Bijlage 5 - Vervolgnotitie Herijking Minimabeleid.pdf
Tekst van het document
Het verhogen van gemeentelijke eigen bijdrage heeft direct effect in de portemonnee van inwoners. Zij hoeven maandelijks minder te betalen voor hun zorgverzekering. Dit is extra belangrijk gezien de verwachting dat de zorgverzekeringspremies de aankomende jaren verder zullen stijgen. Dit komt mede door het wegvallen van de collectiviteitskorting per 2023 (zorgverzekeraars mogen nu nog 5% korting geven op de basisverzekering) en de hogere zorgkosten die doorgerekend worden in de premies (mede door Covid-19). SMS-Kinderfonds Ten aanzien van het SMS-Kinderfonds adviseren we geen wijziging in het plusscenario. Het SMSKinderfonds zal in 2023 worden herijkt. Onderdeel hiervan is ook de oriëntatie op een passysteem of combinatie van de huidige methodieken waarop het SMS-Kinderfonds beschikbaar wordt gesteld. Het advies is om deze herijking af te wachten en op basis hiervan wijzigingen door te voeren. SUN Drechtsteden We adviseren om de samenwerkingsrelatie verder te versterken en daarom geen wijzigingen door te voeren in de subsidieverstrekking voor uitvoeringskosten aan SUN Drechtsteden. De subsidieverlening aan SUN verloopt naar tevredenheid. Een laatste vangnet als SUN blijft nodig, zeker in de huidige volatiele omgeving.
Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Om de tegemoetkoming nog beter terecht te laten komen bij de werkende armen – de doelgroep waarvoor deze regeling bedoeld is – zou de doelgroep nog verder verruimd kunnen worden. Door de doelgroep te vergroten naar 130% WSM in plaats van 120% WSM, kunnen nog meer werkende armen hiervan gebruikmaken en verleid worden om vanuit de bijstand te gaan werken. Financieel overzicht plusscenario De genoemde bedragen behelzen de extra kosten t.o.v. het huidige beleid. VERSTERKEN RANDVOORWAARDEN MINIMABELEID 1. Kortdurende begeleiding TOTAAL PMB 1. Inkomensgrenzen 3. Differentiatie naar huishoudtype
PLUSSCENARIO
MEERKOSTEN € 193.830
PLUSSCENARIO 120% WSM Differentiatie (€100,netto) naar huishoudens met kinderen
€ 193.830 MEERKOSTEN [1] € 287.271 [2] € 159.589
21 Samen werken aan zelfstandigheid
Uitvoeringskosten TOTAAL
[3] €126.607 € 573.467
CZM 2. Eigen bijdrage gemeenten
PLUSSCENARIO
MEERKOSTEN
Compact: €15,00 Compleet: €15,00 Compleet + €0,- ER: €30,00
[4] € 253.169
TOTAAL
€ 253.169
EIGEN BIJDRAGE KINDEROPVANG 3. Inkomensgrenzen TOTAAL
PLUSSCENARIO
MEERKOSTEN
130% WSM
[5] € 10.000 € 10.000
TOTALE MEERKOSTEN [6] Plusscenario (incl. adviesscenario)
€ 1.815.467
[7] Plusscenario (excl. adviesscenario)
€ 1.030.467
Toelichting [Ad 1] De kosten zijn gebaseerd op de CBS-gegevens over de omvang van deze doelgroep (nietbijstandsgerechtigden 110% - 120% WSM) en het verwachtte percentage dat een aanvraag PMB indient. Er is gerekend met 35% van de geldende bijstandsnorm. [Ad 2] De kosten zijn gebaseerd op de aanname dat 25,6% van de huishoudens die het PMB aanvragen kinderen heeft. Dit cijfers is gebaseerd op CBS-gegevens en de aantallen die bekend zijn bij de SDD. Het percentage is toegepast op de geprognosticeerde aantallen voor het PMB in 2023. Ofwel, het verwachtte gebruik waarbij gerekend is met een inkomensgrens tot 110% WSM. [Ad 3] De adviezen hebben tot gevolg dat de uitvoeringskosten stijgen. We gaan ervan uit dat zij evenredig meestijgen met de programmakosten. Dit zijn dus de uitvoeringskosten voor als de inkomensgrens naar 120% WSM gaat én huishoudens met kinderen € 100,- netto ontvangen. Er is hierbij gerekend met 35% van de geldende bijstandsnorm. [Ad 4] De kosten zijn gebaseerd op het geprognosticeerde gebruik 2023. [Ad 5] De kosten zijn gebaseerd op een kostenstijging van 40% ten opzichte van de voor 2023 begrote uitgaven (€ 25.000). Hier is voor gekozen, omdat (hogere) percentages op basis van doelgroep gegevens niet realistisch zijn voor deze regeling.
Dit komt omdat er structureel sprake is van een onderbenutting en de beschikbare doelgroep gegevens niet differentiëren naar huishoudens met kinderen. [Ad 6] In dit totaalbedrag zijn ook de voorgestelde maatregelen uit het adviesscenario meegerekend: de 45% geldende bijstandsnorm bij het PMB en de coulance medische kosten bij de bijzondere bijstand. In de berekening is ook rekening gehouden met de wisselwerking van de verschillende adviezen op elkaar en de daarbij behorende uitvoeringskosten. [Ad 7] In dit totaalbedrag zijn niet de voorgestelde maatregelen uit het adviesscenario meegerekend. Dus er is geen rekening gehouden met de 45% geldende bijstandsnorm bij het PMB en de coulance medische kosten bij de bijzondere bijstand. In de berekening is wel rekening gehouden met de wisselwerking van de verschillende adviezen op elkaar en de behorende uitvoeringskosten.
22 Samen werken aan zelfstandigheid
5. Minscenario Dit scenario maakt inzichtelijk welke bezuinigingsopties bestaan in het huidige minimabeleid. Hierbij is rekening gehouden met de hedendaagse context van oplopende inflatie door stijgende energielasten. Dit betekent dat op onderdelen waar verdere aanscherping van het minimabeleid nog mogelijk is, zonder mensen direct hard te raken in hun portemonnee, is gekeken naar besparingsmogelijkheden. Gezien de zwakke financiële positie van minima, die blijkt uit de MER 2021 en 2022, is het advies van het Nibud om geen verdere versoberingen in het minimabeleid door te voeren. Dit minscenario is zodoende niet gebaseerd op uitkomsten en adviezen vanuit de MER. Dat betekent een trendbreuk binnen de Drechtsteden als het aankomt op herijkingsprocessen (die tot nu toe altijd gebaseerd waren op onderzoeken door het Nibud). Ook druist het in tegen de in 2019 vastgestelde visie op het sociaal domein over het versterken van bestaanszekerheid. Natuurlijk is er wel het voordeel dat dit scenario besparingen op het minimabeleid zal opleveren. Risico is echter wel dat de toegenomen armoede door verdere versoberingen op dit beleidsonderdeel, gecompenseerd gaan worden op andere beleidsterreinen, door bijvoorbeeld een toegenomen aantal aanmeldingen in verband met schuldenproblematiek of huisuitzettingen.
Versterken randvoorwaarden succesvol minimabeleid Het inrichten van een vorm van kortdurende financiële begeleiding is in dit scenario achterwege gelaten. Zo kunnen de beschikbare middelen primair kunnen worden ingezet ten behoeve van de inkomensondersteunende maatregelen om de financieel meest kwetsbare huishoudens te ondersteunen. Persoonlijk minimabudget (PMB) Door de referteperiode te verlengen duurt het langer voordat mensen voor de eerste keer in aanmerking komen voor het persoonlijk minimabudget. In het geval van een referteperiode van bijvoorbeeld 3 jaar, ontstaat het eerste recht op PMB na 3 jaar een inkomen van 110% WSM. Daarna is, conform de Participatiewet, jaarlijks recht op de inkomenstoeslag als de situatie en het inkomen niet veranderen. Voordeel van het oprekken van de referteperiode is dat nog duidelijker is dat het PMB ook echt toekomt aan die doelgroep die langdurig een laag inkomen heeft. Meerdere gemeenten in Nederland hanteren een grens van drie jaar alvorens recht ontstaat op het PMB. Omdat we binnen de Drechtsteden een referteperiode van 1 jaar hanteren, is een besparingsmogelijkheid ook om de referteperiode met 1 extra jaar te verlengen naar 2 jaar. Keerzijde van beide verlengingen is dat mensen al direct minder financiële ruimte zullen hebben om tegenvallers of onverwachte uitgaven op de vangen.
Dit zal een groter beroep op de bijzondere bijstand (bedoeld ter compensatie van onvoorziene en bijzondere kosten) tot gevolg hebben. Door verlening van de referteperiode, zullen de uitvoeringslasten stijgen. Het is in dan noodzakelijk om gegevens over meerdere jaren bij cliënten op te vragen. In het financieel overzicht maken we de besparing inzichtelijke door het verlengen van de referteperiode zowel naar 2 als naar 3 jaar. Bijzondere bijstand (BB) De verwachting is dat, als op andere voorzieningen wordt bezuinigd, een groter beroep op de bijzondere bijstand wordt gedaan. Daarom adviseren we om geen grote besparende wijzigingen door te voeren ten aanzien van de bijzondere bijstand. Er kan wel voor gekozen worden om de termijn waarmee met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd te verkorten van zes naar twee maanden. Ook kan de vermogensgrens gehalveerd worden. Deze wijzigingen leveren slechts marginale besparingen op, maar werken voor inwoners drempelverhogend. Collectieve zorgverzekering minima (CZM) We adviseren om geen besparende wijzigingen door te voeren ten aanzien van de CZM. De 'knop' met het meeste effect is de hoogte van de gemeentelijke eigen bijdrage. Maar het afbouwen van deze bijdragen wordt ontraden, omdat dit zal leiden tot een afname van het bereik en daarmee tot meer zorgmijding en schuldenproblematiek.
Daarnaast zullen de kosten die bespaard worden met de afbouw van de gemeentelijke eigen bijdrage zich verplaatsen naar de gezondheidszorg en de schuldhulpverlening, doordat medische hulp wordt uitgesteld en betalingsachterstanden toenemen.
23 Samen werken aan zelfstandigheid
SMS-Kinderfonds In het bezuinigingsscenario kan ervoor worden gekozen om de doelgroep te verkleinen door de inkomensgrens te verlagen van 140% WSM naar 130% WSM en tevens een vermogensgrens in te voeren. Door de doelgroep te verkleinen en een vermogensgrens in te voeren, zullen minder mensen in aanmerking komen, waardoor de uitgaven voor het SMS-Kinderfonds lager worden. SUN Drechtsteden In de subsidieverlening voor uitvoeringskosten aan SUN Drechtsteden adviseren we geen minscenario of bezuiniging. De subsidieverlening aan SUN verloopt naar tevredenheid. Een laatste vangnet als SUN blijft nodig, zeker in de huidige volatiele omgeving. Tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang In het bezuinigingsscenario kan ervoor worden gekozen om de tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang te laten vervallen. Er komt momenteel maar een kleine doelgroep in aanmerking voor deze regeling (werkende armen tot 110% WSM) en deze doelgroep is lastig te bereiken. In de MER werd al aanbevolen om deze regeling in elk geval te heroverwegen. Financieel overzicht minscenario PMB
MINSCENARIO
BESPARING
2. Bepaling van de referteperiode/definitie langdurigheid SMS-KINDERFONDS
2 jaar 3 jaar MINSCENARIO
[1] 2 jaar: € - 245.668 3 jaar: € -409.446 BESPARING
3. Inkomensgrens 4. Vermogenstoets
130% WSM Ja
[2] € -94.834 [3] € -612.600
TOTAAL
€ -707.434
EIGEN BIJDRAGE KINDEROPVANG 1. Aanbieden van de regeling TOTAAL
MINSCENARIO
BESPARING
Nee
[4] € -25.000 € -25.000
TOTALE BESPARING [5] Minscenario
€ -1.141.880
Toelichting [1] Van alle PMB-ontvangers in 2021 ontvangt 20% korter dan 2 jaar en 32% korter dan 3 jaar het PMB. Omdat inwoners die het PMB korter dan 2/3 jaar ontvangen ook inwoners kunnen zijn die wel al langer een laag inkomen hebben, wordt de daling van het aantal PMB-ontvangers vastgesteld op 15% (bij een referteperiode van 2 jaar) en 25% (bij een referteperiode van 3 jaar). In de besparing is ook rekening gehouden met de verhoogde uitvoeringskosten die een verlening van de referteperiode met zich meebrengt. [2] De kosten zijn gebaseerd op de aanname dat van de doelgroep tussen 120% en 140% die in aanmerking komen voor het SMS-Kinderfonds 29% hiervan gebruik maakt. Bij een verlaging naar 130% kan worden verondersteld dat de helft hiervan wegvalt, wat een kostenbesparing van €82.644 oplevert. [3] De kosten zijn gebaseerd op gegevens van het CBS waarin verondersteld wordt dat 30% van de minimahuishoudens een in aanmerking te nemen vermogen heeft. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat dit percentage dateert uit 2018 en door de huidige koopkrachtonwikkelingen en de energiecrises een lager percentage verondersteld kan worden. Daarnaast zal het invoeren van een vermogenstoets een verhoging van de uitvoeringskosten met zich meebrengen welke de verwachte besparing (aanzienlijk) kan verminderen.
[4] De kosten zijn gebaseerd op het begrote bedrag voor 2023 voor deze regeling. Deze kosten komen bij afschaffing van de regeling te vervallen. [5] In de totale meerkosten is gerekend met het verlengen van de referteperiode bij het PMB naar 3 jaar.
24 Samen werken aan zelfstandigheid
6. Overzicht adviezen VERSTERKEN RANDVOORWAARDEN MINIMABELEID
HUIDIG BELEID
ADVIESSCENARIO
PLUSSCENARIO
MINSCENARIO
1. Kortdurende begeleiding PMB
x HUIDIG BELEID
✓ ADVIESSCENARIO
✓ PLUSSCENARIO
x MINSCENARIO
1.
Bepaling van de definitie laag inkomen Bepaling van de referteperiode/definitie langdurigheid Differentiatie naar huishoudtype
110% WSM
110% WSM
120% WSM
110% WSM
1 jaar
1 jaar
1 jaar
2 of 3 jaar
Differentiatie naar alleenstaand/gehuwd en inrichtingsnorm 35% van de geldende bijstandsnorm Geen recht bij zicht op inkomstenverbetering en bij gebleken onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen
Differentiatie (€100,netto extra) naar huishoudens met kinderen 45% van de geldende bijstandsnorm Geen recht bij zicht op inkomstenverbetering en bij gebleken onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen
Differentiatie naar alleenstaand/gehuwd en inrichtingsnorm
De hoogte van de toeslag De nadere regels ten aanzien van de doelgroep
Differentiatie (€100,netto extra) naar huishoudens met oudere (12+) kinderen 45% van de geldende bijstandsnorm Geen recht bij zicht op inkomstenverbetering en bij gebleken onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen
HUIDIG BELEID
ADVIESSCENARIO
PLUSSCENARIO
2. 3.
4. 5.
BB
35% van de geldende bijstandsnorm Geen recht bij zicht op inkomstenverbetering en bij gebleken onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen MINSCENARIO
1. 2.
Inkomensgrenzen Vermogensgrenzen
110% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010
110% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010
110% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010
3.
Draagkrachtpercentages
4.
Terugwerkende kracht aanvragen
35% van ‘meerinkomen’; 100% van ‘meervermogen’ 6 maanden
35% van ‘meerinkomen’; 100% van ‘meervermogen’ 6 maanden
35% van ‘meerinkomen’; 100% van ‘meervermogen’ 6 maanden
5.
Vorm bijstand: lening of gift
6.
Hoogte richtprijzen
leenbijstand o.a. voor duurzame gebruiksgoederen geïndexeerde richtprijzen
leenbijstand o.a. voor duurzame gebruiksgoederen geïndexeerde richtprijzen
leenbijstand o.a. voor duurzame gebruiksgoederen geïndexeerde richtprijzen
7.
Coulance medische kosten
x
✓
✓
110% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010 (optioneel: halveren) 35% van ‘meerinkomen’; 100% van ‘meervermogen’ 6 maanden (optioneel: 2 maanden) leenbijstand o.a. voor duurzame gebruiksgoederen geïndexeerde richtprijzen x
HUIDIG BELEID
ADVIESSCENARIO
PLUSSCENARIO
MINSCENARIO
Alle drie de pakketten worden aangeboden. Compact: €13,50 Compleet: €13,50 Compleet + €0,- ER: €27,00 130% WML Geen vermogenstoets HUIDIG BELEID
Alle drie de pakketten worden aangeboden. Compact: €13,50 Compleet: €13,50 Compleet + €0,- ER: €27,00 130% WML Geen vermogenstoets ADVIESSCENARIO
Alle drie de pakketten worden aangeboden. Compact: €15,00 Compleet: €15,00 Compleet + €0,- ER: €30,00 130% WML Geen vermogenstoets PLUSSCENARIO
Alle drie de pakketten worden aangeboden. Compact: €13,50 Compleet: €13,50 Compleet + €0,- ER: €27,00 130% WML Geen vermogenstoets MINSCENARIO School, Muziek, Sport. Sociale uitsluiting van kinderen van minima voorkomen PO: € 275 p.j. VO/MBO/HBO: € 790 p.j. 130% WSM Wel vermogenstoets Passysteem (Dordrecht) en
CZM 1. 2.
Aanbieden gemeentepakketten Eigen bijdrage gemeenten
3. Inkomensgrens 4. Vermogenstoets SMS-KINDERFONDS 1.
Doel bestedingen
School, Muziek, Sport. Sociale uitsluiting van kinderen van minima voorkomen
School, Muziek, Sport. Sociale uitsluiting van kinderen van minima voorkomen
School, Muziek, Sport. Sociale uitsluiting van kinderen van minima voorkomen
2.
Hoogte bedragen per jaar per kind
PO: € 275 p.j. VO/MBO/HBO: € 790 p.j.
PO: € 275 p.j. VO/MBO/HBO: € 790 p.j.
PO: € 275 p.j. VO/MBO/HBO: € 790 p.j.
3. 4. 5.
Inkomensgrens Vermogenstoets Vorm van verstrekking
140% WSM Geen vermogenstoets Passysteem (Dordrecht) en
140% WSM Geen vermogenstoets Passysteem (Dordrecht) en
140% WSM Geen vermogenstoets Passysteem (Dordrecht) en
25 Samen werken aan zelfstandigheid
6.
Aanbieder
SUN DRECHTSEDEN 1.
Subsidieverstrekking
EIGEN BIJDRAGE KINDEROPVANG 1. 2.
Aanbieden van de regeling Hoogte tegemoetkoming
3. 4.
Inkomensgrens Vermogenstoets
5.
Terugwerkende kracht aanvragen
Methodiek Leergeld (overige Drechtsteden)
Methodiek Leergeld (overige Drechtsteden)
Methodiek Leergeld (overige Drechtsteden)
Methodiek Leergeld (overige Drechtsteden) Dordtpas (Dordrecht) en Stichting Leergeld Drechtsteden (overige Drechtsteden) MINSCENARIO
Dordtpas (Dordrecht) en Stichting Leergeld Drechtsteden (overige Drechtsteden) HUIDIG BELEID
Dordtpas (Dordrecht) en Stichting Leergeld Drechtsteden (overige Drechtsteden) ADVIESSCENARIO
Dordtpas (Dordrecht) en Stichting Leergeld Drechtsteden (overige Drechtsteden) PLUSSCENARIO
Subsidieverstrekking voor uitvoeringskosten
Subsidieverstrekking voor uitvoeringskosten
Subsidieverstrekking voor uitvoeringskosten
HUIDIG BELEID
ADVIESSCENARIO
PLUSSCENARIO
Subsidieverstrekking voor uitvoeringskosten MINSCENARIO
Ja
Ja
Ja
Nee
4% totale kosten kinderopvang conform max. uurtarief 110% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010 6 maanden
4% totale kosten kinderopvang conform max. uurtarief 120% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010 6 maanden
4% totale kosten kinderopvang conform max. uurtarief 130% WSM alleenstaande € 6.505; gehuwden € 13.010 6 maanden
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
26 Samen werken aan zelfstandigheid
7. Financiële paragraaf In de financiële overzichten in deze notitie zijn telkens de meerkosten genoteerd die de adviezen tot gevolg hebben. Deze bedragen worden middels een verdeelsleutel doorgerekend aan de zeven gemeenten. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat met het vaststellen van de GR Sociaal ook tot een actualisatie is gekomen van de kostenverdeling en de daarbij behorende sleutels. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op de (nieuwe) verdeelsleutels en het budget voor de verstrekkingen en uitvoeringskosten in het kader van het minimabeleid. Verdeelsleutels De begrote bedragen en werkelijke kosten van het minimabeleid worden verdeeld over de gemeenten op basis van verdeelsleutels. In de Bijdrageverordening zijn de verdeelsleutels vastgesteld. Voor het minimabeleid bedraagt deze verdeelsleutel t/m 2022: 5-jaars gemiddelde Participatiewet klantaantallen. Dit betekent dat de begrote bedragen en werkelijke kosten voor het minimabeleid conform deze verdeelsleutel worden verdeeld over de gemeenten. Bij deze verdeelsleutel is er sprake van solidariteit. Vanaf 2023 zijn er nieuwe verdeelsleutels vastgesteld voor de gemeentelijke bijdrage. Voor het minimabeleid betekent dit dat de werkelijke kosten worden doorberekend.
Omdat verandering van kostenverdeling leidt tot herverdeeleffecten is door de gemeenten aangegeven een ingroeiperiode van vier jaar te willen hanteren. De ingroei gaat met stappen van 25% per jaar zodat na vier jaar de kosten voor 100% worden verdeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutels. Ofwel, vanaf 2026 wordt 100% van de werkelijke kosten per gemeenten in rekening gebracht. Budget minimabeleid De gemeenten ontvangen voor het minimabeleid in het gemeentefonds onder de algemene uitkering een budget voor de verstrekkingen en uitvoeringskosten in het kader van het minimabeleid. Het gemeentefonds bestaat uit een aantal verschillende typen uitkeringen, waaronder de Algemene uitkering. Deze uitkering is gebaseerd op een groot aantal maatstaven. De totale omvang beweegt mee met de rijksuitgaven. Extra uitgaven en bezuinigingen van het Rijk hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering. De algemene uitkering is verdeeld in clusters en sub-clusters, waarbij het Rijk probeert de benodigde middelen van gemeenten met behulp van maatstaven zo goed als mogelijk te benaderen. Het budget van het minimabeleid komt uit het Cluster Inkomen en participatie.
27 Samen werken aan zelfstandigheid
8. Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk sociaal minimum (WSM) en Wettelijk minimumloon (WML) Wettelijk sociaal minimum (WSM), netto per maand inclusief vakantietoeslag. Geldend 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022
Alleenstaande (ouder) Gehuwd of samenwonend Alleenstaande in inrichting Alleenstaand (vanaf AOWleeftijd) Gehuwd of samenwonend (vanaf AOWleeftijd)
100% WSM bijstandsnorm € 1.091,71
110% WSM € 1.200,88
120% WSM € 1.310,05
130% WSM € 1.419,22
140% WSM € 1.528,39
150% WSM € 1.637,57
€ 1.559,58
€ 1.715,54
€ 1.871,50
€ 2.027,45
€ 2.183,41
€ 2.339,37
€ 379,68
€ 417,65
€ 455,62
€ 493,58
€ 531,55
€ 569,52
€ 1.213,06
€ 1.334,37
€ 1.455,67
€ 1.576,98
€ 1.698,28
€ 1.819,59
€ 1.642,54
€ 1.806,79
€ 1.971,05
€ 2.135,30
€ 2.299,56
€ 2.463,81
Wettelijk minimumloon (WML), bruto per maand inclusief vakantietoeslag. Geldend per 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 21 jaar en ouder
100% WML € 1.863,00
110% WML € 2.049,3
120% WML € 2.235,60
130% WML € 2.421,90
140% WML € 2.608,20
150% WML € 2.794,50
28 Samen werken aan zelfstandigheid
Bijlage 2: Rekenvoorbeeld draagkrachtpercentage bijzondere bijstand De situatie ➢ Inwoner vraagt (incidentele) bijzondere bijstand aan voor de kosten van een bed, bank, koelkast en wasmachine. ➢ Hoogte bijzondere bijstand o.b.v. huidige richtprijzen: € 786,00 ➢ Maandinkomen inwoner: € 1.350,00 ➢ Vermogen: € 5.000 (= lager dan thans geldende vermogensgrens alleenstaande ad € 6.505) -
1. Huidig beleid (inkomensgrens 110% WSM; draagkrachtpercentage 35%) Inkomensgrens alleenstaande 110% (netto, incl. vt8) : € 1.200,89 Meerinkomen (=inkomen boven inkomensgrens) : € 149,11 (€ 1.350 minus € 1.200,89) Meerinkomen over draagkrachtperiode (12 maanden) : € 1.789,32 (€ 149,11 x 12 maanden) Draagkracht : € 626,26 (35% van € 1.789,32) Hoogte bijzondere bijstand : € 159,74 (€ 786,00 minus € 626,26)
Extra toelichting: Bij een inkomen hoger dan € 1.388 netto per maand (incl. vakantiegeld) is de draagkracht zo hoog dat je niet meer in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor onderhavige kosten ter hoogte van € 786. Het wettelijk minimumloon bedraagt circa € 1.600 p.m. netto (bij een volledige werkweek). Als de kosten hoger zouden zijn dan € 786, dan kun je ook met een hoger inkomen nog in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. 2. Scenario verhogen inkomensgrens (110% → 120% WSM) - Inkomensgrens alleenstaande 120% (netto, incl. vt) : € 1.310,05 - Meerinkomen : € 39,95 (€ 1.350 minus € 1.310,05) - Meerinkomen over draagkrachtperiode (12 maanden) : € 479,40 (€ 39,95 x 12 maanden) - Draagkracht : € 167,79 (35% van € 479,40) - Hoogte bijzondere bijstand : € 618,21 (€ 786,00 minus € 167,79) Extra toelichting: Bij een inkomen hoger dan € 1.497 netto per maand (incl. vakantiegeld) is de draagkracht zo hoog dat je niet meer in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor onderhavige kosten ter hoogte van € 786. 3. Scenario verlagen draagkrachtpercentage (35% → 30% meerinkomen) - Inkomensgrens alleenstaande 110% (netto, incl.
vt) : € 1.200,89 - Meerinkomen : € 149,11 (€ 1.350 minus € 1.200,89) - Meerinkomen over draagkrachtperiode (12 maanden) : € 1.789,32 (€ 149,11 x 12 maanden) - Draagkracht : € 536,80 (30% van € 1.789,32) - Hoogte bijzondere bijstand : € 249,20 (€ 786,00 minus € 536,80) Extra toelichting: Bij een inkomen hoger dan € 1.419 netto per maand (incl. vakantiegeld) is de draagkracht zo hoog dat je niet meer in aanmerking komt voor bijzondere bijstand voor onderhavige kosten ter hoogte van € 786.
8
Vt = vakantietoeslag
29 Samen werken aan zelfstandigheid