Bijlage ll Omgevingsplanregels voor locatie skatepark.pdf
Tekst van het document
Locatie 1. Slobbegors Veld 5- Omgevingsplan regels
Bestemmingsplan Slobbegors 9-10-2015 Artikel 5 Sport 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Doeleinden De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
sportvelden of een sportpark ten behoeve van de (al dan niet recreatieve) uitoefening van diverse veldsporten en overige sporten met bijbehorende voorzieningen en accommodaties, alsmede voor (sport)verenigingen, een en ander met de daarbij behorende horeca uitsluitend voor zover deze ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de toegelaten functies;
b.
voet- en fietspaden;
c.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
d.
parkeervoorzieningen ten behoeve van de toegelaten functies.
5.1.2 Dubbelbestemmingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 18. 5.2.3 Regels buiten de aanduiding 'bouwvlak' Buiten het bouwvlak mogen uitsluitend andere bouwwerken zonder dak worden gebouwd, met dien verstande dat ten behoeve van de sportvelden tribunes zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 5 m.. 5.2.4 Andere bouwwerken (zonder dak) Voor het bouwen van andere bouwwerken zonder dak gelden de volgende regels:
a.
deze mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd;
b.
de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen, met uitzondering van: 1.
erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen;
2.
reclamezuilen, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 m mag bedragen;
3.
lichtmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 15 m mag bedragen.
Artikel 9 Waarde - Archeologie 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Doeleinden De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden conform de Beleidskaart archeologie die als Bijlage 2 Archeologische beleidsadvieskaart bij de regels is gevoegd. 9.1.2 Bestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen (dubbel)bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit Artikel 18.
9.2 Bouwregels 9.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 9.2.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.2.1 is niet van toepassing indien:
a.
het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut;
b.
het bouwplan geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt, waarvan in ieder geval sprake is als de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
c.
conform de Archeologische beleidsadvieskaart archeologie die als Bijlage 2 bij de regels is gevoegd: 1.
sprake is van een middelhoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 500 m2;
2.
sprake is van een hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 250 m2.
9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Afwijken ten behoeve van grotere bodemingrepen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 9.2.1 mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. 9.3.2 Voorwaarden
Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen;
c.
de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten waarvoor vergunning is verleend door een archeologisch deskundige.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie'; zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
a.
het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
b.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
c.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
d.
aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers e.a. wateren.
9.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 9.4.1 is niet vereist indien:
a.
de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
b.
conform de Beleidskaart archeologie die als Bijlage 2 bij de regels is gevoegd: 1.
sprake is van een middelhoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 500 m2;
2.
sprake is van een hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 250 m2;
c.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast;
d.
de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouden vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
e.
de werken en werkzaamheden: 1.
reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemingsplan;
2.
archeologisch onderzoek betreffen of ten dienste daarvan worden uitgevoerd;
3. f.
worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
het voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden betreft die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat en het betreft: 1.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen tot een diepte van 1,5 m, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage;
2.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren tot een breedte van 1 m;
3.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
4.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tot een diepte van 1,5 m.
9.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 9.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de archeologische waarden, op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn:
a.
aanvrager dient een rapport te overleggen waaruit dit naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende blijkt;
b.
aan de vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden; 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
15.4 Vrijwaringszone - dijk 2 Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering.
15.5 Vrijwaringszone - Vaarweg 15.5.1 Algemeen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' zijn de gronden tevens bestemd voor een strook ten behoeve van de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen vaarweg. 15.5.2 Bouwregels Er zijn wat de bebouwing betreft, in afwijking van de bepalingen bij de andere voorkomende bestemming(en), uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan ten behoeve van de vaarweg. 15.5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.5.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken overeenkomstig de regels van de andere
bij dit plan aangewezen bestemmingen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de vaarweg en voorafgaand overleg met de vaarwegbeheerder heeft plaatsgevonden.
Artikel 18 Overige regels 18.1 Voorrangsregels 18.1.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 18.1.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt: a.
in de eerste plaats de regels van Artikel 11 Waterstaat - Waterkering;
b.
in de tweede plaats de regels van Artikel 10 Waterstaat - Stroomvoerend regime;
c.
in de derde plaats de regels van Artikel 9 Waarde - Archeologie.
Locatie 2. De Biezen/naast Bedrijventerrein - Omgevingsplan regels
Reperatie Beheersverordening Papendrecht 2021-07-01
Artikel 11 Groen 11.1 Bestemmingsomschrijving 11.1.1 Doeleinden De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenvoorzieningen, zoals trapvelden, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen (waaronder de bestaande individuele perceelsontsluitingen);
b.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
c.
openbare nutsvoorzieningen;
d.
voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling;
e.
calamiteitenontsluiting;
f.
geluidwerende voorzieningen;
g.
speelvoorzieningen;
h.
tevens een bergbezinkbassin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water bergbezinkbassin';
i.
tevens ondergrondse spoorwegen met de daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer';
j.
tevens een voetgangersbrug ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding voetgangersbrug';
k.
tevens een natuurijsbaan ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan';
l.
tevens een jongeren ontmoetingsplek ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek'.
11.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 44.1.
11.2 Bouwregels 11.2.1 Gebouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van de bestemming en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - loopbrug' tevens een overdekte loopbrug is toegestaan met een maximale bouwhoogte van 6 m. 11.2.2 Andere bouwwerken Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken ten behoeve van of in de vorm van: a.
de regeling van het verkeer;
b.
de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden;
c.
het openbaar nut;
d.
recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten;
e.
straatmeubilair, kleinschalige speelvoorzieningen, culturele kunstwerken en daarmee gelijk te stellen bouwwerken;
f.
geluidwerende wallen en/of schermen.
11.2.3 Overige regels De bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van:
a.
voorzieningen voor verlichting en het verkeer, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen;
b.
geluidwerende voorzieningen, waarvan de bouwhoogte maximaal 7 meter mag bedragen;
c.
culturele kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen;
d.
erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen;
e.
een afscheiding ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - muur', gelegen aan de Aalscholver, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,5 meter mag bedragen.
Artikel 36 Waarde – Archeologie 36.1 Bestemmingsomschrijving 36.1.1 Doeleinden De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden conform de Beleidskaart archeologie die als Bijlage 4 bij de regels is gevoegd.
36.1.2 Bestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen (dubbel)bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 44.1.
36.2 Bouwregels 36.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie' bestemde grond mag niet worden gebouwd. 36.2.2 Uitzondering Het bepaalde in artikel 36.2.1 is niet van toepassing indien: a.
het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut;
b.
het bouwplan geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt, waarvan in ieder geval sprake is als de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
c.
conform de Beleidskaart archeologie die als Bijlage 4 bij de regels is gevoegd: 1.
geen sprake is van een archeologische verwachting;
2.
sprake is van een middelhoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 500 m²;
3.
sprake is van een hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 250 m²;
4.
sprake is van een zeer hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 30 m².
36.3 Afwijken van de bouwregels 36.3.1 Afwijken ten behoeve van grotere bodemingrepen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 36.2 mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. 36.3.2 Voorwaarden Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 36.3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen;
c.
de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten waarvoor vergunning is verleend door een archeologisch deskundige.
36.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 36.4.1 Vergunningplicht
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 36.3;
b.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
c.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
36.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 36.4.1 is niet vereist indien:
a.
de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
b.
conform de Beleidskaart archeologie die als Bijlage 4 bij de regels is gevoegd: 1.
geen sprake is van een archeologische verwachting;
2.
sprake is van een middelhoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 500 m²;
3.
sprake is van een hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 250 m²;
4.
sprake is van een zeer hoge archeologische verwachting en de oppervlakte van de ruimtelijke ingreep kleiner is dan 30 m²;
c.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast;
d.
de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
e.
f.
de werken en werkzaamheden: 1.
reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening;
2.
archeologisch onderzoek betreffen of ten dienste daarvan worden uitgevoerd;
3.
worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
het voor 'Verkeer' aangewezen gronden betreft die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat en het betreft: 1.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen tot een diepte van 1,5 meter, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage;
2.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren tot een breedte van 1 meter;
3.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
4.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tot een diepte van 1,5 meter.
36.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 36.4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de archeologische waarden, op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn:
a.
aanvrager dient een rapport te overleggen waaruit dit naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende blijkt;
b.
aan de vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden; 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
2.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
Artikel 33 Leiding - Hoogspanningsverbinding 33.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse hoogspanningsverbinding.
33.2 Bouwregels Op de in lid 33.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van de in lid 33.1 genoemde bestemming en met inachtneming van de volgende regels:
a.
de bouwhoogte van hoogspanningsmasten mag niet meer bedragen dan 70 meter;
b.
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.
33.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 33.2 een omgevingsvergunning verlenen voor bebouwing ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen overeenkomstig de bouwregels van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de leiding en geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren en beheren van de leiding.
33.4 Specifieke gebruiksregels a.
De regels van artikel 33 gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee de bestemming samenvalt;
b.
De regels van een andere bestemming zijn van overeenkomstige toepassing indien en voor zover deze regels in overeenstemming zijn met de regels van de primaire bestemming;
c.
Binnen de grenzen van de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding zijn geen nieuwe kwestbare objecten toegestaan;
d.
Binnen de grenzen van de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding is opslag niet toegestaan.
33.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 33.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
a.
het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
b.
het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
c.
het uitvoeren van overige grondbewerkingen, zoals woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen;
d.
het aanplanten van diepwortelende beplanting;
e.
het aanbrengen van hoogopgaande beplanting en bomen;
f.
het indrijven van voorwerpen in de grond;
g.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies;
h.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
i.
het verlagen of het verhogen van het waterpeil;
j.
het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.
33.5.2 Uitzondering Het in lid 33.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
b.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
c.
reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
33.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 33.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de leiding en geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren en beheren van de leiding.
48.7 Veiligheidszone - plaatsgebonden risico
a.
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - plaatsgebonden risico' mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten is deze zone een richtwaarde en kunnen aanvullende maatregelen worden gesteld.
b.
Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - plaatsgebonden risico' kunnen Burgemeester en wethouders voor nieuwe beperkt kwetsbare objecten met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid a. De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid wordt daarbij om advies gevraagd.
Locatie 3. Oostpolderpark bij honden uitlaatveld - Omgevingsplan regels
Reperatie Veegbeheersverordening 2023 vastgesteld Artikel 18 Sport 18.1 Bestemmingsomschrijving 18.1.1 Doeleinden De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
sportvelden of een sportpark ten behoeve van de (al dan niet recreatieve) uitoefening van diverse veldsporten en overige sporten met bijbehorende voorzieningen en accommodaties, alsmede voor (sport)verenigingen, een en ander met de daarbij behorende horeca uitsluitend voor zover deze ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de toegelaten functies;
b.
horeca ondergeschikt aan en ten dienste van de toegelaten functies;
c.
horeca van de aangeduide categorie uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1b';
d.
bij één en ander behorende voorzieningen, zoals groen-, water- en parkeervoorzieningen;
e.
tevens dienstverlening ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening';
f.
tevens voor opslag ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
g.
tevens een jongeren ontmoetingsplek ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek';
h.
tevens een manege ter plaatse van de aanduiding 'manege'.
18.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 50 lid 1.
18.2 Bouwregels 18.2.1 Algemeen Op de voor 'Sport' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
a.
gebouwen ten behoeve van de in artikel 18 lid 1 genoemde bestemming, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
b.
andere bouwwerken, zoals voorzieningen ten behoeve van de sportbeoefening, culturele kunstwerken en erfafscheidingen.
18.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels:
a.
binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken zonder dak worden gebouwd;
b.
het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
c.
ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' mag de goothoogte maximaal de aangeduide hoogte bedragen;
d.
ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' mag de bouwhoogte maximaal de aangeduide hoogte bedragen.
18.2.3 Regels buiten de aanduiding 'bouwvlak' Buiten de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels:
a.
buiten het bouwvlak mogen uitsluitend andere bouwwerken en tribunes ten behoeve van sportvelden worden gebouwd;
b.
in afwijking van het bepaalde onder a. en het bepaalde in artikel 18 lid 2.1 mogen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' gebouwen worden gebouwd anders dan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', tot maximaal de aangeduide bebouwde oppervlakte;
c.
de bouwhoogte van de tribunes, overkapping of luifel mag maximaal 5 meter bedragen.
18.2.4 Andere bouwwerken zonder dak Voor het bouwen van andere bouwwerken zonder dak gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte mag maximaal 6 meter bedragen, met uitzondering van:
b.
erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen;
c.
lichtmasten, waarvan de bouwhoogte bij sportvelden maximaal 15 meter en voor het overige maximaal 9 meter mag bedragen;
d.
culturele kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen.
Artikel 40 Waarde - Archeologie - hoge verwachting 40.1 Bestemmingsomschrijving 40.1.1 Doeleinden
De voor 'Waarde - Archeologie - hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud en bescherming van de aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
40.1.2 Bestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen (dubbel)bestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 50 lid 1.
40.2 Bouwregels 40.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie - zeer hoge verwachting' bestemde grond mag niet worden gebouwd.
40.2.2 Uitzondering Het bepaalde in artikel 40 lid 4.1 is niet van toepassing indien: a.
het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en/of alleen de bestaande fundering wordt benut;
b.
het bouwplan geen bodemverstorende activiteiten met zich meebrengt, waarvan in ieder geval sprake is als: 1.
de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
2.
de oppervlakte van het perceel niet groter is dan 250 m².
40.3 Afwijken van de bouwregels 40.3.1 Afwijken ten behoeve van grotere bodemingrepen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 40 lid 4.2 mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad.
40.3.2 Voorwaarden Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 40 lid 3.1 kan het bevoegd gezag de volgende voorwaarden verbinden:
a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieve funderingsmethoden, beschermende bodemlagen of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
b.
de verplichting tot het doen van opgravingen;
c.
de verplichting tot het begeleiden van de activiteiten waarvoor vergunning is verleend door een archeologisch deskundige.
40.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
40.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie - hoge verwachting' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30 cm, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals bedoeld in artikel 40 lid 3;
b.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
c.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
40.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 40 lid 4.1 is niet vereist indien:
a.
de verstoringsdiepte niet meer dan 30 cm onder maaiveld bedraagt;
b.
de oppervlakte van het perceel kleiner is dan 250 m²;
c.
op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast;
d.
de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden van bestaande riolen, bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
e.
f.
de werken en werkzaamheden: 1.
reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening;
2.
archeologisch onderzoek betreffen of ten dienste daarvan worden uitgevoerd;
3.
worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende vergunning.
het voor 'Waarde - Archeologie - hoge verwachting' aangewezen gronden betreft die in beheer zijn bij Rijkswaterstaat en het betreft: 1.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen tot een diepte van 1,5 meter, waaronder begrepen het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en het aanleggen van drainage;
2.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren tot een breedte van 1 meter;
3.
het verlagen of verhogen van het waterpeil;
4.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tot een diepte van 1,5 meter.
40.4.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 42 lid 4.1 wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming van de archeologische waarden, op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.
aanvrager dient een rapport te overleggen waaruit dit naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende blijkt;
b.
aan de vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden; 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
2.
de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.