Bijlage 1 - Rapportage onderzoek duurzaamheidsbeleid.pdf
Tekst van het document
Belangrijkste indicatoren
Zoals hierboven reeds aangegeven zijn de duurzaamheidsambities slechts zeer beperkt gekwantificeerd. In de Programmabegroting 2023-2027 zijn voor het eerst enkele indicatoren benoemd met betrekking energie, namelijk het aandeel hernieuwbare energie in % en het % woningen met zonnepanelen. Zoals eerder is aangegeven is duurzaamheid nog in ontwikkeling en het SMART maken van de ambities behoeft aandacht. In 2020 is een voortgangsbericht naar de raad gegaan over het programma duurzaamheid (RIBD05.20200616). Hierin is gerapporteerd op het niveau van projectbeschrijvingen over wat is gedaan; enkele voorbeelden daarbij zijn: • ‘Bij herinrichting, renovaties en nieuwbouw wordt lokale verwerking van hemelwater gestimuleerd. Dit voorkomt wateroverlast en zorgt voor een goede toegankelijkheid van de openbare ruimte. Grootschalige uitrol van 'klimaat' projecten hebben in 2019 plaatsgevonden in Westpolder-oost en Willem Kloosstraat (start uitvoering).’ • ‘Op 18 november 2019 werd er een batterypack aangesloten op de muur van het gemeentehuis. Dit houdt in dat evenementen op de Markt vanaf nu voorzien kunnen worden van 'groene stroom'.
Deze nieuwe vorm van stroomvoorziening heeft de gemeente, dankzij het snelle optreden van de gemeenteraad, in samenwerking met de Stichting Huiskamer Papendrecht kunnen realiseren.’ Sommige resultaten zijn al wel meer concreet geformuleerd, bijvoorbeeld: • ‘In 2019 organiseerde het energieloket een regionale groepsaankoop voor spouwmuur isolatie. Er werden bedrijven geselecteerd voor de uitvoering en afspraken gemaakt over (scherpe) tarieven. Inwoners in Papendrecht konden zich vanaf 21 mei 2019 inschrijven voor een woningopname en een persoonlijke offerte. De actie loopt nog door in 2020. o Totaal inschrijvingen: regio 481 / Papendrecht 61 o Totaal ingeplande woningopnames: regio 425 / Papendrecht 50 o Tussenstand uitgevoerde maatregelen: regio 90 / Papendrecht 36’ • ‘Zomer 2019 is er een groendak-acte georganiseerd waarbij bewoners zich konden aanmelden voor een gratis groendakscan. Vanwege het grote aantal aanmelding (120!) zijn er twee daken verloot. Daarnaast is alle deelnemers het aanbod gedaan deel te nemen aan een gezamenlijke subsidieaanvraag via Energieloket Drechtsteden. Twaalf bewoners hebben via het energieloket een
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
21
Openbaar
subsidieaanvraag gedaan bij Waterschap Rivierenland. Tevens hebben acht bewoners na de gratis scan direct een groendak aangelegd, zonder gebruik te maken van de subsidieregeling.’; Bovenstaande terugkoppeling is informatief en de laatstgenoemde twee zijn ook al kwantitatief concreet in behaalde resultaten op projectniveau. Er ontbreekt echter wel een koppeling met de concreet gestelde ambities en ook de verwachtingen op projectniveau: wat of hoeveel bewoners beoogde men te bereiken in desbetreffend jaar en hoe groot is bijvoorbeeld de doelgroep waarop het project zich richt? Het project rondom gezamenlijke inkoop van spouwmuurisolatie richt zich specifiek op de doelgroep van eigen woningbezitters en mogelijk zelfs op eigen woningen van voor een specifiek bouwjaar. Door een koppeling te leggen met dergelijke cijfers wordt niet enkel informatie verstrekt maar ontstaat ook inzicht in waar gemeente Papendrecht staat. Vervolgens kan in een later stadium dan ook betere duiding worden gegeven aan de doelmatigheid van dergelijke projecten.
2.4.2
Evaluatie en bijsturing
De onderzoekers concluderen dat er geen sprake is van een structurele cyclus voor een integrale duurzaamheidsrapportage. Qua verantwoording over behaalde resultaten wordt de gangbare P&C-cyclus per taakveld gehanteerd. Daarbinnen wordt per taakveld gerapporteerd over de voortgang en eventuele afwijkingen. Duurzaamheid kan hier onderdeel van uitmaken; met name wanneer er sprake is van financiële afwijkingen. Op 24 februari 2022 heeft de raad een nieuwe financiële verordening vastgesteld. Daarbij zijn onder andere de 1ste concernrapportage en kaderbrief samengevoegd tot één document, de perspectiefnota. Hierin worden de beleidsmatige en financiële ontwikkelingen voor zowel het lopende begrotingsjaar als voor de komende jaren geschetst. Met de behandeling van de perspectiefnota geeft de gemeenteraad het college richting mee, inclusief de financiële kaders, om deze verder uit te werken in de meerjarenbegroting. Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk in de maand juli een perspectiefnota aan, inclusief de voortgang over het lopende begrotingsjaar over de eerste 4 maanden, met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota uiterlijk in de maand juli vast. Eerder is in 2020 wel een RIB (d.d. 17-6-2020) als voortgangsrapportage programma duurzaamheid naar de raad verstuurd.
Daarin is per thema aangegeven welke activiteiten in het voorgaande jaar 2019 zijn uitgevoerd. De onderzoekers hebben geen recentere RIB aangetroffen en het is vooralsnog onduidelijk waarom, voor zover deze er niet zijn, en er niet langer op deze wijze wordt gerapporteerd. Elke twee jaar moet er vanuit de RES een voortgangsrapportage worden verstuurd. De eerste komt juli 2023 beschikbaar. Deze gaat inzichtelijk maken wat de eerste resultaten zijn omtrent de regionale energietransitie. Er heeft in 2022 wel een interne evaluatie van het duurzaamheidsbeleid plaatsgevonden maar die is niet met de raad gedeeld. Constateringen monitoring en sturing 1. Er is geen sprake van een separate monitoringcyclus voor duurzaamheid. Na 2020 is geen recentere voortgangsbericht als RIB naar de raad gegaan over het programma duurzaamheid. 2. De indicatoren voor duurzaamheid zijn onvoldoende SMART geformuleerd. Het ontbreekt veelal aan resultaatverplichtingen waarop gemonitord kan worden. Daarentegen zijn veel realisaties als projectbeschrijvingen of bereikt resultaat van projecten geformuleerd (zie onder 2.5.1). Hierdoor ontbreekt inzicht op hoger abstractieniveau van uiteindelijke beoogde doelrealisatie (voor zover deze is geformuleerd). 3. Vanuit de RES dient tweejaarlijks een voortgangsrapportage te worden opgesteld. De eerste is voorzien medio 2023.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
22
Openbaar
3
Gerealiseerde prestaties
3.1
Bereikte resultaten
In deze paragraaf wordt de volgende deelvragen onderzocht: Deelvraag
Normen
Gerealiseerde prestaties
Wat zijn de voornaamste resultaten die de gemeente Papendrecht tot nu toe op het gebied van duurzaamheid heeft bereikt?
Voor elk subthema van het duurzaamheidsbeleid wordt op structurele basis (minimaal één keer per jaar) gerapporteerd over de bereikte resultaten. De gemeente Papendrecht bereikt de doelen die zij heeft vastgesteld voor haar duurzaamheidsbeleid. De bereikte resultaten voor de gemeente Papendrecht zijn minimaal vergelijkbaar aan de bereikte resultaten voor vergelijkbare gemeenten (met vergelijkbare beleidsdoelen).
De gemeente Papendrecht vertaalt haar duurzaamheidsbeleid in concrete acties die zij ook Welke stappen zijn genomen om het beleid uit te daadwerkelijk uitvoert. voeren? Wat zijn aanvullende mogelijkheden om De gemeente Papendrecht maakt gebruik van alle de doelstelling te realiseren? realistische mogelijkheden die er zijn om haar doelen te bereiken.
3.1.1
Rapportage over acties en resultaten
De begroting en jaarstukken zijn de belangrijkste instrumenten die het college gebruikt voor de rapportage over het duurzaamheidsbeleid. In de begroting komen jaarlijks de doelstellingen en – op hoofdlijnen – te nemen maatregelen terug. In de jaarstukken wordt er gerapporteerd welke stappen er genomen zijn aan de hand van de te nemen maatregelen. Nieuw beleid is terug te vinden in de begroting en jaarstukken door de toevoeging van nieuwe doelstellingen. Op basis van uitgevoerde maatregelen worden de te nemen maatregelen indien nodig geüpdatet in de nieuwe begroting. Als er tussentijds afwijkingen zijn van het voorgenomen beleid dan wordt hierover gerapporteerd via de concernrapportage(s). Duurzaamheid heeft geen eigen thema of hoofdstuk in de begroting en jaarstukken. Voor de begroting wordt de ‘Besluit, begroting en verantwoording’ indeling gehanteerd waardoor verschillende subthema’s zijn onderverdeeld over verschillende taakvelden. Zo is duurzame mobiliteit opgenomen bij Verkeer, vervoer en waterstaat (taakveld 2) en is energietransitie is opgenomen onder Wonen en bouwen (taakveld 8). Het onderwerp klimaatadaptatie komt terug in zowel het Sociaal domein (taakveld 6) onder samenkracht en burgerparticipatie als het thema riolering binnen Volksgezondheid en milieu (taakveld 7).
Naast de jaarstukken is er geen separate, structurele rapportage die de behaalde resultaten op het thema duurzaamheid meldt. Er zijn wel incidentele rapportages op deelthema’s van duurzaamheid in de vorm van RIB’s. Dit is vanaf 2019 onder andere gebeurd op: - De rapportage ‘Operatie Steenbreek, terugblik en doorkijk’ inclusief activiteitenoverzicht (25 september 2019). - Het starten van een Wijkaanpak energiebesparing in de wijk Molenvliet (18 november 2019). - De stand van zaken over de Pilot afvalinzameling Oostpolder en GFT/e (etensresten) (7 april 2020). - De energie-ambities en financiering van HVC (8 december 2020).
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
23
Openbaar
-
Het opstellen van een CO2 footprint voor de gemeentelijke organisatie, de uitkomsten van de analyse en de vervolgstappen op basis van de uitkomsten (5 januari 2021).
3.1.2
Genomen acties en behaalde resultaten
In de jaarstukken zijn veel genomen maatregelen op de verschillende onderdelen van Duurzaamheid terug te vinden. Hieronder volgt per thema een kort overzicht van de belangrijkste behaalde resultaten per thema. Tabel 6. Overzicht resultaten per thema
Thema
Resultaat
1. Energie
- Het organiseren van informatiebijeenkomsten t.b.v. energiebesparing i.s.m. het Energieloket - Het opzetten van een wijkgerichte aanpak energiebesparing en groepsaankoop voor isolatie - Het vaststellen van een Transitie Visie Warmte en Regionale Energie Strategie - HVC en de corporaties werken samen voor een warmtenet
- Aandacht voor de fiets in de omgevingsvisie - Fietsstimuleringsregeling 2. Duurzame mobiliteit en milieu - Ondertekening Schone Lucht Akkoord - Opstellen van een strategie voor de laadinfrastructuur
3. Duurzame gemeentelijke organisatie
4. Klimaat en biodiversiteit
- Het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. Daarbij is het Stadhuis aardgasvrij gemaakt en is de nieuwbouw van de gemeentewerf energiepositief - Elektrische auto’s voor BOA’s - Routekaart CO2 neutrale gemeentelijke organisatie t.b.v. gestructureerde aanpak verduurzamen organisatie - Activiteiten t.b.v. Operatie Steenbreek - Actie Groen Dak (2019) - Stimuleringsgelden klimaat adaptieve maatregelen - Uitvoering geven aan het Gemeentelijke Rioleringsplan - Klimaat adaptieve inrichting in de openbare ruimte - Uitbreiding naar natuurvriendelijk onderhoud en beheer van zowel gras (43%) als bosplantsoen (30%) - Communicatie over Papendrechtse Icoonsoorten
5. Bewustwording en kennis - Pilot omgekeerd inzamelen in Oostpolder vergroten over nut en noodzaak - Besluitvorming Nieuw afvalbeleid incl. DIFTAR van afval scheiden. - Campagne ter stimulering van het scheiden van GFT afval
Een overzicht van behaalde resultaten is ook opgenomen in het Overdrachtsdocument programma duurzaamheid. Deze is ook opgenomen in Bijlage 1. Constateringen bereikte resultaten 1. Het thema duurzaamheid kent geen structurele, inhoudelijke rapportage die specifiek over dit onderwerp gaat. Dit gebeurt enkel via de jaarstukken of incidenteel per deelonderwerp. 2. Er zijn de afgelopen jaren op alle thema’s veel resultaten geboekt. De formulering van deze resultaten is voornamelijk kwalitatief en/of kwantitatief op projectniveau. Er wordt niet of weinig vermeld hoe de projectresultaten kwantitatief bijdragen aan het behalen van de uiteindelijke overall doelstellingen. 3. De kwantitatief geformuleerde realisatie is niet altijd helder. Zo is bijvoorbeeld in het overdrachtsdocument gerapporteerd ‘Uitbreiding naar natuurvriendelijk onderhoud en beheer van zowel gras (43%) als bosplantsoen (30%)’. Onduidelijk is waar de percentages precies betrekking op hebben. Te meer, aangezien de voortgangsrapportage uit 2020 spreekt van: “Vanaf 2020 wordt minimaal 30% van het gras natuurvriendelijk onderhouden. Bij het gefaseerd maaien blijven bij natuurlijke grasvegetaties (en waar mogelijk) 20% van het gras staan tot de volgende maaironde.”
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
24
Openbaar
3.2
Capaciteit in de organisatie
In deze paragraaf wordt de volgende deelvraag onderzocht: Deelvraag
Normen
Gerealiseerde prestaties
De beschikbare omvang en kwaliteit van de benodigde ambtelijke inzet is in lijn met de vastgestelde doelen en Is er in de ambtelijke organisatie in voldoende ambities mate capaciteit en kennis aanwezig om het beleid De beschikbare ambtelijke inzet voor de gemeente uit te voeren? Papendrecht is minimaal vergelijkbaar met andere vergelijkbare gemeenten (met vergelijkbare beleidsdoelen)
Het onderwerp duurzaamheid is niet bij één afdeling belegd maar verspreid over de verschillende afdelingen binnen de organisatie. Binnen de gemeente werken meerdere mensen samen in het programmateam duurzaamheid. In 2022 waren er circa 18 medewerkers bij dit team betrokken. Er is niet gespecificeerd hoeveel FTE er aan het programma duurzaamheid besteed wordt. Hierdoor zijn de totaal aan duurzaamheid gerelateerde personele kosten ook niet inzichtelijk. Zoals in paragraaf 2.3.1 wordt vermeld zijn er vanuit de CDOKE-regeling financiële middelen beschikbaar gesteld voor het vergroten van de ambtelijke capaciteit. Binnen de organisatie bestaat de behoefte om deze middelen hiervoor in te zetten. Geïnterviewde medewerkers zien wel een risico in de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren wisselingen geweest op sleutelfuncties, zoals de programmamanager duurzaamheid en degene die verantwoordelijk is voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Binnen de ambtelijke organisatie bestaat behoefte aan continuïteit en uitbreiding. Constateringen capaciteit in de organisatie 1. Duurzaamheid is belegd over de volle breedte van de ambtelijke organisatie, waarbij een aantal inhoudelijk betrokkenen samenwerkt via het programmateam duurzaamheid. 2. Het is niet inzichtelijk hoeveel FTE of hoeveel uren er jaarlijks worden ingezet specifiek voor duurzaamheid.
Daardoor is dit ook niet te vergelijken met andere gemeenten.
3.3
Benchmark met andere gemeenten
Om te kunnen beoordelen hoe de duurzaamheidsprestaties van Papendrecht zich verhouden tot vergelijkbare gemeenten is een benchmark uitgevoerd. Daarvoor is een selectie gemaakt uit gemeenten in dezelfde RES-regio en gemeenten waar Papendrecht zich vaker mee vergelijkt. Binnen deze twee groepen is geselecteerd op een gelijkwaardig inwonersaantal en bevolkingsdichtheid. De geselecteerde referentiegemeenten zijn: • Heemstede • IJsselstein • Hendrik-Ido-Ambacht • Maassluis • Zwijndrecht Voor de vergelijking is gebruik gemaakt van openbare data, zoals Home - Waarstaatjegemeente.nl cijfers en statistieken van gemeenten en de Regionale klimaatmonitor - Klimaatmonitor (databank.nl).
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
25
Openbaar
3.3.1
Energietransitie
3.3.1.1 CO2-uitstoot Het landelijke beleid is gericht op 55% CO2-uitstoot in 2030. In de onderstaande grafiek (Figuur 3) is voor Papendrecht en de benchmarkgemeenten de bekende CO2-uitstoot exclusief snelwegen weergegeven. Voor Papendrecht is er tot 2020 een duidelijke daling zichtbaar. Na deze datum zijn er nog geen gegevens bekend. De gemeente Zwijndrecht heeft een substantieel grotere uitstoot. De andere gemeenten hebben t/m 2020 allen een lagere CO2-uitstoot dan Papendrecht.
Figuur 3. Bekend aandeel CO2-uitstoot per gemeente (exclusief snelwegen). Bron: Klimaatmonitor.
3.3.1.2 Hernieuwbare energie De gemeente heeft vanuit de RES en eigen beleid verschillende doelen op duurzame energie. Papendrecht scoort in de laatste twee jaren 4,3% op het gebied van bekende hernieuwbare energie (zie Figuur 4). Dit percentage ligt hoger dan dat van Maassluis, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht. Heemstede scoort vergelijkbaar met Papendrecht, terwijl IJsselstein het hoogste percentage heeft met 7,2% in 2020.
Figuur 4. Bekend aandeel hernieuwbare energie per gemeente. Bron: Waarstaatjegemeente.nl
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
26
Openbaar
3.3.2
Gemeentelijke organisatie
Op basis van de CO2-uitstoot per m2 eigendom van de gemeente (Figuur 5) scoort Papendrecht goed in vergelijking met de andere gemeenten. In 2019 stond Papendrecht op de tweede plaats met een uitstoot van 48 kg/m2, maar in 2021 is de CO2-uitstoot per m2 eigendom van de gemeente flink gedaald naar 21 kg/m2. Daardoor scoort Papendrecht op dit onderdeel het beste van de benchmarkgemeenten.
Figuur 5. Bekend aandeel CO2-uitstoot per m2 eigendom van de gemeente. Bron: Waarstaatjegemeente.nl
Alle zes gemeenten laten een stabiele stijging in het geïnstalleerde vermogen van zonnepanelen zien (Figuur 6). Papendrecht scoort gemiddeld vergeleken met de andere gemeenten.
Figuur 6. Bekend aandeel geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen. Bron: Waarstaatjegemeente.nl
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
27
Openbaar
3.3.3
Mobiliteit
Wanneer er gekeken wordt naar het percentage elektrische personenauto’s in de gemeente (Figuur 7) is te zien dat het aandeel in Papendrecht op een gelijke manier toeneemt als in de referentiegemeenten. Alleen de groei in Zwijndrecht zwakt iets af. Papendrecht heeft in 2022 net onder het gemiddelde percentage aan elektrische auto’s.
Figuur 7. Percentage volledig elektrische en plug-in hybride personenauto’s in de gemeente. Bron: Klimaatmonitor
Uit de cijfers blijkt dat Papendrecht een gestage groei doormaakt op het gebied van publieke laadpunten. In 2019 had de gemeente 86 publieke laadpunten, wat in 2022 is gestegen naar 132 (Figuur 8). Hiermee scoort Papendrecht alleen hoger dan Heemstede, dat 57 laadpunten heeft.
Figuur 8. Aantal publieke laadpunten per gemeente. Bron: Klimaatmonitor.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
28
Openbaar
IJsselstein laat een sterkere groei zien en eindigt met een vergelijkbaar aantal laadpunten. Op het onderdeel publieke laadpunten presteert Papendrecht net onder gemiddeld.
3.3.4
Biodiversiteit & klimaatadaptatie
De gemeente Papendrecht heeft in vergelijking met de genoemde gemeenten een redelijk aandeel aan boomoppervlakte per buurt met 18,4% (Figuur 9). Hiermee scoort Papendrecht iets hoger dan Maassluis en Zwijndrecht, maar blijft het achter bij Heemstede. Op het gebied van laag groenoppervlakte per buurt presteert Papendrecht beter met een percentage van 20,4%. Dit plaatst Papendrecht boven het gemiddelde van de genoemde gemeenten. Als je de oppervlakte aan boom en laag groen per buurt in Papendrecht bij elkaar optelt, kom je uit op een totaal van 38,8%. Dit is het op één na hoogste totaal van de genoemde gemeenten, alleen Heemstede scoort hoger met 43,6%. Er zijn voor groenoppervlak en bomen op dit moment nog geen concrete ambities. Uit de interviews kwam naar voren dat hier wel over nagedacht wordt.
Percentage oppervlakte groen per buurt 50,% 45,% 40,% 35,% 30,% 25,% 20,% 15,% 10,% 5,% ,%
14,8% 20,4%
18,4%
21,1%
17,2%
13,2%
14%
19,2%
16,1%
28,8% 17,3%
16,8%
Oppervlakte laag groen per buurt (groen, exclusief agrarisch) [%] Oppervlakte boom per buurt (boom, exclusief agrarisch) [%] Figuur 9. Percentage oppervlakte groen per buurt. Bron: Waarstaatjegemeente.nl
3.3.5
Afval
In de afgelopen drie jaar is het huishoudelijk restafval in Papendrecht gedaald van 228,8 kg per persoon in 2018 naar 219 kg per persoon in 2020 (Figuur 10). Dit plaatst Papendrecht onder het gemiddelde gewicht van de genoemde gemeenten. Zowel Heemstede als IJsselstein kennen een kleinere hoeveelheid huishoudelijk restafval per inwoner dan Papendrecht. Dit betekent dat deze twee gemeenten op dit vlak beter presteren dan Papendrecht. Er kan worden geconcludeerd dat Papendrecht gemiddeld scoort ten opzichte van de andere gemeenten (zie Figuur 10). De gemeente presteert redelijk met de hoeveelheid huishoudelijk restafval, maar moet de hoeveelheid nog bijna halveren om de ‘100 kg binnen enkele jaren’ ambitie te halen.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
29
Openbaar
Huishoudelijk restafval 300 280
kg per inwoner
260 240 220 200 180 160 140 120 100
2018
2019
2020
Papendrecht
Maassluis
Hendrik-Ido-Ambacht
Heemstede
IJsselstein
Zwijndrecht
Figuur 10. Hoeveelheid huishoudelijk restafval in kg/inwoner per gemeente. Bron: Waarstaatjegemeente.nl
Constateringen benchmark vergelijkbare gemeenten 1. De mogelijkheden om de gemeente Papendrecht op de eigen duurzaamheid ambities te vergelijken met referentiegemeenten, zijn gelimiteerd tot een aantal indicatoren zoals hierboven uitgewerkt. Daardoor is de zeggingskracht van de vergelijking beperkt. 2. De stand van zaken voor Papendrecht in vergelijking met referentiegemeenten verschilt per onderwerp: a. Voor de totale CO2-uitstoot scoort Papendrecht relatief hoog, voor de CO2-uitstoot per m2 scoort Papendrecht relatief laag. b. Op het gebied van hernieuwbare energie scoort Papendrecht gemiddeld. c. Wat betreft elektrisch vervoer scoort Papendrecht net onder gemiddeld, zowel qua elektrische personenauto’s als qua laadpalen. d. Met betrekking tot het percentage groenoppervlak scoort Papendrecht net boven gemiddeld. e. Op het aantal kilo’s huishoudelijk restafval per inwoner scoort Papendrecht gemiddeld. 3. Op vrijwel alle onderwerpen waarop benchmarkgegevens over meerdere jaren beschikbaar zijn, is een positieve trend te zien met betrekking tot de duurzaamheidsdoelstellingen.
3.4
Budgetten en financiering
In deze paragraaf wordt de volgende deelvraag onderzocht: Deelvraag
Normen
Gerealiseerde prestaties
Op welke manier heeft de gemeente Papendrecht haar duurzaamheidsbeleid gefinancierd?
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
Gemeente Papendrecht heeft haar vastgelegde duurzaamheidsbeleid vertaald in toereikende budgetten die zijn opgenomen in de begroting. Gemeente Papendrecht maakt gebruik van verschillende financierings- en ondersteuningsmogelijkheden voor de uitvoering van haar duurzaamheidsbeleid (BNG, DUMAVA, EAW, provinciale regelingen, etc.) BJ1124
30
Openbaar
Uit de begrotingen en jaarrekeningen van de gemeente Papendrecht over de periode 2019-2023 blijkt niet in één oogopslag welke inkomsten en uitgaven rechtstreeks gerelateerd zijn aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente (zie Figuur 11 voor de jaarrekening van 2021). Dit komt doordat duurzaamheid in de wettelijke taakvelden van een gemeente – vastgelegd in de ‘Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden’ – niet als expliciet onderwerp is opgenomen.
Figuur 11. Jaarrekening gemeente Papendrecht 2021
In zowel de programmabegroting als het bijbehorende jaarverslag met nadere toelichting komen onderwerpen die onder het duurzaamheidsbeleid vallen wel structureel bij verschillende taakvelden terug: • Taakveld 0 Bestuur en ondersteuning • Taakveld 2 Verkeer, vervoer en waterstaat • Taakveld 3 Economie • Taakveld 5 Sport, cultuur en recreatie • Taakveld 6 Sociaal domein • Taakveld 7 Volksgezondheid en milieu • Taakveld 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Ter illustratie van het detailniveau is in Figuur 12 een voorbeeld opgenomen van de wijze waarop een onderwerp als de energietransitie terugkomt in taakveld 8 van de programmabegroting 2023-2027, als doelstelling 2 onder 8.3 Wonen en bouwen. Ten opzichte van de programmabegroting 2022-2025 is het in de programmabegroting 2023 nieuw dat er ook indicatoren en streefwaarden m.b.t. Papendrecht en energie zijn opgenomen. Vanuit financieel oogpunt is met dit detailniveau voor de gemeenteraad niet inzichtelijk welke middelen de gemeente aanwendt voor het bereiken van deze doelstelling en op welke manier de kosten gedekt worden. Dit geldt in feite voor alle onderdelen van duurzaamheid, op de gemeentelijke bijdrage aan het openbaar vervoer na. Dat is expliciet benoemd onder 2.5 en daar wordt op jaarbasis € 180.000 in geïnvesteerd.
Het programma duurzaamheid wordt nergens expliciet als programma genoemd in de jaarstukken en de begroting. Wel wordt in de jaarstukken van 2020 toelichting gegeven op de Duurzaamheidsagenda. Daar worden de routekaart voor een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie en de agenda duurzaamheid onder geschaard. Voor beiden is een budget van € 100.000 beschikbaar, waarvan in 2020 € 20.000 is uitgegeven. De resterende € 180.000 is door de gemeenteraad als bestemmingsreserve voor de duurzaamheidsagenda beschikbaar gesteld. 29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
31
Openbaar
Doelstelling 2. Duurzaam Papendrecht: voorbereiden van en inspelen op de energietransitie Maatregelen 2a. Samen met Woonkracht10, HVC en Stedin clusteraanpakken opstellen en uitvoeren in wijken waar huurwoningen staan die met SAH-gelden (Subsidie Aardgasvrije Huurwoningen) voor 2026 op het warmtenet worden aangesloten. Ook zoeken naar spin-off mogelijkheden verdergaand dan het cluster zelf. … t/m 2i. Indicatoren en streefwaarden
Figuur 12. Voorbeeld detailniveau waarin energietransitie terugkomt in de programmabegroting over hoofdstuk 8.3 doelstelling 2
De concernrapportages die het college (half)jaarlijks aan de gemeenteraad beschikbaar stelt geven ook meer detailniveau op taakvelden waar afwijkingen van meer dan € 25.000 zijn. Vanaf 2019 is de gemeenteraad via deze tussentijdse voortgangsrapportages geïnformeerd over onder andere: - € 25.000 aan kosten voor het opstellen van de duurzaamheidsagenda en routekaart CO2-neutraal, te dekken vanuit nieuw beleid (1e Concernrapportage 2019). - € 201.000 voor de pilot afvalscheiding en GFT in 2019 en 2020, conform eerdere besluitvorming gedekt vanuit de algemene reserve (1e Concernrapportage 2020). - € 123.000 dat vanuit de bestemmingsreserve voor de duurzaamheidsagenda wordt toegevoegd aan de algemene reserve, omdat van de totale bestemmingsreserve van € 180.000 een bedrag van € 50.000 gebruikt is voor LED-verlichting in het Sportcentrum en € 10.000 als bijdrage voor het
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
32
Openbaar
-
opstellen van een mobiliteitsplan. Daarbij wordt wel vermeld dat de resterende € 123.000 via de algemene reserve beschikbaar wordt gehouden voor het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie (2e Concernrapportage 2021). € 150.000 voor energie in de openbare ruimte en vastgoed, voor het opvangen van forse prijsstijgingen via een stelpost die bij de Perspectiefnota 2022-2027 is ingericht (Concernrapportage 2022).
Naast de jaarstukken, begroting en concernrapportages wordt de gemeenteraad ook incidenteel geïnformeerd over en betrokken bij het aanvragen van financiële regelingen die betrekking hebben op het duurzaamheidsbeleid. Dit is vanaf 2019 onder andere gebeurd op (niet-limitatief): - Een investering in zonnepanelen op het Sportcentrum á €100.000, waar de gemeenteraad op 12 december 2019 mee heeft ingestemd. Onderdeel van de businesscase was de aanvraag van een SDE-subsidie, een landelijke regeling om duurzame opwek van energie mee te financieren. - De stimuleringsregeling Regeling Reductie Energieverbruik Woningen (RREW), waarbij de Rijksoverheid begin 2021 € 209.402 beschikbaar heeft gesteld aan de gemeente Papendrecht om woningeigenaren, huurders en VvE’s te stimuleren tot energiebesparing. De gemeenteraad is hier via een RIB op 31 augustus 2021 over geïnformeerd. - De ‘Verordening Duurzaamheidslening gemeente Papendrecht’, die op 24 februari 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op basis van deze verordening kan de gemeente leningen verstrekken aan natuurlijke personen, die specifieke duurzame maatregelen treffen aan hun woning. Het totale budget dat de gemeente via dit raadsbesluit voor de duurzaamheidslening beschikbaar stelt is € 500.000. De dekking van dit bedrag komt uit middelen voor de woningmarkt.
- Maatregelen om vanuit gemeentelijke middelen voor in totaal € 600.000 de gevolgen van de energiecrisis en daaruit voortvloeiende armoede te bestrijden. Op 5 oktober 2022 is de gemeenteraad via een RIB over dit collegebesluit geïnformeerd. Deze is bij de vaststelling van de concernrapportage in december 2022 ten laste gekomen van de algemene reserve. Constateringen budgetten en financiering 1. De gemeenteraad ontvangt via de P&C-cyclus (Jaarrekening, Perspectiefnota, Concernrapportages, Begroting) structureel informatie over de financiële stand van zaken van het duurzaamheidsbeleid. Deze informatie heeft een beperkt detailniveau en is verdeeld over meerdere taakvelden. Hierdoor is niet duidelijk welke middelen de gemeente specifiek voor duurzaamheid aanwendt en op welke manier de kosten hiervan gedekt worden. 2. Incidenteel wordt de gemeenteraad aanvullend geïnformeerd over ontwikkelingen met betrekking tot duurzaamheid via RIB’s en – afhankelijk van de omvang en het bestaande beleid – investeringsbesluiten met betrekking tot duurzaamheid. 3. Voor de financiering van het duurzaamheidsbeleid maakt de gemeente Papendrecht – naast middelen vanuit de eigen begroting – gebruik van een verscheidenheid aan landelijke regelingen en subsidies. De gemeente werkt hiervoor nauw samen met andere gemeenten uit de Drechtsteden en maatschappelijke partners, zoals HVC en WoonKracht10.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
33
Openbaar
4
Duiding van beleid
In dit hoofdstuk gaan we in op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Papendrecht. Ook gaan we in op de toekomstbestendigheid en wordt inzicht gegeven in voorbeelden van beleidsmaatregelen vanuit andere (referentie)gemeenten.
4.1
Doelmatigheid en doeltreffendheid
In deze paragraaf wordt de volgende deelvraag onderzocht: Deelvraag
Normen
Doelmatigheid en doeltreffendheid
Wat is de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid?
Het gevoerde beleid op de verschillende thema’s sluit aan bij het vastgestelde duurzaamheidsbeleid en wordt op een effectieve manier ten uitvoering gebracht.
Doelmatigheid heeft betrekking op het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Zoals eerder verwoord is het duurzaamheidsbeleid een relatief nieuw thema. Er is daarbij geen sprake van één integraal duurzaamheidsplan. Wel is er een programma met een eigen beperkt budget. Het merendeel van de financiering vindt echter plaats vanuit de budgetten binnen de reguliere taakvelden. De doelmatigheid van ‘het duurzaamheidsbeleid’ is daarmee niet expliciet te duiden. Zowel de daadwerkelijke inzet van middelen specifiek voor duurzaamheid als ook de gerealiseerde prestaties zijn hiervoor onvoldoende inzichtelijk. Vanuit het onderzoek ontstaat wel de indruk dat de relatief beperkte middelen in tijd en geld doelmatig worden ingezet. Bijvoorbeeld door actief samen te werken binnen de RES-regio en met maatschappelijke partners als HVC, WoonKracht10 en burgerinitiatieven. Doeltreffendheid heeft betrekking op de mate waarin de gewenste prestaties, beoogde maatschappelijke effecten en gestelde doelen ook daadwerkelijk worden behaald. Voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Papendrecht als geheel zijn geen overkoepelende, vastgestelde beleidsdoelen. Daarvoor zijn de thema’s te divers. Ook ontbreekt het inzicht dat op detailniveau nodig is om de doeltreffendheid van het beleid goed te kunnen duiden.
Zo is het landelijke beleid rondom de energietransitie gericht op het reduceren van CO2-uitstoot: 55% reductie in 2030 en 95% reductie in 2050 (beiden ten opzichte van 1990). In het verlengde daarvan heeft de gemeente Papendrecht zich ten doel gesteld om in 2050 energieneutraal te zijn. Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat de CO2-uitstoot van Papendrecht in de periode 2018-2020 is afgenomen van 129 kiloton naar 107 kiloton. Dit is een afname van ruim 17% in twee jaar, maar zegt in feite niks over de afname ten opzichte van referentiejaar 1990. Om uitspraken te kunnen doen over de mate waarin de gewenste prestaties worden behaald moet duidelijk zijn wat het absoluut beginniveau of het absoluut beoogd eindniveau voor gemeente Papendrecht is. Hiervan zijn echter geen gegevens beschikbaar, waardoor de doeltreffendheid op dit thema niet eenvoudig vast te stellen is. Mogelijk is wel op projectniveau meer duiding aan te geven van de doeltreffendheid van maatregelen. Constateringen doelmatigheid en doeltreffendheid 1. De doelmatigheid van ‘het duurzaamheidsbeleid’ is op dit moment niet op overkoepelend of totaalniveau te duiden. Zowel de daadwerkelijke inzet van middelen specifiek voor duurzaamheid als ook de gerealiseerde prestaties zijn hiervoor onvoldoende inzichtelijk. 2. De doeltreffendheid van het duurzaamheidsbeleid is evenmin op geaggregeerd niveau te duiden.
Daarvoor zijn de thema’s te divers en de data en ambities onvoldoende concreet gedefinieerd.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
34
Openbaar
4.2
Toekomstbestendigheid
In deze paragraaf wordt de volgende deelvraag onderzocht: Deelvraag
Normen
Toekomstbestendigheid
Hoe blijft het duurzaamheidsbeleid ook na 2030 bestendig?
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Papendrecht houdt op de verschillende subthema’s rekening met mogelijke ontwikkelingen in de periode 2030-2050.
Het landelijke beleid rondom duurzaamheid en de energietransitie is volop in beweging. Het Klimaatakkoord vindt steeds meer zijn weg naar nationale wet- en regelgeving, onder andere via de voorgenomen wijzigingen in de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0 (Warmtewet 2) en de nieuwe Energiewet. Ondertussen wordt er zowel voor energie als voor andere duurzaamheidsonderwerpen ook veel beleid uitgevoerd en ontwikkeld. Bijlage 2 schetst deze ontwikkelingen voor de gedefinieerde thema’s in een kort overzicht. Het bredere plaatje is echter wel dat er ook op Rijksniveau nog verschillende beleidsontwikkelingen of -voornemens zijn die maken dat de doelmatigheid ook lastig is te concretiseren. Zo wordt bijvoorbeeld met betrekking tot energie vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel voor de nieuwe Energiewet. Deze zou de bestaande Gaswet en Elektriciteitswet 1998 moeten vervangen en fungeren als wettelijke basis voor de energietransitie. In het huidige wetsvoorstel is ook Europese regelgeving (waaronder de Europese Elektriciteitsrichtlijn en het Clean Energy Package) verwerkt. De Raad van State heeft in februari 2023 echter negatief geadviseerd over de nieuwe Energiewet, waardoor invoering van het huidige wetsvoorstel vooralsnog onzeker is.
Ook de nieuwe Warmtewet 2 – die op basis van de huidige planning per 1 juli 2024 in werking treedt – vormt een belangrijke juridische basis voor de realisatie, organisatie en het gebruik van warmtenetten. Eén van de belangrijkste voornemens is dat warmtenetten voor minimaal 50% direct of indirect in eigendom van overheden moeten zijn. De huidige en beoogde samenwerking met HVC zou dan vanuit het perspectief van de beoogde nieuwe Warmtewet mogelijk een toekomstbestendige keuze kunnen zijn. De techniekontwikkeling staat ook niet stil en dat maakt ook dat de mate van toekomstbestendigheid lastig is te duiden. Omdat de wet- en regelgeving nog niet allemaal gereed is, en daarmee ook het eigen beleid nog niet is uitgekristalliseerd biedt dit ook kansen voor gemeente Papendrecht omdat het daarmee nog flexibiliteit biedt in eigen beleid. Constateringen Toekomstbestendigheid 1. De ontwikkelingen en het landelijke beleid rondom duurzaamheid en de energietransitie zijn (nog) volop in beweging. Veel moet nog in wet- regelgeving vastgelegd worden. 2. De ontwikkelingen bieden voor gemeente Papendrecht daarmee ook kansen in de vorm van flexibiliteit omdat de gemeente ook zelf nog niet alles in beleid heeft vastgelegd.
4.3
Leren van referentiegemeenten
Hieronder wordt de volgende deelvraag onderzocht: Deelvraag
Normen
Best practices beleidsinstrumenten
Welke beleidsinstrumenten worden in andere gemeenten ingezet die mogelijk ook voor gemeente Papendrecht interessant zijn (best practices)?
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
De beleidsinstrumenten die vergelijkbare gemeenten (met vergelijkbare beleidsdoelen) inzetten zijn minimaal vergelijkbaar met het instrumentarium van de gemeente Papendrecht.
BJ1124
35
Openbaar
Papendrecht doet op de verschillende thema’s al veel aan duurzaamheid. Dat blijkt ook uit de behaalde resultaten. Desalniettemin valt er altijd te leren van andere gemeenten. Er is daarom gekeken naar het beleid en de communicatie van de referentie gemeenten om te toetsen of de beleidsinstrumenten die Papendrecht inzet vergelijkbaar zijn en of er nog lessen geleerd van andere gemeenten. Wanneer er wordt gekeken naar ambities hebben de referentie gemeenten veelal soortgelijke ambities. Dit is vooral op het thema energietransitie erg duidelijk terug te zien. De gemeente Zwijndrecht is op enkele thema’s binnen het duurzaamheidsbeleid soms wel iets concreter in haar ambities en plannen. Een goed voorbeeld hiervan is: - Wateroverlast: In 2050 is Zwijndrecht bestand tegen hevige regenbuien. Na regenval mag er slechts twee uur lang sprake zijn van water op straat. Daarnaast streven we ernaar dat in gebieden met niet onderheide woningen bij een bui van 30mm/h geen water afkomstig van de openbare ruimte in de panden mag treden en in de overige gebieden dit niet mag plaatsvinden bij een bui van 47mm/h. Deze bui komt nu eens in de 50 jaar voor. Dit houdt in dat we niet bestand zijn tegen extreem hevige buien, zoals een bui van 60mm/h die eens in de 100 jaar voorkomt.
(Bron: Programma Duurzaamheid Zwijndrecht): Andere voorbeelden zijn wel meer specifiek maar tegelijkertijd ook niet allen even SMART: - Droogte: In 2050 is Zwijndrecht zo veel mogelijk bestand tegen langdurige droogte 3 - Inventarisatie overbodige verharding en infiltratie - Klimaatadaptatie meenemen bij nieuwbouw - Circulariteit meenemen in bouwprojecten - Hergebruik van materialen in de buitenruimte - Circulariteit meenemen in aanbestedingen Daarnaast hebben Zwijndrecht en Maassluis in hun beleid specifiek aandacht voor natuur- en duurzaamheidseducatie. In Maassluis is er een Duurzaamheidcentrum waar (basisschool)scholieren terecht kunnen voor verschillende activiteiten. In Zwijndrecht wordt gewerkt aan het uitbreiden van de educatie naar alle leeftijdsgroepen. Daar zijn er drie locaties voor onderwijs en activiteiten op o.a. de thema’s natuur, energie, circulariteit, water en voedsel. Ook wanneer het gaat over communicatie hebben de referentie gemeenten een aantal goede voorbeelden. Papendrecht heeft op de eigen website de Duurzaamheidsagenda Papendrecht opgenomen. Deze laat op een visueel aantrekkelijke manier per thema zien welke doelen de gemeente heeft, wat er al bereikt is, wat de gemeente nu doet en wat inwoners kunnen doen.
De communicatie over de bereikte stappen en de stappen die nu genomen worden is vergeleken met de referentie gemeenten uitgebreider uitgewerkt en toegelicht. Het niveau van de acties die inwoners kunnen nemen is vrij vergelijkbaar bij de andere gemeenten, vooral op energietransitie zijn dezelfde adviezen terug te vinden. Zwijndrecht gaat op de speciale website ‘Zwijndrecht gaat duurzaam’ net een stapje verder met de ‘bepaal jouw duurzaamheidslabel’ tool. In deze tool kunnen uit een lijst reeds toegepaste maatregelen gekozen worden om tot een duurzaamheidslabel voor de eigen woning te komen. Vooral op de thema’s rondom groen en klimaatadaptatie staat een aantal maatregelen verder gedefinieerd dan ‘minder tegels en meer groen’ en ‘koppel de regenpijp los’. Zo wordt er gerefereerd aan het percentage groen in de tuin, een groene erfafscheiding, water passerende verharding, waterberging in een zitkuil, vijver of infiltratiekratten. Deze voorbeelden maken de te nemen maatregelen concreter voor de inwoners. De gemeente Heemstede zet in de communicatie over duurzaamheid sterk in op het zichtbaar maken van de koplopers. Op ‘Heemstede Duurzaam’ staan veel koploper projecten van zowel inwoners als ondernemers. Daarnaast heeft Heemstede ook twee klimaatburgemeesters. Het zichtbaar maken van lokale successen van lokale mensen kan andere inwoners en ondernemers inspireren.
Het heeft daarnaast een drempelverlagende functie om inwoners te overtuigen dat zij zelf ook iets kunnen ondernemen.
3
Deze is wel concreet in de tijd gefaseerd (2050) maar de uitdrukking ‘ze veel mogelijk’ is daarentegen weer niet concreet.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
36
Openbaar
Ook heeft de gemeente Heemstede op haar eigen website een aantal kaarten opgenomen over het intensief en extensief maaien. Op deze kaarten wordt aangegeven op welke locaties welk maaibeheer wordt gevoerd. Daarnaast staat er een toelichting hoe dat maaibeleid er uit ziet, bijvoorbeeld 1 x per 10 dagen voor gazons of 1x per jaar rond begin oktober voor gras met veel bloemen. Hiermee wordt de uitvoering van het biodiversiteitsbeleid zichtbaarder gemaakt. Constateringen leren van referentiegemeenten 1. Het ingezette instrumentarium van Papendrecht is vergelijkbaar met de referentie gemeenten. 2. Papendrecht communiceert duidelijk over de eigen ambities, genomen stappen en de stappen die de gemeente nog gaat nemen. 3. Er kan nog wel van elkaar worden geleerd rondom het duurzaamheidsbeleid. Zo zijn er vanuit Zwijndrecht en Maassluis voorbeelden voor het verder concretiseren van het beleid op klimaatadaptatie (bijvoorbeeld bestendigheid tegen hevige regenbuien) en circulariteit (meenemen in aanbestedingen). 4. Er zijn bij de gemeente Zwijndrecht en Heemstede voorbeelden van communicatie over concrete(re) stappen die inwoners en ondernemers kunnen zetten.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
37
Openbaar
Bijlage 1 - Resultaten (bron: Overdrachtsdocument programma duurzaamheid)
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
38
Openbaar
Bijlage 2 - Landelijke ontwikkelingen duurzaamheidsbeleid Het landelijke beleid rondom duurzaamheid en de energietransitie is volop in beweging. Het Klimaatakkoord vindt steeds meer zijn weg naar nationale wet- en regelgeving, onder andere via de voorgenomen wijzigingen in de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0 (Warmtewet 2) en de nieuwe Energiewet. Ondertussen wordt er zowel voor energie als voor andere duurzaamheidsonderwerpen ook veel beleid uitgevoerd en ontwikkeld. In dit kader een kort overzicht. Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid in 2019 met bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden (provincies, gemeenten, etc.) afgesproken om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% terug te dringen. Ondertussen is de doelstelling – mede op basis van de Green Deal van de Europese Unie – verhoogd naar minimaal 55% CO2-reductie, met 60% als streven. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn.
In het Klimaatakkoord zijn verdeeld over 5 sectoren (‘tafels’) ambities vastgesteld om de beoogde CO2reductie van 48,7 Megaton (Mt) in 2030 te bereiken: Elektriciteit: 20 Mt Gebouwde Omgeving: 3,4 Mt Mobiliteit: 7,3 Mt Industrie: 14,3 Mt Landbouw en -gebruik: 3,5 Mt Energie Met betrekking tot duurzame energie zijn er twee belangrijke wetten in ontwikkeling: • Vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is een wetsvoorstel ontwikkeld voor de nieuwe Energiewet. Deze zou de bestaande Gaswet en Elektriciteitswet 1998 moeten vervangen en fungeren als wettelijke basis voor de energietransitie. In het huidige wetsvoorstel is ook Europese regelgeving (waaronder de Europese Elektriciteitsrichtlijn en het Clean Energy Package) verwerkt. De Raad van State heeft in februari 2023 echter negatief geadviseerd over de nieuwe Energiewet, waardoor invoering van het huidige wetsvoorstel vooralsnog onzeker is. • In de Warmtewet 2 – die op basis van de huidige planning per 1 juli 2024 in werking treedt – wil de Rijksoverheid de regels rondom productie, transport en levering van warmte vastleggen. Deze wet vormt de juridische basis voor de realisatie, organisatie en het gebruik van warmtenetten. Eén van de belangrijkste voornemens is dat warmtenetten voor minimaal 50% direct of indirect in eigendom van overheden moeten zijn.
Naast deze nieuwe wetgeving wordt er ook binnen de bestaande juridische kaders volop uitvoering gegeven aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. Met betrekking tot energie zijn hiervoor onder andere relevant: • Het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (RES), waarin gemeenten, netbeheerders en andere relevante partners in regionaal verband een strategie hebben uitgestippeld voor duurzame opwek van elektriciteit (met wind en zon) en duurzame warmte. • Landelijke regelingen om investeringen in duurzame energie bij bedrijven en organisaties mogelijk te maken, zoals de SDE++-regeling, Energie-investeringsaftrek (EIA) en Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). • Landelijke regelingen om het aandeel duurzame energie bij huishoudens te vergroten, zoals de Energiebespaarlening, afschaffing van btw op zonnepanelen, salderingsregeling en ISDE. • Regelingen die via gemeenten voor inwoners ontwikkeld worden, zoals de Regeling Reductie Energiegebruik (Woningen) (RRE(W)) en de Specifieke Uitkering (SpUK) voor energiearmoede. • Daarnaast wordt vanuit de Rijksoverheid, provincies en gemeenten op allerlei manieren gewerkt aan beleid en uitvoering rondom grootschalige duurzame opwek, zoals wind op zee, wind op land en zonneweides.
Duurzame mobiliteit en milieu Voor duurzame mobiliteit en milieu (in relatie tot mobiliteit) zijn in het Klimaatakkoord concrete doelen voor 2030 gesteld, die vooral betrekking hebben op elektrificatie van vervoer en gedragsverandering: 29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
39
Openbaar
• • • • •
1,8 tot 2,8 miljoen elektrische auto’s In 2035 worden alleen nog personenauto’s zonder uitstoot verkocht Er is voor iedereen laadinfrastructuur beschikbaar Door hybride werken, lopen en fietsen te stimuleren rijden mensen minder met de auto Een volledig elektrische busvloot voor het openbaar vervoer (OV)
Naast CO2-reductie zijn ook schone lucht en stikstofreductie belangrijke onderwerpen bij het verduurzamen van mobiliteitsbeleid. Daarom is er ook beleid voor zero-emissie zones in steden, wordt emissieloze logistiek gestimuleerd en komen er strengere eisen voor bestel- en vrachtwagens. Verder heeft het Rijk de ambitie om eind 2024 100.000 mensen extra op de fiets naar het werk te krijgen. Ook is er een Nationale Fietsagenda waarin de ambitie is opgenomen van 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Daarbij wordt voor bijvoorbeeld snelfietsroutes en fietsenstallingen gekeken naar de rol van decentrale overheden. Duurzame gemeentelijke organisatie Bij het verduurzamen van de gemeentelijke organisatie ligt in het landelijke beleid de nadruk op het vastgoed. Daarvoor is een sectorale routekaart opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG), die inzicht geeft in de stappen die nodig zijn om de CO2-doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen.
Ondertussen geldt voor gemeentelijke gebouwen ook het volgende: • Bij oplevering, verkoop en verhuur van utiliteitsgebouwen geldt een energielabelplicht • Bij publiek toegankelijke overheidsgebouwen groter dan 250 m2 is een zichtbaar energielabel verplicht • Vanaf 2023 dienen alle kantoren – waaronder gemeentehuizen – minimaal over energielabel C te beschikken Naast deze afspraken voor gebouwen werken gemeenten vanuit het Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) 2021-2025 aan duurzame inkoop van producten, diensten en werken. Verder hebben veel gemeenten ook individuele maatregelen genomen om hun eigen energieverbruik te verminderen en medewerkers te stimuleren om zo duurzaam mogelijk te werken. Denk hierbij onder andere aan minder printen, elektrificatie van de gemeentelijke vervoersvloot en natuurvriendelijke inrichting en onderhoud van de openbare ruimte. Klimaat en biodiversiteit Het landelijke beleid voor klimaat en biodiversiteit is enerzijds gericht op klimaatadaptatie en anderzijds op het behouden en versterken van natuur en biodiversiteit.
Voor klimaatadaptatie zijn er twee programma’s: • Het nationaal Deltaprogramma, waarin het beleid voor bescherming tegen overstromingen, voldoende zoetwater en een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting is vastgelegd; • De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), wat de overkoepelende Nederlandse strategie is op het gebied van klimaatadaptatie. De NAS is vooral een aanvulling op het Deltaprogramma. In de loop van 2023 komt er een nieuw uitvoeringsprogramma voor de NAS. Vanuit deze programma’s zijn er diverse financiële regelingen waar gemeenten, provincies en waterschappen gebruik van kunnen maken om klimaatadaptieve maatregelen te nemen, onder andere via de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Daarnaast zijn er twee Kamerbrieven waarin het landelijk beleid m.b.t. klimaatadaptatie en biodiversiteit uiteengezet wordt: • De Kamerbrief ‘Water en Bodem sturend’ van 25 november 2022, waarin randvoorwaarden voor ontwikkelingen rond ons water- en bodemsysteem zijn opgenomen; • De Kamerbrief ‘Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennorm’ van 23 maart 2023, waarin gedefinieerd is op welke manier de gebouwde omgeving groen en klimaatadaptief ontwikkeld kan worden.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
40
Openbaar
Wat betreft biodiversiteit is het ambitiedocument Nederland Natuurpositief leidend voor het landelijke en provinciale beleid. Deze aanpak – in 2019 opgesteld door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Interprovinciaal Overleg – is uitgewerkt via de 4 V’s: versterken, verbeteren, verbreden en verbinden. Er wordt nog gewerkt aan een uitvoeringsagenda om het ambitiedocument te vertalen in concrete acties. Ook in de Nationale Omgevingsvisie (in 2019/2020 opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) is veel aandacht voor het stimuleren van natuur en biodiversiteit met specifieke maatregelen. Vanuit de Nationale Omgevingsvisie maakt de Rijksoverheid via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) mogelijk dat provincies op gebiedsniveau aan oplossingen werken voor gezonde natuur, schoon water en schone lucht. De provincie Zuid-Holland ontwikkelt hiervoor het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), dat is gericht op herstel van het ecologisch systeem en nieuw perspectief voor de land- en tuinbouw. Papendrecht valt daarin onder het deelgebied Veenweiden, waarvoor in 2023 door de provincie, gemeenten en andere maatschappelijke organisaties een gebiedsgerichte aanpak wordt opgesteld.
Tot slot zijn er in Europees verband nieuwe EU-richtlijnen voor biodiversiteit in ontwikkeling, waarmee de doelen uit de Europese Green Deal voor 2030 vertaald worden in regelgeving. Kennis en bewustwording over noodzaak van afval scheiden vergroten De ambitie van het Rijk is duidelijk: Nederland Opgave 1. moet circulair zijn in 2050. Daartoe wil het Rijk Minimaal samen met maatschappelijke partners in 2030 gebruik primaire reeds een vermindering van 50% op gebruik grondstoffen van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) realiseren. Vanuit de Europese en Opgave 2. Zo landelijke beleidskaders en programma’s zien lang en effectief mogelijk gebruik we vier grote transitie-opgaven: van grondstoffen 1. Minimaliseren primair grondstoffenverbruik. 2. Maximaliseren hergebruik van Opgave 3. Geen producten en grondstoffen. afval (maximaal 3. Sluiten van materiaalketens (geen hergebruik) afval meer). 4. Veranderen economisch systeem Figuur 13. Transitie-opgaven grondstoffen voor een CE (circulaire businessmodellen). Het beleid met betrekking tot afval is gericht op de Rijksbrede ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. In dat geval bestaat er geen afval meer, doordat producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. De Rijksoverheid heeft daarvoor het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ opgetuigd.
Voor afval is deze ambitie via het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) geconcretiseerd. Inmiddels is het derde LAP in werking (LAP 3). Dat bestaat uit een algemeen beleidskader met doelen voor afvalpreventie en beheer. Daarnaast zijn er vanuit LAP3 in totaal 85 sectorplannen voor afzonderlijke afvalstromen, zoals asbest, GFT, metalen en textiel. Momenteel wordt gewerkt aan een volgende stap in het landelijk beleid: het Circulair Materialen Plan (het CMP) welke de opvolger moet worden van het LAP. Gemeenten hebben een belangrijke rol om de transitie naar een circulaire economie te versnellen of te realiseren. Dit geldt met name voor de taken waarvoor gemeenten aan de lat staan. Huishoudelijk afvalbeheer is daar één van en die momenteel ook in veel gemeenten een aandachtspunt is. Vanuit het landelijke VANG-programma zijn er ook scherpe ambities voor 2020 (maximaal 100 kg restafval per inwoner) en 2025 (maximaal 35 kg restafval per inwoner) geformuleerd.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
41
Openbaar
De wettelijke basis voor afval en de rol van gemeenten ligt vast in de Wet milieubeheer, waarin is vastgelegd dat gemeenten voor afvalwater en afvalstoffenbeleid moet hebben. Ook de afvalstoffenheffing die gemeenten aan inwoners vragen vindt zijn grondslag in de wet Milieubeheer. De wet Milieubeheer zal grotendeels opgaan in de nieuwe Omgevingswet, die volgens de huidige planning ingaat op 1 januari 2024. In de Omgevingswet wordt duurzaamheid op verschillende manieren verankerd, onder andere door duurzame ontwikkeling te benoemen als wettelijk, maatschappelijk doel. Zowel vanuit Europees als landelijk beleid wordt steeds meer ingezet op het instrument Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). Producenten worden dan verantwoordelijk voor de verwerking van afvalstromen die als product op de markt zijn gebracht. Op dit moment zijn er UPV’s in werking voor o.a. glas, oud papier en karton, verpakkingen, batterijen en (recent) matrassen. Binnenkort komt daar in ieder geval textiel bij en mogelijk ook luiers. De consequentie hiervan is dat gemeenten minder grip hebben/krijgen op die stromen (textiel zou bijvoorbeeld ook via kledingwinkels retour kunnen). De zorgplicht van gemeenten resteert dan voor minder aantrekkelijke deel van het afval.
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
42
Openbaar
Bijlage 3 – Verklarende woordenlijst BNG
Bank Nederlandse Gemeente
BOA
Buitengewoon Opsporingsambtenaar
CDOKE-regeling
Meerjarige regeling specifieke uitkering voor Capaciteit (bemensing) Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid
DUMAVA
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
E.g.
exempli gratia (bijvoorbeeld)
EAW
Regeling Extern Advies Warmtetransitie
EIA
Energie-investeringsaftrek
FEV
Full electric vehicle
GFT
groente-, fruit- en tuinafval
GFT/e
groente-, fruit- en tuinafval plus etensresten
GPR
Gemeentelijke Praktijk Richtlijn
ISDE
Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing
KPI
kritieke prestatie indicator
LAP
Landelijk Afvalbeheerplan
MVI
Maatschappelijk Verantwoord Inkopen
NAS
Nationale klimaatadaptatiestrategie
NPLG
Nationaal Programma Landelijk Gebied
OV
Openbaar Vervoer
PHEV
Plug-in hybrid electric vehicle
RES
Regionale Energie Strategie
RIB
Raadsinformatie brief
RKC
Rekenkamercomissie
RMP
Regionaal Mobiliteitsprogramma
RRE(W)
Regeling Reductie Energiegebruik (Woningen)
SAH
Subsidie Aardgasvrije Huurwoningen
SDE- subsidie
Stimuleringsregeling Duurzame Energie
SDG’s
Sustainable Development Goals
SMART
specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden
SpUK
Specifieke Uitkering
TVW
Transitievisie Warmte
UPV
Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid.
VANG
Van Afval Naar Grondstof
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeente
ZH-PLG
Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied
29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
43
Openbaar
Bijlage 4 – Geraadpleegde documenten 20171128 Afvalbeleid Papendrecht Omgekeerd Inzamelen 2018-08-29 Rapport Onderzoek budgetoverschrijdingen vernieuwbouw gemeentehuis Papendrecht DEF 2018-1 RIB intentieovereenkomst warmtenet Papendrecht+bijlage 3 2018-2 RIB Samenwerkingsovereenkomst en agenda Energiestrategie Drechtstedenvs3 20190826 Adviesnota college Operatie Steenbreek def 20190826 Rapportage Steenbreek 20190826 RIB Operatie Steenbreek 20190926 RAAD - 1e Concernrapportage 2019 2019-1 Raadsinformatiebrief Toekomstperspectief 20191212 RAAD RB zonnepanelen Sportcentrum 20191212 RAAD RV zonnepanelen Sportcentrum -1 aangepast 05112019 2019-4 oplegmemo raad TVW 1.0 20200119-Cie-Owet-presentatie-participatie.pdf (papendrecht.nl) 20200824 1e Concernrapportage 2020 20200925 RIB Duurzaamheidsdashboard 20200929 Programmabegroting 2021-2024 2020-10 bijlage 2 aanbiedingsbrief concept RES 20201006 Beantwoording art.
40 vragen OP - Global Goals 2020-12 Rapportage Steenbreek - update excel 20201210 RV Tweede Concernrapportage 2020 2020-3 Dagbericht participatie RES 01122020 2020-5 Brief aan bestuurder WK10 16122020 2020-7 Voorstel Concept RES Drechtsteden - Voorstel 2020-9 Technisch Amendement Concept RES 2021 GETEKEND 20211104 RB Programmabegroting 2022 2021-0093473 RIB Waterbus-1 (20210713) 20210105 RIB CO2-footprint Papendrecht 20210121 RB Vaststelling Omgevingsvisie Papendrecht - GEAMENDEERD 20210131 Omgevingsvisie Papendrecht 20210309 RIB iPOW-2 20210517 Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 2021-1 RIB stimuleringsregelingen RRE en RREW 20211019 RIB beantwoording motie groenonderhoud 20211116 Jaarplan duurzaamheid definitief 20211116_jaarplan duurzaamheid definitief 2021-2 AANGENOMEN 20210701 Motie D66 - Revolverend fonds 2021-3 Presentatie RES 1.0 en TVW Joey 2021-4 RIB RES 1.0 en TVW 2021 getekend 20220204 Integrale visie laadinfra Papendrecht-0 20220224 RB Integrale laadvisie gemeente Papendrecht GETEKEND 20220419 RIB Mobiliteitsplan-update 20220622 Ruimte verslag concept 20220929 RB Rekenkamerrapport Besluitvorming rondom passend voorzieningenniveau inwoners GETEKEND 2022-1 Verordening-duurzaamheidslening Papendrecht GETEKEND 20221201 RIB energiecrisis en armoede nav commissie ABZ 21 november 20221208 Programma duurzaamheid_totaaloverzicht 2022-2 Constantijn Huijgenslaan
voorstel college voor info Raad 23112022 2023 Presentatie Kees Leenhouts (Miranda) DEF 220116 Presentatie powerpoint Energiecrisis commissie 220316 Overdrachtsdocument programma duurzaamheid 29 juni 2023
RKC PAPENDRECHT
BJ1124
44
Openbaar
220603 Rapportage evaluatie programma duurzaamheid 230223 Overzicht benchmarkgemeenten 2e CR College 12112019 met tekst def 63 Uitwerking ombuiging versoberen programma duurzaamheid juni 2021 Actieplan Routekaart verduurzamen panden Papendrecht v09 Begroting 2020 doelstellingen maatregelen Begroting 2020 financiele begroting Begroting 2020 paragrafen Bijlage 1 - 20210928 Programmabegroting 2022 - 2025 Gemeente Papendrecht definitief Bijlage 1 - 20221101 Concernrapportage 2022 Bijlage 1 - 21252 Uitvoeringsprogramma GA 2022 def Bijlage 1 - Eerste Concernrapportage 2021 - Versie Raad 31082021 Bijlage 1 - Eindrapport - onderzoek van groei naar beheergemeente - Papendrecht Bijlage 1 - JUISTE VERSIE PvA opstellen business case Afvalinzameling Papendrecht 24 aug a Bijlage 1 - Programmabegroting 2023-2027 Bijlage 1 - Programmabegroting 2023-2027 Bijlage 1 RES Onderbouwing bod Bijlage 1_ Integrale visie laadinfra Papendrecht-0 Bijlage 10 RES Kansen groen gas Bijlage 11 RES Omgevingsvisies Bijlage 12 RES samenvatting zienswijzen Bijlage 2 - 20211101 Tweede concernrapportage - college Bijlage 2 - Businesscases varianten Afvalinzameling Papendrecht 21 oktober 2021 Bijlage 2 Bijlagen Transitievisie Warmte 2021 Bijlage 2 RES Participatiestrategie RES 1.0 Drechtsteden Bijlage 3 - Presentatie Afvalinzameling Cie Ruimte 17 november 2021 Bijlage 3 RES Participatiestrategie zon en wind Bijlage 4
RES Communicatie & Participatieplatform 'Denk mee!' Bijlage 5 RES Landschap en ruimtegebruik Bijlage 6 RES Netimpact Bijlage 7 RES Onderzoekstraject Restruimte Bijlage 8 RES Onderzoekstraject zoekgebieden Bijlage 9 RES Warmte Bijlage investeringsvoorstel zonnepanelen Sportcentrum Collegeprogramma 190529def Collegeprogramma 2022 - 2026 D02 20200407 RIB Pilot afvalinzameling Oostpolder D02. 20191118 RIB wijkaanpak energiebesparing Molenvliet D02. 20201208 RIB Energie-ambities en de financiering van HVC D03. 20210105 RIB CO2-footprint Papendrecht D04.20221005 RIB Energiecrisis en armoede D05. 20200616 RIB voortgangsbericht programma duurzaamheid D05.20200616 RIB voortgangsbericht programma duurzaamheid Definitieve rapportage hubs in de Drechtsteden_1 november 2022 Duurzaamheid begroting 2022 middelen reserve routekaart Duurzaamheid uitputting begroting 2022 bijgewerkt gemd_duurzaamheidsagenda_website_v15 GETEKEND 20211202 RV Keuze voorkeursvariant afvalinzameling Papendrecht Jaarstukken 2019 Gemeente Papendrecht publicatie (1) Jaarstukken 2020 Gemeente Papendrecht Jaarstukken 2021 Gemeente Papendrecht Organisatorische inrichting opgave energietransitie + werving selectie Plan van aanpak Mobiliteitsplan Papendrecht-2 Presentatie quick wins vastgoed-15 dec 2022 29 juni 2023