CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.5 - Bijlage bij de toelichting 5 - Nader onderzoek huismus en vleermuis.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 12 januari 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 8: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan 'Veerweg-Vondellaan' - Voorstel2.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek huismus en vleermuizen Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht (2004/084/LB-01, versie 0)

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

Aanvullend onderzoek huismus en vleermuizen

in opdracht van BPI Vastgoed B.V. T.a.v. de heer B. Vos Tuindersweg 34 2991 LR BARENDRECHT betreffende locatie Vondellaan 164 e.o. Papendrecht documentkenmerk 2004/084/LB-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 12 oktober 2020

opgesteld door: ing. L. Bouwmans

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Veldbezoeken

2

2.1

Huismusonderzoek

2

2.2

Vleermuisonderzoek

2

3

Resultaten

4

3.1

Huismusonderzoek

4

3.2

Vleermuisonderzoek

4

4

Conclusies

6

4.1

Zorgplicht

6

4.2

Eindconclusie

7

5

Literatuurlijst

8

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 10 juli 2020

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van BPI Vastgoed B.V. is een aanvullend onderzoek naar huismussen en vleermuizen uitgevoerd voor de locatie Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht. De oppervlakte van het onderzoeksgebied bedraagt circa 654 m2. De bebouwing binnen het onderzoeksgebied bestaat uit een woonhuis met bijbehorende garage. Deze panden zullen worden gesloopt om de realisatie van twee appartementencomplexen mogelijk te maken. In bijlage 1 is een situatietekening van het onderzoeksgebied opgenomen. Uit de eerder uitgevoerde quickscan flora en fauna (documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 1 d.d. 6 april 2020) is gebleken dat de bebouwing geschikt is als vaste verblijfplaats voor huismussen en vleermuizen. Om deze reden is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soort en soortgroep in de daarvoor geschikte onderzoeksperiodes en conform het vleermuisprotocol 2017 en de beschikbare kennisdocumenten van BIJ12. Door het hanteren van het vleermuizenprotocol, kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Desondanks kan het voorkomen dat verblijfplaatsen van exemplaren niet zijn waargenomen tijdens de verschillende onderzoeken. Er blijft simpelweg sprake van momentopnamen.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw gemarkeerd) en onderzoeksgebied (geel gemarkeerd) (bron: http://perceelloep.nl)

pagina 1 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

2 Veldbezoeken 2.1 Huismusonderzoek Huismussen zijn vogels met een vaste verblijfplaats en worden jaarrond beschermd conform de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. De leefomgeving van de huismus bestaat uit een vaste verblijfplaats/voortplantingsplaats, foerageergebied met voldoende voedsel en veiligheid. De te slopen bebouwing binnen het onderzoeksgebied is geschikt als vaste verblijfplaats voor huismussen. Om deze reden dient de mogelijke functie van het onderzoeksgebied voor deze soort nader onderzocht te worden. Het aanvullende onderzoek naar de huismus is uitgevoerd conform het kennisdocument van de huismus van BIJ12 (2017) en het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (2017). Het aanvullend huismusonderzoek is uitgevoerd met twee veldbezoeken in de periode van 1 april tot en met 15 mei. De veldbezoeken dienen te worden uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. De huismusinventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 21 april en 13 mei 2020. Hierbij is gelet op nestindicatief gedrag (nestbouw, transport van voedsel, bedelende jongen), zingende mannetjes, baltsgedrag en aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats. Dit onderzoek is overdag op een geschikt moment door één ecoloog uitgevoerd in de periode van twee uur na zonsopkomst tot twee uur voor zonsondergang.

In tabel 1 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 1: gegevens veldbezoeken huismussenonderzoek datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

21-04-2020*

16

3

13:00

14:15

13-05-2020*

10

2

10:10

10:15

*tijdens de veldbezoeken was het droog

2.2 Vleermuisonderzoek Vleermuizen maken op verschillende manieren gebruik van hun leefgebied. In verschillende periodes maken ze gebruik van kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen en foerageergebied. Tevens maken ze gebruik van vliegroutes. Uit de quickscan is gebleken dat de bebouwing geschikt is als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. De functie van de bebouwing voor vleermuizen is aan de hand van het aanvullend onderzoek onderzocht. Het aanvullend onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd op basis van het Vleermuizenprotocol 2017, dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB), de Zoogdiervereniging, Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Tevens zijn de onderzoeksmethodes zoals beschreven in de kennisdocumenten van BIJ12 gehanteerd. Het aanvullend vleermuisonderzoek is uitgevoerd met vijf veldbezoeken, waarvan drie bezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli en twee bezoeken in de periode 15 augustus tot en met 1 oktober zijn uitgevoerd. De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd op de dagen 2 juni, 6 juli, 10 juli, 27 augustus en 21 september 2020.

pagina 2 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

Hierbij is in de avond en/of ochtend door twee ecologen gepost bij de te slopen bebouwing op uitof invliegende of zwermende vleermuizen en op sociale geluiden. Met behulp van een batdetector c.q. batlogger zijn de verschillende soorten waargenomen vleermuizen gedetermineerd. De avondbezoeken voor de kraam- / zomerverblijven zijn uitgevoerd vanaf zonsondergang tot en met 2,5 uur hierna. Voor de paar- / zwermverblijven zijn avondbezoeken uitgevoerd vanaf een half uur na zonsondergang tot en met 2,5 uur hierna. De ochtendbezoeken zijn in de kraam- / zomerperiode uitgevoerd vanaf 3 uur voor zonsopkomst tot en met zonsopkomst. In onderstaande tabel 2 is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden en de start- en eindtijden per veldbezoek. Tabel 2: gegevens veldbezoeken vleermuizenonderzoek datum

temperatuur

windkracht

starttijd

eindtijd

(°C)

(Bft)

(uur)

(uur)

02-06-2018*

19

1

21:35

00:00

06-07-2020*

15

4

02:30

05:30

10-07-2020*

19

1

21:50

00:20

27-08-2020**

16

2

21:10

23:40

21-09-2020*

16

1

20:10

22:40

*tijdens het veldbezoek was het droog **tijdens het veldbezoek was er sprake van motregen

pagina 3 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

3 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde aanvullende onderzoek.

3.1 Huismusonderzoek Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Er zijn tevens geen verblijfplaatsen van de huismus aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Wel zijn tijdens de veldbezoeken diverse overvliegende vogelsoorten waargenomen, namelijk aalscholvers (Phalacrocorax carbo), blauwgele ara’s (Ara ararauna), kleine mantelmeeuwen (Larus fuscus), zwarte kraaien (Corvus corone), wilde eenden (Anas platyrhynchos), eksters (Pica pica), tjiftjaffen (Phylloscopus collybita), huiszwaluwen (Delichon urbicum), zilvermeeuwen (Larus argentatus), kauwen (Corvus monedula), merels (Turdus merula), groenlingen (Chloris chloris), koolmezen (Parus major), turkse tortels (Streptopelia decaocto), grote Canadese ganzen (Branta canadensis), kokmeeuwen (Chroicocephalus ridibundus), visdieven (Sterna hirundo), spreeuwen (Sturnus vulgaris), gierzwaluwen (Apus apus), grauwe ganzen (Anser anser), gaaien (Garrulus glandarius) en holenduiven (Columba oenas). Voorgenoemde soorten kunnen gebruik blijven maken van het plangebied als foerageergebied. In de directe omgeving zijn echter geschiktere foerageergebieden aanwezig, zoals tuinen van omliggende woningen, het Vondelpark, het Vijverpark en de Noordhoekse Wiel. Conclusie: binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen.

Er worden derhalve geen belemmeringen voor het planvoornemen verwacht. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 4 omschreven werkwijze.

3.2 Vleermuisonderzoek Kraam- en zomerverblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken zijn geen invliegende of uitvliegende vleermuizen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Sporadisch zijn er foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen (één exemplaar per keer) waargenomen boven het dak van het woonhuis. Tijdens de onderzoeken zijn geen andere vleermuissoorten waargenomen. Paar- en winterverblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken zijn geen uitvliegende vleermuizen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn ook geen paarverblijven aangetroffen. Tijdens het veldbezoek van 27 augustus zijn kort baltsgeluiden van een gewone dwergvleermuis waargenomen. Er is echter geen binding met de geschikte bebouwing gesignaleerd en er is geen zwermgedrag waargenomen, waaruit opgemaakt kan worden dat het onderzoeksgebied niet als paar- of winterverblijf wordt gebruikt. Foerageergebied De directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt sporadisch door de gewone dwergvleermuis benut als foerageergebied.

pagina 4 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

Deze vleermuizen zijn voornamelijk waargenomen rond het Vondelpark aan de Vondellaan en rond een bomengroep ten oosten van het plangebied, aan de Veerweg. Het onderzoeksgebied zal niet als essentieel foerageergebied dienen, aangezien er in de directe omgeving geschikter foerageergebied aanwezig is in de vorm van omliggende tuinen van woningen, het Vondelpark en het Vijverpark. Vliegroutes Er zijn geen significante vliegroutes waargenomen. Tijdens de veldbezoeken vliegen sporadisch gewone dwergvleermuizen voorbij. Het onderzoeksgebied zal niet worden benut als essentiële vliegroute, aangezien er in de directe omgeving geschiktere vliegroutes aanwezig zijn zoals de bomenrij aan de Vondellaan en de bomenrij met watergang die zich tussen de Veerweg en de Muilwijckstraat bevindt. Conclusie: binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, de omliggende tuinen zijn geschikter als foerageergebied en worden ook als zodanig gebruikt. Tevens zijn er geen significante vliegroutes aangetroffen. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 4 omschreven werkwijze.

pagina 5 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

4 Conclusies Binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen en vleermuizen aangetroffen. Het geschikt bevonden woonhuis is niet in gebruik als vaste verblijfplaats van eerdergenoemde soorten c.q. soortgroep. Tijdens de veldbezoeken zijn geen huismussen waargenomen. Sporadisch werden er foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Het onderzoeksgebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten c.q. soortgroep. Het onderzoeksgebied wordt niet benut door huismussen als foerageergebied. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt sporadisch gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, aangezien er in de directe omgeving geschikter foerageergebied aanwezig is zoals het Vondelpark en het Vijverpark. Gezien het voorstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelige effecten hebben op de huismussen en vleermuizen. Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soorten en soortgroep.

4.1 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het onderzoeksgebied.

Indien broedende vogels in de directe omgeving van het onderzoeksgebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

pagina 6 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

4.2 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes van vleermuizen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep;

•

binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van huismussen aangetroffen, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort;

•

de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen

•

een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;

•

de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen nageleefd te worden.

zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

pagina 7 van 8

documentkenmerk: 2004/084/LB-01, versie 0

5 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) BIJ12 (2017) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

pagina 8 van 8

Situatietekening : 2004/084/LB-01, Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 2004/084/LB-01, Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 2004/084/LB-01, Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/440/documents/7415