Bijlage 2 - Vergelijking scenarios en scorekaart.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 Vergelijking scenario's haalbaarheidsonderzoek VO met scorekaart. 1. Scorekaart en criteria Inleiding In het haalbaarheidsonderzoek "Naar toekomstbestendige VO-scholen in Papendrecht" (Synarchis, 24 augustus 2021) wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het voortgezet onderwijs in Papendrecht toekomstbestendig kan worden gehuisvest op de voorkeurslocaties. In de hoofdstukken 8 tot en met 11 worden vier scenario's beschreven. Het college stelt voor om één van deze scenario's in de volgende projectfase nader uit te werken. In dit document worden de scenario's getoetst aan een aantal criteria. Een uitgebreide toelichting op de verschillende scenario's is opgenomen in de hoofdstukken 8 tot en met 11. Daar is per scenario een beoordeling vanuit ruimtelijk en onderwijskundig perspectief opgenomen. De scorekaart is een hulpmiddel om de vergelijking tussen de scenario's visueel te maken. Op basis van deze vergelijking wordt voorgesteld om scenario 2 te gebruiken als basis voor de verdere uitwerking van het project in de volgende projectfase. Aanpak In het haalbaarheidsonderzoek wordt uiteengezet hoe de vier verschillende scenario's zijn opgebouwd. Daarnaast zijn van elk scenario twee varianten indicatief in beeld gebracht.
Op basis van de huidige inzichten zijn de locaties groot genoeg om alle vier de scenario's te realiseren en om daarnaast een aanvullend programma uit het secundaire spoor te realiseren. Elke locatie en elk scenario kent wel eigen aandachtspunten. In het onderstaande wordt de in het haalbaarheidsonderzoek opgenomen beoordeling kort samengevat. De verschillende scenario's worden ten opzichte van elkaar gewogen en door middel van het gebruik van kleuren en iconen inzichtelijk gemaakt. Criteria Voor de beoordeling van de scenario's zijn vijf criteria geformuleerd. De beoordeling zoals opgenomen in het haalbaarheidsonderzoek is op hoofdlijnen en gebaseerd op de huidige inzichten. Regelgeving, ontwikkelingen in het onderwijsveld en leerlingaantallen kunnen de komende jaren wijzigen. Het meest geschikte scenario kan in de volgende projectfase zowel inhoudelijk als financieel verder worden uitgewerkt waarbij aanscherpingen en actualisaties plaats kunnen vinden. Op basis van die uitwerking kunnen verdere besluiten genomen worden over de toekomstige huisvesting van het VO. In deze fase is bij het beoordelen van de scenario's op hoofdlijnen gekeken naar kansen en bedreigingen. Opbouw scorekaart In de scorekaart worden drie kleuren gehanteerd: Groen: Het onderdeel scoort goed. Er zijn geen bijzondere aandachtspunten of negatieve verschillen ten opzichte van andere scenario's.
Oranje: Er is een aandachtspunt of nadeel ten opzichte van andere scenario's. Rood: Er is een belangrijk aandachtspunt of een groot nadeel ten opzichte van andere scenario's. Per scenario kijken we naar vijf onderdelen waarbij verschillende aspecten aan de orde komen. Voor elke aspect is een icoontje ontwikkeld. Als een onderdeel binnen een scenario nadelig scoort ten opzichte van de andere scenario's of als er (belangrijke) aandachtspunten zijn, dan wordt het icoontje oranje of rood. De achtergrond van het vak kleurt dan mee. Zijn alle icoontjes groen, dan is de achtergrondkleur van het vlak ook groen. Uit het haalbaarheidsonderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat de kosten van de verschillende scenario's elkaar nauwelijks ontlopen. Daarom is het icoontje dat staat voor de kosten altijd groen.
1
We onderscheiden de volgende criteria: A. Kosten en Opbrengsten B. Ruimte C. Combinatiekansen D. Onderwijsvisie E. Draagvlak
A. Kosten en opbrengsten. In dit criterium onderscheiden we twee aspecten: De kosten van de nieuwbouw: In het haalbaarheidsonderzoek is gekeken naar de normvergoeding (het bedrag dat op basis van de verordening beschikbaar wordt gesteld voor alleen de bouw van de scholen), de totale investeringskosten (normvergoeding met daarbij de bijkomende kosten voor bijvoorbeeld sloop, terreinverharding etc.) en de geïndexeerde kosten op basis van een fasering. In het haalbaarheidsonderzoek is uiteen gezet dat deze kosten elkaar niet belangrijk ontlopen. Daarom is dit icoontje altijd groen. Opbrengstpotentie: Bij de keuze van de voorkeurslocatie is gekeken naar de opbrengstpotentie van vrijvallende locaties. Toen en ook nu werd dit bemoeilijkt door het feit dat er nog geen vastgesteld stedenbouwkundig programma en kader beschikbaar is. Daarom is, net als bij de keuze van de voorkeurslocatie in oktober 2020, alleen globaal en in algemene zin gekeken naar de mogelijk opbrengstpotentie. B. Ruimte. Groen en duurzaamheid: Bij dit onderdeel wordt gekeken naar de kansen voor duurzaamheid en de mogelijkheid om groen en natuur te realiseren of te behouden. Stedenbouw: Bij dit onderdeel wordt aangegeven of er vanuit stedenbouwkundig perspectief belemmeringen te verwachten zijn die ontwikkeling lastig maken.
Verkeer en mobiliteit: Hier is gekeken of er verkeerskundige aandachtspunten zijn ten aanzien van verkeersveiligheid, verkeersintensiteit, ontsluiting etc.
Bij dit onderdeel is in dit stadium nog niet gekeken naar de regelgeving omtrent geluid, externe veiligheid, bodemkwaliteit, lucht, archeologie etc. Uit een door OZHZ opgestelde quick scan milieu blijkt dat er geen bijzondere aandachtspunten zijn. Meer gerichte uitspraken zijn pas te doen op basis van nader onderzoek. Dat is alleen zinvol als er een stedenbouwkundig plan voorhanden is. Daarom wordt dit onderdeel niet verder meegenomen in de weging van de scenario's. C. Combinatiekansen. Flexibel medegebruik sport: Gekeken is of medegebruik van de nieuwe sportvoorzieningen door sportverenigingen of primair onderwijs in dit scenario mogelijk is.
2
Aanvullend (woon)programma: Is het in dit scenario mogelijk om een aantrekkelijk aanvullend (woon) programma te realiseren.
D. Onderwijsvisie. Onderwijsvisie van CSG De Lage Waard: Hoe verhoudt het scenario zich tot de visie van CSG De Lage Waard. Onderwijsvisie gemeente Papendrecht: Hoe verhoudt het scenario zich tot de Visie Voortgezet Onderwijs van de gemeente Papendrecht zoals vastgesteld in december 2019. Onderwijsvisie van het Willem de Zwijger college: Hoe verhoudt dit scenario zich tot de visie van het Willem de Zwijger College. E. Draagvlak. Is er draagvlak voor de ontwikkeling: Deze beoordeling is gemaakt aan de hand van de uitkomsten van het inspraaktraject.
2. Beoordeling van de scenario's. 2.1 Scenario 1: Praktijk Centraal. In scenario 1 worden drie schoolgebouwen in twee sportgebouwen gerealiseerd. Deze worden als volgt verdeeld over de twee locaties: Vijzellaan: Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor VMBO-T, Havo en VWO Sportgebouw met 4 gymzalen Van der Palmstraat / Douwes Dekkerlaan: Gezamenlijk schoolgebouw voor het beroepsgericht VMBO-onderwijs (VMBO BB/KB) voor zowel CSG De Lage Waard als het Willem de Zwijger College Schoolgebouw voor Willem de Zwijger College voor VMBO-T, Havo en VWO. Sportgebouw met 7 gymzalen
3
Dit scenario is op de volgende manier visueel vastgelegd:
Beoordeling
A. Kosten en opbrengsten. Kosten. Uit het haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat de verschillende scenario's zowel wat normvergoeding, stichtingskosten als totale kosten ongeveer op hetzelfde bedrag uitkomen. Er zijn geen bijzonderheden. Opbrengsten. In alle scenario's komt de huidige locatie van DLW aan de Burgemeester Keijzerweg op termijn voor herontwikkeling beschikbaar. Bij de beoordeling van de verschillende scenario's is deze locatie daarom niet meegenomen. De gebruikers van de huidige gymzalen aan de Pieter Zeemanlaan en de Stellingmolen kunnen in dit scenario gebruik maken van de nieuwe voorzieningen. Afhankelijk van de nog te maken keuzes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en programma is de verwachting dat vrijvallende locaties met een positief saldo ontwikkeld kunnen worden.
4
B. Ruimte. Groen en duurzaamheid. Dit model biedt de mogelijkheid om op alle duurzame kansen goed te scoren. De schoolgebouwen zijn compact, waarmee wordt voldaan aan de vraag om duurzaam ruimtegebruik. In dit model blijft voldoende ruimte over om de omgeving groen, beweegvriendelijk, klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten, met aandacht voor de versterking van doorgaande groene en blauwe structuren. Door de spreiding van de scholen over twee locaties, in twee verschillende wijken, ontstaan twee plekken die sociaal relevant zijn. Nieuwe schoolgebouwen (in combinatie met woningbouw) in zowel Westpolder als Molenvliet kunnen belangrijke bouwstenen zijn in de energietransitie met spin-off kansen voor de aangrenzende buurten. Een eventuele waterbergingsopgave lijkt inpasbaar en dient bij verdere uitwerking te worden meegenomen. Stedenbouw. Er zijn ten aanzien van dit scenario geen belangrijke stedenbouwkundige belemmeringen. In alle scenario's zijn er stedenbouwkundige aandachtspunten. Verkeer. Voor het onderdeel verkeer is gekeken naar de (school)routes, de ontsluiting van en de toegang tot het gebied en naar parkeren (en halen en brengen). Dit zijn in alle scenario's belangrijke aandachtspunten en er zullen maatregelen moeten worden genomen. Wat betreft vorm, omvang en kosten van de maatregelen is dit scenario vergelijkbaar met de overige scenario's. C.
Combinatiekansen. Sport. In het haalbaarheidsonderzoek is gekeken welke kansen er bestaan voor medegebruik van sportvoorzieningen. Ook mogelijke aanvullende investeringen zijn in beeld gebracht. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. Wonen. In elk scenario is ruimte om aanvullende woningbouw met bijbehorende parkeergelegenheid te realiseren. Het daadwerkelijke programma is afhankelijk van nog te maken ruimtelijke keuzes. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. D. Onderwijsvisie. Scholen. Op basis van de visie op onderwijs en samenwerking van het Willem de Zwijger College en CSG De Lage Waard wordt dit scenario niet gunstig beoordeeld. Beide scholen vrezen dat het samenvoegen van twee verschillende onderwijsconcepten en pedagogische visies in één schoolgebouw onoverzichtelijk is en zorgt voor onduidelijkheid bij leerlingen. Bovendien staan in dit scenario de kansengelijkheid en daarmee de brede ontwikkelingsmogelijkheden van leerlingen onder druk. Dit scenario biedt geen mogelijkheden voor medegebruik van voorzieningen van beroepsgericht onderwijs door andere leerwegen. Gemeentelijke visie. In dit scenario wordt een gezamenlijk techniekgebouw ontwikkeld en dit past in het gedachtengoed van de gemeentelijke Visie en Routekaart huisvesting VO.
Dit scenario sluit niet aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden te mengen, maar dit aspect wordt in de Visie niet belicht. Daarom kleurt het icoontje groen.
5
E. Draagvlak. Draagvlak. Uit de gevoerde gesprekken op de inloopavonden blijkt dat er breed draagvlak is voor het behouden van en het investeren in de vernieuwing van de schoolgebouwen. Ook de gemeenteraad heeft uitgesproken grote waarde te hechten aan het belang van deze voor het dorp belangrijke voorzieningen. Bij de verdere uitwerking is het van belang om, ongeacht het gekozen scenario, in gesprek te blijven met stakeholders. Daarom kleurt dit vlak oranje. Ten opzichte van de andere scenario's biedt dit scenario geen extra aandachtspunten.
2.2 Scenario 2: Twee keer één. In scenario 2 worden drie schoolgebouwen en twee sportgebouwen gerealiseerd. Deze worden als volgt verdeeld over de twee locaties: Vijzellaan: Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB); Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor HAVO/VWO; Sportgebouw met 7 gymzalen. Van der Palmstraat / Douwes Dekkerlaan: Schoolgebouw voor het Willem de Zwijger College voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB) en HAVO/VWO; Sportgebouw met 4 gymzalen. Dit scenario is op de volgende manier visueel vastgelegd:
6
Beoordeling
A. Kosten en opbrengsten. Kosten. Uit het haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat de verschillende scenario's zowel wat betreft normvergoeding, stichtingskosten als totale kosten ongeveer op hetzelfde bedrag uitkomen. Er zijn geen bijzonderheden. Opbrengsten. Afhankelijk van de nog te maken keuzes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en programma is de verwachting dat vrijvallende locaties met een positief saldo ontwikkeld kunnen worden. In dit scenario is het ruimtelijk mogelijk om het gehele gebied tussen de Jacob Catslaan en de Douwes Dekkerlaan te benutten voor een aanvullend programma omdat er in het gebied van de Van der Palmstraat voldoende ruimte is om de nieuwbouw van het Willem de Zwijger College te realiseren. Dit gebied kan daarmee sneller en zelfstandig ontwikkeld worden. B. Ruimte. Groen en duurzaamheid. Wegens de intensieve bebouwing op de locatie Vijzellaan scoort dit scenario minder goed dan 1, 3 en 4. In dit model blijft wel voldoende ruimte over om de omgeving groen, beweegvriendelijk, klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten, met aandacht voor de versterking van doorgaande groene en blauwe structuren. Vanwege de intensievere bebouwing op de locatie Vijzellaan en mogelijke gevolgen voor het Noordhoekse Wiel en de relatie met de Achterdijk scoort dit scenario minder goed dan de overige scenario's. Stedenbouw.
Er zijn ten aanzien van dit scenario geen belangrijke stedenbouwkundige belemmeringen. Wel zijn er aandachtspunten voor de verdere uitwerking te benoemen. Op beide locaties moet de nieuwbouw zorgvuldig worden ingepast ten opzichte van de bestaande wijken. Aan de Douwes Dekkerlaan biedt dit scenario meer kansen voor een goede woningbouwontwikkeling. Bovendien biedt dit scenario kansen om een sterke groene (wandel-) verbinding te creëren tussen het Vondelpark en de rivier.
7
Verkeer. Voor het onderdeel verkeer is gekeken naar de (school)routes, de ontsluiting van en de toegang tot het gebied en naar parkeren (en halen en brengen). Dit zijn in alle scenario's belangrijke aandachtspunten en er zullen maatregelen moeten worden genomen. Wat betreft vorm, omvang en kosten van de maatregelen is dit scenario vergelijkbaar met de overige scenario's. C. Combinatiekansen. Sport. In het haalbaarheidsonderzoek is gekeken welke kansen er bestaan voor medegebruik van sportvoorzieningen. Ook mogelijke aanvullende investeringen zijn in beeld gebracht. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. Wonen. In elk scenario is ruimte om aanvullende woningbouw met bijbehorende parkeergelegenheid te realiseren. Het daadwerkelijke programma is afhankelijk van nog te maken ruimtelijke keuzes. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. D. Onderwijsvisie. Scholen. Op basis van de visie op onderwijs en samenwerking van het Willem de Zwijger College en CSG De Lage Waard wordt dit scenario gunstig beoordeeld. Dit scenario 2 sluit aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden niet te scheiden, maar te mengen. (bijlage 8).
Door de fysieke nabijheid van sportvoorzieningen zijn het sportaanbod en de sportdocenten nadrukkelijk verbonden aan de leergemeenschap die een school vormt. Gemeentelijke visie. In dit scenario wordt geen gezamenlijk techniekgebouw ontwikkeld en daarmee voldoet dit scenario niet aan het gedachtengoed van de gemeentelijke Visie en Routekaart huisvesting VO. In hoofdstuk 3 van het haalbaarheidsonderzoek is uiteengezet dat in de gemeentelijke visie het aspect van de kansengelijkheid voor leerlingen niet is belicht. Dit scenario sluit aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden niet te scheiden, maar te mengen (bijlage 8). In hoofdstuk 3 is ook aangegeven dat de fysieke samenwerking van de scholen op andere manieren vorm kan krijgen. Het icoontje voor de gemeente kleurt daarom oranje. E. Draagvlak. Draagvlak. Uit de gevoerde gesprekken op de inloopavonden blijkt dat er breed draagvlak is voor het behouden van en het investeren in de vernieuwing van de schoolgebouwen. Ook de gemeenteraad heeft uitgesproken grote waarde te hechten aan het belang van deze voor het dorp belangrijke voorzieningen. Bij de verdere uitwerking is het van belang om, ongeacht het gekozen scenario, in gesprek te blijven met stakeholders. Daarom kleurt dit vlak oranje.
Ten opzichte van de andere scenario's biedt dit scenario geen extra aandachtspunten.
2.3 Scenario 3: Campus. In scenario 3 worden drie schoolgebouwen en twee sportgebouwen gerealiseerd. Deze worden als volgt verdeeld over de twee locaties: Vijzellaan: Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor HAVO/VWO; Sportgebouw met 4 gymzalen.
8
Van der Palmstraat / Douwes Dekkerlaan: Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB); Schoolgebouw voor het Willem de Zwijger College voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB) en HAVO/VWO; Sportgebouw met 7 gymzalen. Dit scenario is op de volgende manier visueel vastgelegd:
Beoordeling
A. Kosten en opbrengsten. Kosten. Uit het haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat de verschillende scenario's zowel wat betreft normvergoeding, stichtingskosten als totale kosten ongeveer op hetzelfde bedrag uitkomen. Er zijn geen bijzonderheden.
9
Opbrengsten. De gebruikers van de huidige gymzalen aan de Pieter Zeemanlaan en de Stellingmolen kunnen in dit scenario gebruik maken van de nieuwe voorzieningen. Afhankelijk van de nog te maken keuzes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en programma is de verwachting dat vrijvallende locaties met een positief saldo ontwikkeld kunnen worden. B. Ruimte. Groen en duurzaamheid. Dit model biedt de mogelijkheid om op alle duurzame kansen goed te scoren. In dit model blijft voldoende ruimte over om de omgeving groen, beweegvriendelijk, klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten, met aandacht voor de versterking van doorgaande groene en blauwe structuren. Bebouwing van de sportvelden aan de zijde van de Vijzellaan heeft vanuit het perspectief van het behoud van groene structuren en natuurwaarden de voorkeur boven bebouwing aan de parkzijde. Nieuwe schoolgebouwen (in combinatie met woningbouw) in zowel Westpolder als Molenvliet kunnen belangrijke bouwstenen zijn in de energietransitie met spin-off kansen voor de aangrenzende buurten. Stedenbouw. Er zijn ten aanzien van dit scenario geen belangrijke stedenbouwkundige belemmeringen. Wel zijn er aandachtspunten te benoemen. Bouwen op het sportveld in het park stelt extra eisen aan de inpassing van nieuwbouw in het park.
Ook vraagt dit extra aandacht voor de oriëntatie ten opzichte van het Noordhoekse Wiel, de Achterkade en de verschillende kavelrichtingen. Aan de Douwes Dekkerlaan en de Van der Palmstraat ontstaat een groot gemengd gebied waardoor dit scenario mogelijk minder ruimte biedt voor een rustig woonmilieu. Verkeer. Voor het onderdeel verkeer is gekeken naar de (school)routes, de ontsluiting van en de toegang tot het gebied en naar parkeren (en halen en brengen). Dit zijn in alle scenario's belangrijke aandachtspunten en er zullen maatregelen moeten worden genomen. Wat vorm, omvang en kosten van de maatregelen zijn de scenario's vergelijkbaar.
C. Combinatiekansen. Sport. In het haalbaarheidsonderzoek is gekeken welke kansen er bestaan voor medegebruik van sportvoorzieningen. Ook mogelijke aanvullende investeringen zijn in beeld gebracht. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. Wonen. In elk scenario is ruimte om aanvullende woningbouw met bijbehorende parkeergelegenheid te realiseren. Het daadwerkelijke programma is afhankelijk van nog te maken ruimtelijke keuzes. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden.
D. Onderwijsvisie. Scholen. Op basis van de visie op onderwijs en samenwerking van het Willem de Zwijger College en CSG De Lage Waard wordt dit scenario minder gunstig beoordeeld. Er worden weliswaar schoolgebouwen gerealiseerd waarin de eigen identiteit, het eigen onderwijsconcept en de eigen pedagogische visie herkenbaar zijn, maar de kansengelijkheid staat enigszins onder druk voor CSG De Lage Waard. Dit scenario biedt voor CSG De Lage Waard ook geen mogelijkheden voor medegebruik van voorzieningen van beroepsgericht onderwijs door andere leerwegen. Het scenario sluit voor CSG De Lage Waard niet aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden niet te scheiden, maar te mengen. (bijlage 8). Door de fysieke afstand tot
10
sportvoorzieningen voor een deel van de leerlingen van CSG De Lage Waard staat de verbinding met het sportaanbod en de sportdocenten met de leergemeenschap in de school onder druk. Gemeentelijke visie. In dit scenario wordt geen gezamenlijk techniekgebouw ontwikkeld, maar wordt wel een sportvoorziening gedeeld. Daarmee voldoet dit scenario niet geheel aan het gedachtengoed van de gemeentelijke Visie en Routekaart huisvesting VO. Het icoontje voor de gemeente kleurt daarom oranje. In hoofdstuk 3 van het haalbaarheidsonderzoek is uiteengezet dat in de gemeentelijke visie het aspect van de kansengelijkheid voor leerlingen niet is belicht. Dit scenario sluit aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden niet te scheiden, maar te mengen (bijlage 8). In hoofdstuk 3 is ook aangegeven dat de fysieke samenwerking van de scholen op andere manieren vorm kan krijgen. E. Draagvlak. Draagvlak. Uit de gevoerde gesprekken op de inloopavonden blijkt dat er breed draagvlak is voor het behouden van en het investeren in de vernieuwing van de schoolgebouwen. Ook de gemeenteraad heeft uitgesproken grote waarde te hechten aan het belang van deze voor het dorp belangrijke voorzieningen. Bij de verdere uitwerking is het van belang om, ongeacht het gekozen scenario, in gesprek te blijven met stakeholders.
Daarom kleurt dit vlak oranje. Ten opzichte van de andere scenario's biedt dit scenario geen extra aandachtspunten.
2.4 Scenario 4: Campus integraal. In scenario 4 worden drie schoolgebouwen en één sportgebouw gerealiseerd. Deze worden als volgt verdeeld over de twee locaties: Vijzellaan: Geen ontwikkeling t.b.v. VO-scholen. Van der Palmstraat / Douwes Dekkerlaan: Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB); Schoolgebouw voor CSG De Lage Waard voor HAVO/VWO; Schoolgebouw voor het Willem de Zwijger College voor VMBO (zowel VMBO-T als VMBO BB/KB) en HAVO/VWO. Sportgebouw met 10 gymzalen. Dit scenario is op de volgende manier visueel vastgelegd:
11
Beoordeling
A. Kosten en opbrengsten. Kosten. Uit het haalbaarheidsonderzoek is gebleken dat de verschillende scenario's zowel wat betreft normvergoeding, stichtingskosten als totale kosten ongeveer op hetzelfde bedrag uitkomen. Er zijn geen bijzonderheden. Opbrengsten. De gebruikers van de huidige gymzalen aan de Pieter Zeemanlaan kunnen in dit scenario gebruik maken van de nieuwe voorzieningen. Afhankelijk van de nog te maken keuzes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en programma is de verwachting dat deze locatie met een positief saldo ontwikkeld kan worden. In dit scenario wordt er geen nieuwe sportvoorziening gerealiseerd aan de Vijzellaan waardoor de gymzaal aan de Stellingmolen niet beschikbaar komt. Omdat deze gymzaal verouderd is, zal hiervoor een andere oplossing gezocht moeten worden. Deze locatie komt vervolgens niet vrij voor herontwikkeling. Dit scenario scoort daarmee negatief ten opzichte van de eerste drie scenario's. B. Ruimte. Groen en duurzaamheid. Dit model biedt de mogelijkheid om op de duurzame kansen goed te scoren. Ook in dit model blijft aan de Van der Palmstraat voldoende ruimte over om de omgeving groen, beweegvriendelijk, klimaatadaptief en natuurinclusief in te richten, met aandacht voor de versterking van doorgaande groene en blauwe structuren. In de verdere uitwerking zal het behouden van zoveel mogelijk bestaande bomen wel extra aandacht vragen.
De concentratie van schoolvoorzieningen op een locatie, maakt wel dat er geen meekoppelkansen zijn in de wijk Molenvliet ten aanzien van het vergroten van de sociale cohesie. Of er aan de Vijzellaan zonder schoolgebouw een mogelijkheid zal zijn om spin-off voor de omliggende buurten te creëren ten aanzien van de energietransitie zal pas inzichtelijk worden wanneer meer duidelijk wordt over de herontwikkeling aldaar. Wegens de intensieve bebouwing op de locatie Van der Palmpad wordt het moeilijker de bestaande bomen te behouden. Daarom scoort dit scenario op dit punt minder goed dan de overige scenario's.
12
Stedenbouw. Er zijn ten aanzien van dit scenario geen belangrijke stedenbouwkundige belemmeringen. Wel zijn er aandachtspunten voor de verdere uitwerking te benoemen. Aan de Vijzellaan kunnen woningen worden gebouwd in een rustig en groen woonmilieu. Het gebied aan de Douwes Dekkerlaan wordt helemaal benut voor de scholenbouw en in het gebied rond de Van der Palmstraat ontstaat een gemengd gebied waarin ook woningbouw een plek kan vinden. Ten opzichte van de overige scenario's biedt dit scenario aantrekkelijke stedenbouwkundige kansen, zeker indien het te ontwikkelen gebied zou worden uitgebreid richting de Veerweg. Dan ontstaat een unieke kans om een kwaliteitssprong te maken in het hele gebied tussen de Veerweg en de rivier. De groenstructuur wordt hier nu gevormd door de lanen uit het groenblauwe netwerk en het Vondelpark. Het Vondelpark vormt hierin een soort kamer die redelijk naar binnen gericht is. Wanneer de ontwikkeling van onderwijsvoorzieningen wordt aangegrepen om het hele gebied tussen Veerweg en rivier op te pakken, kun je een park maken dat doorstroomt tussen de gebouwen door en de wijk veel beter met de rivier verbindt. Gebouwen krijgen een gezicht naar dat park toe. Vanwege deze bijzondere kans is aan dit scenario een ster toegekend. Verkeer. Door de clustering van meerdere onderwijsvoorzieningen op een locatie worden verkeersstromen sterk geconcentreerd.
De verkeersveiligheid komt- zonder aanvullende maatregelen- hierdoor onder druk te staan. Concentratie van meerdere onderwijsvoorzieningen zorgt voor intensief langzaam verkeer op enkele routes. Omdat er maar een onderwijslocatie is, is er minder sprake van spreiding van verkeer. Het betekent tegelijkertijd dat je heel doelgericht en kosten efficiënt kunt investeren in verkeersveiligheid en routes voor langzaam verkeer. C. Combinatiekansen. Sport. In dit scenario wordt er geen nieuwe sportvoorziening gerealiseerd aan de Vijzellaan. Voor de bestaande verouderde gymzaal aan de Stellingmolen betekent dit dat hiervoor een afzonderlijke oplossing moet worden gevonden. Wonen. In elk scenario is ruimte om aanvullende woningbouw met bijbehorende parkeergelegenheid te realiseren. Het daadwerkelijke programma is afhankelijk van nog te maken ruimtelijke keuzes. Er zijn ten aanzien van dit scenario op voorhand geen bijzonderheden. In dit scenario komt de Vijzellaan geheel voor woningbouw beschikbaar en hier kan een aantrekkelijk woonklimaat worden gerealiseerd. D. Onderwijsvisie. Scholen. Op basis van de visie op onderwijs en samenwerking van het Willem de Zwijger College en CSG De Lage Waard wordt dit scenario door de scholen niet gunstig beoordeeld.
Er worden weliswaar schoolgebouwen gerealiseerd waarin de eigen identiteit, het eigen onderwijsconcept en de eigen pedagogische visie herkenbaar zijn, maar door de clustering van meerdere onderwijsvoorzieningen op één locatie ontstaat een gemengde campus met ca. 4.000 kinderen van 2 – 18 jaar. Dit vraagt bijzondere aandacht voor de sociale veiligheid van de jongste kinderen en dit argument weegt voor beide scholen zwaar. Daarnaast hechten de scholen waarde aan het behoud van hun eigen locatie en het behoud van fysieke afstand tot elkaar. Dit scenario draagt wel bij aan kansengelijkheid voor alle leerlingen en het biedt brede ontwikkelingsmogelijkheden voor alle leerlingen door de beschikbaarheid van bijzondere voorzieningen en vakdocenten nabij (denk aan muziek, drama, beeldende vorming). Bovendien biedt dit scenario de mogelijkheid aan andere leerwegen om gebruik te maken van voorzieningen voor beroepsgericht onderwijs. Beide scholen vrezen echter dat het samenvoegen van twee verschillende
13
onderwijsconcepten en pedagogische visies in één sportgebouw onoverzichtelijk is en zorgt voor onduidelijkheid bij leerlingen. Gemeentelijke visie. In dit scenario wordt het delen van voorzieningen voor beroepsgericht onderwijs op dit moment niet voorzien, maar dit scenario biedt wel ruime kansen om hier in de toekomst vorm aan te geven. Clustering van sportvoorzieningen op een locatie biedt meer kansen voor een divers aanbod aan sportruimten. En door de fysieke nabijheid van sportvoorzieningen zijn het sportaanbod en de sportdocenten nadrukkelijk verbonden aan de leergemeenschap die een school vormt. Scenario 4 sluit aan bij het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijk onderzoek om leerlingen met verschillende niveaus en achtergronden niet te scheiden. E. Draagvlak. Draagvlak. Uit de gevoerde gesprekken op de inloopavonden blijkt dat er breed draagvlak is voor het behouden van en het investeren in de vernieuwing van de schoolgebouwen. Ook de gemeenteraad heeft uitgesproken grote waarde te hechten aan het belang van deze voor het dorp belangrijke voorzieningen. Uit de gesprekken blijkt tevens dat er bij elk scenario aandachtspunten en zorgen worden benoemd. Over het algemeen wordt de aanwezigheid van een groot aantal leerlingen in één gebied als ongewenst gezien. Dit worden ingegeven door zorgen over verkeer en sociale veiligheid.
Gelet op de duidelijke weerstand kleurt het vlak hier rood. Ten opzichte van de andere scenario's lijkt deze variant op minder draagvlak te mogen rekenen.
14
3. Conclusie: het voorkeursscenario
Op basis van de gemaakte vergelijking wordt geconcludeerd dat scenario 2 het meest aantrekkelijke scenario is om in een nadere projectfase uit te werken. In dit scenario zijn er ten aanzien van kosten en de opbrengstpotentie geen bijzondere aandachtspunten ten opzichte van de andere. Dit scenario scoort op het onderdeel groen minder dan de scenario's 1 en 3, want door de intensievere bebouwing is het van belang om extra aandacht te besteden aan de relatie met park Noordhoekse Wiel en de Achterdijk. Wat betreft verkeer en stedenbouw scoort dit scenario goed. De combinatiekansen voor zowel sportvoorzieningen als wonen zijn goed.
15
Scenario 2 is het enige scenario dat geheel overeenkomt met de onderwijsvisies van de scholen. De andere drie scenario's doen dit door het delen van (sport)gebouwen niet. Wel zal in deze variant bij de verdere uitwerking van de samenwerking tussen beide scholen in de volgende projectfases onderzocht moeten worden op welke wijze fysieke samenwerking, anders dan door het delen van een gebouw, vorm kan krijgen zodat beter aangesloten wordt op de gemeentelijke visie. De gemeentelijke visie gaat niet in op regionale en landelijke ontwikkelingen in het onderwijs en het advies van onderwijsorganisaties en wetenschappelijke onderzoeksbureaus die gericht zijn op het tegengaan van vroeg voorsorteren en generiek determineren van leerlingen. De gemeentelijke visie is daarmee onvolledig. Dit scenario biedt alle leerlingen gelijke ontwikkelingskansen en zorgt ervoor dat beide scholen hun eigen identiteit kunnen behouden. Dit sluit aan bij het in de Visie opgenomen uitgangspunt dat het voortgezet onderwijs voor Papendrecht behouden moet blijven, zodat met de aanwezigheid van een breed, divers en kwalitatief hoogwaardig onderwijsaanbod optimale ontwikkelingskansen voor alle jongeren worden geboden. Net als in andere scenario's is het van belang om in gesprek te blijven met omwonenden om draagvlak te versterken en te behouden.
Dit scenario kent, anders dan scenario 4 dat op duidelijk minder draagvlak mag rekenen, geen bijzondere aandachtspunten.
16