CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 KDV Startfoto Papendrecht.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 15 januari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 10: Toekomstvisie Papendrecht 2040 - Voorstel27.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.9.2 Beleidsdoelen en ambities Regionale Energiestrategie De Regionale Energiestrategie (RES) Drechtsteden 1.0120 beschrijft hoe de Drechtsteden, waaronder Papendrecht, bijdragen aan de nationale klimaatdoelen door middel van energiebesparing, duurzame elektriciteitsopwekking en de warmtetransitie. Papendrecht speelt hierin een actieve rol, met specifieke aandacht voor zonne-energie, warmtenetten en energiebesparing:

RES-regio Drechtsteden, 2023. Voortgangsrapportage Regionale Energiestrategie. https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/energie/regionale-energie-strategieen 120 RES-regio Drechtsteden, 2021. Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0. De Drechtsteden gaan voor nieuwe energie! 118 119

60

Duurzame Elektriciteitsopwekking -

Zon op dak als prioriteit: Inwoners en de gemeente Papendrecht geven de voorkeur aan het plaatsen van zonnepanelen op daken boven grootschalige zonnevelden of windenergie.

-

Gebruik van restruimten: Papendrecht onderzoekt mogelijkheden voor zonne-energie op kleinere ongebruikte terreinen, zoals bermen en braakliggende gronden.

-

Geen grote windturbines: Net als veel andere gemeenten in de Drechtsteden staat Papendrecht terughoudend tegenover de plaatsing van windmolens in of nabij bewoonde gebieden.

Warmtetransitie en Aardgasvrij -

Aansluiting op warmtenetten: De gemeente zet in op het aansluiten van woningen op collectieve warmtenetten, met als doel om duizenden huishoudens van het aardgas af te krijgen.

-

Restwarmte en geothermie: Er wordt gekeken naar duurzame warmtebronnen, zoals restwarmte van industrie en mogelijk geothermie.

Energiegebruik en Besparing -

20% energiebesparing in 2030: Papendrecht streeft, net als de regio, naar 20% minder energiegebruik in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. Dit wordt bereikt via isolatieprogramma’s en subsidies voor energiebesparende maatregelen.

-

Informatie en ondersteuning voor inwoners: Via het Regionaal Energieloket en gemeentelijke programma’s krijgen inwoners advies over verduurzaming van hun woningen.

Mobiliteit en Laadinfrastructuur -

Uitbreiding van laadinfrastructuur: Er wordt gewerkt aan meer laadpunten voor elektrische voertuigen, zowel in woonwijken als op bedrijventerreinen.

-

Fietsstimulering en duurzaam transport: Papendrecht bevordert fietsen als alternatief voor korte autoritten en werkt aan betere fietsroutes en stallingen.

Participatie en Draagvlak -

Inwonersparticipatie via ‘Denk Mee!’: Papendrecht heeft inwoners betrokken bij de RES via enquêtes en bijeenkomsten. Uit participatie blijkt dat inwoners voorstander zijn van duurzame energie, maar geen windturbines nabij woonwijken willen.

-

Rechtvaardige transitie: Er wordt rekening gehouden met de verdeling van lasten en opbrengsten, zodat de energietransitie ook betaalbaar blijft voor alle inwoners.

Papendrecht neemt een praktische en realistische rol in de energietransitie binnen de Drechtsteden. De gemeente zet vooral in op zon op dak, energiebesparing, collectieve warmtenetten en duurzame mobiliteit. Windenergie wordt beperkt ingezet, en inwoners worden actief betrokken bij de besluitvorming. Het beleid sluit aan bij regionale en landelijke klimaatdoelen, met oog voor leefbaarheid en betaalbaarheid. Collegeprogramma 2022-2026 van Papendrecht Ten aanzien van duurzame energie stelt het college de volgende doelen voor121: Energieneutrale Gebouwde Omgeving in 2035 -

De gemeente streeft naar een energieneutrale bebouwde omgeving tegen 2035.

Gemeente Papendrecht, 2023. Collegeprogramma: Samen maken we Papendrecht, 2022-2026. PAB, VVD, CDA, ChristenUnie, SGP. 121

61

-

De focus ligt op zonne-energie op daken; grootschalige windenergie in of nabij Papendrecht wordt afgewezen.

-

Netversterking en energieopslag zijn essentieel om verduurzaming mogelijk te maken.

Warmtetransitie en Aardgasvrij Wonen -

Samenwerking met Woonkracht10 om sociale huurwoningen aan te sluiten op een warmtenet.

-

Kansen voor tijdelijke warmtenetten worden benut om snellere verduurzaming mogelijk te maken.

-

De gemeente faciliteert en stimuleert collectieve warmteoplossingen.

Energiebesparing en Isolatie -

De basis van de energietransitie ligt in energiebesparing, met name door isolatiemaatregelen.

-

Gemeente biedt duurzaamheidsleningen aan inwoners voor isolatie en energiebesparende maatregelen.

-

Bestrijding van energiearmoede is een speerpunt.

Bewustwording en Participatie -

Er komt een communicatiestrategie om inwoners en bedrijven goed te informeren over de energietransitie.

-

Onderzoek naar innovatieve technieken en duurzame oplossingen, zoals opslag van zonne-energie in batterijen.

Regionale Energiestrategie (RES) -

De gemeente neemt deel aan de RES Drechtsteden, met als doel 20% energiebesparing voor 2030.

-

Mogelijkheden voor groene waterstof en innovatieve energieoplossingen worden onderzocht.

Klimaatadaptatie staat in principe los van de opwekking van duurzame energie. Toch is het voor Papendrecht een te belangrijk thema om hier niet te noemen, zeker omdat het college hier een aantal ambities op heeft geformuleerd: Klimaatbestendige Gemeente -

Papendrecht wil beter bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden, zoals hitte, droogte en wateroverlast.

-

Lokale adaptatiestrategie uit 2017 wordt verder uitgevoerd.

Groene en Blauwe Infrastructuur -

De gemeente stimuleert groene daken en geveltuinen om hittestress en wateroverlast te beperken.

-

Tegelophaalacties en subsidies voor vergroening worden ingezet om verstening tegen te gaan.

Waterbeheer en Overstromingsrisico’s -

Inpassing van regenwaterbuffers en infiltratievoorzieningen bij nieuwbouwprojecten.

-

Afstemming met waterschappen en andere overheden over waterveiligheid.

Duurzaam, Klimaatadaptief en Natuurinclusief Bouwen -

Alle nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan strengere duurzaamheidseisen.

-

Gemeente stimuleert hoogbouw met verticaal groen en natuurinclusieve bouwoplossingen.

Papendrecht kiest voor een pragmatische aanpak in de energietransitie met focus op zonne-energie, warmtenetten en energiebesparing. De gemeente zet beperkt in op klimaatadaptatie, onder andere door vergroening, duurzaam bouwen en betere waterafvoer.

62

Omgevingsvisie Papendrecht De

Omgevingsvisie

Papendrecht122

schetst

de

langetermijnvisie

voor

een

klimaatbestendig

en

energieneutraal Papendrecht. De belangrijkste standpunten over duurzame energie en klimaatadaptatie zijn als volgt: Papendrecht zet in op een bijna energieneutrale gemeente, met focus op hernieuwbare energiebronnen, energiebesparing en verduurzaming van de gebouwde omgeving. -

Uitfaseren van fossiele brandstoffen: Alle wijken moeten in 2050 van het aardgas af zijn. De gemeente stimuleert warmtenetten, all-electric oplossingen en duurzame gassen.

-

Zonne-energie op daken: De gemeente zet vooral in op zon op dak en beperkt ruimte voor zonnevelden in het landschap.

-

Geen grootschalige windenergie: Papendrecht wil geen grootschalige windturbines binnen de gemeentegrenzen.

-

Slimme energieopslag: Er wordt geïnvesteerd in energiebuffering en netverzwaring, zodat duurzame energie efficiënt gebruikt kan worden.

-

Duurzame mobiliteit: Elektrisch vervoer wordt gestimuleerd met een uitgebreid laadnetwerk, en er wordt ingezet op fietsvriendelijke infrastructuur.

-

Circulair gebruik van grondstoffen: De gemeente bevordert hergebruik en recycling om verspilling te minimaliseren.

Papendrecht richt zich op het beperken van de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme neerslag, hitte en droogte. Het doel is een klimaatbestendige en leefbare gemeente. Hoofddoelen -

Aanpak van wateroverlast en droogte door meer wadi’s, waterbuffers en infiltratiegebieden om regenwater beter op te vangen.

-

Verminderen van verharding en aanleg van groene infrastructuur.

Hittestress beperken: -

Stimuleren van groene daken en gevels.

-

Meer bomen en schaduwrijke plekken in de openbare ruimte (volgens de 3-30-300-regel: 3 bomen zichtbaar vanuit huis, 30% schaduw in de straat, een groene plek binnen 300 meter).

Waterveiligheid: -

Dijken worden versterkt waar nodig.

-

Bewoners worden geïnformeerd over wateroverlast en overstromingsrisico’s.

Vergroening van de stad: -

Verbinding van groene en blauwe structuren voor een robuust ecosysteem.

-

Behoud en uitbreiding van biodiversiteit door ecologische verbindingszones.

Papendrecht kiest al met al voor een evenwichtige aanpak tussen energietransitie en klimaatadaptatie. De gemeente zet in op zonne-energie, duurzame mobiliteit en circulaire economie, terwijl tegelijk wordt gewerkt aan een groener, klimaatbestendig stedelijk gebied. Het beleid sluit aan op regionale en nationale klimaatdoelen, met oog voor leefbaarheid en ecologische balans.

122

Gemeente Papendrecht, 2020. Omgevingsvisie: Een duurzame toekomst met een krachtige gemeenschap.

63

4.9.3 Beeld van belanghebbenden Gemeente Papendrecht Duurzaamheid, klimaat en gezondheid worden beperkt besproken tijdens de gesprekken met de gemeente. Het programma Duurzaamheid wordt benoemd, evenals het team Energietransitie die de aansluiting op het warmtenet onder andere verder ontwikkelt. Ook wordt benoemd dat de gemeente veel maatregelen neemt tegen hittestress en wateroverlast. Regionale partners Gemeente Papendrecht wordt in de regio beschouwd als een van de meest vervuilde gemeenten in termen van bijvoorbeeld bodemvervuiling door PFAS. Toch pakt Papendrecht dit volgens de regio goed op, en stapt zij naar voren met bijvoorbeeld de Omgevingsdienst en GGD om zulke zaken op te pakken. Externe belanghebbenden Zeker woningcorporaties wijzen op de enorme uitdagingen die gemoeid zijn met duurzaamheid, energie en klimaatverandering. Vanuit het bewustzijn dat dit soort vraagstukken te groot zijn om als gemeente alleen op te lossen, kijkt de gemeente volgens de deelnemers ook over de grenzen heen. Zo wordt Smart Delta bijvoorbeeld benoemd als positieve regionale samenwerking voor de energietransitie, en stellen de deelnemers ook dat energietransitie en bijvoorbeeld het warmtenet hoog op de agenda van de gemeente lijkt te staan. Toch is er ook kritiek op de aanpak van de gemeente.

Zo wordt nieuwbouw volgens deelnemers teveel aan één of dezelfde aannemers overgelaten, met als gevolg onvoldoende natuur-inclusieve bouw. De gemeente pakt daarbij onvoldoende grote kansen die alleen een kleine investering vragen. Denk aan verticaal groen, het plaatsen van vogelhuisjes of het planten van inheemse bomen. Participatie van inwoners is daarbij soms juist teveel: inwoners krijgen een keuze en gaan daarbij vaak voor woongenot boven duurzaamheid en klimaatbestendig bouwen. Zo kiezen zij bijvoorbeeld liever voor een parkeerplek dan een boom. Bovendien leeft de gemeente haar eigen beleid niet na en overtreedt zij zelf richtlijnen die zij meegeeft in haar programma’s. Bouwen en groen, en ook hoogbouw en groen, kunnen volgens deelnemers samengaan. Inwoners Voor slechts 15% van de panelleden van OCD is duurzaamheid en energie op dit moment een belangrijk thema. Wij legden deze 34 panelleden drie stellingen voor (ongewogen). De stelling ‘inwoners worden goed ondersteund bij het verduurzamen van hun woning’, hebben 8 van de 34 van de panelleden met ‘weet niet/n.v.t.’ beantwoord. De stelling ‘de gemeente neemt zelf ook initiatief bij duurzaamheidsmaatregelen bij het inrichten van de stad’, hebben 9 van de 34 van de panelleden met ‘weet niet/n.v.t. beantwoord’.

De stelling ‘bedrijven worden goed ondersteunend bij het verduurzamen’, hebben 27 van de 34 van de panelleden met ‘weet niet/n.v.t. beantwoord’. Omdat slechts een beperkt aantal respondenten zijn of haar mening over deze drie stellingen heeft gegeven, rapporteren wij hier niet over.

64

4.10 Conclusie maatschappelijke opgaven Papendrecht staat voor een breed palet aan maatschappelijke opgaven die samen bepalend zijn voor de toekomstbestendigheid van de gemeente. De belangrijkste uitdagingen doen zich voor op het gebied van demografie, woningbouw, zorg en welzijn, duurzaamheid, mobiliteit en leefbaarheid. Veel van deze opgaven zijn met elkaar verweven en vragen om integrale keuzes. Demografisch is sprake van een vergrijzende bevolking en een groeiende culturele diversiteit. Tegelijkertijd is de fysieke ruimte in de gemeente beperkt, wat de woningbouwopgave complex maakt. De zorgvraag neemt toe, met name onder ouderen, terwijl het voorzieningenniveau voor jongeren en jonge gezinnen achterblijft. In het sociaal domein zijn verschillende beleidskaders actief, maar er is sprake van druk op capaciteit en uitvoering. Daarnaast blijkt mobiliteit een knelpunt, zowel qua bereikbaarheid als verkeersdruk, en vormt netcongestie een belemmering voor verdere verduurzaming. Wanneer we deze feitelijke situatie afzetten tegen de beleidsdoelen en ambities, ontstaat een gemengd beeld. Op papier is sprake van brede inzet op thema’s als inclusie, gezondheid, duurzaamheid en participatie. Beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie, het Kompas Sociaal Domein en de Routekaart Jeugd bevatten duidelijke doelen en richtinggevende principes.

De gemeente toont ambitie, bijvoorbeeld in de inzet op binnenstedelijke woningbouw, integrale zorg, en de ontwikkeling van een multifunctionele accommodatie. In de praktijk, zoals zichtbaar in gesprekken met belanghebbenden, wordt die ambitie niet altijd als zodanig ervaren. Met name op het gebied van jongerenbeleid, sociale cohesie en participatie klinkt terughoudendheid of gemis. Belanghebbenden signaleren dat veel aandacht en middelen gericht zijn op bestaande structuren en oudere doelgroepen, terwijl jongeren, mensen met een migratieachtergrond en inwoners in nieuwe wijken zich minder goed bereikt of verbonden voelen. Ook de ervaren samenwerking met de gemeente – bijvoorbeeld bij cultuur, sport of beheer – wordt wisselend beoordeeld: betrokken, maar soms ook stroperig of versnipperd. Samenvattend ontstaat het beeld van een gemeente met een stevige basis, ambitieuze beleidsdoelen en een feitelijke opgave die vraagt om scherpe keuzes en hernieuwde verbinding met de samenleving. De startfoto laat zien waar deze spanning of kloof zichtbaar wordt, en vormt daarmee een belangrijke inhoudelijke onderlegger voor de vervolgstappen in het visietraject.

65

5. Financieel beeld In het financieel beeld omschrijven wij de financiële situatie van de gemeente Papendrecht in meerjarig perspectief. Hierbij gaan wij in op 1) het algehele financiële beeld van de gemeente Papendrecht, 2) de ontwikkeling op relevante kengetallen en 3) de lokale lastendruk in vergelijkend perspectief.

5.1 Algemeen financieel beeld De financiën hebben in de gemeente Papendrecht de afgelopen jaren met regelmaat onder druk gestaan. Anno 2025 is er nog steeds sprake van structurele tekorten en bestaat de noodzaak om ombuigingen door te voeren. In deze paragraaf schetsen wij (op hoofdlijnen) het verloop van het financieel beeld over de afgelopen jaren. 2020: negatief financieel beeld In 2020 was er sprake van een (meerjarig) negatief financieel saldo. In dat kader zijn voor het jaar 2021 (begrotingstechnische) ombuigingsvoorstellen gedaan om de begroting voor het jaar 2021 sluitend te krijgen.123 Voor een meerjarig sluitende begroting was het echter nodig een apart ombuigingstraject te doorlopen.

Structureel begrotingssaldo

2020

2021

2022

2023

€ 1.590.000,00

€ -546.000,00

€ -3.222.000,00

€ -3.714.000,00

Figuur 4.1 Structureel begrotingssaldo Begroting 2020 Bij de kaderbrief van 2022 presenteerde het college dan ook een set aan ombuigingsmaatregelen, ingedeeld in drie varianten, te weten a) de basisvariant, b) de basisvariant + en c) de basisvariant ++.124 Daarbij richtte het college zich in eerste instantie vooral op het sluitend krijgen van de begrotingen op de kortere termijn: de jaren 2022 en 2023.125 Daarmee werd een structureel begrotingstekort echter in stand gehouden. In werkelijkheid heeft de gemeente in de periode 2022-2025 te maken gehad met positieve begrotingssaldi, als gevolg van een behoudende of risico-averse koers bij begrotingsuitgaven. 2023: begroting op korte termijn sluitend. De besluiten genomen in 2021 en 2022 resulteerden in een ombuigingspakket van circa €6 mln.126 Hierdoor kon de gemeente Papendrecht bij de begroting van 2023 een sluitende begroting voor de jaren 2023-2026 opleveren. Voor het jaar 2027 waren echter tekorten voorzien. Daarnaast wordt de gemeente in 2023 wederom geconfronteerd met financieel onzekere tijden. Factoren die hierbij een rol spelen zijn o.a.: -

Het feit dat het Rijk incidentele middelen verstrekt voor taken met een structureel karakter;

-

Prijsstijgingen;

20200709 RV Kaderbrief 2021-2025, 09-07-2020. 20210527 Kaderbrief 2022-2026 125 20210928 Programmabegroting 2022 - 2025 126 Programmabegroting 2023, p. 119 123

124

66

-

De structurele korting van het Gemeentefonds (Ravijnjaar).

Mede hierdoor presenteert de gemeente Papendrecht in 2024 wederom geen meerjarig sluitende begroting. De gemeente verdedigt dit door zich te beroepen op de huidige omstandigheden en het feit dat de VNG nog in gesprek is met het demissionaire kabinet over de ontwikkeling van de Rijksmiddelen voor gemeenten. Ook sluit de gemeente hiermee aan op het advies van de VNG met betrekking tot het opstellen van een begroting met oog op het Ravijnjaar.127 2025: Nieuwe ombuigingen nodig Bij de begroting 2025-2029 wordt wederom een negatief meerjarig perspectief geschetst.128 Vanaf 2026 wordt een tekort verwacht van € 1,4 miljoen. Dit loopt op tot een tekort van € 2 miljoen in 2027, en daalt naar een tekort van € 0,7 miljoen in 2029. Daarom besluit het college de ombuigingencatalogus te actualiseren.

Structureel begrotingssaldo

2025

2026

2027

2028

2029

€ 1.699.500

€ -1.110.000

€ -1.962.000

€ -1.096.000

€ -808.000

Figuur 4.2 Structureel begrotingssaldo Begroting 2025 Het feit dat in 2025 een structureel tekort wordt gepresenteerd, betekent echter niet dat de eerder ingezette ombuigingsmaatregelen geen positieve effecten hebben gehad. Zo is er sprake van een positieve ontwikkeling van de netto schuldquote, de solvabiliteit en de algemene reserve.129 Vanaf 2026: Nieuwe financiële opgaven Met de raadinformatiebrief Financiële opgave om toekomstige investeringen te blijven doen van 30-01-2025 informeerde het college de raad echter over een herzien structureel begrotingssaldo, als gevolg van enerzijds een benodigd (nieuw) ombuigingstraject, en anderzijds nog in te boeken investeringen. Deze investeringen zien bijvoorbeeld op de nieuwbouw van een tweetal middelbare scholen. De financiële opgave richting de toekomst bedraagt hierbij €0.6 mln, cumulerend elk jaar vanaf 2027. Dit resulteert (inclusief correcties uit de septembercirculaire 2024) in het volgende structurele begrotingssaldo:

Structureel

2025

2026

2027

2028

2029

€1.476.000

€-1.286.000

€-2.515.000

€-2.418.000

€-2.798.000

begrotingssaldo Figuur 4.3 Gecorrigeerd structureel begrotingssaldo gemeente Papendrecht In de volgende paragraaf gaan wij nader in op de ontwikkeling van de relevante kengetallen.

Begroting 2024-2028, p. 13 Begroting 2025-2029, p. 8 129 Begroting 2024-2028, p. 11 127

128

67

5.2 Ontwikkeling kengetallen De ombuigingen van de afgelopen jaren hebben niet geresulteerd in een meerjarig sluitende begroting. Om de effecten van deze inspanningen op de financiële weerbaarheid van de gemeente weer te geven, schetsen wij in deze paragraaf de (meerjarige) ontwikkeling een aantal kengetallen. Daarbij hanteren wij vijf financiële kengetallen die samen een beeld geven van de financiële ontwikkelingen in de gemeente.130 Dit is onder te delen in twee categorieën, met in totaal 6 kengetallen:131 WAARDERINGSCIJFER

MINST RISICOVOL

NEUTRAAL

MEEST RISICOVOL

1

Netto schuldquote

< 90%

90% - 130%

> 130%

2

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% - 50%

< 20%

3

Grondexploitatie

< 20%

20% - 35%

> 35%

4

Belastingcapaciteit

< 95%

95% - 105%

> 105%

5

Structurele exploitatieruimte

>0,00%

0,00%

<0,00%

5.2.1 Categorie 1: Kan de gemeente tegen een stootje? Hiervoor kijken wij naar drie kengetallen, te weten132: -

De netto schuldquote (hoogte van schulden in relatie tot jaarlijkse inkomsten);

-

De solvabiliteitratio (verhouding tussen eigen en vreemd vermogen);

-

Grondexploitatie (hoeveel geld heeft een gemeente gestopt in haar grondexploitatie?).

Ontwikkeling netto schuldquote Netto Schuldquote 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

100

81

92

91

80

71

76

76

76

Zichtbaar is dat de netto schuldquote zich de afgelopen jaren positief heeft ontwikkeld. Op langere termijn is tevens een positieve ontwikkeling geprognosticeerd. Door de schuldenlast ten opzichte van de inkomsten van de gemeente niet te hoog te laten oplopen, wordt bijgedragen aan de financiële robuustheid van de gemeente Papendrecht. Ontwikkeling solvabiliteit Solvabiliteit 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

26

41

40

38

44

45

44

43

42

Na een negatieve classificatie van de solvabiliteit in 2020, heeft deze zich ontwikkeld richting de categorie ‘neutraal’. Dit is belangrijk aangezien een goede solvabiliteit een indicatie is dat de gemeente een toereikende vermogensbuffer heeft om negatieve exploitatieresultaten op te vangen.

Dit doen wij op basis van begrotingsdata uit IV3 (BZK, 2025). Op basis van IV3 Systematiek. 132 Deze analyse baseren wij op de begrotingsstukken van de gemeente, zoals weergegeven in de IV3 data. Zie voor een toelichting: https://www.financiengemeenten.nl//info/bzk_fk.html. 130 131

68

Ontwikkeling grondexploitatie Grondexploitatie 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

-3

-5

1

0

0

0

0

0

0

In de gemeente Papendrecht zitten zeer weinig middelen in grondexploitaties. Dit kengetal valt daarom (ruim) binnen de categorie ‘minst risicovol’. Er is dus zeer beperkt sprake van investeringen van de gemeente in grondposities die terugverdiend moeten worden. Daarmee is het risico minimaal.

5.2.2Categorie 2: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende (financiële) omstandigheden? Hiervoor kijken wij naar twee kengetallen, te weten: 1.

Belastingcapaciteit (kan de belasting indien nodig worden verhoogd?);

2.

Structurele exploitatieruimte (worden alle structurele lasten gedekt met structurele baten?).

Ontwikkeling belastingcapaciteit Belastingcapaciteit 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

95

92

100

100

100

96

96

96

96

Voor het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geldt het credo ‘hoe lager hoe beter’. Voor de gemeente Papendrecht bevindt dit kengetal zich structureel rond de 100%. Daarmee ligt het structureel onder het landelijk gemiddelde. Ontwikkeling structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3%

0,8%

2%

3%

2%

2%

-1%

-2%

-1%

De afgelopen jaren was er sprake van een positieve structurele exploitatieruimte. Op langere termijn is de begroting van de gemeente Papendrecht echter niet sluitend. De structurele exploitatieruimte wordt daarmee negatief. Voor die jaren geldt dat bij (aanvullende) negatieve financiële omstandigheden er geen ruimte in de exploitatie is om tegenvallers op te vangen. Conclusie De gemeente Papendrecht heeft een solide financiële basis, in termen van de omvang van de schuldenlast ten opzichte van de inkomsten van de gemeente en de omvang van het eigen vermogen. De inspanningen van de gemeente de afgelopen jaren hebben in dit opzicht haar vruchten afgeworpen. Anders is dit beeld wanneer we kijken naar het aanpassingsvermogen bij veranderende financiële omstandigheden. Er is anno 2025 sprake van een structureel tekort. Dit levert een financiële kwetsbaarheid op de langere termijn op voor de gemeente Papendrecht. Vermeldenswaardig is wel dat veel gemeenten in Nederland met deze problematiek kampen, als gevolg van de herstructurering van het gemeentefonds.

69

5.2.3 Houdbaarheidstest Gemeente Papendrecht De houdbaarheidstest gemeentefinanciën is een stresstest die inzicht biedt in de financiële situatie van de gemeente en de mate waarin deze bestand is tegen toekomstige financiële tegenvallers. Toelichting De test analyseert de inkomsten en uitgaven van de gemeente, evenals de ontwikkeling van de gemeenteschuld in een scenario waarin meerdere financiële tegenslagen tegelijkertijd optreden. In zo’n slechtweerscenario

stijgen

de

uitgaven

terwijl

de

inkomsten

dalen.

Daarnaast

bepaalt

de

houdbaarheidstest een financiële conditie-index op basis van tien kengetallen die significant van invloed zijn op de begrotingsruimte. Deze kengetallen zijn ingedeeld in de thema’s vermogenspositie, exploitatie, voorzieningenniveau en weerbaarheid.133 De houdbaarheidstest resulteert in een oordeel over de financiële gezondheid van de gemeente, uitgedrukt in een cijfer tussen de 0 en 10. Houdbaarheidstest voor de gemeente Papendrecht Wanneer we de houdbaarheidstest uitvoeren voor de gemeente Papendrecht, resulteert dit in de volgende score. Wij gaan hierbij uit van het jaar 2024. Categorie

Indicator

2024

Vermogenspositie

Netto schuldquote

42,3%

Effectieve netto schuldquote

45,3%

Solvabiliteitsratio

47,2%

Exploitatieresultaat

-1,6%

Negatieve resultaten in laatste 3 jaar

1

Onbenutte belastingcapaciteit

-1,0%

Afhankelijkheidsratio

71,6%

Netto investeringsquote

1,5%

Netto lasten per inwoner

2.303

Houdbaarheidsquote

22,2%

Kasgeldratio

-2,3%

Exploitatie

Voorzieningenniveau Weerbaarheid Financiële conditie index

7,5

Omdat de gemeente Papendrecht de signaalwaarden op slechts twee kengetallen overschrijdt, is er sprake van een voldoende financiële conditie.134 Conform de scoringssystematiek van de houdbaarheidstest scoort de financiële conditie van de gemeente Papendrecht een ruim voldoende.135

Zie ook: VNG, Handleiding Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën, 2024. Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën, 2024, p. 5. 135 De systematiek schetst een scoring variërend van 9 (zeer goed), 8 (goed), 133

134

70

5.3 Lastendruk in vergelijkend perspectief Een ander element om in ogenschouw te nemen bij het financieel beeld is de lastendruk in de gemeente Papendrecht. De lastendruk drukken wij uit in: 1.

OZB-tarief;

2.

Afvalstoffenheffing;

3.

Rioolheffing;

De lastendruk in Papendrecht vergelijken wij met: a.

Het landelijk gemiddelde;

b.

Het provinciaal gemiddelde;

c.

Gemeenten met een vergelijkbaar verstedelijkingsniveau.136

Wij nemen hierbij als peildatum het jaar 2024. Dit resulteert in de volgende matrix:

Afvalstoffenheffing (meerpersoons-

Gemeenten

met

Landelijk

Provinciaal

gemiddelde

gemiddelde

vergelijkbaar verstedelijkingsniveau

424

351

412

342

322

275

322

269

169

223

238

235

169

211

222

203

996

***138

977,5

940

Papendrecht

huishouden) Afvalstoffenheffing (eenpersoonshuishouden) Rioolheffing (meerpersoonshuishouden) Rioolheffing (eenpersoonshuishouden) Woonlasten (totaal)137

Op basis van bovenstaande vergelijking valt te concluderen dat de rioolheffing in de gemeente Papendrecht relatief laag is. Dit is echter een ‘gesloten systeem’. Ofwel: de inkomsten komen direct ten goede aan de uitgaven aan de rioolhuishouding, waarbij de inkomsten overeen dienen te komen met de uitgaven. Voor een beïnvloedbare heffing als de afvalstoffenheffing hanteert de gemeente Papendrecht relatief hogere tarieven, wanneer vergeleken met het landelijk en provinciaal gemiddelde. Ook vergeleken met gemeenten met een vergelijkbaar verstedelijkingsniveau zijn de gehanteerde tarieven relatief hoog. De totale woonlasten zijn vergeleken met het provinciaal gemiddelde en gemeenten met een vergelijkbaar verstedelijkingsniveau relatief hoog, al zijn de verschillen klein.

Op basis van omgevingsadressendichtheid per vierkante kilometer. Inclusief OZB, gemiddeld naar een- en meerpersoonshuishoudens. 138 Een landelijk gemiddelde over 2024 is ten tijde van dit onderzoek nog niet bekend. 136 137

71

5.4 Conclusie financieel beeld Wij concluderen dat de gemeente Papendrecht vanaf 2020 werk heeft gemaakt van het verbeteren van de eigen financiële positie. Dit resulteert erin dat de gemeente Papendrecht anno 2025 een financieel gezonde gemeente is. Dit blijkt uit de ontwikkeling van de relevante kengetallen en de uitgevoerde houdbaarheidstest. Wel zijn op korte termijn inspanningen nodig om als gemeente ook financieel gezond te blijven. Ombuigingen zijn nodig gezien het (sterk oplopende) structurele begrotingstekort vanaf 2026.

72

6. Bestuurskracht In dit hoofdstuk bespreken wij de zogenoemde bestuurskracht van gemeente Papendrecht. Bestuurskracht verwijst naar het vermogen van een gemeente om op een effectieve, efficiënte en democratisch gelegitimeerde manier invulling te geven aan haar taken, verantwoordelijkheden en ambities. Met andere woorden: bestuurskracht is de mate waarin het gemeentebestuur in staat is om de gewenste maatschappelijke effecten te realiseren. Bestuurskracht is daarbij in zes—onderling verbonden—elementen te verdelen: 1.

De stuurkracht van de gemeenteraad: o.a. heldere doelstellingen, kaders en keuzen: consistentie.

2.

De

handelingskracht

van

het

college:

o.a.

aanpakken

van

problemen

en

opgaven,

besluitvaardigheid, team samenspel. 3.

De uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie: o.a. capaciteit en kennis (harde kant), maar ook antennes en netwerk in de samenleving (zachte kant).

4.

De kracht van het samenspel ‘raad-college-ambtelijke organisatie’: o.a. rolvastheid, onderling vertrouwen en onderlinge versterking, reflectie op het eigen functioneren.

5.

De financiële draagkracht: o.a. begrotingsdiscipline, toereikende reserves en weerstandsvermogen, voldoende ‘vrije ruimte’.

6.

De samenwerkingskracht: o.a. de samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties, samenwerking in regionaal verband.

Figuur 5.1 Bestuurskracht model We analyseren bestuurskracht vanuit verschillende invalshoeken: -

Welke standpunten politieke partijen innemen in hun partijprogramma’s;

-

Het zelfbeeld van de gemeente Papendrecht;

-

Het extern beeld van regionale partners en gemeentelijke partners, en;

-

Het inwonersperspectief.

73

6.1 Politieke partijstandpunten bestuurskracht De zes elementen van bestuurskracht zoals omschreven in Hoofdstuk 1, zijn voor politieke partijstandpunten te clusteren in drie hoofdcategorieën, te weten: 1.

Stuur-, handeling-, en uitvoeringskracht inclusief samenspel tussen raad-college-ambtenarij.

2.

Financiële draagkracht

3.

Samenwerkingskracht zoals binnen als buiten de gemeente.

Voor ieder figuur in onderstaande analyse geldt de volgende legenda: Partijstandpunt van een coalitiepartij. Partijstandpunt van een oppositiepartij. Standpunt geformuleerd in het coalitieakkoord.

Stuur-, handeling-, en uitvoeringskracht De partijen nemen voor het merendeel neutrale posities in wanneer het aankomt op de eerste categorie. De partijen geven in het algemeen geen standpunten op onderwerpen zoals ‘de stuurkracht van de raad, helderheid van doelstellingen, besluitvaardigheid, team samenspel, gemeentelijke capaciteit of rolvastheid’. Bij het ontleden van de begripsdefinities, is te stellen dat vooral SGP hierop een uitzondering vormt (Figuur 5.2).

Figuur 5.2 Politieke standpunten op stuur-, handeling- en uitvoeringskracht Zo zet SGP in op de verbetering van deze stuur-, handeling-, en uitvoeringskracht: “Voor de SGP betekent integriteit ook het voeren van stabiele, consequente en voor iedereen te volgen politiek. De SGP heeft eerlijkheid hoog in het vaandel. We beschouwen wel elk onderwerp telkens weer met een frisse blik.”139 Ook vereist SGP concreet dat de capaciteit en kennis van het college en de raad op peil moeten zijn en blijven: “Het college van burgemeesters en wethouders en de gemeenteraad zijn deskundig en onafhankelijk. Het college van burgemeesters en wethouders en de gemeenteraad scholen zich met regelmaat bij om kennis en kunde op niveau te brengen. De raad stelt een gezamenlijk functieprofiel op van een gemeenteraadslid.”140

139 140

SGP Partijprogramma, p.10. SGP Partijprogramma, p.10

74

Andere partijen richten zich meer op het samenspel tussen raad en college om de integriteit van het Papendrechts bestuur te behouden en het vertrouwen in de democratie en het Papendrechts bestuur te verbeteren. Toch benadrukken zij niet per definitie dat zij een verbetering van de stuur-, handeling- en uitvoeringskracht nastreven, maar dat het vooral niet mag verslechteren. Zo stelt D66: “Als kritische raadsfractie bestrijdt D66 consequent de trend om steeds meer in achterkamertjes en via procedurevergaderingen te regelen.”141 Stellen PvdA en GroenLinks “Om uw vertrouwen te verdienen wil de [PvdA/GroenLinks] inzetten op een breed gedragen politiek akkoord, waaraan het liefst zoveel mogelijk partijen meedoen.”142 Tot slot stelt Onafhankelijk Papendrecht: “De spreekwoordelijke kloof tussen kiezers en gekozenen. Het Coalitieakkoord 2018 was getiteld ‘Zichtbaar Nabij’. Maar wat we hebben gezien was dat het beleid Onzichtbaar werd en Niet-Nabij. Het tegenovergestelde dus van wat ze hadden beloofd. OP doet daar niet aan mee.”143 Het collegeprogramma gaat wel in op de verschillende onderdelen.

Voor de uitvoeringskracht wordt de nadruk gelegd op de strijd om medewerkers, waarin de coalitie stelt: “[wij] moeten creatief zijn door te focussen op waarmee wij ons onderscheiden ten opzichte van andere gemeentelijke organisaties.”144 Ook zet het college in op een wendbare en flexibele organisatie om om te kunnen gaan met uitdagingen van de toekomst. Om daar te komen, zet het college in op meer openheid in het samenspel tussen samenleving, raad en college.145 Financiële draagkracht Financiële

draagkracht

gaat

dieper

in

op

begrotingsdiscipline,

toereikende

reserves

en

weerstandsvermogen van de gemeente. Er is geen partij die actief aangeeft deze draagkracht te willen verslechteren. Maar het overgrote merendeel van de partijen geeft wel aan dat bezuinigen, juist om de financiële draagkracht te vergroten, onvermijdelijk is (Figuur 5.3). ChristenUnie stelt: “Bezuinigingen zijn in de komende jaren onontkoombaar en wij willen meewerken aan verantwoord financieel beleid. De gemeente gaat verantwoord om met de middelen die zij van de inwoners in beheer krijgt.”146 CDA omschrijft: “Papendrecht heeft te veel gesteund op incidentele meevallers, we moeten structureel de zaken op orde hebben en realiseren ruimte voor grote investeringen (zoals de nieuwe school- gebouwen). Incidentele meevallers reserveren we voor die belangrijke investeringen,”147 en schrijft SGP: “Afgelopen jaar is er ingezet op stevige bezuinigingen. Ook in de komende jaren lijkt dat noodzakelijk. We moeten op zoek naar een nieuw evenwicht tussen onze gemeentelijke lasten en onze voorzieningen. Komende bestuursperiode moet voor langere termijn een stabiele situatie gaan bieden.”148

D66 Partijprogramma PvdA Partijprogramma & GroenLinks Partijprogramma, p.17. 143 OP Partijprogramma, p.11. 144 Collegeprogramma, p.41. 145 Collegeprogramma, p.40. 146 CU Partijprogramma, p.14. 147 CDA Partijprogramma, p.14. 148 SGP Partijprogramma, p.44 141

142

75

Figuur 5.3 Politieke standpunten op financiële draagkracht Onafhankelijk Papendrecht wijkt af en stelt dat de oplossing niet is om te bezuinigen, maar om juist met andere gemeenten op te trekken om een vuist te maken naar het Rijk. “De opschalingskorting: hier hebben alle gemeenten mee te maken. Het betreft nu 570 miljoen euro maar het loopt op tot 975 miljoen per jaar vanaf 2025. Die korting moet van tafel. Raden in Verzet wil niet alleen dat er direct geld bij komt in het gemeentefonds. Het moet vooral ook structureel zijn en voor nieuwe taken moet er steeds genoeg budget bijkomen en voldoende mogelijkheden om als gemeente te kunnen sturen.”149 In het collegeprogramma wordt om budget gevraagd om te kunnen voldoen aan het creëren van een meer robuuste organisatie, inclusief een uitbreiding van de formatie om taken te kunnen blijven uitvoeren. 150 Er wordt niet gesproken over het verbeteren van de financiële draagkracht van de gemeente of over bezuinigingen. Samenwerkingskracht Tot slot gaat bestuurskracht over de samenwerking met inwoners, bedrijven, organisaties en andere gemeenten in regionaal verband. Met andere woorden: de mate waarin de gemeente samenwerkt met spelers binnen de gemeentegrenzen en daarbuiten. Te beginnen met de samenwerkingskracht in de regio, neemt het merendeel van de partijen hier geen standpunt over in (Figuur 5.4).

De partijen die wel stelling innemen over samenwerken benadrukken alle drie dezelfde boodschap: er moet over gemeentegrenzen heen worden samengewerkt met behoud van Papendrechtse autonomie. Zoals verwoord door Onafhankelijk Papendrecht: “De gemeentelijke autonomie is zeker gesteld. Dat is winst. Maar zelfstandigheid impliceert wél de wil tot samenwerken met de regio, omliggende gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, de provincie en het Rijk, naast tal van andere overheidsorganen. Dát kan beter dan we tot nu toe hebben gezien.”151 Het collegeakkoord sluit zich bij deze lijn aan: “De maatschappelijke opgave is vanuit een gemeenschappelijke win-win situatie samenwerkingen aan te gaan zonder onze eigen identiteit te verliezen. Daarmee kunnen we soms efficiënter werken, meer lobbykracht ontwikkelen en kwetsbaarheid reduceren.”152

OP Partijprogramma, p.11. Collegeprogramma, p.41. 151 OP Partijprogramma, p.9. 152 Collegeprogramma, p.18. 149 150

76

Figuur 5.4 Politieke standpunten op samenwerking in de regio Samenwerking binnen de gemeentegrens, met inwoners, bedrijven en organisaties om opgaven gezamenlijk aan te pakken, kent verschillende vormen: door beter bereikbaar te zijn en helderder te communiceren, door het stimuleren van samenwerking met lokale ondernemers of in de vorm van burgerparticipatie bijvoorbeeld. PvdA en GroenLinks spreken van actieve betrokkenheid van inwoners bij besluiten: “We willen dat Papendrechters actief betrokken worden bij ontwikkelingen en projecten in hun buurt. […] We willen inzetten op samenwerking tussen de gemeente en de inwoners, waarbij de gemeente ondersteuning biedt bij het waarmaken van mooie plannen.”153 Ook SGP gaat dieper in op participatie: “Het gemeentebestuur oefent zijn kerntaken uit mét de samenleving. Het gemeentebestuur stimuleert en ondersteunt maatschappelijke en particuliere initiatieven bij de uitoefening van deze kerntaken. Het gemeentebestuur biedt ruimte voor het ’zelforganiserend vermogen’ van de samenleving bij deze kerntaken. Het gemeentebestuur betrekt de samenleving bij grote besluiten.”154 Daarin ziet SGP een actieve rol voor de gemeente, die onderdeel moet uitmaken van de samenleving als geheel.

Figuur 5.5 Politieke standpunten op samenwerking binnen de gemeentegrens

153 154

PvdA Partijprogramma en GL Partijprogramma, p.17. SGP Partijprogramma, p.9.

77

Een ander onderdeel van het verbeteren van de samenwerking, is het vereenvoudigen van communicatie: “Wij hechten aan goede communicatie en dienstverlening op maat voor alle inwoners,” stelt ChristenUnie.155 Ook SGP ervaart taal juist als barrière: “De gemeente zet in op het vereenvoudigen van de communicatie, zowel richting de raad, als naar burgers. Taal vormt vaak een barrière.”156 Het collegeprogramma volgt de lijn van de partijen die willen inzetten op meer samenwerking met de samenleving. “We betrekken de samenleving vanaf het begin en leggen diverse onderwerpen voor ter consultatie… We hebben een actieve houding en staan midden in de samenleving. We ontwikkelen een Handboek Participatie die onze visie op participatie beschrijft. Daarnaast ontwikkelen we een communicatieplan waarin staat hoe we als college willen communiceren en wat onze waarden zijn.”157

6.2 Zelfbeeld gemeente Papendrecht bestuurskracht Uit de interviews met betrokkenen uit gemeente Papendrecht ontstaat een genuanceerd beeld van de bestuurskracht. Daarbij wordt gekeken naar de zes samenhangende elementen: stuurkracht van de gemeenteraad, handelingskracht van het college, uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie, het samenspel tussen raad, college en organisatie, de financiële draagkracht en de samenwerkingskracht. Stuurkracht De stuurkracht van de gemeenteraad wordt kritisch bekeken. Er is sprake van veel aandacht voor het proces en minder voor inhoudelijke koersbepaling. Respondenten signaleren dat de raad moeite heeft om zich op haar kaderstellende rol te concentreren en soms op de stoel van het college of de ambtelijke organisatie gaat zitten. Ook maakt men zich zorgen over het gebrek aan vragen vanuit de raad die raken aan het sociaal domein. De opkomst bij verkiezingen daalt, wat volgens sommigen wijst op een groeiende afstand tussen raad en samenleving. De raad zoekt nog naar een goede invulling van haar volksvertegenwoordigende rol, mede in het licht van nieuwe ontwikkelingen zoals de grote Ombuigingsoperatie. Handelingskracht De handelingskracht van het college wordt als beperkt ervaren. In plaats van duidelijke keuzes te maken en richting te geven, laat het college in de ogen van de geïnterviewden te veel over aan de gemeenteraad.

Met name bij grote vraagstukken, zoals de nieuwbouw van de VO-scholen, wordt het gebrek aan stellingname als problematisch gezien. Er is sprake van een versnipperd college, waarin individuele portefeuillehouders eerder hun eigen dossiers verdedigen dan collectief optreden. Oorzaken die genoemd worden, zijn onderlinge verdeeldheid, persoonlijke verhoudingen en een relatief groot college voor de schaal van Papendrecht. Uitvoeringskracht

CU Partijprogramma, p.14 SGP Partijprogramma, p.9 157 Collegeprogramma, p.40-41. 155

156

78

De uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie wordt als professioneel gewaardeerd, zeker qua kennis en inzet. Tegelijkertijd is er zorg over de kwetsbaarheid van de organisatie. Een groot aandeel externe inhuur en beperkte structurele capaciteit leiden tot risico’s in de continuïteit. Respondenten benoemen een structureel spanningsveld: de ambitie om veel projecten en beleidsterreinen te bedienen versus de realiteit van een beperkte uitvoeringskracht. Door ‘chronisch optimisme’ in planningen worden investeringen en beleidsdossiers soms vertraagd opgeleverd. Andere, grotere, gemeenten, hebben hier andere middelen voor terwijl Papendrecht wel dezelfde ambities najaagt én alles zelf wil doen. Samenspel raad, college en ambtelijke organisatie Het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie wordt gezien als een zwak punt binnen de huidige bestuurscultuur. Rollen worden onvoldoende gerespecteerd; het college laat in belangrijke dossiers te veel ruimte aan de raad, die daardoor zelf richting gaat geven. Het belangrijkste voor het college is dat er draagvlak is voor de gemaakte plannen, meer dan dat er strakke inhoudelijke keuzes worden gemaakt. Draagvlak niet alleen vanuit de gemeentelijke organisatie, maar ook de samenleving breed. Dit maakt de ambtelijke organisatie kwetsbaar: zij komt soms in de positie van speelbal tussen politieke belangen.

De gemeentesecretaris probeert hieraan tegenwicht te bieden, maar wordt niet altijd in staat gesteld stevig positie te kiezen. Er klinkt een wens voor meer transparantie, onderling vertrouwen en duidelijkere rolduiding. Dit terwijl de raad juist wel in staat blijkt tot het nemen van keuzes. Juist doordat het college soms meer afwachtend is, leidt dat tot een zekere vorm van spanning tussen de raad en het college. Financiële draagkracht De financiële draagkracht wordt in de gesprekken niet als directe zwakte benoemd, maar er leeft wel zorg over grote financiële verplichtingen, zoals investeringen in onderwijshuisvesting. Respondenten zien een risico dat het maken van integrale en toekomstbestendige keuzes hierdoor lastiger wordt. Er is behoefte aan meer samenhang tussen beleidsambities en financiële kaders, zeker in het licht van toekomstige ombuigingen. Deelnemers vragen zich af of de gemeente voldoende in staat is om naast ‘stapelen van besluiten’ ook zaken weg te strepen. Dit helpt ook bij de verbetering van de uitvoeringskracht op lange termijn. Samenwerkingskracht Ten aanzien van de samenwerkingskracht geldt dat Papendrecht waarde hecht aan samenwerking, maar ook sterk inzet op het behouden van zelfstandigheid. Er leeft een zekere angst dat regionale samenwerking kan uitmonden in bestuurlijke herindeling, bijvoorbeeld richting Dordrecht.

Papendrecht positioneert zich voorzichtig in regionale verbanden, mede gevoed door eerdere ervaringen in samenwerkingen die niet altijd als evenwichtig zijn ervaren. Binnen de lokale samenleving wordt het belang van samenwerking met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties erkend, al vergt het actief vormgeven aan participatie nog verdere versterking. Samenwerking met partners in de gemeente wordt als positief beoordeeld: participatie is een zeer belangrijk onderwerp voor zowel college, als raad, als de ambtelijke organisaties. Afstemming is soms lastig, omdat iedereen vanuit een eigen perspectief en belang meedenkt, maar het is voor velen de investering waard.

79

Samenvattend laat het zelfbeeld van Papendrecht een bestuurscultuur zien waarin veel kwaliteit en betrokkenheid aanwezig is, maar waar duidelijke rolverdeling, regie, samenwerking en realistische uitvoeringskracht aandachtspunten vormen voor verdere versterking van de bestuurskracht.

6.3 Beeld bestuurskracht belanghebbenden binnen de gemeente Uit gesprekken met verschillende belanghebbenden uit de Papendrechtse samenleving – waaronder vertegenwoordigers van kerken, scholen, horeca, woningcorporaties en het bedrijfsleven – ontstaat een beeld van de bestuurskracht van de gemeente dat zowel positieve aspecten als duidelijke aandachtspunten laat zien. De reacties zijn hieronder geordend langs de zes elementen van bestuurskracht. Stuurkracht De stuurkracht van de gemeenteraad wordt door belanghebbenden wisselend beoordeeld. Vanuit het bedrijfsleven wordt aangegeven dat het optreden van de gemeenteraad soms als een hobbel wordt ervaren bij het realiseren van economische plannen: “We hebben goede plannen, economisch, maar we weten niet of de gemeenteraad dat gaat accepteren.” Er wordt gesignaleerd dat sommige raadsfracties vooral bezig lijken met het maken van politieke punten, in plaats van met het mogelijk maken van ontwikkeling. Dit geeft onzekerheid voor ondernemers en remt initiatieven. Handelingskracht De handelingskracht van het college wordt door verschillende belanghebbenden als beperkt ervaren. Het voornaamste

punt

is

een

gebrek

aan

slagkracht

en

wisselend

beleid,

bijvoorbeeld

bij

evenementenvergunningen. Besluiten worden niet altijd transparant genomen en communicatie over beleidswijzigingen laat te wensen over. Tegelijkertijd is er vanuit de ondernemerswereld vertrouwen in het college zelf, maar zorgen over de wijze van communiceren: "Ik heb het volste vertrouwen dat B&W goede besluiten neemt, maar hoe communiceer je de onderbouwing?" Ook andere deelnemers spreken hun waardering en vertrouwen in het college uit. Uitvoeringskracht De uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie wordt op meerdere plekken als kwetsbaar benoemd. Meerdere deelnemers signaleren dat er sprake is van een kleine vaste kern van ambtenaren, terwijl veel kennis verloren gaat door personeelswisselingen en de inzet van externe inhuur. Zo merkt een deelnemer op: “Met bijvoorbeeld het nieuwbouwvraagstuk Voortgezet Onderwijs heb ik aan de kant van de gemeente iedereen zien wisselen, en ik zit hier pas 3,5 jaar.” Ook het bedrijfsleven stelt vast dat het kennisniveau en de slagkracht van de ambtelijke organisatie beperkt zijn door de schaal en werkdruk. Samenspel raad, college en ambtelijke organisatie Ten aanzien van het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie klinken in de interviews zorgen. Deelnemers geven aan dat regie en rolduidelijkheid beter kunnen.

Scholen vragen specifiek om een meer actieve regierol vanuit de gemeente in samenwerking met maatschappelijke partners: niet alles bij ouders of scholen neerleggen, maar duidelijk aangeven wat er wordt verwacht, met inhoudelijke en praktische steun.

80

Financiële draagkracht De financiële draagkracht van Papendrecht wordt nadrukkelijk genoemd als aandachtspunt, vooral door woningcorporaties. Gezien de omvang van toekomstige opgaven (zoals vergrijzing en energietransitie) maken zij zich zorgen of de gemeente financieel voldoende in staat is om haar rol als regisseur en uitvoerder waar te maken. Daarbij wordt gesuggereerd om financiële uitdagingen sneller en eerder samen met maatschappelijke partners op te pakken, in plaats van eerst intern oplossingen te zoeken. Samenwerkingskracht De samenwerkingskracht van Papendrecht wordt wisselend beoordeeld. Er is waardering voor de intentie om samen te werken, bijvoorbeeld vanuit de kerken, die wijzen op initiatieven zoals de burgerbegroting. Tegelijkertijd signaleren meerdere partijen dat de gemeente soms te sterk binnen de eigen gemeentegrenzen opereert en te laat in gesprek gaat met externe partners. Woningcorporaties pleiten voor een meer netwerkende overheid: “Ga op de belangrijke thema’s eerder naar partners toe.” Wat hierbij helpt, volgens geïnterviewden, is een visie op samenwerking tussen partners. Dan hoef je als gemeente minder zelf te doen en gaan budgetten langer mee. Bovendien wordt beleid inhoudelijk beter. Dit geldt ook voor samenwerking

met

inwoners.

Burgers

moeten

volgens

deelnemers

echt

meer

meedoen

in

beleidsontwikkeling en uitvoering. Tot slot benadrukken de deelnemers dat opgaven tegenwoordig zó groot zijn, dat de gemeente echt over de gemeentegrenzen heen moet kijken. Op de langere termijn ga je het niet redden in je eentje. Samenvattend tonen de interviews met belanghebbenden een beeld van een gemeente die gewaardeerd wordt om haar intenties en betrokkenheid, maar waar duidelijk ruimte is voor versterking in regie, communicatie, samenwerking en uitvoeringskracht. De ervaren afstand tussen planvorming, besluitvorming en uitvoering vormt op meerdere vlakken een aandachtspunt voor de toekomst.

6.4 Visie bestuurskracht vanuit de regio De gesprekken met regionale partners – waaronder vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio, omliggende gemeenten en de Provincie Zuid-Holland – geven een overwegend genuanceerd beeld van de bestuurskracht van Papendrecht. Er is sprake van een stabiele basis, maar tegelijkertijd worden aandachtspunten benoemd rond regionale samenwerking, bestuurlijke profilering en uitvoeringskracht. De waarnemingen zijn hieronder gestructureerd volgens de zes elementen van bestuurskracht. Stuurkracht De stuurkracht van de gemeenteraad wordt niet direct als zwak punt aangeduid, maar partners signaleren dat het denken en handelen sterk lokaal georiënteerd blijft. Er wordt primair geredeneerd vanuit Papendrechts belang, waarbij regionale afwegingen minder zwaar lijken te wegen. Dit maakt het soms lastig om brede regionale opgaven gezamenlijk op te pakken. Er is behoefte aan meer regionale oriëntatie en het besef dat toekomstige opgaven vaak grensoverschrijdend zijn. Handelingskracht De handelingskracht van het college wordt als wisselend beoordeeld. Enerzijds wordt erkend dat Papendrecht waarde hecht aan behoud van de eigen identiteit. Anderzijds ervaren partners dat de

81

gemeente in regionale processen soms reactief optreedt en minder bestuurlijk leiderschap toont op belangrijke thema’s zoals economie, onderwijs en bereikbaarheid. Bestuurlijke vertegenwoordiging wordt als belangrijk gezien om ook in bredere samenwerkingsverbanden invloed te kunnen uitoefenen. Uitvoeringskracht De uitvoeringskracht van de ambtelijke organisatie wordt op dit moment als voldoende beoordeeld. Wel wordt benoemd dat toekomstige grote opgaven – zoals de brede welvaart agenda en de uitvoering van omvangrijke investeringsprogramma’s – de uitvoeringskracht onder druk kunnen zetten. Er wordt gewezen op het belang van het tijdig versterken van capaciteit en expertise, eventueel in samenwerking met regionale partners. Samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie Het samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie wordt impliciet geraakt in de gesprekken. In regionale samenwerkingstrajecten wordt snelheid en duidelijkheid gevraagd; te veel interne afstemming kan processen vertragen. Er wordt benadrukt dat effectieve regionale samenwerking vraagt om bestuurlijke vertegenwoordiging met het juiste mandaat en snelle terugkoppeling naar de eigen achterban. Financiële draagkracht De financiële draagkracht van Papendrecht wordt over het algemeen als solide beoordeeld.

Er zijn voldoende reserves om eventuele tekorten op te vangen en de gemeente wijkt financieel niet negatief af van vergelijkbare gemeenten. Wel wordt gewezen op het risico dat omvangrijke investeringen, zoals in onderwijshuisvesting, op termijn de financiële ruimte kunnen beperken. Een slimme inrichting van ombuigingen en een strategische inzet op brede welvaart worden gezien als belangrijke voorwaarden om de financiële stabiliteit te behouden. Samenwerkingskracht Ten aanzien van de samenwerkingskracht klinkt het meest expliciete aandachtspunt. Er is waardering voor de zelfstandige positie die Papendrecht inneemt, maar tegelijkertijd constateren partners dat samenwerking in de regio moeizaam verloopt en verdere versterking vraagt. Papendrecht weet dat samenwerking noodzakelijk is, maar zoekt nog naar een goede manier om dit structureel en effectief vorm te geven. Regionale partners benadrukken dat het Rijk steeds meer inzet op samenwerking op regionaal schaalniveau en dat gemeenten hierin gezamenlijk op moeten trekken om invloed en uitvoeringskracht te behouden. Samenvattend ontstaat het beeld van Papendrecht als een degelijke en stabiele gemeente, die echter voor de opgave staat om haar rol in regionale samenwerking te versterken en haar uitvoeringskracht toekomstbestendig te maken.

Bestuurlijke betrokkenheid, het delen van strategische doelen en effectieve samenwerking worden daarbij als belangrijke voorwaarden gezien.

6.5 Inwonersperspectief bestuurskracht Het OCD toetste in haar onderzoek de mening van de panelleden over de aanpak door de gemeente van (toekomstige) uitgagingen. Daarom legde het OCD de respondenten vier stellingen voor. Deze stellingen richten zich met name op drie thema’s uit Bestuurskracht, te weten ‘samenwerkingskracht’, ‘de

82

handelingskracht’ en de ‘uitvoeringskracht’.158 De percentages in de grafiek zijn gebaseerd op panelleden met een mening over de stelling.

Figuur 5.6 Resultaten OCD bestuurskracht Regionale samenwerkingskracht Bijna zeven op de tien paneleden met een mening over de stelling van meer samenwerken met andere gemeenten in de regio (68%) vindt dat de gemeente hieraan meer moet doen om (toekomstige) uitdagingen op te pakken. Slechts 1 op de 20 leden (5%) is het (zeer) oneens met deze stelling. Het OCD vroeg deze leden om een toelichting. 157 respondenten gaven een toelichting. Respondenten geven aan dat Papendrecht te klein is om uitdagingen alleen aan te pakken. Daarom pleiten zij voor samenwerking met buurgemeenten (132 maal genoemd). Samenwerking kan bovendien leiden tot kosten besparingen (21 maal genoemd). Zo stelt één respondent: “Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Papendrecht kan de wereldproblematiek niet allen oplossen, dus moet men zoeken naar partners in de regio. Veelal levert dit ook succes op, zoals bij de recente Regiodeals. Papendrecht staat in de regio wel bekend als een gemeente die vaak 'op de rem' trapt.” Een andere respondent schrijft: “Ik heb wel eens de indruk, dat iedere gemeente steeds zelf het wiel probeert uit te vinden. Voorbeeld: eerst werd in Sliedrecht een test gedaan met het plaatsen van restafval containers, toen in Papendrecht en nog niet zolang geleden in Hendrik-Ido-Ambacht. Eén test lijkt me meer dan voldoende.

Samenwerking kan inkoopvoordelen opleveren bij het verwerven van goederen en diensten. (Standaardiseren).” Vijf procent van de panelleden (1 op de 20) is het (zeer) oneens met de stelling. Het OCD vroeg ook deze leden om een toelichting. Vijftien respondenten gaven een toelichting. Voor deze respondenten is niet duidelijk wat samenwerking oplevert. Zij wijzen hierbij naar de bestaande samenwerkingen (binnen de Drechtsteden, met de gemeente Dordrecht en/of de sociale dienst) (12 maal genoemd). Zo beschrijft een respondent: “We werken al jaren regionaal, is het voor mij niet helder wat daar nu eigenlijk het grote

De overige drie thema’s zijn vooral te beoordelen voor mensen binnen de gemeentelijke organisatie zelf en niet door regionale partners of inwoners. 158

83

resultaat van is. En aan welke uitdagingen moet ik eigenlijk denken die regionaal moeten worden aangepakt.” Samenwerkingskracht binnen gemeentegrenzen Twee derde (66%) van de panelleden verwacht dat de gemeente inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties betrekt bij het aanpakken van (toekomstige) uitdagingen. Het OCD vroeg deze leden om een toelichting. 169 respondenten gaven deze toelichting. Respondenten wijzen erop dat uitdagingen alleen kunnen worden aangepakt als inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties betrokken zijn en er voldoende draagvlak is (81 maal genoemd). Ook vinden respondenten het ‘vanzelfsprekend’ dat de gemeente inwoners, bedrijven en organisaties betrekt (26 maal genoemd). Zo beschrijft een panellid: “Betrekken van inwoners, bijvoorbeeld door dit soort enquêtes geeft draagvlak voor het beleid, ik ga er vanuit dat de gemeente en gemeenteraad dit inziet.” Soortgelijk stelt een ander lid: “Dat is altijd gelukt, waarom zou het nu niet lukken? Er is genoeg kennis en expertise in Papendrecht en in de regio. Daarom is die samenwerking met inwoners en bedrijven zo belangrijk.” Een vijfde (19%) van de panelleden is het (zeer) oneens met de stelling. Ook deze leden werden gevraagd om een toelichting. 34 respondenten gaven een toelichting.

Zij geven aan dat de gemeente hen niet betrekt bij het aanpakken van uitdagingen óf wel betrekt, maar niet luistert (25 maal genoemd). “Ze betrekken de bewoners erbij maar ze luisteren totaal niet.” Handelingskracht Een kwart (27%) van de panelleden uit Papendrecht heeft er vertrouwen in dat de gemeente (toekomstige) uitdagingen op een goede manier aanpakt. Drie op de tien panelleden (30%) is het echter (zeer) oneens met deze stelling. Het OCD vroeg eerst de leden die hier wel vertrouwen in hebben om een toelichting. 60 respondenten gaven een toelichting. Voor deze respondenten is vertrouwen een belangrijk uitgangspunt (32 maal genoemd). Daarnaast vinden zij dat de gemeente op dit moment goed bezig is (24 maal genoemd). Zo stelt een deelnemer: “Burgemeester en wethouders zitten er om deze taken naar eer en geweten uit te voeren. Ik vertrouw er op dat zij dit ook doen.” Drie op de tien paneleden (30%) is het echter (zeer) oneens met deze stelling. Het OCD vroeg deze leden om een toelichting. 72 respondenten gaven een toelichting. Deze respondenten geven aan dat de gemeente het niet goed doet of in het verleden steken heeft laten vallen (34 maal genoemd). Deze respondenten hebben geen vertrouwen in de gemeente (29 maal genoemd) en refereren in hun toelichting nadrukkelijk aan Fokker en Chemours (12 maal genoemd).

Zo stelt een respondent: “Wat ik nu in de krant lees is werkelijk om je dood te schamen. Teveel geld overmaken naar Fokker, haven opofferen geen rekening houden met de mensen die daar al jaren lid zijn, scholen bouwen ver boven het budget, miljoenen tekort moet ik nog verder gaan.” Een andere deelnemer schrijft: “De uitdagingen zijn al lang bekend maar worden steeds gebagatelliseerd. Chemours? Investeringen in Fokker?” Uitvoeringskracht Een kwart (25%) van de panelleden uit Papendrecht heeft er vertrouwen in dat de gemeente (toekomstige) uitdagingen ook daadkrachtig oppakt, maar bijna vier op de tien panelleden (37%) is het daarentegen (zeer) oneens met deze stelling.

84

Het OCD vroeg eerst de leden om een toelichting die hier wel vertrouwen in hebben. 42 respondenten gaven een toelichting. Deze lijken op de punten uit het vorige thema, handelingskracht. Voor deze respondenten is vertrouwen een belangrijk uitgangspunt (17 maal genoemd). Daarnaast vinden zij dat de gemeente op dit moment goed bezig is (17 maal genoemd). Een deelnemer zegt: “De burgermeester laat zich horen. Zet handtekeningen. De politiek is actief. Leunt niet achterover.” Een andere deelnemer schrijft: “Ook hierin hebben de voorgaande jaren mij het vertrouwen gegeven dat de gemeente Papendrecht in staat is daadkrachtig te werk te gaan. Ik heb geen voorbeelden, maar dit is puur mijn gevoel.” Bijna vier op de tien panelleden (37%) is het daarentegen (zeer) oneens met deze stelling. 67 respondenten gaven een toelichting. De toelichting van respondenten komt grotendeels overeen met de vorige stelling. Zij geven aan dat de gemeente het niet goed doet of in het verleden steken heeft laten vallen (58 maal genoemd). Deze respondenten hebben geen vertrouwen in de gemeente (15 maal genoemd) en refereren in hun toelichting nadrukkelijk aan Fokker en Chemours (5 maal genoemd).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1217/documents/16903