CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.8 GRS Memo financieel technische maatregelen

Raadsvergadering Papendrecht 2 juli 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 16: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen2.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

: OGO

Van

: Werkgroep financieel technische maatregelen

Onderwerp

: voorstel financieel technische maatregelen begroting GR Sociaal

Aanleiding en context. Gemeenten staan voor de gezamenlijke opgave om het sociaal domein ook op de langere termijn betaalbaar en uitvoerbaar te houden. De uitgaven binnen het sociaal domein nemen al meerdere jaren structureel toe, terwijl de inkomsten vanuit het Rijk deze ontwikkeling onvoldoende volgen. Dit leidt tot een steeds groter wordende spanning tussen maatschappelijke opgaven, bestuurlijke ambities en de beschikbare financiële middelen van gemeenten. Deze druk wordt de komende jaren versterkt door het zogenoemde ravijnjaar, waarin gemeenten geconfronteerd worden met een forse terugval in rijksmiddelen. Dit vraagt om scherpe keuzes en een herbezinning op financiële uitgangspunten, juist binnen gemeenschappelijke regelingen zoals de GR Sociaal, waar gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor uitvoering én financiering. Tegen deze achtergrond is het van belang dat de begroting en meerjarenraming van de GR Sociaal: • realistischer aansluiten bij de feitelijke financiële ruimte van gemeenten; • beter in lijn zijn met de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen; • bijdragen aan stabiliteit en voorspelbaarheid in de gemeentelijke begrotingen. De hieronder voorgestelde financieel-technische ombuigingen beogen geen inhoudelijke afschaling van het sociaal beleid, maar zijn gericht op het structureel verbeteren van de financiële systematiek.

Door het aanbrengen van realistische uitgangspunten, het expliciet maken van terugkerende patronen en het beter matchen van lasten en baten, wordt een bijdrage geleverd aan het gezamenlijk beheersbaar houden van het sociaal domein in de periode richting en na het ravijnjaar. Hieronder staan de voorstellen nader beschreven.

1. Koppeling meerjarige groei aan rijksinkomsten (nullijn 2027) Voorstel De meerjarige groei van de begroting van de GR Sociaal vanaf 2027 te laten aansluiten bij de verwachte groei van de rijksinkomsten voor gemeenten, waarbij 2027 als nullijn wordt gehanteerd. Onderbouwing In de huidige meerjarenramingen loopt de groei van de lasten van de GR Sociaal uiteen ten opzichte van: • de groei die de GR Sociaal zelf als realistisch verwacht, en • de feitelijke middelen die gemeenten via het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet en de Wmo. Deze discrepantie leidt er toe dat gemeenten meerjarig structurele tekorten ervaren in hun eigen begrotingen, zonder dat daar extra rijksmiddelen tegenover staan. Vanuit gemeentelijk perspectief ontstaat hiermee een spanningsveld tussen uitvoeringsambitie en financierbaarheid.

Door 2027 als financieel neutraal startpunt te nemen en de verdere meerjarige ontwikkeling te koppelen aan de rijksinkomsten: • wordt de begroting van de GR Sociaal beter navolgbaar voor gemeenten; • neemt de voorspelbaarheid van gemeentelijke bijdragen toe; • wordt voorkomen dat gemeenten via hun bijdrage indirect risico’s moeten opvangen die niet door het Rijk worden gecompenseerd. Dit voorstel sluit aan bij het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit en solidariteit binnen de gemeenschappelijke regeling. Financieel effect - De BUIG kent een groei van 1,6% van 2027 naar 2028, een groei van 3,6% naar 2029 en 5,8% naar 2030. - Correctie tov de groei zoals nu is opgenomen in de begroting van de GR Sociaal staat hieronder opgenomen. - De Rijksbijdrage ten behoeve van WSW kent een daling van 5% van 2027 naar 2028, een daling van 10,3% naar 2029 en een daling van 15% naar 2030. - Correctie tov de daling zoals nu is opgenomen in de begroting van de GR Sociaal staat hieronder opgenomen. Maatregel 2027 2028 2029 2030 Koppeling meerjarige groei aan rijksinkomsten -1.782 -4.010 -8.272 BUIG -1.140 -2.806 -5.296 Drechtwerk -642 -1.204 -2.976

2. Inboeken stelpost vangnet Participatiewet Voorstel Vanaf 2027 een structurele stelpost vangnet Participatiewet opnemen in de begroting van de GR Sociaal. Onderbouwing In de praktijk blijkt dat jaarlijks één of meerdere gemeenten genoodzaakt zijn een vangnetuitkering aan te vragen bij het Rijk. De middelen die hieruit voortvloeien worden: pas achteraf definitief toegekend; doorgaans verwerkt via een begrotingswijziging in de Voorjaarsbrief van het daaropvolgende jaar. Aangezien het aanvragen van vangnetmiddelen geen incidenteel maar structureel terugkerend fenomeen is, past het om deze realiteit ook structureel in de begroting te verwerken. Binnen de geldende begrotingsregels is het toegestaan om in dergelijke situaties een stelpost op te nemen. Door een stelpost vangnet op te nemen: • wordt de begroting realistischer; • neemt het aantal tussentijdse technische begrotingswijzigingen af; • ontstaat meer rust en stabiliteit in zowel de GR-begroting als de gemeentelijke begrotingen. De stelpost kan jaarlijks worden geijkt op basis van historische gegevens en actuele inzichten. Financieel effect In de Voorjaarsnota van 2026 staat opgenomen dat over het jaar 2025 circa 1,3 mln euro aan vangnet ontvangen is. [vraag GR: hoeveel voorgaande jaren?]. Uitgaande van minimaal gelijkblijvende vangnet kan meeerjarig een stelpost worden opgenomen van 1,3 mln euro.

3. Verwerken ESF-subsidies in de begroting Voorstel De structurele inzet van ESF-subsidies expliciet opnemen aan de baten- én lastenzijde van de begroting van de GR Sociaal. Onderbouwing De GR Sociaal voert activiteiten uit waarvoor ESF-subsidies worden aangevraagd en toegekend. In de huidige praktijk: • wordt sprake gezien van voorfinanciering door gemeenten; • wordt de subsidie pas na verantwoording definitief en ‘hard’ ingeboekt; • is met de gemeente Dordrecht afgesproken dat de middelen kunnen worden ingezet voor innovatieve projecten. Hoewel deze werkwijze financieel voorzichtig is, doet zij onvoldoende recht aan het feit dat: • de subsidie structureel wordt verkregen; • de activiteiten structureel worden uitgevoerd; • gemeenten feitelijk het kasrisico dragen. Door ESF-subsidies op te nemen in de begroting: • ontstaat een vollediger en transparanter financieel beeld; • worden lasten en baten beter gematcht; • wordt de afhankelijkheid van bestuurlijke uitzonderingsafspraken verminderd. De prudentie kan worden geborgd door de subsidies realistisch te ramen en pas in te zetten binnen de kaders van toegekende beschikkingen. Financieel effect [vraag aan GR: wat kan meerjarig worden opgenomen?]

4. Investering in SROI op basis van maatschappelijk rendement Voorstel Vanaf 2027 structureel middelen opnemen in de begroting van de GR Sociaal ten behoeve van SROI, ter hoogte van: 1% van het geraamde maatschappelijk rendement (€ 33 mln), oplopend met jaarlijks 1%. Onderbouwing De voorgestelde extra investering in SROI is gebaseerd op de inschatting dat hiermee een maatschappelijk rendement van circa € 33 miljoen wordt gegenereerd. Dit rendement: • komt breder ten goede aan de regio; • is niet uitsluitend toe te rekenen aan de doelgroep van de Participatiewet; • sluit aan bij de regionale arbeidsmarktopgave. Zowel in reacties op zienswijzen als in de inzet van extra formatie vanuit de Arbeidsmarktregio is reeds aangegeven dat deze activiteiten gewenst en noodzakelijk zijn. Door deze investering expliciet in de begroting op te nemen: • wordt consistentie aangebracht tussen beleid, uitvoering en financiering; • ontstaat structurele dekking voor een langeretermijnaanpak; • wordt het maatschappelijk rendement financieel zichtbaar gemaakt. De gefaseerde groei (1% per jaar) zorgt voor beheersbaarheid en biedt ruimte voor evaluatie en bijsturing. Financieel effect Jaarlijks rekening houdend van cumulatief 1% ten gunste van de doelgroep van de Participatiewet.

5. Aantallen Wmo vanaf 2027 constant houden Voorstel Vanaf 2027 in de meerjarenraming van de GR Sociaal uitgaan van gelijkblijvende aantallen Wmocliënten, in plaats van een autonome volumegroei. Onderbouwing In de huidige ramingen wordt impliciet uitgegaan van een structurele groei van het aantal Wmocliënten. Deze aanname is echter onzeker en niet vanzelfsprekend, gezien meerdere ontwikkelingen die juist een dempend effect op de instroom en het volume kunnen hebben. Ten eerste zet de GR Sociaal – in lijn met landelijke en regionale beleidsontwikkelingen – versterkt in op Wmo aan de voorkant. Door vroegsignalering, preventie, lichte ondersteuning en netwerkversterking wordt beoogd om zwaardere en langdurige ondersteuning te voorkomen. Deze inzet kan leiden tot een afvlakking of zelfs daling van de zorgvraag, wat het hanteren van een volumegroei onzeker maakt. Ten tweede wordt vanaf 2027 expliciet gekeken naar het verschuiven van onderdelen van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen kennen een ander kostenkarakter, zijn vaak collectiever en goedkoper per gebruiker, en leiden niet automatisch tot hogere Wmo-maatwerklasten bij een stijgende vraag. Het opnemen van volumegroei in maatwerkvoorzieningen loopt vooruit op beleidskeuzes die juist een transformatie beogen.

Ten derde sluit dit uitgangspunt aan bij het voorgenomen rijksbeleid om huishoudelijke ondersteuning vanaf 2029 niet langer als maatwerkvoorziening te positioneren. Dit maakt het minder logisch om in de jaren daaraan voorafgaand nog structurele volumegroei in het maatwerksegment te veronderstellen. Tot slot draagt het hanteren van constante aantallen bij aan: • meer begrotingsdiscipline en realisme in de meerjarenraming; • het voorkomen van het voorfinancieren van niet vaststaande volumeontwikkelingen door gemeenten; • het expliciet beleggen van het volume- en transformatierisico bij beleidskeuzes, in plaats van deze automatisch te vertalen naar hogere lasten. Indien in de praktijk toch sprake blijkt van structurele volumegroei, kan dit via de reguliere P&C-cyclus worden gewogen en verwerkt op basis van feitelijke inzichten. Financieel effect Het niet ramen van volumegroei vanaf 2027 leidt tot een lagere meerjarige lastenontwikkeling binnen de Wmo. Het exacte financiële effect is afhankelijk van de in de huidige begroting veronderstelde groeipercentages, maar draagt structureel bij aan een gedempte uitgavenontwikkeling.

6. Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Voorstel Het invoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo nader onderzoeken, maar deze maatregel nog niet betrekken in de huidige begrotingsvoorstellen en meerjarenraming. Onderbouwing In verschillende onderzoeken, waaronder door Berenschot, wordt aangegeven dat een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan leiden tot hogere eigen inkomsten binnen de Wmo, met name doordat huishoudens met een hoger inkomen een grotere bijdrage leveren aan de kosten van ondersteuning. Tegelijkertijd is op dit moment: • nog onvoldoende inzichtelijk wat het feitelijke opbrengstpotentieel is binnen de GR Sociaal; • onduidelijk welke effecten op gebruik, toegankelijkheid en uitvoeringslasten optreden;

•

onduidelijk hoe deze maatregel zich verhoudt tot landelijk beleid en mogelijke wetswijzigingen op dit terrein. Daarnaast vraagt invoering om nadere uitwerking op aspecten als: • juridische houdbaarheid; • uitvoerbaarheid (o.a. rol CAK); • communicatie richting inwoners; • samenloop met andere inkomensafhankelijke regelingen. Gezien deze onzekerheden is het niet wenselijk om op voorhand structurele opbrengsten in te boeken. Een zorgvuldige uitwerking en bestuurlijke afweging zijn noodzakelijk alvorens tot besluitvorming kan worden overgegaan. Financieel effect Vooralsnog geen financieel effect opgenomen in de begroting en meerjarenraming. Eventuele positieve opbrengsten kunnen pas worden verwerkt nadat besluitvorming heeft plaatsgevonden en de maatregel voldoende is uitgewerkt.

7. Afschaffing huishoudelijke ondersteuning als maatwerk vanaf 2029 Voorstel De gevolgen van het landelijk voornemen om huishoudelijke ondersteuning vanaf 2029 niet langer als maatwerkvoorziening aan te bieden nader uitwerken, zonder deze maatregel nu al financieel te verwerken in de begroting van de GR Sociaal. Onderbouwing Het Rijk is voornemens om vanaf 2029 het gemeentefonds met circa € 1 miljard te verlagen, vanuit de gedachte dat huishoudelijke ondersteuning niet langer algemeen als maatwerkvoorziening wordt ingezet. In plaats daarvan zou ondersteuning alleen nog worden vergoed voor inwoners die dit financieel niet zelf kunnen dragen. Dit voornemen heeft ingrijpende gevolgen voor gemeenten en de uitvoering binnen de GR Sociaal. Op dit moment is echter nog onvoldoende duidelijk: • om welk aandeel van de huidige Wmo-cliënten het zal gaan; • hoe de afbakening van de doelgroep precies vorm krijgt; • welke alternatieve voorzieningen of regelingen moeten worden ingericht; • wat de budgettaire effecten per gemeente en voor de GR als geheel zijn. Daarnaast vraagt deze ontwikkeling om beleidsmatige keuzes over toegankelijkheid, solidariteit en uitvoeringslasten, en om afstemming met landelijke wet- en regelgeving. Gezien de onzekerheden is het op dit moment niet verantwoord om hier al financiële aannames aan te verbinden in de begroting.

Wel is het noodzakelijk om deze ontwikkeling de komende periode actief te volgen en nader uit te werken, zodat tijdig kan worden geanticipeerd op de verwachte veranderingen vanaf 2029. Financieel effect Vooralsnog geen financieel effect opgenomen. De financiële consequenties worden de komende maanden nader onderzocht en kunnen op een later moment worden vertaald naar de begroting en meerjarenraming.

Conclusie Maatregel Koppeling meerjarige groei aan rijksinkomsten BUIG Drechtwerk Vangnet ESF SROI Aantallen WMO na 2027 constant hulpmiddelen Vervoer Huishoudelijke ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf Inkomensafhankelijke bijdrage CAK Afschaffing huishoudelijke ondersteuning als maatwerk Totaal

2027 -1.300 pm -330 -1.630

2028 -1.782 -1.140 -642 -1.300 pm -660 -1.901 -1 -753 -408 -739 -5.643

2029 -4.010 -2.806 -1.204 -1.300 pm -990 -3.911 -2 -1.611 -786 -1.512 -10.211

2030 -8.272 -5.296 -2.976 -1.300 pm -1.320 -5.035 -3 -1.663 -1.171 -2.198 -15.927

Effect gemeenten, rekening houdend met percentages zoals in maatregelen. Gemeente Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht

2027 -84 -768 -62 -125 -173 -155 -261

2028 -293 -2.670 -214 -435 -603 -540 -909

2029 -528 -4.817 -387 -785 -1.088 -974 -1.639

2030 -819 -7.472 -600 -1.218 -1.688 -1.510 -2.543

Randvoorwaarde en risicokader bij de voorgestelde maatregelen Voorstel De voorgestelde financiële en beleidsmatige maatregelen worden vastgesteld onder de expliciete randvoorwaarde dat deze grotendeels zijn gebaseerd op aannames en beleidsontwikkelingen waarvan de uiteindelijke effecten zich pas in de praktijk zullen uitkristalliseren. Gelet hierop wordt voorgesteld dat deelnemende gemeenten vanaf begrotingsjaar 2027 in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing rekening houden met een verhoogd risicoprofiel ten aanzien van de GR Sociaal. Toelichting De maatregelen zoals opgenomen in dit memo zijn mede ingegeven door de noodzaak om de financiële ontwikkeling van de GR Sociaal beheersbaar te houden in een periode van grote onzekerheden, onder andere als gevolg van landelijke beleidsvoornemens, het ravijnjaar en de beoogde transformatie binnen het sociaal domein. Een aantal maatregelen – zoals het constant houden van Wmo-aantallen, de verschuiving van maatwerk naar algemene voorzieningen en het anticiperen op rijksbeleid – is gebaseerd op redelijke en verdedigbare aannames, maar kent tegelijkertijd een mate van onzekerheid.

Het risico bestaat dat: •

de volumegroei in de Wmo zich sterker ontwikkelt dan voorzien;

•

beleidsmatige transformaties (zoals preventie en algemene voorzieningen) minder snel of minder effect sorteren;

•

landelijke beleidsvoornemens anders worden uitgewerkt dan nu wordt verwacht, zowel qua timing als qua financiële impact.

Hoewel deze risico’s op concernniveau binnen de GR Sociaal worden gemonitord en via de reguliere P&C-cyclus worden gevolgd, blijft het mogelijk dat bijsturingsmaatregelen nodig zijn die financiële consequenties hebben voor de deelnemende gemeenten. Randvoorwaardelijke afspraak Om deze onzekerheden op een transparante en evenwichtige wijze te adresseren, wordt voorgesteld als randvoorwaarde op te nemen dat deelnemende gemeenten: •

in de eigen begroting vanaf 2027 expliciet aandacht besteden aan het risicoprofiel van de GR Sociaal;

•

waar passend een aanvullende of aangescherpte risico-inschatting opnemen in de paragraaf weerstandsvermogen;

•

daarmee expliciet ruimte houden om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat dit direct leidt tot ongewenste ad-hocmaatregelen of bestuurlijke druk.

Deze benadering onderstreept het gezamenlijke eigenaarschap van de GR Sociaal, creëert realistische verwachtingen over de financiële ontwikkeling en draagt bij aan een zorgvuldige balans tussen ambitie, beheersbaarheid en prudent financieel beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1235/documents/18239