Bijlage 5 - Toelichting - Veerweg-Vondellaan Papendrecht.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Veerweg-Vondellaan’
Plan ROS Adviesbureau voor ruimtelijke plannen Torenallee 20 (Strijp-S) 5617 BC Eindhoven www.planros.nl
Bestemmingsplan ‘Veerweg-Vondellaan’ Toelichting
Gemeente Papendrecht Vastgesteld Versiedatum 30 - 11 - 2021 NL.IMRO.0590.Vondellaan-3001
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.
Inleiding ............................................................................................................ 5
1.1.
Aanleiding .......................................................................................................... 5
1.2.
Ligging en plangrenzen ...................................................................................... 5
1.3.
Geldende beheersverordening ......................................................................... 7
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2.
Gebieds- en projectprofiel................................................................................ 9
2.1.
Gebiedsbeschrijving .......................................................................................... 9
2.2.
Kaders voor herontwikkeling .......................................................................... 10
2.3.
Planbeschrijving .............................................................................................. 11
Hoofdstuk 3.
Beleidskader ................................................................................................... 15
3.1.
Rijksbeleid ....................................................................................................... 15
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 17
3.3.
Regionaal beleid .............................................................................................. 21
3.4.
Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 23
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten........................................................................................ 28
4.1.
Erfgoed ............................................................................................................ 28
4.2.
Water............................................................................................................... 30
4.3.
Natuur ............................................................................................................. 33
4.4.
Verkeer en parkeren ....................................................................................... 37
4.5.
Kabels en leidingen.......................................................................................... 40
4.6.
Bodem- en grondwaterkwaliteit ..................................................................... 40
4.7.
Geluid .............................................................................................................. 41
4.8.
Luchtkwaliteit .................................................................................................. 42
4.9.
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 44
4.10.
Externe veiligheid ............................................................................................ 46
4.11.
Windhinder...................................................................................................... 48
4.12.
Bezonning ........................................................................................................ 50
4.13.
M.e.r.-beoordeling .......................................................................................... 50
3
Hoofdstuk 5.
Juridische planbeschrijving ............................................................................ 52
5.1.
Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 52
5.2.
Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 52
5.3.
Toelichting op de regels .................................................................................. 52
Hoofdstuk 6.
Uitvoerbaarheid.............................................................................................. 54
6.1.
Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 54
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 54
Bijlagen bij de toelichting ........................................................................................................... 56 Bijlage 1.
Kaders voor herontwikkeling
Bijlage 2.
Archeologisch vooronderzoek
Bijlage 3.
Stikstofdepositie berekening
Bijlage 4.
Quickscan flora & fauna
Bijlage 5.
Nader onderzoek vleermuizen
Bijlage 6 .
Verkeersonderzoek Veerweg
Bijlage 7.
Verkennend en nader bodemonderzoek
Bijlage 8.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 9.
Akoestisch onderzoek (Effect reflectie woningbouwplan)
Bijlage 10.
Kwalitatief windonderzoek
Bijlage 11.
Bezonningsstudie
Bijlage 12.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 13.
Verslag inloopavond 12 oktober 2021
4
Hoofdstuk 1.
Inleiding
1.1. Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens aan de Vondellaan in Papendracht een appartementengebouw te realiseren op een gezamenlijke parkeergarage. In de huidige situatie is op deze locatie een autogarage, -verkoper en benzinestation gevestigd. Beoogd is de bebouwing te slopen en er twee volumes (met tussenstuk) te bouwen met een maximale bouwhoogte van circa 35 m en 23 m. In de twee gebouwen zijn maximaal 89 wooneenheden voorzien. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de geldende “Reparatie Beheersverordening Papendrecht”. De beheersverordening biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Hierdoor is een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Het bestemmingsplan ‘Veerweg-Vondellaan’ bestaat uit een verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2. Ligging en plangrenzen
1. Topografische kaart (plangebied indicatief rood omlijnd)
5
De beoogde ontwikkeling is gelegen in het midden van Papendrecht in de wijk Westpolder. Het plangebied is gesitueerd direct ten zuiden van de Vondellaan en ten westen van Veerweg. De locatie is gelegen ten zuiden van het Vondelpark. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.500 m². Het betreffen de kadastrale percelen A6038, A3797, A7078, A3179, A7077 en een gedeelte van A7079.
2. Luchtfoto met kadastrale ondergrond (plangebied indicatief blauw omlijnd)
3. Luchtfoto uit 2019 (plangebied indicatief rood omlijnd)
6
1.3. Geldende beheersverordening Het plangebied is gelegen binnen de geldende beheersverordening ”Reparatie Beheersverordening Papendrecht”, die is vastgesteld op 1 juli 2021. Het plangebied heeft daarin de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. De als ‘Bedrijf’ bestemde gronden zijn bestemd voor bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 zoals deze in de beheersverordening zijn opgenomen in de ‘Staat van bedrijfsactiviteiten’. Ook zijn de gronden bestemd voor bedrijfsgebonden kantoren, dienstverlenende bedrijven en dergelijken. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is één bedrijfswoning toegestaan. In de bouwregels is bepaald dat een hoofdgebouw binnen het bouwvlak een maximum bouwhoogte van 6 meter mag hebben. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Dit betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
4. Uitsnede verbeelding beheersverordening ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht (plangebied uitgelicht)
De beheersverordening laat de realisatie van 89 gestapelde wooneenheden niet toe. Ook biedt de beheersverordening geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om het plan alsnog mogelijk te maken. Om het beoogde initiatief te kunnen realiseren is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.
1.4. Leeswijzer Na deze inleiding volgt Hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de planontwikkeling nauwkeurig beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders van de verschillende overheden, 7
waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante sectorale aspecten. Dit betreffen zowel planologische- als milieuaspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven. In hoofdstuk 6 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hierna volgen de bijlagen bij de toelichting.
8
Hoofdstuk 2.
Gebieds- en projectprofiel
2.1. Gebiedsbeschrijving Het plangebied is centraal in Papendrecht gelegen, in de wijk Westpolder. Westpolder is de grootste wijk van Papendrecht, wat betreft oppervlakte en inwonertal. Er wonen circa 9.000 mensen in de wijk. De wijk bevat tevens het centrum van de stad. De bebouwing in de omgeving is voornamelijk naoorlogs en dat vertaalt zich in een rechtlijnig stratenpatroon.
5. Oriëntatie plangebied in Papendrecht
De Veerweg is een belangrijke noord-zuid georiënteerde en gebiedsontsluitende weg waarop verschillende andere buurt- of wijkontsluitende wegen verticaal zijn aangehaakt. Ook de Vondellaan is op deze manier verbonden met de Veerweg, die zo is genoemd vanwege het feit dat deze weg uitkwam bij de voormalige veerpont Papendrecht-Dordrecht (bij het Oude Veer). Het plangebied is gelegen ten zuiden van het Vondelpark. Het betreft een rechtlijnig park met o.a. water en speel- en sportvoorzieningen. Bij dit park is ook de Bethlehemkerk gesitueerd. De bebouwing van de planlocatie grenst aan een kantoorgebouw. Bij dit gebouw ligt een eigen parkeerterrein, en dat ligt tevens aan de zuidzijde van de planlocatie.
9
Het plangebied is bebouwd en in gebruik als autobedrijf (voormalig "Van Wijngaarden"). Dit autobedrijf bestaat uit een showroom, service- en onderhoud en een tankstation. Ook zijn op de planlocatie een tweetal bedrijfswoningen aanwezig.
6. Huidige situatie (geel = showroom, rood = bedrijfswoning en service, blauw = tankstation)
2.2. Kaders voor herontwikkeling De gemeente Papendrecht heeft te maken met een grote (regionale) woningbouwopgave. Nieuwbouw van woningen kan slechts plaatsvinden door herinrichting van het bestaande gebied. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar woningen in en nabij het centrum is het realiseren van hoogbouw vaak de enige optie. Om te bezien welke bouwhoogte(n) stedenbouwkundig aanvaardbaar zijn, zijn voor de locatie Veerweg-Vondellaan stedenbouwkundige kaders opgesteld. Op 7 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht de 'Kaders voor de herontwikkeling van de Locatie Veerweg/Vondellaan' vastgesteld (zie bijlage 1 bij deze toelichting). De locatie ligt ten zuiden van het Vondelpark en ligt daardoor prominent in het zicht vanaf de Veerweg en vanuit het Vondelpark en de omgeving. Een ontwikkeling op deze plek moet met zorg worden ontworpen. Langs de Veerweg dient de rooilijn van de nieuwe bebouwing aan te sluiten op de rooilijn van het huidige kantoor van Lucassen en Boer. De Veerweg is samen met de Burgemeester Keyzerweg de belangrijkste ontsluitingsweg in Papendrecht, die van oudsher Dordrecht verbindt met de polder Alblasserwaard. De Veerweg vormt een belangrijke as binnen de 10
stedenbouwkundige structuur van Papendrecht, waarlangs op belangrijke knooppunten ruimte is voor een hogere ontwikkeling. Langs de Vondellaan sluit de bebouwingslijn aan op de woningen aan de Vondellaan. De hoogte van de nieuwbouw past in een serie van gebouwen langs de Veerweg. Zo wordt er tot negen lagen hoog gebouwd in het centrum, bij het kruispunt met de Burgemeester Keijzerweg (het hotel). De verbinding met Dordrecht wordt nu ook visueel gelegd, doordat langs die verbindingslijn op verschillende plekken hogere bebouwing staat, ook aan het Otto Dickeplein in Dordrecht bij de waterbushalte. Nieuwe hogere bebouwing langs deze lijn is op deze belangrijke plek in de structuur van Papendrecht, namelijk aan het Vondelpark, vanuit stedenbouw passend. De noordoost hoek van het gebouw is een belangrijk hoogte-accent als markering van de kruising Veerweg-Vondellaan en als markering van het Vondelpark aan de Veerweg. De open ruimte van het park biedt de ruimte om een stedelijke wand te vormen, maar omdat de woonwijk aan de westkant van de Constantijn Huygenslaan bestaat uit laagbouw, met éénlaagse bungalows en rijwoningen van twee lagen met een kap, moet de bebouwing aan de westkant in hoogte afnemen.
Door aan de oostelijke zijde met de bebouwingshoogte aan te sluiten op de reeds aanwezige bebouwing vormt ook dit deel van het blok een stedelijke wand langs de Veerweg en ontstaat op deze wijze één geheel. Het document 'Kaders voor de herontwikkeling van de Locatie Veerweg/Vondellaan' is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.
2.3. Planbeschrijving Het beoogde initiatief ziet op de realisatie van een tweetal appartementengebouwen met een gezamenlijke parkeervoorziening. Het gaat om maximaal 89 wooneenheden in de koopsector (duur en middenduur). Het gaat om één gebouw met 7 bouwlagen en één gebouw met 11 bouwlagen.
11
7. Een dwarsdoorsnede van de voorgenomen bebouwing, bezien vanuit de zuidelijke kant.
8. Bovenaanzicht van de voorgenomen bebouwing
12
9.Impressie van het volume, vanuit kruispunt Veerweg-Vondellaan
Beoogd is de appartementen te voorzien van buitenruimtes in de vorm van loggia’s (zijde Veerweg) en balkons. De setbacks op de bovenste etage zijn voorzien van dakterrassen. Parkeren vindt plaats in het gebouw als plint van het gebouw (parkeergarage) en op het maaiveld in de openbare ruimte. De privacy van woningen in de omgeving is met de ontwikkeling aan de Veerweg-Vondellaan niet in het geding. De afstand tot de dichtstbijzijnde woningen aan de overzijde van de breed opgezette Veerweg is circa 50 meter. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan tevens volwassen bomen. Als onderdeel van de ontwikkeling zijn bovendien langs de Veerweg twee extra bomen beoogd.
10. Aanzicht vanaf de Vondellaan naar het zuiden.
13
11.. Indicatief 3D-sfeerbeeld met omgeving
14
Hoofdstuk 3.
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen.
Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Beoordeling plan Voor het plangebied geldt dat sprake is van een lokale ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn. Het plan voldoet daarmee aan het rijksbeleid zoals dit is vastgelegd in de structuurvisie. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang 13 uit de SVIR vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit nationale belang is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. 15
Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 89 wooneenheden in een tweetal appartementengebouwen op een gezamenlijke parkeervoorziening. In de huidige situatie is een bedrijfsgebouw aanwezig (auto showroom, service en tankstation). Hiermee is sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In het navolgende is de behoefte aan deze woningen beschreven aan de hand van recent vastgesteld woonbeleid “Woonplan 2020-2030” van de gemeente Papendrecht. Beschrijving behoefte Om te bepalen hoeveel woningen gebouwd moeten worden, is de ontwikkeling van het aantal huishoudens van belang. Het aantal personen per huishouden is al enige tijd dalend en die trend zal zich onder andere als gevolg van de vergrijzing voortzetten. Dit betekent dat de gemeente meer woningen nodig heeft voor de huidige en toekomstige inwoners. In de Regionale Woonvisie 2017-2031 is er een bouwopgave opgenomen van bijna 15.000 woningen. Daarnaast is in de regionaal vastgestelde “Groeiagenda - goed leven in de Drechtsteden” bepaald dat een bijdrage geleverd moet worden aan de regionale groeiagenda. Hieruit is een lokale opgave bepaald voor elke gemeente van de regio. De opgave voor Papendrecht is als volgt opgebouwd: Volgens de prognose van RIGO neemt het aantal huishoudens tot 2030 met 460 toe.
Dit betekent dus dat er minimaal 460 woningen moeten worden gebouwd om aan de zogenaamde autonome groei van het aantal huishoudens te kunnen voldoen. Daar bovenop moeten de woningen die gesloopt worden, worden gecompenseerd. Inmiddels zijn meer dan 123 woningen gerealiseerd. De verwachting is dat de komende 5 jaar nog 365 woningen worden gebouwd en dat er 99 woningen worden gesloopt. Daarnaast wordt er volop gekeken naar ontwikkelmogelijkheden. Veelal zijn dat herstructureringslocaties. In meer of mindere mate leiden deze studielocaties tot mogelijke woningbouwlocaties. Naar verwachting is een ontwikkelportefeuille beschikbaar van ongeveer 465 woningen. De gemeente houdt rekening met een planuitvalpercentage van 20%. Op basis hiervan is een netto toevoeging aan het woningbouwprogramma voor de komende 10 jaar te verwachten van ca. 370 woningen. In dit woningbouwprogramma is deze planlocatie opgenomen (100 woningen Westpolder). Kwantitatief gezien is er dus behoefte aan deze woningen. Kwalitatief gezien is er in de regio en in de gemeente Papendrecht vooral vraag naar duurdere woningen, omdat regionaal gezien een grote voorraad goedkope woningen aanwezig is (circa 30% sociale huur). Door aan het hogere koopsegment woningen toe te voegen, komen uiteindelijk ook goedkopere woningen beschikbaar die geschikt zijn voor de huisvesting van starters.
Daarnaast zijn in lokale regelgeving maatregelen getroffen waardoor het lastiger wordt om goedkope woonruimte aan de voorraad te onttrekken. Hierdoor wordt in de koopsector de doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. Met dit planvoornemen wordt beoogd dure en middeldure koopappartementen aan de woningvoorraad toe te voegen. Dit past binnen de kwalitatieve beleidsmatige behoefte conform de regionale en gemeentelijke woonvisies. Zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte is bevestigd in de jaarlijks rapportage ‘Wonen in de Drechtsteden (2019)’. Deze op 30 november 2019 uitgebrachte rapportage brengt een 16
jaarlijkse actueel beeld van de ontwikkelingen op het gebied van wonen in de Drechtsteden. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de regionale woonvisies. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er behoefte is aan het planvoornemen, waardoor het plan geen belemmering ondervindt als gevolg van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het plan voorziet in een duurzame verstedelijking. 3.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • Rijksvaarwegen. • Project Mainportontwikkeling Rotterdam. • Kustfundament. • Grote rivieren. • Waddenzee en waddengebied. • Defensie. • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. • Elektriciteitsvoorziening. • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Natuurnetwerk Nederland. • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan.
3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland Algemeen Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn: 1. Naar een klimaatbestendige delta.
17
2.
3.
4.
5.
6.
Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. Naar een nieuwe economie: the next level. De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. Naar een levendige meerkernige metropool. De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. Energievernieuwing. Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. Best bereikbare provincie. De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra.
Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.
Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 18
•
•
•
Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Toetsing De beoogde ontwikkeling valt binnen het bestaand stedelijk gebied waarbij een aantal onderdelen van de Omgevingsvisie relevant zijn. Voor de beoogde ontwikkeling is de opgave 'Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied'. Deze opgave betreft de zorg voor een goede ruimtelijke ontwikkeling, binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Onderdeel van deze opgave is het bevorderen van een optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. De beleidskeuze hierbij is verstedelijking en wonen. De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid.
Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend met het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Op het gebied van bereikbaarheid zet de provincie in op versterking van openbaar vervoer en gebruik van de fiets in de mobiliteitsketens van reizigers. Daarnaast moet vervoer over water een volwaardig alternatief zijn voor vervoer over de weg. De provincie wil innovatie in het openbaar vervoer stimuleren door in de concessieverlening de creativiteit van aanbieders de ruimte te geven. 19
De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn bij voorkeur energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt. Het plan is in lijn met de beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie omdat het plan positief bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik, (woning)behoefte, bereikbaarheid en duurzaamheid. 3.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021) De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021). Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen uit de Omgevingsverordening relevant: 1. ruimtelijke kwaliteit; 2. stedelijke ontwikkelingen. Hierna wordt per onderwerp getoetst aan de betreffende bepalingen van de verordening. Hieruit blijkt dat deze belangen zorgvuldig zijn onderbouwd en afgewogen. Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit 1.
een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het 3e lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; ii.
het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het 3e lid.
20
Toetsing art. 6.9 Het planvoornemen is op de kwaliteitskaart aangegeven als ‘Steden en dorpen’. De realisatie van twee appartementengebouwen draagt aan bij de versterking van de ruimtelijke karakteristiek van de stedelijke omgeving en voorziet niet in een wijziging op structuurniveau. Daarbij is dit plan ook een functiewijziging, omdat de bestaande bedrijfsfunctie wordt gewijzigd naar een woonfunctie. De functiewijziging past binnen dit gebied, aangezien er in de wijk sprake is van zowel werk- als woonfuncties. Aan artikel 6.9 kan daarom worden voldaan. Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen 1. een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig art. 3.1.6, lid 2 t/m 4 Bro; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha voor nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte; 2. in de toelichting van het bestemmingsplan kan - indien een regionale visie is vastgesteld worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in art. 3.1.6, lid 2 Bro; 3.
een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen in strijd met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing 6.10 Zoals beschreven in paragraaf 3.1.2 is er sprake van duurzame verstedelijking, omdat er kwantitatief en kwalitatief behoefte is aan de beoogde woningen. In paragraaf 3.3.1 komt de regionale woonvisie aan bod, en in paragraaf 3.4.3 komt de gemeentelijke woonvisie aan bod. Hieruit blijkt dat er geen strijd is met de woonvisies. Het planvoornemen voldoet aan de gestelde regels in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2020).
3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Woonvisie 2017-2031 Op 12 december 2017 heeft de Drechtraad de Woonvisie 2017-2031 “Goed wonen in de Drechtsteden” vastgesteld. De Woonvisie staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een bredere en integrale aanpak “Groeiagenda 2030: Goed leven in de Drechtsteden” met aandacht voor wonen, bereikbaarheid en verbetering van de sociaaleconomische positie van de regio. Het doel in de Groeiagenda is helder: een maritieme topregio met 300.000+ inwoners die Goed Leven in een compleet, dynamisch, meerkernig gebied met unieke woon- en werkmilieus, een omvangrijk en divers aanbod aan bedrijvigheid, waar creativiteit bloeit en het onderwijs en de cultuur floreren, in een historische setting gelegen tussen drie rivieren in een uniek Hollands landschap.
21
De Woonvisie beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. De Woonvisie (inclusief lokale uitwerking) vormt het kader voor de plannen van ontwikkelaars en investeerders en voor de afspraken met woningcorporaties. Met de woonvisie wordt beoogd een kwalitatief hoogwaardig woningaanbod te realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht wil wonen. Deze ambitie is vertaald in 20 kernpunten, waarbij de focus sterk ligt op de realisatie van woningen met het oog op de (autonome) groei van de Drechtsteden. De zeven gemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. Daarnaast gaan de gemeenten een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 (extra) woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031). Voorts is een groot aantal kwalitatieve opgaven benoemd, zoals duurzaam bouwen en het bouwen van woningen in het middeldure en dure segment. De 20 ambities zijn als volgt: 1. De zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2.
Door alle zeven gemeenten wordt naarstig gezocht naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De zeven gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031). 4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, worden vastgesteld in de regionale en lokale energiestrategieën en uitwerkingsplannen en worden bij de realisatie van de Woonvisie toegepast. 5. De Drechtstedengemeenten werken met alle relevante partners samen op het gebied van ‘langer en passend thuis’. 6. We hanteren de woningbehoeftetabel 2031 als koers voor de verdeling van de woontypen (bij de autonome groei) over het Drechtstedengebied. 7. Bij de nieuwbouwplannen in de koopsector zorgen we voor voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 8. We zetten in op groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren. 9. Tevens geven we meer aandacht aan het vasthouden van jongeren/studenten en het aanboren van nieuwe doelgroepen (nieuwe, innovatieve woonconcepten). 10.
Op dit moment wordt de voorraad goedkope koopwoningen (< € 177.400) niet uitgebreid. Er kunnen goede redenen zijn om de vraag naar koopwoningen in het middeldure segment (€ 177.400 - € 250.000) te faciliteren. 11. We kiezen voor de sociale huurvoorraad voor een pas-op-de-plaats-beleid. We houden vast aan de PALT-afspraken voor wat betreft het goed monitoren van de feitelijke ontwikkelingen. 12. Vanwege de verschillen in de sociale huurvoorraad per gemeente realiseren we een meer evenwichtige spreiding. 22
13. Het pas-op-de-plaats-beleid kan ook ingevuld worden door reductie van de voorraad in een buurt waar een grote concentratie huurwoningen is, met compenserende nieuwbouw op een andere plek die daarvoor beter geëigend is. 14. De ontwikkeling in de onderscheiden segmenten van de sociale huurvoorraad wordt actief gevolgd. Zo nodig wordt het beleid aangepast aan gewijzigde omstandigheden binnen de algemene kaders van deze Woonvisie. 15. De uitgangspunten 11, 12, 13 en 14 worden in samenspraak met de woningcorporaties en de huurdersraden verder uitgewerkt. De resultaten worden medio 2018 vastgelegd in de Prestatieafspraken Lange Termijn. 16. We ontwikkelen een gezamenlijke strategie om beleggers te stimuleren om in de vrije huursector te investeren. Daarnaast bespreken we met woningcorporaties wat zij hierbij kunnen betekenen. De verantwoordelijkheid en de uitvoering blijven lokaal. 17. Om recht te doen aan de lokale situatie, kan de vertaling van de uitgangspunten 11 t/m naar een woningbouwprogramma en prestatieafspraken per gemeente verschillen. Gemeenten geven in hun lokale uitvoeringsparagraaf en het lokale deel (III) van de PALT-afspraken aan hoe ze hiermee omgaan. Randvoorwaarde hierbij is dat de optelsom van lokale plannen voldoende is om de regionale opgave te realiseren. 18.
De zeven gemeenten geven de bijdrage aan die zij aan de vraag naar onderscheidende woonmilieus leveren. 19. Alle zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich om locaties te vinden om de woonopgave van deze Woonvisie te realiseren. Zij verantwoorden zich hierover naar elkaar om na te gaan of de optelsom van de lokale plannen leidt tot een adequate uitvoering van de opgave. 20. Om de uitgangspunten van deze Woonvisie te kunnen realiseren, werken de zeven gemeenten verplichtend samen; hiervoor verantwoorden zij zich naar elkaar over de lokale keuzes en plannen via een bestuurlijke ‘task-force uitvoering Woonvisie’. De taskforce faciliteert de gemeenten bij de versnelling van de woningbouwprogrammering. Beoordeling plan In het plangebied worden maximaal 89 woonappartementen gerealiseerd in het middeldure- en dure koopsegment. De locatie is goed bereikbaar en centraal gelegen in Papendrecht. Deze woningbouwontwikkeling sluit aan op de kwantitatieve opgaven uit de Regionale Woonvisie, zoals beschreven in ambities 1, 2 en 3. Kwalitatief gezien sluit het planvoornemen aan op ambities 6 (koop) en 7 (duurder segment). Hiermee voldoet het plan aan het regionaal beleidskader zoals vastgesteld in de Woonvisie 2017-2031.
3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Structuurvisie Papendrecht 2020 De kerndoelstelling van de op 2 juli 2009 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Papendrecht 2020 “een venster naar de toekomst” is de kwaliteit van leven behouden en versterken, zodat het in Papendrecht ook in de toekomst goed wonen, leven, werken en recreëren is. Om deze doelstelling zowel tastbaar als toetsbaar te maken, is deze doorvertaald
23
en uitgesplitst in een aantal prioritaire thema's om te zorgen voor voldoende woningen, van voldoende kwaliteit, voor alle doelgroepen; a. voor een toereikend voorzieningenaanbod, toegesneden op de huidige en toekomstige Papendrechtse bevolkingsopbouw; b. dat de Papendrechtse werkgelegenheid gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de bevolking; c. voor voldoende recreatieve mogelijkheden van voldoende kwaliteit voor diverse doelgroepen; d. voor een buitenruimte met gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het beleid voor wonen en woonomgeving is uitgewerkt in vier vormen van beleid: • de gemeentelijk basis verantwoordelijkheid voor wonen en woonomgeving; • extra ontwikkelingen voor wonen en woonomgeving realiseren; • benutten van de kansen voor wonen en woonomgeving; • bedreigingen voor wonen en woonomgeving voorkomen. De gemeente beoordeelt plannen en initiatieven voor woningbouw en herstructurering van de bestaande woningvoorraad op de bijdrage aan de kwaliteit van de woonwijk, waar dat bouwplan gerealiseerd gaat worden en de bijdrage aan de volkshuisvestingsvraag voor geheel Papendrecht. Beoordeling plan Met het planvoornemen worden 89 appartementen beoogd. Dit sluit aan bij de volkshuisvestingsvraag voor Papendrecht, aangezien het aantal huishoudens (en dus de vraag naar woningen) in de gemeente stijgt.
De appartementen zijn voorzien in een modern appartementengebouw met in de plint een parkeervoorziening. Ook zijn de appartementen voorzien van buitenruimtes. Deze voorzieningen voegen kwaliteit toe aan de woonomgeving, en dit is passend in het beleidskader van de structuurvisie. Ten slotte zijn de beoogde doelgroepen ‘duur’ en ‘middelduur’. Hiermee wordt het woningaanbod in de directe omgeving meer divers en brengt dit een verhuisdynamiek op gang, zoals beleidsmatig gewenst is conform de structuurvisie. Concluderend past dit planvoornemen binnen de in de structuurvisie gevormde beleidskaders. 3.4.2. Omgevingsvisie Papendrecht De Omgevingsvisie Papendrecht, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2021, beschrijft strategische ambities en doelen voor de leefomgeving voor de lange termijn en dient daarmee als kapstok voor beleidsdocumenten, programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 3 kiest de gemeente voor een duurzame koers, een gemeente die investeert in een gezonde en veilige leefomgeving met oog voor de benodigde klimaatadaptatie en energietransitie. Klimaatadaptatie biedt kansen om de leefomgeving te verbeteren, de betrokkenheid van de Papendrechters bij hun leefomgeving te vergroten, de biodiversiteit en ecologie te versterken 24
en de waterbeleving te vergroten. De gemeente wil daarin het voorbeeld geven en inwoners en bedrijven ertoe aanzetten om aanwezige verharding in tuinen en op dakvlakken zo veel mogelijk om te zetten naar groen en water, het liefst in combinatie met zonnepanelen en zonnecollectoren. Dat zorgt voor een hoger waterbergend vermogen, het draagt bij aan de hittevermindering bij extreem warm weer en biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit. Hemelwater moet bij voorkeur worden verwerkt op de plek waar het valt. Ook is een kwalitatief en duurzaam afvalwatersysteem van belang. Bij renovatie en nieuwbouw wil de gemeente meer rekening houden met het vergroten van de natuurwaarden in woon- en werkgebieden. Denk hierbij aan neststenen en -kasten voor vogels en vleesmuizen, insectenhotels, groene daken en gevels, bloemrijke boomspiegels, ecologische oevers en groene kademuren. Hoofdstuk 4 'Prettig wonen' beschrijft de ontwikkeling van de woningvoorraad: 'In de nabije toekomst (2030) wordt er voor Papendrecht een bevolkingskrimp verwacht. Tegelijkertijd daalt de gemiddelde woningbezetting, waardoor er ondanks de krimp woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Naar verwachting zullen er voor 2030 minimaal 460 woningen moeten worden gebouwd.
Daarbovenop wil de gemeente in het kader van de regionale Groeiagenda voor 2030 200 extra woningen bouwen om bij te dragen aan de versterking van sociaaleconomische positie van de Drechtsteden. Deze bijdrage kan ook de omvang van de verwachte bevolkingskrimp dempen. Nieuwbouwlocaties worden gezocht binnen de bestaande grenzen van Papendrecht.' Beoordeling plan Met het planvoornemen worden 89 appartementen beoogd. Dit sluit aan bij de volkshuisvestingsvraag voor Papendrecht, zoals aangegeven in hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie. De appartementen zijn voorzien in een modern appartementengebouw met in de plint een parkeervoorziening. Ook zijn de appartementen voorzien van buitenruimtes in de vorm van balkons, dakterrassen of loggia’s. Deze voorzieningen voegen kwaliteit toe aan de woonomgeving, en dit is passend in het beleidskader van de omgevingsvisie. Ten slotte zijn de beoogde doelgroepen ‘duur’ en ‘middelduur’. Hiermee wordt het woningaanbod in de directe omgeving meer divers en brengt dit een verhuisdynamiek op gang. Ten slotte wordt het aandeel groen ten opzichte van de huidige situatie vergroot en wordt er meegedacht over het toepassen van klimaatadaptieve oplossingen. Concluderend past dit planvoornemen binnen de in de Omgevingsvisie gevormde beleidskaders. 3.4.3.
Papendrechts Woonplan 2020-2030 Met dit plan geeft de gemeente Papendrecht aan hoe de gemeente het goed wonen in Papendrecht ook in de toekomst wil borgen voor de (toekomstige) inwoners. Tevens geeft de gemeente hiermee op het terrein van wonen uitvoering aan de ‘Groeiagenda 2030 – goed leven in de Drechtsteden’ en de ‘Regionale woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden’. De gesprekken met andere partijen, zoals Woonkracht10, Combiraad, ontwikkelende partijen, Drechtstedengemeenten en inwoners vormden input voor het woonplan. De gemeente is tot de volgende strategische uitgangspunten gekomen: 25
• • • •
• • • • •
voldoende woningen realiseren om de autonome huishoudensgroei op te kunnen vangen woningen realiseren om een bijdrage te leveren aan de regionale groeiagenda toevoeging van de woningvoorraad vindt vooral plaats in het duurdere segment het nieuwbouwprogramma stimuleert doorstroming, zodat in de bestaande woningvoorraad woningen vrijkomen voor starters, huishoudens met een laag inkomen en beginnende doorstromers de gemeente staat open voor experimentele bouwinitiatieven voor starters en bijzondere woonvragen. initiatieven die leiden tot verbetering en grotere diversiteit van de sociale huurwoningvoorraad worden ondersteund nieuwe woningen zijn duurzaam en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving de gemeente streeft naar duurzame huisvesting van kwetsbare groepen de gemeente houdt de leefbaarheid in de Papendrechtse wijken op peil en zal deze waar mogelijk verbeteren.
De Groeiagenda 2030 – goed leven in de Drechtsteden, de Regionale woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden en het Papendrechts woonplan 2020-2030 vormen de basis voor het woonbeleid. Beoordeling plan In het plangebied worden maximaal 89 woonappartementen gerealiseerd in het middeldure- en dure koopsegment. Deze woningbouwontwikkeling sluit aan op de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven uit het Woonplan 2020-2030, omdat hiermee een groot aantal woningen worden gerealiseerd in het gewenste duurdere koopsegment. Hiermee voldoet het plan aan het beleidskader zoals vastgesteld in het Woonplan 2020-2030. 3.4.4. Visie op het groenblauwe netwerk Op 12 december 2013 heeft de gemeenteraad van Papendrecht de visie op het groenblauwe netwerk vastgesteld. In deze ruimtelijke visie wordt een ambitie neergezet voor het verder versterken van de groene leefomgeving in Papendrecht. Met deze visie op het groenblauwe netwerk presenteert het college een schets, een mogelijk toekomstbeeld voor de Papendrechtse groen- en waterstructuur. De visie laat zien waar kansen liggen, waar winst te behalen is en welke keuzemogelijkheden er zijn. Met het vaststellen van de visie wordt geen uitvoeringsprogramma vastgesteld. De visie zal gebruikt worden als inspiratiekader bij initiatieven en ontwikkelingen.
Het plangebied grenst aan onderdelen van de hoofdgroenstructuur: het Vondelpark, een prachtig voorbeeld van een jaren 60 -70 park met een strakke uitstraling, en de Veerweg, één van de twee hoofdassen in de stevige laanstructuur die een raamwerk vormt voor de stad. De Veerweg is historisch gezien altijd al een belangrijke verbinding geweest tussen Papendrecht aan de rivier en de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Ook nu nog is dit de meest directe verbinding vanuit het centrum naar het Groene Hart. Om het cultuurhistorische karakter en de recreatieve verbinding te versterken kan een vrijliggend voetpad van centrum tot aan de polder aangelegd worden.
26
Het Vondelpark is een cultuurhistorische parel van jonge leeftijd. Dit park is een park voor genieters, kort gras, strakke hagen en bloemrijke perken. Hier kan men zitten, verblijven, flaneren en een rondje lopen. Het Vondelpark ligt centraal in Papendrecht en leent zich voor meer activiteit. Het park ligt aan de voorzieningenzone Van der Palmpadgebied, deze relatie zou versterkt mogen en kunnen worden. Zo kan het park door de verschillende scholen gebruikt worden voor buitenactiviteiten. 3.4.5. Strategie Klimaatadaptatie Papendrecht Eind 2017 heeft de gemeente Papendrecht de Strategie Klimaatadaptatie Papendrecht vastgesteld, die aangeeft hoe we Papendrecht klimaatadaptief maken. De strategie onderscheidt vijf richtingwijzers om tot een klimaatbestendig Papendrecht te komen. Eén daarvan is het benutten van ontwikkelingen in de stad: bij renovatie en nieuwbouw van de gebouwde omgeving wordt klimaatadaptatie onderdeel van het programma van eisen. Bij herinrichting, renovaties en nieuwbouw wordt lokale verwerking van hemelwater gestimuleerd. Door deze ambitie in een vroegtijdig stadium mee te geven, zijn extra investeringen minimaal. Een combinatie van ‘vertellen, verleiden en verplichten’ is hierbij nodig.
In de paragraaf Duurzaamheid van de 'Kaders voor herontwikkeling van de locatie VeerwegVondellaan' is over klimaatadaptatie het volgende opgenomen: Vanuit de provincie komt een convenant klimaatadaptief bouwen met de eis om 45 tot 75 mm waterberging op eigen terrein vast te houden. Dit is belangrijk om aan toekomstige klimaatveranderingen aan te passen en problemen in en om een gebouw te voorkomen. Een groen dak of een waterdak kan water absorberen en draagt bij aan koeling en isolatie van het gebouw, waarmee het dus meteen bijdraagt aan vermindering van hittestress. Ook zorgt een groen dak voor een hoger rendement van zonnepanelen op dat dak. Hiervoor heeft de provincie een programma van eisen voor klimaatadaptief bouwen opgesteld. Dit Programma van Eisen biedt een goede richtlijn waaraan ontwikkelingen moeten gaan voldoen. Dit Programma van Eisen geldt op dit moment dus niet als eis, maar als nadrukkelijke wens. 3.4.6. Welstandsnota Papendrecht 2012 De welstandnota Papendrecht 2012 omschrijft het toe te passen kader voor de welstandstoets bij bouwplannen. In deze nota zijn de beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Het project is een “Grotere project”, als benoemd in de Welstandsnota.
De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan aan ten grondslag ligt. Om de kwaliteit en uitstraling voor deze herontwikkeling te waarborgen heeft het college kaders voor herontwikkeling vastgesteld. Deze zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd (p.9-13).
27
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de relevante sectorale aspecten behandeld. Dit betreffen planologische aspecten, zoals archeologie, water en flora & fauna en milieuaspecten, zoals bodem, geluid en externe veiligheid. Hiermee zal worden aangetoond dat er vanuit sectorale wetgeving geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.1. Erfgoed 4.1.1. Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen, archeologische waarden en verwachtingen moeten opnemen op de verbeelding en ze beschermen middels regels. Op gemeentelijk niveau is het beleid vastgelegd in de Beleidsnota Archeologie (2012) en de Archeologische verwachtings- en beleidskaart. Hierin is o.a. vermeld hoe en welke archeologische vondsten worden beschermd en hoe er advies wordt ingewonnen. Dit archeologiebeleid is vervolgens juridisch-planologisch vertaald in bestemmingsplannen.
11. Uitsnede Archeologische Beleidsadvieskaart gemeente Papendrecht
In de geldende beheersverordening is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ opgenomen. Ter inventarisatie en bescherming van eventuele archeologische waarden in de bodem dient, onder bepaalde voorwaarden, voorafgaand aan nieuwe bouwontwikkelingen een archeologisch onderzoek te worden verricht om eventueel aanwezige archeologische waarden in kaart te brengen. 28
De Archeologische Waarden- en Beleidskaart geeft aan dat de noodzaak van een archeologisch onderzoek dient te worden getoetst bij grondwerkzaamheden die dieper reiken dan 30 centimeter onder maaiveld en/of die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 250 m². Beoordeling plan Voor dit bouwplan is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste resultaten en conclusies. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: • Vanaf 4,35 m diepte (4,95 m –NAP) kunnen resten van bewoning uit de Romeinse Tijd worden aangetroffen. • Vanaf maaiveld kunnen in theorie ook resten van bewoning uit de Late Middeleeuwen worden aangetroffen, maar deze zijn door recente bouwingrepen vrijwel zeker verstoord. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dus dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Deze reiken echter niet diep genoeg om het verwachte niveau van de intacte archeologische resten te raken. Uitzondering hierop vormen de funderingspalen, die naar verwachting een zo kleine verstoring zullen veroorzaken dat archeologisch onderzoek – zeker op deze diepte – verder niet aan de orde is.
Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Papendrecht, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit. 4.1.2. Cultuurhistorie Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van de Cultuurhistorische kaart (CHW) van provincie Zuid-Holland is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Ook zijn historische topografische kaarten beschouwd.
29
12. Uitsnede Cultuurhistorische kaart (Bron: provincie Zuid-Holland)
Beoordeling plan Uit de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Het plangebied ligt in de ‘Waterdriehoek’. De 'Waterdriehoek' wordt gevormd door UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk, de Biesbosch en de Drechtsteden. De grote rivieren verbinden deze drie iconen. In dit gebied komen de ZuidHollandse verhalen van het water samen: van overstromingen en inpolderingen, molens en gemalen, scheepsbouwers en baggeraars. Het water als levensader voor de handel en welvaart. Deze cultuurhistorische elementen worden met dit planvoornemen niet verstoord. Het aspect cultuurhistorie is dan ook geen belemmering voor dit planvoornemen.
4.2. Water In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied van Waterschap Rivierenland. In deze paragraaf wordt daarom eerst ingegaan op het waterbeleid van het waterschap. Daarna wordt ingegaan op de waterhuishoudelijke situatie ter plaatse.
30
4.2.1. Beleid Waterschap Rivierenland De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rivierenland heeft in november 2015 het Waterbeheerplan 2016-2021 vastgesteld. De doelen in de planperiode zijn onderverdeeld in drie thema's: waterveiligheid, watersysteem en waterketen. Waterveiligheid gaat over maatregelen aan dijken en het beheer hiervan. Tevens is het waterschap verantwoordelijk voor voldoende en schoon water in het gehele watersysteem. Er wordt gezorgd voor de aan- en afvoer van water, een goed waterpeil en goede grondwatercondities. Het derde thema hangt hier nauw mee samen, het zuiveren van het water in de waterketen. Daarnaast is het doel dat in 2027 de KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit worden gehaald. Hiervoor is het nodig in de periode 2016 tot en met 2021 een groot aantal maatregelen te treffen om vooral de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Ook het stedelijk gebied zal klimaatbestendig moeten worden gemaakt. Samen met de gemeenten wordt in de planperiode verder ingegaan op de ingeslagen weg om het waterbergend vermogen van stedelijk water te vergroten en de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast geeft het waterschap met de gemeenten verder vorm aan de samenwerking in de afvalwaterketen.
In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het Waterschap Rivierenland het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Voor Rivierenland wordt voornamelijk ingezet op “vasthouden – bergen – afvoeren” van water. De digitale watertoets is een instrument om het planvoornemen vroegtijdig aan te geven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de taken en belangen van het waterschap.
13. Uitsnede legger waterschap Rivierenland (plangebied rood omlijnd)
De gemeente Papendrecht en Waterschap Rivierenland hebben samen het stedelijk waterplan voor Papendrecht vastgesteld. Het waterplan heeft betrekking op het oppervlaktewater en het grondwater. In het plan wordt een visie gegeven op het stedelijk water en het realiseren van 31
een gezond en veilig functionerend watersysteem. Het maatregelenpakket uit het waterplan is in 2018 afgerond. Ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving hebben geen plannen plaatsgevonden. Vanuit de gemeente Papendrecht wordt bij nieuwbouw van de particulier verwacht, dat hij 20 mm hemelwater op eigen terrein verwerkt. Indien dit redelijkerwijs niet van hem gevraagd kan worden, kan de particulier zijn hemelwater aanbieden aan de gemeente. Dit hemelwater moet gescheiden zijn van het huishoudelijk afvalwater. Gebruikelijk voor stedelijk ontwikkeling is de aanleg van een gemeentelijk hemelwaterstelsel (riool of watergang) waar de particulier het hemelwater naartoe kan afvoeren. De infrastructuur wordt hier in principe zodanig ingericht dat de particulier in staat wordt gesteld het hemelwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken (lozen op aangrenzende sloot en/of infiltratie in de bodem). Is verwerking op eigen terrein niet mogelijk, dan kan de particulier het hemelwater, bij voorkeur bovengronds, aanbieden aan de gemeente in de openbare ruimte. Wanneer volop oppervlaktewater aanwezig is, is het niet doelmatig een inzamelriool voor het hemelwater aan te leggen. 4.2.2. Waterhuishouding Op de beoogde bouwlocatie zal een appartementengebouw worden gerealiseerd. Huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.500 m².