CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - was-wordt tabel Huisvestingsverordening 2023 gemeente Papendrecht tbv college 18 april 2023.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 8 juni 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 12: Huisvestingsverordening 2023 - Voorstel6.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was/wordt tabel Huisvestingsverordening gemeente Papendrecht 2023 – voorstel Zuiver technische aanpassingen, waaronder omnummeringen, aan de verordening zijn in dit overzicht niet meegenomen. Noot: onderstaande tabel heeft alleen betrekking op de regionaal gedeelde voorrangsregeling binnen de huisvestingsverordening. De regelgeving rondom de opkoopbescherming is geheel nieuw.

Huisvestingsverordening 2019

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

Toelichting

Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Definities toegevoegd / gewijzigd:

a. Basis Registratie Personen: de basisregistratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; b. calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijsbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; c. DG&J: het openbaar lichaam Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; d. het college: het college van burgemeester en wethouders; e. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; f. huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; g. huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt; h. ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte; i. inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; j. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning

a. b. c. d.

e.

f. g. h.

i. j.

k.

Basis Registratie Personen: de basis registratie zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Wet Basisregistratie Personen; Beschermde woonruimte: in artikel 3.1, tweede lid, aangewezen goedkope of middeldure woonruimte; Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; calamiteit: een van binnen of van buiten komend onheil, dat onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de bewoner(s) is veroorzaakt; datum van inschrijving: datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van woonruimte aan de nieuwe eigenaar; DG&J: Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid; het college: het college van burgemeester en wethouders; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; huishoudinkomen: huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type woonruimte waarvoor een woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking komt; ingezetene: degene die volgens de inschrijving in de Basis Registratie Personen woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen woonruimte. Pagina 1 van 12

 Beschermde woonruimte  (wet) Bibop,  Datum van inschrijving  Inkomen  Inwoning  Lijst van opvang- en begeleidingsinstel-lingen  Prestatieafspraken  Onzelfstandige woonruimte  Standplaatszoekende  Vergunninghouder (uit Huisvestingswet 2014)  Verhuurvergunning opkoopbescherming  WOZ-waarde  Zelfstandige woning Definitie verwijderd:  woonprofiel

Huisvestingsverordening 2019 leveren met een verblijfscomponent waarvan de cliënten op basis van art. 2.1.11 in aanmerking kunnen komen voor voorrang; k. maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de regio; l. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1. eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; m. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; n. Prestatieafspraken: lokale afspraken tussen de gemeente en de woningcorporatie die in de gemeente actief is; o. PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college gemandateerd kan worden te beslissen op aanvragen voor voorrang, de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid Holland Zuid / Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) en de Sociale Dienst Drechtsteden; p. regio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-IdoAmbacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; q.

register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; r. standplaats: het daaromtrent in artikel 1 lid f van de Huisvestingswet bepaalde; s. standplaatszoekende: degene die is ingeschreven op de wachtlijst genoemd in artikel 2.2.3 van de verordening; t. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; u. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert;

Huisvestingsverordening 2023 voorstel l.

inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in Artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; m. inkomensgrens: de maximale inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; n. inwoning: het bewonen van een deel van een woonruimte , die door een ander huishouden – tevens eigenaar - als hoofdbewoner in gebruik is; o. lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen: lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen van door de gemeente gecontracteerde aanbieders die ondersteuning leveren met een verblijfscomponent.; p. maatschappelijke binding: er is sprake van maatschappelijke binding als de aanvrager ten minste drie jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de regio. q. mantelzorg: zorg zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; r. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; s. Prestatieafspraken: afspraken als bedoeld in artikel 42 van de Woningwet over de wijze waarop de in de gemeente werkzame woningcorporaties een bijdrage leveren aan de gemeentelijke woonvisie; t.

PUV (Platform Uitvoering Voorrangsregeling): overlegorgaan voor toedeling van voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV zijn vertegenwoordigd: de woningcorporaties, de ambtenaar die door het college van burgemeester en wethouders gemandateerd kan worden te beslissen op aanvragen voor voorrang, de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland zuid / Specialistisch Team Wonen (DG&J Specialistisch Team Wonen) en de Sociale Dienst Drechtsteden; u. regio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; v. register van woningzoekenden: gegevens van woningzoekenden zoals vastgelegd door de woningcorporaties in de Drechtsteden; w. standplaats: het daaromtrent in artikel 1 lid f van de

Pagina 2 van 12

Toelichting

Huisvestingsverordening 2019 v. woningzoekende volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; w. woonprofiel: het woonprofiel geeft aan welke woonruimte voor de aanvraag passend wordt geacht; x. woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l van de Huisvestingswet bepaalde; y. woonruimtevoorraad: gebouwen of delen van gebouwen die op enig moment bestemd zijn voor bewoning zonder dat hiervoor afgeweken hoeft te worden van het bestemmingsplan / omgevingsplan; z. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats, in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;

Huisvestingsverordening 2023 voorstel Huisvestingswet bepaalde; standplaatszoekende: degene die is ingeschreven op de wachtlijst genoemd in artikel 2.2.3 van de verordening en aantoonbaar deel uitmaakt van een culturele groep waarbij de woonwagen onderdeel is van de culturele identiteit. Daartoe worden gerekend Roma, Sinti, reizigers en circus- en kermisfamilies met een woonwagenverleden. y. vergunninghouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000; z. verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de Huisvestingswet 2014; aa. voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; bb. woningcorporatie: een toegelaten instelling, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die sociale huurwoningen exploiteert en werkzaam is in één of meer gemeenten in de regio; cc. woningzoekende: volwassene (18 jaar en ouder) in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfstitel, die is ingeschreven in het register van woningzoekenden; dd.

woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub l van de Huisvestingswet bepaalde; ee. woonruimtevoorraad: gebouwen of delen van gebouwen die op enig moment bestemd zijn voor bewoning zonder dat hiervoor afgeweken hoeft te worden van het bestemmingsplan / omgevingsplan; ff. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats, in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; gg. WOZ-waarde: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum van inschrijving; hh. Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke x.

Pagina 3 van 12

Toelichting

Huisvestingsverordening 2019

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

Toelichting

voorzieningen buiten die woonruimte. Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring 1.

2.

3.

Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekende behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden met een mantelzorg indicatie; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.

1.

2.

3.

Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking komt voor de toewijzing van een woonruimte. Tot de in lid 1 genoemde categorieën woningzoekenden behoren: a. woningzoekenden met een medische indicatie; b. woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen; c. woningzoekenden met een sociale indicatie; d. daklozen als gevolg van een calamiteit; e. personen die een opvang- of begeleidingsinstelling moeten verlaten; f. vergunninghouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen als bedoeld in artikel 8, onder a, b, c of d van de Vreemdelingenwet 2000; g. huishoudens die als gevolg van een sloop- of herstructureringsplan hun woning moeten verlaten; h. huishoudens die een zeer schaarse sociale huurwoning achterlaten.

Mantelzorgindicatie bestaat niet. Zie ook aanpassing artikel 2.1.8.

Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren aan de voorzitter van het PUV.

Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in lid 1 mandateren aan de voorzitter van het PUV.

Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1.

Artikel 2.1.1 Voorrangsverklaring

Voor een voorrangsregeling komen in aanmerking de woningzoekenden die: a. een inkomen hebben onder de inkomensgrens met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder f en g en b. maatschappelijk binding hebben, met uitzondering van de

Artikel 2.1.2 Toegang tot de voorrangsregeling Het college kan een voorrangsverklaring verstrekken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1.

Voor een voorrangsregeling komen in aanmerking de woningzoekenden die: a. een inkomen hebben onder de inkomensgrens met uitzondering van de categorie woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a indien sprake is van een Wmo indicatie op medische

Pagina 4 van 12

Wmo indicatie op medische basis vormt een extra uitzonderingscategorie in relatie tot de inkomensgrens.

Huisvestingsverordening 2019

c.

2.

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, f en g en beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b en f. Voor woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder e geldt dat zij vóór hun opname in een instelling over zelfstandige woonruimte in de regio hebben beschikt met uitzondering van jongeren tot 27 jaar of indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie leidt.

Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat aanvrager aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem.

b.

c.

2.

basis, f en g en maatschappelijk binding hebben, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b, f en g en beschikken over zelfstandige woonruimte in de regio, met uitzondering van de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder b en f. Voor woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder e geldt dat zij vóór hun opname in een instelling over zelfstandige woonruimte in de regio hebben beschikt met uitzondering van jongeren tot 27 jaar of indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie leidt.

Voor de categorieën woningzoekenden zoals genoemd in artikel 2.1.1 lid 2 onder a en c geldt dat woningzoekende aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om een oplossing te vinden voor zijn huisvestingsprobleem.

Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring

Artikel 2.1.3 Aanvragen van een voorrangsverklaring

1.

3.

2.

Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college beschikbaar te stellen aanvraagformulier. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier volledig en naar waarheid in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.

4.

Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het college, via een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht het door het college beschikbaar gestelde aanvraagformulier volledig en naar waarheid in te vullen en alle daarin gevraagde bewijsstukken te overleggen.

Artikel 2.1.4 Beoordeling van aanvraag voorrangsverklaring Bij de beoordeling van de aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.

Artikel 2.1.4 Beoordeling van een aanvraag voorrangsverklaring Bij de beoordeling van een aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het college zich laten adviseren door een door het college aan te wijzen instantie.

Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring De voorrangsverklaring wordt geweigerd in de volgende gevallen:

Artikel 2.1.5 Weigeringsgronden voorrangsverklaring De voorrangsverklaring wordt geweigerd in de volgende gevallen:

a.

de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.2, tweede lid, van

Toelichting

a.

de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.2, tweede lid, van Pagina 5 van 12

Duidelijker en consistent gebruik van 'woningzoekende'. Tevens correcte verwijzing naar

Huisvestingsverordening 2019

b.

c. d. e. f.

g. h.

de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling; de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen; de aanvrager wordt in staat geacht zonder voorrang binnen een redelijke termijn aan geschikte woonruimte te komen; de aanvrager heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend; de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; de aanvrager heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.10 of artikel 2.1.14; de woningzoekende heeft na het ontstaan van de noodsituatie die de aanleiding vormt voor de urgentieaanvraag een sociale huurwoning geweigerd.

Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven 1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. Bovendien dient de aanvrager daarvoor: a. aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of b. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest. c. Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de aanvrager aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

b.

c. d. e. f.

g. h. i.

de verordening geen toegang tot de voorrangsregeling; de aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; de woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen; de woningzoekende wordt in staat geacht om zonder voorrang en binnen een redelijke termijn aan passende woonruimte te komen. de woningzoekende heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend; de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; de woningzoekende is inwonend; de woningzoekende heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11; de woningzoekende heeft na het ontstaan van het huisvestingsprobleem dat de aanleiding vormt voor de aanvraag van een voorrangsverklaring een aanbod van een sociale huurwoning geweigerd.

Artikel 2.1.6 Eigen initiatieven 2. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijke heeft gedaan om daar een oplossing voor te vinden. De woningzoekende dient daarvoor: a. aan te tonen dat hij gedurende acht achtereenvolgende weken zonder resultaat meegedongen heeft naar iedere woning die via de woonruimteverdelingssystemen in de regio is aangeboden, voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem, of b. aan te tonen dat gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij zijn omstandigheden passend woningaanbod is geweest.

2.

Afwijking van het bepaalde in het vorige lid is mogelijk, indien de woningzoekende aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn.

Pagina 6 van 12

Toelichting artikelnummer.

Consistent gebruik 'woningzoekende'.

Huisvestingsverordening 2019

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

Toelichting

Artikel 2.1.7 Voorrangsgrond: medische indicatie

Consistent gebruik 'woningzoekende' en kan bepaling opgenomen op advies van het PUV in verband met uitvoeringspraktijk..

toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn. Artikel 2.1.7 Voorrangsgronden: medische indicatie 1.

2. 3. 4.

De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing van medische aard wordt voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. Het PUV kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau of door de DG&J. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.

Artikel 2.1.8 Voorrangsgronden: mantelzorg indicatie 1.

2.

3.

De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt voor mantelzorgindicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aannemelijk maakt dat hij in Papendrecht zorg gaat verlenen aan of ontvangen van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en b. de reistijd in verband met de te verlenen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen / ontvangen van mantelzorg wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV . Het PUV kan zich op medisch terrein laten adviseren door het aangewezen medisch adviesbureau of door de DG&J.

Artikel 2.1.9 Voorrangsgronden: sociale indicatie 1.

De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een probleem

1.

2. 3. 4.

De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op medische indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. Een aanvraag om voorrang bij woningtoewijzing van medische aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een medisch adviesbureau of door de DG&J. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor voorrang op grond van medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel.

Artikel 2.1.8 Voorrangsgrond: mantelzorg 1.

2.

3.

De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op grond van mantelzorg in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien: a. hij aantoont dat hij in Papendrecht zorg gaat verlenen aan of ontvangen van een naaste gedurende meer dan 8 uur per week, en b. de reistijd in verband met de te verlenen of te ontvangen mantelzorg meer dan 2 uur per dag is. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen of het ontvangen van mantelzorg kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV . Het college kan zich op medisch terrein laten adviseren door een aangewezen medisch adviesbureau of door de DG&J.

Artikel 2.1.9 Voorrangsgrond: sociale indicatie 1.

De woningzoekende, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een Pagina 7 van 12

Duidelijker omschrijving 'mantelzorg' en consistent gebruik 'woningzoekende' en kan bepaling opgenomen op advies van het PUV in verband met uitvoeringspraktijk..

Duidelijker en consistent gebruik 'woningzoekende' en kan bepaling opgenomen op advies van het PUV in verband met

Huisvestingsverordening 2019

2.

3. 4.

5.

heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV . Het PUV kan zich laten adviseren door de DG&J. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel. Voorrangscriteria sociale indicatie:

Voorrangscriterium a. leefbaarheid

b. financiële nood

c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren)

Omschrijving Aanvrager ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en is geen medeveroorzaker. door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het huishoudinkomen dreigt aanvrager dakloos te worden. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de aanvrager aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien kan geen aanspraak worden gemaakt op voorrang.

Artikel 2.1.10 Voorrangsgronden: dakloos buiten schuld door calamiteiten 1.

Indien de woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

2.

3. 4.

5.

probleem heeft van sociale en/of maatschappelijke aard dat past binnen de criteria genoemd in lid 5 onder a, b of c van dit artikel en waardoor de huidige zelfstandige woning niet langer geschikt is. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van sociale en/of maatschappelijke aard kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV . Het college kan zich laten adviseren door de DG&J. De woningzoekende komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van de huidige woning al een sociaal en/of maatschappelijk probleem had als genoemd in lid 1 van dit artikel. Voorrangscriteria sociale indicatie:

Voorrangscriterium a. leefbaarheid

b. financiële nood

c. dreigende dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren)

Omschrijving woningzoekende ondervindt ernstige, structurele problemen van sociale/maatschappelijke aard in de directe woonomgeving en is geen medeveroorzaker. door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het huishoudinkomen dreigt woningzoekende dakloos te worden. er is sprake van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar de volledige zorg draagt en aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/de kinderen in woonruimte kan voorzien komt woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang.

Artikel 2.1.10 Voorrangsgrond: dakloos buiten schuld door calamiteiten 1.

Indien een woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is geworden en niet hersteld kan worden, ontstaat er een directe Pagina 8 van 12

Toelichting uitvoeringspraktijk..

Huisvestingsverordening 2019

2.

noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen is, wordt/ worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. Het criterium "dakloos buiten schuld" is alleen van toepassing op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een vrijwillig zwervend bestaan is geen reden voor een voorrangsverklaring.

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

2.

noodzaak tot herhuisvesting van de dakloos geworden bewoner(s). . Het college stelt vast of en in hoeverre de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen is, wordt/ worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien niet via een verzekering huisvesting elders kan worden verkregen. Het criterium "dakloos buiten schuld" is alleen van toepassing op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een vrijwillig zwervend bestaan is geen reden voor het verstrekken van een voorrangsverklaring.

Artikel 2.1.11 Voorrangsgronden: verlaten instelling

Artikel 2.1.11 Voorrangsgrond: verlaten instelling

1.

1.

2.

3.

De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een opvang- en begeleidingsinstelling in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de aanvrager is opgenomen geweest in een opvang- en begeleidingsinstelling, die vermeld is op de lijst van opvangen begeleidingsinstellingen en; b. de aanvrager is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld en; c. de aanvrager beschikte vóór zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar en; d. de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door de opvangen begeleidingsinstelling en; e. de opvang- en begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de cliënt, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren. Van de voorwaarde van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is; De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een penitentiaire instelling in aanmerking onder de

2.

3.

Toelichting

De woningzoekende komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een opvang- en begeleidingsinstelling indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de woningzoekende is opgenomen geweest in een opvang- en begeleidingsinstelling, die vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen en; b. de woningzoekende is minimaal 6 maanden aaneengesloten opgenomen geweest, tenzij sprake is van opname in een instelling gericht op begeleiding van slachtoffers van huiselijk geweld en; c. de woningzoekende beschikte vóór zijn opname aantoonbaar over zelfstandige huisvesting in de regio, met uitzondering van jongeren tot 27 jaar en; d. de aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt gedaan door de opvang- en begeleidingsinstelling en; e. de opvang- en begeleidingsinstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring dat de woningzoekende, al dan niet onder begeleiding, in staat is zelfstandig een huishouding te voeren. Van de voorwaarde van maatschappelijke binding aan de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is; De woningzoekende komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring op basis van het verlaten van een penitentiaire inrichting onder de

Pagina 9 van 12

Consistent gebruik 'woningzoekende' en kan-bepaling opgenomen op advies van het PUV in verband met uitvoeringspraktijk.

Huisvestingsverordening 2019

4.

5.

volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig, en b. de aanvrager beschikte vóór zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio, en c. de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door het 'Platform nazorg ex-gedetineerden'. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten van een instelling wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. Het PUV kan zich laten adviseren door de DG&J.

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

4.

5.

Toelichting

volgende voorwaarden: a. de woningzoekende heeft wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig, en b. de woningzoekende beschikte vóór zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in de regio, en c. de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door het 'Platform nazorg ex-gedetineerden'. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met het verlaten van een penitentiaire inrichting kan voor een gemotiveerd advies worden voorgelegd aan het PUV. Het college kan zich laten adviseren door de DG&J.

Artikel 2.1.12 Voorrangsgronden: herstructurering Degene die gedwongen is zijn hun huurwoning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komt in aanmerking voor voorrang op basis van herstructurering bij de toewijzing van een woning.

Artikel 2.1.12 Voorrangsgrond: herstructurering Bewoners die gedwongen zijn hun huurwoning voorgoed te verlaten in verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om verstrekkende maatregelen te treffen, dat is opgenomen in de prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komen in aanmerking voor voorrang op basis van herstructurering bij de toewijzing van een woning.

Artikel 2.1.13 Voorrangsgronden: sloop De bewoner van een woning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een woning die in het bezit is van de corporatie van wie hij de te slopen woning huurt op moment dat een vergunning verstrekt is voor de sloop.

Artikel 2.1.13 Voorrangsgrond: sloop De bewoner van een huurwoning die gesloopt wordt komt in aanmerking voor voorrang bij de toewijzing van een huurwoning die in het bezit is van de woningcorporatie van wie hij de te slopen woning huurt op het moment dat een vergunning voor sloop is verstrekt.

Het gaat hier altijd om een huurwoning van een corporatie.

Artikel 2.1.14 Voorrangsgronden: verblijfsgerechtigden Een aanvrager komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet.

Artikel 2.1.14 Voorrangsgrond: vergunninghouders Een vergunninghouder komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de Huisvestingswet 2014.

Tekstueel: gelijke terminologie als in de huisvestingswet 2014, zie ook definitie vergunninghouder’

Artikel 2.1.15 Voorrangsgronden: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen Een bewoner die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.

Artikel 2.1.15 Voorrangsgrond: beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen Een woningzoekende die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te krijgen.

Consistent gebruik 'woningzoekende'.

Pagina 10 van 12

Huisvestingsverordening 2019

Huisvestingsverordening 2023 voorstel

Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:

Artikel 2.1.16 Inhoud van de voorrangsverklaring Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende zaken:

a. b. c.

b. c.

d. e.

de naam en de contactgegevens van de aanvrager; de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3; het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik kan worden gemaakt; voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt.

Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, vervallen voorrangsverklaring 1. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring. 2. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. de aanvrager niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. 3. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege indien de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn voorrangsverklaring is gekoppeld. 4. Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn. 5. Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 mandateren aan de voorzitter van het PUV.

d. e.

Toelichting

a. de naam en de contactgegevens van de woningzoekende; de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1.3; het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; de termijn waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van de voorrangsverklaring; voor welke gemeenten de voorrangsverklaring geldt.

Artikel 2.1.18 Wijziging, intrekking, verlenging, vervallen voorrangsverklaring 1. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring. 2. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken, indien: d. aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; e. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; f. de woningzoekende niet in staat blijkt om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. g. een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.1.16, onder c genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd; 3. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege indien de woningzoekende, indien hij zelf mag reageren op de aangeboden woningvoorraad, niet binnen een termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die past binnen het huisvestingsprofiel dat aan zijn Pagina 11 van 12

Woonprofiel is vervangen door huisvestingsprofiel

Huisvestingsverordening 2019

Huisvestingsverordening 2023 voorstel 4. 5.

Toelichting

voorrangsverklaring is gekoppeld. Het college kan besluiten tot verlenging van de in artikel 2.1.16, onder d genoemde termijn, indien daar naar zijn oordeel gegronde redenen voor zijn. Het college kan zijn bevoegdheid als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 mandateren aan de voorzitter van het PUV.

Artikel 2.1.19 lid 1 Het college maakt jaarlijks contingentafspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die in het kader van de uitstroom uit instellingen voor maatschappelijke opvang, residentiële instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex-gedetineerden en van zorg-doelgroepen die geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling, gericht wordt toegewezen.

Artikel 2.1.19 lid 1 Het college maakt periodiek contingent-afspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur vrijkomende woonruimte, die in het kader van de uitstroom uit instellingen voor maatschappelijke opvang, residentiële instellingen voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex-gedetineerden en van zorg-doelgroepen die geen aanspraak kunnen maken op de voorrangsregeling, gericht wordt toegewezen.

Niet alle gemeenten maken jaarlijks prestatie afspraken (zo ook Papendrecht) vandaar het woord periodiek.

Artikel 2.1.20 lid 2 Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Artikel 2.1.20 lid 2 Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, behoudt de jongere diens inschrijfduur en vervalt de inschrijving om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Andere formulering ter verduidelijking

Artikel 2.1.20 lid 3

Artikel 2.1.20 lid 3

Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 7:271, eerste lid, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, behoudt de huurder zijn inschrijfduur om in aanmerking te komen voor een woonruimte.

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/659/documents/10741