CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.4 - Merwehoofd bijlagen.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 29 september 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 15: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan Merwehoofd, Papendrecht - Voorstel19.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MERWEHOOFD Papendrecht bestemmingsplan 29 september 2022

1/2

Merwehoofd

Papendrecht

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0590.merwehoofd‐3001

07‐06‐2021 03‐11‐2021 07‐06‐2022 29‐09‐2022

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20201339 opdrachtleider:

R.A. Sips

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave Bijlagen Bijlage 1

Archeologisch rapport

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologische quickscan

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

Bijlage 5

Memo stikstofberekening

Bijlage 6

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 7

Toetsresultaat watertoets

Bijlage 8

Toelichting watercompensatie

Bijlage 9

Reactie waterschap

Bijlage 10

Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte Merwehoofd Papendrecht (2002)

Bijlage 11

Beeldkwaliteitsplan Voormalig Fokkerterrein Papendrecht (2000)

Bijlage 12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 13

Nota beantwoording zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

4

Bijlagen Bijlage 1

Archeologisch rapport

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Ecologische quickscan

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

Bijlage 5

Memo stikstofberekening

Bijlage 6

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 7

Toetsresultaat watertoets

Bijlage 8

Toelichting watercompensatie

Bijlage 9

Reactie waterschap

Bijlage 10

Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte Merwehoofd Papendrecht (2002)

Bijlage 11

Beeldkwaliteitsplan Voormalig Fokkerterrein Papendrecht (2000)

Bijlage 12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 13

Nota beantwoording zienswijzen

Rho adviseurs voor leefruimte

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Archeologisch rapport

Rho adviseurs voor leefruimte

Archeologisch bureauonderzoek

Bolwerk (Merwehoofd), Papendrecht Gemeente Papendrecht IDDS Archeologie rapport 2668

Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteur Redactie Versie Status

A2218 5156390100 Rho Adviseurs S. Moerman D.F.A.M. van den Biggelaar 1.2 concept

Goedkeuring Gemeente Papendrecht

© IDDS Archeologie Noordwijk, februari 2022 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, foto kopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

SAMENVATTING: In opdracht van Rho Adviseurs heeft IDDS Archeologie in januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Merwehoofd aan het Bolwerk in Papendrecht, gemeente Papendrecht. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het opstellen van een bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied waarschijnlijk tot minimaal de 17e eeuw gelegen was in de riviergeul van de Merwede. Door opslibbing kwam het gebied steeds hoger en droger te liggen. Het plangebied bleef echter doorsneden door een watergang, die heeft bestaan tot aan het einde van de 20e eeuw. De zones aan weerszijden van de watergang zijn naar verwachting met minimaal 2,5 m opgehoogd. Vergelijkbaar met het eerdere onderzoek in de omgeving wordt verwacht dat de natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit geulafzettingen bedekt door komafzettingen. Deze afzettingen hebben een lage archeologische verwachting. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied in de Nieuwe tijd bebouwd is geweest. Bovendien bestaat het merendeel van het plangebied uit een gedempte watergang.

IDDS Archeologie adviseert om in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie op te nemen en om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ...............................................................4 1. INLEIDING ..................................................................................................................................5 1.1. Onderzoekskader .....................................................................................................................5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek..............................................................................5 1.3. Ligging van het plangebied .......................................................................................................6 1.4. Werkwijze.................................................................................................................................6 2. GEOLOGIE, GEOMORFOLOGIE EN BODEM ............................................................................8 2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap ............................................................................................8 2.2. Geomorfologie en geologie ..................................................................................................... 10 2.3. Bodem.................................................................................................................................... 11 3.

ARCHEOLOGISCHE EN (BOUW)HISTORISCHE INFORMATIE............................................... 13 3.1. Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden ................................................... 13 3.2. Historische situatie ................................................................................................................. 14 3.3. Huidig landgebruik .................................................................................................................. 15 3.4. Mogelijke verstoringen ............................................................................................................ 16 4.

CONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL .............................................................................. 17

5.

AANBEVELINGEN .................................................................................................................... 18

LITERATUUR EN KAARTEN ........................................................................................................... 19 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN.................................................................................. 20 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Archis-informatie 3. Locatiekaart 4. Periodentabel

3

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem

Bolwerk (Merwehoofd)

Onderzoekmeldingsnummer

5156390100

Plaats

Papendrecht

Gemeente

Papendrecht

Kadastrale aanduiding

Papendrecht D 472, 626, 655, 715

Provincie

Zuid-Holland

Coördinaten Centrum Hoekpunten

106.210/426.375 106.224/426.404 (N) 106.242/426.390 (O) 106.214/426.335 (Z) 106.167/426.371 (W)

CMA/AMK-status

Geen

Archis-monumentnummer

n.v.t.

Oppervlakte plangebied

2.400 m2

Maaiveldhoogte

0,0 m NAP

Grondwatertrap/-stand

ca. 1,5 m -mv

Onderzoekskader

Opstellen bestemmingsplan

Uitvoerder

IDDS Archeologie Contactpersoon: mevr. S. Moerman Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: smoerman@idds.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Papendrecht Postbus 11 3350 AA Papendrecht Tel: 14 078

Adviseur van de bevoegde overheid

mevr. J. Hoevenberg Postbus 8 3300 AA Dordrecht Tel: 078-7704905 E-mail: j.hoevenberg@dordrecht.nl

Beheer en plaats van documentatie

IDDS Archeologie, Noordwijk

Uitvoeringsperiode onderzoek

januari 2022

4

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

1.

Inleiding

1.1.

Onderzoekskader

In opdracht van Rho Adviseurs heeft IDDS Archeologie in januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Merwehoofd aan het Bolwerk in Papendrecht, gemeente Papendrecht. De aanleiding voor dit onderzoek is het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied. Het bestemmingsplan moet woningbouw en het uitbreiden van de bestaande waterpartij mogelijk maken (Figuur 1). In deze fase van de planvorming is nog niet bekend wat de omvang en dieptes zullen zijn van de bodemverstoringen die op zullen treden bij de geplande herinrichting.

Figuur 1: Concept bestemmingsplantekening van het plangebied (bron: opdrachtgever). 1.2.

Doel- en vraagstellingen van het onderzoek

De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek worden aanbevelingen gedaan over eventueel behoud of vervolgonderzoek. Het archeologisch bureauonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen).

5

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

1.3.

Ligging van het plangebied

De ligging van het (her) in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt tussen de straten Bolwerk in het zuidwesten, Slobbengorsweg in het noordwesten en Havenstraat in het noordoosten. De zuidoostelijke begrenzing wordt gevormd door bebouwde percelen aan de Havenstraat en de Houthaven. Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.400 m2 en een maaiveldhoogte die afloopt van ca. 4,6 m NAP in het westen tot 2,8 m NAP in het oosten. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 2. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is alleen gekeken naar de zone die, net als het plangebied, ten zuiden van de dijk gelegen is.

Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). 1.4.

Werkwijze

Bij het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische en bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd: Bron

Opmerkingen

Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK) Opdrachtgever KLIC

Niet opgevraagd

(Rijks)monumenten (via Archis)

Geen (Rijks)monumenten aanwezig

Historische situatie en mogelijke verstoringen

6

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Bron

Opmerkingen

Kadastraal minuutplan 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19e en de 20e eeuw (topotijdreis.nl) Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken

Niet van toepassing

Bodemloket (www.bodemloket.nl) voor informatie over tanks, saneringen, ontgrondingen Milieukundig bodemonderzoek

Sonnemans 2020

Militair erfgoed Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Archeologische Monumenten Kaart (AMK; via Archis) Verwachtingskaart van de gemeente Papendrecht Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten Atlas van Nederland in het Holoceen (Vos et al. 2018) Bodemkaart van Nederland (BRO; via Archis) Grondwatertrappenkaart (maps.bodemdata.nl) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO; via Archis) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; www.ahn.nl) Stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (Cohen et al. 2012) DINOloket (www.dinoloket.nl) Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie Archieven Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots Onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur

Zie literatuurlijst

7

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

2.

Geologie, geomorfologie en bodem

2.1.

Ontstaansgeschiedenis landschap

Gedurende de laatste ijstijd maakte de huidige Rijn-Maasdelta deel uit van een omvangrijke riviervlakte met vlechtende rivieren. Hierin werden voornamelijk grove zanden en grind afgezet die tot de Formatie van Kreftenheye worden gerekend. In de koudste periodes van de ijstijd vielen de rivieren droog en kon door het ontbreken van vegetatie zand worden verstoven door de wind. Het zand werd als een deken afgezet op het landschap. Dit zand wordt ook wel dekzand genoemd, en wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De grootste zandverstuivingen vonden plaats in het Late Dryas Stadiaal (ca. 13.000-11.600 jaar geleden). Het zand uit de riviervlaktes stoof in deze periodes op tot rivierduinen (donken) langs de ingesneden riviergeulen. Deze situatie is weergegeven op een reconstructie van het landschap rond 9000 voor Chr. (Figuur 3). Het plangebied maakte rond 9000 voor Chr. onderdeel uit van een rivierengebied.

Legenda Plangebied

Figuur 3: De Pleistocene ondergrond in het plangebied (bron: Vos et al. 2018). Vanaf ongeveer 9800 voor Chr. verbeterde het klimaat, wat een stijgende zeespiegel tot gevolg had. Met de zeespiegel steeg ook de grondwaterstand en ontstond veen (Basis- of Hollandveen, onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop). Het veengebied werd doorsneden door de voorlopers van de Maas en de Waal. Langs deze rivieren ontwikkelden zich smalle kleiige oeverwallen en achter de oeverwallen ontstonden komgebieden. De rivieren verplaatsten zich door het landschap, waarbij voormalige stroomgordels met veen bedekt raakten. Resten van deze stroomgordels zijn soms nog in het landschap herkenbaar omdat het zand en de klei minder inklinken dan het omliggende veen. Deze elementen in het landschap worden rivierinversieruggen (stroomruggen) genoemd. Ook de donken raakten in de loop van de tijd met veen bedekt. In Figuur 4 is te zien dat het plangebied zich vanaf 5500 voor Chr. tot tenminste 500 voor Chr. binnen de invloedssfeer van de rivier heeft bevonden en dat de rivier zich waarschijnlijk diverse malen door het plangebied heen verlegd heeft. Vanaf de Late Middeleeuwen werden verschillende rivierlopen afgedamd, grote delen van het rivierengebied bedijkt en werd het veengebied ontgonnen. De veenontginningen zorgden voor inklinking

8

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

van het landschap, waardoor het vatbaarder werd voor overstromingen. Op sommige locaties droeg ook moernering of selnering (het afgraven van het veen voor brandstof of zoutwinning) hier aan bij.

Figuur 4: Ontwikkeling van het landschap tussen 5500 voor Chr. en 100 na Chr (bron: Vos et al. 2018).

9

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

2.2.

Geomorfologie en geologie

Op de geomorfologische kaart staat het plangebied aangegeven als bebouwd gebied, waardoor geen geomorfologische eenheid bekend is (Figuur 5). Ten noorden van het plangebied staat een getijinversierug aangegeven. Uit de rivierenkaart van Cohen e.a. (2012) blijkt dat deze behoort tot de sterk meanderende Papendrecht stroomrug (Figuur 6, nr. 140). De Papendrecht was actief tussen ca. 550 voor Chr. en 250 na Chr. (2500-1700 BP). Het zand van deze stroomrug komt voor tussen -3,9 en -6,0 m NAP. Er zijn archeologische resten van bekend uit de Ijzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Uit de kaart van Cohen blijkt dat in het noordoostelijk deel van het plangebied afzettingen worden verwacht die behoren tot de stroomrug de Noord (nr. 316). In het zuidwesten van het plangebied is de geul behorende bij de stroomrug de Noord ingesneden in de stroomrug van de Zwijndrecht (nr. 206). De Zwijndrecht was actief tussen ca. 2070 en 1260 voor Chr. (4020-3210 BP). Het zand van deze stroomrug komt voor vanaf -3,2 m NAP. Er zijn geen archeologische resten van bekend. De Noord is actief sinds ca. 350 na Chr. (1600 BP). Er zijn verder geen gegevens van bekend. In de huidige situatie stroomt ten zuiden van het plangebied de rivier de Merwede. Getij-inversierug

Figuur 5: Het plangebied op de geomorfologische kaart (bron: BRO).

10

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Figuur 6: Het plangebied op de rivierenkaart van Cohen e.a. (2012). 2.3.

Bodem

Op de bodemkaart staan het plangebied en de omgeving aangegeven als bebouwd, waardoor geen bodemtype bekend is. Op basis van de hoogtekaart is het waarschijnlijk dat in het plangebied een ophogingspakket voorkomt. De maaiveldhoogte van het onbebouwde gebied ten westen van het plangebied is ongeveer 0,5 m NAP. Dat is 3 tot 4 m lager dan het maaiveld in het plangebied. Door de aanwezigheid van een dergelijk dik ophoogpakket zal in het plangebied enkel nog sprake zijn van een antropogene bodem. Dit wordt bevestigd door enkele DINOloket boringen uit de directe omgeving van het plangebied. Direct ten oosten van het plangebied is het ophoogpakket 2,75 m dik (B38C0561) en ten zuiden van het plangebied 3,6 m dik (B38C0785). Milieukundige boringen die in het plangebied zijn gezet, tonen aan dat er sprake is van een zandig ophoogpakket van minimaal 2,0 à 2,5 m dik (Sonnemans 2020). Daaronder bevindt zich klei.

11

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Figuur 7: Het plangebied op de hoogtekaart (AHN3; www.ahn.nl). Tevens zijn twee boringen uit DINOloket aangegeven die direct nabij het plangebied •liggen (www.dinoloket.nl).

12

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

3.

Archeologische en (bouw)historische informatie

3.1.

Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden

Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. In het plangebied zijn voor zover bekend geen ondergrondse bouwhistorische waarden aanwezig. Op de verwachtingskaart van de gemeente Papendrecht staat het plangebied grotendeels aangegeven als water met een onbekende verwachting (Figuur 8). Op de beleidskaart is dit vertaald naar geen archeologische verwachting. De rest van het plangebied staat aangegeven als komgebied. Daar geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten vanaf de IJzertijd.

Komgebied, middelhoog v.a. IJzertijd Papendrechtse stroomrug, hoog v.a. Romeinse tijd Dijk, hoog v.a. Late Middeleeuwen Dorpskern, hoog v.a. Late Middeleeuwen Water: onbekend Geen verwachting

Figuur 8: Het plangebied (rood omlijnd) op de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Papendrecht. In de zone direct ten westen van het plangebied zijn drie bureau- en booronderzoeken uitgevoerd (Archisnrs. 2142582100, 2368621100 en 3994113100; Ras / Van Wilgen 2007; Benerink 2012; Van Wilgen 2016). Bij alle drie de onderzoeken werden onder een (sub)recent ophoogpakket komafzettingen op geulafzettingen aangetroffen. Vermoedelijk heeft het gebied eerst deel uitgemaakt van de geul van de Merwede, waarna het op een bepaald moment zo ver was opgeslibd dat het niet meer permanent

13

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

onder water stond. Daarna heeft er vanuit de Merwede alleen nog afzetting van klei plaatsgevonden. Hierop is in het kader van de ontwikkeling van het gebied een grondlaag aangebracht. Op basis van deze landschappelijke opbouw zouden alleen resten uit de Nieuwe tijd kunnen worden verwacht, maar het historisch kaartmateriaal laat zien dat het terrein vanaf de 16e eeuw onbebouwd is geweest. 3.2.

Historische situatie

De oudst geraadpleegde kaart dateert uit 1652 (Figuur 9). Hierop is Papendrecht weergegeven als bebouwing aan weerszijden van de dijk. Tussen de dijk en de rivier komt een strook land voor met een beperkte breedte, die in gebruik is als tuinen en boomgaarden. Tegen de rand van de kaart staat een watergang aangegeven. Op basis van het rechte verloop van de watergang zoals weergegeven op deze kaart, en het afbuigen ervan zoals weergegeven op later kaartmateriaal, is het waarschijnlijk dat het plangebied halverwege de 17e eeuw in de riviergeul lag. Dit komt ook overeen met de resultaten van de booronderzoeken uit de omgeving (zie vorige paragraaf).

Figuur 9: Papendrecht op een plattegrond uit 1652 (anoniem, naar Blaeu, Rijksmuseum object RP-PAO-14-33-1). De vermoedelijke ligging van het plangebied is weergegeven met de gele ster. Topografisch kaartmateriaal uit de 19e en 20e eeuw laat zien dat het plangebied doorsneden werd door een watergang. Deze werd in de 19e eeuw aan weerzijden begrensd door een kade. Het gebied ten oosten van de watergang (“Het Eiland”) is vanaf het begin van de 20e eeuw in gebruik genomen als fabrieksterrein. Om de bouw van de fabriek mogelijk te maken zal deze hele zone zijn opgehoogd. De watergang heeft nog bestaan tot het einde van de 20e eeuw. Daarna is deze grotendeels gedempt.

14

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Figuur 10: Het plangebied (rood omlijnd) op topografisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl). 3.2.1. Tweede Wereldoorlog Omdat het plangebied in de Tweede Wereldoorlog grotendeels bestond uit een watergang is er slechts een geringe kans op het aantreffen van archeologische resten uit deze periode. 3.3.

Huidig landgebruik

Ten tijde van het onderzoek was het plangebied in gebruik als braakliggend terrein met waterpartij (Figuur 2). In het recente verleden is het gebied gedeeltelijk gebruikt als opslagterrein van bouwmaterialen. Met name direct langs de Slobbengorsweg zijn diverse kabels en leidingen aanwezig.

15

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

3.4.

Mogelijke verstoringen

In de zone direct langs de Slobbengorsweg zullen verstoringen zijn opgetreden bij het aanbrengen van kabels en leidingen.

16

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

4.

Conclusie en verwachtingsmodel

In opdracht van Rho Adviseurs is in januari 2022 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied Merwehoofd aan het Bolwerk in Papendrecht, gemeente Papendrecht. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied waarschijnlijk tot minimaal de 17e eeuw gelegen was in de riviergeul van de Merwede. Door opslibbing kwam het gebied steeds hoger en droger te liggen. Het plangebied bleef echter doorsneden door een watergang, die heeft bestaan tot aan het einde van de 20e eeuw. De zones aan weerszijden van de watergang zijn naar verwachting met minimaal 2,5 m opgehoogd. Vergelijkbaar met het eerdere onderzoek in de omgeving wordt verwacht dat de natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit geulafzettingen bedekt door komafzettingen. Deze afzettingen hebben een lage archeologische verwachting. Er zijn geen aanwijzingen dat het plangebied in de Nieuwe tijd bebouwd is geweest. Bovendien bestaat het merendeel van het plangebied uit een gedempte watergang.

17

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

5.

Aanbevelingen

Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. IDDS Archeologie adviseert om in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie op te nemen en om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Papendrecht. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een bureaustudie kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.

Wij wijzen u er graag op dat indien archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulier op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).

18

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Literatuur en kaarten Benerink, G.M.H., 2012: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen, verkennend, Hoofdkantoor Fokker, Slobbengors, Papendrecht, Gemeente Papendrecht, Heinenoord (SOB Research rapport 1972-1205). Berendsen, H.J.A., 20053 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Cohen, K.M./ E. Stouthamer/ H.J. Pierik/ A.H. Geurts, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht. Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Ras, J. / L.R. van Wilgen, 2007: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Park Slobbegors, Papendrecht, Gemeente Papendrecht, Heinenoord (SOB Research rapport 1316-0701). Sonnemans, I., 2020: Bolwerk te Papendrecht. Milieuhygiënisch vooronderzoek. Verkennend milieukundig bodemonderzoek, Noordwijk (IDDS Milieu rapport 2002N373). Vos, P. / M. van der Meulen / H. Weerts / J. Bazelmans, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. Wilgen, L.R. van, 2016: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen.

‘Plangebied Fokker Slobbengors’, Industrieweg, Papendrecht, Gemeente Papendrecht, Heinenoord (SOB Research rapport 2401-1603).

Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl

19

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB

Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Verklarende woordenlijst 14 C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.

In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)

20

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

dekzand

Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal

Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.

8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht

(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt

21

IDDS Archeologie rapport 2668 Versie 1.2 (concept)

OSL-datering

oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen

podzol pollenanalyse

prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal

stratigrafie stroomgordel stroomrug

stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.

200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.

120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied

22

Bijlage 1: Topografische kaart

Legenda plangebied

IDDS 's- Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86

integrale exper se bij ruimtelijke ontwikkeling

Project: Bolwerk (Merwehoofd), Papendrecht OM nr.: 5156390100 Versie: 1 Projectnr.: A2218 Formaat: A4 Schaal: Datum: 4-2-2022 Tekenaar: SMO

Bijlage 4: Periodentabel

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

Bolwerk te Papendrecht Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Kenmerk Datum

: 2002N373/ISO/rap1 : 26 maart 2020

Opdrachtgever : Merwehoofd VOF Dhr. W. Romijn Postbus 16 3350 AA Papendrecht

Goedkeuring

Functie

Datum

De heer I. Sonnemans MA (Adviseur milieu)

Opsteller, auteur

26-03-2020

De heer ir. A. van Dortmont (Senior projectleider)

2e lezerschap en vrijgave

26-03-2020

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 4

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................... 6 2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK .................................................................................. 6

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ........................................................................... 7

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................ 8

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST ..................................................................................... 8

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................... 10

2.6

BEINVLOEDING .............................................................................................................. 11

2.7

BODEMVERONTREINIGING ......................................................................................... 12

2.8

TERREINVERKENNING ................................................................................................. 12

2.9

BEOORDELING .............................................................................................................. 13

2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ..................................................................... 14 3.

4.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK .............................................................................. 15 3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................... 15

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK ................................................................................. 15

3.3

UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................. 17

3.4

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................... 18

3.5

INTERPRETATIE ............................................................................................................ 20

3.6

TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................... 20

3.7

CONCLUSIES ................................................................................................................. 21

3.8

AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 21

BETROUWBAARHEID ....................................................................................................... 22

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 2 van 22

BIJLAGEN

1. 1.1 1.2

Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening

2. 2.1 2.2

Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage

3. 3.1 3.2

Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda

4. 4.1 4.2

Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater

5. 5.1 5.2 5.3

Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Toetsingstabel PFAS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 3 van 22

1.

INLEIDING

In opdracht van Merwehoofd VOF is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Bolwerk te Papendrecht.

Afbeelding 1: Voorlopige plattegrond bouwplan (bron: Opdrachtgever)

Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een omgevingsvergunningaanvraag (activiteit bouwen) vergezeld te gaan van een rapportage inzake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 4 van 22

van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd.

Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 5 van 22

2.

MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK

2.1

AANLEIDING VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 6 van 22

2.2

AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Bolwerk

Postcode / Plaats

3351 NJ

Gemeente

Papendrecht

Provincie

Zuid-Holland

RD-coördinaten

Omschrijving

globaal middelpunt onderzoekslocatie

X

106186

Y

426368

Hoogte maaiveld

Z

Circa 4,1 m NAP

Kadastraal

Gemeente

Papendrecht

Gemeentecode

PPD00

Sectie

D

Nummers

666 (gedeeltelijk)

Totaal

550 / 1200 m2

Bebouwd

0 m2

Verharding

Geen

Alle richtingen

Rondom de locatie is sprake van (nieuwbouw) woningen, waterpartijen en openbaar groen. Het openbaar gebied betreft het Bolwerk en de Slobbengorsweg.

Oppervlaktes (m²)

Belendingen

#1

#2

Afbeelding 2: onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO

25 meter buiten kadastrale grenzen

-

Conclusie Afbakening voldoende #1: Gemeente Papendrecht #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 7 van 22

2.3

POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking

Bronnen

Voormalig gebruik

Uit historische bronnen is bekend dat de locatie tot medio jaren ’90 grotendeels bestond uit een rivier (de Gantel/ Papendrechtse Geul), welke vervolgens gedempt is. Het noordwestelijke deel van het terrein was gelegen ter plaatse van een dijklichaam en het zuidoostelijk deel van de onderzoeklocatie maakte deel uit van het terrein van de Fokker- fabriek van de jaren 30 tot de jaren 90.

Potentiele bronnen

Er is sprake van een demping met materiaal van onbekende kwaliteit en oorsprong. Het is onbekend wat de beïnvloeding van de voormalige naastgelegen fabriek op de locatie kan zijn geweest.

Huidig gebruik

Braakliggend terrein

Potentiele bronnen

In de huidige situatie zijn geen potentiele bronnen van bodemverontreiniging bekend.

Toekomstig gebruik

Nieuwbouw (appartementen)

#1 / #2

-

Conclusie De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de demping van de voormalige watergang. Ook Is het mogelijk dat het naastgelegen fabrieksterrein een negatief effect heeft gehad op de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Topotijdreis

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 8 van 22

2.4

BODEMKWALITEIT EN ASBEST

TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest

Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.

#1

Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie ter plaatse van een gedempte watergang is het aannemelijk dat sprake is van puinbijmengingen. Bodemkwaliteit

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitszone

Zeer licht verontreinigd

Ontgravingskaart boven- en ondergrond

Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Industrie (heterogeen) Ondergrond (0,5- 2,0 m-mv) : Industrie (heterogeen)

#2

Conclusie De bodem is wel asbestverdacht. Vanuit de generieke bodemkwaliteitskaarten wordt verwacht dat de boven- en ondergrond hoogstens licht verontreinigd zijn. #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Interactieve bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 9 van 22

2.5

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)

Bronnen 0,0 - 3,5 m-mv

Klei (antropogeen)

3,5 - 5,0 m-mv

Zand

Grondwaterstand freatisch

Circa 1,5 m-mv

#1

Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf het Bolwerk richting de Gantel zal stromen en derhalve noordelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie

0,0 - 18,0 m-mv

Deklaag

18,0 - 30,0 m-mv

1e watervoerend pakket

30,0 - 80,0 m-mv

1e afsluitende laag

e

Bodemvreemde lagen

Stijghoogte 1 WVP

Ca. 4 m-mv (0,9 m-NAP)

Stromingsrichting 1e WVP

West

Infiltratie/kwel

Infiltratie

De reeds genoemde demping ter plaatste van de voormalige watergang.

Conclusie Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie kan sprake zijn van bodemvreemde lagen ten gevolge van de demping van de voormalige watergang. #1: DINOloket / Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 10 van 22

2.6

BEINVLOEDING

TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding

Bronnen Lokaal: Alle potentieel bodembedreigende activiteiten in de omgeving zijn gestaakt en gesaneerd. Er wordt derhalve op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.

#1

Regionaal: De onderzoekslocatie is gelegen binnen de Drechtsteden regio, gelegen onder de rook van de Chemoursfabriek.. Derhalve is de grond verdacht op PFAS en GenX. Conclusie Er is voor zover bekend sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater, vanwege de nabijheid van de Chemoursfabriek. #1: Bodemloket

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 11 van 22

2.7

BODEMVERONTREINIGING

TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking

Bronnen

Onderzoek ter plaatse van de locatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken besloegen allen een groter onderzoeksgebied dan enkel onderhavige onderzoekslocatie

#1 / #2

Het enige rapport waarvan de resultaten inzichtelijk zijn, is het (voor zover bekend) meest recente onderzoek, uitgevoerd door Milieudienst Zuid-Holland Zuid d.d. 04-09-2000 met als referentie PA00.5204. Hierin wordt geconcludeerd dat door het dempingsmateriaal lichte tot matige verontreinigingen in de grond en het grondwater aanwezig zijn en de locatie geschikt is voor een woonbestemming. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek

Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zie bijlage 2.

#1 / #2

Conclusie Er wordt geen geval van ernstige bodemverontreiniging verwacht. #1: Bodemloket, Omgevingsrapportage Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid #2: Archief IDDS

2.8

TERREINVERKENNING

De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 6 maart 2020 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden. Op basis van de terreinverkenning hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter beeldvorming van de locatie is een fotoreportage opgenomen in bijlage 2.2 van onderhavig rapport.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 12 van 22

2.9

BEOORDELING

Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving

Reden afwijking

Afwijking

Geen

-

Gevolgen betrouwbaarheid

-

-

Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen

-

-

Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 13 van 22

2.10

CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar.

TABEL 2.10.1 Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie

Gehele onderzoekslocatie behoudens de ondergenoemde aandachtgebieden

Conclusie

Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem lichte tot matige verontreinigingen verwacht.

Hypothese

Verdacht Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK, PFAS/PFOA, GenX en asbest.

Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 14 van 22

3.

VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1. TABEL 3.1: Onderzoeksstrategie (Deel)locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein

NEN 5740+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie.

Opmerking

Optioneel / beschrijving aanvulling op strategie

Gedempte watergang

Het onderzoek ter plaatse van de gedempte watergang heeft als doel om na gegaan in hoeverre de demping visueel nog is terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten. Dit wordt gecombineerd met het onderzoek van het gehele terrein. Alle boringen worden doorgezet tot 4,0 m-mv.

3.2

UITVOERING VELDONDERZOEK

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.1 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 06-03-2020 Uitvoerende partij

VeldXpert

BRL SIKB / protocol

BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002

Onderzoeksaspect

Meetpunten

Gehele terrein

Type

Diepte [m-mv]

Aantal

Boring

0,9-3,5

9

Peilbuis

5,5 4,0

1 1

Codering

Bijzonderheden

01, 02, 03, 05, 06, 07, 09, 10, 11 04 08

Allen gestaakt, vermoedelijk op puin

Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Bolwerk te Papendrecht Kenmerk rapportage: 2002N373/ISO/rap1 Pagina 15 van 22

Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De bodem bestaat tot een diepte van circa 2 m-mv overwegend uit zand; Vanaf deze diepte tot de geboorde diepte van maximaal 5,5 m-mv bestaat de bodem uit klei.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

-

In de grond is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name bijmengingen met baksteen en beton, plaatselijk is ook plastic, tegel, houtskool, bot, metselpuin en piepschuim aangetroffen. Er zijn geen slibresten aangetroffen ter plaatse van de voormalige watergang.

Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/562/documents/9295