd met de vergunning op dit punt geen sprake is. Het bezwaar treft geen doel.

6.7

Daarnaast stelt bezwaarmaker dat handhavend moet worden opgetreden vanwege het verhoogde vermogen van het transformatorstation. Op basis van de verleende vergunning zou het maximale vermogen 1600 kVA betreffen. Dit blijkt nu 2500 kVA te zijn. Zoals bezwaarmaker stelt, volgt uit de situatietekening behorende bij de vergunning dat een transformator met een vermogen van 1600 kVA vergund is. Het college heeft gesteld dat het vermogen van de huidige installatie 1600 kVA bedraagt. Tijdens de bezwaarprocedure in het kader van de vergunningverlening heeft vergunninghouder toegelicht dat er een transformatorstation met een groter vermogen is gerealiseerd in verband met de kosten die in de toekomst daarmee voordeliger uitkomen. Het transformatorstation is geschikt voor 2500 kVA, maar de installatie die is geplaatst bedraagt – conform de vergunning - 1600 kVA. De commissie mist hierover echter een onderbouwing in het bestreden besluit. De commissie adviseert het college op dit punt nader onderzoek te doen, waarbij mogelijk een controle van de stelling van vergunninghouder al kan volstaan. Nu niet is gebleken dat dit in de handhavingsprocedure is gecontroleerd en dit niet in het besluit is onderbouwd, kan het bestreden besluit naar het oordeel van de commissie niet in stand blijven.

6.8

Bezwaarmaker geeft daarnaast in zijn bezwaarschrift aan dat de kabels en leidingen, in strijd met de vergunning, niet in mantelbuizen zijn getrokken, te ondiep zijn ingegraven en te dicht bij erfgrenzen liggen. Het college stelt dat alle kabels zijn gelegd conform het aangewezen tracé. De commissie overweegt dat uit bijlage 9 van het Handboek Kabels & Leidingen volgt dat elektrakabels op een afstand van minimaal 1,40 meter van de erfgrens worden gelegd. Zoals het college terecht stelt, geldt die afstand op basis van het standaardprofiel voor de gemeente Papendrecht waarvan op grond van paragraaf 4.2.1 kan worden afgeweken door het aanwijzen van een tracé. Daarvan is in dit geval sprake. Het college heeft dan ook in overeenstemming met het Handboek Kabels & Leidingen een tracé aangewezen. Naar het oordeel van de commissie heeft het college in het bestreden besluit en in verdere toelichting gedurende de bezwaarprocedure echter onvoldoende aangetoond dat alle kabels en leidingen in overeenstemming zijn met de daarvoor geldende regelgeving en het aangewezen tracé. De commissie is van oordeel dat het college op dit punt nader onderzoek had moeten doen om vast te kunnen stellen dat de ligging van de kabels en leidingen veilig en correct is. Uit het bestreden besluit en de reacties van het college volgt in het geheel niet welke norm van toepassing is.

Daarmee had het college niet de conclusie kunnen trekken dat geen sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Indien kabels en leidingen niet diep genoeg zijn ingegraven, ligt het op de weg van het college om in overleg te treden met het

2

Autoriteit Consument en Markt 8 februari 2023, besluit Zaaknr. ACM/22/180115 / Documentnr. ACM/UIT/586664 (Openbaar).

4

Waterschap over de benodigde vervolgstappen teneinde wel te voldoen aan de geldende normen. 6.9

6.10

Verder overweegt de commissie dat in het geheel onvoldoende duidelijk is welke voorschriften er precies verbonden zijn aan de verleende vergunning. De enkele verwijzing naar het Handboek Kabels & Leidingen acht de commissie onoverzichtelijk nu niet alle regels uit het Handboek op deze situatie van toepassing zijn. Van bezwaarmaker en andere betrokkenen kan niet verwacht worden dat zij voor het volledige handboek nagaan welk voorschrift wel of niet van toepassing is en waaraan voldaan moet worden. Naar het oordeel van de commissie vereist het bestreden besluit op dit punt meer duidelijkheid. Vergunning Waterschap Rivierenland Bezwaarmaker stelt dat het transformatorstation ten onrechte in afwijking van de vergunning is geplaatst op paalfundering. Het college stelt dat tijdens de uitvoering toestemming is verleend voor het aanbrengen van palen. De werkzaamheden zijn onder toezicht en goedkeuring van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid uitgevoerd. Ter zitting heeft het college toegelicht dat het oorspronkelijk de bedoeling was om het transformatorstation op stelconplaten te plaatsen. In de uitvoering prefereerde de aannemer echter een paalfundering. Daaropvolgend heeft het Waterschap op 26 oktober 2022 de eerder verleende vergunning aangepast en toegestaan dat het transformatorstation werd geplaatst op paalfundering.

Deze wijziging in de uitvoering is dan ook door het Waterschap gelegaliseerd. De commissie overweegt dat de door bezwaarmaker genoemde voorschriften onderdeel zijn van deze vergunning van het Waterschap. Het is dan ook aan het Waterschap om te handhaven indien de werkzaamheden in strijd met de vergunning zijn uitgevoerd. Niet het college van burgemeester en wethouders, maar het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland is voor die voorschriften het bevoegd gezag dat moet toezien op de uitvoering en heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden. Voor zover bezwaarmaker ook op andere gronden verwijst naar strijdigheid met de vergunning van het Waterschap komt de commissie tot dezelfde conclusie. Het college is niet belast met het toezicht op de naleving van de vergunning van het Waterschap en is ten aanzien daarvan dan ook niet bevoegd om handhavend op te treden bij onregelmatigheden. De bezwaren slagen niet.

6.11

Veiligheid en gezondheid In het bezwaarschrift verwijst bezwaarmaker naar een advies van de Gezondheidsraad waaruit volgt dat dringend geadviseerd wordt om geen transformatorstations te bouwen op een woonerf. De huidige locatie van het transformatorstation wijkt daar van af nu het op het woonerf achter Het Havenhoofd is geplaatst. Het college geeft aan dat het door bezwaarmaker aangehaalde rapport van de GGD Leefomgeving betrekking heeft op transformatorinstallaties van hoogspanningsleidingen. Het betreffende transformatorhuisje en de aangelegde kabels zijn geen hoogspanningsleidingen maar middenspanningsleidingen. Bovendien wordt het transformatorhuisje voldoende veilig geacht voor de huidige locatie. De commissie overweegt dat het college enkel bevoegd is te handhaven indien sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift. Het advies van de Gezondheidsraad betreft geen wettelijk voorschrift. Het is immers geen door bevoegd gezag vastgestelde regelgeving, maar slechts een advies. Het transformatorstation kon bovendien (omgevings)vergunningvrij geplaatst worden. De commissie overweegt wel dat het op de weg van het college had gelegen om het gezondheidsaspect te onderbouwen in het bestreden besluit en, indien nodig, nader onderzoek te doen. Bezwaarmaker benoemt dit immers wel in zijn handhavingsverzoek.

Van hem kan niet worden verwacht bekend te zijn met alle van toepassing zijnde regelgeving op dit gebied. Uit het bestreden besluit volgt niet welke normen hierop van toepassing zijn en in hoeverre het college dit in de besluitvorming heeft betrokken. De commissie acht het bestreden besluit dan ook ontoereikend op dit punt en verwacht een nadere onderbouwing.

6.12

7.

Conclusie De commissie komt gelet op voorgaande overwegingen tot de conclusie dat het college het handhavingsverzoek van bezwaarmaker niet kon afwijzen zonder voorafgaand onderzoek en nadere onderbouwing. Advies De commissie adviseert het college met inachtneming van bovenstaande overwegingen het bestreden besluit te herroepen en een nader onderzoek in te stellen naar de uitvoeringsaspecten, alvorens een gemotiveerd besluit op het handhavingsverzoek wordt genomen. 5

Papendrecht, 18 april 2023 De Regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden de voorzitter

de secretaris

mr. R.C.J. van den Berg

mr. M. Baardman

6

Bijlage: verslag hoorzitting Verslag hoorzitting regionale bezwaarschriftencommissie Drechtsteden van 14 maart 2023 Aanwezigen Commissie: Dhr. mr. R. van den Berg (voorzitter) Dhr. mr. H.J.W. Visser (lid) Mw. mr. M. Baardman (secretaris) Bezwaarmaker: Dhr. N.A. van den Bos Vertegenwoordiging college: Dhr. Zaagsma en dhr. De Jong Derde-belanghebbenden: Dhr. Huisman (Blue Amigo) Toehoorders Mw. Den Dekker Dhr. Van der Wouden Dhr. Waardeloo Mw. Waardeloo Dhr. Van Mook Dhr. De Jong

Zakelijk verslag van de hoorzitting Dit verslag bevat een korte zakelijke samenvatting van het besprokene tijdens de hoorzitting. Standpunten die al uit de ingediende stukken van de bezwaarschriftprocedure blijken zijn in het verslag niet opgenomen. Als gebruik gemaakt is van een pleitnotitie is deze toegevoegd als bijlage aan dit verslag. De vergadering wordt door de voorzitter geopend. De voorzitter heet iedereen welkom en stelt de commissieleden en de secretaris voor. Daarna legt de voorzitter de procedure en het verloop van de zitting kort uit. De voorzitter geeft aan dat van de hoorzitting een geluidsopname wordt gemaakt en dat de opname wordt verwijderd na uitwerking van het schriftelijk verslag. Ook wordt aangegeven dat een van de commissieleden door persoonlijke omstandigheden afwezig is, maar wel meedoet in de beraadslaging en advisering. Bezwaarmaker licht zijn standpunten toe aan de hand van een brief (bijlagen Meten is weten en Gang van Zaken). De commissieleden vragen bezwaarmaker naar de omvang van het bezwaarschrift. De vergunning op grond van de Leidingenverordening ziet op kabels, leidingen, de trafo en de laadkast. Wordt er afgeweken van die vergunning? Zo ja, staat het transformatorstation op een andere locatie dan vergund? Voor handhaving moet sprake zijn van strijd met de verleende vergunning.

Bezwaarmaker geeft aan dat tijdens de eerdere hoorzitting over de vergunning de omwonenden nog niet alles wisten van wat er nu bekend is. De gemeente plaatste de trafo waarbij uiterlijk belangrijker is dan gezondheid en veiligheid van omwonenden. 7

De voorzitter erkent dat alle procedures niet altijd eenvoudig te volgen zijn, maar dat het in deze bezwaarprocedure wel nodig is om de lopende procedures gescheiden te houden. Hier gaat het enkel over de vergunning die het college heeft afgegeven. Andere aspecten horen thuis bij het Waterschap en Stedin etc. Bezwaarmaker licht toe dat dat vergunning is verleend voor een transformator op carport nr. 16 en hij staat achter perceel nr. 15. Daarnaast is de vergunning voor plaatsing op een plaat, terwijl hij nu op paalfundering staat. Dat klopt dus niet. Omwonenden geven aan dat de gemeente de gezondheid en belangen van de omwonenden niet serieus neemt. Op de trafo staat een waarschuwing over dat er geen kinderen mogen spelen en voorzichtigheid geboden is, maar hij staat wel vlak bij de woningen en op een plek waar veel kinderen spelen. De bewoners zijn daarnaast veel te laat en maar heel beperkt geïnformeerd over de werkzaamheden. Er is geen inspraak geweest. Bezwaarmaker stelt dat de gemeenten het telkens heeft over middenspanningskabels, terwijl het hoogspanningskabels zijn. De heer Van Mook licht toe dat er eigenlijk alleen hoogspanning of laagspanning bestaat. Door het als middenspanning te benoemen lijkt het alsof de risico's verduisterd worden. De vertegenwoordigers van het college reageren puntsgewijs op de genoemde standpunten. -

-

-

-

-

Het college begrijpt dat er veel emotie is bij bezwaarmaker en de andere omwonenden. Ook over de communicatie vooraf. Dit is wel al besproken en erkend in de eerdere procedures. Er zijn daarna wel veel gesprekken geweest met omwonenden. De locatie staat bewoners zeer tegen. Er is wel overwogen of er een andere passende plek is en dit is besproken met de aannemers, Blue Amigo en Stedin, maar gelet op de tijd bleek het niet haalbaar om de werkzaamheden te stoppen. De gemeente heeft alles heroverwogen (ook bestuurlijk), maar de conclusie was dat, op de ervaringen van en het contact met de bewoners na, de procedure goed is verlopen. De verwarring over de locatieaanduiding in de vergunning komt doordat het moeilijk is om een plek te duiden die geen huisnummer heeft. De organisatie pakt dan een huisnummer "in de buurt van". De trafo is op de tekening behorend bij de vergunning wel precies ingetekend op de juiste plek. De kabels zijn vergund voor de meters die men wilde leggen conform het tracé. De gemeente heeft niet bepaald dat de trafo op palen moest komen. Tijdens de werkzaamheden heeft de aannemer dat bepaald. De bedoeling was in eerst instantie plaatsing op Stelconplaten, maar later is dit door de aannemer veranderd in palen. Daarna is de vergunning aangepast. De aannemer heeft zorgvuldig gegraven onder toezicht van OZHZ (op verzoek van de omwonenden).

Toezicht was niet verplicht, maar gelet op de gevoelige kwestie was dat wel beter om alles te contoleren en vast te laten leggen door OZHZ. Stedin zoekt de locatie voor een trafo zelf uit. De anderhalve meter ruimte gebruiken ze daarbij als eerste uitgangspunt, maar dat is niet voor alle randen noodzakelijk. Daarna wordt in detail gekeken waar daadwerkelijk anderhalve meter nodig is om de deur te openen en ruimte te hebben. Waar geen deur zit, had Stedin geen anderhalve meter nodig. Aan de andere kant heeft Blue Amigo een eigen beoordeling voor bereikbaarheid. De vergunning is wel gepubliceerd in De Klaroen maar dat was niet noodzakelijk. Er is geen verplichting voor deze vergunning. Daarbij geeft de gemeente toe dat de algemene omschrijving wel verwarrend was. Voor bewoners kon niet precies weten om welke plek het ging.

De heer Huisman reageert namens Blue Amigo op de standpunten: -

-

-

Blue Amigo heeft met de gemeente veel contact gehad over de communicatie. Blue Amigo is de uitvoerder en vraagt de vergunning aan. Van de gemeente begrepen dat het aan Blue Amigo was om te communiceren met de buurt. Dat is ook gedaan, maar wel laat. Zoals vertegenwoordigers van de gemeente ook aangaven heeft het stuk openbare grond waar de trafo staat geen huisnummer. Dat had in de brief wel duidelijker gemoeten met bijvoorbeeld een bijgevoegde tekening om de buurt te informeren. Blue Amigo heeft niet de definitieve locatie gekozen. Heeft wel een wens en gaat daarover in overleg met de betrokken partijen, voornamelijk de gemeente. Iedere betrokken partij heeft daarbij eigen 8

-

belangen in onder andere locatiekeuze. Ook voor Blue Amigo is het niet voordelig als veel omwonenden negatief geraakt worden. De betrokkenen zijn lange tijd op zoek geweest naar een locatie. Met alle afwegingen was dit de toegewezen locatie die overbleef. Blue Amigo heeft adviesbureau Adromi ingeschakeld om de vergunning en het proces voor te bereiden. Blue Amigo is eigenaar van de trafo. Stedin heeft de installatie in beheer.

De voorzitter benadrukt dat er veel belangen en emoties betrokken zijn, maar dat de commissie enkel op juridisch vlak kan adviseren. De andere aspecten kan de commissie niet betrekken in het advies aan het college. De voorzitter vraagt hoe het college denkt over burgerparticipatie. De vertegenwoordiger van het college geeft aan dat er ieder jaar vergunningen over dit soort besluit worden verleend. Daarbij is de standaardwerkwijze dat een zo goed mogelijke locatie wordt gekozen in overleg, waarna de vergunninghouder communiceert naar de buurt. Ook conform het Handboek Kabels en Leidingen. Het is in deze zaak wel een leermoment voor de gemeente, dat ook de vergunningverlener meer betrokken moet blijven bij de communicatie. De voorzitter vraagt of de gemeente niet op voorhand al inspraak van de buurt had kunnen vragen om samen met omwonenden een geschikte locatie te zoeken. De vertegenwoordiger van het college geeft aan er in het verleden nooit problemen zijn ontstaan in deze vergunningverlening. Deze situatie is nieuw, met weerstand van de bewoners, dus daar wordt vanaf nu wel meer op gelet. De commissieleden vragen het college naar de voorschriften bij de vergunning. Vorig jaar is een vergunning op grond van de Leidingenverordening verleend. Die is inmiddels onherroepelijk. Nu ligt er wel een handhavingsverzoek over de vraag of de uitvoering wel conform de vergunning is.

De verordening stelt dat het college voorschriften aan de vergunning kan verbinden. In de vergunning volstaat het college met een verwijzing naar het Handboek Kabels en Leidingen en dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals de definitieve tekeningen conform de MOOR-applicatie. Dit is echter niet controleerbaar voor de commissie en voor omwonenden, omdat die niet in de MOOR-applicatie kunnen. Welke concrete eisen stelt het Handboek dan aan dit soort kabels en leidingen qua ligging, afstand en uitvoering (wel of niet in mantelbuizen bijv.)? De vertegenwoordiger van het college verwijst naar het verweer en geeft aan dat niet alle handboekregels gelden als er een tracé is aangewezen. De commissieleden geven aan dat het tracé wel te zien is op de tekening, maar de commissie kan niet controleren of er nu wel of niet volgens de vergunning is uitgevoerd. Dat blijkt ook niet uit het besluit of het verweerschrift. Bijvoorbeeld bijlage 9 van het Handboek: een standaardprofiel met minimaal 1,40 meter tot de erfgrens. Geldt dat hier wel of niet? Dat is onduidelijk. De vertegenwoordiger van het college legt uit dat de voorschriften die het college aan de vergunning kan verbinden vaak betrekking hebben op activiteiten of evenementen voor een bepaalde periode. De tekeningen en vergunning in de MOOR-applicatie zijn gericht tot één persoon.

De vergunninghouder zelf kan dus wel alles inzien en weet aan welke tekeningen hij zich moet houden. De aanwijzing van het tracé is volgens het standaarddwarsprofiel van bijlage 1 van het Handboek. Als die plek niet beschikbaar is doordat er bijvoorbeeld al een andere kabel ligt, wordt ter plekke met de aannemer gekeken waar wel een passende plek is na een proefsleuf. Kabels liggen dus niet altijd exáct volgens het dwarsprofiel. Een mantelbuis is hier niet vereist en mag zelfs niet. is nodig als onder een weg wordt doorgestoken. Hier ligt het in de primaire waterkering. Het waterschap staat dat niet toe in verband met dijkdoorbraak. De commissieleden geven aan dat in het verweerschrift is aangegeven dat er twee tracés zijn; 1 voor Blue Amigo en 1 voor Stedin. Over welke vergunning en welk tracé hebben we het nu? De vertegenwoordiger van het college geeft aan dat het gaat om de vergunning van Blue Amigo, naar de trafo.

9

De voorzitter vraagt hoe het college denkt over de gezondheidsaspecten. Onder andere met betrekking tot spanning en het veld er omheen. De heer Van Mook geeft aan dat het gevaarlijk is dat er hoog- en laagspanningskabels door elkaar zijn gelegd. Dat kan door hitte uitbranden en dat hoort niet op een woonerf. De voorzitter vraagt of er ook sprake is van straling. De vertegenwoordiger van het college geeft aan dat de gemeente de algemene richtlijnen volgt. Het effect van straling speelt in zijn algemeenheid pas als iemand binnen twee meter 14 uur per dag elke dag aanwezig is. De heer Waardeloo geeft aan dat zijn woning wel binnen die afstand ligt. Dat geeft een onveilig gevoel. Bezwaarmaker geeft aan dat het gaat om hoogspanningskabels die niet voldoen aan de afstandseisen. De kabels liggen onder de poort vlakbij de erfgrens van woningen op 87 cm diep. De voorzitter geeft aan dat de commissie advies zal uitbrengen over het besluit. Het advies zal gericht zijn op de juridische aspecten. De voorzitter dankt een ieder voor zijn aanwezigheid en sluit de zitting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/856/documents/12263