CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Wijzigingen per verordening.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 12 december 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 10: Belastingverordeningen 2025 - Voorstel1.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 – Wijzigingen per verordening 1. Onroerendezaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen (OZB) genereren veruit het grootste deel van de gemeentelijke belastingopbrengst. De OZB bestaat uit drie verschillende belastingen: een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor niet-woningen. De opbrengst vloeit naar de algemene middelen van de gemeente. De raad bepaalt met het vaststellen van de begroting de totale opbrengst van deze hefng. De hefngsgrondslag voor de OZB is de totale WOZ-waarde van de onroerende zaken, oftewel de WOZ-capaciteit. Deze wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor 2025 gelden de WOZwaarden met als waardepeildatum 1 januari 2024. Door de geraamde opbrengst te delen door de WOZ-capaciteit ontstaat het tarief en daarmee het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De WOZ-waardeontwikkeling van peildatum 1 januari 2023 naar 1 januari 2024 is voor woningen berekend op 8 % en voor niet-woningen op 2 %. De OZB-tarieven voor 2025 worden: Gebruikersbelasting niet-woningen Eigenarenbelasting woningen Eigenarenbelasting niet-woningen

0,2334 % 0,1088 % 0,3359 %

De tarieven zijn gebaseerd op de totaalopbrengsten van OZB. Voor 2025 is er rekening gehouden met een infatie van 2,5% plus 1,5% bovenop de reguliere indexatie (lopend beleid) en met de areaalontwikkeling. 2. Afvalstofenneeng Afvalstoffenhefng wordt geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Uitgangspunt is dat de opbrengst niet hoger mag zijn dan de kosten voor inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval. Papendrecht heeft met ingang van 2024 het recycle-tarief (diftar) ingevoerd. Inwoners betalen vanaf dan een basisbedrag. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één of twee personen dan bedraagt het basistarief voor 2025: Eén persoon: € 309,00 Twee personen: € 339,00 Meerpersoons: € 394,00 Naast het basisbedrag is een bedrag voor restafval per ontgrendeling van de verzamelcontainer en/of lediging van een minicontainer verschuldigd. Deze tarieven per ontgrendeling/lediging bedragen: Ontgrendeling 30 Liter : € 0,95 Ontgrendeling 60 Liter : € 1,90

Voor de lediging van een minicontainer wordt het tarief in 2025: 140 liter minicontainer voor restafval: € 4,70 240 liter minicontainer voor restafval: € 8,00 De tarieven van de afvalstoffenhefng zijn op basis van de begroting van HVC berekend. Bij de toepassing van de tariefdifferentiatie wordt onderscheid gemaakt tussen een vast tarief (basis) en een kleptarief (variabel). Beide componenten zijn aan loon- en prijsontwikkeling onderhevig. Daarnaast wordt het kleptarief ook nog beïnvloed door de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Aangezien de afvalstoffenhefng een gesloten systeem is, alle uitgaven worden gedekt door hefng, zal bij de burger nooit meer in rekening worden gebracht dan nodig is. De kosten van de afvalstoffenhefng stijgen, maar er is sprake van minder meerkosten. In de verordening op de hefng en invordering van afvalstoffenhefng zijn bepalingen aangepast voor de medische vrijstelling op de afvalstoffenhefng. Deze aanpassingen betreft artikel 6, lid 1 en de toevoegingen van artikel 4, letter d., artikel 5, lid 5 en artikel 9, lid 6. 3. Rioolneeng Het tarief voor Rioolhefng is op basis van kostendekkende tarieven berekend. Voor 2025 is de tarief met 3% verhoogd ten opzichte van 2024. 4. Eenmalig rioolaansluitrecnt De tarieven voor éénmalig rioolaansluitrecht zijn verhoogd met 2,5 % prijscompensatie. 5.

Kadegeld De tarieven voor kadegeld zijn verhoogd met 2,5 % prijscompensatie. 6. Legesverordening De bepaling van artikel 3 is aangepast, zodat deze aansluit op de modelverordening van de VNG. De tarieven in de tarieventabel van de Legesverordening 2025 verhoogd met 2,5%. Hoofdstuk 1 De volgende wijzigingen zijn gemaakt: De tarieven zijn verhoogd met 2,5%, met uitzondering van:  Paragraaf 1.2 Reisdocumenten  Paragraaf 1.3 Rijbewijzen  Artikel 1.25, onder a (Verklaring omtrent het gedrag)  Artikel 1.31 Wet op de Kansspelen (Wettelijk maximaal tarief) Deze tarieven voor reisdocumenten, rijbewijzen en de verklaring omtrent gedrag worden na publicatie van de Rijkstarieven aangepast. Hoofdstuk 2 Onder artikel 2.1 is onder lid 5 de defnitie voor ''kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kleine BOPA) toegevoegd. Afgelopen jaar hebben we voor kleine BOPA in de legesverordening verwezen naar de kruimelgevallen van onder de Wabo. De Wabo komt nu steeds verder achter ons te liggen. Het is

daarom verstandig af te stappen van een verwijzing naar kruimels. Deze lijst is wel gemaakt nav de kruimellijst. Bij artikel 2.4 is lid 1a de twee tarieven met i en ii gedifferentieerd. Dit is nodig, omdat als tarief een apart ‘nummer’ nodig heeft. Artikel 2.4 lid 1 onder e is toegevoegd i.v.m. de tarieven voor de commissie ruimtelijke kwaliteit (welstand). Bij artikel 2.5 lid a is de eerste trede van de staffel aangepast. Dit begint nu bij € 50.000 i.p.v. € 25.000. In de oude ‘staffel’ werd in de eerste trede voor bouwkosten minder dan € 25.000 een vaste tarief geheven. Bij € 25.001 werd vanuit de tweede tarief een percentage van de bouwkosten geheven. Hierdoor ontstond er een groter verschil in tarieven tussen de eerst en de tweede treden. Door deze aanpassing zijn is er een eerlijker verhouding. Bij artikel 2.6 lid a is de eerste trede van de staffel aangepast. Dit begint nu bij € 50.000 i.p.v. € 25.000. In de oude ‘staffel’ werd in de eerste trede voor bouwkosten minder dan € 25.000 een vaste tarief geheven. Bij € 25.001 werd vanuit de tweede tarief een percentage van de bouwkosten geheven. Hierdoor ontstond er een groter verschil in tarieven tussen de eerst en de tweede treden. Door deze aanpassing zijn is er een eerlijker verhouding. Artikel 2.12 t/m 2.51 zijn de tarieven aangepast op basis van de regionale leges van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

Artikel 2.20a is gewijzigd. Was eerst: Samenloop van meerdere milieubelastende activiteiten uit verschillende bedrijfstakken. Is gewijzigd naar: ''Wijziging van de milieubelastende activiteit die geen signifcante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu''. Dit betreft een aanpassing vanuit de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Artikel 2.20 B is gewijzigd. Dit betreft een aanpassing vanuit de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Was: A. Een eenmalige onthefng B. Een vervolgonthefng Is geworden: A. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag, als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, tot het verlenen voor: 1-5 afeveradressen 6-10 afeveradressen 11-15 afeveradressen 16-20 afeveradressen B. Voor meer dan 20 afeveradressen geldt per 10 adressen een opslag van: Hierbij wordt bij minder dan 5 adressen naar beneden afgerond en bij meer dan 5 adressen wordt naar boven afgerond.

Artikel 2.42 is voor verduidelijking een extra bepaling toegevoegd: “Dit tarief is ook niet van toepassing als de vergunning door de gemeente wordt ingetrokken op basis van artikel 5.40 lid 2 onder b Ow.” Artikel 2.45b Procedure hogere grenswaarde (ogv overgangsrecht)is nieuw. Deze was opgenomen in de legesverordening 2023, maar werd na invoering van de Omgevingswet komen te vervallen in de legesverordening 2024. Deze bepaling lijkt nu wél nodig te zijn. Artikel 2.46a lid 1 onderdelen b t/m e is de tarief gedifferentieerd met i. Dit is nodig, omdat als tarief een apart ‘nummer’ nodig heeft. Artikel 2.46a lid 1 onderdeel b.i is een nieuw tarief opgenomen. In artikel 2.45b is een nieuw artikel opgenomen voor hogere grenswaarden (zie uitleg bij dat artikel). Voor o.a. gemeentewegen kan heffen van leges heeft voor beoordelen van onderzoeken i.v.m. geluid niet via dat artikel daarom hier deze toevoeging. Artikel 2.46 lid 1 onderdelen d is toegevoegd. In bepaalde gevallen mogen geen leges worden geheven voor een aanvraag, maar moeten kosten worden verhaald via een overeenkomst. De wet biedt de mogelijkheid om voor bepaalde gevallen af te zien van kostenverhaal via zo’n overeenkomst. Onder andere als de geschatte kosten niet meer dan € 10.000,00 zijn. Het is minder werk om kosten in rekening te brengen via leges. Echter de leges voor een BOPA zijn € 5.025,48.

Dit zijn echter gevallen waarbij de daadwerkelijke kosten eerder rond € 10.000,00 bedragen. Daarom wordt er voorgesteld om deze extra categorie leges BOPA toe te voegen. Artikel 2.46 lid 1 onderdelen e is toegevoegd. Kostenverhaal via overeenkomst moet bij verbouwing tot 10 of meer woonfuncties. Bij 1-9 mag dit niet. De kosten zijn echter niet perse minder bij dit soort projecten. Daarom wordt voorgesteld deze extra categorie leges BOPA toe te voegen. Onder 2.46a lid 1 onderdeel f. is een bepaling opgenomen om dubbelingen tegen te gaan. Artikel 2.52, lid c is gewijzigd. Deze wijziging is er gekomen vanwege de tarieven van welstand. Artikelen 2.56 en 2.57 is gewijzigd en verder uitgebreid met artikelen 2.56A en 2.56B. In dit artikel heb een hoop gewijzigd. Oud artikel 2.56 en 2.57 zijn - in iets aangepaste vorm - terug te vinden als 2.56a en 2.56b. Nieuw is artikel 2.56. dit is voor ons een logischere maatstaf voor teruggaaf. In de oude legesverordening (2023) was het ook zo geregeld. Bepaling is overgenomen uit de oude verordening. De bepaling zoals deze in de verordening van 2024 stond is qua activiteiten echter bredere dan de oude bepaling. Daarom is die bepaling bewaard gebleven in 2.56a en b, voor de ‘overige’ gevallen. Artikel 2.57 is nieuw. Dit artikel was per ongeluk niet opgenomen in de verordening voor 2024.

Door het college is het afgelopen jaar al op basis van de hardheidsclausule gewerkt volgens deze bepaling. Dit omdat er vanwege de omgevingswet veel foutieve vergunningen aangevraagd werden en deze op verzoek van de gemeente weer ingetrokken moesten worden. Artikel 2.59a Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor activiteiten genoemd in 2.26, 2.27, 2.30 en 2.32.

Deze was opgenomen in de legesverordening 2023, maar werd na invoering van de Omgevingswet komen te vervallen in de legesverordening 2024. Deze bepaling lijkt nu wél nodig te zijn. Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 lid c en d zijn toegevoegd. C. een aanvraag voor het tijdelijk wijzigen van de openingstijden als bedoeld in artikel 2:28 en 2:30 van de Algemene plaatselijke verordening: D. een aanvraag voor het wijzigen van leidinggevenden op het aanhangsel behorend bij de exploitatievergunning: Artikel 3.2 lid D, E, F, G zijn toegevoegd. D. een aanvraag tot het wijzigen van een vergunning op grond van de Alcoholwet, voor zover het een paracommerciële rechtspersoon betreft: E. een melding voor het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in de Alcoholwet, voor zover het enkel een intrekking van leidinggevenden betreft: F. een melding voor het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in de Alcoholwet, voor zover het een bijschrijving van één leidinggevende betreft, eventueel gecombineerd met de intrekking van leidinggevenden: G. en voor iedere volgende leidinggevende die wordt bijgeschreven op het aanhangsel als bedoeld in onderdeel 3.2.f.: Nieuw artikel 3.8 ''Standplaatsen Apv'' is toegevoegd. Titel van paragraaf 3.7 is gewijzigd. Deze was ''In dit hoofdstuk niet benoemd besluit'' en is gewijzigd naar ''Overige beschikkingen Algemene plaatselijke verordening''.

Origineel artikel 3.19 niet benoemd besluit op aanvraag is gewijzigd naar artikel 3.23. Nieuw Artikel 3.19 “Voorwerpen op of aan een openbare plaats” is toegevoegd. Nieuw Artikel 3.20 “ Onthefng geluid” is toegevoegd Nieuw Artikel 3.21 “ Aanlijn- en opruimplicht uitwerpselen honden” is toegevoegd Nieuw Artikel 3.22 “ bij een aanvraag genoemd in Hoofdstuk 3” is toegevoegd 7. Lijkbezorgingsrecnten De tarieven worden verhoogd met 2,5 % prijscompensatie, afgerond op hele bedragen naar boven. 8. Marktgeld De tarieven worden verhoogd met 2,5 % prijscompensatie. In artikel 3, lid 1 is de term “gehele kraam” vervangen door “verkoopplaats”. Dit om aansluiting te hebben op de defnities in de Marktverordening 2015. 9. Parkeerbelastingen De tarieven worden verhoogd met 2,5 % prijscompensatie. 10. Toeristenbelasting De tarieven worden verhoogd met 2,5% prijscompensatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/903/documents/14377