Bijlage 3 - Bestuurlijke Reactie Rekenkameronderzoek Preventief Jeugdbeleid.pdf
Tekst van het document
Aan de Rekenkamer van Papendrecht Via de secretaris, Alexander Mullenders datum behandeld door ons kenmerk onderwerp
10 december 2025 F. Simons/J. de Jong 2025-0119924 Bestuurlijke reactie rapport De effectiviteit van preventief jeugdbeleid
Geachte leden van de rekenkamer van Papendrecht, Wij hebben kennisgenomen van het eindrapport . Het rapport bevat een analyse en aanbevelingen die relevant zijn voor de verdere ontwikkeling van ons preventief jeugdbeleid. Het uitvoeren van een rekenkameronderzoek is een intensief traject. Wij waarderen de inzet van onze ambtelijke organisatie bij het tot stand komen van dit rapport. Ook een woord van dank aan de onderzoekers en de rekenkamer voor hun bijdrage. Wij onderstrepen dat het onderzoek plaatsvond in een transitiefase van ons jeugdbeleid, waarin de Routekaart Jeugd en de Samenlevingsvisie recent zijn vastgesteld. Dit maakt dat sommige bevindingen een momentopname zijn en verklaart ook dat de beleidscyclus niet als sluitend is te interpreteren. Wij zien het rapport als een tussenbalans die richting geeft aan de doorontwikkeling van de beleidscyclus. Onze reactie op de conclusies Wij herkennen ons in grote lijnen in de kern van de conclusies, met enkele nuanceringen: Ambitie en afbakening Het beleid is inderdaad ambitieus en breed van opzet. Dit is een bewuste keuze om in te spelen op lokale en landelijke opgaven binnen het brede sociale domein. Tegelijkertijd vinden wij dat een scherpe afbakening en expliciete definities van preventie noodzakelijk zijn om versnippering te voorkomen.
In het kader van afbakening merken wij op dat in het rapport de begrippen jeugdbeleid, jeugdzorg en jeugdhulp door elkaar worden gebruikt. Dit kan tot verwarring leiden, omdat deze termen verschillende betekenissen hebben: jeugdbeleid betreft het gemeentelijke kader en preventieve inzet, jeugdzorg is de verzamelnaam voor alle vormen van zorg en bescherming voor jeugdigen, en jeugdhulp is een onderdeel daarvan, gericht op ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelproblemen. Wij vinden het van belang om deze begrippen consequent en eenduidig te hanteren, zodat helder is waarover wordt gesproken. PDCA-cyclus en SMART-doelen Zoals aan het begin van deze reactie door ons is aangegeven, is het onderzoek uitgevoerd in een transitiefase van ons jeugdbeleid, waarin de Routekaart Jeugd en de Samenlevingsvisie recent zijn vastgesteld. Wij onderschrijven de aanbeveling om beleidsdoelen scherper en SMART te formuleren. Een definitief oordeel over effectiviteit achten wij op dit moment niet mogelijk, omdat het beleid nog in uitvoering is en resultaten tijd vragen.
Ontwikkelfasen en risicoprofielen Een duidelijke en structurele werkwijze voor het definiëren van doelgroepen op basis van ontwikkelfasen en risicoprofielen is van belang. Het expliciteren van deze keuzes is nodig om preventief jeugdbeleid effectief en doelgericht vorm te geven. De Routekaart Jeugd biedt hiervoor al een eerste richting en wordt in de verdere uitvoering gespecificeerd. Financiële continuïteit Preventieve inzet wordt nu inderdaad grotendeels incidenteel gefinancierd. Dit komt doordat het Rijk de afgelopen jaren vooral gebruik heeft gemaakt van SPUK-regelingen. Deze aanpak van het Rijk geeft inderdaad spanning bij het waarborgen van continuïteit ten aanzien van interventies. Wij willen hierbij benadrukken dat deze situatie niet voortkomt uit een gebrek aan visie of beleid, maar uit de realiteit waarin gemeenten de afgelopen jaren geconfronteerd zijn met een veelheid aan tijdelijke middelen vanuit het Rijk, zoals SPUK-regelingen. Het college heeft er bewust voor gekozen deze kansen niet te laten liggen, maar juist in te zetten voor onze inwoners. Daarmee is invulling gegeven aan onze verantwoordelijkheid om gezondheid en welzijn te bevorderen, ook al vraagt dit om flexibiliteit in uitvoering. We zijn van mening dat deze inzet ook aansluit bij de ambities uit de Samenlevingsvisie en de Routekaart Jeugd.
Het college stuurt actief op samenhang door gebruik te maken van het afwegingskader en maakt waar nodig keuzes om niet op alle kansen in te gaan. Daarmee werken wij toe naar een meer structurele en doelgerichte inzet. Wij zien het belang van structurele keuzes en betrekken dit bij de komende begrotingscyclus en afwegingen die moeten worden gemaakt ten aanzien van het preventieve jeugdbeleid. Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat het benutten van tijdelijke middelen in deze transitiefase bewust is ingezet om maatschappelijke meerwaarde te realiseren. Wij blijven ons inzetten om deze inzet te verbinden aan structurele beleidsdoelen. Informatievoorziening en positie raad Het is onze verantwoordelijkheid om de raad tijdig en transparant te informeren over beleidskeuzes en resultaten. De wijze waarop de raad haar kaderstellende en controlerende rol invult, is aan de raad. Een goede informatievoorziening kan bijdragen aan een scherper politiek debat en meer onderbouwde besluiten. Wij gaan graag met uw raad in gesprek om de informatievoorziening scherper af te stellen op de behoeften die er bij de raad zijn. Onze reactie op de aanbevelingen Wij zien de aanbevelingen als aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling. Een afwegingskader kan bijdragen aan transparantie en prioritering, mits dit niet leidt tot een rigide benadering.
De rolverdeling tussen raad en college blijft daarbij leidend. Ook het expliciteren van doelgroepen en risicoprofielen verdient aandacht. Dit is geen eenvoudige opgave, omdat preventie zich vaak uitstrekt over meerdere domeinen en levensfasen. Ook is de keuze voor doelgroepen een politieke keuze. Wij kiezen ervoor om deze specificering stapsgewijs te realiseren, op basis van de data die beschikbaar zijn, gekoppeld aan beleidsdoelen. Zodat de inzet van middelen doelgerichter wordt zonder de noodzakelijke flexibiliteit te verliezen. Daarnaast onderschrijven wij het belang van outcome-indicatoren, maar benadrukken dat het ontwikkelen van betrouwbare en betekenisvolle indicatoren tijd vraagt. Wij werken aan een lerend systeem dat niet alleen inzet meet, maar ook maatschappelijke effecten zichtbaar maakt. Ten aanzien van financiering geldt dat structurele keuzes noodzakelijk zijn. Deze kunnen niet los gezien worden van de bredere financiële kaders en landelijke ontwikkelingen. Wij betrekken dit onderwerp nadrukkelijk bij de komende begrotingsvoorbereiding. Als laatste is het verminderen van overlap tussen interventies een belangrijk aandachtspunt. Tegelijkertijd hechten wij aan een breed en responsief preventieaanbod. Daarom bewaken we de samenhang en doelmatigheid, maar houden ook ruimte voor initiatieven die inspelen op actuele lokale behoeften.
Tot slot De aanbevelingen vertalen wij naar concrete acties binnen het reguliere besluitvormingsproces en informeren hierover de raad. Dit alles met als doel het preventief jeugdbeleid van Papendrecht nog verder te verbeteren.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Papendrecht, de secretaris, de burgemeester,
J.M. Ansems
M.J.M. van Driel