CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.12 - Bijlage bij de toelichting 12 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 27 januari 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 11: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan 'Veerweg-Vondellaan' - Voorstel1.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘bestemmingsplan Veerweg-Vondellaan’

30 november 2021 (versie 4)

1. Inleiding Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt.

Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

2

2. Planvoornemen In dit geval wordt een woningbouwproject gerealiseerd. Er zijn 89 woningen (appartementen) voorzien op bebouwde gronden in Papendrecht. Deze activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D 11.2 als ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit woningbouwproject bestaat uit de bouw van 89 woningen. De plandrempel is betreft de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Daarmee ligt het plan ruim onder de plandrempel zoals genoemd bij de activiteit D11.2. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden daardoor niet overschreden, zodat op basis daarvan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde “vormvrije m.e.r.- beoordeling”.

Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.

Plangebied blauw omlijnd

3

Stedenbouwkundig plan

3D-referentiebeeld

4

3. Inhoud Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit volgt uit artikel 7.17, derde lid Wm. Het gaat om de volgende criteria: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiële effecten. Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, en de risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën).

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn), gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de twee voornoemde punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

5

4. Toetsing Kenmerken van het project

6

Criteria

Beschrijving

Omvang van het project

Het initiatief van BPI Vastgoed en Rietveld Ontwikkeling betreft de realisatie van 89 woningen ter plaatse van bebouwde gronden in Papendrecht. De huidige bebouwing bestaat uit een autobedrijf. De toekomstige bebouwing is voorzien in de vorm van hoogbouw. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.500 m². Het betreffen de kadastrale percelen A6038, A3797, A7078, A3179, A7077 en een gedeelte van A7079.

Cumulatie met andere projecten

Ter plaatse of in de directe nabijheid van het project spelen momenteel geen andere projecten waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

Productie afvalstoffen

Door de activiteit komen geen relevante afvalstoffen vrij. Zowel bij de sloop van de bestaande bebouwing als bij de nieuwbouw komen afvalstoffen vrij. De bebouwing en de brandstoftanks worden op verantwoorde wijze afgebroken en afgevoerd, met respect voor mens en milieu. Waar mogelijk en in overleg met de aannemer wordt circulair bouwen toegepast.

Verontreiniging en hinder

Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten waterhuishouding, bodem, geluid, ecologie en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.

Risico voor ongevallen

Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. In het gebied wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De activiteit zelf levert in de aanlegfase en gebruiksfase geen extra risico op milieukundige ongevallen. Uit een verkennend en nader bodemonderzoek is gebleken dat er sprake is van een lood en zink verontreiniging. Dit betreft echter geen ernstige bodemverontreiniging. Bij de uitvoering wordt de verontreiniging gesaneerd (circa 10 m²).

Locatiekenmerken van het project Criteria

Beschrijving

Bestaand grondgebruik

De beoogde ontwikkeling is gelegen in het midden van Papendrecht in de wijk Westpolder. Het plangebied is gesitueerd ten zuiden van de Vondellaan en ten westen van Veerweg. De locatie is gelegen direct ten zuiden van het Vondelpark. Het plangebied was tot voor kort in gebruik en is bebouwd met autobedrijf Auto van Wijngaarden B.V. Dit autobedrijf bestond uit een showroom, serviceen onderhoud en een tankstation. Ook is op de locatie een bedrijfswoning aanwezig.

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied

De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.

Opnamevermogen milieu met aandacht voor beschermde gebieden.

Cultuurhistorie Binnen het projectgebied liggen geen van gemeente- of rijkswege beschermde monumenten. Uit de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Archeologie Uit de Archeologische Waarden- en Beleidskaart volgt dat er sprake is van een hoge archeologische verwachting. Hiertoe is een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat de funderingspalen mogelijk een kleine verstoring veroorzaken aan mogelijk intacte archeologische resten. Deze verstoring is verwaarloosbaar gezien de kleine verstoring. Beschermde gebieden De projectlocatie kent geen bijzondere aardkundige waarden. Het gebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of in Natuurnetwerk Nederland. Er is door het project geen sprake van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Dichtstbijzijnde Natura-2000-gebied ‘de Biesbosch’ is legen op circa 4,3 km afstand van het plangebied. Andere gevoelige gebieden liggen niet in of op korte afstand van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland gebied - zijnde de Beneden-Merwede is gelegen op circa 900 m ten zuiden van het plangebied.

7

Bodem De activiteit heeft geen effecten op bodem en/of (grond)water. Uit een verkennend en nader bodemonderzoek is gebleken dat de bodem in de huidige situatie geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. Bij de realisatie wordt een eindsituatie en/of afperkend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het dan voormalige pompeiland. Tevens wordt de geconstateerde lood en zink verontreiniging gesaneerd. Wat betreft het aspect bodem is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Bij de omgevingsvergunning voor de activiteit wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Water Het toekomstige hemelwater wordt binnen het plangebied geïnfiltreerd en/of vertraagd afgevoerd. Soorten Uit een quickscan flora & fauna is gebleken dat er in de gebouwen binnen het plangebied mogelijk huismussen en vleermuizen aanwezig zijn. Uit nader onderzoek is gebleken dat er geen huismussen en vleermuizen gebruik maken van de bebouwing. Werkzaamheden zullen worden uitgevoerd met in achtneming van het regionaal beleid ‘Uitwerking Gedragscode Stadswerk’. Luchtkwaliteit Binnen het plangebied zal extra verkeer zijn door de ontwikkeling van het planvoornemen. Uit onderzoek blijkt dat dit extra verkeer ruim onder de grens van een niet in betekenende mate (NIBM) verandering van de luchtkwaliteit ligt. Verder onderzoek naar de luchtkwaliteit kan in het kader van het bestemmingsplan daarom achterwege blijven.

Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet van toepassing. De ontwikkeling van dit initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit initiatief.

8

Kenmerken van de potentiële effecten Criteria

Beschrijving

Bereik en aard van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)

Het betreft de aanleg van woningen. De activiteit is zeer lokaal, de aard en omvang zijn beperkt. De meest verstrekkende effecten zijn te verwachten op het gebied van geluid (tijdens de aanlegfase) en lucht (eveneens tijdens de aanlegfase). Voor deze aspecten worden echter geen belangrijk nadelige effecten verwacht. Uit de twee voorgaande pagina’s is gebleken dat ook wat betreft andere aspecten geen effecten zijn te verwachten op beschermde gebieden. Uit de uitgevoerde onderzoeken (bodem, archeologie, stikstof, beschermde soorten, wegverkeerslawaai, wind en bezonning) is gebleken dat het realiseren van de beoogde woningen op deze locatie voldoen aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. De bodem wordt ter plaatse van een geconstateerde verontreiniging gesaneerd. Hierdoor heeft de planontwikkeling een positief effect op het lokale milieu.

Grensoverschrijdend karakter

De effecten hebben geen landsgrensoverschrijdende effecten. Er is sprake van een lokale stadsontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Een dergelijke stadsontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woon- en werkmilieu.

Orde van grootte en complexiteit effect

Er is geen sprake van onevenredige hinder.

Waarschijnlijkheid effect

Hindereffecten in de aanlegfase zijn te verwachten in verband met uitvoeringswerkzaamheden. In de gebruiksfase zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten. Er worden aanvullende maatregelen getroffen voor het optimaliseren van een goed woon- en leefklimaat t.a.v. wegverkeerslawaai.

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect

De aanlegfase levert tijdelijk effecten op in verband met de uitvoeringswerkzaamheden, circa 13 maanden. Na planrealisatie verdwijnen deze effecten. Er treden geen effecten op in de gebruiksfase.

9

5. Conclusie Gezien de omvang in relatie tot de drempelwaarde en de verwachte effecten, zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/430/documents/7630