Concept-samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen en Opvang 2026 - 2029.pdf
Tekst van het document
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST BESCHERMD WONEN EN OPVANG 2025 -2029
De gemeenten: Dordrecht, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer W. van der Kruijff, wethouder, verder te noemen “Dordrecht”, Enerzijds En Alblasserdam, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Margreet de Deugd, wethouder, Molenlanden, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Arco Bikker, wethouder, Gorinchem, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Eva Dansen, wethouder, Hardinxveld-Giessendam, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Christa Hendriksen wethouder, Hendrik-Ido-Ambacht, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Steven van Die, wethouder, Papendrecht, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Jaco van Erk, wethouder, Sliedrecht, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171,
tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Cees Paas, wethouder, Zwijndrecht, te dezen krachtens machtiging van de burgemeester op grond van artikel 171, tweede lid Gemeentewet, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Ronald de Meij, wethouder, Tezamen te noemen “Regiogemeenten”, Anderzijds En Dordrecht en de Regiogemeenten gezamenlijk te noemen “Partijen”,
1
Overwegingen: 1. Daar waar in deze overeenkomst Opvang staat vermeld wordt bedoeld: Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. 2. De beleidsterreinen Beschermd Wonen en Opvang vragen om een integrale en samenhangende regionale aanpak. 3. Gewerkt wordt vanuit de regiovisie "Van beschermd wonen naar wonen met bescherming", de visie "Van Opvang Naar Wonen". Daarnaast wordt gewerkt aan de uitvoering van de investeringsagenda 2026 – 2027. 4. Partijen zijn ieder voor zich op grond van artikelen 1.2.1 onder b en c en 2.2.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verantwoordelijk voor het bieden van voorzieningen en het nemen van besluiten op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang. 5. Regionale solidariteit, zowel beleidsmatig als financieel, is het uitgangspunt. 6. De gemeente Dordrecht voert in het kader van deze samenwerking als centrumgemeente de in deze overeenkomst benoemde uitvoeringstaken uit. 7. Partijen faciliteren zoveel mogelijk een volledige en zo doelmatig en doeltreffend mogelijke inzet van de begrote middelen zoals beschreven in de artikelen 6 en 7. 8. Daarbij wordt uitgegaan van een intensieve samenwerkingsvorm tussen Partijen waarin sprake is van één regionaal inkoopproces en één regionaal uitvoeringsapparaat voor o.a. toegang (indicatiestelling) en contractmanagement door de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD).
Daarnaast is er sprake van optimale aansluiting met lokaal beleid en lokale voorzieningen met name in de preventie en nazorg met betrekking tot Beschermd Wonen en Opvang. 9. Ter nadere uitvoering van de taken binnen deze samenwerking is het, na consultatie van het BO, mogelijk voor Dordrecht aanvullende dienstverleningsovereenkomsten aan te gaan. 10. In deze overeenkomst worden de wederzijdse verplichtingen, taken en verantwoordelijkheden nader uitgewerkt. Komen het volgende overeen: Artikel 1 Doel van de overeenkomst Deze overeenkomst heeft tot doel het vastleggen van de afspraken tussen Partijen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de samenwerking op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang.
Artikel 2 Begrippenlijst In deze samenwerkingsovereenkomst wordt verstaan onder: Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die contractueel gehouden is een voorziening inzake beschermd wonen en/of opvang te leveren. Accordering: instemmen met de inhoud van een voorstel. Beleidsregels: regels over het gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan. Beschermd Wonen (BW): alle mogelijke uitwerkingen van Beschermd Wonen van traditioneel beschermd verblijf tot tussenvormen zoals beschermd thuis, zoals beschreven in de Wmo 2015 en de regiovisie. Bestuursorgaan: overheidsinstantie of organisatie die belast is met het beheer en de uitvoering van regelgeving, wetten en overheidsbeleid. Centrumgemeente: de gemeente die in een intergemeentelijk samenwerkingsverband volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 8, vierde lid) bevoegdheden uitoefent namens een aantal omliggende gemeenten. Er is daarbij geen sprake van een aparte rechtspersoonlijkheid. Contractmanagement: het bewaken van de naleving van de in een contract vastgelegde afspraken.
2
Decentralisatie-uitkering: apart onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor specifieke taken (zonder bestedingsverplichting). Dienstverleningsovereenkomst: juridisch document waarin de afspraken tussen een dienstverlener en een opdrachtgever worden vastgelegd. Historisch budget: rijksbijdrage die de centrumgemeente voor bestaande cliënten BW ontvangt (gebaseerd op de kosten die de regio maakte voor beschermd wonen in 2013). Inkoop: ervoor zorgen dat de juiste leveringen en/of diensten van de juiste kwaliteit op de juiste tijd en plaats in de juiste hoeveelheden en tegen de juiste prijs beschikbaar zijn voor de Partijen. Integratie-uitkering: apart onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor specifieke taken (zonder bestedingsverplichting), veelal bedoeld als tijdelijke overgangsregeling. Maatschappelijke opvang: het tijdelijk onderdak en begeleiding bieden aan personen, die door een of meer problemen, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (onder andere dag- en nachtopvang dak- en thuislozen). Machtiging: de verlening van de bevoegdheid om in naam van de verlener van de machtiging een feitelijke handeling uit te voeren. Anders dan bij een volmacht betreft de machtiging niet de bevoegdheid om een rechtshandeling te verrichten.
Mandatering: de machtiging van een bestuursorgaan (de mandaatgever) aan een ander (de gemandateerde) om een bevoegdheid uit te oefenen in naam van (en onder verantwoordelijkheid van) het bestuursorgaan. Meicirculaire: de meicirculaire informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de komende jaren. Daarnaast gaat de circulaire in op andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn. Objectief verdeelmodel BW: mogelijke toekomstige financiering per gemeente voor Beschermd Wonen, gebaseerd op een aantal feitelijke kenmerken van gemeenten en een daarop gebaseerde voorspelling hoeveel inwoners uit die gemeente beschermd wonen nodig hebben. Opvang: het geheel van Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. Overeenkomst: onderhavige Samenwerkingsovereenkomst. Partijen: Dordrecht en de Regiogemeenten gezamenlijk. Perspectiefnota: het kaderstellend document, dat de basis vormt voor de begroting van het volgende jaar en inzicht geeft in de beschikbare financiële middelen en de beleidsmatige ambities en de daarmee verbonden uitgaven. Planning & Control cyclus: jaarlijks terugkerende cyclus, met als doel om het beleid en de bedrijfsvoering te beheersen.
De cyclus geeft inzicht in de doelstellingen, of deze worden bereikt en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. Programmateam beschermd wonen en opvang: beleidsteam van de centrumgemeente. Houdt zich dagelijks bezig met het uitvoeren van de taken van de centrumgemeente. Regiogemeenten: de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht (indien niet in de rol van centrumgemeente), Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.
3
Verordening: een voor burgers algemeen bindende regeling, vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan, veelal een gemeenteraad. Volmacht: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Vrouwenopvang: het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan vrouwen die, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen in verband met relatieproblemen, of in aanraking zijn geweest met huiselijk geweld. Werkbegroting: de geraamde inkomsten en uitgaven voor Beschermd Wonen en Opvang voor het komende jaar, met een doorkijk naar volgende jaren. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Dordtse Adviesraad Sociaal (voorheen WMO-adviesraad Dordrecht): De Dordtse Adviesraad sociaal (DAS) geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de gemeente over het sociaal domein, waaronder de Wmo. Indien de centrumgemeente advies gevraagd aan de adviesraad verzoekt de centrumgemeente de DAS om contact te leggen met de regio adviesraden voor een gedeeld advies. Woonplaatsbeginsel: mogelijke toekomstige wetswijziging die bepaalt, dat gemeenten verantwoordelijk worden, ook financieel, voor beschermd wonen voor hun eigen inwoners (enkele uitzonderingen daargelaten). Dit geldt voor nieuwe indicaties, zodat er sprake zou zijn van een ingroeiregeling.
Artikel 3 Inwerkingtreding en looptijd 1. Deze overeenkomst treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2029. Daarna is er sprake van een verlengoptie van telkens 4 jaar. De overeenkomst vervalt van rechtswege op 1 januari 2030, tenzij Partijen uiterlijk op 1 januari 2029 schriftelijk aan elkaar verklaren de overeenkomst gelijkluidend voor een periode van 4 jaar voort te zetten. Voor elke volgende periode van 4 jaar geldt dezelfde afspraak. 2. Indien afspraken worden gewijzigd is geen sprake van verlenging als bedoeld in het eerste lid maar worden die vastgelegd in een nieuwe overeenkomst.
Artikel 4 Verplichtingen Regiogemeenten 1. De Regiogemeenten verplichten zich tot: a. Het vaststellen van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). b. Het vaststellen van de verordening als bedoeld in artikel 2.1.3. van de Wmo 2015. c. Het vaststellen van nadere regels op basis van en die voortvloeien uit de onder b bedoelde verordening. d. Er voor zorg te dragen dat Dordrecht over de bevoegdheden beschikt die nodig zijn om de aan haar opgedragen taken adequaat uit te kunnen voeren. e. Het voldoen aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit het bepaalde in de artikelen 6, 7, 8 en 9. Het gestelde in lid 1a., 1b., 1c. en 1e. geldt in gelijke mate voor de gemeente Dordrecht zelf. 2. De Regiogemeenten spannen zich maximaal in om ervoor te zorgen dat de in het eerste lid bedoelde plannen, verordeningen en nadere regels zoveel mogelijk uniform en dus conform het in artikel 13 bedoelde voorstel worden vastgesteld. 3. Indien een Regiogemeente inhoudelijk wenst af te wijken van het door Dordrecht aangeleverde voorstel, vindt daarover eerst overleg plaats tussen de Regiogemeenten en Dordrecht.
Het college van de Regiogemeente is gehouden om in het college- of raadsvoorstel duidelijk aan te geven wat de verschillen zijn tussen het door Dordrecht aangeleverde voorstel en het door het eigen college voorgelegde voorstel, met een onderbouwing en de (financiële) consequenties daarvan voor de betreffende gemeente.
4
4.
5.
Indien een Regiogemeente een inhoudelijk afwijkend plan, dan wel afwijkende verordening of nadere regels vaststelt, treden de Regiogemeente en Dordrecht in overleg over de gevolgen daarvan, onverminderd het gestelde in artikel 15, vierde lid. Partijen spannen zich maximaal in om de lokale zorg zodanig in te richten en te organiseren dat zoveel als redelijkerwijs mogelijk is wordt gewaarborgd dat alleen die cliënten naar de Opvang worden verwezen die daar werkelijk voor in aanmerking komen.
Artikel 5 Verplichtingen Dordrecht Dordrecht verplicht zich tot: a. Het opstellen, voorbereiden en ter vaststelling aanbieden van de in artikel 4, eerste lid bedoelde plannen, verordeningen, nadere regels, mandaatbesluiten, machtigingen en volmachten en andere besluiten die nodig zijn om haar taken adequaat te kunnen uitvoeren. b. Het plegen van overleg met de Regiogemeenten over de concepten van de in het eerste lid bedoelde plannen, verordeningen, nadere regels, mandaatbesluiten, machtigingen en volmachten en andere besluiten. c. Het, waar nodig, plegen van overleg met maatschappelijke organisaties en ketenpartners over de in het eerste lid bedoelde plannen, verordeningen en nadere regels. d. Het opstellen en vaststellen van beleidsregels, gehoord de Regiogemeenten. e. Het uitvoeren van de in artikel 8 beschreven Planning & Control cyclus. f. Het opdragen van de uitvoering van de taken die voortvloeien uit artikel 1.2.1. onder b en c van de Wmo 2015 aan de SDD. g. Het (onder)mandateren van de bevoegdheden die de SDD nodig heeft om de aan haar opgedragen taken adequaat te kunnen uitvoeren. h. Het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst met de SDD over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de SDD haar taken uitvoert en daar verantwoording over aflegt aan Dordrecht. i. Het aansturen en houden van toezicht op de uitvoering van de taken door de SDD. j.
Het afleggen van verantwoording aan de Regiogemeenten over de wijze waarop de SDD haar taken uitvoert. k. Het organiseren van periodiek overleg tussen de portefeuillehouders van Partijen. l. Het inkopen van de voor de uitvoering van de wettelijke taken noodzakelijke diensten.
Artikel 6 Financiering Beschermd Wonen: 1. Voor Beschermd Wonen is een budget beschikbaar, dat bestaat uit: De middelen die in de vorm van een integratie uitkering binnen het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld aan Dordrecht; De inkomsten van de eigen bijdragen van cliënten die Dordrecht ontvangt. 2. Dordrecht verplicht zich de inkomsten als bedoeld in het eerste lid te bestemmen voor de uitvoering van Beschermd Wonen. 3. Bij aanpassing van de wijze van financiering vanuit het rijk, zoals de mogelijke invoering van het woonplaatsbeginsel, treden Partijen in overleg over de consequenties hiervan. De uitkomst van dit overleg wordt vastgelegd in een aangepaste tekst van de Samenwerkingsovereenkomst. Mocht een gemeente niet instemmen met de aangepaste overeenkomst, dan vervalt de samenwerkingsovereenkomst voor hen van rechtswege met ingang van het volgende kalenderjaar. 4. Mocht er een tekort zijn bij Beschermd Wonen, dan zal dit verrekend worden met een eventueel overschot bij Opvang. 5. Indien het budget, na verrekening van overschotten op Opvang, ontoereikend is geldt het uitgangspunt van onderlinge solidariteit. Partijen treden dan in overleg met het doel afspraken te maken over een eventuele lobby naar het rijk, ombuigingen of extra financiële bijdragen vanuit de Partijen om de begroting weer in evenwicht te brengen. 6.
Indien Partijen geen overeenstemming bereiken over de aanpassing van het budget of de gemeentelijke bijdrage, delen Partijen het tekort op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-1, met een correctie op basis van het aandeel in de gerealiseerde voorzieningen per T-1.
5
Artikel 7 Financiering Opvang 1. Voor Opvang is een budget beschikbaar, dat bestaat uit: De middelen die in de vorm van decentralisatie uitkeringen binnen het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld aan Dordrecht; De inkomsten van de eigen bijdragen van cliënten; 2. Bij aanpassing van de wijze van financiering vanuit het rijk treden Partijen in overleg over de consequenties hiervan. De uitkomst van dit overleg wordt vastgelegd in een aangepaste tekst van de Samenwerkingsovereenkomst. Mocht een gemeente niet instemmen met de aangepaste overeenkomst, dan vervalt de samenwerkingsovereenkomst voor hen van rechtswege met ingang van het volgende kalenderjaar. 3. Mocht er een tekort zijn bij Opvang, dan zal dit verrekend worden met een eventueel overschot bij Beschermd Wonen. 4. Indien het budget, na verrekening van overschotten op Beschermd Wonen, ontoereikend is geldt het uitgangspunt van onderlinge solidariteit. Partijen treden dan in overleg met het doel afspraken te maken over een eventuele lobby naar het rijk, ombuigingen en/of extra financiële bijdragen vanuit Partijen om de begroting weer in evenwicht te brengen. 5.
Indien Partijen geen overeenstemming bereiken over de aanpassing van het budget of de gemeentelijke bijdrage, delen Partijen het tekort op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-1, met een correctie op basis van het aandeel in de gerealiseerde voorzieningen per T-1.
Artikel 8
Planning & Control cyclus
1. Jaarlijks wordt uiterlijk op 1 april door Dordrecht een perspectiefnota aangeboden voor het komende jaar. Daarin wordt aangegeven welke aantallen/prestaties voor Beschermd Wonen en Opvang in het komende jaar gerealiseerd worden en het daarbij behorende financiële plaatje. Dit onder voorbehoud van de jaarlijkse meicirculaire. Onderdeel van de perspectiefnota is het genormeerde budget voor flankerende kosten per voorziening voor de komende jaren, dat de gemeenten lokaal kunnen invullen. 2. De Regiogemeenten kunnen bij de voorbereiding van de perspectiefnota, maar uiterlijk op 1 februari, een voorstel doen ten aanzien van: a. Bij hen te realiseren lokale voorzieningen op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang. Alleen voorzieningen die toegankelijk zijn voor alle inwoners van Partijen die vallen onder de doelgroep voor Beschermd Wonen en Opvang, komen hiervoor in aanmerking. b. Preventieve maatregelen die instroom in een duurdere (opvang-)instelling voorkomt of een positieve bijdrage levert aan herstel naar zelfstandig wonen na uitstroom van een opvanginstelling. Deze dienen in samenwerking met maatschappelijke partners (zoals corporaties en zorgaanbieders) aangeboden te worden.
3. 4.
5. 6. 7.
Het opnemen van deze voorstellen in de perspectiefnota is alleen aan de orde als daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn en is aangetoond, dat gekozen is voor de meest kostenefficiënte invulling. Zie addendum met apart toetsingskader bij deze overeenkomst. De perspectiefnota wordt besproken en geaccordeerd in het BO ten behoeve van het opstellen van een ontwerp werkbegroting. Op basis van de perspectiefnota en eventuele aanvullingen vanuit de meicirculaire wordt door Dordrecht jaarlijks een ontwerp werkbegroting opgesteld voor het komende jaar, inclusief een doorkijk naar volgende jaren. De definitieve werkbegroting voor het komende jaar wordt voor het zomerreces besproken en geaccordeerd in het BO. De BO-leden dragen er zorg voor dat de vastgestelde gemeentelijke bijdragen voor de uitvoering van de taken tijdig zijn vastgelegd in de eigen begroting. Dordrecht informeert de Regiogemeenten tussentijds over belangrijke afwijkingen op de inzet van de middelen en de behaalde resultaten conform de opzet van de Werkbegroting. Deze halfjaarlijkse financiële- en beleidsrapportages worden in het tweede en vierde kwartaal besproken in het BO en daarna aangeboden aan de Regiogemeenten. Gekoppeld aan de rapportage wordt vanuit de centrumgemeente tweemaal per jaar een financieel overleg met de regiogemeenten georganiseerd.
6
8. Tussentijds wordt de werkbegroting zo nodig geactualiseerd. Dit wordt ter bespreking en accordering voorgelegd aan het BO. 9. Na afsluiting van het boekjaar zorgt Dordrecht voor een verantwoording en afrekening van de bestede middelen en behaalde resultaten. Voor 1 maart worden voorlopige cijfers verstrekt, die de Partijen kunnen gebruiken voor hun jaarstukken.
Artikel 9 Regeling afrekening jaarlijkse overschotten 1. Vanaf het boekjaar 2028 worden eventuele jaarlijkse overschotten verdeeld op basis van de gerealiseerde lokale intramurale en extramurale voorzieningen, welke voor de inwoners van de Partijen beschikbaar zijn. Het gaat hierbij om het aantal beschikbare plekken en een weging van de zwaarte van de diverse soorten zorg. Daarbij wordt telkens gekeken naar peildatum 1 juli in de voorgaande jaren (t-2 en t-1). 2. De overschotten van de boekjaren 2026 en 2027 worden gereserveerd door de gemeente Dordrecht voor de uitvoering van een gezamenlijke investeringsagenda ten aanzien van noodzakelijke voorzieningen voor Beschermd Wonen en Opvang. De eerste opzet van deze investeringsagenda is als bijlage toegevoegd aan deze overeenkomst. In 2027 wordt, op basis van de verplichtingen vanuit de concrete invulling van de investeringsagenda en preventieve maatregelen, bezien of er ruimte is om middelen uit te keren aan de gemeenten vanuit overschotten. Daarbij wordt nog de traditionele verdeelsleutel uit de samenwerkingsovereenkomst 2021-2024 gehanteerd.
Artikel 10 Communicatie Partijen stellen desgewenst gezamenlijk een communicatieplan op voor de communicatie met de media en anderen over de uitvoering van de in deze overeenkomst bedoelde taken, waaronder begrepen communicatie over incidenten en crisissituaties.
Artikel 11 Ambtelijk Overleg 1. Er is een Ambtelijk Overleg. Dordrecht levert de voorzitter en de secretaris van dit overleg. De voorzitter is tevens de secretaris van het Bestuurlijk Overleg. 2. In het Ambtelijk Overleg is elke Regiogemeente vertegenwoordigd met één medewerker. Dordrecht neemt, naast de voorzitter, deel aan het Ambtelijk Overleg met nog minimaal een beleidsmedewerker. 3. Het Ambtelijk Overleg vindt in beginsel gemiddeld 1x per acht weken plaats, dan wel minimaal drie weken voorafgaand aan het Bestuurlijk Overleg. 4. Het Ambtelijk Overleg bereidt de vergaderingen van het Bestuurlijk Overleg voor. 5. Het Ambtelijk Overleg is belast met de gezamenlijke beleidsvoorbereiding en bespreekt eventuele uitvoeringsvraagstukken (als die gevolgen hebben een of meerdere Regiogemeenten). 6. Het Ambtelijk Overleg heeft geen besluitvormende bevoegdheid.
Artikel 12 Bestuurlijk Overleg 1. Er is een Bestuurlijk Overleg. Dordrecht levert de voorzitter en de secretaris. 2. Elke Regiogemeente is in het Bestuurlijk Overleg vertegenwoordigd door een daartoe door de betreffende gemeente aangewezen wethouder. De voorzitter maakt deel uit van het overleg. 3. Het Bestuurlijk Overleg wordt gevoed uit het programmateam Beschermd wonen en Opvang dat vanuit Dordrecht opereert. 4. Het Bestuurlijk Overleg vindt minimaal viermaal per jaar plaats. 5. Indien een Regiogemeente de extra bijeenroeping van het Bestuurlijk Overleg noodzakelijk vindt, doet hij daartoe een gemotiveerd voorstel aan de voorzitter, met een voorstel voor een agenda. De voorzitter is gehouden om op een dergelijk verzoek het Bestuurlijk Overleg bijeen te roepen binnen 3 weken nadat het schriftelijk verzoek is ontvangen. Indien de voorzitter dit nalaat is de indiener van het verzoek gerechtigd om zelf het Bestuurlijk Overleg bijeen te roepen, onder toezending van een agenda en een toelichting op de aanleiding voor de vergadering.
7
6.
7. 8. 9.
In het Bestuurlijk Overleg worden in elk geval de conceptvoorstellen voor het vast te stellen beleid, verordeningen, nadere regels, beleidsregels en mandaatbesluiten, volmachten en machtigingen besproken alsmede de Planning & Control documenten zoals beschreven in artikel 8. Het Bestuurlijk Overleg beslist of het betreffende concept ter vaststelling aan het daartoe bevoegde orgaan wordt aangeboden. Voor het nemen van besluiten door het Bestuurlijk Overleg is de aanwezigheid vereist van minimaal vijf wethouders. Een wethouder kan zich laten vervangen door een collega-wethouder uit diens gemeente. De wethouder van Dordrecht neemt namens de Partijen deel aan het landelijk portefeuillehouders overleg Beschermd Wonen en Opvang van de VNG. Hij/zij informeert het Bestuurlijk Overleg indien nodig.
Artikel 13 Beleid e.d. 1. Iedere vier jaar wordt een regionaal beleidsplan voor de uitvoering van Beschermd Wonen en Opvang voorbereid door Dordrecht en ter vaststelling voorgelegd aan de colleges van de deelnemende gemeenten.  2. De door Dordrecht op te stellen concepten voor vast te stellen beleid, verordeningen, nadere regels, beleidsregels en mandaatbesluiten, volmachten en machtigingen alsmede de Planningen Control documenten worden via het Ambtelijk Overleg voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg. 3. Indien in het Ambtelijk Overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de inhoud of de tekst van het voorliggende voorstel, is Dordrecht niettemin gerechtigd om het voorstel aan het Bestuurlijk Overleg voor te leggen. Het maakt daarbij melding van het besprokene in het Ambtelijk Overleg en van de verschillende standpunten die daar zijn gewisseld. 4. Partijen spreken de intentie uit om ernaar te streven zoveel mogelijk uniform beleid vast te stellen. 5. In geval van concept documenten voor vast te stellen beleid neemt de centrumgemeente het initiatief voor het consulteren van de Regionale Adviesraad Sociaal (welke samenwerking zoekt met de adviesraden van de gemeenten Molenlanden en Gorinchem).
Artikel 14
Vragen
1. Vragen of opmerkingen van de colleges van de Regiogemeenten naar aanleiding van bestuurlijke rapportages en voorstellen worden schriftelijk aan het college van Dordrecht toegezonden met een afschrift aan alle Regiogemeenten. 2. De indiener van de vragen ontvangt binnen vier weken een antwoord op de gestelde vragen namens het college van Dordrecht. Alle Regiogemeenten ontvangen hiervan een afschrift. Artikel 15 Geschillen 1. Partijen maken onderscheid in geschillen over: a. de inhoud van beleid, zoals dat wordt vastgelegd in beleidsnota’s, verordeningen, nadere regels en beleidsregels; b. overige geschillen. 2. Onverminderd het gestelde in artikel 13, derde lid, worden geschillen in het Ambtelijk Overleg schriftelijk en voorzien van een weergave van de verschillende standpunten voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg. 3. Geschillen in het Bestuurlijk Overleg over de inhoud van beleidsvoorstellen als bedoeld in het eerste lid onder a, die ter besluitvorming aan het college of de raad moeten worden voorgelegd, worden vastgelegd in het verslag van de vergadering. Elke partij is bevoegd om een conceptvoorstel aan zijn college of raad ter besluitvorming voor te leggen. Het gestelde in artikel 4, tweede, derde en vierde lid is daarop van toepassing. 4. Indien een Regiogemeente een voorstel vaststelt dat afwijkt van het voorstel van het Bestuurlijk Overleg, kan Dordrecht: a.
Aanvullende kosten in rekening brengen indien de uitvoering van dat afwijkende beleid tot meerkosten leidt; b. Weigeren het afwijkende beleid uit te voeren. In dat geval treden Partijen in overleg over de gevolgen daarvan.
8
5.
Geschillen in het Bestuurlijk Overleg over aangelegenheden als bedoeld in lid 1, onder b, waar op bestuurlijk niveau geen oplossing voor wordt gevonden, worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Rotterdam.
Artikel 16 Evaluatie 1. De Partijen laten in het op één na laatste jaar van de looptijd van de overeenkomst onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap een onderzoek doen door een externe partij naar het functioneren van de samenwerking. 2. Het evaluatieonderzoek richt zich onder meer op: a. de rolverdeling tussen Dordrecht en de overige gemeenten; b. de bestuurlijke en juridische samenwerking; c. het besluitvormingsproces richting colleges en raden; d. de behaalde resultaten; e. de organisatorische ondersteuning; f. op welke wijze de samenwerking kan worden doorontwikkeld. 3. De resultaten van deze evaluatie zullen worden verstrekt aan de colleges van de deelnemende gemeenten.
9
Aldus overeengekomen te:
Alblasserdam, <datum>
Molenlanden, <datum>
Margreet de Deugd
Arco Bikker
Dordrecht, <datum>
Papendrecht, <datum>
Wim van der Kruijff
Jaco van Erk
Gorinchem, <datum>
Sliedrecht, <datum>
Eva Damen
Cees Paas
Hardinxveld-Giessendam, <datum>
Zwijndrecht, <datum>
Christa Hendriksen
Ronald de Meij
Hendrik-Ido-Ambacht, <datum>
Steven van Die
10