CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte 2021.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 1 juli 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 15: Transitievisie Warmte 2021 - Voorstel12.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Isoleren en kierdichten: het verlagen van de warmtevraag van het gebouw.

Hybride: het beperken van de gasvraag door de warmtevraag deels in te vullen met warmtepompen.

Opt-out: naoorlogse gebouwen in deze wijken moeten in principe wel zoveel mogelijk gasvrij worden.

Opt-out

Binnen deze wijken zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om zoveel mogelijk gas te besparen is opt-out in deze wijken juist wenselijk.

28

4.4.4. Besparingswijk met aandacht voor herijking Transitiepad

Besparen met aandacht voor herijking (Molenvliet, Wilgendonk & Oosteind en de Kooy A)

Gebouwen

Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken.

Warmteoptie en

Voor deze wijken is het nog onduidelijk welke warmteoptie zij krijgen, bijvoorbeeld omdat

herijking

de kosten van de verschillende warmteopties erg dicht bij elkaar liggen. Zij zijn echter niet zo oud dat zij aanspraak kunnen maken op duurzaam gas. Daarom volgen deze wijken een no-regrettransitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze wijken opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze wijken in principe no-regret. Als de wijk uiteindelijk toch gasvrij wordt geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset.

Tempo

Deze wijken stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen.

Opt-out

Binnen deze wijken zullen individueel all-electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen.

4.4.5. Bedrijventerreinen Transitiepad

Bedrijventerrein (Westpolder A & Oosteind en de Kooy B)

Gebouwen

Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.

Warmteoptie

Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energie-infrastructuur op een bedrijventerrein is echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig is.

Tempo

Deze wijken volgen voorlopig het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.

29

5. Uitvoeringsstrategie De perspectiefkaart en de transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven per buurt inzicht in de route die wordt doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk richting uitvoering: Hoe worden die routes de komende jaren ingezet, welke instrumenten zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren, inwoners en andere partijen hierbinnen initiatiefnemen?

5.1.

De transitiepaden omzetten naar praktijk

Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In deze paragraaf beschrijven we welke aanpakken kunnen worden toegepast en wat dat betekent voor inwoners en andere betrokkenen.

5.1.1. Doelgroepgerichte aanpak voor gasbesparing en individuele warmteopties Het eerste uitgangspunt van de Transitievisie Warmte is dat we voortvarend aan de slag gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Dat uitgangspunt komt in alle transitiepaden terug. In alle transitiepaden werken we aan de gebouwkant zoveel mogelijk toe naar een basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch koken. Het basisniveau van isolatie bereiken we als we maximaal isoleren binnen de bestaande schil, bij voorkeur op natuurlijke momenten om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Het basisniveau is dus no-regret en moeten we altijd doen, voor iedereen en ongeacht het alternatief voor aardgas. Naast het basisniveau van bouwkundige maatregelen kunnen ook installaties, zoals hybride warmtepompen of volledige warmtepompen een no-regret maatregel zijn. Dit is afhankelijk van het transitiepad van de wijk waarin de woning zich bevindt. Een hybride warmtepomp is in alle wijken een goede tussenoplossing, in afwachting van een volledig gasvrije warmteoptie, maar ook een eindoplossing voor bijvoorbeeld het dijklint. Dit gedeelte van Papendrecht heeft namelijk zicht op duurzaam gas (dit geldt voor de licht oranje gekleurde besparingswijken). Een hybride warmtepomp die wordt gevoed met duurzaam gas is hierbij een goede eindoplossing.

Het spreekt voor zich dat niet iedere woningeigenaar een vergelijkbaar handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype en per transitiepad. Bovendien zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid. Dat iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, betekent niet dat er geen collectief aanbod georganiseerd kan worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.

30

Zowel bij inwoners als bij de lokale werkgroep hebben wij opgehaald wat woningeigenaren nodig hebben om zoveel mogelijk naar het basisniveau te gaan. Grofweg hebben woningeigenaren behoefte aan twee dingen: 

Voorlichting: inwoners zijn sterk gemotiveerd om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Maar men wil beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze moeten nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. Inwoners willen objectieve adviezen, het liefst georganiseerd vanuit de gemeente. In deze adviezen moet duidelijk worden waarom specifiek deze maatregelen nodig zijn en wat de voordelen ervan zijn, zoals meer comfort en lagere woonlasten.

Facilitering: zorgen dat gebouweigenaren weten bij welke middelen ze terecht kunnen om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er zijn diverse landelijke subsidiemogelijkheden, zoals de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Ook kunnen woningeigenaren gebruikmaken van de diensten van het Regionaal Energieloket. Er is behoefte aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Energiebesparing in Papendrecht: tips van inwoners uit de informatieavond op 10 maart 2021     

Toewerken naar een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen Onafhankelijk advies op maat voor individuele woningeigenaren Een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn Ondersteuning en begeleiding voor VVE’s Ondersteuning en inzicht geven in de kosten, terugverdientijden en beschikbare subsidies

Om iedere woningeigenaar op een juiste manier voor te lichten en te faciliteren is een doelgroepgerichte aanpak nodig. We onderscheiden drie hoofddoelgroepen: woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Bij iedere hoofddoelgroep kunnen we subdoelgroepen onderscheiden, zoals woningeigenaren binnen een VVE, huurders, en particuliere eigenaren. Samen met de andere gemeenten binnen de Drechtsteden gaan we de doelgroepenaanpak uitwerken. In de regionale doelgroepenaanpak werken we per (sub)doelgroep maatregelen uit op het gebied van voorlichting en facilitering. Vervolgens bepalen we als gemeente de prioritering in doelgroepen en aanpakken om in Papendrecht toe te passen. Aandachtspunten daarbij zijn het tegengaan van energiearmoede en het zoveel mogelijk aansluiten bij natuurlijke momenten van woningeigenaren in Papendrecht.

In de Regio is reeds een Regisseur Energiebesparing aangesteld die samen met gemeenten de aanpakken op het gebied van energiebesparing gaat vormgeven en ervoor zorgt dat wordt samengewerkt waar dat kansrijk is. De voordelen van regionale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen.

31

5.1.2. De aanpak in warmtenetwijken De uitvoering voor warmtenetwijken kenmerkt zich door een wijkgerichte collectieve aanpak. Gemeente werken samen met bijvoorbeeld een warmtebedrijf en woningcorporatie om vraag en aanbod van warmte in een gebied te organiseren. Deze aanpak is wijkgericht omdat de infrastructuur van een warmtenet kostbaar is. Het is daarom belangrijk dat er binnen een wijk een bepaalde schaalgrootte ontstaat. Dit gebeurt stap voor stap. We kijken binnen een wijk naar verschillende doelgroepen, zoals particuliere woningbezitters en grote gebouweigenaren. Voor reeds geplande warmtenetten is de organisatiestructuur al ingericht, daarnaast is er ruimte voor nieuwe initiatieven. 

Reeds geplande warmtenetten Via gemeentelijke SAH-werkgroepen wordt de aansluiting van clusters corporatiewoningen georganiseerd waarvoor al SAH-subsidie (stimulering aardgasvrije huurwoningen) is verkregen. De uitvoering wordt voor deze clusters uiterlijk in 2025 verwacht (onder voorbehoud van akkoord inwoners en goedkeuring raden van commissarissen).

Nieuwe ontwikkelingen warmtenetten: Het uitnodigingskader (zie volgende paragraaf) geldt als houvast voor het gesprek met alle nieuwe initiatieven op het gebied van warmtenetten. Het heeft betrekking op zowel nieuwe SAH-clusters (woningcorporaties) als SAK-clusters (subsidie Stimulering Aardgasvrije Koopwoningen, voor VVE’s en particuliere woningen) en voor kleinschalige collectieven op bedrijventerreinen of voor andere grote gebouweigenaren. Door de Regio Drechtsteden is voor aardgasvrije wijkaanpakken in de Drechtsteden een Schaalbaar Stappenplan Aardgasvrjie Wijkaanpakken opgesteld, dat gemeenten helpt bij de planvorming en uitvoering. Dit stappenplan biedt structuur en houvast voor collectieve wijkaanpakken. In het stappenplan worden checklists, belangrijke afwegingen per fase van de wijkaanpak en voorbeelddocumenten uit de proeftuin Sliedrecht-Oost en initiatieven uit Zwijndrecht en Dordrecht gedeeld. Het stappenplan is te vinden op http://www.drechtstedenenergie.nl/wijkaanpak.

5.1.3. De aanpak voor bedrijventerreinen Bedrijven zijn benoemd als aparte hoofddoelgroep binnen de energiebesparingsopgave. Omdat deze doelgroep zowel qua verwarmingsbehoefte als qua regelgeving afwijkt van woningen, is het belangrijk dat voor deze groep specifieke aanpakken worden ontwikkeld. Deze kunnen zowel gericht zijn op individuele (besparings)maatregelen als het ontwikkelen van kleinschalige collectieve systemen (bronnetten). Bij het uitwerken van deze aanpakken is de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een belangrijke partner.

5.1.4. De aanpak in Nieuwbouw- en transformatiegebied Nieuwbouw wordt per definitie aardgasvrij gerealiseerd. De keuze van een warmteoptie (energieconcept) voor nieuwbouw wordt gemaakt op basis van de afwegingscriteria voor warmteopties in de Transitievisie Warmte, inclusief de voorkeursvolgorde voor warmtebronnen uit de RES. Bij deze keuze spelen altijd ook lokale factoren een rol, zoals de schaal van de ontwikkeling en de relatie met de bestaande bouw eromheen.

32

5.2.

De transitievisie warmte als uitnodigingskader collectieve warmte

We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving (o.a. Wet Collectieve Warmtevoorziening en Omgevingswet) in ontwikkeling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie - onder andere de betaalbaarheid - deels ontbreken. Een tussenfase dus. Dé manier om deze periode te overbruggen en ondanks die missende randvoorwaarden toch al voortgang te boeken, is het verlenen van medewerking aan initiatieven uit de markt en de samenleving. De Omgevingswet kiest ervoor om steeds meer de kracht van de samenleving te benutten in plaats van de overheid die alles zelf doet. Dat vraagt ook een stimulerende en uitnodigende cultuur die initiatiefnemers op weg helpt. Dat maken we mogelijk door de transitievisie warmte in deze tussenfase als uitnodigingskader te positioneren: een uitnodiging en leidraad voor het gesprek met initiatiefnemers. Het uitnodigingskader geldt voor alle initiatieven die met collectieve warmte, waarbij de medewerking van de gemeente nodig is (zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan). Dat kan variëren van heel kleinschalig (enkele gebouwen) tot groot (bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau). Waar gebouweigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij die passen binnen de kaders van deze transitievisie warmte, gaan we met dit uitnodigingskader als basis het gesprek aan.

We stellen dus geen dwingende regels. Dit vanuit de ervaring en overtuiging dat er in de samenleving (woningbouwcorporaties, gebouweigenaren, HVC, andere initiatieven, et cetera) voldoende kracht zit om de eerste stap richting 2050 te kunnen zetten. Om initiatieven de goede kant op te richten is er wel behoefte aan een uitnodigingskader, zodat de stappen die gezet worden in lijn zijn met het perspectief dat we in deze Transitievisie Warmte schetsen. Dit zorgt er onder andere voor dat keuzes die in deze tussenfase gemaakt worden voorsorteren op een betaalbare warmtetransitie. Het uitnodigingskader kan worden gezien als een gespreksleidraad, waarmee we aan de hand van ons warmtebeleid in de Transitievisie Warmte in gesprek gaan en medewerking verlenen aan initiatieven. De transitievisie warmte biedt de belangrijkste gespreksonderwerpen. Deze bestaan uit: 1. De uitgangspunten van deze transitievisie warmte (H2) 2. De afwegingscriteria warmteopties (H3) 3. Een duidelijk ontwikkelperspectief: hoe verhoudt het initiatief voor het aardgasvrij maken van een cluster gebouwen zich tot het perspectief voor de buurten eromheen, de verwachte infrastructuur, het temperatuurniveau en de bronnenstrategie (afkomstig vanuit de RES)? 4. Het warmtenet als onderdeel van het energiesysteem: een warmtenet kan zoals beschreven helpen om pieken in het energiesysteem op te vangen.

Het is daarom belangrijk om de integrale samenhang van het energiesysteem (warmtenet, (hernieuwbaar)gasnet en elektriciteitsnet) te bekijken. Op termijn kunnen warmtenetten aan elkaar gekoppeld worden.

33

5. Overige aandachtspunten. In een participatieronde met stakeholders, bewoners en bedrijven zijn criteria opgehaald die aangeven wanneer een initiatief als kansrijk wordt gezien om mee te starten. De belangrijkste zijn: 

Zijn er koppelkansen met werkzaamheden in de openbare ruimte en ondergrond, of met andere natuurlijke vervangingsmomenten? Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cvketels en nieuwbouwwerkzaamheden.

Kan de aanpak zorgen voor het voorkomen van energiearmoede (waarbij huishoudens onvoldoende geld hebben voor verwarming, verlichting of koken en dus inleveren op hun comfort)?

Lokale invulling per gemeente, bijvoorbeeld hoe het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de Omgevingsvisie.

5.2.1. Hoe werkt het uitnodigingskader? 

Het uitnodigingskader nodigt initiatiefnemers met een haalbare en betaalbare casus voor aardgasvrij uit om met de gemeente in gesprek te gaan. Het initiatief ligt hiervoor bij gebouweigenaren (woningcorporaties, utiliteit, VVE’s, groepen particulieren), die samen met een warmtebedrijf of een andere samenwerkingspartner in gesprek kunnen gaan. Het initiatief kan grootschalig zijn, maar ook kleinschalig, zoals een wijk-WKO of eigen warmtebron voor een grootverbruiker of voor een collectief van kleinverbruikers.

Er is geen exclusieve positie voor welke partij dan ook. Elk initiatief en elke partij kan initiatief nemen.

De gemeente gaat met de initiatiefnemer in gesprek aan de hand van de bovengenoemde inhoudelijke criteria, om de plannen te optimaliseren. Het initiatief moet verder voldoen aan alle reguliere vergunningen voor aanleg van een warmtenet.

Nieuwbouw Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten (waaronder nieuwe Omgevingsplannen en de selectieprocedure voor de ontwikkelaar) een verwijzing opgenomen naar de Transitievisie Warmte en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor collectieve warmte.

Monitoring Periodiek gaan we na of we nog op koers zitten en of de landelijke context is veranderd. Een aantal zaken krijgt de komende periode verder vorm: de Wet Collectieve Warmtevoorziening (zie volgende paragraaf) en de invulling van financiële randvoorwaarden voor de wijkaanpak. Bij elk van deze mijlpalen nemen we het uitnodigingskader onder de loep en maken we aanpassingen in ons beleid waar nodig.

34

Voorbereiden op de aankomende Wet Collectieve Warmtevoorziening Er is wetgeving in ontwikkeling om gemeenten meer sturingsinstrumenten te geven in de warmtetransitie. De nieuwe Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) wordt naar verwachting in 2022 van kracht. Hierin is voorzien dat het college van B&W via een transparante procedure (publieke aanwijzing) een warmtebedrijf aanwijst, dat binnen een bepaald gebied (een warmtekavel) verantwoordelijk wordt voor de aanleg en levering van warmte. In het kader van de WCW is het uitnodigingskader een mogelijke tussenstap. Het is actief ná vaststelling van de Transitievisie Warmte en vóór vaststelling van een warmtekavel. Het door ons gehanteerde uitnodigingskader sluit daarom goed aan op de publieke aanwijzing zoals beschreven in de beoogde WCW. Het is in lijn met de WCW ook transparant en toegankelijk voor alle warmtebedrijven. We sorteren hiermee alvast voor en zorgen voor een overbrugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de WCW zullen we het uitnodigingskader op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.

5.3.

Wat vraagt dit van de gemeentelijke organisatie?

De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een toenemende inzet van de gemeentelijke organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 2030 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing) aan. Gemeente Papendrecht valt in de categorie kleine gemeenten (<40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als Papendrecht, vanaf 2022 capaciteitsinzet van minimaal 2 fte wordt verwacht voor het realiseren de warmtetransitie gemeentebreed. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per wijk waar een wijkaanpak (wijkuitvoeringsplan) wordt opgesteld. Het capaciteitsvraagstuk voor de energietransitie in de gebouwde omgeving voor de totale regio Drechtsteden komt op 23-30 fte. Hierin zijn de wijkaanpakken nog niet meegenomen. Gemeentelijke taken Wijkuitvoeringsplan - planfase

Klein 0,8 – 1,1

Middel 0,9 – 1,4

G40 1,2 - 1,8

FTE fte per jaar per wijk

Wijkuitvoeringsplan - uitvoeringsfase

1,7 - 2,1

1,9 – 2,4

1,9 - 2,4

fte per jaar per wijk

Totaal

Hangt af van aantal wijkuitvoeringsplannen

Samenwerking corporaties & VVE’s

0,3 – 0,4

0,6 – 0,9

1,4 - 2,1

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

fte per jaar Beperkt

Gemeentebrede communicatie incl. energieloket

0,9 – 1,1

1,8 – 2,2

3,8 - 4,6

fte per jaar

Verduurzamen eigen vastgoed

0,1 – 0,2

0,5

0,75 - 1,25

fte per jaar

Verduurzamen maatschappelijk vastgoed

0,3 – 0,5

0,5 – 0,7

1,1 - 1,5

fte per jaar

Verduurzamen overige utiliteitsbouw

0,3

0,5

0,75

fte per jaar

Monitoren en herijken Transitievisie Warmte

0,25

0,3 – 0,5

1 - 1,5

fte per jaar

Totaal

2,15 – 2,75

4,2 – 5,3

8,8 – 11,7

fte per jaar

35

Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal wijkuitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Of en wanneer we in Papendrecht met wijkaanpakken starten, hangt sterk af van landelijke randvoorwaarden. Daarnaast is het belangrijk bovenstaande tabel te toetsen aan de lokale situatie in Papendrecht en de regio Drechtsteden. De Drechtsteden wijken op een aantal vlakken af van de taken zoals hierboven in de tabel geduid: 

De komende jaren worden wel warmtenetten met name gerealiseerd via een clusteraanpak, in plaats van een wijkaanpak (los van Sliedrecht-Oost en eventuele gesubsidieerde pilots). De uitvoeringsorganisatie voor de clusteraanpak is ingericht in de vorm van de SAH-werkgroepen. Dit kan worden gezien als een minder intensieve voorloper op de wijkuitvoeringsplannen.

Voor Energiebesparing (individuele maatregelen) en warmtenetten (collectieve aanpak) zijn regionale regisseurs aanwezig, die gemeenten ondersteunen.

Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel. Ten behoeve van 2022 en de daarop volgende jaren is met oog op het bovenstaande een opschaling van de organisatie nodig. Deze opschaling wordt naar verwachting mogelijk gemaakt door een ophoging van het gemeentefonds. In 2021 werken wij dit organisatievraagstuk uit en bereiden wij een intensiveringsvoorstel voor. Vanzelfsprekend hebben wij hierbij ook oog voor de brede (financiële) context waarin onze gemeente zich begeeft. Met de vaststelling van de Transitievisie Warmte kan de gemeente Papendrecht in samenwerking met de andere Drechtsteden de komende jaren voortvarend aan de slag met de warmtetransitie.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/273/documents/5922