CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota zienswijzen omgevingsvisie 2.0 250212.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 20 maart 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Vaststelling Omgevingsvisie 2.0 - Voorstel9.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota zienswijzen omgevingsvisie 2.0

Gemeente Papendrecht Datum: 12 februari 2025

Inhoud Inhoud......................................................................................................2 Inleiding....................................................................................................3 Behandeling zienswijzen..........................................................................3 Ambtelijke aanpassingen.........................................................................3 Inhoud zienswijzen en inhoudelijke reactie..............................................3 Ambtshalve wijzigingen..........................................................................16 Wijzigingen n.a.v. de zienswijzen en ambtelijke....................................25

Inleiding Van 24 oktober tot en met 4 december 2024 heeft de ontwerp omgevingsvisie Papendrecht ter inzage gelegen. In deze periode had iedereen de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen. De zienswijzen van vaste vooroverlegpartners van de gemeente noemen wij vooroverlegreacties. De terinzagelegging is aangekondigd in publicaties in het gemeenteblad en in De Klaroen. In de nota zienswijze zijn de binnengekomen zienswijzen en vooroverlegreacties puntsgewijs samengevat en van een reactie voorzien. Per puntsgewijze samenvatting is ook aangegeven of deze heeft geleid tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvisie. Naast wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en vooroverlegreacties zijn ook ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn ook genoemd in deze nota zienswijzen.

Behandeling zienswijzen De belangrijkste argumenten uit de zienswijzen zijn hierna samengevat en van een reactie voorzien. Benadrukt wordt dat elke zienswijze volledig is beoordeeld en dat niet slechts de samenvatting bij de beoordeling is betrokken. De Wet bescherming persoonsgegevens laat niet toe dat persoonsgegevens van indieners digitaal openbaar worden gemaakt. Om die reden zijn de zienswijzen waar nodig geanonimiseerd. Aan de betrokkenen wordt per brief kenbaar gemaakt onder welk nummer hun zienswijze is opgenomen. Voor een overzicht van de gegevens van de reclamanten wordt verwezen naar bijlage 3. Deze bijlage wordt niet op het internet gepubliceerd. De zienswijzen zijn genummerd. De volgorde van de nummering is bepaald door het moment van ontvangst.

Ambtelijke aanpassingen In sommige gevallen wordt voorgesteld om de omgevingsvisie aan te passen. Het gaat hierbij om aanscherpingen, verduidelijking, argumentaties, en leesbaarheid.

Inhoud zienswijzen en inhoudelijke reactie Zienswijze 1 (28 oktober 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 1.1 Indiener geeft aan dat er veel punten zijn opgenomen die van belang zijn en hoopt dat er ook echt wat mee gedaan wordt. 1.2 Indiener stelt dat ook onder Papendrecht veen aanwezig is en vraagt aandacht voor het wegzakken van de ondergrond onder

Papendrecht. Het wegzakken van de ondergrond valt samen met de zeespiegelstijging die gaande is. 1.3 Indiener vraagt aandacht voor het afnemende winkelaanbod en vraagt de mogelijkheid te onderzoeken dat de gemeente winkelpanden ter beschikking stelt aan ondernemers als, agrariërs en schilders om hun producten aan te bieden. 1.4 Indiener vindt het een goede zaak dat er aandacht is voor het verbinden van groene gebieden, maar mist haakjes bij de tekstvakken met prioriteiten en geeft aan dat het belangrijk is dat er een plan komt om het verbinden van meer groengebieden vorm te geven. 1.5 Indiener stelt dat de gemeente meer moet doen om verharding te verminderen. Brede stoepen versmallen, voorkomen dat kleinere tuinen bij nieuwbouw teveel worden verhard en meer openbaar of gemeenschappelijk groen. 1.6 Indiener stelt dat de gemeente en scholen samen schoolpleinen meer moeten vergroenen. Indiener biedt aan hiervoor modellen aan te leveren. 1.7 Indiener wil een reclamecampagne om Papendrecht te vergroenen en duurzamer in te richten. Indiener geeft voorbeelden van geschikte planten en bomen en het laten liggen van snoeihout om meer dieren aan te trekken. Daarnaast roept indiener op om wadi's aan te leggen voor waterberging, in plaats van schuttingen te plaatsen.

1.8 Indiener geeft aan dat we ons voornamelijk richten op het omgaan met afval, maar dat het belangrijker is om de productie van afval te beperken. Daarnaast geeft indiener aan dat het bedrijfsleven zich aan moet passen. 1.9 Indiener roept op om de dijkring niet helemaal vol te bouwen en het groen te behouden. Inhoudelijke reactie: 1.1 Binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet staan de ambities en doelstellingen in de omgevingsvisie. Dit is een strategische visie. De ambities en doelstellingen worden concreter uitgewerkt in programma's en het omgevingsplan. De programma's krijgen allemaal een uitvoeringsparagraaf, waarin wordt aangegeven hoe er handen en voeten aan het beleid wordt gegeven. In het omgevingsplan wordt het beleid vertaald naar juridische regels, waar iedereen aan gebonden is. Op deze manier wordt duidelijker wat er met de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisie wordt gedaan en joe dit terug te zien is in de leefomgeving. 1.2 In hoofdstuk 2, onder het kopje 'Bodem en water' wordt aangeven dat de Papendrechtse bodem grotendeels uit rivier- en zeeklei bestaat en dat grotere veenafzettingen ten noordoosten van Papendrecht beginnen. In deze paragraaf wordt uitgebreid ingegaan op de mate waarin bodemdaling plaatsvindt en welke factoren bodemdaling beïnvloeden.

In paragraaf 4.1.1 'Bodem en water vormen de basis' worden concrete prioriteiten gegeven om bodemdaling te beperken. In paragraaf 4.1.4 'Een veilige leefomgeving' wordt aangegeven hoe wij om willen gaan met overstromingsgevaar, die onder andere door de

zeespiegelstijging ontstaat. Daarmee stellen wij ons op het standpunt dat er voldoende aandacht is voor bodemdaling. 1.3 In hoofdstuk 1 onder 'Welke aandachtspunten heeft onze gemeente?' Wordt erkent dat het winkelaanbod onder druk ligt en dit een aandachtspunt vormt. In hoofdstuk 3 onder 'Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding' wordt aangegeven hoe we het winkelaanbod op de lange termijn voor ons zien. In paragraaf 4.3 onder 'Bedrijventerreinen en winkelcentra als werklocatie geven wij aan hoe wij het winkelbestand gezond willen houden. Het ter beschikking stellen van panden voor ondernemers is echter niet een prioriteit die wij opnemen. Zonder uitputtend te willen zijn noemen wij een aantal redenen: - In de eerste plaats zijn de meeste winkelpanden geen eigendom van de gemeente. - Daarnaast is dit in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat andere ondernemers wel geld moeten betalen. - Er zou ook sprake zijn van ongeoorloofde overheidssteun. 1.4 De prioriteiten met betrekking tot de groenstructuur worden gegeven in paragraaf 4.1.2 onder 'De groen- en waterstructuur versterken'. Voor een uitleg waarom geen concretere prioriteiten zijn genoemd verwijzen wij naar onze reactie op onderdeel 1.1.

Daarnaast geldt op dit moment 1.5 Wij maken voor een reactie op dit punt een onderscheid tussen het verminderen van verharding van de buitenruimte op particulier terrein en op terrein dat de gemeente in beheer heeft. Particulier terrein: Het stellen van regels over het aanbrengen van verharding willen wij op dit moment nog niet met regelgeving regelen. De urgentie om de omgeving klimaat adaptief in te richten, door onder andere het percentage verharding per perceel te beperken, wordt steeds groter. Het beperken van verharding proberen wij eerst met name te bereiken doormiddel van voorlichting en het stimuleren van bewustwording bij inwoners en organisaties. Als dit te weinig effect heeft wordt alsnog overwogen om regels op te stellen om alsnog het percentage verharding voldoende te beperken. Dit is in paragraaf 4.1.2 beschreven onder het kopje 'Biodiversiteit op particulier terrein stimuleren'. Gemeentelijk beheer: In verschillende paragrafen wordt aangegeven hoe groen en ruimte de ruimte krijgen. In paragraaf 4.4.1. wordt expliciet aangegeven dat het verminderen van verharding daarvoor belangrijk is. 1.6 Vergroenen is een thema dat bij veel doelstellingen in de omgevingsvisie terugkomt. In hoofdstuk 3 (beschrijving van de ambities) wordt onder de ambitie 'Klimaatbestendig en energieneutraal' het toekomstbeeld geschetst van schaduwrijke (school)pleinen.

In hoofdstuk 4 zijn twee prioriteiten opgenomen om schoolpleinen te vergroenen. In het prioriteitenvak in paragraaf 4.1.2, onder het kopje 'Biodiversiteit op particulier terrein stimuleren' is opgenomen: 'aanleggen van groen en gedeeltelijk ontharden van (school)pleinen. Elk groter plein krijgt voor minimaal 15% een bodem

die niet uit verharding bestaat'. In paragraaf 4.3.3 is onder het kopje 'Aantrekkelijke woonomgeving' is in het prioriteitenvak opgenomen: 'overleg met schoolbesturen onderzoeken of schoolpleinen meer groen ingericht en openbaar toegankelijk kunnen worden'. Dit denken dat dit voldoende haakjes zijn om schoolpleinen te vergroenen. 1.7 In de omgevingsvisie is de keuze gemaakt om in de geest van de Omgevingswet meer verantwoordelijkheid bij de samenleving neer te leggen. Dit betekent niet dat wij als gemeente minder aandacht aan de fysieke leefomgeving in het algemeen en duurzaamheid in het bijzonder schenken, maar dat we inwoners en ondernemers vaker willen stimuleren om te verduurzamen, in plaats van altijd regels te stellen. Zo is in paragraaf 4.1.2 over de doelstelling 'Voldoende biodiversiteit in onze hele gemeente' bijvoorbeeld het kopje 'Biodiversiteit op particulier terrein stimuleren' opgenomen. Met betrekking tot het hele thema 'duurzaamheid is naast paragraaf 4.2.1 het kader 'Bewustwording is de eerste stap naar verandering' opgenomen. Beide voorbeelden hebben een vak met prioriteiten. In paragraaf 4.1.2 wordt aangegeven hoe wij voor voldoende biodiversiteit willen zorgen, in paragraaf 4.2.1 geven wij aan hoe wij de leefomgeving willen aanpassen aan het veranderende klimaat. Wadi's worden in paragraaf 4.4.1 genoemd als onderdeel van een aantrekkelijke leefomgeving.

Een reclamecampagne wordt niet genoemd in de omgevingsvisie. Om handen en voeten te geven aan bewustwording en het stimuleren van eigen initiatief is dit een denkbaar middel dat ingezet zou kunnen worden. Omdat dit uitvoerend van aard is, is het nu niet in de omgevingsvisie opgenomen. 1.8 In paragraaf 4.2.3 wordt de doelstelling 'Zo circulair mogelijk omgaan met grondstoffen' behandeld. Hier wordt 'afval voorkomen, oftewel minder weg te gooien en af te danken' als eerste stap naar een circulaire economie genoemd. In dit hoofdstuk wordt onder andere genoemd dat de industrie moet bijdragen aan het verminderen van afval en recycling. Wij zijn het met indiener eens dat dit om het hele bedrijfsleven moet gaan. Wet- en regelgeving is voor het bedrijfsleven over het algemeen voorbehouden aan het Rijk. In het vaststellen van Sectorale Uitwerkingsovereenkomsten hoe productie en later afval zo goed mogelijk op een eenduidig speelveld gerealiseerd kunnen worden. De gemeente heeft hierin een beperkte rol. Koepelorganisaties van gemeenten en afvalbedrijven adviseren hierin. 1.9 De ambities met betrekking tot een groene leefomgeving hebben betrekking op de hele gemeente. Daarmee ook op de dijkring (de waterkering) en het dijklint (deze komen niet overeen). In het vervolg van de beantwoording zijn wij ervan uitgegaan dat indiener de dijkring bedoelt.

In paragraaf 4.4.1 is de prioriteit 'de beoogde dijkversterking wordt zoveel mogelijk benut om de buitenruimte verder te verbeteren'. Hiermee willen wij aangeven dat de buitenruimte op en rond de dijkring maximaal wordt versterkt. Groen is daar een belangrijk onderdeel van. Desalniettemin is verdediging tegen het water de belangrijkste functie van de dijk. Het inrichten van de buitenruimte

gebeurt daarom altijd binnen de kaders die het Waterschap hanteert om de dijkring als waterkering optimaal zijn functie uit te laten voeren.

Conclusie: 1.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.7 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.8 In paragraaf 4.2.3 is 'de industrie' vervangen door 'het bedrijfsleven'. 1.9 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 2 (5 november 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 2.1 Indiener wil participeren bij projecten of programma's die de belangen van haar leden raken. 2.2 Indiener vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uitbreiden en om nieuwvestiging mogelijk te maken. 2.3 Indiener verzoekt ons om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materiaal van Cumelabedrijven.

2.4 indiener verzoekt om voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en expliciet te benoemen in de omgevingsvisie, om op deze manier voldoende ruimte hebben om aan een circulaire economie te werken. 2.5 Indiener verzoekt om voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet in de omgevingsvisie te noemen. Inhoudelijke reactie: 2.1 Op verschuilende plekken wordt het belang van participatie bij nieuwe ontwikkelingen genoemd. Dit geldt op het niveau van programma's, maar ook voor specifiek projecten. Met name in paragraaf 5.2 en 5.3 geven wij aan hoe wij participatie (willen) organiseren bij opgaven in de gemeente. Dit betekent onder andere dat u of uw leden in de gelegenheid worden gesteld om te participeren als het betreffende lid mogelijk belanghebbende is.

2.2 Wij zijn qua oppervlakte een van de kleinste gemeenten van Nederland. Op de Vriesenpolder na is ons grondgebied nagenoeg volgebouwd. In paragraaf 2.2 onder 'Welke aandachtspunten heeft onze gemeente' wordt aangeven dat er geen ruimte is voor nieuwe uitleglocaties voor bedrijfsterreinen en dat dat een aandachtspunt is voor onze economische positie. In paragraaf 4.3.1 onder 'Bedrijventerreien en winkelcentra als werklocatie' wordt onder andere aangegeven 'Om bedrijfsgroei te accommoderen zetten we de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk in'. Om bedrijfsuitbreiding en nieuwvestiging mogelijk te blijven maken willen we sterk sturen op zonering. Daarbij blijft er ruimte voor bedrijven die veel hinder veroorzaken, maar dan alleen op het midden van bedrijfsterreinen. Zoals in het prioriteitenvak in paragraaf 4.1.4 te lezen is, geldt hierbij een uitzondering voor nieuwe activiteiten van bedrijven die externe veiligheidsrisico's vergroten. Bedrijvigheid die relatief weinig hinder veroorzaakt heeft juist meer ruimte om zich te ontwikkelen aan de rand van de bedrijfsterreinen. Dit wordt onder andere uitgelegd in hoofdstuk 3, onder 'Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding'. In paragraaf 4.3.1 wordt onder andere aangegeven ' Wij willen bedrijven op industrieterreinen en de grote bedrijfsterreinen zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsvoering'.

Uiteraard binnen de kaders van zonering. Wij denken dat de omgevingsvisie voldoende tegemoet komt aan het ingebrachte punt. 2.3 Aan het einde van paragraaf 4.1 wordt het STOMP-principe toegelicht. Dit vormt onze mobiliteitsstrategie. Ondanks dat wij het aantal vervoersbewegingen van vrachtverkeer willen verminderen gaat dit niet ten koste van de mobiliteit van bedrijven die in Papendrecht gevestigd zijn. Met betrekking tot vrachtvervoer is onder andere de volgende prioriteit opgenomen 'vrachtverkeer is alleen welkom als hun herkomst of bestemming binnen Papendrecht ligt'. In paragraaf 4.1.4 wordt ingegaan op routes voor gevaarlijk stoffen. Deze blijven in stand. Wij denken dat dat hiermee de vervoersmogelijkheden voor het materieel van bedrijven voldoende geborgd is. 2.4 De vraag om voor Cumelabedrijven om (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan in het kader van een Circulaire economie is te specifiek voor de omgevingsvisie. 2.5 In paragraaf 4.2.2, onder 'Energie opwekken, zonder fossiele brandstoffen' wordt aangegeven welke mogelijkheden wij zien om energie op te wekken. Conclusie: 2.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 2.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 2.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

2.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

2.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 3 (18 november 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 3.1 Indiener geeft aan actief betrokken te willen worden bij bouwplannen in de nabijheid van het spoor. 3.2 Indiener verzoekt om bij externe veiligheid gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). 3.3 Indiener verzoekt bij akoestische onderzoeken in relatie tot railverkeer de wettelijk verplichte brongegevens te gebruiken. 3.4 Indiener verzoekt rekening te houden met het aspect 'trillingen', bij toekomstige ruimtelijke plannen, dicht bij het spoor. 3.5 Indiener verzoekt de gemeente mee te werken aan meer veiligheid op overwegen. 3.6 Indiener stelt dat plannen en werkzaamheden van de gemeente geen invloed mogen hebben op de stabiliteit van de spoorbaan. 3.7 Indiener verzoekt om de regels uit artikel 3.5 van het omgevingsbesluit, over 'beperkingengebied hoofdspoorweginfrastructuur' te hanteren. 3.8 Indiener verzoekt activiteiten met betrekking tot spoorwegdoeleinden en railverkeer ook voor de toekomst te behouden. 3.9 Indiener verzoekt alleen dubbelbestemmingen op te nemen als dit aantoonbaar noodzakelijk is. 3.10 Indiener verzoekt geen gebruik te maken van de gronden die in haar eigendom zijn, omdat deze ten behoeve van het railverkeer gebruikt moeten worden.

3.11 Indiener geeft aan dat onderstations niet mogen komen te vervallen en altijd bereikbaar moeten zijn. 3.12 Indiener verzoekt om overige rail gebonden gebouwen en ondergrondse infrastructuur ten allen tijde bereikbaar te houden. 3.13 Indiener verzoekt zichtlijnen richting stations te borgen. 3.14 Indiener verzoekt rekening te houden met windbeleving en windhinderrisico's rond stations. 3.15 Indiener verzoekt schaduwwerking bij zonnepanelen op stations te voorkomen. 3.16 Indiener stelt dat bij het toevoegen van zonnepanelen nabij het spoor aangetoond moeten worden dat dit geen hinder voor de spoorweginfrastructuur oplevert. Inhoudelijke reactie: 3.1 Op verschuilende plekken wordt het belang van participatie bij nieuwe ontwikkelingen genoemd. Dit geldt op het niveau van programma's, maar ook voor specifiek projecten. Met name in paragraaf 5.2 en 5.3 geven wij aan hoe wij participatie (willen) organiseren bij opgaven in de gemeente. Dit betekent onder andere dat indiener bij ontwikkelingen nabij het spoor in de gelegenheid wordt gesteld om te participeren. 3.2 In paragraaf 4.1.4, onder het kopje Externe veiligheidsrisico's wordt aangegeven hoe wij om willen gaan met externe veiligheidsrisico's. De

Betuwelijn wordt hier expliciet genoemd. Het benoemen van Basisnet is puur uitvoering en valt daarmee buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. Wij gaan ervanuit dat externe veiligheid voor indiener voldoende geborgd wordt. 3.3 Ook dit punt heeft betrekking op de uitvoering en valt daarmee buiten de scope van dit traject. Wij geven mee dat indiener actief betrokken wordt in het geval er een ontwikkeling wordt voorzien nabij het spoor. In die gevallen kan indiener voor de zekerheid alsnog wijzen op relevante geldende regels. 3.4 Wij zijn het met indiener eens dat trillingen een aandachtspunt vormen bij bodemwerkzaamheden. In paragraaf 4.1.3 wordt daarom het kopje 'Bodem' vervangen door 'Bodem en trillingen'. In het prioriteitenvak wordt de volgende prioriteit opgenomen: 'bij werkzaamheden in de bodem wordt rekening gehouden met het risico op schade door trillingen'. 3.5 In Papendrecht zijn geen gelijkvloerse spoorwegovergangen. 3.6 Dit aspect denken wij met het antwoord op onderdeel 3.4 te hebben ondervangen. 3.7 De ambities, doelstellingen en prioriteiten werken door in de programma's en het omgevingsplan van Papendrecht. Het gaat hier om regels. De projectleider omgevingsplan is over jullie zienswijze op dit punt, geïnformeerd. 3.8 De omgevingsvisie geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat activiteiten rond de Betuwelijn worden gestoord.

3.9 Dit is altijd het uitgangspunt. Als onderzoek aantoont dat een dubbelbestemming beperkt kan worden, wordt dit gewijzigd in het omgevingsplan. 3.10 Zonder toestemming van de eigenaar of een rechtmatige grondslag maakt de gemeente geen gebruik van de gronden van derden. 3.11 Voor zover bekend heeft indiener geen onderstroom-station op het grondgebied van de gemeente Papendrecht. 3.12 Dit is middel de functie 'Verkeer – railverkeer' in het omgevingsplan van rechtswege getracht te borgen. Wij zien geen aanleiding dat de bereikbaarheid desondanks nu of in de toekomst onvoldoende is/zal zijn. 3.13 In Papendrecht zijn geen stations aanwezig. 3.14 Zie 3.13 3.15 Zie 3.13 3.16 Bij medewerking aan het toevoegen van zonnepanelen moet altijd aangetoond worden dat geen hinder voor derden ontstaat. Conclusie: 3.1De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.4 In paragraaf 4.1.3 is het kopje 'Bodem' vervangen door 'Bodem en trillingen'. In het prioriteitenvak is de volgende prioriteit opgenomen: 'bij

werkzaamheden in de bodem wordt rekening gehouden met het risico op schade door trillingen'. 3.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.7 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.8 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.9 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.10 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.11 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3,12 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.13 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.14 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.15 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.16 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 4 (25 november 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 4.1 Indiener verzoekt ons om aan de prioriteit 'altijd kijken of er mogelijkheden zijn om de bodemkwaliteit te verbeteren, bij ruimtelijke initiatieven of het aanpassen van de openbare ruimte', 'waterkwaliteit' toe te voegen'.

4.2 Indiener stelt dat het inlaten van extra oppervlaktewater bij Papendrecht geen robuuste oplossing is om verdroging te voorkomen, omdat de rivierstanden door klimaatverandering naar verwachting 's zomers te laag worden om nog water in te laten. Opgeroepen wordt om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om water beter vast te houden. 4.3 Indiener ziet aan de prioriteit 'bij het inrichten van waterpartijen vormen de gewenste functie voor mens en natuur, veiligheid en voldoende zichtbaarheid het uitgangspunt, waterkwaliteit toegevoegd. 4.4 Indiener geeft aan graag betrokken te worden bij de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma's. Inhoudelijke reactie: 4.1 Wij vinden dit een goede toevoeging. Daarom wordt hij overgenomen. 4.2 In paragraaf 4.2.1 wordt uitgelegd hoe wij onze leefomgeving willen aanpassen aan de veranderende weersomstandigheden. In deze paragraaf zijn zowel in de lopende tekst, als in de prioriteitenvakken,

onder de kopjes 'Waterberging bij veel neerslag' en 'Water vasthouden om verdroging te voorkomen' oplossingen genoemd om verdroging nu en in de toekomst te voorkomen. Dat geldt ook voor het behoud van de waterkwaliteit bij droogte binnen het gesloten watersysteem wat de gemeente heeft. Juist voor deze waterkwaliteit willen wij De prioriteit ‘extra inlaat van oppervlaktewater bij Papendrecht’ is voor ons van belang in het kader van de verslechtering van de waterkwaliteit bij droogte doordat wij als gemeente onder gesloten watersysteem hebben. De prioriteit wordt uitgebreid, 4.3 Dit valt wat ons betreft onder 'natuur'. Voor de duidelijkheid en om specifiek waterkwaliteit te benadrukken nemen wij de suggestie over en benoemen wij waterkwaliteit afzonderlijk. 4.4 Op verschuilende plekken wordt het belang van participatie bij nieuwe ontwikkelingen genoemd. Dit geldt op het niveau van programma's. Met name in paragraaf 5.2 en 5.3 geven wij aan hoe wij participatie (willen) organiseren bij opgaven in de gemeente. Daarbovenop is indiener ook formeel vooroverlegpartner. Conclusie: 4.1 In paragraaf 4.1.3, onder 'Bodem en trillingen' is 'bodemkwaliteit' vervangen door 'bodem- en waterkwaliteit'.

4.2 De prioriteit start met ‘naast de oplossingen om water vast te houden, een’ 4.3 In het eerste prioriteitenvak in paragraaf 4.4.1 wordt in de tweede prioriteit na veiligheid het woord 'waterkwaliteit' toegevoegd. 4.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 5 (2 december 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 5.1 Indiener verzoekt onder het kopje 'Dijklint' als eerste prioritiet op te nemen 'het behoud van het landelijke gebied en van het open karakter van het Dijklint'. 5.2 Indiener stelt dat de prioriteit 'het toevoegen van woningen gebeurt binnen de kaders van de Dijkvisie' onvoldoende bescherming biedt voor het behoud van het Dijklint. Inhoudelijke reactie: 5.1 In de Dijkvisie en het onlangs vastgestelde bestemmingsplan Dijklint zijn de gewenste kwaliteiten voor het dijklint opgenomen. De aangedragen suggestie past niet binnen de gewenste ontwikkelkaders van de bovengenoemde visie en het bestemmingsplan. Deze suggestie wordt dan ook niet als prioriteit verwerkt. 5.2 Het dijklint en zijn karakteristieken wordt, in tegenstelling tot de indiener beweert, juist uitermate goed beschermd door het toepassen van de Dijkvisie en het onlangs vastgestelde bestemmingsplan. Het gaat daarbij om het in paragraaf 5.1 onder andere aangegeven 'Door de eeuwen heen is er steeds verbouwd en nieuw gebouwd op de dijk.

Ook nu en in de toekomst blijft behoefte aan verandering’. Juist aan de dijk

kunnen het versterken van het karakter van de dijk en het toevoegen van woningen goed samengaan, mits dit gebeurt binnen de kaders van de Dijkvisie. Conclusie: 5.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 6 (2 december 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 6.1 Indiener verzoekt ons om het uitsluiten van nieuwe bebouwing op bedrijfsterrein Noordhoek uit de omgevingsvisie te schrappen, gezien zijn overdekte opslag van zand als een reële ontwikkeling ziet om de klimaatdoelstellingen van 2030 en 2050 te halen. 6.2 Indiener verzoekt niet mee te werken aan woningbouw in Westpolder, aan de zijde van Noordhoek, omdat hierdoor de aandachtsgebieden en risicocontouren groter worden. 6.3 Indiener heeft na consultatie van het omgevingsloket en Ruimtelijkeplannen.nl de indruk gekregen dat is voorgesorteerd op woningbouw in de wijk Westpolder, langs de Noordhoek en geeft een opsomming van zeven nadelen van woningbouw op deze plek. Indiener raad het toevoegen van woningbouw binnen de geluidscontour van bedrijfsterrein de Noordhoek dan ook ten stelligste af. 6.4 De zienswijze was bijgevoegd bij de brief, met de titel 'Uw plan voor woningen in de wijk Westpolder tegenover onze fabriek aan de Noordhoek'.

Deze brief heeft betrekking op de verhouding tussen de verschillende juridische plannen die voor het plangebied zijn vastgesteld en op een plan voor 80 flexwoningen binnen het plangebied. Inhoudelijke reactie: 6.1 Nieuwe bedrijfsbebouwing op bedrijfsterreinen in het algemeen en Noordhoek in het bijzonder wordt nergens in de ontwerp omgevingsvisie 2.0 uitgesloten. 6.2 De omgevingsvisie zegt expliciet niks over de mogelijkheden voor woningbouw aan de Noordhoekse kant van Westpolder. Dit betekent dat dit geen onderdeel is van onze langetermijnvisie op het gebied. Desalniettemin kan buitenplans van het omgevingsplan worden afgeweken, zolang een ontwikkeling past binnen de kaders de omgevingsvisie. Dan moet in een ruimtelijke onderbouwing wel worden aangetoond waarom een ontwikkeling past binnen deze kaders en dat sprake is van een goede toedeling van functies aan locaties. Dit houdt onder andere in dat aangetoond moet worden dat bedrijven niet gehinderd mogen worden door een nieuwe ontwikkeling. Daarnaast is in de omgevingsvisie in paragraaf 4.1.3 onder 'Bedrijvigheid' bijvoorbeeld de prioriteit opgenomen 'stimuleren van bedrijven die veel geluid produceren, om te verplaatsen naar industrieterreinen. 'Grote

lawaaimakers' mogen zich alleen vestigen op onze gezoneerde industrieterreinen: Oosteind en Aan de Noord. 6.3 Wij zien op grond van het Omgevingsloket en Ruimtelijkeplannen.nl geen grondslag waarom wordt voorgesorteerd op woningbouw in de open percelen die het dichtst bij de Noordhoek liggen. Deze gronden hebben voornamelijk een sportbestemming en wonen is nergens mogelijk op deze gronden. Desalniettemin is er weinig ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in Papendrecht en komen vrijwel alle open plekken regelmatig langs in quickscans als wordt gezocht naar een locatie voor nieuwe functies. In het geval dat deze locatie wordt gekozen als mogelijke locatie voor zo'n nieuwe functie, bijvoorbeeld woningbouw, geldt hetgeen genoemd is onder 6.2. 6.4 Omdat deze brief geen betrekking heeft op de omgevingsvisie en deze geen onderdeel is van de zienswijze, wordt deze in de nota zienswijzen buiten beschouwing gelaten. De brief is doorgestuurd aan de collega's van de afdeling Veiligheid, vergunningen, toezicht en handhaving (VVTH). Zij zullen op deze brief reageren of iemand van een andere afdeling vragen te reageren. Conclusie: 6.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 6.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 6.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

6.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 7 (4 december 2024) Inhoud ingediende zienswijze: 7.1 Indiener vindt de omgevingsvisie vrijblijvend en vind dat het in veel gevallen vaag blijft hoe doelen gerealiseerd moeten worden. 7.2 Indiener stelt dat privéterreinen bij de groendoelstellingen bijna ongemoeid blijven. En dat we hierdoor nooit de klimaatdoelen halen en we misschien verrast worden door ernstige problemen, zoals een nieuwe watersnoodramp. 7.3 Indiener heeft geen vertrouwen in de inzet op informeren, stimuleren en voorlichting. 7.4 Indiener geeft aan wat in de eigen woonomgeving waar te nemen valt. Bijvoorbeeld het verminderen van biodiversiteit door het kappen van bomen, het verharden van tuinen en het spuiten met gif. Ook komt er steeds meer bebouwing op de erven, is deze soms van slechte kwaliteit, worden er steeds vaker zwart geteerde schuttingen geplaatst en worden er houtkachels gestookt. Dit alles leidt onder andere tot hittestress en ene slechtere gezondheid. Indiener stelt voor om concrete doelen te stellen in de omgevingsvisie, zoals bijvoorbeeld het verplichten van waterberging, het zwaarder belasten van tegeltuinen, het laten gelden van de

prioriteiten op pagina 24 voor privétuinen en stoppen met vergunningen verlenen voor nog meer houten schuren, zand en tegels. 7.5 Indiener stelt voor om het concept groen-blauwe structuur concreter te maken door alle groenblauwe gebieden te benoemen, een kaart toe te voegen en deze gebieden te beschermen met concrete maatregelen. Daarnaast verwijst indiener naar een oud waterstructuurplan waar wordt aangegeven dat de waterkwaliteit slecht is en oevers natuurlijker moeten worden ingericht. Alles in het werk stellen om de leefgebieden die er nog zijn te beschermen. 7.6 Indiener verzoekt de gemeente iets te doen aan alle rotzooi die op het eiland is gedumpt. Inhoudelijke reactie: 7.1 Een visie hoort abstract te zijn. De visie het een vertrekpunt voor de uitwerking naar uit te voeren plannen en voldoet daarmee. 7.2 De gemeente Papendrecht stimuleert en informeert de inwoners voor het vergroenen van hun eigen terrein. Concrete voorbeelden zijn de tegeltaxi, groene daken, uitdelen planten. Afspraken met WK10 over vergroenen zijn opgenomen in de strategie klimaatadaptatie. De visie behoeft geen aanpassing. 7.3 Wij vinden het jammer dat de aanvrager weinig vertrouwen heeft in de gemeente. Wij spelen met het werken aan informeren en stimuleren in op lokale en landelijke ontwikkelingen. 7.4 De gemeente kan geen verplichtingen bij bestaande woningbouw voorleggen.

Wel worden er klimaatadaptieve eisen bij nieuwbouw opgelegd. Ook bij transformaties met WK10wordt ingezet op vergroenen van de voortuinen. Dit is ook opgenomen in de omgevingsvisie en wordt ook meegenomen in het Programma Klimaatadaptatie wat in 2025 afgerond wordt. Als gemeente sluiten wij aan op de richtlijnen van de provincie voor klimaatadaptief bouwen. 7.5 De gemeente vindt dit een goede suggestie. Hiermee wordt op korte termijn ambtelijk ook gestart. 7.6 Indien de indiener een melding maakt via het meldsysteem wordt deze melding geregistreerd en komt deze dit bij de juiste personen terecht. Conclusie: 71.De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 7.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 7.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 7.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 7.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

Zienswijze 8 (16 december 2024) Inhoud ingediende zienswijze: Deze zienswijze is na het beëindigen van de zienswijze termijn van 14 december 2024 ingediend. Derhalve wordt deze zienswijze niet als zodanig in behandeling genomen. Met de indiener is de afspraak gemaakt dat geconstateerde feitelijke onjuistheden of genoemde tekstuele onduidelijkheden in de omgevingsvisie worden verwerkt. 8.1 Indiener verzoekt de gemeente om op 1 van de kaarten aan te geven waar de Vriesenpolder ligt aangezien het nu niet duidelijk is waar deze is gelegen. 8.2 Indiener verzoekt de gemeente om in paragraaf 2.2 het jaartal 2040 te wijzigen naar 40 jaar, zoals verder in de visie, als jaartal waarnaar wordt ‘vooruitgekeken'. (p.12) 8.3 Indiener verzoekt de gemeente om de term 'bedrijven’ in paragraaf 4.1.4 bij het thema Externe Veiligheidsrisico's aan te passen naar de onder de omgevingswet geldende terminologie ’milieubelastende activiteiten'. Inhoudelijke reactie: 8.1 De vraag voor het duidelijk maken van de locatie van de Vriesenpolder wordt tekstueel verwerkt op de eerste plaats waar het woord Vriesenpolder wordt genoemd (p. 12). Wij vinden de in de omgevingsvisie aanwezige kaarten zijn minder geschikt dan direct een toelichting in de tekst. 8.2 De wijziging van het jaartal 2040 naar ‘40 jaar’ is verwerkt.

8.3 Het verzoek om de term ‘bedrijven’ om te zetten naar ‘milieubelastende activiteiten’ zoals bedrijven onder de omgevingswet formeel heten. In de Omgevingsvisie de terminologie van 'Bedrijven’ behouden aangezien in verband met de leesbaarheid. Conclusie: 8.1 In paragraaf 2.2 wordt na het woord ‘Vriesenpolder’ het volgende toegevoegd ‘het Papendrechts grondgebied boven de A15'. 8.2 In paragraaf 2.2 wordt het woord '2040’gewijzigd in '40 jaar'. 8.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

Ambtshalve wijzigingen Ambtshalve Wijziging 1 (20 augustus 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 1.1 De ambtenaar verzoekt op pagina 40 aardwarmte als toekomstige warmtebron meenemen. Inhoudelijke reactie:

1.1 Dit zorgt voor een vollediger beeld van de mogelijkheden. Daarom overgenomen. Conclusie: 1.1 In paragraaf 4.2.2 onder het kopje ‘Energie van fossiele brandstoffen vervangen’ in punt 1 ‘aardwarmte,’ toevoegen. Ambtshalve Wijziging 2 (4 november 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 2.1 De ambtenaar merkt op dat de formulering dat Papendrecht evenredig bijdraagt aan huisvesting statushouders niet correct is. 2.2 Daarnaast moet rekening worden gehouden met een mogelijk verbod vanuit het Rijk om statushouders voorrang te geven. Daarnaast wordt er opgemerkt dat het niet reëel lijkt dat de opvang van statushouders niet ten koste mag gaan van de reguliere woningvoorraad. Inhoudelijke reactie: 1.1 en 1.2 zijn overgenomen en sluiten zo aan bij de feitelijke situatie, zoals geschetst: 2.1 In paragraaf 4.4.3. zijn onder het kopje “Bijzondere doelgroepen’ de volgende zinnen: ‘Verder draagt Papendrecht vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit, evenredig bij aan de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. Met evenredig bedoelen we dat de opvang past bij de schaal van Papendrecht en dat de opvang past bij de draagkracht van onze gemeente en de partners waarmee wij samenwerken.

De huisvesting van statushouders mag niet ten koste gaan van de reguliere woningvoorraad en de leefbaarheid in de buurt ‘ Vervangen in: ‘Verder draagt Papendrecht vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit, bij aan de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. De opvang past bij de schaal van Papendrecht en bij de draagkracht van onze gemeente en de partners waarmee wij samenwerken zoals opgenomen in de langetermijnvisie 'Huisvesting en integratie asielzoekers en vluchtelingen. De huisvesting van statushouders mag niet te koste gaan van de leefbaarheid en extra druk op de reguliere woningvoorraad moet zoveel mogelijk worden beperkt".

Conclusie: Drie zinnen in de eerste alinea onder het kopje "Bijzondere doelgroepen" zijn als volgt vervangen:

"Verder draagt Papendrecht vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit, bij aan de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. De opvang past bij de schaal van Papendrecht en bij de draagkracht van onze gemeente en de partners waarmee wij samenwerken zoals opgenomen in de langetermijnvisie 'Huisvesting en integratie asielzoekers en vluchtelingen. De huisvesting van statushouders mag niet te koste gaan van de leefbaarheid en extra druk op de reguliere woningvoorraad moet zoveel mogelijk worden beperkt". Ambtshalve Wijziging 3 (30 oktober 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 3.1 Bodem wordt erg uitgebreid beschreven. 3.2 Duidelijker aangeven dat elektrische voortuigen worden gestimuleerd in plaats van brandstof auto's. 3.3 Geen duren aanbieders voor elektrisch opladen. 3.4 Vooral zorgen voor ruim voldoende publieke laadpalen. 3.5 Typefout onder in prioriteitenvak onder kopje 'Wegverkeerslawaai' Inhoudelijke reactie: 3.1 Bodem wordt uitgebreid beschreven omdat wij de lagenbenadering als uitgangspunt hanteren. Hierbij vormen bodem en water de basis, van waaruit de overige faciliteiten in de fysieke leefomgeving ontwikkeld worden. Daarom wordt bodem relatief uitgebreid beschreven. 3.2 Laadpalen worden genoemd onder de doelstelling "Een leefomgeving met zo min mogelijk milieuhinder".

Onder het kopje " Grote vooruitgang bereiken door kleine maatregelen" onder de doelstelling "Een aantrekkelijke buitenruimte in de woonomgeving" wordt het belang van aanpassen van de woonomgeving aan de toename van elektrische voertuigen veel uitgebreider besproken. Stimuleren van het gebruik van elektrische voertuigen buiten de fysieke leefomgeving om valt buiten de reikwijdte van een omgevingsvisie, zoals bedoeld in de Omgevingswet. 3.3 Dit heeft geen raakvlakken met de fysieke leefomgeving en hoort daarom niet besproken te worden in een omgevingsvisie. 3.4 Zie reactie onder 2. 3.5 Dubbele punt achter de laatste prioriteit in prioriteitenvak onder kopje 'Wegverkeerslawaai' verwijderd. Conclusie: In paragraaf 4.1.3 is onder het kopje ‘Wegverkeerslawaai’ in het prioriteitenvak bij de laatste prioriteit de dubbele punt verwijderd. Ambtshalve Wijziging 4 (12 november 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 4.1 Verschillende complimenten. De omgevingsvisie sluit aan bij de verwachtingen. Daarom geen opmerkingen over de inhoud. Inhoudelijke reactie:

4.1 Bedankt voor de complimenten en fijn dat hij aansluit bij jullie verwachtingen. Conclusie: 4.1 D De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Ambtshalve Wijziging 5 (31 oktober 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 5.1 Bladzijde 18: een ó' minder in wooongebieden. 5.2 Bladzijde 48: niet spreken over mensen die slecht ter been zijn, maar termen gebruiken die meer van deze tijd zijn. 5.3 Prioriteit over het BVO-model toevoegen. 5.4 De prioriteit "efficiënt gebruik van de gronden met een sportbestemming" is multi-interpretabel. Voor één uitleg vatbaar maken. 5.5 In het zinsdeel "rekening gehouden met kinderen die een beperking hebben", in het prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" is 'ervaren' beter dan 'hebben'. Inhoudelijke reactie: 5.1 De 'o' wordt verwijderd.

5.2 In paragraaf 4.3.3 wordt in het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" wordt de tekst "die slecht ter been zijn, een verstandelijke beperking of dementieklachten hebben" vervangen door "die een beperking ervaren, zoals een fysieke beperking, verstandelijke beperking of dementieklachten; 5.3 In paragraaf 4.3.3 wordt in het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" is de volgende prioriteit toegevoegd: "bij initiatieven met kansen om de woonomgeving beweegvriendelijker in te richten, wordt het model om gemeenten te helpen met het beweegvriendelijk inrichten van de woonomgeving (BVO-model) gebruikt"; 5.4 In paragraaf 4.3.3 wordt in het tweede prioriteitenvak de eerste doelstelling "efficiënt gebruik van de gronden met een sportbestemming" vervangen door: "gronden met een sportbestemming worden zo efficiënt mogelijk gebruikt voor sporten". 5.5 In paragraaf 4.3.3 wordt in het tweede prioriteitenvak onder de doelstelling "rekening gehouden met kinderen die een beperking hebben" wordt het woord 'hebben' vervangen door 'ervaren'.

Conclusie: 5.1 In bladzijde 18 wordt er een ‘o’ verwijderd uit het woord ‘wooongebied’ 5..2 In het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" wordt de

tekst "die slecht ter been zijn, een verstandelijke beperking of dementieklachten hebben" vervangen door "die een beperking ervaren, zoals een fysieke beperking, verstandelijke beperking of dementieklachten; 5.3 In het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" is de volgende prioriteit toegevoegd: "bij initiatieven met kansen om de woonomgeving beweegvriendelijker in te richten, wordt het model om gemeenten te helpen met het beweegvriendelijk inrichten van de woonomgeving (BVOmodel) gebruikt"; 5.4 De prioriteit "efficiënt gebruik van de gronden met een sportbestemming" is vervangen door: "gronden met een sportbestemming worden zo efficiënt mogelijk gebruikt voor sporten". 5.5 In het zinsdeel "rekening gehouden met kinderen die een beperking hebben", in het prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" wordt het woord 'hebben' vervangen door 'ervaren'. Ambtshalve Wijziging 6 (11 november 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: Er zijn onvoldoende haakje naar Antennebeleid. Daarom wordt een tekstvoorstel gedaan. Inhoudelijke reactie: Wij kunnen ons in de twijfel vinden. Daarom is een deel van het tekstvoorstel overgenomen. De koppeling met een kwalitatief goede leefomgeving hoeft op het niveau van deze prioritiet niet gemaakt te worden.

De Omgevingsvisie geeft vaak genoeg aan dat een aanstekelijke leef/woonomgeving centraal staat. Het tekstvoorstel is niet in de lopende tekst, maar als prioriteit in het tekstvak overgenomen. Conclusie: In paragraaf 4.4 wordt in het vierde prioriteitenvak de volgende doelstelling toegevoegd "voldoende ruimte voor infrastructuur voor dataverkeer, zoals antennes;". Ambtshalve Wijziging 7 (8 november 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 7.1 Bij bladzijde 7, zorgplichten voor de leefomgeving: Het 'bestrijden van wateroverlast'. Conform de zorgplicht vanuit het GRP (straks WRP) is dit 'zo veel mogelijk voorkomen van wateroverlast' 7.2 Bij bladzijde 26. Binnenkort wordt het water- en rioleringsprogramma vastgesteld. Is het nog een idee om hiernaar te verwijzen (bijv. uitvoering maatregelen vinden vanuit het WRP plaats)?

7.3 Bladzijde 29: Een prioriteit voor het versterken van de groen- en waterstructuur is ook om bij nieuwbouw aan te sluiten aan het convenant van het rijk. 7.4 Bladzijde 38: meer samenwerking zoeken met inwoners, ondernemers, Woonkracht10 en andere overheden. Hierin ontbreekt het woordje stimuleren -> meer samenwerking zoeken met (en stimuleren van) inwoners, ondernemers, Woonkracht10 en andere overheden. 7.5 Bladzijde 51: het type en de hoeveelheid straatverlichting worden afgestemd op de belangrijkste functie van de buitenruimte op specifieke plekken, bijvoorbeeld verblijf, biodiversiteit of veilig over straat. Inhoudelijk klopt deze niet, want hierin wordt binnen de richtlijn geen onderscheidt in gemaakt. Voorstel tekst: het type en de hoeveelheid straatverlichting worden afgestemd op de functie van de buitenruimte. Parken worden niet verlicht (dit is in het verleden vastgesteld door de gemeenteraad).

Inhoudelijke reactie: 7.1 De suggestie is helder. De deze wordt verwerkt op pagina 8. 7.2 De suggestie betreft het benoemen van een programma wat binnenkort wordt vastgesteld. Daarmee is het onderdeel van het beleid van de gemeente en heeft het geen waarde om apart nog in de omgevingsvisie ogenomen te worden. 7.3 De genoemde suggestie staat op p. 28. De suggestie is een goede aanvulling en deze wordt verwerkt in het prioriteitenkader. 7.4 Goede toevoeging. De suggestie wordt op de volgende wijze verwerkt: het type en de hoeveelheid straatverlichting wordt afgestemd op de functie van de buitenruimte. Parken worden niet verlicht 7.5 Goede correctie. Deze wordt op de volgende wijze verwerkt: bij ruimtelijke initiatieven of het aanpassen van de openbare ruimte altijd kijken of er mogelijkheden zijn om de bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. Conclusie: 7.1 In Hoofdstuk 1 wordt op pagina 8 de tekst 'bestrijden van wateroverlast' vervangen door 'zo veel mogelijk voorkomen van wateroverlast' 7.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing op dit onderdeel 7.3 In paragraaf 4.2.1 wordt in het prioriteitenkader de in de 2e prioriteit na ‘uitgangspunt’ de puntkomma verwijderd en volgende tekst toegevoegd ‘om aan te 7.4 sluiten bij het convenant van het Rijk;’.

7.4 In paragraaf 4.2.1 wordt in het tweede prioriteitenvak in de vierde doelstelling in de tekst na ‘meer samenwerking zoeken met’ de volgende tekst toegevoegd ‘, het stimuleren van, ‘. 7.5 In paragraaf 4.4.1 vervalt de tekst ‘het type en de hoeveelheid straatverlichting worden afgestemd op de belangrijkste functie van de buitenruimte op specifieke plekken, bijvoorbeeld verblijf, biodiversiteit of

veilig over straat.’. Deze wordt vervangen door: ‘het type en de hoeveelheid straatverlichting wordt afgestemd op de functie van de buitenruimte. Parken worden niet verlicht.’.

Ambtshalve Wijziging 8 (23 september 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: In deze mail worden een aantal algemene opmerkingen gemaakt die niet passen binnen de beleidskaders van de gemeente en daarom ook niet passend zijn om op te nemen in de omgevingsvisie. De volgende suggesties worden bekeken: 8.1 Wat ik mis in de combinatie van geringe nieuwbouwproductie en afnemende woningbezetting. Papendrecht is een typische groeikern, waar dus vergrijzing sterk toeneemt. Dat betekent veel voor het voorzieningenniveau. 8.2 Graag expliciet toevoegen dat de sportparken aan het verouderen zijn. 8.3 Doelgroepen (woningbouw): Je zou hier kunnen toevoegen dat de gemeente prioriteit stelt in de toevoeging van woningen in het betaalbare koop en sociale huursegment. En dat dit onder meer gerealiseerd moet worden door het vervangen van verouderde sociale huurwoningen in Kraaihoek, waarbij de gemeente wil inzetten op verdichting met name in het centrale deel van Kraaihoek.

Inhoudelijke reactie: 8.1 In het Woonplan 2020-2030 zijn de kaders geschetst om te zorgen dat wij onze aantallen inwoners behouden en dat er een bijdrage wordt geleverd voor bestaande Papendrechters en nieuwe inwoners; in totaal 660 woningen. Ook wordt er ingezet om het aantrekkelijker maken van de gemeente voor jongeren. Dit zou de kwaliteit van het voorzieningenniveau wat betreft aantallen moeten borgen. 8.2 De afgelopen jaren is er conform het vijfjarige MJOP flink geïnvesteerd in de sportparken. Er zijn velden gerestaureerd en nieuwe kunstgrasvelden aangelegd. Deze suggestie wordt dan ook niet verwerkt. 8.3 De suggestie van de prioriteit van het toevoegen van woningen in de betaalbare koop en huur opnemen is passend binnen het gemeentelijk en Rijksbeleid. Deze toevoeging opnemen in de omgevingsvisie. (P 55). Conclusie: 81. De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.3 In paragraaf 4.4.3 wordt in het eerste prioriteitenvak de volgende doelstelling toegevoegd ‘toevoegen van woningen in de betaalbare huur en koop’.

Ambtshalve Wijziging 9 (19 november 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: Ambtelijk wordt de volgende suggestie gegeven voor de ruimtelijke uitgangspunten die in de langetermijnvisie zijn opgenomen over de opvang van vluchtelingen: Papendrecht specialiseert zich in kleinschalige opvanglocaties en in de opvang van Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV-ers) met de bijbehorende voorzieningen zoals ISK-onderwijs. De steeds wisselende vraag naar opvangplekken vangen we op met een combinatie van tijdelijke en structurele locaties. Locaties zijn relatief kleinschalig van (circa 50 tot 100 personen) en multi-inzetbaar voor diverse doelgroepen. We zetten in op een goede spreiding van opvanglocaties over geheel Papendrecht. De opvanglocaties bevinden zich in of direct grenzend aan de woongebieden en worden ruimtelijk goed ingepast in de bestaande omgeving. De opvanglocaties hebben geen nadelig beslag op de reguliere woningvoorraad en werken niet remmend voor geplande planologische ontwikkelingen. Inhoudelijke reactie: De tekstsuggestie is te lang en te specifiek om op deze wijze op te nemen in de omgevingsvisie. Daarnaast is ook al beleid vastgesteld en hoeft er hier geen ‘haakje’ gemaakt te worden om te zorgen dat in de toekomst geen goede kaders aanwezig zijn. In de tekst zijn reeds twee toevoegingen gedaan (zie volgnummer 2).

Hierbij is het volgende toegevoegd: ‘zoals opgenomen in de langetermijnvisie 'Huisvesting en integratie asielzoekers en vluchtelingen'. Conclusie: De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.

Ambtshalve Wijziging 10 (4 december 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: 10.1 Een functiekaart/gebiedsindeling ontbreekt met bijv. verschillen in geluidnormen kunnen worden gemaakt (bijv, centrumgebied, bedrijventerrein, rustige woonwijk, buitengebied e.d.). 10.2 Blz. 31 onder PFAS. Misschien toevoegen de meest recente ontwikkeling dat PFAS ook is aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stof, net als eerder koper, lood, benzeen e.a. 10.3 Blz. 32 het valt mij op dat aan horeca en evenementenlawaai geen aandacht is besteed. Is dit geen aandachtspunt hier? Geurhinder wordt

op blz. 31 (n het blauwe kader) wel als aandachtspunt benoemd. (bijna altijd is geluidhinder door horeca een groter probleem dan geurhinder, maar kan hier natuurlijk anders zijn). Nog even gekeken naar Omgevingsvisie 1.0, Daar wordt daar wel enige aandacht aan besteed (pag 52) 10.3 Bronnenlijst evt. toevoegen: Omgevingsvisie 1.0 / Omgevingsplan Inhoudelijke reactie: 10.1 De suggestie voor aanvullende kaart is een goede suggestie. Voor de volgende omgevingsvisie zal hier zeker naar gekeken worden. 10.2 Goede suggestie: Deze wordt verwerkt. 10.3 In paragraaf 4.3.2 ‘Een levendig centrumgebied’ is expliciet opgenomen in de tekst bij de nadelen van activiteiten ‘geluidsbelasting’ opgenomen. 10.4 Goede suggestie om te verwijzen naar de Omgevingsvisie (1.0) en het Omgevingsplan. Conclusie: 10.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 10.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 10.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 10.4 Bij de ‘Bronnenlijst’ worden de volgende twee bronnen toegevoegd: * Gemeente Papendrecht, Omgevingsvisie (2021) * Gemeente Papendrecht, Omgevingsplan (2024 e.v.)

Ambtshalve Wijziging 11 (4 december 2024) Inhoud ingediende ambtelijke wijziging: Aantal wijzigingen en toevoegen in paragraaf 4.3.2 ‘Levendig Centrumgebied’ Deze zijn in de eerdere wijzigingenronden tussen wal en schip gevallen. De tekst in de Omgevingsvisie is ook al een vervolg op het stuk waar de suggestie voor aanpassingen in zijn gedaan. Het is dan ook geen letterlijke toevoeging. Wel worden in samenspraak een paar kleine aanpassingen doorgevoerd. Inhoudelijke reactie: De wijzingen betreffende de volgende onderdelen: 11.1 De vraag betreft het toevoegen van de volgende doelgroepen toevoeging: het centrum nog aantrekkelijker maken ‘voor ‘bewoners, bezoekers en ondernemers’ maken. Dit is een goede suggestie; deze wordt meegenomen in de tekst. 11.2 De vraag om naast een doelgroep de bijbehorende activiteit toe te voegen: om te ‘werken,’ verblijven en om elkaar te ontmoeten. Dit is passend.

11.3 Vraag betreft het toevoegen van het woord ‘goed’ met betrekking tot het functioneren van De Meent. Dit is een goede toevoeging. 11.4 De vraag is om De Meent aan te duiden met de officiële naam van De Meent, namelijk: Winkelpark De Meent. Dit is een goede toevoeging ook in het kader van de vergroening. 11.5 Bij het tweede blokje prioritering als derde bullet toevoegen: ‘vergroenen van het centrum;’ In de omgevingsvisie is vergroenen in algemene zin duidelijk meegenomen. In deze paragraaf is deze wat minder expliciet meegenomen. Daarmee is dit een goede toevoeging. 11.6In de vierde bullet de vraag om het woord ‘branchemixering’ te verwijderen. De bullet zelf (het combineren van functies in hetzelfde pand); dit valt niet onder branchemixering. Conclusie: 11.1 In paragraaf 4.3.2 wordt in de eerste paragraaf na het woord ‘maken’ het volgende toegevoegd: ‘voor ‘bewoners, bezoekers en ondernemers’. 11.2 In paragraaf 4.3.2 wordt in de eerste paragraaf na het woord ‘te’ het volgende toegevoegd: ‘werken,’ 11.3 In paragraaf 4.3.2 wordt in het kopje "De Meent’ in de eerste paragraaf na ‘in de toekomst’ het woord ‘goed' toegevoegd. 11.4 In paragraaf 4.3.2 wordt het kopje ‘De Meent’ gewijzigd in de naam ‘Winkelpark De Meent’. 11.5 In paragraaf 4.3.2 wordt in het tweede prioriteitenvak na de tweede doelstelling de volgende doelstelling toegevoegd: ‘vergroenen van het centrum'.

11.6 In paragraaf 4.3.2 wordt in het tweede prioriteitenvak in de derde doelstelling de volgende tekst verwijderd:’(branchemixering)’

Wijzigingen n.a.v. de zienswijzen en ambtelijke In de nota zienswijze zijn de binnengekomen ontvankelijke zienswijzen behandeld. Daarnaast zijn hierin ambtelijke wijzigingen opgenomen. Hieronder volgt een overzicht van alle wijzigingen van de omgevingsvisie die hieruit voortgekomen zijn. Deze zijn ook apart in Bijlage 2 opgenomen.

Wijzigingen in de Omgevingsvisie 2.0: 1.1 In paragraaf 2.2 wordt na het woord ‘Vriesenpolder’ het volgende toegevoegd ‘het Papendrechts grondgebied boven de A15'. 1.2 In paragraaf 2.2 wordt het woord '2040’gewijzigd in '40 jaar'. 1.3 In paragraaf 4.1.3 is het kopje 'Bodem' vervangen door 'Bodem en trillingen'. In het prioriteitenvak is de volgende prioriteit opgenomen: 'bij werkzaamheden in de bodem wordt rekening gehouden met het risico op schade door trillingen'.

1.4 In paragraaf 4.1.3, onder 'Bodem en trillingen' is 'bodemkwaliteit' vervangen door 'bodem- en waterkwaliteit'. 1.5 In paragraaf 4.2.1 is prioriteit ‘extra inlaat van oppervlaktewater bij Papendrecht’ uitgebreid en deze start met de tekst ‘naast de oplossingen om water vast te houden, een’ 1.6 In paragraaf 4.2.3 is 'de industrie' vervangen door 'het bedrijfsleven'. 1.7 In het eerste prioriteitenvak in paragraaf 4.4.1 wordt in de tweede prioriteit na veiligheid het woord 'waterkwaliteit' toegevoegd.

Ambtshalve wijzigingen 1.1 In paragraaf 4.2.2 onder het kopje ‘Energie van fossiele brandstoffen vervangen’ in punt 1 ‘aardwarmte,’ toevoegen. 1.2 In paragraaf 4.4.3. zijn onder het kopje “Bijzondere doelgroepen’ de volgende zinnen: ‘Verder draagt Papendrecht vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit, evenredig bij aan de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. Met evenredig bedoelen we dat de opvang past bij de schaal van Papendrecht en dat de opvang past bij de draagkracht van onze gemeente en de partners waarmee wij samenwerken. De huisvesting van statushouders mag niet ten koste gaan van de reguliere woningvoorraad en de leefbaarheid in de buurt ‘ Vervangen in: ‘Verder draagt Papendrecht vanuit verantwoordelijkheid en solidariteit, bij aan de opvang van vluchtelingen en de huisvesting van statushouders. De opvang past bij de schaal van Papendrecht en bij de draagkracht van onze gemeente en de partners waarmee wij samenwerken zoals opgenomen in de langetermijnvisie 'Huisvesting en integratie asielzoekers en vluchtelingen. De huisvesting van statushouders mag niet te koste gaan van de leefbaarheid en extra druk op de reguliere woningvoorraad moet zoveel mogelijk worden beperkt". 1.3 In paragraaf 4.1.3 is onder het kopje ‘Wegverkeerslawaai’ in het prioriteitenvak bij de laatste prioriteit de dubbele punt verwijderd.

1.4 In paragraaf 4.3.3 wordt in het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" wordt de tekst "die slecht ter been zijn, een verstandelijke beperking of dementieklachten hebben" vervangen door "die een beperking ervaren, zoals een fysieke beperking, verstandelijke beperking of dementieklachten;

1.5 In paragraaf 4.3.3 wordt in het eerste prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" is de volgende prioriteit toegevoegd: "bij initiatieven met kansen om de woonomgeving beweegvriendelijker in te richten, wordt het model om gemeenten te helpen met het beweegvriendelijk inrichten van de woonomgeving (BVO-model) gebruikt"; 1.6 In paragraaf 4.3.3 wordt in het tweede prioriteitenvak de eerste doelstelling "efficiënt gebruik van de gronden met een sportbestemming" vervangen door: "gronden met een sportbestemming worden zo efficiënt mogelijk gebruikt voor sporten". 1.7 In paragraaf 4.3.3 wordt in het tweede prioriteitenvak onder de doelstelling "rekening gehouden met kinderen die een beperking hebben" wordt het woord 'hebben' vervangen door 'ervaren'. 1.8 In paragraaf 4.4.3 wordt in het zinsdeel "rekening gehouden met kinderen die een beperking hebben", in het prioriteitenvak onder de doelstelling "Onze leefomgeving nodigt uit om naar buiten te gaan en te bewegen" wordt het woord 'hebben' vervangen door 'ervaren'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1059/documents/15059