Bijlage 4 - Toelichting - Veerpromenade-Markt Papendrecht.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Veerpromenade-Markt’
Bestemmingsplan ‘Veerpromenade-Markt’ Toelichting
Gemeente Papendrecht Vastgesteld Versiedatum 28 - 11 - 2022 NL.IMRO.0590.BPVeerpromenade-3001
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1.
Inleiding ....................................................................................................5
1.1.
Aanleiding .......................................................................................................... 5
1.2.
Ligging en plangrenzen ...................................................................................... 5
1.3.
Geldende beheersverordening ......................................................................... 7
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................... 8
Hoofdstuk 2.
Gebieds- en projectprofiel ..........................................................................9
2.1.
Gebiedsbeschrijving .......................................................................................... 9
2.2.
Kaders voor ontwikkeling ................................................................................ 10
2.3.
Planbeschrijving .............................................................................................. 12
Hoofdstuk 3.
Beleidskader ............................................................................................ 13
3.1.
Rijksbeleid ....................................................................................................... 13
3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 17
3.3.
Regionaal beleid .............................................................................................. 21
3.4.
Gemeentelijk beleid ........................................................................................ 23
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten ................................................................................. 30
4.1.
Erfgoed ............................................................................................................ 30
4.2.
Water............................................................................................................... 32
4.3.
Natuur ............................................................................................................. 34
4.4.
Verkeer en parkeren ....................................................................................... 37
4.5.
Kabels en leidingen.......................................................................................... 41
4.6.
Bodem- en grondwaterkwaliteit ..................................................................... 41
4.7.
Geluid .............................................................................................................. 42
4.8.
Luchtkwaliteit .................................................................................................. 43
4.9.
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................... 45
4.10.
Externe veiligheid ............................................................................................ 47
4.11.
Windhinder...................................................................................................... 50
4.12.
Bezonning ........................................................................................................ 51
4.13.
Niet-gesprongen explosieven .......................................................................... 52
4.14.
M.e.r.-beoordeling .......................................................................................... 52 3
Hoofdstuk 5.
Juridische planbeschrijving ....................................................................... 54
5.1.
Onderdelen bestemmingsplan ........................................................................ 54
5.2.
Toelichting op de verbeelding ......................................................................... 54
5.3.
Toelichting op de regels .................................................................................. 54
Hoofdstuk 6.
Uitvoerbaarheid ...................................................................................... 56
6.1.
Economische uitvoerbaarheid......................................................................... 56
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 56
Bijlagen bij de toelichting ................................................................................................... 59
4
Hoofdstuk 1.
Inleiding
1.1. Aanleiding Gemeente Papendrecht is voornemens aan de Veerpromenade-Markt in Papendracht een gebouw te realiseren met daarin maximaal 50 woningen boven een commerciële plint met o.a. horeca. Het plangebied betreft een gedeelte van de gronden van het voormalige “Van der Kevie pand” aan de Veerpromenade en Markt in het centrum van Papendrecht. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de geldende beheersverordening “Reparatie Beheersverordening Papendrecht”. De beheersverordening biedt geen binnenplanse afwijkingsof wijzigingsbevoegdheden om de ontwikkeling mogelijk te maken. Hierdoor is een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Het bestemmingsplan ‘Veerpromenade-Markt’ bestaat uit een verbeelding met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is deze toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2. Ligging en plangrenzen
1. Topografische kaart (het plangebied is rood omlijnd)
5
De beoogde ontwikkeling is gelegen in het centrum van Papendrecht in de wijk Westpolder. Het plangebied sluit met de noord(oost)zijde aan op de Markt. Ten oosten van het plangebied ligt de straat Veerpromenade en ten zuiden van het plangebied ligt de straat De Passage. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.220 m². Het betreffen gedeelten van de kadastrale percelen 6775, 6776, 5194 en 8200 (sectie B).
2. Luchtfoto met kadastrale ondergrond (plangebied blauw omlijnd)
3. Luchtfoto uit 2019 vanuit noorden (plangebied blauw omlijnd)
6
1.3. Geldende beheersverordening Het plangebied is gelegen binnen de geldende beheersverordening ”Reparatie Beheersverordening Papendrecht”, die is vastgesteld op 1 juli 2021. Het plangebied heeft daarin de bestemmingen ‘Centrum’ en Verkeer-Verblijfsgebied. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor detailhandel, dienstverlening, horeca van categorie 1a, 1b en 2, zelfstandige kantoren en wonen in zelfstandige woonruimte (op de verdieping). Tot slot zijn de gronden bestemd voor de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, laad- en losruimte, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bergingen.
4. Uitsnede verbeelding beheersverordening ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’
5. Uitsnede illustratie beheersverordening ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’ 7
Op de verbeelding van de beheersverordening is bepaald dat een hoofdgebouw binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)’ een maximum bouwhoogte van 9 meter mag hebben. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’. Dit betekent dat de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Het plangebied grenst aan alle zijden aan (en is deels gelegen in) de bestemming ‘Verkeer Verblijfsgebied’. Het pleingedeelte van de Markt ten noorden van het plangebied is aangeduid als ‘evenemententerrein’. Hier is het houden van evenementen of markten toegestaan. De beheersverordening laat de realisatie van het planvoornemen niet toe, omdat de beoogde bouwhoogte hoger is dan de maximaal toegestane 9 meter. Functioneel past het planvoornemen binnen de beheersverordening. De bestaande bestemming ‘Centrum’ behoeft dan ook geen wijziging. De beheersverordening biedt geen binnenplanse afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden om het bouwplan alsnog mogelijk te maken. Om het beoogde initiatief te kunnen realiseren is daarom een nieuw juridisch-planologisch kader benodigd. Dit bestemmingsplan voorziet daarin.
1.4. Leeswijzer Na deze inleiding volgt Hoofdstuk 2. Hierin is de bestaande situatie en de planontwikkeling nauwkeurig beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de beleidskaders van de verschillende overheden, waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en de verantwoording van alle relevante sectorale aspecten. Dit betreffen zowel planologische- als milieuaspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft het juridische plan waarbij ook een korte beschrijving van de bestemmingsregels wordt gegeven. In hoofdstuk 6 staat uitleg over de uitvoerbaarheid, waarbij ingegaan wordt op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hierna volgen de bijlagen bij de toelichting.
8
Hoofdstuk 2.
Gebieds- en projectprofiel
2.1. Gebiedsbeschrijving Het plangebied is centraal in Papendrecht gelegen, in de wijk Westpolder. Westpolder is de grootste wijk van Papendrecht, wat betreft oppervlakte en inwonertal. Er wonen circa 9.000 mensen in de wijk. De wijk bevat tevens het centrum van de gemeente. De verkavelingsrichting in het centrum is bepaald door de historische verbinding tussen het veer naar Dordrecht en de Alblasserwaard, de Veerweg, en de historische verkavelingsrichting. Tot de jaren '80 van de vorige eeuw was ten westen van de Veerweg nog nauwelijks centrumbebouwing. Begin deze eeuw is het winkelcentrum aan de oostkant van de Veerweg vernieuwd. De planlocatie is gelegen aan de Markt. Aan dit rechthoekig plein liggen verschillende functies, zoals het gemeentehuis, winkels, een woonzorgcentrum en appartementen. Wat betreft bebouwde omgeving zijn er uitsluitend meerlaagse gebouwen aanwezig, variërend van drie bouwlagen tot en met negen bouwlagen. Er is hierdoor een vrij hoge dichtheid aan bebouwing aanwezig, met uitzondering tot het vrij grote marktplein.
6. Functies in de omgeving
De Veerpromenade is een noord-zuid georiënteerde straat waarop enkele andere centrumstraten horizontaal zijn aangehaakt, zoals de Meentpassage. Deze straten zijn niet voor autoverkeer toegankelijk, met uitzondering van aan- en afvoer van goederen voor in het centrum gelegen winkels e.d. De Veerpromenade was voorheen deel van de Veerweg, maar heeft na de centrumvernieuwing een andere naam gekregen. De Veerpromenade loopt uit in de
9
Veerweg, die gebiedsontsluitende weg tot aan de brug over de A15 voert. Het plangebied is onbebouwd en volledig verhard met tijdelijke bestrating.
2.2. Kaders voor ontwikkeling Om de locatie tot ontwikkeling te laten komen zijn de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld: 1. de bouwhoogte aan het Marktplein is maximaal 9 bouwlagen; 2. de rooilijn op maaiveld ligt op 17,5 meter afstand t.o.v. bestaande appartementenbebouwing; 3. een deel van de opbouw van de plint mag niet worden bebouwd waardoor de minimale afstand t.o.v. de bestaande bebouwing voor het merendeel minimaal 25 meter bedraagt 4. de plint van het gebouw is maximaal 7 meter hoog; 5. de bebouwing boven de plint bedraagt maximaal 3.750 m² b.v.o.; 6. een eigen gebouwde parkeervoorziening; 7. het omliggende openbaar gebied is integraal onderdeel van de ontwerpopgave; 8. het gebouw is architectonisch onderscheidend en duurzaam; 9. de begane grond bevat aan de zijde van de Markt horeca. De gemeenteraad heeft op 4 november 2021 ingestemd met deze uitgangspunten. Met deze uitgangspunten is beoogd een bouwplan tot stand te brengen dat zorgt voor meer wandvorming en meer beslotenheid van het marktplein. De beoogde bouwhoogte - maximaal 9 bouwlagen sluit aan op de omliggende bebouwing en is passend in de schaal van het centrum. De architectonische en duurzame ambities zorgen voor een kwalitatief hoogwaardige toevoeging aan het centrum.
Op de navolgende kavelkaarten zijn de maximale rooilijnen en bouwmassa aangeduid, zoals ook zijn vastgesteld als onderdeel van de bovengenoemde uitgangspunten.
10
7. Contour plint (stedenbouwkundig uitgangspunt)
8. Maximum bouwhoogtes (stedenbouwkundig uitgangspunt)
11
2.3. Planbeschrijving Het plan ziet toe op de realisatie van een gebouw met daarin maximaal 50 appartementen op een plint met ruimte voor horeca in de vorm van bijvoorbeeld een café of restaurant (categorie 1a, 1b of 2) en andere functies, zoals detailhandel, dienstverlenende en/of maatschappelijke functies. Gekozen is voor een bestemmingsplan dat nog enige flexibiliteit biedt, op basis van de ‘Kaders voor ontwikkeling’ (paragraaf 2.2), omdat er nog geen ontwerp voor het gebouw is. Beoogd is een beeldbepaald en modern gebouw, waarbij zowel in de gevels als op het dak veel aandacht wordt besteed aan groenelementen. Daarnaast wordt er aandacht gegeven aan klimaatadaptieve oplossingen en natuurinclusief bouwen.
12
Hoofdstuk 3.
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Algemeen Op 09 september 2020 is de NOVI vastgesteld. Met de NOVI geeft wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio’s 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Beoordeling plan De vier ambities uit de NOVI zijn verder uitgewerkt in 26 beleidskeuzes. In de toelichting van de NOVI zijn deze beleidskeuzes vertaald naar 21 Nationale belangen. Voor dit bestemmingsplan zijn vooral de volgende nationale belangen relevant: • (1) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • (2) Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; • (5) Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften.
Binnen het plangebied worden zowel woningen als andere functies toegestaan. Het plangebied maakt deel uit van het centrum van Papendrecht met een divers aanbod aan typen woningen, winkels en andere voorzieningen. Dit planvoornemen draagt bij aan de leefbaarheid van de kern. In paragrafen 3.1.2 en 3.3.1 en 3.4.2 in deze toelichting is in het kader van landelijk, regionaal en lokaal woonbeleid gemotiveerd dat er kwalitatief en kwantitatief voldoende behoefte is voor de beoogde functies. Op die manier wordt een bijdrage geleverd aan voornoemde nationale belangen 1 en 5. Ten aanzien van nationaal belang 2 kan worden opgemerkt dat in hoofdstuk 4 en 5 van deze toelichting is gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de extra woningen geen nadelige effecten oplevert ten aanzien van de waterhuishouding, natuur, milieu en omliggende bedrijven. Er is dan ook sprake van een goede omgevingskwaliteit. Overige nationale belangen zijn minder van relevant voor dit bestemmingsplan, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een ander onderwerp betrekking hebben. Het bestemmingsplan past binnen het beleidskader van de Nationale Omgevingsvisie.
13
3.1.2. Nationale woonagenda 2018-2021 De drie uitdagingen waar de afspraken in de Nationale woonagenda zich op richten, zijn het vergroten en versnellen van de woningbouw, het beter benutten van de bestaande voorraad en de betaalbaarheid van het wonen. 1. Meer woningen bouwen (Versnellen en vergroten aanbod) Om de woningbehoefte op de korte termijn tegemoet te komen, moeten er de komende jaren meer woningen worden gebouwd en bestaande plannen worden versneld. Om daarnaast ook aan de toekomstige woningbehoefte te kunnen voldoen, moet er kritisch naar de plancapaciteit voor de lange termijn worden gekeken. Partijen besluiten binnen de regionale context of dit aanleiding geeft om, bijvoorbeeld, in te zetten op vergroting daarvan. 2. Betaalbaarheid Een woning moet passen bij de financiële mogelijkheden van mensen. Huishoudens met een laag inkomen en mensen die om andere redenen moeilijk passende huisvesting kunnen vinden, mogen niet uit het oog verloren worden. Voor hen moeten voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn die ook betaalbaar blijven. De grote verduurzamingsopgave op de woningmarkt moet hand in hand gaan met die betaalbaarheid. Ook de leefbaarheid moet niet uit het oog worden verloren. 3. Beter benutten bestaande voorraad Omdat nieuwbouw alleen de grote woningbehoefte niet kan oplossen, is het van groot belang om de bestaande voorraad zo goed mogelijk te benutten.
Dit houdt mede verband met de ambitie om het aanbod te vergroten: op regionaal niveau dient voldoende aandacht te zijn voor een goede balanstussen gereguleerde huur, middenhuur, middeldure koop en koopwoningen en kwalitatieve kenmerken van woningen die goed aansluiten bij de vraag. Beoordeling plan Met dit plan wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van meer woningen en het vergroten van het aanbod op lokaal niveau en in lijn met de lokale vraag. Daarnaast wordt op betaalbaarheid ingezet, aangezien 33% van de woningen voor de doelgroep starters wordt gerealiseerd. Daarmee past het plan binnen het beleidskader van de Nationale woonagenda 2018-2021. 3.1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Beoordeling plan Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 50 wooneenheden in de vorm van een appartementengebouw op een plint met daarin een ruimte voor horeca in de vorm van bijvoorbeeld een café of restaurant (categorie 1a, 1b of 2), detailhandel en dienstverlenende of maatschappelijke functies. Het gaat bij de woningen om ⅓ starterswoningen en ⅔ vrije sector woningen. Starterswoningen zijn tenminste 50 m² groot exclusief bergingen.
14
In de huidige situatie is sprake van onbebouwde grond met de planologische bevoegdheid een bouwvlak te bebouwen met centrumfuncties (zie paragraaf 1.3 welke centrumfuncties zijn toegestaan). Het aantal woningen is niet begrensd, al is het niet mogelijk om op de begane grond woningen te bouwen en is de maximum bouwhoogte 9 meter. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1.000 m², waardoor de maximale planologische invulling op dit moment bestaat uit 1.000 m² centrumfunctie op de begane grond en maximaal 2.000 m² woonfunctie op de eerste en tweede verdieping (ervan uitgaande dat één verdieping een hoogte heeft van 3 meter). Gezien het vorenstaande is er in planologische zin geen toename voorzien van nietwoonfuncties in de plint. Dit vanwege het feit dat er al een bouwvlak en centrumbestemming aanwezig is met een oppervlakte van ca. 1.000 m², waardoor er in planologische zin geen toename is voorzien van centrumfuncties. Aldus wordt de centrumfunctie in planologische zin niet uitgebreid, waardoor geen onaanvaardbare leegstandeffecten elders ontstaan door dit planvoornemen. Wel is er planologisch sprake van een toename van woningen. In het navolgende is daarom de behoefte aan deze woningen beschreven aan de hand van recent vastgesteld woonbeleid “Woonplan 2020-2030” van de gemeente Papendrecht.
Beschrijving behoefte Om te bepalen hoeveel woningen gebouwd moeten worden, is de ontwikkeling van het aantal huishoudens van belang. Het aantal personen per huishouden is al enige tijd dalend en die trend zal zich onder andere als gevolg van de vergrijzing voortzetten. Dit betekent dat de gemeente meer woningen nodig heeft voor de huidige en toekomstige inwoners. In de Regionale Woonvisie 2017-2031 is er een bouwopgave opgenomen van bijna 15.000 woningen. Daarnaast is in de regionaal vastgestelde “Groeiagenda - goed leven in de Drechtsteden” bepaald dat een bijdrage geleverd moet worden aan de regionale groeiagenda. Hieruit is een lokale opgave bepaald voor elke gemeente van de regio. De opgave voor Papendrecht is als volgt opgebouwd: Volgens de prognose van RIGO neemt het aantal huishoudens tot 2030 met 460 toe. Dit betekent dus dat er minimaal 460 woningen moeten worden gebouwd om aan de zogenaamde autonome groei van het aantal huishoudens te kunnen voldoen. Daar bovenop moeten de woningen die gesloopt worden, worden gecompenseerd. Inmiddels zijn 123 woningen gerealiseerd. De verwachting is dat de komende 5 jaar nog 365 woningen worden gebouwd en dat er 99 woningen worden gesloopt. Daarnaast wordt er volop gekeken naar ontwikkelmogelijkheden. Veelal zijn dat herstructureringslocaties. In meer of mindere mate leiden deze studielocaties tot mogelijke woningbouwlocaties.
Naar verwachting is een ontwikkelportefeuille beschikbaar van ongeveer 465 woningen. De gemeente houdt rekening met een planuitvalpercentage van 20%. Op basis hiervan is een netto toevoeging aan het woningbouwprogramma voor de komende 10 jaar te verwachten van ca. 370 woningen. In dit woningbouwprogramma is deze planlocatie opgenomen. Kwantitatief gezien is er dus voldoende behoefte aan deze woningen.
15
Kwalitatief gezien is er in de regio en in de gemeente Papendrecht vooral vraag naar duurdere woningen, omdat regionaal gezien een grote voorraad goedkope woningen aanwezig is (circa 30% sociale huur). Door aan het hogere koopsegment woningen toe te voegen, komen uiteindelijk ook goedkopere woningen beschikbaar die geschikt zijn voor de huisvesting van starters. Daarnaast is in lokale regelgeving maatregelen getroffen waardoor het lastiger wordt om goedkope woonruimte aan de voorraad te onttrekken. Hierdoor wordt in de koopsector de doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. 2/3e deel van de beoogde 50 wooneenheden zal bestaan uit middeldure en/of dure koopappartementen. Dit past binnen de kwalitatieve beleidsmatige behoefte conform de regionale en gemeentelijke woonvisies. Vanuit de regionale en gemeentelijke woonvisies wordt beoogd om jongeren/studenten vast te houden en wordt beoogd nieuwe doelgroepen aan te boren. Door 1/3e deel van 50 woningen te voorzien in de doelgroep starters wordt beoogd hier invulling aan te geven. Zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte is bevestigd in de jaarlijks rapportage ‘Wonen in de Drechtsteden (2019)’. Deze op 30 november 2019 uitgebrachte rapportage brengt een jaarlijkse actueel beeld van de ontwikkelingen op het gebied van wonen in de Drechtsteden. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op de regionale woonvisies.
Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er behoefte is aan het planvoornemen, waardoor kan worden voldaan aan art. 3.1.6 lid 2 van het Bro, oftewel de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Het plan voorziet in een duurzame verstedelijking. 3.1.4. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • Rijksvaarwegen. • Project Mainportontwikkeling Rotterdam. • Kustfundament. • Grote rivieren. • Waddenzee en waddengebied. • Defensie. • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. • Elektriciteitsvoorziening. • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. • Natuurnetwerk Nederland. • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Beoordeling plan Het Barro is niet van invloed op dit bestemmingsplan. 16
3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland Algemeen Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn: 1. Naar een klimaatbestendige delta. Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level. De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool. De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied zullen we moeten inzetten op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4.
Energievernieuwing. Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie. De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een 17
aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: • De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. • Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. • Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.
• De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Toetsing De beoogde ontwikkeling valt binnen het bestaand stedelijk gebied waarbij een aantal onderdelen van de Omgevingsvisie relevant zijn. Voor de beoogde ontwikkeling is de opgave 'Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied'. Deze opgave betreft de zorg voor een goede ruimtelijke ontwikkeling, binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Onderdeel van deze opgave is het bevorderen van een optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. De beleidskeuze hierbij is verstedelijking en wonen.
De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende 18
doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. De provincie is terughoudend met het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied en vraagt om de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet mee te wegen. Op het gebied van bereikbaarheid zet de provincie in op versterking van openbaar vervoer en gebruik van de fiets in de mobiliteitsketens van reizigers. Daarnaast moet vervoer over water een volwaardig alternatief zijn voor vervoer over de weg. De provincie wil innovatie in het openbaar vervoer stimuleren door in de concessieverlening de creativiteit van aanbieders de ruimte te geven. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO²-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn bij voorkeur energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. Gemeenten maken in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's waarin bovengenoemde doelstellingen zijn uitgewerkt.
Beoordeling plan Het plan is in lijn met de beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie omdat het plan positief bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik, (woning)behoefte en duurzaamheid. 3.2.2. Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021) De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021). Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende onderwerpen uit de Omgevingsverordening relevant: 1. ruimtelijke kwaliteit; 2. stedelijke ontwikkelingen. Hierna wordt per onderwerp getoetst aan de betreffende bepalingen van de verordening. Hieruit blijkt dat deze belangen zorgvuldig zijn onderbouwd en afgewogen. Artikel 6.9: Ruimtelijke kwaliteit 1. een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart;
19
ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het 3e lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het 3e lid. Toetsing art. 6.9 Het planvoornemen is op de kwaliteitskaart aangegeven als ‘Steden en dorpen’. De realisatie van een appartementengebouw met horeca in de plint draagt aan bij de versterking van de ruimtelijke karakteristiek van de stedelijke omgeving en voorziet niet in een wijziging op structuurniveau. Daarbij is er reeds een centrumbestemming met bouwvlak aanwezig. Met dit bestemmingsplan wordt de bouwhoogte verhoogd. Deze wijziging past binnen dit gebied, aangezien er het centrum eveneens hogere bouwhoogten voorkomen. Aan artikel 6.9 kan daarom worden voldaan. Artikel 6.10: Stedelijke ontwikkelingen 1. een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig art. 3.1.6, lid 2 t/m 4 Bro; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha voor nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte; 2. in de toelichting van het bestemmingsplan kan - indien een regionale visie is vastgesteld worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in art. 3.1.6, lid 2 Bro; 3. een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen in strijd met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing art. 6.10 Zoals beschreven in paragraaf 3.1.3 is er sprake van duurzame verstedelijking, omdat er kwantitatief en kwalitatief behoefte is aan de beoogde woningen. Bovendien wordt er gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied waar juridischplanologisch al bouw- en gebruiksmogelijkheden voor woningen en centrumfuncties aanwezig zijn. In paragraaf 3.3.1 komt de regionale woonvisie aan bod, en in paragraaf 3.4.2 komt de gemeentelijke woonvisie aan bod. Hieruit blijkt dat er geen strijd is met de woonvisies.
Het planvoornemen voldoet aan de gestelde regels in de Omgevingsverordening Zuid-Holland (2021).
20
3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Woonvisie 2017-2031 Op 12 december 2017 heeft de Drechtraad de Woonvisie 2017-2031 “Goed wonen in de Drechtsteden” vastgesteld. De Woonvisie staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een bredere en integrale aanpak “Groeiagenda 2030: Goed leven in de Drechtsteden” met aandacht voor wonen, bereikbaarheid en verbetering van de sociaaleconomische positie van de regio. Het doel in de Groeiagenda is helder: een maritieme topregio met 300.000+ inwoners die Goed Leven in een compleet, dynamisch, meerkernig gebied met unieke woon- en werkmilieus, een omvangrijk en divers aanbod aan bedrijvigheid, waar creativiteit bloeit en het onderwijs en de cultuur floreren, in een historische setting gelegen tussen drie rivieren in een uniek Hollands landschap. De Woonvisie beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. De Woonvisie (inclusief lokale uitwerking) vormt het kader voor de plannen van ontwikkelaars en investeerders en voor de afspraken met woningcorporaties. Met de woonvisie wordt beoogd een kwalitatief hoogwaardig woningaanbod te realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht wil wonen.
Deze ambitie is vertaald in 20 kernpunten, waarbij de focus sterk ligt op de realisatie van woningen met het oog op de (autonome) groei van de Drechtsteden. De zeven gemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. Daarnaast gaan de gemeenten een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 (extra) woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031). Voorts is een groot aantal kwalitatieve opgaven benoemd, zoals duurzaam bouwen en het bouwen van woningen in het middeldure en dure segment. De 20 ambities zijn als volgt: 1. De zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2. Door alle zeven gemeenten wordt naarstig gezocht naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De zeven gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031). 4.
In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, worden vastgesteld in de regionale en lokale energiestrategieën en uitwerkingsplannen en worden bij de realisatie van de Woonvisie toegepast. 5. De Drechtstedengemeenten werken met alle relevante partners samen op het gebied van ‘langer en passend thuis’. 6. We hanteren de woningbehoeftetabel 2031 als koers voor de verdeling van de woontypen (bij de autonome groei) over het Drechtstedengebied.
21
7. Bij de nieuwbouwplannen in de koopsector zorgen we voor voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 8. We zetten in op groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren. 9. Tevens geven we meer aandacht aan het vasthouden van jongeren/studenten en het aanboren van nieuwe doelgroepen (nieuwe, innovatieve woonconcepten). 10. Op dit moment wordt de voorraad goedkope koopwoningen (< € 177.400) niet uitgebreid. Er kunnen goede redenen zijn om de vraag naar koopwoningen in het middeldure segment (€ 177.400 - € 250.000) te faciliteren. 11. We kiezen voor de sociale huurvoorraad voor een pas-op-de-plaats-beleid. We houden vast aan de PALT-afspraken voor wat betreft het goed monitoren van de feitelijke ontwikkelingen. 12. Vanwege de verschillen in de sociale huurvoorraad per gemeente realiseren we een meer evenwichtige spreiding. 13. Het pas-op-de-plaats-beleid kan ook ingevuld worden door reductie van de voorraad in een buurt waar een grote concentratie huurwoningen is, met compenserende nieuwbouw op een andere plek die daarvoor beter geëigend is. 14. De ontwikkeling in de onderscheiden segmenten van de sociale huurvoorraad wordt actief gevolgd. Zo nodig wordt het beleid aangepast aan gewijzigde omstandigheden binnen de algemene kaders van deze Woonvisie. 15.
De uitgangspunten 11, 12, 13 en 14 worden in samenspraak met de woningcorporaties en de huurdersraden verder uitgewerkt. De resultaten worden medio 2018 vastgelegd in de Prestatieafspraken Lange Termijn. 16. We ontwikkelen een gezamenlijke strategie om beleggers te stimuleren om in de vrije huursector te investeren. Daarnaast bespreken we met woningcorporaties wat zij hierbij kunnen betekenen. De verantwoordelijkheid en de uitvoering blijven lokaal. 17. Om recht te doen aan de lokale situatie, kan de vertaling van de uitgangspunten naar een woningbouwprogramma en prestatieafspraken per gemeente verschillen. Gemeenten geven in hun lokale uitvoeringsparagraaf en het lokale deel (III) van de PALT-afspraken aan hoe ze hiermee omgaan. Randvoorwaarde hierbij is dat de optelsom van lokale plannen voldoende is om de regionale opgave te realiseren. 18. De zeven gemeenten geven de bijdrage aan die zij aan de vraag naar onderscheidende woonmilieus leveren. 19. Alle zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich om locaties te vinden om de woonopgave van deze Woonvisie te realiseren. Zij verantwoorden zich hierover naar elkaar om na te gaan of de optelsom van de lokale plannen leidt tot een adequate uitvoering van de opgave. 20.
Om de uitgangspunten van deze Woonvisie te kunnen realiseren, werken de zeven gemeenten verplichtend samen; hiervoor verantwoorden zij zich naar elkaar over de lokale keuzes en plannen via een bestuurlijke ‘task-force uitvoering Woonvisie’. De taskforce faciliteert de gemeenten bij de versnelling van de woningbouwprogrammering. Beoordeling plan In het plangebied worden maximaal 50 woonappartementen gerealiseerd, waarvan 1/3e deel voor starters en 2/3e deel voor vrije sector (middelduur en/of dure segment). De locatie is goed 22
bereikbaar en centraal gelegen in Papendrecht. Deze woningbouwontwikkeling sluit aan op de kwantitatieve opgaven uit de Regionale Woonvisie, zoals beschreven in ambities 1, 2 en 3. Kwalitatief gezien sluit het planvoornemen aan op ambities 7 (koop), 9 (vasthouden jongeren/studenten) en 8 & 10 (duurder segment). Ten slotte wordt ook ambitie 19 nagestreefd aangezien met deze locatie een plek is gevonden voor de realisatie van een programma dat aansluit op de Woonvisie. Het bouwplan past binnen de gestelde beleidsambities doordat voor het grootste gedeelte wordt ingezet op het duurdere koopsegment, maar ook omdat gedeeltelijk wordt ingezet op het behouden van starters in de stad. Hiermee voldoet het plan aan het regionaal beleidskader zoals vastgesteld in de Woonvisie 2017-2031.
3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Structuurvisie Papendrecht 2020 De kerndoelstelling van de op 2 juli 2009 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie Papendrecht 2020 “een venster naar de toekomst” is de kwaliteit van leven behouden en versterken, zodat het in Papendrecht ook in de toekomst goed wonen, leven, werken en recreëren is. Om deze doelstelling zowel tastbaar als toetsbaar te maken, is deze doorvertaald en uitgesplitst in een aantal prioritaire thema's om te zorgen voor voldoende woningen, van voldoende kwaliteit, voor alle doelgroepen; a. voor een toereikend voorzieningenaanbod, toegesneden op de huidige en toekomstige Papendrechtse bevolkingsopbouw; b. dat de Papendrechtse werkgelegenheid gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de bevolking; c. voor voldoende recreatieve mogelijkheden van voldoende kwaliteit voor diverse doelgroepen; d. voor een buitenruimte met gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het beleid voor wonen en woonomgeving is uitgewerkt in vier vormen van beleid: • de gemeentelijk basis verantwoordelijkheid voor wonen en woonomgeving; • extra ontwikkelingen voor wonen en woonomgeving realiseren; • benutten van de kansen voor wonen en woonomgeving; • bedreigingen voor wonen en woonomgeving voorkomen.
De gemeente beoordeelt plannen en initiatieven voor woningbouw en herstructurering van de bestaande woningvoorraad op de bijdrage aan de kwaliteit van de woonwijk, waar dat bouwplan gerealiseerd gaat worden en de bijdrage aan de volkshuisvestingsvraag voor geheel Papendrecht. Beoordeling plan Met het planvoornemen worden maximaal 50 wooneenheden. Dit sluit aan bij de volkshuisvestingsvraag voor Papendrecht, aangezien het aantal huishoudens (en dus de vraag naar woningen) in de gemeente stijgt. De appartementen zijn voorzien in een modern 23
appartementengebouw met in de plint een commerciële voorzieningen. Ook zijn de appartementen voorzien van buitenruimtes. Deze voorzieningen voegen kwaliteit toe aan de woonomgeving, en dit is passend in het beleidskader van de structuurvisie. Ten slotte zijn de beoogde doelgroepen ‘starters’ en ‘vrije sector’. Hiermee wordt het woningaanbod in de directe omgeving meer divers en brengt dit een verhuisdynamiek op gang, zoals beleidsmatig gewenst is conform de structuurvisie. Concluderend past dit planvoornemen binnen de in de structuurvisie gevormde beleidskaders. 3.4.2. Omgevingsvisie Papendrecht De Omgevingsvisie Papendrecht, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2021, beschrijft strategische ambities en doelen voor de leefomgeving voor de lange termijn en dient daarmee als kapstok voor beleidsdocumenten, programma’s en projecten in de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 3 kiest de gemeente voor een duurzame koers, een gemeente die investeert in een gezonde en veilige leefomgeving met oog voor de benodigde klimaatadaptatie en energietransitie. Klimaatadaptatie biedt kansen om de leefomgeving te verbeteren, de betrokkenheid van de Papendrechters bij hun leefomgeving te vergroten, de biodiversiteit en ecologie te versterken en de waterbeleving te vergroten.
De gemeente wil daarin het voorbeeld geven en inwoners en bedrijven ertoe aanzetten om aanwezige verharding in tuinen en op dakvlakken zo veel mogelijk om te zetten naar groen en water, het liefst in combinatie met zonnepanelen en zonnecollectoren. Dat zorgt voor een hoger waterbergend vermogen, het draagt bij aan de hittevermindering bij extreem warm weer en biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit. Hemelwater moet bij voorkeur worden verwerkt op de plek waar het valt. Ook is een kwalitatief en duurzaam afvalwatersysteem van belang. Bij renovatie en nieuwbouw wil de gemeente meer rekening houden met het vergroten van de natuurwaarden in woon- en werkgebieden. Denk hierbij aan neststenen en -kasten voor vogels en vleesmuizen, insectenhotels, groene daken en gevels, bloemrijke boomspiegels, ecologische oevers en groene kademuren. Hoofdstuk 4 'Prettig wonen' beschrijft de ontwikkeling van de woningvoorraad: 'In de nabije toekomst (2030) wordt er voor Papendrecht een bevolkingskrimp verwacht. Tegelijkertijd daalt de gemiddelde woningbezetting, waardoor er ondanks de krimp woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd. Naar verwachting zullen er voor 2030 minimaal 460 woningen moeten worden gebouwd.
Daarbovenop wil de gemeente in het kader van de regionale Groeiagenda voor 2030 200 extra woningen bouwen om bij te dragen aan de versterking van sociaaleconomische positie van de Drechtsteden. Deze bijdrage kan ook de omvang van de verwachte bevolkingskrimp dempen. Nieuwbouwlocaties worden gezocht binnen de bestaande grenzen van Papendrecht. In paragraaf 5.2 van de Omgevingsvisie komt het centrumgebied aan bod. De gemeente ambieert een levendig centrumgebied, waarbij wordt ingespeeld op de belevingseconomie. In dit kader is verdere versterking van de verblijfs- en belevingskwaliteit van het centrum 24
belangrijk. Aanvullend is het belangrijk om de structurele ontmoetingsfunctie van het centrum te versterken door uitbreiding van horeca- en vrijetijdsmogelijkheden. In de Omgevingsvisie Papendrecht is tevens benoemd dat in en langs de centrumranden wordt gestreefd naar extra woningen, gericht op jonge gezinnen en tweeverdieners. Op die manier stimuleert de gemeente een sterk en aantrekkelijk centrum. Beoordeling plan Met het planvoornemen worden 50 appartementen beoogd. Dit sluit aan bij de volkshuisvestingsvraag voor Papendrecht, zoals aangegeven in hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie. De appartementen worden voorzien in een modern appartementengebouw met in de plint commerciële functies zoals horeca. Beoogd is de appartementen te voorzien van buitenruimtes. Deze voorzieningen voegen kwaliteit toe aan de woonomgeving en dit is passend in het beleidskader van de omgevingsvisie. Dit wordt in het ontwerp meegenomen met inachtneming van privacy voor omwonenden. De beoogde doelgroepen zijn “starters” en “vrije sector”. Hiermee wordt het woningaanbod in de directe omgeving meer divers en brengt dit een verhuisdynamiek op gang en wordt er door de komst van gezinnen en tweeverdieners een bijdrage geleverd aan het versterken van het centrum. De horecafunctie in de plint draagt bij aan het versterken van de ontmoetingsfunctie van het centrum.
Ten slotte wordt het aandeel groen ten opzichte van de huidige situatie vergroot omdat er in het bouwontwerp goed wordt nagedacht over het toepassen van klimaatadaptieve oplossingen en natuurinclusief bouwen. Concluderend past dit planvoornemen binnen de in de Omgevingsvisie gevormde beleidskaders. 3.4.3. Papendrechts Woonplan 2020-2030 Met dit plan geeft de gemeente Papendrecht aan hoe de gemeente het goed wonen in Papendrecht ook in de toekomst wil borgen voor de (toekomstige) inwoners. Tevens geeft de gemeente hiermee op het terrein van wonen uitvoering aan de ‘Groeiagenda 2030 - goed leven in de Drechtsteden’ en de ‘Regionale woonvisie 2017-2031 - goed wonen in de Drechtsteden’. De gesprekken met andere partijen, zoals Woonkracht10, Combiraad, ontwikkelende partijen, Drechtstedengemeenten en inwoners vormden input voor het woonplan.
De gemeente is tot de volgende strategische uitgangspunten gekomen: • voldoende woningen realiseren om de autonome huishoudensgroei op te kunnen vangen • woningen realiseren om een bijdrage te leveren aan de regionale groeiagenda • toevoeging van de woningvoorraad vindt vooral plaats in het duurdere segment • het nieuwbouwprogramma stimuleert doorstroming, zodat in de bestaande woningvoorraad woningen vrijkomen voor starters, huishoudens met een laag inkomen en beginnende doorstromers • de gemeente staat open voor experimentele bouwinitiatieven voor starters en bijzondere woonvragen. • initiatieven die leiden tot verbetering en grotere diversiteit van de sociale huurwoningvoorraad worden ondersteund 25
• • •
nieuwe woningen zijn duurzaam en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving de gemeente streeft naar duurzame huisvesting van kwetsbare groepen de gemeente houdt de leefbaarheid in de Papendrechtse wijken op peil en zal deze waar mogelijk verbeteren.
De Groeiagenda 2030 – goed leven in de Drechtsteden, de Regionale woonvisie 2017-2031 – goed wonen in de Drechtsteden en het Papendrechts woonplan 2020-2030 vormen de basis voor het woonbeleid. In het Papendrechts Woonplan 2020-2030 is een behoefte voorzien van tenminste 460 woningen in de komende 10 jaar, om te voorzien in de autonome bevolkingsontwikkeling en het draagvlak voor voorziening op voldoende peil te houden. Bij gebrek aan (grote) uitleglocaties is de gemeente nadrukkelijk op zoek naar hiervoor geschikte inbreidingslocaties. Beoordeling plan In het plangebied worden maximaal 50 woonappartementen gerealiseerd in de doelgroepen ‘starters’ en ‘vrije sector’. Deze woningbouwontwikkeling sluit aan op de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven uit het Woonplan 2020-2030, omdat hiermee een groot aantal woningen worden gerealiseerd in het gewenste duurdere koopsegment, maar ook omdat het realiseren van starterswoningen als doel heeft jongeren/studenten in de stad te behouden. Daarnaast wordt met het bouwplan gepoogd een bijdrage te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving door het marktplein compacter te maken en een nieuwe horecafunctie toe te voegen aan het centrum van de stad. Hiermee voldoet het plan aan het beleidskader zoals vastgesteld in het Woonplan 2020-2030. 3.4.4.
Visie op het groenblauwe netwerk Op 12 december 2013 heeft de gemeenteraad van Papendrecht de ‘Visie op het groenblauwe netwerk’ vastgesteld. In deze ruimtelijke visie wordt een ambitie neergezet voor het verder versterken van de groene leefomgeving in Papendrecht. Er zijn acht uitgangspunten geformuleerd waaraan het groenblauwe netwerk zou moeten voldoen: 1. Verbindingen maken 2. Relatie met de rivier versterken 3. Cultuurhistorie als ruggengraat 4. Sterke ruimtelijke en herkenbare hoofdstructuur 5. Natuur handhaven, versterken en verbinden 6. Verbreden van het gebruik van groen en water 7. Meer (burger)initiateven, groen in de tuin, bottom-up 8. Klimaatadaptatie in Papendrecht Met deze visie op het groenblauwe netwerk presenteert het college een schets, een mogelijk toekomstbeeld voor de Papendrechtse groen- en waterstructuur. De visie laat zien waar kansen liggen, waar winst te behalen is en welke keuzemogelijkheden er zijn. Met het vaststellen van
26
de visie wordt geen uitvoeringsprogramma vastgesteld. De visie zal gebruikt worden als inspiratiekader bij initiatieven en ontwikkelingen. Beoordeling plan Met het planvoornemen zijn enkele uitgangspunten vanuit de Visie op het groenblauwe netwerk ter harte genomen, namelijk uitgangspunten 4, 5, 6 en 8. Het plangebied wordt met het planvoornemen volledig bebouwd, waardoor de open hoek in de bebouwingswand van de Markt wordt gedicht. Op de daken van de bebouwing is groen voorzien. Dit groen draagt bij aan meer biodiversiteit en toename van groen in het centrum van Papendrecht. Daarnaast draagt het bij aan klimaatadaptatie door afname van hittestress en waterberging. 3.4.5. Strategie Klimaatadaptatie Papendrecht Eind 2017 heeft de gemeente Papendrecht de Strategie Klimaatadaptatie Papendrecht vastgesteld, die aangeeft hoe we Papendrecht klimaatadaptief maken. De strategie onderscheidt vijf richtingwijzers om tot een klimaatbestendig Papendrecht te komen. Eén daarvan is het benutten van ontwikkelingen in de stad: bij renovatie en nieuwbouw van de gebouwde omgeving wordt klimaatadaptatie onderdeel van het programma van eisen. Bij herinrichting, renovaties en nieuwbouw wordt lokale verwerking van hemelwater gestimuleerd. Door deze ambitie in een vroegtijdig stadium mee te geven, zijn extra investeringen minimaal.
Een combinatie van ‘vertellen, verleiden en verplichten’ is hierbij nodig. Beoordeling plan Klimaatadaptatie, voorkomen van hittestress en bevorderen van biodiversiteit wordt in de verdere planuitwerking meegenomen. Bij de totstandkoming van het bouwplan wordt rekening gehouden met bovengenoemd beleidskader. 3.4.6. Welstandsnota Papendrecht 2012 De welstandnota Papendrecht 2012 omschrijft het toe te passen kader voor de welstandstoets bij bouwplannen. In deze nota zijn de beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Het project is een “Groter project”, als benoemd in de Welstandsnota. De welstandsnota bevat echter geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitplan aan ten grondslag ligt. Beoordeling plan Om de kwaliteit en uitstraling voor deze herontwikkeling te waarborgen heeft het college stedenbouwkundige uitgangspunten vastgesteld. Deze zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
27
3.4.7. Energie Visie Vanuit de doelstelling Papendrecht energieneutraal in 2050 en het voorkomen van een extra in te vullen energieopgave streven we naar energieneutrale nieuwbouw. Met het ontwikkelen van nieuwbouw dient invulling te worden gegeven aan het huidige energiebeleid van de gemeente Papendrecht: de Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 en de Transitievisie Warmte 2021. Deze documenten vormen de leidraad voor de ontwikkeling van de warmtevoorziening in Papendrecht. Sinds 2018 wordt nieuwbouw niet meer aangesloten op het gasnet. De nieuwe woningen aan de P.C. Hooftlaan moeten op een duurzame manier worden verwarmd. Vanuit het energiebeleid van gemeente Papendrecht zijn de volgende criteria van toepassing: I. Voorkeursvolgorde warmte Bij toepassing van warmtebronnen hanteren we de volgende voorkeursvolgorde van warmtebronnen: 1. Direct bruikbare warmte. Voorbeelden van direct bruikbare warmte zijn restwarmte uit afval- of slibverbranding en diepe geothermie. 2. Op te waarderen warmte. Dit is duurzame warmte uit omgevingswarmte, zoals oppervlaktewater en andere vormen van aquathermie, laagtemperatuur restwarmte, ondiepe geothermie en (ventilatie)lucht. 3. De minste voorkeur gaat uit naar te maken warmte. Voorbeelden hiervan zijn groene waterstof en groen gas. In het energiebeleid is een toelichting op deze voorkeursvolgorde voor warmtebronnen opgenomen.
Ook staat daar informatie over de beschikbare warmtebronnen en de warmteoptie per buurt die de laagste maatschappelijke kosten heeft (perspectiefkaart). In Papendrecht zijn er mogelijkheden voor toepassing van direct bruikbare warmte. De voorkeur is om een direct bruikbare warmtebron te benutten, met een rendement dat passend is met de vereiste (BENG) norm. II. Ontwikkelperspectief warmtetransitie Het centrum vormt in verband met het relatief grote aantal gestapelde woningen een belangrijk gebied voor de verdere ontwikkeling van het warmtenet in Papendrecht. III. Integrale samenhang energiesysteem Het is belangrijk om de integrale samenhang van het energiesysteem (warmtenet, (hernieuwbaar) gasnet en elektriciteitsnet) te onderzoeken. Het warmtenet als onderdeel van het energiesysteem kan helpen om piekbelastingen in het energiesysteem op te vangen. Bovendien wordt met een warmtenet de elektrificatie van de warmtevraag voorkomen, waarmee minder druk wordt gelegd op de onze verstedelijkte gemeente lastig in te vullen verduurzamingsopgave. Daarnaast kan met een warmtenet netcongestie worden voorkomen of beperkt.
28
Wettelijk kader Het Bouwbesluit verplicht bij nieuwbouw dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG-norm per 01- 01-2021). Het Bouwbesluit is uitputtend bedoeld als het gaat om het stellen van regels over de energieprestatie van gebouwen. Nieuwe gebouwen krijgen met ingang van 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer. Dit is het gevolg van een wijziging van de Gaswet. In het bouwbesluit (10 maart 2020) is de verplichting opgenomen bij woningbouw met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein elk parkeervak de leidinginfrastructuur (loze leidingen) wordt aangelegd voor de aanleg van laadpunten. Beoordeling plan De toekomstige energiehuishouding is in dit stadium nog niet bepaald. Bij de totstandkoming van het bouwplan wordt rekening gehouden met bovengenoemd beleidskader. 3.4.8. Afval Bij raadsbesluit van 2 december 2021 zijn 4 afvalstromen gedefinieerd, namelijk GFT, papier/karton, plastic/blik en drankkarton en restafval. Conform het vigerend gemeentelijk afvalinzamelingsbeleid dient voor zowel papier/karton/plastic als voor blik en drankkarton (PBD) inpandig ruimte te worden gereserveerd voor rolcontainers. Dit gegeven wordt in de verdere planvorming meegenomen.
29
Hoofdstuk 4.
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de relevante sectorale aspecten behandeld. Dit betreffen planologische aspecten, zoals archeologie, water en flora & fauna en milieuaspecten, zoals bodem, geluid en externe veiligheid. Hiermee zal worden aangetoond dat er vanuit sectorale wetgeving geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.1. Erfgoed 4.1.1. Archeologie Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz 2007 dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen, archeologische waarden en verwachtingen moeten opnemen op de verbeelding en ze beschermen middels regels. Op gemeentelijk niveau is het beleid vastgelegd in de Beleidsnota Archeologie (2012) en de Archeologische verwachtings- en beleidskaart. Hierin is o.a. vermeld hoe en welke archeologische vondsten worden beschermd en hoe er advies wordt ingewonnen. Dit archeologiebeleid is vervolgens juridisch-planologisch vertaald in bestemmingsplannen.