CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Inhoudelijke toelichting op de voorstelde wijzigingen in de Verordening Wmo 2025.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 27 november 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Voorstel tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Papendrecht (eerste wijziging) - Voorstel2.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3: Inhoudelijke toelichting Sociale Dienst Drechtsteden op de wijzigingen. 1. Wijziging aanvraagprocedure Het toegangsproces voor Wmo-maatwerkvoorzieningen bestaat uit twee delen, namelijk (1) melding en (2) aanvraag. Het meldingsproces start met een digitaal meldingsformulier en dit deel van het proces duurt wettelijk maximaal zes weken. Het aanvraagproces start eventueel na de meldings- en onderzoeksfase van zes weken. Deze fase duurt twee weken. De start van het aanvraagproces kan op dit moment op twee manieren plaatsvinden, namelijk via een ondertekend onderzoeksverslag of via een aanvraagformulier. In de gemeente Rotterdam is inmiddels een derde aanvraagmogelijkheid, namelijk het mondeling indienen van de aanvraag tijdens het huisbezoek. Dit verlicht de administratieve druk (vooral bij inwoners) en maakt het mogelijk om snel te schakelen als de situatie tijdens het huisbezoek voldoende duidelijk is. Voorstel is om deze optie toe te voegen aan de werkwijze in de Drechtsteden. In artikel 4:1 Awb is het volgende opgenomen: “Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen.”

Dat betekent dat een bepaling in de Verordening (wettelijk voorschrift) nodig is om hiervan af te wijken, maar dat het wel mogelijk is. De voorgestelde wijziging is bedoeld om dit mogelijk te maken. 2. Wijziging herindicatieproces Sinds het ontstaan van de regionale Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) geven zij beschikkingen af voor huishoudelijke ondersteuning en (later ook) voor begeleiding en dagbesteding. Daarbij was altijd het uitgangspunt om geen langdurige indicaties afgeven en de situatie steeds proactief onderzoeken, om te beoordelen of de ondersteuning nog nodig is na afloop van de indicatie. Dit zorgt voor twee knelpunten. Enerzijds is het een zware belasting voor inwoners met een levenslange en levensbrede ondersteuningsvraag. Zij zijn bij elk moment van herindicatie bang om hun ondersteuning kwijt te raken. Dit zorgt voor stress en extra tijdsinzet voor deze doelgroep. Aan de andere kant zijn de beleidskaders vanuit de Drechtsstedengemeenten steeds meer gericht op het “normaliseren” en “inzetten op zelfredzaamheid en participatie” voor de inwoners die dit kunnen. Het huidige herindicatieproces biedt onvoldoende focus op de beleidsuitgangspunten. Bovendien zijn er de landelijke ontwikkelingen die een rol spelen in het proces van herindiceren.

Zo is in 2024 de landelijke Richtlijn voor Passend beschikken verschenen, waar we vanuit de Drechtsteden aan hebben meegewerkt. Daardoor is herindiceren in een ander daglicht komen te staan. Daarom is het voorstel om het proces van (her)indiceren te herzien. Daarbij verdelen we de cliënten in drie hoofdgroepen, met elk hun eigen benadering. 1. Inwoners met een acute, maar tijdelijke ondersteuningsvraag 2. Inwoners met een ondersteuningsvraag én ontwikkelperspectief, waarbij de verwachting is dat zij op termijn weer zelfstandig, zonder maatwerkondersteuning kunnen functioneren. 3. Inwoners met een beperking waardoor professionele ondersteuning levenslang en levensbreed nodig is. Om deze nieuwe werkwijze rechtmatig uit te kunnen voeren is een wijziging van artikel 2.10 Verordening maatschappelijke ondersteuning nodig. Belangrijk om op te merken is dat dit voorstel gaat over de maatwerkvoorzieningen Wmo en dan met name over individuele begeleiding en dagbesteding en in mindere mate over huishoudelijke ondersteuning. Beschermd Wonen en Opvang vallen buiten de reikwijdte van dit voorstel, omdat de beleidsvorming hiervoor niet bij de GR Sociaal ligt.

Het voorgestelde nieuwe proces voor herindiceren Voor deze drie groepen is het voorstel om, op basis van normaliseren, het proces in te richten op een manier die past bij de ondersteuningsvraag en de beperkingen. In onderstaande tabel worden de verschillende doelgroepen beschreven en de werkwijze in het nieuwe proces. Doelgroep Inwoners met een acute, maar tijdelijke ondersteuningsvraag. Dit is vaak het geval bij kortdurende problemen van inwoners die even geen andere oplossing kunnen organiseren. De indicatie is dan kortdurend omdat het probleem van tijdelijke aard is, of omdat de inwoner even tijd nodig heeft om een eigen oplossing te vinden.

Inwoners met een ondersteuningsvraag én ontwikkelperspectief, waarbij de verwachting is dat zij op termijn weer zelfstandig, zonder ondersteuning kunnen functioneren. Of inwoners waarbij de verwachting is dat zij op termijn met lichte ondersteuning vanuit het voorveld of het netwerk kunnen functioneren.

Inwoners met een beperking waardoor professionele ondersteuning levenslang en levensbreed nodig is, maar waarbij nog geen sprake is van 'behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht'2.

Voorbeeld

Indicatie

Evaluatie

Einde indicatie

Bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning na botbreuken. Maar ook kindzorg als ouders even tijd nodig hebben om een oplossing in hun netwerk te vinden. Of kortdurende intensieve begeleiding bij een life event.

We verstrekken een tijdelijke indicatie in verband met de kortdurende ondersteuningsvraag, al dan niet ter overbrugging tot de inwoner een eigen oplossing heeft gevonden.

Geen evaluatie nodig. De indicatie zal voor 3-6 maanden worden afgegeven met een kortdurende doelstelling op de tijdelijke en acute problematiek.

Er zal geen contact op worden genomen bij de einddatum van de indicatie, omdat het een kortdurende ondersteuningsvraag betreft.

Bijvoorbeeld inwoners die als gevolg van ggzproblematiek ondersteuning nodig hebben bij het op orde brengen van het huishouden, maar dit na aanleren van planvaardigheden weer zelfstandig kunnen.

Bijvoorbeeld inwoners die vanuit zware problematiek op het gebied van autisme of dementie langdurig ondersteuning nodig hebben en waarbij geen verwachting bestaat op afschaling of ontwikkeling.

De inwoner ontvangt een indicatie voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Hier ligt een ondersteuningsplan aan ten grondslag met concrete doelstellingen en de verwachte duur om deze te behalen.

De inwoner krijgt een indicatie voor ondersteuning vanuit de maatwerkvoorzieningen Wmo. Er ligt een ondersteuningsplan aan ten grondslag waarin beschreven wordt dat er levenslange en levensbrede ondersteuning nodig is, waarbij eveneens de doelstellingen van de ondersteuning scherp worden benoemd.

Gedurende de lopende indicatie worden evaluaties ingepland. De frequentie en inhoud van de evaluaties is onder andere afhankelijk van de onderliggende problematiek, het ontwikkelpotentieel en de duur van de indicatie. De evaluatie is gericht op de vraag of de aanbieder en inwoner op koers liggen om de doelstellingen binnen de gestelde tijd te behalen.

Gedurende de lopende indicatie worden evaluaties ingepland. De evaluatie is gericht op de kwaliteit van de ondersteuning en de vraag of het wettelijk kader nog steeds het best passende kader is (onderzoek naar bijvoorbeeld overgang Wlz, of behandeling vanuit ZVW).

Voordat de indicatie afloopt (4 maanden van tevoren) ontvangt de inwoner een brief dat de einddatum van de indicatie nadert.1 We gaan ervan uit de ondersteuningsvraag in voldoende mate is opgelost en de doelen zijn behaald. Mocht dit niet het geval zijn kan de inwoner óf de aanbieder een melding doen met een nieuw ondersteuningsplan en onderbouwing welke doelstellingen nog niet behaald zijn en wat daar nog op nodig is. De consulent zal deze melding onderzoeken conform de wet- en regelgeving.

Deze indicaties worden in principe levenslang en levensbreed afgegeven. Deze zullen alleen worden gewijzigd op het moment dat uit de evaluaties blijkt dat de Wmo ondersteuning niet langer de best passende ondersteuning is.

3. Aanpassen berekening pgb-hulpmiddelen 1

Er wordt onderzocht of het technisch mogelijk een parallel bericht aan de zorgaanbieder te sturen om te voorkomen dat de inwoner tussen wal en schip raakt. 2 Wlz-algemeen: Hoe werkt de Wet langdurige zorg? | Verzekerde zorg | Zorginstituut Nederland

Voor pgb-hulpmiddelen hebben we bij de herijking van de Verordening in 2023 een nieuwe systematiek ingeregeld. Daarvoor waren de pgb-tarieven erg hoog in vergelijking tot de markttarieven voor hulpmiddelen. Dit hebben we geprobeerd bij te stellen, maar dit proces blijkt qua uitvoering tijdsintensief en arbeidsintensief voor zowel consulenten als de hulpmiddelenleveranciers. Daarom stellen we voor om een wijziging in de berekening toe te passen die het proces vereenvoudigt, maar tegelijk zorgt voor redelijke en marktconforme pgb-tarieven. 4. Voorgenomen afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis Vanaf 1 januari 2026 krijgen zorgverleners die via een persoonsgebonden budget (pgb) werken en onder de Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) vallen, recht op werknemersverzekeringen zoals de WW en de Ziektewet. De Rdah vervalt en werknemers gaan vallen onder de WW, Ziektewet en enkele andere wetten die worden aangepast. Deze wijziging volgt op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin werd geoordeeld dat de huidige uitzondering op verzekeringsplicht leidt tot indirecte discriminatie op grond van geslacht, aangezien veel pgb-zorgverleners vrouw zijn. Het wetsvoorstel beoogt deze uitzonderingspositie te beëindigen. De wetswijziging geldt voor zorgverleners die maximaal drie dagen per week ondersteuning bieden en geen zzp’er zijn.

Zij mogen ook niet in dienst zijn bij een instelling, wel afkomstig zijn uit het netwerk van de cliënt, maar geen familie zijn in de eerste of tweede graad. Zij moeten een arbeidscontract hebben met de cliënt. Om aan de nieuwe regelgeving te voldoen, moet het pgb-tarief vanaf 1 januari 2026 worden verhoogd met gemiddeld 20% om de werkgeverslasten te dekken. De financiële impact van deze wijziging is beperkt: op de ingangsdatum zijn er 44 lopende indicaties die onder de nieuwe regels vallen, wat neerkomt op een jaarlijkse meerkosten van circa €18.500 (regionaal). Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd via een structurele bijdrage van €1,8 miljoen per jaar aan het gemeentefonds, zoals vermeld in de voorjaarsnota. Om te zorgen dat de gemeentelijke uitvoering voldoet aan de nieuwe regels, vereist de wijziging ook een aanpassing van de gemeentelijke verordening maatschappelijke ondersteuning. De SDD stelt voor om per 1 januari 2026 de verordening hierop te wijzigen. De voorgestelde wijzigingen zijn enkel technisch van aard en werken in het voordeel van de cliënt. Het voorstel is bewust om er een 'kanbepaling' van te maken, omdat het nog niet 100% zeker is dat de Rdah per 1 januari 2026 wijzigt. 5.

Was- en Strijkservice als algemene voorziening In de huidige verordening staat bij de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Papendrecht en Zwijndrecht de Was- en Strijkservice nog als algemene voorziening benoemd. Aangezien deze voorziening op dit moment alleen bestaat als maatwerkvoorziening, wordt aan gemeenten geadviseerd om deze bepaling te schrappen in het hoofdstuk “Algemene voorzieningen” van de verordening. 6. Wijkhopper voorliggend aan Drechthopper Pashouders hebben momenteel de vrije keuze of zij – ook op kortere afstanden – met de Drechthopper (groepsvervoer) of de Wijkhopper (individueel) willen reizen. Deze keuze is nog gebaseerd op de introductieperiode, bij de uitrol van de Wijkhopper in de Drechtsteden sinds 2021. Hoewel nog niet overal, zijn de Wijkhoppers op steeds meer plekken in de Drechtsteden beschikbaar. Ondanks die bredere beschikbaarheid blijft een deel van de reizigers voor korte ritten de voorkeur geven aan de Drechthopper. Soms omdat de Wijkhopper voor hen niet geschikt is, maar vaak ook om minder moverende redenen. Met gevolgen voor het capaciteitsbeslag van zowel de Wijkhopper als de Drechthopper. De tarieven zijn voor beide Hoppers gelijk, zowel qua opstaptarief als kilometertarief.

Zij verschillen daarentegen in reserveringstijd (4 uur vooraf bij de Drechthopper en 1 uur vooraf bij de Wijkhopper), wat de Wijkhopper voor korte spontane ritten een extra voordeel biedt. Blijkens het laatste Klanttevredenheidsonderzoek (2025) is de tevredenheid voor beide vervoersopties hoog, met een kleine plus voor de Wijkhopper, waarbij vooral ook de lengte/duur van de rit hoog werd gewaardeerd (want zonder omrijden of extra tussenstops voor medereizigers).

Besparingspotentieel

Door het gebruik van de Wijkhopper voorliggend te stellen boven de Drechthopper voor het vervoer over korte afstanden kan het collectief vraagafhankelijk vervoer in de Drechtsteden efficiënter worden uitgevoerd. Het besparingspotentieel wordt Drechtstedenbreed - bij gelijkblijvend volume van het collectief vervoer in de Drechtsteden en onder de aanname van 15 % verbetering in benutting van de Wijkhopper - ingeschat op €67.000 op jaarbasis. Overigens moet worden opgemerkt dat “voorliggend” niet betekent dat er geen Drechthopper kan worden ingezet door Stroomlijn indien dat – omwille van feitelijke beschikbaarheid of efficiency in de routeplanning – op dat moment beter passend is. Met het bijgaande wijzigingsbesluit wordt de huidige keuzemogelijkheid voor Drechthopper en Wijkhopper voor korte afstanden voor pashouders uitgesloten, tenzij men niet is staat is om met de Wijkhopper te reizen. Dit dient bij structurele beperkingen ter beoordeling te worden voorgelegd aan de SDD, waarmee op de uitzondering gemotiveerd kan worden beschikt. Aangezien de Wijkhopper tevens een leer/werkbedrijf is, ontstaat bij verdere groei van de Wijkhopper op termijn ook groei in het leer/werkaanbod. 7.

Tariefwijziging collectief vraagafhankelijk vervoer (Hoppers) De opdracht van de gemeenteraden om de Hopper-tarieven te baseren op de OV-tarieven lijkt een eenvoudige, maar uitwerking is complexer dan vermoed en vereist op een aantal onderdelen specifieke keuzes die het eindresultaat beïnvloeden. De voorgestelde wijziging is tot stand gekomen in een ambtelijke werkgroep waarin de SDD, gemeenten en Stroomlijn samen optrokken. Hiermee wordt voldaan aan art. 8, sub b van de GR Sociaal (het in co-creatie voorbereiden van door de lokale raden vast te stellen verordeningen en beleidsplannen met betrekking tot de aan het DB gedelegeerde bevoegdheden). Huidige tarieven Voor beide Hoppers gelden dezelfde tarieven, waarbij - zowel met betrekking tot het opstaptarief als het kilometertarief - onderscheid wordt gemaakt tussen spitsuren en daluren. Het gebruik van spits- en daluren komt onder andere voort uit het feit dat voornamelijk in spitsuren, Hoppers bijvoorbeeld ook worden ingezet voor leerlingenvervoer. Voor bovenregionaal sociaal-recreatief vervoer (van meer dan vijf OV-zones) voor mensen met een handicap is er Valys (eigendom van het Ministerie van VWS), waarvoor personen die in het bezit zijn van een Wmo-indicatie voor vervoer een pas kunnen aanvragen. Zij kunnen tot 700 km op jaarbasis tegen een gereduceerd kilometertarief (€0,277) reizen en na 700km tegen voltarief (€1,653).

Valys kent geen opstaptarief. Nieuwe tarieven Op basis van een aantal beantwoordde vragen (onder meer, bij welk OV-tarief sluiten we aan, houden we een spits- en daltarief en maken we onderscheid tussen tarieven van de Drecht- en Wijkhopper) is het voorstel tot stand gekomen. Als uitkomst van de uitgewerkte adviezen op basis van alle in overweging genomen vraagpunt, wordt geadviseerd de tarieven voor de Drechthopper en Wijkhopper als volgt te vast stellen: a. Opstaptarief dal: €1,12 (= OV-tarief Qbuzz) b. Opstaptarief spits: €1,12 (= OV-tarief Qbuzz) c. Kilometertarief dal: €0,19 (= OV-tarief stadsBuzz) d. Kilometertarief spits: €0,27 (= OV-tarief stadsBuzz + 42%, afgerond op 2 decimalen ten gunste van inwoner)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1099/documents/16499