Bijlagen bij raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 Tabel overzicht diverse heffingen Realisatie 2021
Onroerende zaakbelasting woningen eigenaar Onroerende zaakbelasting niet woningen eigenaar Onroerende zaakbelasting niet woning gebruikers Afvalstoffenheffing 1-persoonshuishouden 2-persoonshuishouden Rioolheffing Precariobelasting Toeristenbelasting Begraafrecht algemeen graf Inclusief 20 jaar onderhoud en inschrijving register
Begroting 2022
3.980.000 1.345.000 1.017.000 4.566.000
5.106.000 1.742.000 1.154.000 4.922.000
2.386.000 1.000.000 21.000 440.000
2.411.000 0 56.000 408.000
Omgevingsvergunning
772.000
310.000
Overige leges (uittreksel bevolkingsregister, huwelijken, reisdocumenten, rijbewijzen, APV vergunningen, marktgelden) Parkeerbelastingen, Totaal
333.000
532.000
15.860.000
16.641.000
Aankoop en begraafrecht particulier graf inclusief onderhoud 40 jaar en inschrijving register
Begroting 2023
Tarief 2021
Tarief 2022
Tarief 2023
5.401.000 1.838.000 1.217.000 5.085.000 €
0,1065% 0,1257% 0,1158% 0,2327% 0,3038% 0,3198% 0,1816% 0,2255% 0,2371% 327,00 € 420,00 € 432,00 € 300,00 € 309,00 € 342,00 € 360,00 2.456.000 € 158,00 € 161,00 € 165,00 0 € 2,00 € - € 101,90% 56.000 € 1,05 € 1,45 € 1,48 408.000 € 2.290,00 € 2.324,00 € 2.382,00 15 jaar 15 jaar 15 jaar onderhoud onderhoud onderhoud € 3.418,00 € 3.468,00 € 3.553,00 15 jaar 15 jaar 15 jaar onderhoud onderhoud onderhoud 160.000 3,44 procent 3,49 procent 3,57 procent van de van de van de bouwkosten bouwkosten bouwkosten
506.000 diversen
17.127.000
diversen
diversen
Bijlage 2 Overzicht wijzigingen belasting- en retributieverordeningen
Overzicht wijzigingen belasting- en retributieverordeningen
Tariefwijziging Onroerende zaakbelasting
5,50%
Afvalstoffenheffing
3,70%
Rioolheffing
2,40%
Parkeerbelasting
2,40%
Eenmalig rioolaansluitrecht
2,40%
Kadegeld
2,40%
Leges
2,40%
Lijkbezorgingsrechten
2,40%
Marktgeld
2,40%
Toeristenbelasting
€ 1,48
1) Uitgangspunt voor het bepalen van de OZB-tarieven 2023 is stijging van de opbrengst met 2,4% inflactiecorrectie, vermeerderd met areaaluitbreiding. Rekening houdend met de WOZ-waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen, vrijstellingen bij niet-woningen en leegstand bij gebruik niet-woningen, leidt dit to de voorgestelde tarieven. De WOZwaardeontwikkeling van 1 januari 2021 naar 1 januari 2022 is geprognosticeerd op 16,5% voor woningen en voor niet-woningen 1%
Bijlage 3 Wijziging per verordening
Onroerendezaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze heffing. De heffingsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2023 gelden de WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2022. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2021 naar 1 januari 2022 is voor woningen berekend op 16,5% en voor niet-woningen op 1,0%. De OZB tarieven voor 2023 worden:
Gebruikersbelasting niet-woningen Eigenarenbelasting woningen Eigenarenbelasting niet-woningen
0,2371% 0,1158% 0,33198%
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. De tarieven zijn opgesteld op basis van de samenstelling van een huishouden. 1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 432,00 2. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één of twee personen dan bedraagt het tarief: 1. Eén persoon: € 309,00; 2. Twee personen: € 360,00. 3. Meerpersoonshuishoudens: € 432,00 Rioolheffing Het tarief voor Rioolheffing is verhoogd met 2,4% prijscompensatie. Eenmalig rioolaansluitrecht De tarieven voor éénmalig rioolaansluitrecht zijn verhoogd met 2,4% prijscompensatie. Kadegeld De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie
Leges De invoering van de nieuwe omgevingswet is uitgesteld en staat nu gepland op 1 juli 2023. De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie. Bijzonderheden en afwijkingen Legesverordening 2023 Titel 1 Hoofdstuk 2 (Reisdocumenten), hoofdstuk 3 (Rijbewijzen) en hoofdstuk 9 (Overige publiekszaken zoals Verklaring omtrent gedrag of bewijs van in leven zijn): de maximale tarieven worden door de rijksoverheid vastgesteld Tarieven van hoofdstuk 2, 3 en 9 zijn op het moment van opstellen van de voorstellen voor college en raad in principe bekend maar nog niet officieel vastgesteld. We houden nu vast aan de tarieven zoals die waren in 2022. Indien deze definitief zijn vastgesteld door het rijk dan zal een aanpassing plaatsvinden van de legesverordening. Deze aanpassing valt binnen de bevoegdheid van het college. Titel 1 - Hoofdstuk 8 kabels, leidingen en buizen is artikel 1.18.3 toegevoegd. Dit is ter vervanging van het recht van opstal voor transformatorhuisjes en PoP-locaties. Titel 3 -
Hoofdstuk 3 (horeca) Lege 3.4.2 en 3.5.2. zijn extra toegevoegd. Een wijziging van een beheerder op de vergunning is voor deze twee producten een kleine administratieve wijziging waarvoor niet het volle pond (zoals bij een hele nieuwe aanvraag (3.4.1. kamerverhuurbedrijven en 3.5.1.vergunning voor het uitoefenen van een aangewezen bedrijf) hoeft te worden bepaald. Hierbij wordt hetzelfde tarief gehanteerd als bij artikel 3.1.3. en 3.1.4. (57,34) waarbij er ook sprake is van een administratieve wijziging van een persoon (leidinggevende) op de bestaande alcoholvergunning/exploitatievergunning.
Lijkbezorgingsrechten De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie, afgerond op hele bedragen naar boven. Marktgeld De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie. Parkeerbelastingen De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie, afgerond op hele bedragen naar boven. Toeristenbelasting De tarieven worden verhoogd met 2,4% prijscompensatie. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. 17 september 2022 is de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking getreden. Deze vervangt de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen.
Deze geeft gemeenten, naast de andere reeds bestaande beleidsvrijheden, meer beleidsvrijheid een ruimere vermogensvrijstelling toe te passen bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Aangezien de gemeente tot op heden heeft gekozen binnen de wettelijke kaders het kwijtscheldingsbeleid zo ruim mogelijk toe te passen is het opnemen van deze mogelijkheid gewenst. Wijziging betaaltermijn bij OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing In de verordeningen is nu geregeld dat de aanslag in één termijn binnen 2 maanden betaald dient te worden. Men kan ervoor kiezen in 10 termijnen te betalen als men een machtiging voor automatische incasso (AIC) afgeeft. In de praktijk kan men, als er al termijnen zijn verstreken, alsnog kiezen voor AIC. Echter dan geldt voor die aanslag niet meer de 10 termijnen (maanden), maar wordt het nog openstaande bedrag verdeeld over de nog resterende volle maanden van de oorspronkelijk 10. Om dit te formaliseren is aan de tekst in lid 2 'maximaal' toegevoegd. Verder is op verzoek van GBD het maximumbedrag waar voor AIC kan worden gekozen op te hogen naar € 100.000,-, dit is nu € 20.000. In de praktijk wordt, als één van de Coronamaatregelen sinds 2020, dit hogere bedrag al toegepast. Mede hierdoor is gebleken dat de betalingsbereidheid afgelopen tijd niet is teruggelopen.
Deze verhoging is ook wenselijk omdat het mogelijk wordt om aanslagen over verschillende belastingjaren op één aanslagbiljet te verenigen, oftewel te combineren. Aanslagbedragen kunnen hierdoor hoger worden.