CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1f Voortoets stikstofdepositie (incl. Aerius-export).pdf

Raadsvergadering Papendrecht 23 april 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Bosch 89 vaststellen - Voorstel1.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Nieuwe situatie.............................................................................................................................. 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats .......................................................... 5 2. Beleidskader............................................................................................................................. 6 2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................... 6 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ................................................................................................ 6 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ..................................................................................

6 2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden.................................................................................... 6 3. Uitgangspunten ........................................................................................................................ 7 3.1 Aanlegfase ..................................................................................................................................... 7 3.2 Gebruiksfase .................................................................................................................................. 9 4. Wijze van modelleren ............................................................................................................. 10 4.1 Aanlegfase ................................................................................................................................... 10 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 10 4.3 Gebouwinvloed ........................................................................................................................... 11 5. Rekenresultaat en conclusie.................................................................................................... 12

Bijlage – AERIUS-exports ............................................................................................................ 13

Pagina 3 van 13

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Het perceel Bosch 89 te Papendrecht betreft een stukje openbaar groen. De gemeente Papendrecht is voornemens om dit perceel om te zetten naar een bouwkavel, zodat het perceel verkocht kan worden en hier een (vrijstaande) burgerwoning gerealiseerd kan worden. Om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden vanwege de aanleg- en gebruiksfase van de nieuwe woning te berekenen is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd een voortoets stikstofdepositie op te stellen. Met deze voortoets is onderzocht of er sprake is van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige habitats als gevolg van stikstofdepositie vanwege het plan en of er al dan niet sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming op het onderdeel stikstofdepositie.

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen in het zuidelijk deel van de kern Papendrecht en is kadastraal bekend gemeente Papendrecht, sectie B, nummer 4299. Het betreft op dit moment een stukje openbaar groen.

Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied

Pagina 4 van 13

2.

Beleidskader

2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. Bij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan voordat een ontheffing op basis van de Wnb verleend kan worden.

2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen (Natura 2000-gebieden). Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Hierdoor zijn alle gemelde activiteiten alsnog vergunningplichtig en dient aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet regelt dat er artikels worden toegevoegd aan de Wnb. In de toegevoegde artikels zijn de doelstellingen opgenomen met betrekking tot de reductie van de stikstofdepositie. Om de doelen te realiseren worden maatregelen genomen welke worden opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering. Deze wet voorziet hierin. Daarnaast is in de wet een bouwvrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor activiteiten in de bouwsector toegevoegd. Dit betekent onder andere dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. De Raad van State heeft op 2 november 2022 in een tussenuitspraak beoordeeld dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hoewel de bouwvrijstelling daarmee van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof.

2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden Op 25 november 2022 heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd. Deze habitattypen en soorten zijn door middel van het wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. De betreffende habitattypen zijn in de geactualiseerde versie van de AERIUS Calculator en zijn daarmee betrokken bij dit onderzoek. Pagina 6 van 13

3.

Uitgangspunten

De stikstofemissie als gevolg van het project kan opgedeeld worden in twee perioden, namelijk de aanlegfase en de gebruiksfase. Tijdens de aanlegfase wordt het project gerealiseerd, waarbij er mobiele werktuigen worden ingezet en er af- en aanrijdend verkeer plaatsvindt als gevolg van het personeel en de toevoer van materialen. Na het opleveren van het project is de aanlegfase beëindigd. De aanlegfase is daarmee tijdelijk van aard. In de gebruiksfase vinden emissies plaats vanwege de nieuwe verkeersbewegingen die plaatsvinden vanwege de nieuwe woning. Ook kunnen er emissies plaatsvinden als gevolg van gasverbruik of het gebruik van een sfeerhaard. In de volgende paragrafen worden de aanleg- en gebruiksfase behandeld. In de aanlegfase wordt benoemd welke en hoe lang mobiele werktuigen worden ingezet en hoeveel verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase te verwachten zijn. In de gebruiksfase wordt beschreven of de woningen stikstof kunnen emitteren en wordt de verkeersgeneratie berekend.

3.1 Aanlegfase De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOX door mobiele werktuigen dient de stageklasse, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en eventueel het AdBlue-verbruik aangegeven te worden. Met deze gegevens kan de emissie van de mobiele werktuigen berekend worden. Het aantal draaiuren kan van tevoren ingeschat worden op basis van ervaring/expert judgement. Met betrekking tot de stageklasse wordt uitgegaan dat uitsluitend werktuigen worden ingezet met een motor met stageklasse IV. Voor wat betreft het bepalen van het brandstof- en AdBlue-gebruik is aangesloten bij de handreiking ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’ (BIJ12, januari 2023). Het brandstofverbruik is berekend aan de hand van de volgende formule: B = 0,095 × PMAX + 0,54, waarvan wordt uitgegaan dat 6% AdBlue-verbruik betreft. Op basis van expert judgement wordt per fase beschreven welke machines nodig zijn en hoelang deze machines worden ingezet. Gedurende 8 maanden (160 werkdagen) wordt de woning gebouwd en opgeleverd. Voor de graafwerkzaamheden wordt gedurende 2 werkdagen een graafmachine ingezet.

Vervolgens wordt gedurende 1 dag een heistelling ingezet voor het heien van de palen en wordt voor 2 dagen een betonpomp ingehuurd voor het storten van de vloeren. Verder wordt gedurende 5 dagen een telescoopkraan ingezet voor het hijsen van vloeren, kappen en bouwmateriaal. Verder wordt ervan uitgegaan dat elke dag bouwvakkers het terrein betreden met 3 bestelauto’s. Voor het vervoeren van bouwmaterialen (palen, vloeren, kappen, stenen, kalkzandstenen, gipsbeton, betonstaal, trappen, bouwmaterialen, materieel, kozijnen, dakpannen, zandcement, afval en installatie) zijn 30 vrachtauto’s nodig. Resumerend wordt voor de realisatiefase de volgende mobiele werktuigen (tabel 2) en voertuigen (tabel 3) ingezet.

Pagina 7 van 13

4.

Wijze van modelleren

4.1 Aanlegfase Tijdens de aanlegfase zorgen de mobiele werktuigen en het af- en aanrijdend verkeer voor emissies.

4.1.1 Mobiele werktuigen De mobiele werktuigen hebben geen vaste plek binnen het plangebied en zijn daardoor als vlakbron op het plangebied gemodelleerd.

4.1.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer voor de ontwikkeling bestaat uit 960 lichte en 60 zware voertuigbewegingen. De verkeersbewegingen van de aanlegfase zijn gemodelleerd middels een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De verkeersbewegingen ten behoeve va de aanlegfase zijn gemodelleerd als lijnbron vanaf het midden van het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, in dit geval tot de ontsluitingswegen/kruising Vrijheer van Eslaan – Willem Dreeslaan. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

4.1.3 Manoeuvreren / stationair draaien vrachtverkeer Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer dient meegenomen te worden in de berekening. Om dit aspect mee te nemen is een lijnbron rondom het plangebied opgenomen, waarin alle 30 zware vrachtverkeerbewegingen zijn gemodelleerd. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met een filepercentage van 100%.

4.2 Gebruiksfase 4.2.1 Nieuwe woning De nieuwe woning wordt gasloos en energieneutraal gerealiseerd. Wel wordt worstcase uitgegaan dat de woning wordt voorzien van een sfeerhaard. Volgens het document ‘Emissiekentallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS’ (TAUW (in opdracht van BIJ12), 31 augustus 2018) zorgen sfeerhaarden voor een emissie van 0,44 kg NOx per jaar per woning. De woning is gemodelleerd met een puntbron. Met betrekking tot de uittreedhoogte is uitgegaan van 10 meter. Worstcase is uitgegaan van een warmteinhoud van 0,00 MW.

4.2.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer vanwege de woning bestaat uit 2.811 lichte en 8 zware verkeersbewegingen per jaar. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met lijnbronnen vanaf het plangebied tot het punt waarbij het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld (de kruising Vrijheer van Eslaan – Willem Dreeslaan). De verkeersbewegingen van de gebruiksfase zijn gemodelleerd middels een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

Pagina 10 van 13

4.3 Gebouwinvloed Naast de emissie van mobiele werktuigen, voertuigen en gebouwen wordt de hoeveelheid stikstofdepositie deels bepaald door de invloed van gebouwen. Gebouwinvloed is relevant om mee te nemen in situaties waarin de verspreiding van emissies wordt beïnvloed door een dominant gebouw in de directe omgeving van de bron. Veelal is de emissiebron gelegen op of aan de zijkant van het gebouw zelf, zoals bij een fabriek met een schoorsteen of bij stallen. Het meenemen van gebouwinvloed heeft tot gevolg dat in veel gevallen een hogere (maximale) concentratie en depositie wordt berekend dan wanneer gebouwinvloed niet wordt meegenomen. In de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’ van BIJ12 is opgenomen dat gebouwinvloed in de berekening moet zijn meegenomen als al de vier criteria van toepassing zijn: 1. De bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron, zoals het geval is bij stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen. Gebouwinvloed wordt niet meegenomen in de berekeningen bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen. 2. De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen; 3.

De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het plangebied is gelegen op een grotere afstand dan 3 kilometer tot Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorwaarden en kan worden geconcludeerd dat het aspect gebouwinvloed niet relevant is voor dit onderzoek. Het aspect gebouwinvloed is derhalve niet meegenomen in de berekening.

Pagina 11 van 13

5.

Rekenresultaat en conclusie

In voorliggende voortoets is de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden als gevolg van de ontwikkeling berekend met behulp van de AERIUS Calculator 2023. Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling niet voorziet in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. De invoergegevens en het rekenresultaat zijn opgenomen in de bijlage van dit rapport. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.

Pagina 12 van 13

Bijlage – AERIUS-exports

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/876/documents/12846