CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.4 - Bijlage bij de toelichting 4 - Quickscan flora fauna.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 27 januari 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 11: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan 'Veerweg-Vondellaan' - Voorstel5.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht (1910/226/ROS-01, versie 0)

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Quickscan flora en fauna

in opdracht van BPI Vastgoed B.V. T.a.v. de heer B. Vos Tuindersweg 34 2991 LR BARENDRECHT betreffende locatie Vondellaan 164 e.o. Papendrecht documentkenmerk 1910/226/LB-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 6 april 2020

opgesteld door: ing. L. Bouwmans

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

7

4

Resultaten

8

4.1

Flora

8

4.2

Vogels

8

4.3

Grondgebonden zoogdieren

9

4.4

Vleermuizen

9

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

10

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

11

5

Conclusies

12

5.1

Beschermde gebieden

12

5.2

Soorten

12

5.3

Zorgplicht

13

5.4

Eindconclusie

14

5.5

Advies

14

6

Literatuurlijst

15

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

situatietekening plangebied

1

2.

fotobijlage veldbezoek van 13 maart 2020

30

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van BPI Vastgoed B.V. is een quickscan flora en fauna op de locatie Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht. Het voornemen bestaat om twee appartementencomplexen te realiseren. Hierbij worden het ter plaatse aanwezige woonhuis, autogarage en tankstation gesloopt. Het plangebied betreft de kadastrale percelen van de gemeente Papendrecht sectie A, nummers 3179, 3797, 6038, 7077 en 7078.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: www.perceelloep.nl)

Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een

pagina 1 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de bebouwde kom van Papendrecht is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In onderstaande figuren 3 en 4 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. In figuur 3 zijn de Natura 2000-gebieden met de blauwe, gele en lichtgroene kleuren aangeduid. In figuur 4 op pagina 5 betreffen de lichtgroene, donkergroene, lichtblauwe, donkerblauwe en paarse highlights het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN). De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

pagina 3 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 4,6 kilometer ten zuidoosten van het plangebied gelegen en betreft de “Biesbosch”. De Biesbosch was eeuwenlang een uitgestrekt zoetwatergetijdengebied, dat in Europa nauwelijks zijn weerga kende. Ontstaan in het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de beruchte SintElizabethsvloed, werd het gebied lange tijd gekenmerkt door verraderlijke wilgenvloedbossen (deels in gebruik als grienden), afgewisseld met kale zand- en slikplaten, rietgorzen en biezenvelden. Na de afsluiting van het Volkerak en het Haringvliet viel het getij terug van gemiddeld 2 meter naar enkele decimeters. Het gebied bestaat uit drie delen: de Sliedrechtse en Dortsche Biesbosch ten noorden van de Merwede en de Brabantse Biesbosch ten zuiden ervan. Alleen in de Sliedrechtse Biesbosch resteert nog een getijdeverschil van ongeveer 70 centimeter door de open verbinding met de Oude Maas. Het dynamische getijdengebied veranderde na de uitvoering van de Deltawerken in een verruigd moerasgebied waarin de hoogteverschillen tussen platen en geulen geleidelijk verminderden, wat ten koste ging van de afkalving van de eilanden. De biezenvelden, rietgorzen en wilgenvloedbossen zijn grotendeels verdwenen.

Het landschap van eilanden en slingerende waterwegen bestaat echter nog steeds en is een belangrijk broedgebied voor onder andere moerasvogels en broedvogels van waterrijke gebieden met opgaand bos. De doelsoorten in het Natura 2000-gebied de “Biesbosch” betreffen onder andere broedvogels zoals de roerdomp, bruine kiekendief en rietzanger. Ook andere soorten zoals de rivierprik, grote modderkruiper en platte schijfhoren zijn onderdeel van de doelsoorten in dit gebied. Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen zoals stroomdalgraslanden en glanshaver onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen. In de navolgende figuur 4,op de volgende pagina, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Zuid-Holland is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN is op een afstand van circa 825 ten zuiden van het plangebied gelegen.

pagina 4 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Figuur 4:

kaart NNN. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. In dit geval is het plangebied tevens op een dergelijke afstand gelegen dat een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied niet te verwachten is. Daarnaast betreft het een beperkt ingreep (sloop van de bestaande bebouwing en realisatie van twee appartementencomplexen). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied de “Biesbosch” is met circa 4,6 kilometer op relatief korte afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze afstand is een stikstofberekening noodzakelijk om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten.

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en enkele digitale verspreidingsatlassen. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:106 / Y:427. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het

pagina 5 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2020 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, hermelijn, wezel, bunzing, beverrat, rosse woelmuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, gewone bosspitsmuis, mol, Amerikaanse rode eekhoorn en vos. In de periode 2000-2020 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, rugstreeppad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, meerkikker, heikikker en bruine kikker.

pagina 6 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

3 Veldbezoek Het plangebied is op 13 maart 2020 in de ochtend bezocht. Er was sprake van half bewolkt weer met windkracht 3 Bft en een temperatuur van circa 7 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een woonhuis, tankstation en autogarage met showroom.

De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 7 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege het stedelijke karakter waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig, waardoor het verloren gaan van verblijfplaatsen niet op voorhand valt uit te sluiten. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk” en “waterrijk” gebied voorkomen zijn binnen en in de omgeving van het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos-, en struweelvogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn drie kokmeeuwen (Chroicocephalus ridibundus), vijf kauwen (Corvus monedula), één zilvermeeuw (Larus argentatus), één meerkoet (Fulica atra), twee houtduiven (Columba palumbus), één scholekster (Haematopus ostralegus), twee eksters (Pica pica), één zwarte kraai (Corvus corone) en twee knobbelzwanen (Cygnus olor) waargenomen in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde verblijfplaats. De daken van de aanwezige autogarage, showroom en het tankstation bestaan voornamelijk uit bitumen of metalen platen waaronder, tussen het dak en de daklijst, geen ruimte aanwezig is.

Hierdoor zijn de daken van dit gedeelte van de bebouwing ongeschikt als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vogels met een jaarrond beschermde nest, zoals gierzwaluwen (Apus apus) of huismussen (Passer domesticus), vanwege het ontbreken van geschikte openingen. De woning is voorzien van een pannendak. Op diverse plaatsen in het dak liggen dakpannen scheef en bevinden zich openingen bij de dakpannen. De onderste rij dakpannen boven de dakgoot biedt voldoende ruimte aan huismussen om als vaste jaarrond beschermde verblijfplaats te dienen. Om deze redenen is het dak van het woonhuis geschikt als jaarrond beschermde verblijfplaats voor huismussen. Voor andere vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, zoals de gierzwaluw, zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig, vanwege het gebrek aan geschikte openingen onder de overhellende dakpannen. Daarnaast wordt het invliegen bij beide kopgevels belemmerd door enerzijds een plat dak en anderzijds een stalen constructie.

pagina 8 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Conclusie: het dak van het woonhuis is geschikt als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor de huismus. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden. Voor andere vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied. Wel wordt bij de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de omgeving van het plangebied komen kleine marterachtigen voor zoals de bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis). De bunzing en hermelijn geven de voorkeur aan gebieden met oppervlaktewater en schuilmogelijkheden zoals heggen, houtwallen, bosranden en natuurlijke oevers. De wezel geeft de voorkeur aan open, droge natuur- en cultuurlandschappen die dekking bieden door middel van bosschages, houtstapels of heggen. Het plangebied is ongeschikt voor deze soorten vanwege het ontbreken van natuurlijke schuilmogelijkheden en het stedelijke karakter van de directe omgeving. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. Naast kleine marterachtigen komt ook de bever (Castor fiber) voor in de directe omgeving van het plangebied. Bevers leven voornamelijk in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen zoals wilgen en es.

Aangezien het onderzoeksgebied enkel bestaat uit bebouwing is een negatief effect met betrekking tot deze soort niet te verwachten. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van bos om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten valt. Het platte dak van de showroom biedt geen mogelijkheid voor vleermuizen om in te verblijven, vanwege de afgedichte daklijsten. De opening die zich in de noordwestelijke zijde van de showroom bevindt is tevens ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, vanwege de scherpe randen die aanwezig zijn. Daarnaast bestaat de showroom voornamelijk uit metalen platen, waardoor het in de zomerperiode te warm kan worden voor vleermuizen. De daken van de autogarage en het tankstation zijn eveneens ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen, vanwege de afgedichte dakranden. In de uit baksteen opgetrokken achtergevel aan de zuidwestelijke zijde van de autogarage bevinden zich meerdere openingen. Deze openingen bevatten echter achtergebleven voegsel, waardoor voor gebouwbewonende vleermuizen de toegang tot de achterliggende spouw wordt belemmerd. De overhellende dakpannen van de kopgevels van het

pagina 9 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

woonhuis bieden echter wel voldoende ruimte om te kunnen dienen als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen, vanwege de ruimte die aanwezig is tussen de pannen en de daklijst. Daarnaast zijn er openingen aanwezig in het dak in de vorm van scheefliggende dakpannen. Ook zijn er openingen aanwezig in de aansluiting tussen de gevels en het dak. Deze openingen kunnen toegang bieden tot jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving geschiktere foerageergebieden aanwezig zij zoals het “Vondelpark” ten noorden en het “Vijverpark” ten oosten van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomenrij aan de Vondellaan kan dienst doen als vliegroute. Deze bomenrij zal echter niet worden aangetast door het planvoornemen en kan daardoor blijven dienen als vliegroute. Binnen het plangebied zijn geen essentiële bomenrijen of landschapsstructuren aanwezig die kunnen dienen als essentiële vliegroute.

Conclusie: het te slopen woonhuis is geschikt als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Om deze reden dient nader onderzoek gedaan te worden naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied, waardoor de afwezigheid van beschermde vissen kan worden uitgesloten. Ten noorden en zuidoosten van het plangebied zijn echter twee watergangen gelegen, waardoor de aanwezigheid van beschermde amfibieën niet op voorhand uitgesloten kan worden. De rugstreeppad (Epidalea calamita), alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), poelkikker (Phelophylax lessonae) en heikikker (Rana arvalis) komen voor in de omgeving van het plangebied. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor duinen en ruderale terreinen met een pionier karakter. De heikikker heeft een voorkeur voor landschapstypen zoals heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland. De poelkikker komt voor in zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. De alpenwatersalamander is minder kieskeurig, zolang het water niet snelstromend of rijk aan vis is. Wel moeten er voldoende natuurlijke schuilmogelijkheden aanwezig zijn, zoals bos en struiken. Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor voorgenoemde soorten door het stedelijke karakter en het ontbreken van natuurlijke schuilmogelijkheden.

Daarnaast zijn de watergangen in de directe omgeving niet of zeer beperkt geschikt als voorplantingswater voor eerdergenoemde soorten, vanwege de onnatuurlijke en steile oeverranden die aanwezig zijn.

pagina 10 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien het stedelijke karakter van het terrein en de zeer beperkte aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 11 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. In dit geval is het plangebied tevens op een dergelijke afstand gelegen dat een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied niet te verwachten is. Daarnaast betreft het een beperkt ingreep (sloop van de bestaande bebouwing en realisatie van twee appartementencomplexen). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied de “Biesbosch” is met circa 4,6 kilometer op relatief korte afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze afstand is een stikstofberekening noodzakelijk om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Het aanwezige woonhuis is voorzien van een pannendak en is geschikt als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor de huismus. Op verschillende plaatsen bevinden zich openingen in het dak die toegang kunnen bieden aan vaste verblijfplaatsen van deze soort. Om deze reden dient er nader onderzoek naar huismussen plaats te vinden.

Er dienen twee veldbezoeken te worden uitgevoerd in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier veldbezoeken in de periode van 10 maart tot en met 20 juni om uit te sluiten dan wel aan te tonen of en waar huismussen vaste verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. Er zijn geen andere vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter

pagina 12 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen In het aanwezige woonhuis zijn openingen aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van vijf veldbezoeken, waarvan drie in de periode 15 mei – 15 juli en twee in de periode 15 augustus – 1 oktober.

Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureaus van de Zoogdierenvereniging. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen.

pagina 13 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Bij het inrichten van het bouwterrein dient te worden gezorgd dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor de vestiging van de rugstreeppad. Het ontstaan van poeltjes of plassen op het bouwterrein in het zomerhalfjaar (vanaf april) dient derhalve te wordt voorkomen, zodat er geen geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad aanwezig is. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

nader onderzoek naar huismussen en gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke

•

om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten dient een

ingrepen betreft; stikstofberekening te worden gemaakt.

5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen appartementencomplexen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.

pagina 14 van 15

documentkenmerk: 1910/226/ROS-01, versie 0

6 Literatuurlijst BIJ12 (2017) Kennisdocument Huismus, Passer domesticus BIJ12 (2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Natura 2000-gebieden in Nederland (2020) Geraadpleegd op 19 maart via www.natura2000.nl/ NDFF (2020) Geraadpleegd op 19 maart 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2020) Geraadpleegd op 19 maart 2020 via http://www.ravon.nl/ Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017 Zoogdiervereniging (2020) Geraadpleegd op 19 maart 2020 via http://www.zoogdiervereniging.nl/

pagina 15 van 15

Situatietekening : 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. te Papendrecht

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 28

Foto 29

Foto 30

pagina 10

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 31

Foto 32

Foto 33

pagina 11

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 34

Foto 35

Foto 36

pagina 12

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 37

Foto 38

Foto 39

pagina 13

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 40

Foto 41

Foto 42

pagina 14

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 43

Foto 44

Foto 45

pagina 15

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 46

Foto 47

Foto 48

pagina 16

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 49

Foto 50

Foto 51

pagina 17

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 52

Foto 53

Foto 54

pagina 18

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 55

Foto 56

Foto 57

pagina 19

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 58

Foto 59

Foto 60

pagina 20

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 61

Foto 62

Foto 63

pagina 21

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 64

Foto 65

Foto 66

pagina 22

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 67

Foto 68

Foto 69

pagina 23

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 70

Foto 71

Foto 72

pagina 24

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 73

Foto 74

Foto 75

pagina 25

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 76

Foto 77

Foto 78

pagina 26

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 79

Foto 80

Foto 81

pagina 27

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 82

Foto 83

Foto 84

pagina 28

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 85

Foto 86

Foto 87

pagina 29

Fotobijlage: 1910/226/ROS-01, Vondellaan 164 e.o. Papendrecht

Foto 88

Foto 89

Foto 90

pagina 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/430/documents/7622