CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Was-wordt tabel Asv 2013-2019.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 23 mei 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Algemene subsidieverordening 2024 - Voorstel4.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Algemene subsidieverordening Papendrecht 2013 Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Papendrecht; b. raad: raad van de gemeente Papendrecht; c. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal twee jaar subsidie wil verstrekken; d. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal twee jaar wordt verstrekt.

• de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op deminimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; • Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

• onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; • Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; • Wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2 Reikwijdte verordening 1. Voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt:

Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

a. sociale zaken en werkgelegenheid; b. onderwijs en jeugd; c. ouderen en volksgezondheid; d. sport, recreatie en cultuur; e. volkshuisvesting en ruimtelijke ontwikkeling; f. groen en milieu; g. verkeer en beheer; h. veiligheid en handhaving; i. bedrijfsleven; j. dienstverlening en communicatie; k. regionale samenwerking. 2. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3 Aanvrager Subsidies kunnen worden aangevraagd door natuurlijke personen en rechtspersonen, met dien verstande dat subsidies vanaf € 10.000,-slechts kunnen worden aangevraagd door een rechtspersoon. Het college kan bij nadere regels hiervan afwijken.

Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en indien de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 4. Europees steunkader 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2. Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader. 3. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5. Bij subsidies waarop de deminimisverordening van toepassing is, komen onderneming alleen in aanmerking voor

subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s).

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. De raad kan subsidieplafonds vaststellen.

2. Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

2. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

3. Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2- door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

3. De raad kan een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

4. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

4. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

5. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6 Bij aanvraag in te dienen gegevens 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college.

Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier. a. Subsidies vanaf € 15.000,- kunnen slechts worden aangevraagd door rechtspersonen.

2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

a. een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;

a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

b. de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

b. de doelen en resultaten die met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

c. een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

d. indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

[d. als de aanvrager een onderneming is: 1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2° een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring);] e. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

3. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe.

3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.

4. Het college is bevoegd ook andere dan, of 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande slechts enkele van, de in het tweede en derde lid leden worden afgeweken. genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. 5. Het college kan voor het indienen van een aanvraag en het verstrekken van gegevens een formulier vaststellen. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 september in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 20 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 3 maanden en niet eerder dan 5 maanden voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8 Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 9 Weigeringgronden

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

1. De aanvraag voor een subsidie wordt naast het in artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde geval, geweigerd indien aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat:

2. de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader; of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

3. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

3. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; e. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; f. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

4. de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;

4. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

5. de subsidie aanwijsbaar niet ten goede komt aan de ingezetenen van de gemeente.

5. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter

uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. 6. De aanvraag voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien aantoonbare redenen bestaan om aan te nemen dat: 7. aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door enig bestuursorgaan een subsidie is verstrekt; 8. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft verkregen; 9. de activiteiten voor een eenmalige subsidie behoren tot de regulieren activiteiten van de aanvrager. 10. De aanvraag voor een subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het college van mening is dat de egalisatiereserve van dusdanig omvang is dat de subsidie niet (geheel) nodig is. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 10 Verlening subsidie 1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

Artikel 10. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 11 Betaling en bevoorschotting Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 12 Tussentijdse rapportage Bij subsidies, hoger dan €100.000,--, welke verleend worden voor activiteiten die een jaar of langer in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt in beginsel niet vaker dan één keer per jaar gevraagd. Het college kan om haar moverende redenen hiervan afwijken dan wel verzoeken om een tussentijdse verantwoording met het daarbij stellen van een termijn.

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 100.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4.

Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12a wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

In de huidige Algemene subsidieverordening Papendrecht 2013 was artikel 12a niet opgenomen.

Artikel 12a. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderof boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 100.000, bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 13 Meldingsplicht en steekproefsgewijze controle 1. De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 15.000 1. Subsidies tot en met € 15.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

2. Als uit de ingediende bewijsstukken blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken.

2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

3. Het college kan de subsidieontvanger verzoeken mee te werken aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.

3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 15.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 14 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 15.000 en € 100.000

1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

1. Bij subsidies van meer dan € 15.000 en ten hoogste € 100.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.

2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

2. De aanvraag bevat:

3. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde informatie die voor de vaststelling van belang zijn, moet worden overlegd.

a. Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en de doelstellingen zijn behaald; b. Een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) op dezelfde wijze ingericht als de voor de subsidieaanvraag ingediende begroting;

4. Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 15 Verantwoording subsidies tot € 10.000 1. Subsidies tot € 10.000 worden door het college:

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 100.000 1. Bij subsidies van meer dan € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

a. direct vastgesteld of;

a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot € 100.000 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 10.000, maar minder dan € 100.000, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

Artikel 16. Subsidievaststelling

2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de

2. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld

1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald .

activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 17 Verantwoording subsidies vanaf € 100.000 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 100.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.

a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.

b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een accountantsverklaring. 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens

3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en

en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 18 Vaststelling subsidie 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

Artikel 18. Hardheidsclausule Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 4 en 9, lid 1 in individuele gevallen, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben, die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Het college kan in een subsidieregeling een hardheidsclause opnemen die ziet op nader in die subsidieregeling aangegeven bepalingen.

2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. 3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling. Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 19 Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen 1. Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.

Artikel 19. Slotbepalingen 1. De Algemene Subsidieverordening Gemeente Papendrecht 2013 wordt ingetrokken.

2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de 2. Deze verordening treedt in werking op berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van [datum]. door het college bepaalde definities.

3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Papendrecht 2013 van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Gemeente Papendrecht 2024. Artikel 20 komt te vervallen Artikel 21 komt te vervallen Artikel 22 komt te vervallen Artikel 23 komt te vervallen Artikel 24 komt te vervallen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/878/documents/13187