Bijlage 1. Zienswijzebrief op wijziging Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal 2025 _def.pdf
Tekst van het document
Aan het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Postbus 619 3300 AP Dordrecht
datum behandeld door ons kenmerk telefoonnummer onderwerp
5 maart 2026 C.D. van Petersen 2025-0132210 14 078 Zienswijze op wijziging Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal 2025.
Geacht bestuur,
Op 11 december 2025 hebben wij van u het verzoek ontvangen om een zienswijze kenbaar te maken op de voorgenomen wijziging van de Financiële verordening Openbaar Lichaam Sociaal 2025. Wij hebben uw verzoek besproken in onze vergadering van 5 maart 2026. Ten aanzien van de wijziging van de te hanteren verantwoordings- en rapporteringgrens die wordt vastgelegd op 2%, maken wij geen zienswijze kenbaar. We hebben geconstateerd dat deze wijziging in lijn ligt met de geldende wettelijke regelingen op dit terrein. De wijziging vloeit hieruit logisch voort. Daarnaast vraagt u ons een zienswijze kenbaar te maken op artikel 8, lid 4. Dit betreft de wijziging op de uitzonderingsgronden, waarop afwijking van de begroting niet als onrechtmatig wordt beschouwd. U bent voornemens hieraan een vierde uitzonderingsgrond toe te voegen: "De overschrijding is een gevolg van onvoorzienbare verplichte uitgaven". In uw aanbiedingsbrief ontbreekt een definiëring van wat onvoorzienbare verplichte uitgaven zijn die onder deze uitzonderingsgrond zouden vallen. Wij maken daarom de volgende zienswijze kenbaar op deze wijziging: Wij volgen deze wijziging voor zover het gaat om onvoorzienbare, verplichte uitgaven die voortvloeien uit specifieke wettelijke taken waarop de begroting niet tijdig kan worden aangepast. Zoals de energietoeslag in 2023.
Voor vergelijkbare toekomstige situaties als gevolg van verplichte wettelijk taken voor onze inwoners, volgen wij deze wijziging niet. Mocht u voornemens zijn om in de toekomst andere typen onvoorzienbare verplichte uitgaven zoals bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsvoeringskosten onder deze uitzondering te brengen, dan is eerst een nadere afbakening nodig van welke onderwerpen hieronder kunnen vallen. Wij vragen u op deze zienswijze in uw antwoord te reflecteren.
Hoogachtend, de griffier,
de voorzitter,
S.C. Madern
M.J.M. van Driel