Bijlage 4 - Regels en toelichting bestemmingsplan PC Hooftlaan.pdf
Tekst van het document
Vanuit het energiebeleid van gemeente Papendrecht zijn de volgende criteria van toepassing: I Voorkeursvolgorde warmte Bij toepassing van warmtebronnen hanteren we de volgende voorkeursvolgorde van warmtebronnen: 1. Direct bruikbare warmte. Voorbeelden van direct bruikbare warmte zijn restwarmte uit afval- of slibverbranding en diepe geothermie.
Hoofdstuk 4
51
2. Op te waarderen warmte. Dit is duurzame warmte uit omgevingswarmte, zoals oppervlaktewater en andere vormen van aquathermie, laagtemperatuur restwarmte, ondiepe geothermie en (ventilatie)lucht. 3. De minste voorkeur gaat uit naar te maken warmte. Voorbeelden hiervan zijn groene waterstof en groen gas. In het energiebeleid is een toelichting op deze voorkeursvolgorde voor warmtebronnen opgenomen. Ook staat daar informatie over de beschikbare warmtebronnen en de warmteoptie per buurt die de laagste maatschappelijke kosten heeft (perspectiefkaart). In Papendrecht zijn er mogelijkheden voor toepassing van direct bruikbare warmte. De voorkeur is om een direct bruikbare warmtebron te benutten, met een rendement dat passend is met de vereiste (BENG) norm. II Ontwikkelperspectief warmtetransitie De woningcorporatie in Papendrecht heeft een contract met warmtebedrijf HVC afgesloten voor het realiseren van een warmtenet op basis van direct bruikbare warmte in het centrum van Papendrecht. Het centrum vormt in verband met het relatief grote aantal gestapelde woningen een belangrijk gebied voor de verdere ontwikkeling van het warmtenet in Papendrecht.
III Integrale samenhang energiesysteem (warmte, hernieuwbaar gas, elektriciteit; pieken opvangen; koppeling van warmtenetten) Het is belangrijk om de integrale samenhang van het energiesysteem (warmtenet, (hernieuwbaar) gasnet en elektriciteitsnet) te onderzoeken. Het warmtenet als onderdeel van het energiesysteem kan helpen om piekbelastingen in het energiesysteem op te vangen. Bovendien wordt met een warmtenet de elektrificatie van de warmtevraag voorkomen, waarmee minder druk wordt gelegd op de onze verstedelijkte gemeente lastig in te vullen verduurzamingsopgave. Daarnaast kan met een warmtenet netcongestie worden voorkomen of beperkt. Wettelijk kader Het Bouwbesluit verplicht bij nieuwbouw dat woningen bijna energieneutraal zijn (BENG-norm per 0101-2021). Het Bouwbesluit is uitputtend bedoeld als het gaat om het stellen van regels over de energieprestatie van gebouwen. Nieuwe gebouwen krijgen met ingang van 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer. Dit is het gevolg van een wijziging van de Gaswet. In het bouwbesluit (10 maart 2020) is de verplichting opgenomen bij woningbouw met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein elk parkeervak de leidinginfrastructuur (loze leidingen) wordt aangelegd voor de aanleg van laadpunten.
4.17 Bezonning Er is door EGM architecten een bezonningsstudie opgesteld. De bezonningsstudie is opgenomen in de bijlagen. In de bezonningsstudie is (visueel) uitgewerkt wat het effect is van het plan op de bezonning op de gevels van omliggende gebouwen en de schaduwwerking die optreedt naar aanleiding van de nieuwe bebouwing. In de bezonningsstudie zijn deze effecten in kaart gebracht voor de dagen 21 maart, 21 juni en 21 september.
Hoofdstuk 4
52
5.
JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.2 Systematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De planregels van het bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’ van de gemeente Papendrecht. In onderstaande paragraaf zullen de regels nader worden uiteengezet.
5.3 Toelichting op de regels Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Hoofdstuk 5
53
Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Het betreft een indeling van bestemmingen in hoofdgroepen waarin de meest voorkomende functies kunnen worden ondergebracht. De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft verleend. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien zij voldoet aan onder meer de regels van het bestemmingsplan en overige regelgeving. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor het nieuw te bouwen appartementengebouw. Het maximum aantal appartementen is vastgelegd op 30. Onder voorwaarden is bij deze bestemming de uitoefening van aan huis gebonden beroepen, bedrijfsmatige activiteiten en webshops toegestaan. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van de hoofdgebouwen is op de verbeelding aangeduid. Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, maar vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan. Erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mogen niet meer bedragen dan 2 meter. Voor de voorgevelrooilijn mag de erfafscheiding niet hoger zijn dan 1 meter.
Aan de zijde van de watergang zijn geen erfafscheidingen en andere bouwwerken zonder dak toegestaan. Verkeer – Verblijfsgebied De gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ zijn bestemd voor erftoegangswegen met de daarbij behorende kunstwerken en voorzieningen, fietspaden, voetpaden, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, bermen en taluds, water en waterhuishoudkundige voorzieningen inclusief bruggen, erfafscheidingen en hekwerken, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, voorzieningen behorende bij en/of passend in de genoemde functies. Er zijn geen gebouwen toegestaan en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn regels opgenomen. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een inpassingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel wordt ingegaan op bouwregels die algemeen gelden, zoals overschrijding van bouwgrenzen, boomgeleidingsconstructies en de bouwhoogte van andere bouwwerken met dak als daar in de bestemmingsregels niets over is vastgelegd. Dit artikel bevat ook een regel over het parkeren.
Voorts is een regeling opgenomen ten behoeve van ondergronds bouwen (voor de halfverdiepte parkeergarage).
Hoofdstuk 5
54
Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dit artikel bevat ook een regel over het parkeren. Algemene afwijkingsregels Door middel van de 'Algemene afwijkingsregels' kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de bestemmingsplanregels voor onder andere geringe overschrijding van bepaalde bouwvoorschriften, bouwwerken van openbaar nut, straatmeubilair enzovoort. Deze bevoegdheid vergroot de flexibiliteit van het plan. Overige regels In de 'Overige regels' is een verwijzing naar andere wettelijke regelingen en een dynamische verwijzing naar de Bomenverordening Papendrecht 2017 opgenomen. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Er kan dus in beginsel nog gewoon gehandhaafd worden. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
55
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Als sprake is van een bouwplan en kostenverhaal dus verplicht is, moet gelijktijdig met het besluit een exploitatieplan vastgesteld worden. Deze plicht vervalt als het gemeentelijk kostenverhaal anderszins is verzekerd. Artikel 6.12 lid 2 Wro bepaalt dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: a.
het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte of een anterieure overeenkomst over grondexploitatie) b. het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen c. het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is. In voorliggend geval is sprake van een bouwplan en is kostenverhaal dus verplicht. Op dit moment is de gemeente Papendrecht eigenaar van de gronden in het plangebied. Momenteel worden de definitieve uitgangspunten voor de verkoop van het kavel opgesteld en vervolgens wordt de grond in een openbare verkoopprocedure aan een selectie van partijen aangeboden. Er zal dan een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro. Hierdoor geldt geen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan. In deze anterieure overeenkomst zijn de afspraken tot verhaal van kosten goed vastgelegd. Ook is vooraf een overeenkomst tot verhaal van kosten tegemoetkoming planschade aangegaan
Hoofdstuk 6
56
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro). 6.2.1 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. In het kader van de Nota van uitgangspunten heeft reeds inspraak plaatsgevonden. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zal dan ook geen inspraak worden gevoerd.
6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Er zijn een zestal reacties ontvangen. Hieronder zijn de reacties samengevat en beantwoord. Provincie Zuid-Holland: De provincie Zuid-Holland heeft een aantal opmerkingen. De opmerkingen hebben betrekking op externe veiligheid, sociale huurwoningen en klimaatadaptie. Ten aanzien van externe veiligheid heeft de provincie de beleidsregel ‘groepsrisico en ruimtelijke ordening’ op grond waarvan er bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde een groepsrisicoverantwoording nodig is. Deze dient te worden ingevoegd. Aanvullend op de al vermelde maatregelen voor hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid, vraagt de beleidsregel onder andere dat de overschrijding van de oriëntatiewaarde expliciet wordt meegenomen in de besluitvorming over het bestemmingsplan door de gemeenteraad en dat eventuele door de veiligheidsregio geadviseerde bouwmaatregelen worden meegenomen.
Reactie: Er is geen sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Vanwege de ligging van het plangebied binnen de invloedsgebieden van de Beneden Merwede, de Betuweroute en DuPont/Chemours was er reeds een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De door de Veiligheidsregio geadviseerde bouwmaatregelen worden meegenomen bij de verdere planvorming. Voorts dient een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met woonfunctie mogelijk maakt op grond van de Omgevingsverordening Zuid-Holland te voorzien in voldoende sociale huurwoningen. De provincie verzoekt om in de toelichting van het bestemmingsplan in te gaan op het aantal sociale huurwoningen dat mogelijk wordt gemaakt in het plan en hoe dit zich verhoudt tot het criterium ‘voldoende sociale huurwoningen’ (artikel 6.10, lid 2).
Hoofdstuk 6
57
Reactie: De provincie heeft ingestemd met de regionale woonvisie en op basis daarvan voldoet de gemeente Papendrecht aan 30% taakstelling sociale woningbouw. De Omgevingsverordening Zuid-Holland is opgenomen in de toelichting. Bovenstaande is verwerkt hierin, met een verwijzing naar de brief van GS over woningbouw. Beschreven is dat de provincie instemt met de taakstelling sociale woningbouw van de gemeente. Tot slot stelt artikel 6.35a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte en droogte. Tevens stelt het artikel dat er rekening gehouden dient te worden met de effecten van voorgenoemde risico’s in relatie tot het risico op bodemdaling. Verzocht wordt om in de toelichting van het bestemmingsplan meer inzicht te geven in hoeverre mogelijke risico’s van klimaatverandering kunnen worden voorkomen en/of beperkt, danwel aanvaardbaar worden geacht, bij realisatie van beoogde woningbouwontwikkeling. Reactie: Artikel 6.35a van de Omgevingsverordening is opgenomen in de tekst van de toelichting. Aangegeven wordt dat het verharde oppervlak af zal nemen en dat vanwege de naastgelegen A-watergang er gemakkelijk afgewaterd kan worden.
Verder wordt verwezen naar paragraaf 4.11 (water) en 4.15 (duurzaamheid). Waterschap Rivierenland: Het waterschap Rivierenland heeft een aantal opmerkingen. In de waterparagraaf wordt verwezen naar het waterbeheerplan voor de periode 2015-2021. Verzocht wordt om deze tekst te actualiseren naar het waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap. Reactie: Deze tekst is geactualiseerd. Voorts staat in paragraaf 4.11.2 van de toelichting van het bestemmingsplan dat volgens de eis van het waterschap water gecompenseerd moet worden bij een verhardingstoename van meer dan 500 m². Verzocht wordt om deze formulering aan te passen. Alle toename verhard oppervlak moet in water gecompenseerd worden. Reactie: Tekst is aangepast en is verder uitgewerkt aan de hand van een verhardingstekening. Voor particulieren bestaat de mogelijkheid om eenmalig een vrijstelling te krijgen als de toename verhard oppervlak onder de 500 m² blijft. Of hiervan gebruik kan worden gemaakt zal bij aanvraag van de watervergunning beoordeeld worden. Tevens wordt verzocht om een overzichtelijke verhardingsbalans van verhard/onverhard terrein in de huidige en situatie en de toekomstige situatie. Reactie: Verhardingstekening is opgesteld en toegevoegd. Tot slot wordt verzocht om het rood kader in figuur 4.3 aan te passen naar de juiste weergave.
Reactie: rode kader aangepast aan plangebied Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid: De Veiligheidsregio kan zich vinden in paragraaf 4.8 van de toelichting en de planologische aspecten van het ontwerp bestemmingsplan. Wel adviseren zij om de woningen te voorzien van een uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. En wordt erop gewezen dat met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied voldaan moet worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020).
Hoofdstuk 6
58
Reactie: Advies Veiligheidsregio is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De adviezen zullen worden voorgelegd aan initiatiefnemer en worden meegenomen in de verdere planvorming. Gasunie Nederland: Gasunie Nederland heeft positief gereageerd op het ontwerp bestemmingsplan, en heeft geen verdere opmerkingen. Oasen: Oasen heeft positief gereageerd op het ontwerp bestemmingsplan, en heeft geen verdere opmerkingen. Stedin: Het bestemmingsplan heeft gevolgen voor de bestaande infra van Stedin. Binnen het bestemmingsplan liggen diverse kabels en leidingen van Stedin die hiervoor dienen te worden verlegd. Tevens staat daar een distributieruimte ten behoeve van elektra die tegen het te ontwikkelen bestemmingsplan staat. Stedin ziet graag een uitnodiging voor een overleg om de gevolgen voor de bestaande kabels en leidingen te bespreken. Reactie: Overleg met Stedin wordt gepland. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure zal het ontwerp bestemmingsplan voor de duur van zes weken ter inzage worden gelegd. Te zijner tijd zullen de uitkomsten van de ter inzagelegging worden beschreven in deze paragraaf. 6.2.4 Beroep / hoger beroep Het bestemmingsplan wordt na vaststelling voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd.
Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden, die een zienswijze hebben ingediend tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Hoofdstuk 6
59
REGELS
2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied Wonen
13 14
Hoofdstuk 3
Algemene regels
16
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
16 17 19 21 22
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
23
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
23 24
2
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Regels
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
bestemmingsplan
het bestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180' van de gemeente Papendrecht met identificatienummer NL.IMRO.0590.BPPCHooftlaan180-3001 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.2
aanbouw:
een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. Een aanbouw wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.3
aan huis gebonden beroep of bedrijf:
het door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, dan wel het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
achtererfgebied:
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.7
ander bouwwerk:
bouwwerk geen gebouw zijnde. Een ander bouwwerk met dak wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
4
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
1.9
bebouwingspercentage:
het oppervlak dat maximaal mag worden bebouwd met bouwwerken, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het perceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 1.10
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.11
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12
bevoegd gezag:
het bevoegd gezag in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht. 1.13
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.14
bijgebouw:
een vrijstaand gebouw dat functioneel en architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw waar het bij hoort. Een bijgebouw bij een woning is ondergeschikt aan de woonfunctie, bijvoorbeeld een garage of berging. Een bijgebouw wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.15
boomgeleidingsconstructie:
een bouwwerk ten dienste van de geleiding van de groeirichting van bomen. 1.16
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.18
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
5
1.19
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.20
bruto-vloeroppervlak:
de vloeroppervlakte van de ruimte(n) van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen. 1.21
carport
een op de grond staande overkapping van één bouwlaag bij een bestaande (bedrijfs)woning of een bestaand woongebouw, die bedoeld is als een overdekte stallingsruimte voor motorvoertuigen, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door de (bedrijfs)woning of daarbij behorende bijgebouwen en/of ondersteuningen van de overkapping. Een carport wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.22
dakkapel
Uitspringend dakraam dat op het dakvlak van een gebouw wordt aangebracht. Hiermee worden de bestaande goot- en bouwhoogte niet verhoogd en het hoofdgebouw niet vergroot. 1.23
dakopbouw
uitbreiding van de woning waarbij een (gedeeltelijke) verdieping bovenop de woning wordt aangebracht, waarmee een nieuwe ruimte wordt gecreëerd of een bestaande ruimte wordt vergroot. Dit resulteert in een wijziging van de vorm en het profiel van het dak, waarbij de bestaande bouw- of goothoogte meestal wordt verhoogd.
Verschillende vormen van dakopbouw
6
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
1.24
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel moet ook verstaan worden commerciële dienstverlening zoals schoenmakers en vergelijkbare bedrijven. 1.25
erf:
al dan niet bebouwd perceel exclusief hoofdgebouw, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voor zover het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.26
erfafscheiding:
bouwwerk ten behoeve van de afbakening van een erf. 1.27
erftoegangsweg:
een weg met een verblijfsfunctie, bestemd voor het toegankelijk maken van percelen en die gekenmerkt wordt door het ontbreken van rijbaanscheiding en een scheiding van snel- en langzaam verkeer. 1.28
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.29
gestapelde woning:
boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is. 1.30
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Het hoofdgebouw bij de woonbestemmingen is aangegeven door middel van een bouwvlak. 1.31
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.32
kampeermiddel:
een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan; enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelten daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
7
1.33
kunstwerk:
een dragende bouwconstructie in weg, spoorlijn of watergang, waaronder begrepen zijn viaducten, bruggen, tunnels, duikers, alsmede hiermee vergelijkbare bouwwerken. 1.34
luifel:
een niet zelfstandig dragende horizontale overbouwing, welke slechts bestaat uit een constructie tegen weersinvloeden tegen de muur van een gebouw aangebracht meestal boven een deur, raampartij of gehele pui. Een luifel wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.35
nokverhoging
vergroting van de ruimte onder een zadeldak, waarbij het voordakvlak wordt verlengd en de nok hoger en verder naar achter komt te liggen. Aan de achterkant wordt een nieuwe goot gecreëerd, met tussen die goot en het dakvlak een kozijn.
Nokverhoging 1.36
nutsvoorzieningen:
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de warmte-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, bemalingsinstallaties, gemalen, bluswatervoorzieningen en zendmasten. 1.37
ondergronds bouwwerk:
Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.38
openbaar toegankelijk gebied:
een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is.
8
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
1.39
overkapping:
een op de grond staand bouwwerk geen gebouw zijnde van één bouwlaag, voorzien van een gesloten dak zonder wanden. Een overkapping wordt aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk. 1.40
peil:
a. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel direct grenst aan een weg of een dijk, waarbij een afstand van maximaal 10 meter uit de as van de dijk is inbegrepen: de door de gemeenteraad of burgemeester en wethouders vastgestelde hoogte van de weg of dijk ter plaatse van de voorgevel; b. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel op meer dan 10 meter uit de as van de dijk grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel bij voltooiing van de bouw; c. voor hoofdgebouwen waarvan de voorgevel niet direct aan een weg grenst: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de voorgevel ter plaatse van de voorgevel bij voltooiing van de bouw; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.41
perceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.42
perceelsgrens:
een grens van een perceel. 1.43
seksinrichting:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin bedrijfsmatig handelingen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder worden tevens begrepen: een seksbioscoop: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin filmvoorstellingen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en liveshows van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; een sekswinkel: een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van seksartikelen. 1.44
serre:
een grotendeels uit glas bestaande uitbouw op de begane grond aan de achterzijde van een huis. 1.45
speelvoorziening:
openbaar toegankelijke voorziening bestaande uit een of meer speeltoestellen en daarmee vergelijkbare bouwwerken, met de daarbij behorende voorzieningen.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
9
1.46
straatmeubilair:
de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeerregulerende constructies, roadbarriers, afvalinzamelsystemen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, rijwielstandaards, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's e.d.. 1.47
tuin:
gedeelte van het erf dat geheel of gedeeltelijk is ingericht met gazons, planten en/of bomen. 1.48
voorerfgebied:
erf dat geen onderdeel uitmaakt van het achtererfgebied. 1.49
voorgevel:
gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg (danwel evenwijdig aan de dijk) en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt. 1.50
voorgevelrooliijn:
een denkbeeldige lijn ter plaatse van de voorgevel van een gebouw, zoals dat blijkens de verbeelding aanwezig is, en het verlengde daarvan (tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen). 1.51
voorkant:
die zijde van een hoofdgebouw waar zich de voorgevel bevindt. 1.52
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede water aan- en/of afvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.53
webshops:
verkoop van goederen zonder dat sprake is van uitstalling ten verkoop en een baliefunctie of anderszins een publieksaantrekkende werking, waarbij uitsluitend contact wordt gelegd via internet en het enkel verzending van goederen vanuit de woning betreft. 1.54
weg:
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. 1.55
werk:
een werk, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
10
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
1.56
wonen:
het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding, met dien verstande dat kamerverhuur in een pand beperkt is en blijft tot maximaal vier personen. 1.57
woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:
tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien zich op enige zijde van een gebouw één of meer dakkapellen of dakopbouwen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 70% van de breedte van de achtergevel of meer dan 50% van de breedte van de overige gevels, is de goot, de druiplijn of het boeiboord van die dakkapel of dakopbouw maatgevend voor het bepalen van de goothoogte. 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7
hoogtematen
de in deze regels genoemde maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogtes van gebouwen mogen worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels, dakkapellen, trappenhuizen, liftkokers, schoorstenen en ander aan het bouwwerk ondergeschikte bouwdelen. 2.8
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden bij overschrijding van bouwgrenzen ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan hetgeen in artikel 6.2 is vastgelegd.
12
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Verkeer - Verblijfsgebied
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Doeleinden
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. erftoegangswegen met de daarbij behorende kunstwerken en voorzieningen (waaronder parkeervoorzieningen); b. fietspaden; c. voetpaden; d. openbare nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen, bermen en taluds; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen en daaraan gerelateerde voorzieningen zoals duikers, overkluizingen en bruggen; g. erfafscheidingen en hekwerken; h. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling; i. voorzieningen behorend bij en/of passend in de genoemde functies, zoals culturele kunstwerken; 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. vaste bouwwerken ten behoeve van terrassen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van: 1. voorzieningen voor verlichting en het verkeer, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 meter mag bedragen; 2. geluidwerende voorzieningen, waarvan de bouwhoogte maximaal 7 meter mag bedragen; 3. culturele kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 10 meter mag bedragen. 4. vlaggenmasten, waarvan de hoogte maximaal 8 meter mag bedragen; 5. bruggen en vergelijkbare voorzieningen, waarvan de bouwhoogte maximaal 15 meter mag bedragen.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
13
Artikel 4
Wonen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Doeleinden
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in maximaal 30 appartementen; b. aan huis gebonden beroep of bedrijf, inclusief webshops, met inachtneming van het in artikel 4.3.1 bepaalde; c. erven, tuinen, parkeerplaatsen en overige verhardingen en (al dan niet ondergrondse) parkeervoorzieningen ten behoeve van toegelaten functies; d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op de voor Wonen aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen in de vorm van gestapelde woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken zonder dak. 4.2.2
Woningen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. voor het bouwen van hoofdgebouwen dient voldaan te worden aan het geluidbeleid van de gemeente Papendrecht; c. uitbreiding van het hoofdgebouw is niet toegestaan; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'. e. nokverhogingen en dakopbouwen zijn niet toegestaan. 4.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken in de vorm van bijgebouwen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter. 4.2.4
Andere bouwwerken zonder dak
Voor het bouwen van andere bouwwerken zonder dak gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zonder dak mag niet meer bedragen dan 3 meter; in afwijking van het bepaalde onder a,b en c mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geen erfafscheidingen en andere bouwwerken zonder dak worden gebouwd.
14
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Aan huis gebonden beroep of bedrijf
De uitoefening van aan huis gebonden beroepen en bedrijven is onder de volgende voorwaarden toegestaan: a. de uitoefening van de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten is uitsluitend toegestaan in het hoofdgebouw met inbegrip van aan- en uitbouwen; b. de wijziging in gebruik betekent geen uitbreiding van het aantal woningen; c. het gebruik ten behoeve van bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten beslaat niet meer dan 25% van het bebouwde brutovloeroppervlak, tot een maximum van 60 m²; d. er is niet meer dan één arbeidsplaats; e. de activiteiten leveren geen ernstige c.q. onevenredige hinder op voor de directe woonomgeving en doen geen ernstige afbreuk aan het woonkarakter van de buurt en de woning; f. er is geen sprake van bedrijfsactiviteiten die normaliter in een winkelcentrum of winkelstraat worden uitgeoefend; g. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie gehandhaafd; h. degene die de bedrijfs- of beroepsactiviteit uitoefent bewoont permanent de woning; i. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd ondergeschikte detailhandel en detailhandel in de vorm van webshops, onder de voorwaarde dat het enkel verzending vanuit de woning en geen balieverkoop betreft; j. horeca is niet toegestaan; k. het onbebouwde deel van het perceel mag niet voor bedrijfs- of beroepsactiviteiten worden gebruikt; l.
aan de buitenzijde of elders op het perceel mogen slechts reclame-uitingen overeenkomstig het gemeentelijk reclame- en welstandsbeleid worden opgericht; m. de activiteit maakt niet dat er een inrichting ontstaat als genoemd in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht; n. er is geen sprake van een duurzame ontwrichting van bestaande distributievoorzieningen en/of verstoring van de verzorgingsstructuur; o. de parkeerdruk en/of de verkeersbelasting in het openbare gebied mag niet onevenredig toenemen. 4.4
Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging
De binnen deze bestemming aangewezen gronden mogen slechts worden bebouwd en gebruikt conform de bestemmingsregels onder de voorwaarden dat: a. de toename van de afvoer van afstromend regenwater wordt gecompenseerd en in stand gehouden conform het waterplan in bijlage 1 van de regels. b. Afwijking van het waterplan als bedoeld onder a is toegestaan indien deze leidt tot een gelijkwaardige compensatie van de toename van afstromend water, de instemming heeft van het Waterschap en in stand wordt gehouden.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
15
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Aangrenzende terreinen
Het is verboden enig terrein of perceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of perceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit bestemmigngsplan zou overeenstemmen, of voor zover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot. 6.2
Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter. 6.3
Boomgeleidingsconstructies
Voor het bouwen van boomgeleidingsconstructies gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 4 meter; b. de afstand tot de erfgrens, zoals deze bepaald is voor de plaatsing van een houtopstand in de gemeentelijke Bomenverordening, bedraagt minimaal 0,5 meter; c. het aantal staanders is maximaal gelijk aan het aantal stammen van de bomen die door de constructie worden geleid, vermeerderd met één. 6.4
Bouwhoogte andere bouwwerken met dak
6.4.1
Maximum hoogte
Voor zover in de bestemmingsregels over de (goot)hoogte van andere bouwwerken met dak niets is bepaald, mag de bouwhoogte van andere bouwwerken met dak niet meer bedragen dan 3 meter. 6.4.2
Afwijken van de maximum hoogte
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1 tot een hoogte van maximaal 5 meter, mits dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord is en er geen sprake is van een onevenredige aantasting van belangen. 6.5
Parkeren
1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk en/of het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, wordt slechts verleend indien gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate ruimte aanwezig is of blijft voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aan de hand van de Parkeernormennota Papendrecht 2018, vastgesteld op 6 februari 2018, bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 3. Als de Parkeernormennota Papendrecht 2018 gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
17
rekening gehouden met de wijziging. 6.6
Ondergronds bouwen
6.6.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.6.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; 6.6.3
Afwijken ten behoeve van ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.6.2 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
18
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in het bestemmingsplan te gebruiken en/of te laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 7.2
Strijdig gebruik
Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt, tenzij in de afzonderlijke bestemming anders is geregeld, in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken: a. voor de opslag van al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, voer- en vaartuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-) materialen, afval, puin, grind, grond en brandstoffen anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming; b. voor het opslaan of storten van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, buiten erven van gebouwen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. opslagplaats voor bagger- en grondspecie; d. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, voer- en vaartuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-) materialen, afval, puin, grind en brandstoffen; e. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f.
als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; h. als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en/of verblijfsmiddelen; i. voor (permanente) bewoning van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen en zomerhuizen; j. voor het uitoefenen van een ambachtelijk, industrieel- of handelsbedrijf, horeca, detailhandel of zelfstandig kantoor tenzij dit expliciet is toegelaten; k. voor straatprostitutie, het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; l. als coffeeshop; m. als standplaats voor kampeermiddelen. 7.3
Parkeren
1. Bij het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is of blijft om op eigen terrein in de behoefte aan gelegenheid voor parkeren en eventueel laden en lossen te kunnen voorzien. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden en/of het veranderen van het gebruik van gebouwen en/of gronden wordt aan de hand van de Parkeernormennota Papendrecht 2018, vastgesteld op 6 februari 2018, bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
19
3. Als de Parkeernormennota Papendrecht 2018 gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.
20
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingen
Het bevoegd gezag kan, mits hierdoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, een omgevingsvergunning verlenen voor: a. het afwijken van de in het bestemmingsplan voorgeschreven maten (waaronder percentages) met maximaal 10%; b. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen, mits deze bouwwerken geen grotere goothoogte dan 3 meter en geen grotere oppervlakte dan 50 m² hebben; c. de bouw van straatmeubilair en andere bouwwerken, die om waterstaatkundige of verkeerskundige redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers of keermuren, mits de bouwhoogte niet meer dan 2,5 meter bedraagt; d. de bouw van andere bouwwerken ten dienste van het ontvangen en zenden van radio- en televisiesignalen, mits deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de bouwhoogte niet meer dan 15 meter bedraagt; e.
overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken, dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits deze overschrijdingen niet meer bedraagt dan 3 meter en het bouwvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot. 8.2
Parkeren
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.5 en 7.3: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of; b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
21
Artikel 9 9.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen, waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 9.2
Velverbod Beschermde houtopstand
1. Het is verboden een Monumentale of Waardevolle houtopstand, Belevingsbomen, of in Boomzones staand hakhout of bomen (indien groter of gelijk aan 20 cm stamdiameter), zoals aangewezen in de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017, vastgesteld op 14 september 2017, te vellen, te doen vellen of te laten vellen; 2. Afwijken van lid 1 is mogelijk binnen de kaders gesteld in de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017; 3. Indien de Bomenverordening gemeente Papendrecht 2017 wordt gewijzigd of herzien, wordt rekening gehouden met de gewijzigde of herziene verordening.
22
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
23
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'P.C. Hooftlaan 180'.
24
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Waterplan
4
Bestemmingsplan "P.C. Hooftlaan 180" (vastgesteld)
T
bk
P.C. Hooftlaan
Groen (bestaand): 25 m2 Verhard (bestaand): 10 m2
P.C. Hoof
T
Verhard (nieuw): 46 m2 Groen (bestaand): 11 m2
gas h
3.50
10.06
cai
et
verhard oppervlak boven water: 35 m2 695
A7
684
A7
Groen (bestaand): 295 m2 Groen (nieuw): 267 m2
696
A7
221
A4
Verhard (bestaand): 1.324 m2 Verhard (nieuw): 1.305 m2 178 T
Plangebied
Verhard (nieuw): 18 m2 Groen (nieuw): 55 m2
685
A7
Verhard opp. nieuw Binnentuin in ontwikkeling: (25% verhard / 75% groen)
180
1-169 Verhard opp. bestaand
Groen (bestaand): 119 m2
Verhard (bestaand): 23 m2 Groen (bestaand): 41 m2
Groen opp. bestaand
Markt
2 Verhard (nieuw): 40 m2 Groen (nieuw): 117 m2
686
A7
Watergangen
HWA riolering met inspectieput Verhard opp. bestaande situatie Verhard opp. nieuwe situatie Verhard opp. toename
1.357 m2 1.409 m2 52 m2
DWA riolering met inspectieput Data kabel (Ziggo / Eurofiber / KPN)
32
2 104 A6
226
A 6 bestaande situatie Groen opp. Groen opp. nieuwe situatie Groen opp. afname
491 m2 439 m2 52 m2
Electrakabel LS (Stedin) Electrakabel MS (Stedin)
106
Gasleiding LS (Stedin)
t
kas
Waterleiding (Oasen)
1820
A
6500
B
C
700
2140
DE
G
F
1545 315
2980
H
910 18790
3295
1
2 500
6000
500
9720
9826
1420
4355
350
3
Verhard (bestaand): 150 m2 Verhard (nieuw): 37,5 m2 Groen (nieuw): 112,5 m2
3295
slopen - door derden
4 3330
100
1180
100
3330
260
3330
100
1180
100
3330
1800
300
15620
8965
4355
350
A
B
C
tuinmuur
1500
230
3295
5
4355
6 G
G 350
1670
100
1670
100
1670
7
100
1670
100
1500
210
7400
210
10460 16450
17360
300
3295
300
D
300
7440
8
100
4800
100
6400
F
vluchttrap
4100
5100
4355
F 1300
3050
3825
3825
3825
3825
3750
3900
3865
3865
maatvoering liggers in de dakconstructie - zie doorsnede FF en GG 9420
KR
2400
1040
9
155
160
1700
160 KR
2800
160
1900
1750
25130
2340
100
lift
4860
4935
brievenbussen
375
100
KR
st.l.
300
KR
210
6130
2000
250 650
1580
2800
1370
300
11
13470
500
3060
1100
10
1450
7750
7500
KR
100
8520
160
4080
E
350
1860
998
500
1970
998
KR
2270
3960
1570
300
300
300
400
2260
500
12
900 70
3055
9007650
2795
900 glazen bouwstenen
3070
13 1290
Binnentuin in ontwikkeling: (25% verhard / 75% groen)
210
1500 200 1820
3200
2000
440
4780
5570
E
A 4065 200 1820
A
700
BC
C
B
D
7650 1545 315
DE
2980
960
F G
4355 2140
1255
H
3295
J
4355
K
3295
L
4355
M
3295
N
4355
O
3295
P
4355
Q
230
RS
4355
3295
T
4545 3295
4355
U
V
6400 1250
W X
3105
Verhard opp. bestaand
3295
Y
Z
Verhard opp. bestaande situatie Verhard opp. nieuwe situatie Verhard opp. afname
150 m2 37.5 m2 112.5 m2
Groen opp. bestaande situatie Groen opp. nieuwe situatie Groen opp. toename
0 m2 112.5 m2 112.5 m2
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl