D01. 20220201 RIB Uitvoeringsagenda NPO.pdf
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad datum behandeld door ons kenmerk onderwerp
1 februari 2022 Rina van der Meijden 2022-0009273 Uitvoeringsagenda NPO
Geachte heer, mevrouw, Hierbij bieden wij u de Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ter kennisname aan. Deze Uitvoeringsagenda is opgesteld ter uitvoering van het landelijke Nationaal Programma Onderwijs en de besteding van de middelen die de gemeente daarvoor ontvangt. Hiermee geven we eveneens uitvoering aan de motie van 8 juli 2021 'Achterstanden weg na corona'. De gemeente Papendrecht ontvangt in het kader van het NPO een budget van het Rijk dat bestemd is voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in de voorschoolse periode en voor leerlingen in het (speciaal) primair en voortgezet onderwijs. De bedoeling is om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen hebben opgelopen tijdens de coronapandemie. Het gaat om achterstanden op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak. Het budget is bestemd voor de periode 1 augustus 2021 t/m 31 juli 2023 en bedraagt ongeveer €730.000. In de Uitvoeringsagenda maken we inzichtelijk wat de kaders zijn vanuit het Rijk en binnen welke kaders de gemeente Papendrecht het budget uit gaat geven. De gemeentelijke kaders zijn opgesteld in overleg met het onderwijs en de kinderopvang. Daarnaast bevat de agenda een landelijke en lokale analyse van de gevolgen van de coronapandemie op kinderen en wat het onderwijs gaat doen om onderwijsachterstanden in te lopen.
In de agenda is ook te lezen welk proces de gemeente tot nu toe heeft doorlopen en nog gaat doorlopen samen met haar partners. Naar aanleiding van gesprekken met deze partners is ongeveer 2/3 van het budget bestemd. Gelet op het belang om zo snel als mogelijk de kinderen extra te ondersteunen, zijn we reeds gestart met de uitvoering van deze activiteiten. In de aankomende maanden vinden nog gesprekken plaats om te komen tot een goede besteding van het resterende bedrag onder andere via verbindende activiteiten als cultuur en sport. Het is een bewuste keuze om een flexibele agenda te maken waarbij nog niet het gehele budget is bestemd. Op die manier kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Daarnaast zijn er ideeën die verder uitgedacht en/of afgestemd moeten worden (o.a. over de inpasbaarheid in het nieuwe schooljaar) voordat besloten kan worden om deze daadwerkelijk uit te voeren. Na de zomer van 2022 informeren wij u over de stand van zaken en de verdere invulling van de uitvoeringsagenda. Wij hopen u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de waarnemend burgemeester,
J.M. Ansems MSc
mr. drs. A.M.M. Jetten
Bijlage: 1. Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs, gemeente Papendrecht
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Gemeente Papendrecht Januari 2022
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .......................................................................................................................... 3
2.
Doelstelling..................................................................................................................... 3
3.
Rollen en verantwoordelijkheden.................................................................................... 4 3.1
Het onderwijs .......................................................................................................... 4
3.2
De gemeente........................................................................................................... 4
4.
Het proces en de samenwerking .................................................................................... 5
5.
De kaders ....................................................................................................................... 6
6.
7.
5.1
De bestedingsdoelen vanuit het Rijk ....................................................................... 6
5.2
De leidende principes uit de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Onderwijs .... 7
5.3
Speerpunten............................................................................................................ 8
De situatie landelijk en in Papendrecht ........................................................................... 9 6.1
Landelijke informatie coronavirus over opvoeden en opgroeien .............................. 9
6.2
Kinderen en jeugd in Papendrecht .........................................................................12
6.3
Analyse inzet vanuit het onderwijs..........................................................................12
Inzet, monitoring en verantwoording van middelen ........................................................13 7.1
Activiteitenoverzicht (stand t/m januari 2022) .........................................................13
7.2
Monitoring en verantwoording gemeentelijke middelen ..........................................14
Bijlage 1. Overzicht inzet gemeentelijke middelen ................................................................15
2
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
1. Inleiding De afgelopen anderhalf jaar hebben we gezien dat COVID-19 en de daarbij behorende maatregelen negatieve impact heeft op het leven van kinderen en jongeren. In reactie hierop heeft het Rijk een aantal corona-steunpakketten specifiek voor de jeugd in het leven geroepen. Daarnaast krijgen zowel gemeenten als het onderwijs voor twee schooljaren via het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) middelen vanuit het Rijk om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. Het grootste deel van de middelen gaat naar het onderwijs en een deel naar de gemeenten. Over de periode 1 augustus 2021 t/m 31 juli 2023 krijgt de gemeente Papendrecht ongeveer €730.000 uitgekeerd. Het budget is bestemd voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in de voorschoolse periode en leerlingen in het (speciaal) primair en voortgezet onderwijs (ongeacht hun woonplaats).
2. Doelstelling De NPO middelen moeten de gemeenten gebruiken om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen hebben opgelopen tijdens de coronapandemie. Het gaat om achterstanden op cognitief1, executief2, sociaal3 en emotioneel4 vlak. Er wordt door het Rijk extra aandacht gevraagd voor kinderen die überhaupt al een groter risico op achterstanden hadden, zoals kinderen uit gezinnen met een lagere sociaal economische status. Bij deze kinderen komen achterstanden door COVID-19 vaker voor. Het is de bedoeling dat gemeenten in samenwerking met scholen, kinderopvangorganisaties en andere (lokale) partners maatregelen nemen en komen tot een lokale, integrale en meerjarige aanpak. De maatregelen moeten gericht zijn op het inhalen van onderwijsvertragingen als gevolg van de coronapandemie (op cognitief, executief, sociaal en/of emotioneel vlak), aansluiten op de behoeften van de kinderen en bij de interventies die scholen al nemen. Het is daarom van belang om met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties te overleggen.
1
Cognitieve ontwikkeling is een breed begrip. Het leren, onthouden, het oplossen van problemen en intelligentie vallen allemaal onder cognitieve ontwikkeling. 2 De executieve functies zijn cognitieve processen die nodig zijn voor doelgericht, efficiënt en sociaal aangepast gedrag. Ze zorgen voor controle, sturing en regulering van onze emoties. 3 De sociale ontwikkeling is het ontwikkelen van een eigen persoonlijkheid en het leren omgaan met andere mensen. 4
Een kind dat zich goed emotioneel ontwikkelt, kent zichzelf goed, kan zich goed inleven in anderen en kan goed samenwerken. Andere kenmerken van een goede emotionele ontwikkeling zijn zelfbeheersing, goed kunnen luisteren, doorzettingsvermogen en het kunnen oppikken van ongeschreven regels.
3
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
3. Rollen en verantwoordelijkheden 3.1 Het onderwijs Vanuit het NPO ontvangt het onderwijs middelen om op school interventies in te zetten die zijn gericht op de aanpak van leervertragingen en andere problemen die zijn veroorzaakt door de corona-crisis. Aangezien dat het grootste deel van de NPO middelen betreft, ligt het zwaartepunt bij de scholen zelf. Het gaat in Papendrecht voor de basisscholen om een bedrag van €2.285.000 en voor de middelbare scholen om een bedrag van €2.594.000. Deze budgetten zijn voor het schooljaar 2021-20225. De bedragen voor het schooljaar daarna zijn nog niet bekend. Aan de scholen is door het ministerie gevraagd om voor de zomervakantie van 2021 de (eventuele) achterstanden van hun leerlingen vanwege corona in beeld te brengen. Op basis van deze analyse is gevraagd om een schoolplan te maken waarin staat waar de middelen voor worden ingezet voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023. Iedere school kan, uit de menukaart NPO6, zelf kiezen welke maatregelen het beste passen bij: a) de specifieke behoeften, wensen en mogelijkheden van de leerlingen; b) de school en de uitdagingen die daar spelen. De schoolbesturen stellen, na instemming door de medezeggenschapsraad, de schoolplannen vast. Zij zijn door het ministerie gevraagd de analyses van de opgelopen vertragingen te delen met de gemeente.
Zie hierover meer in hoofdstuk 6 'De landelijke situatie en in Papendrecht'.
3.2 De gemeente Schoolbesturen moeten de gemeenten informeren over hun analyses en de bijbehorende schoolplannen. Gemeenten gebruiken deze plannen om een beeld te vormen van de (huidige) situatie en deze in te zetten om de interventies te bepalen. Het beeld wordt aangevuld en zo volledig mogelijk gemaakt met informatie uit bijvoorbeeld de kinderopvang, de jeugdhulp en wetenschappelijk onderzoek. Met de gemeentelijke middelen voor het NPO kunnen gemeenten in samenwerking met scholen, kinderopvangorganisaties, (jeugdgezondheids)zorg, bibliotheken en andere lokale partijen aanvullende maatregelen nemen om de ontwikkeling van jeugdigen te stimuleren. Dit is vooral van belang voor de kansengelijkheid van jeugdigen. Deze aanpak leidt tot een verruiming van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB). De gemeentelijke NPO middelen zijn een aanvulling op en ter ondersteuning van de middelen die het onderwijs krijgt en komen bovenop de andere steunpakketten voor de jeugd die beschikbaar zijn gekomen.
5
In schooljaar 2021-2022 krijgt elke school per leerling € 701,16 voor een eigen schoolprogramma. Er is extra geld voor scholen waar de problemen groter zijn dan gemiddeld, zie https://www.nponderwijs.nl/po-en-vo/bekostiging 6 Een overzicht van de interventies waaruit scholen kunnen kiezen, is te lezen via https://www.nponderwijs.nl/po-envo/menukaart/interventies-kiezen
4
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
4. Het proces en de samenwerking Om de gemeentelijke NPO middelen zo optimaal mogelijk in te zetten, is afstemming met scholen, kinderopvangorganisaties en andere betrokken partijen noodzakelijk. In het najaar van 2021 is er in twee LEA-vergaderingen (Lokaal Educatieve Agenda, overlegstructuur van onderwijs-, kinderopvang- en gemeentebestuurders ten behoeve van het onderwijs- en jeugdbeleid) gesproken over de inzet van de NPO-middelen. Er zijn afspraken gemaakt met elkaar over het maken van deze agenda en de invulling daarvan. Ten behoeve van de invulling is gesproken over de actuele situatie van de jeugd, de gezamenlijkheid in de urgentie en wat voor interventies de besturen graag zouden zien vanuit de gemeente Papendrecht. Aan de hand van de eerste LEA-vergadering, de aangeleverde schoolplannen en wetenschappelijke rapporten is een analyse geschreven over de landelijke en lokale situatie (zie hoofdstuk 6). Vanuit de bestedingsdoelen vanuit het Rijk (zie par. 5.1), de analyse en de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Onderwijs zijn er speerpunten geformuleerd (par. 5.3) waar we ons op willen focussen. In een LEA-vergadering is besloten om een klankbordgroep op te richten. In deze groep zitten (sector)directeuren/managers van scholen en de kinderopvang, zorgcoördinatoren, het jeugd- en jongerenwerk Suppord, de cultuurmakelaar en medewerkers van de gemeente.
Deze groep komt maximaal 4 keer per jaar bij elkaar, maar kunnen elkaar ook tussentijds bereiken (eventueel in kleinere groepjes). Er wordt overlegd over gesignaleerde (veranderende) achterstanden/behoeftes van de jeugd en ideeën voor interventies. Ook is het de bedoeling om binnen deze groep de effectiviteit van de reeds ingezette interventies te 5
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
bespreken en om indien nodig bij te sturen. In de aankomende LEA-vergaderingen wordt de voortgang van het NPO met elkaar besproken. Daarnaast is er binnen de gemeente een werkgroep van een aantal beleidsmedewerkers die met elkaar overleggen over ontvangen signalen en de activiteiten vanuit diverse beleidsterreinen en de besteding van de (corona)budgetten op elkaar af te stemmen. Er wordt ook afgestemd met andere gemeenten. Het gaat dan om de gemeenten waarvan hun kinderen in Papendrecht op een middelbare school zitten (Sliedrecht, Alblasserdam en Molenlanden). De afgelopen periode is er zowel gewerkt aan het opstellen van deze agenda als ook de realisatie daarvan. Aangezien we de kinderen zo snel als mogelijk extra willen ondersteunen en de middelen uiterlijk 31 juli 2023 besteed moeten zijn, is reeds begonnen aan de uitvoering van een aantal interventies. De aankomende maanden wordt nog besloten tot de inzet van nieuwe interventies. Het is een bewuste keuze om niet gelijk het volledige gemeentelijke NPO budget tot aan 31 juli 2023 te bestemmen. Hiermee kan er ingespeeld worden op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Daarnaast passen sommige interventies beter in een nieuw schooljaar of hebben meer voorbereidingstijd nodig. Snelheid in deze is belangrijk, maar er moet niet te overhaast en mogelijk daardoor ondoordacht gehandeld worden.
In bijlage 1 is een flexibel activiteitenoverzicht opgenomen die in de aankomende maanden verder aangevuld gaat worden. De invulling daarvan wordt binnen de hieronder genoemde kaders en in overleg met de klankborgroep bepaald door de portefeuillehouder onderwijs (verantwoordelijke voor inzet gemeentelijke NPO middelen) in overleg met de inhoudelijk betrokken portefeuillehouder indien dit aan de orde is (bijv. inzet cultuur of sport als middel om achterstanden in de ontwikkeling te verminderen of inzet extra zorg en ondersteuning op scholen).
5. De kaders Het Rijk heeft aangegeven waaraan de NPO middelen moeten worden besteed, de zogenaamde bestedingsdoelen (par. 5.1). De gemeente wil daarnaast handelen conform de leidende principes uit de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Onderwijs (par. 5.2) en heeft in afstemming met de scholen en de kinderopvang vier speerpunten bepaald (par. 5.3). Binnen deze kaders moet de besteding van de gemeentelijke NPO maatregelen plaatsvinden.
5.1 De bestedingsdoelen vanuit het Rijk Zoals bij de doelstellingen in hoofdstuk 2 aangegeven moeten de maatregelen gericht zijn op het inhalen van onderwijsvertragingen als gevolg van de coronapandemie (op cognitief, executief, sociaal en/of emotioneel vlak), aansluiten op de behoeften van de kinderen en bij de interventies die scholen al inzetten. Concreet noemt het Rijk zeven bestedingsdoelen waarvoor het NPO budget kan worden ingezet7.
7
Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen
6
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Deze bestedingsdoelen zijn: 1. (Bovenschoolse) maatregelen of maatregelen op schoolniveau gericht op het inhalen van onderwijsvertragingen als gevolg van COVID-19 waarbij de gemeente een toegevoegde waarde heeft. Te denken valt aan bijles, huiswerkbegeleiding, voorleeshulp thuis, ouderbetrokkenheid of activiteiten op het gebied van sport/cultuur/techniek. Gemeenten kunnen deze activiteiten in samenwerking met andere partijen zoals kinderopvang, bibliotheken, sport en cultuur vormgeven. 2. Maatregelen gericht op het inhalen van vertragingen opgelopen door COVID-19 in de voorschoolse periode. Het moet gaan om kinderen die in aanmerking komen voor de voorschoolse educatie. Qua maatregelen kan gedacht worden aan het inhalen van uren voorschoolse educatie, extra begeleiding in de groep en extra inspanningen gericht op de toeleiding van kinderen. 3. Maatregelen gericht op zorg en welzijn in de school of in de verlengde leertijd en extra beschikbaarheid van zorg op school om vertragingen op sociaal en emotioneel vlak als gevolg van COVID-19 in te halen. Voorbeelden hiervan zijn extra jeugdhulp in de school of schoolmaatschappelijk werk. Het gaat hier om aanvullende interventies of extra beschikbaarheid van zorg op school naast de reguliere verantwoordelijkheden en inzet van de gemeenten voor de jeugd (vanuit de Jeugdwet). 4.
Maatregelen gericht op het bevorderen van lokale (en regionale) samenwerking tussen scholen, bevoegde gezagsorganen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en andere lokale partijen ten behoeve van de aanpak van COVID-19 vertragingen en een integrale ondersteuning van kinderen op sociaal, emotioneel, executief en cognitief vlak. Het gaat hier bijvoorbeeld om het bevorderen van de inzet van pedagogisch medewerkers en jeugdartsen in het onderwijs. 5. Maatregelen gericht op het betrekken van (dreigende) thuiszitters bij de aanpak van het inlopen van vertragingen als gevolg van COVID-19. Bijvoorbeeld door samenwerking tussen onderwijs en zorg te bevorderen of deelname te bevorderen van deze groep aan activiteiten van de gemeente of school. 6. Kosten voor tijdelijke extra huur van bestaande huisvesting als deze extra huisvesting nodig is voor de uitvoering van maatregelen die scholen of gemeenten in het kader van het NPO nemen. 7. Kosten voor ambtelijke capaciteit van de gemeente of inkoop van expertise voor de uitvoering van het NPO.
5.2 De leidende principes uit de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Onderwijs 'Voor elke jeugdige in Papendrecht een goede start en een omgeving waarin hij of zij gezond, kansrijk en met plezier kan opgroeien.' Dit is de visie, welke is opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst Jeugd en Onderwijs (oktober 2021). Vanuit deze visie en het doel om breed georiënteerd en goed samen te werken, is een aantal principes opgesteld. Deze principes gebruiken we ook voor de Uitvoeringsagenda NPO.
7
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Het gaat om de volgende principes: Ouders/opvoeders zijn primair verantwoordelijk voor het gezond, veilig en met plezier opgroeien van jeugdigen; zij vormen de basis voor de ontwikkeling van de jeugdige. Als zij daar ondersteuning bij nodig hebben, dan staan wij klaar. We kijken samen met kind en ouders/opvoeders naar wat er nodig is om zelf weer de ontwikkeling, die past bij de mogelijkheden en behoeften van de jeugdige, vorm te geven. We hebben oog voor plezier en de ontplooiing van talenten en mogelijkheden in de volle breedte, zowel in het leertraject binnen de kinderopvang, peuteropvang en school als in sport en spel, vrije tijd en welzijn. Aandachtspunten in de groei en ontwikkeling van jeugdigen signaleren we goed en tijdig en gaan daar vervolgens handelingsgericht mee aan de slag. We stellen het belang van de jeugdige en diens ouders/opvoeders voorop en werken als partners samen aan een oplossing voor zowel jeugdige als gezin; het organisatiebelang is daaraan ondergeschikt. We sluiten aan bij de ondersteuning die er al is rondom de jeugdige en het gezin en halen aanvullende expertise erbij in plaats van doorverwijzen of overdragen.
5.3 Speerpunten De gemeente heeft in overleg met het onderwijs en de kinderopvang een viertal speerpunten opgesteld. De speerpunten vloeien voort uit de analyse van de huidige situatie. Ze sluiten aan bij de bestedingsdoelen, die geformuleerd zijn door het Rijk. Met deze speerpunten brengen we focus aan. Wel zijn we flexibel om in te spelen op nieuwe (corona)ontwikkelingen of inzichten. In dat geval kan het zijn dat een bepaalde interventie toch ingezet wordt ook al valt deze niet onder één van de speerpunten. De speerpunten zijn: 1. Bevorderen van sociaal-emotionele ontwikkeling en welzijn van de jeugd; 2. Intensiveren van (buitenschools) sport, beweeg- en cultuuraanbod; 3. Het versterken van de zorg(structuur) in en om school; 4. Extra bijdragen aan gezond en kansrijk opgroeien van de kinderen tot 4 jaar.
8
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
6. De situatie landelijk en in Papendrecht De coronapandemie en de bijbehorende maatregelen zijn van invloed op het sociaal emotioneel welbevinden van kinderen en hun ontwikkeling op diverse terreinen (cognitief, executief, sociaal en emotioneel). Om goed zicht te krijgen op de impact van de pandemie en de maatregelen op kinderen en het opvoeden zijn inmiddels diverse landelijke onderzoeken uitgevoerd. Om te weten waar wij als gemeente op moeten focussen en om aanvullend te kunnen zijn op datgene wat de Papendrechtse scholen doen, is een analyse gemaakt van de informatie die op landelijk niveau bekend is en een toespitsing op de kinderen en jongeren op de Papendrechtse scholen. In de laatste paragraaf is op hoofdlijnen aangegeven welke interventies de Papendrechtse scholen inzetten. Voor de analyse van het landelijke beeld inzake de gevolgen voor kinderen en jongeren is onder meer gebruik gemaakt van de informatie die het Nederlands Jeugd Instituut8 op hun website heeft staan. Daarbij hebben wij ons beperkt tot de uitkomsten van onderzoeken die betrekking hebben op jeugdigen tot 18 jaar en die een link (kunnen) hebben met de bestedingsdoelen van het NPO. Wel moeten we ons realiseren dat door de snelle veranderingen in de maatregelen en andere omstandigheden, deze onderzoeken steeds een momentopname betreffen.
6.1 Landelijke informatie coronavirus over opvoeden en opgroeien In deze paragraaf is per onderwerp aangegeven wat de uitkomsten uit één of meerdere onderzoeken zijn. 6.1.1 Mediagebruik Het dichtgaan van de scholen heeft volgens ouders uit het Landelijk Ouderpanel invloed gehad op het mediagebruik van kinderen (0-18 jaar). 41 procent van de ouders die thuiswerkten door corona gaf aan meer mediagebruik toe te laten. Van de ouders die niet thuiswerken liet zelfs 50 procent hun kinderen meer schermtijd toe. De ouders geven aan dat het een lastige opgave is om kinderen bezig te houden zonder school en andere vormen van vrijetijdsbesteding (Opvoedinformatie Nederland, 2020). Uit onderzoek van Terres des Hommes komt naar voren dat 45 procent van de ondervraagde ouders zich enigszins zorgen maakt over te veel beeldschermgebruik van hun kind (Terres des Hommes, 2020). 6.1.2 Sport en bewegen Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten zien dat vooral jongvolwassenen (18-25 jaar) en jongeren (12-18 jaar) minder zijn gaan sporten en bewegen. In het najaar van 2020 gaf 39 procent van de jongeren aan dat zij minder bewogen dan voor de coronacrisis. 17 procent bewoog juist meer (CBS, 2021b).
Het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC) concludeert in het najaar van 2020 dat 75 procent van de ondervraagde kinderen tussen 4 en 18 jaar minder is gaan bewegen tijdens de eerste fase van de coronacrisis. Gemiddeld wordt zo’n 51 minuten per dag minder 8
www.nji.nl/cijfers/coronavirus-opvoeden-en-opgroeien
9
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
bewogen. Daarnaast is bij 20 procent van de kinderen het gewicht toegenomen. Onder kinderen die al te maken hadden met overgewicht gaat dit zelfs om 40 procent (MUMC, 2020). De sportdeelname index van februari 2021 laat zien dat de zelfgerapporteerde sportdeelname in deze maand inderdaad een stuk lager lag in vergelijking met een jaar eerder. Ten opzichte van februari 2020 is het aantal wekelijks sportende 5-12 jarigen gedaald van 80 naar 55 procent. Onder 13-18 jarigen daalde dit van 74 naar 57 procent en onder 19-30 jarigen van 72 naar 58 procent (NOC*NSF, 2021a). In het voorjaar en de zomer van 2021 herstelde de sportdeelname onder kinderen zich weer redelijk. In augustus sportte 64 procent van de 5-12 jarigen minimaal 4 keer per maand. Onder 13-18 jarigen ligt de sportdeelname op 66 procent en voor 19 t/m 30 jarigen op 65 procent. De sportdeelname voor deze leeftijdsgroepen lijkt nog wel lager te liggen dan voor de coronacrisis (NOC*NSF, 2021b). 6.1.3 Afstandsonderwijs Vorderingen leerlingen Onderzoek van de Universiteit van Oxford toonde aan dat basisschoolleerlingen in groep 4 t/m 7 gemiddeld 20 procent minder vooruitgang boekten ten opzichte van voorgaande jaren, vanwege de scholensluiting. Onder leerlingen uit laagopgeleide huishoudens was dit leerverlies nog eens 55 procent groter ten opzicht van de gehele populatie (Engzell, Frey & Verhagen, 2020).
Dit resultaat wordt bevestigd door onderzoekers van de Werkplaats Onderwijsonderzoek Utrecht, die vonden dat kinderen in groep 5 t/m 7 gemiddeld 2 tot 3 maanden leerachterstand opliepen tijdens de eerste schoolsluiting in het voorjaar (Henrichs et al, 2021). In het voortgezet onderwijs werd gevonden dat het gemiddelde cijfer over alle leerlingen significant daalde van een 6,66 in 2019 naar een 6,58 in 2020, deze daling is sterker dan in voorgaande jaren. Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs met gemiddeld een 5 of lager steeg in 2020 van 2 naar 4 procent (TIG, 2021). Uit het onderzoek van de Onderwijsinspectie in alle sectoren van het onderwijs kwam naar voren dat er over de hele linie minder zorgen over cognitieve achterstanden zijn dan in het begin van de pandemie. Wel ging er minder aandacht uit naar sociaal-maatschappelijke en sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen. Ook waren de gevolgen voor oudere leerlingen en studenten groter dan voor jonge leerlingen. Dit komt mede doordat zij veel langer op afstand les kregen. De zorgen om de cognitieve en de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn met name groot voor leerlingen en studenten met een extra ondersteuningsbehoefte, onder andere vanwege een complexe thuissituatie. (Onderwijsinspectie, 2021).
Kansenongelijkheid Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat hoogopgeleide ouders (afgeronde hbo- of wo-opleiding) zelf vaker en beter in staat zijn om hun kind te helpen bij het thuisonderwijs dan ouders met een lager opleidingsniveau (ouders die enkel de basis- of voortgezet onderwijs hebben afgerond). Van de universitair opgeleide ouders geeft 70 procent aan hun kind vaak tot heel vaak te helpen. Onder die enkel het basis- of voortgezet onderwijs hebben doorlopen is dit 50 procent. 80 procent van de hoogopgeleide ouders (afgeronde hbo of wo-opleiding) voelt zich goed in staat om hulp aan het kind te bieden, terwijl onder de lager opgeleide ouders 63 procent dit aangeeft (Bol, 2020). 10
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Het wegvallen van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) tijdens de coronacrisis betekent een achteruitgang van de cognitieve ontwikkeling, vooral bij kinderen uit kansarme milieus. Dat blijkt uit Brits onderzoek. 6.1.4 Welbevinden Het Emma Kinderziekenhuis Amsterdam UMC concludeert een afname van het mentaal welbevinden van kinderen en jongeren tijdens de eerste lockdown in april. Onder jongeren tussen de 8 en 18 jaar werden meer mentale klachten ervaren dan tijdens de vorige uitvraag in 2018. Het gaat om meer slaapproblemen (5 procent), angstklachten (15 procent) en gevoelens van somberheid (10 procent) (Amsterdam UMC, 2020). Volgens EenVandaag had in het najaar van 2020 zo'n 74 procent van de jongeren in Nederland last van psychische klachten. Jongeren hebben het meest last van stress (40 procent), eenzaamheid (38 procent) en aanhoudende vermoeidheid (36 procent). In april lag dit percentage lager; toen had 31 procent last van stress, had 19 procent vermoeidheidsklachten en voelde 26 procent zich eenzaam (Kester, 2020). Data van het RIVM toont aan dat het aantal 16-24 jarigen dat zich psychisch gezond noemt tijdens de coronacrisis snel daalde. In februari 2021 gaf nog maar de helft van de jongeren dit aan. In juni gaf 69 procent van de jongeren aan psychisch gezond te zijn (RIVM, 2021).
De Kindertelefoon concludeerde in januari 2021 dat het aantal gesprekken over zelfdoding (31 procent), eenzaamheid (31 procent), depressie (16 procent) en angsten (12 procent) zijn toegenomen met kinderen en jongeren, ten opzichte van voor en het begin de coronacrisis (De Kindertelefoon, 2021). 6.1.5 Opvoeden Uit een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid blijkt dat een groot deel van de ouders de opvoeding momenteel als moeilijk ervaren. Voor de coronacrisis gaf één op de tien ouders aan uit balans te zijn als het gaat om de balans tussen draagkracht en draaglast in de opvoeding. Bij de peiling in juni gaf maar liefst de helft van de ouders dit aan. Een derde van de ouders geeft de balans een onvoldoende. 39 procent van de ouders ervaart weinig steun van anderen (partner, familie, vrienden of buren) tegenover 17 procent voor de coronacrisis. Daarnaast lijkt het aanpassingsvermogen van ouders te zijn afgenomen. Bijna de helft van de ouders vindt het moeilijk om veranderingen en plotselinge gebeurtenissen op te vangen. Voor de crisis vond 7,5 procent van de ouders dat moeilijk (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, 2020). Ook onderzoek van onderzoekers aan de Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit laat zien dat de coronacrisis veel invloed heeft op het ouderschap.
In november 2020 werkte bijna een kwart procent van de ouders geheel thuis ten opzichte van 15 procent in september. 37 procent van de ouders geeft aan meer werkdruk te ervaren door de schoolsluiting. Ouders zijn naar eigen zeggen meer tijd kwijt met de zorg van hun kind sinds de coronacrisis. Wel lag het percentage ouders dat aangeeft extra tijd aan zorg te besteden in november lager dan in juni: 53 om 32 procent (Yerkes et al., 2020).
11
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
6.2 Kinderen en jeugd in Papendrecht In Papendrecht zijn er gelukkig ook signalen van een veerkrachtige jeugd, die het leven op school na een lockdown snel weer weten op te pakken. Het onderwijs roept op alert te zijn en aandacht te hebben voor de problemen, maar niet te overspannen te reageren. Er is vertrouwen dat sommige problemen ook vanzelf overgaan, omdat de jeugd veerkrachtig is. Naast deze positieve geluiden zijn er ook wat zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling/het mentaal welbevinden en de cognitieve ontwikkeling/leervertraging van de kinderen en jongeren in Papendrecht. De Monitoring Coronacrisis regio Zuid-Holland Zuid geeft aan dat jongeren met psychische klachten als eerste uitvielen en dat zij moeilijker bereikbaar zijn voor hulpverleners, terwijl ze veel aandacht en ondersteuning nodig hebben. Er word een toename gezien van psychische klachten en jongeren uit kwetsbare gezinnen hebben het extra moeilijk. Vanuit het onderwijs en kinderopvang is concreet aangegeven dat: er een groep kinderen is die geen problemen geeft, maar wel problemen heeft. Gezinsproblematiek kan in alle milieus zitten, maar er zijn risicogroepen.
Denk hierbij aan kinderen van gescheiden ouders, kinderen van ouders met een sociaal medische indicatie, maar ook aan welvarende gezinnen waarvan de ouders veel werken; er door de situatie problemen aan het licht komen die er al waren, maar niet zichtbaar waren; het belangrijk is om in te zetten op vrijetijdsbesteding. Kinderen worden hierdoor geactiveerd en kunnen hier veel van leren. Daarnaast vinden ouders de periodes dat hun kinderen veel thuis zijn lastig. De structuur ontbreekt en ouders weten soms niet meer wat ze met hun kinderen aan moeten; het belangrijk is om extra jeugdhulp te bieden aan kinderen met problemen; er minder kinderen zijn doorgeleid naar voor-en vroegschoolse educatie; er ook kinderen zijn met wie het nu beter gaat. Hierbij kan gedacht worden aan kinderen die heel erg eenzaam waren. Nu is iedereen alleen en zijn zij geen uitzondering meer. Het betreft ook kinderen die niet goed in het schoolsysteem passen en met thuisonderwijs gelukkiger zijn, omdat ze hun eigen ritme hebben gevonden.
6.3 Analyse inzet vanuit het onderwijs De interventies vanuit de gemeente moeten aansluiten op de behoeften van kinderen en bij de interventies die scholen al nemen. In de eerder genoemde LEA-vergaderingen en de klankbordgroepvergadering is gesproken over gewenste inzet vanuit de gemeente. Daarnaast heeft het onderwijs de uitkomsten van de zogenoemde schoolscans met de gemeente gedeeld. Het onderwijs heeft vóór aanvang van het schooljaar 2021/2022 deze schoolscans binnen de afzonderlijke locaties afgenomen om zodoende te kunnen bepalen waar zij hun NPO middelen het beste voor in kunnen zetten. Uit de schoolscans blijkt dat scholen hun NPO middelen grotendeels inzetten op: - didactische gebied: bijv. extra lessen, een huiswerkklas, één op één begeleiding en aanschaf van nieuwe lesmethodes; - het bijscholen van medewerkers: bijv. het gebruik van digitale middelen en signalering/ondersteuning bij sociaal emotioneel welbevinden;
12
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
-
extra inzet van personeel: bijv. klassenverkleining, extra lessen en individuele begeleiding; het sociaal emotioneel welzijn van de jeugd: bijv. via weerbaarheidstrainingen, socialiserende activiteiten, de mentorlessen en lessen stressreductie.
De scholen maken zich echter wel zorgen over de beschikbaarheid van extra personeel en het korte tijdspad om het budget op een goede manier te besteden. Het onderwijs heeft bij het ministerie gevraagd om een langere looptijd van de NPO middelen.
7. Inzet, monitoring en verantwoording van middelen Zoals eerder aangegeven ontvangt de gemeente Papendrecht voor de schooljaren 20212022 en 2022-2023 een zogenaamde specifieke uitkering van ongeveer € 730.000 voor het inhalen van corona gerelateerde (onderwijs)vertragingen. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de interventies (activiteitenoverzicht, par. 7.1), de wijze van monitoring en verantwoording (par. 7.2).
7.1 Activiteitenoverzicht (stand t/m januari 2022) In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de activiteiten die qua uitvoering reeds in gang gezet zijn of op korte termijn van start gaan. Hiervoor is gekozen vanwege de relatief beperkte tijd om de NPO middelen te kunnen besteden en vanwege krapte op de arbeidsmarkt waardoor het langer kan duren voordat er personeel gevonden is. Ten aanzien van een aantal andere ideeën is het juist belangrijk om nog het één en ander uit te zoeken en af te stemmen met partners voordat besloten wordt tot uitvoering daarvan. Ook kunnen sommige activiteiten beter ingepast worden in het nieuwe schooljaar. Het overzicht wordt in de aankomende maanden aangevuld.
13
Uitvoeringsagenda Nationaal Programma Onderwijs
Sommige activiteiten/interventies kent de gemeente Papendrecht nu ook al. Het gaat dan om extra inzet bekostigd uit de NPO middelen. Naast de NPO middelen beschikt de gemeente over een budget aan OAB-middelen (Onderwijsachterstandenbeleid) en middelen voor Jeugdhulp. Bij de interventies die in het overzicht worden opgenomen, wordt kritisch gekeken welke inzet vanuit welk budget het meest passend is.
7.2 Monitoring en verantwoording gemeentelijke middelen Zoals in hoofdstuk 4 'Proces en de samenwerking' aangegeven, wordt in de aankomende periode gevolgd of de ingezette interventies het gewenste effect hebben. Indien nodig en mogelijk wordt er bijgestuurd. In de klankbordgroepvergadering wordt monitoring een vast agendapunt. Vanuit het Rijk komt er in het voorjaar van 2022 een tussentijdse evaluatie over de besteding van de NPO-middelen. Tegen die tijd wordt ook bepaald of de oorspronkelijke looptijd van het NPO (tot en met 31 juli 2023) wordt verlengd. De eindevaluatie is voorzien voor eind 2023. In opdracht van het Rijk vindt elk half jaar een rapportage plaats. De uitgegeven NPO middelen moeten bij het Rijk verantwoordt worden via single information, singele audit (sisa). De gemeente moet in de jaarrekening transparant aangeven welk deel van de middelen zijn besteed aan de doelen van de uitkering. De gemeentelijke jaarrekening over 2023 of uiterlijk over 2024 bevat de eindverantwoording van de specifieke uitkering. Aan de hand hiervan bepaalt het Rijk of de uitkering is besteed conform de doelen waarvoor ze is verstrekt.
14
Bijlage 1. Overzicht inzet gemeentelijke middelen Activiteit Extra inzet Schoolmaatschappelijk werk Extra inzet 1,5 fte Jeugdprofessional op school Extra inzet van Suppord: - 0,33 fte extra jeugdjongerenwerk op VO-scholen - sport- en spelbus
Cultuurprojecten (rap-, taal en/of media) via ToBe. Is een aanvulling op het cultuurmenu.
Inhuur NPO projectleider 8 uur per week Totale kosten Vrije ruimte
Aansluiting bestedingsdoel Zorg en welzijn
Aansluiting speerpunt(en) Versterken zorg(structuur) in en om school Zorg en welzijn Versterken zorg(structuur) in en om school (Boven)schoolse Bevorderen sociaalmaatregelen emotioneel welzijn en intensiveren (buitenschools) sport, beweeg- en cultuuraanbod (Bovenschoolse) Bevorderen sociaalmaatregelen emotioneel welzijn en intensiveren (buitenschools) sport, beweeg- en cultuuraanbod
Ambtelijke capaciteit
Doelgroep
Periode
PO en VO
Februari 2022 t/m juli 2023
PO en VO
Februari 2022 t/m juli 2023
VO
Februari 2022 t/m juli 2023
Begroting/kos ten € 100.000 € 200.000
€ 37.000
PO
18 keer in mei & juni 2022
€ 5.000
PO
Januari t/m juli 2022
Max € 58.000 Afhankelijk hoeveel scholen met hoeveel groepen mee gaan doen.
Januari 2022 t/m juli 2023
€ 50.000,€ 450.000 € 280.000