CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Perspectiefnota 2024-2029.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 27 juni 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Perspectiefnota 2024-2029 - Voorstel18.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2024 – 2029

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 2

Voorwoord In het op het bestuursakkoord gebaseerde collegeprogramma zijn de hoofdthema's voor de vier jaren van de collegeperiode benoemd. In het collegeprogramma zijn deze ook benoemd: 1. Vitale bevolkingsomvang en -samenstelling (sturen via bouwen). 2. Positie in de regio 3. Toekomstbestendige economische structuur 4. Houding in de duurzaamheidstransitie 5. Omgaan met mobiliteit 6. Toekomstbestendige sociale structuur 7. De leefomgeving 8. Bestuur en toekomstbestendige gemeentelijke organisatie In het collegeprogramma is afgesproken halverwege de collegeperiode de balans op te maken en de uitvoering van het collegeprogramma tussentijds te evalueren. Wij maken in deze periode de balans op. We zitten immers ongeveer halverwege de bestuursperiode. We komen daar via een raadsinformatiebrief op terug. Uiteraard gaat de perspectiefnota over de toekomst. Desondanks besteden we aandacht aan wat we met name in 2023 en 2024 hebben gedaan en nog gaan doen, omdat daar de basis ligt voor de komende jaren. Het college is op dit moment bezig het proces om te komen tot een strategische visie uit te lijnen. Het college is van mening dat het eigenaarschap van de strategische visie bij de gemeenteraad hoort te liggen. Voor het college is het van groot belang dat raad en college hierin gezamenlijk optrekken, ieder vanuit de verschillende rollen en verantwoordelijkheden.

De visie zal immers een belangrijke inhoudelijke leidraad zijn voor de gemeenteraad en het college bij het wegen van het belang van toekomstige voorstellen omtrent de grote projecten en de grote inhoudelijke opgaven. Uiteraard zijn de financiële mogelijkheden van groot belang. Daarom worden financiële analyses van de begroting op korte en lange termijn gemaakt. Dit gaat helderheid scheppen over wat er wel en niet kan. We houden dat financiële traject in eerste instantie echter gescheiden van de inhoudelijke strategische visie omdat wij als college net zoals vorig jaar vinden dat we moeten kunnen bouwen aan een wensbeeld, waarbij de gerealiseerde werkelijkheid wellicht iets minder fraai zal zijn, maar wel herkenbaar is gebaseerd op die strategische visie. De doorrekeningen van de financiële mogelijkheden naar de toekomst geven een minder rooskleurig beeld. Wij vinden dat daarbij het zijn van een betrouwbare overheid voorop moet staan. Dat verwachten wij van de rijksoverheid naar ons toe en van ons naar de inwoners, bedrijven en instellingen van Papendrecht. Daarom prepareren wij ons in het licht van de afspraken die in het collegeprogramma zijn gemaakt over het financieel beleid ook op minder positieve financiële tijden.

Wellicht kunnen de inzichten verkregen uit de bestuursopdracht "verkenningen naar een bijdrage van de verbonden partijen aan het verminderen van de financiële problematiek van deelnemende gemeenten" hierbij helpen.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 3

Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 5 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 7

2. Beleidsontwikkelingen....................................................................................................................... 13 2.1

Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen .......................................................................... 13

2.2

Fysieke leefomgeving ............................................................................................................ 15

2.3

Duurzaamheid en energietransitie ........................................................................................ 17

2.4

Regio ...................................................................................................................................... 17

2.5

Bedrijfsvoering ...................................................................................................................... 18

3. Financiële ontwikkelingen ................................................................................................................. 21 Bijstelling meerjarenperspectief 2024-2028 ..................................................................................... 21 Bijstelling Investeringsprogramma 2024 – 2029 ............................................................................... 35 Administratieve wijzigingen .............................................................................................................. 38 Bijlage 1: Lijst van afkortingen .............................................................................................................. 39

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 4

Leeswijzer

Maar hoe zijn deze stukken eigenlijk onderling met elkaar verbonden?

Iedere vier jaar na de gemeenteraadsverkiezingen stelt het nieuwe college een collegeprogramma op. Hierin stelt het nieuwe college vast waar zij de komende periode zich op willen focussen. Strategie, beleid en belangrijke aandachtspunten met financiële vertaling daarvan zijn in het collegeprogramma verwoord. De raad neemt kennis van het collegeprogramma.

De perspectiefnota en het beleid vanuit het collegeprogramma vormen samen de basis voor de plannen voor het nieuwe jaar. In juni/juli spreekt de gemeenteraad zich bij het voorjaarsdebat uit over deze plannen. In de perspectiefnota staan de aanpassingen in beleid en de financiële vertaling daarvan voor de komende vier jaar. Elk jaar wordt deze nota geactualiseerd

Op basis van de uitkomsten van de bespreking van de perspectiefnota wordt een begroting voor de komende vierjaar opgesteld. Deze begroting wordt in november door de gemeenteraad vastgesteld tijdens het begrotingsdebat. Het college voert daarna het beleid uit binnen de financiële grenzen die zijn aangegeven in de begroting.

In de concernrapportage worden de laatste ontwikkelingen en bijstellingen van het lopende begrotingsjaar verwerkt. Deze concernrapportage wordt in december door de gemeenteraad vastgesteld.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 5

De verschillende producten uit de planning- en controlcyclus worden herkenbaar gemaakt door het gebruik van iconen en de gekleurde kaft.

Perspectiefnota

Begroting

Concernrapportage

Jaarrekening

Hoe lezen we de Perspectiefnota? De Perspectiefnota 2024-2029 bestaat uit een aantal onderdelen: Inleiding In de inleiding geeft het College van Burgemeester en Wethouders een korte vooruitblik op 2025. Hierin worden belangrijke verwachtingen in het komende jaren toegelicht, inclusief een doorkijk van de financiële huishouding en de te verwachte grote projecten waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk worden op het gebied van sociaal domein, fysieke leefomgeving, duurzaamheid, regio en bedrijfsvoering beleidsmatige doorkijk gegeven naar de komende jaren. Financiële ontwikkelingen In dit hoofdstuk worden de incidentele en structurele beleidsontwikkelingen financieel vertaald en nader toegelicht. Daarnaast wordt een financieel meerjarenperspectief weergeven na verwerking van de financieel vertaalde beleidsvoornemens. Daarnaast wordt er ook een bijstelling gedaan in het investeringsprogramma 2024-2029.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 6

1. Inleiding Op zoek naar versteviging van de balans of een nieuwe balans? Vorig jaar schreven we dat we leven in een tijd van zekere onzekerheden. De verschillende brandhaarden in de wereld die voor een deel onvoorspelbaar waren, maar waarvan het karakter dreigender is dan ooit, maken economische voorspellingen moeilijk. We worden steeds meer geraakt door gevolgen van mondiale ontwikkelingen. Het gaat dan vooral om de economische ontwikkelingen bij de mondiale grootmachten, de economische ontwikkelingen bij voor ons belangrijke handelspartners en de toenemende instabiliteit in de wereld. Zelfs binnen een paar weken wisselen de beelden. Halverwege mei 2024 wordt melding gemaakt van positieve economische ontwikkelingen in Europa, waar Nederland van gaat profiteren. In de weken daarvoor werd slechts een zeer gering economisch groeiscenario voorspeld. Vanuit ons financieel perspectief willen we de toekomst zo goed en zuiver mogelijk voorspellen. Die voorspelbaarheid is de laatste jaren onder druk komen te staan. In deze inleiding schetsen wij een beeld, ook met inzichten verkregen uit de cijfers rondom de Jaarrekening 2023, van de zekerheden en onzekerheden met betrekking tot onze financiële toekomst. Onzekerheden m.b.t. arbeidsmarkt Veel van wat we vorig jaar in de perspectiefnota hebben geschreven is nog steeds waar.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft nog wel een nieuw perspectief aan de situatie toegevoegd. De arbeidsmarkt is en blijft historisch krap. Het CPB geeft aan dat wij ons meer moeten richten op de vraagkant dan op de aanbodkant. Ook verwacht men dat het arbeidsaanbod voor de overheid krap zal blijven. Dit heeft ongetwijfeld een effect op onze gemeentelijke ambities. De exacte omvang van de benodigde inhuur blijft hierdoor lastig in te schatten. We moeten hier enige flexibiliteit betrachten. Vanuit de financiële analyses zien we een relatie met de onderuitputting (niet ingevulde vacatureruimte). Dit werkt voor een deel als communicerende vaten. We weten in ieder geval zeker dat we ook in 2025 onvoldoende capaciteit hebben in relatie tot de ambities. De grote maatschappelijke uitdagingen met een effect naar de arbeidsmarkt zijn te vinden op het gebied van onder andere wonen, zorg, veiligheid, onderwijs en de energietransitie en zijn niet op korte termijn oplosbaar, aldus het CPB. De inflatie en loonontwikkelingen CAO Eerder werd bericht dat de inflatie naar verwachting onder controle was. Met de eerder beschreven onzekerheid stijgen de energieprijzen en de brandstofprijzen weer snel. Ook zien we nog steeds CAOloonstijgingen die als een inhaalslag voor de eerdere grote prijsstijgingen kunnen worden gezien.

Dat impliceert echter dat de prijzen van producten en arbeid weer duurder worden door het verrekenen van deze kostenstijgingen in de eindprijzen van producten. Zo is naar verwachting de situatie rondom de inflatie nog steeds niet helemaal onder controle, waarmee ook de koopkrachtcijfers onder druk komen te staan. De basis die gelegd is in 2023 en 2024 laat de komende jaren effecten zien Het is relatief ongebruikelijk in een perspectiefnota om terug te kijken naar de tijd die is geweest. Vanuit de inzichten die we hebben verkregen bij de tussentijdse evaluatie van het collegeprogramma doen we het dit keer wel, omdat voor ons helder is dat in de eerste jaren van de collegeperiode een goede basis is gelegd voor effectuering van deze inspanningen en investeringen in de komende jaren. We denken dan aan het vastgoedbeleid, accommodatiebeleid en het IHP. Dit geeft houvast ten aanzien van de investeringen en uitvoering. Het Integraal Veiligheidsplan met de drie prioriteiten zal zeker ten aanzien van de Integrale Wijkaanpak effecten laten zien (dit onderdeel heeft immers prioriteit gekregen). We zitten in de uitvoeringsfase van het Mobiliteitsplan 2035. De samenwerking tussen cultuurpartners krijgt steeds meer vorm omdat de meerwaarde van samenwerking helder is. De uitvoering van het Actieplan armoede en schuldenproblematiek is gestart.

Een nieuw Water- en rioleringsprogramma gaat zijn vruchten afwerpen en de implementatie van het nieuwe afval inzamelsysteem wordt afgerond. En de voorbereiding op de besluitvorming rondom de VO-scholen is verder gebracht, zodat we na laatste verkenningen de fase van de besluitvorming in kunnen gaan.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 7

Opgaves reiken verder dan alleen het collegeprogramma We hebben naast het collegeprogramma nog zeer veel zaken opgepakt die door de actualiteit op de agenda kwamen en komen. Gedeeltelijk hebben deze zaken te maken met de koers vanuit het collegeprogramma, maar sommige zaken zijn ook nieuw. We kennen een aantal grote dossiers die projectmatig zijn opgezet, maar die in de praktijk bijna permanent en langere tijd aandacht vragen. Denk aan de vluchtelingenopvang en Fokker. Wellicht dient 'bestaanszekerheid' zich als een nieuw onderwerp aan dat in deze rij past. Ook op visieniveau zetten we stappen via de lange termijn strategische visie, met als belangrijke inhoudelijke onderleggers een Visie Sociaal Domein en een Omgevingsvisie 2.0. In het rapport van de staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050 staan veel aanleidingen voor het werken aan de strategische visie. De ombuigingencatalogus opnieuw in beeld Wij blijven vooruitdenken, vernieuwen en ook voorbereiden waar nodig. De VNG adviseert gemeenten voorbereidingen te treffen voor een ombuigingsoperatie, maar nog geen maatregelen in gang te zetten. Dit is de lijn die wij volgen, omdat de begroting voor het jaar 2025 sluitend is en de situatie daarna onzeker wordt.

In 2020 zijn we gestart met een ombuigingsproces dat uiteindelijk heeft geleid tot keuzes en maatregelen die onze gemeente een aantal jaren positieve begrotingssaldi heeft gebracht. Vanuit het huidige toch wel minder rooskleurig financiële perspectief lijkt een proces om te kijken naar onze financiële middelen raadzaam. We gaan dat ambtelijk opstarten en voorbereiden, zodat op het moment dat er meer financiële duidelijkheid is op basis van toekomstige circulaires het voorwerk is verricht. We hanteren dezelfde indeling van categorieën als destijds, aangepast aan de huidige tijd. Dit levert een totaalbeeld op van mogelijkheden. We zullen daarbij ook externe financiële deskundigheid inschakelen. Daar stopt voorlopig het proces, totdat bestuurlijk is bepaald wat de omvang is van de maatregelen die we moeten nemen. Financiële status op hoofdlijnen De grote opgaven waar Nederland voor staat kunnen niet zonder de decentrale overheden worden gerealiseerd. Tegelijkertijd vraagt dit wel van het Rijk om voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen om de vele taken die de gemeenten hebben uit te kunnen voeren. Grote vraagstukken op het gebied van o.a.

bestaanszekerheid, onderwijs, zorg, asiel en migratie, veiligheid strategische investeringsagenda voor de regio, kwaliteit van de leefomgeving, klimaat en energie, woningbouw, bereikbaarheid en openbaar vervoer raken direct het werkterrein van de gemeente. Om als gemeente te kunnen voldoen aan de maatschappelijke opgaven die er liggen is er ruimte en vertrouwen nodig. Daarbij zijn stabiele, structurele en voorspelbare inkomsten om onze rol te vervullen noodzakelijk. Dit vraagt om erkenning vanuit het Rijk voor de huidige benarde financiële positie van de gemeenten. De financiële relatie tussen rijk en gemeenten laat al geruime tijd te wensen over. Er is in het recente verleden regelmatig ingeboet op de afspraken die gelden binnen Financiële Verhoudingswet. Zo zijn de overheveling van jeugdzorg en WMO naar gemeenten, onvoldoende loon- en prijscompensatie, de invoering van de opschalingskorting, het budgetplafond in het BTW-compensatiefonds niet gepaard gegaan met evenredige financiële compensatie of geleid tot taakverminderingen voor de gemeenten. Daarbovenop komt ook nog dat het Rijk een deel van het accres binnen het gemeentefonds heeft afgeroomd en geoormerkt voor volkshuisvesting en woningbouw en op termijn dreigen te verdwijnen uit het Gemeentefonds. Het traditionele “trap op, trap af” principe werd buiten werking gesteld zonder zicht op een adequaat alternatief.

Vooral dit laatste heeft enorme gevolgen voor de gemeenten en leidt tot een onderbouwde korting van circa € 3 miljard (inclusief opschalingskorting) in 2026, en dat terwijl op een aantal beleidsterreinen de laatste jaren toch al sprake was van sterkere uitgavenstijgingen dan op grond van inflatie en volumeontwikkelingen verwacht mocht worden. In het voorjaar van 2024 is er een Bestuurlijk Overleg over de Financiële verhoudingen met de medeoverheden (BOFv) geweest. Dit o.a. ter voorbereiding op de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk. Het Rijk heeft begrip voor de wens van VNG en IPO tot afschaffing van de opschalingskorting en erkennen de noodzaak van stabiele financiële verhoudingen.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 8

Wij zijn verplicht vanuit het provinciaal financieel toezicht om meerjarig een structureel sluitend meerjarenperspectief te presenteren terwijl het Rijk niet verder gaat dan incidenteel middelen ter beschikking te stellen. Dat maakt het voor gemeenten bijzonder lastig, zo niet onmogelijk, financieel structureel evenwicht te realiseren. Er wordt al door diverse organisaties (VNG, IPO, BDO, Deloitte etc.) aangegeven om het onderscheid in incidentele en structurele begrotingsruimte in te ruilen voor simpelweg gewoon het meerjaren begrotingssaldo. Om hieraan gedeeltelijk tegemoet te komen zijn er in het Bestuurlijk Overleg over de Financiële verhoudingen met de medeoverheden afspraken gemaakt om maximaal 10% van de niet gelabelde algemene reserve in te zetten ter dekking voor structurele kosten die uit investeringen voortvloeien. Echter dit is slechts tijdelijk voor een aantal jaren mogelijk maar het helpt iets om actuele problemen op te lossen. Gemeenten, provincies en waterschappen willen met het nieuwe kabinet een agenda opstellen die gericht is op de aanpak van de grote maatschappelijke vraagstukken met daarbij de benodigde financiële middelen. Op 30 januari jl. is aan het formerende partijen een aanzet hiertoe aangeboden.

Om te komen tot een goede (financiële) startpositie zijn door de partijen de volgende uitgangspunten meegegeven: • Partnerschap: Het is nodig met elkaar in de interbestuurlijke verhouding meer zekerheden in te bouwen dat nieuwe plannen van het Rijk ook uitvoerbaar en effectief zijn. Naast de uitvoerbaarheid is daarbij ook van belang dat we structureel geld krijgen voor structurele taken. • Het afschaffen van de opschalingskorting ter grootte van € 675 mln. • Herstel van het accres vanaf 2026 ter grootte van € 2,3 mld. • Inzet op specifieke indexering van de stijgende kosten op wettelijke zorgtaken en dus niet op basis van het reëel accres gekoppeld aan de gemiddelde groei van het BBP over de afgelopen 8 jaar. • Het verder in balans brengen van taken en middelen. • Inzetten op algemene en minder specifieke uitkeringen. Zoals uit de voorjaarsnota 2024 van het Rijk blijkt, ziet het overheidssaldo, ook wel het EMU-saldo genoemd, er voor de komende jaren negatief uit. Zo komt in 2024 het saldo naar verwachting uit op ‒ 2,5% bbp. Vanaf 2025 ligt het verwachte saldo tussen de ‒ 2,6% bbp en ‒ 3% bbp. Dit betekent dat parallel aan de gemeentelijke opgaven die er liggen er ook op Rijksniveau het nodige aan de hand is wat ervoor zorgt dat de financiële ruimte niet onbeperkt is en er dus zelfs gesproken wordt over bezuinigingen.

Dit is een complicerende factor in de gesprekken die nu met het Rijk plaatsvinden. Als we de persberichten volgen dan kunnen we wel concluderen dat de problematiek aan de kant van het Rijk misschien nog wel groter is dan bij ons. We zien dat het Rijk veel incidenteel begroot en vaak onhaalbare taakstellingen (nog doelmatiger werken) in het meerjarenperspectief opneemt. Zoals de provincie op ons dak zit, zo zien we uit de persberichten dat Europa dat bij het Rijk doet. Aspecten die spelen bij het Rijk zijn o.a. de opgelopen rentekosten wat in het verleden er toe heeft geleid tot onhaalbare ambities die nu gefinancierd moeten worden, het wegvallen van de gasinkomsten, de stijgende kosten opvang asielzoekers, de toeslagenaffaire, de forse investeringen in defensie, nieuwe ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid, de bouwambities, belastingkortingen en verhoging minima, oplopende zorgkosten, vergrijzing en forse onderhoudsinvesteringen in het fysieke domein die noodzakelijk zijn. Al deze aspecten zien we ook terugkomen in de voorjaarnota 2024 van het Rijk. Het Rijk komt in ieder geval tegemoet aan het afschaffen van de opschalingskorting per 2026 wat in totaal € 675 mln. oplevert. Echter daarnaast lezen we in de voorjaarsnota 2024 dat het Rijk voornemens is om de nieuwe normeringssystematiek (reeds ingegaan in 2027) met terugwerkende kracht in te voeren per 2024.

Dit betekent, rekening houdend met een compensatiemaatregel die het Rijk hier tegenoverstelt, dat voor het jaar 2025 er een incidenteel nadeel op het accres van het gemeentefonds plaatsvindt van ook per saldo € 675 mln. De uitwerking van de meicirculaire 2024 zal bepalend zijn wat de structurele effecten zullen zijn. Erg hoopvol zijn wij in ieder geval niet en dit zal het gesprek met het Rijk verder onder druk zetten. Ongeacht de uitkomst van de complexe omstandigheden waarin we met het Rijk zitten blijft de boodschap dat alleen met een goede (financiële) uitgangspositie de decentrale overheden kunnen bijdragen aan het oplossen van de grote maatschappelijke problemen.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 9

Het financieel toezicht door de provincie is gebaseerd op het structureel begrotingsevenwicht. Dat is de reden dat het begrotingssaldo gecorrigeerd moet worden met de incidentele baten en lasten om inzicht te krijgen in het structurele begrotingssaldo. De maatschappelijke, wettelijke en economische ontwikkelingen blijven in hoog tempo doorgaan. Daarnaast zijn er nog de ambities uit het collegeprogramma wat de druk op het financieel meerjarenperspectief doet toenemen. Na verwerking van de opgenomen financiële ontwikkelingen in de Perspectiefnota 2024-2029 ziet het meerjarenperspectief als volgt uit:

* Inclusief de verwerking van de begrotingen GR'en In het bovenvermelde begrotingssaldo 2024-2029 dient rekening te worden gehouden dat er vanaf 2024 een claim op de algemene uitkering (meicirculaire 2024) is gelegd van € 0,7 mln. in 2024 oplopend tot € 1,1 mln. in 2029 ter compensatie van sterk gestegen loon- en prijsstijgingen en volumegroei. Hier zit een risico dat wanneer de meicirculaire 2024 onvoldoende stijgt dit het begrotingssaldo negatief zal beïnvloeden. Het financieel meerjarenperspectief laat nu al zien, buiten de grote projecten die er nog aankomen (zie pagina 11) en de onzekere economische vooruitzichten als gevolg van landelijke en mondiale ontwikkelingen, dat voorbereidende maatregelen nodig zijn om het financieel meerjarenperspectief in balans te houden. Tijdens de Algemene Ledenvergadering in juni 2023 van de VNG is de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ aangenomen. Aansluitend heeft de VNG - voor het eerst in haar bestaan - een begrotingsadvies uitgebracht voor de meerjarenbegroting 2024-2027. Bijna alle gemeenten hebben het advies van de VNG betrokken bij de besluitvorming over de begroting. Ook voor de begroting 2025 heeft de VNG een begrotingsadvies afgegeven. In aanloop naar de begroting 2025 heeft de VNG ervoor gekozen het begrotingsadvies in twee delen te verdelen.

Het eerste deel (maart 2024) kan worden betrokken bij de perspectiefnota 2024 en het tweede deel, het vervolg, zal verschijnen nadat de effecten uit meicirculaire 2024 bekend zijn. Net als wij reeds eerder hebben aangegeven stelt ook de VNG voor om voorbereidingen te treffen voor een ombuigingsoperatie. Het is wel duidelijk dat wanneer het Rijk de korting van nu nog € 2,3 miljard vanaf 2026 niet terugdraait of verzacht dit leidt tot een structureel negatief begrotingsresultaat vanaf 2026. Ook de VNG adviseert nu al de ombuigingsmogelijkheden zo goed als mogelijk in kaart te brengen, maar ze nog niet in gang te zetten. Het is nu tijd om na te denken over maatregelen. In 2024 en 2025 zal er een traject worden opgestart om te onderzoeken welke maatregelen genomen kunnen worden en zo de financiële positie naar de toekomst toe op orde te houden. Dit doen we door een projectgroep in te richten dat zich gaat focussen op de volgende vraagstukken: 1. Doorloop nog eens alle geïnventariseerde maatregelen die bij de ombuigingsoperatie 2020 zijn opgehaald en bekijk nog eens kritisch of er mogelijke maatregelen te treffen zijn. 2. Maak een inventarisatie van alle wettelijke (taken in medebewind) en niet-wettelijke taken die in de begroting zijn opgenomen en beoordeel inhoudelijk wat anders of minder kan. 3.

Beoordeel de mogelijkheden die er zijn om de OZB te verhogen, beoordeling van de kostendekkendheid van de tarieven en mogelijkheden om meer loonkosten toe te rekenen aan investeringen. Voorop staat dat we blijven doen wat goed is voor Papendrecht en dat vraagt van ons allen ondanks de (financiële) onzekerheden die er zijn om niet op onze handen te blijven zitten en niks doen.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 10

Wat komt er financieel nog op ons af? Als we naar het meerjarenperspectief kijken zien we dat er komende jaren diverse onderzoeken op het programma staan wat kan leiden tot forse investeringen. We denken dan, en het is zeker geen uitputtende lijst, aan projecten zoals: -

Uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan (inschatting jaarlijkse investering € 2 mln. vanaf 2026) Flexwoningen (inschatting investering € 2,5 mln. bouwrijp maken grond) Lange termijnvisie vluchtelingen (Jaarlijks exploitatiekosten indicatief € 0,2 mln.) Huisvestingplan primair onderwijs BENG (vanaf 2026 € 3 mln. oplopende tot € 18 mln.) Water – en rioleringsplan (extra jaarlijkse investering € 1,5 mln.; kostendekkend) Multifunctionele Accommodatie (MFA) (investering € 7 mln.) Sporthal (Investering € 6,7 mln.) Herinrichting begraafplaats (inschatting € 0,4 mln.) Verduurzaming gemeentelijk vastgoed en het accommodatiebeleid (P.M.)

Het gaat soms om grote sommen geld benodigd voor de investering en daarmee ook hoge exploitatielasten (kapitaallasten) met stevige gevolgen voor de (meerjaren) begroting. Daarbij speelt mee dat hoe langer we wachten met de investering hoe hoger deze wordt. Deze extra complexiteit is aan de orde omdat de prijzen van de investeringen (de verwachte kosten) in de huidige economische situatie naar de toekomst toe lastig is om in te schatten. Daarnaast zie we deze instabiliteit ook terug bij de voorspelling van de rente op de kapitaalmarkt. We lopen dus meer risico dat onze investeringen groter worden en geld lenen duurder wordt. Het beslag op de middelen wordt daarmee groter. Afhankelijk van besluitvorming en eventueel aanwezige financiële dekking binnen het financieel meerjarenperspectief ziet de extra druk op het begrotingssaldo er als volgt uit: Omschrijving Mobiliteitsplan Flexwoning Langetermijnvisie opvang vluchtelingen IHP BENG Water en Rioleringsplan (WRP) MFA

2024

2025

€ €

-

€

-

€ €

2026

€ -200.000 € P.M.

Sporthal (planvorming nieuwe Willem de Zwijgercollege) Begraafplaatsen Verduurzamen gemeentelijk vastgoed en accommodatiebeleid €

-

2027 -100.000 -200.000 -200.000 -180.000 P.M. -256.000

€

-245.000 €

-245.000 €

-245.000

-25.000 € P.M.

-25.000 € P.M.

-25.000 P.M.

€ € € € €

2028 -200.000 -200.000 -200.000 -360.000 P.M. -256.000

€ € € €

€

-25.000 € P.M.

-25.000 € P.M.

€

-225.000 €

-425.000 € -1.206.000 € -1.486.000 € -1.766.000

P.M.

Totaal

€

2029 -300.000 -200.000 -200.000 -540.000 P.M. -256.000

€ -200.000 € -200.000 € € P.M. €

Met betrekking tot de PM-posten is er op dit moment op basis van onderbouwingen nog geen goede inschatting te maken. Voor de huisvesting VO-scholen (gebaseerd op een investering van € 90 mln.) zijn maatregelen ter dekking van de kapitaallasten opgenomen in de meerjarenbegroting. In de loop van 2024 komen we met nieuwe ramingen gebaseerd op de actuele marktontwikkelingen. Aangezien dit nog maar indicaties zijn op nader uit te werken plannen vormen deze nog geen onderdeel van het financieel meerjarenperspectief, maar versterken wel de begrotingsopgave waar we de komende jaren voor staan. Kijkend naar het financieel meerjarenperspectief en rekening houdend met de grote projecten ziet het meerjarenperspectief er indicatief er als volgt uit: Financieel meerjarenperspectief 2024-2029

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Structureel begrotingssaldo na Begroting 2024

€

1.861.000 €

3.555.000 €

-527.000 €

-1.827.000 €

-2.462.000 €

-2.522.000

Begrotingssaldo na Begroting 2024

€

1.479.500 €

3.621.000 €

-550.000 €

-1.555.000 €

-2.250.000 €

-2.250.000

Saldo Perspectiefnota 2024-2029 Incidenteel

€

-1.029.000 €

188.500 €

-75.000 €

-837.000 €

-497.000 €

-182.000

Saldo Perspectiefnota 2024-2029 Structureel

€

-969.500 €

-3.142.000 €

-2.306.500 €

-519.500 €

687.100 €

-94.900

Totaal saldo Perspectiefnota 2024-2029

€

-1.998.500 €

-2.953.500 €

-2.381.500 €

-1.356.500 €

190.100 €

-276.900

Structureel begrotingssaldo na Perspectiefnota 2024-2029

€

891.500 €

413.000 €

-2.833.500 €

-2.346.500 €

-1.774.900 €

-2.616.900

Begrotingssaldo na Perspectiefnota 2024-2029

€

-519.000 €

667.500 €

-2.931.500 €

-2.911.500 €

-2.059.900 €

-2.526.900

Grote projecten in de toekomst (structureel)

€

-

€

-225.000 €

-425.000 €

-1.206.000 €

-1.486.000 €

-1.766.000

Structureel begrotingssaldo na Perspectiefnota 2024-2029

€

891.500 €

188.000 €

-3.258.500 €

-3.552.500 €

-3.260.900 €

-4.382.900

Begrotingssaldo na Perspectiefnota 2024-2029

€

-519.000 €

442.500 €

-3.356.500 €

-4.117.500 €

-3.545.900 €

-4.292.900

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 11

Proces Door het vaststellen van deze perspectiefnota 2024-2029 stemt de raad naast budgetaanpassingen voor het lopende jaar 2024 ook in met de basisuitgangspunten voor de begroting 2025-2029.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 12

2. Beleidsontwikkelingen In dit hoofdstuk geven wij een breder beeld van wat we het komende jaar zien aan beleidsontwikkelingen die op ons afkomen en waarop we ons moeten voorbereiden. Het is geen limitatieve opsomming, maar het betreft wel de meest relevante ontwikkelingen die nu bekend zijn.

2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Binnen het sociaalmaatschappelijk domein komen meerdere (beleids) ontwikkelingen samen die van grote invloed zijn op het toekomstig samen leven in Papendrecht. Ontwikkelingen die lokaal impact hebben, maar nooit los te zien zijn van de geopolitieke situatie, de demografische trends, landelijke vraagstukken en keuzes van de Rijksoverheid. Hieronder benoemen we de drie belangrijkste uitdagingen die we voor de nabije toekomst op ons af zien komen. De bevolking vergrijst De dubbele vergrijzing waar Nederland komende jaren mee te maken krijgt, treft ook Papendrecht. Wij werken aan een Papendrecht waar senioren zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Die uitdaging die dit met zich meebrengt, vraagt samenwerking van onze gemeente met woon-, welzijns- en zorgpartijen. Samen is onze inzet nodig in het bereiken en toerusten van senioren (zoals op het vlak van elektronische toepassingen om het woongemak en -veiligheid te verhogen (domotica) en valpreventie), in het bouwen van woonvormen die geschikt zijn voor langer zelfstandig wonen en het aanpassen van onze buitenruimte. De actieagenda Wonen en zorg voor senioren bevat een overzicht van onze inzet. Op sommige onderdelen is extra budget nodig, waaronder beleidsmatige inzet vanuit de gemeente om de actieagenda uit te voeren.

Verder nemen we als gemeente deel aan het project Zorgzame Buurt (trekker: Woonkracht10), in samenhang met de Integrale Wijkaanpak. De opzet van de Zorgzame Buurt in Kraaihoek vraagt (extra) inspanningen van verschillende partijen, waaronder Sterk Papendrecht. Bestaanszekerheid blijft kwetsbaar Bestaanszekerheid als begrip raakt meerdere levensgebieden. Eén daarvan is financiële zekerheid. Hoewel de verwachting van het CPB is dat koopkracht van huishoudens toeneemt, signaleert het tegelijk dat zonder Rijksmaatregelen, armoede stijgt. Over de brede linie zien we dat veel huishoudens financieel kwetsbaar zijn of snel kunnen worden. Lokaal houden we vinger aan de pols om inwoners met financiële problemen te signaleren en op te zoeken. Nu we enkele jaren bezig zijn, kunnen we bepalen hoeveel geld voor deze wettelijke taak nodig is. Een ander onderdeel van bestaanszekerheid is een dak boven het hoofd. De krapte op de woningmarkt is nijpend en een landelijk probleem. De Rijksoverheid ziet op meerdere vlakken een (nieuwe) rol voor gemeenten. Zoals de wet Versterking regie op volkshuisvesting, de wet Betaalbare huur en de wet Goed verhuurderschap. Daarbij staat de gemeente ook aan de lat voor een passend woonaanbod voor nieuwkomers, kwetsbare groepen en woonwagenbewoners. Voor de specifieke doelgroep van nieuwkomers is bestaanszekerheid extra kwetsbaar.

Gezien de hoge instroom en de recent ingetreden Spreidingswet vraagt de huisvesting en de integratie structurele beleidsmatige inzet van de gemeente en ook groeiende inzet van partners als Vluchtelingenwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden om een goede start voor deze inwoners mogelijk te maken. Het beroep op maatwerkvoorzieningen stijgt Het beroep op zowel de maatwerkvoorzieningen van de Wet maatschappelijke ontwikkeling (WMO) als die van de Jeugdwet stijgt. Bij de WMO komt dit met name door de eerder geschetste ontwikkeling van vergrijzing. Om zoveel mogelijk grip te houden op het beroep aan WMO-maatwerkvoorzieningen en de bijbehorende kostenontwikkeling zetten we in op meer collectief of vrijwillig aanbod in het voorveld. Denk aan de inzet van ANWB Automaatje en de extra activiteiten van het Odensehuis. Of de rol die de bibliotheek kan spelen (bijvoorbeeld op laaggeletterdheid), mede in verband met de zorgplicht die de gemeentes gaan krijgen voor een voldoende en volwaardige bibliotheek. Maar ook de inzet op de doelen van het Gezond en Actief Leven Akkoord, waarvoor we voor drie jaar middelen hebben ontvangen van het Rijk (tot en met 2026). Het beroep op maatwerkvoorzieningen vanuit de Jeugdwet neemt eveneens fors toe, wat voor de gemeente een kostenstijging betekent.

Naast een goede ketenaanpak voor jeugdigen met een hulpvraag is deze stijging een reden te meer om ook hier de onderliggende problematiek en hulpvraag bij de basis aan te pakken via de routekaart Jeugd. Uit onderzoek blijkt dat preventie hun kansen

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 13

vergroot om op te groeien tot gezonde volwassenen. Preventie gebeurt ook via ons jeugd- en jongerenwerk. Door de raad is op 23 april jl. besloten een tweede jongerenlocatie te openen, wat een versterkende preventieve werking oplevert. Tot slot noemen we nog de wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein (WAMS). Deze wet (nu nog controversieel verklaard) bevat regels over het delen van gegevens bij multiproblematiek. Deze wet vraagt de nodige inzet bij implementatie en bij het structureel uitvoeren hiervan. Op dit moment is nog niet duidelijk of we hiervoor van het Rijk middelen ontvangen en als dat zo is, of die middelen voldoende zijn. We willen als gemeente vanuit visie en in samenhang naar deze uitdagingen kijken. Daarom werken we aan een nieuwe Visie Sociaal Domein vanaf 2025, die aansluit op de Omgevingsvisie en de strategische visie. Onze adviesraad verbreedt en breidt zich uit van een Wmo-adviesraad naar een adviesraad op het sociaal domein om gevraagd en ongevraagd het advies van inwoners te laten horen. Inspelen op de genoemde uitdagingen en ontwikkelingen vraagt om een sociaal domein waar de basis op orde is. Dat vraagt om een indexatiepercentage op subsidies en contracten die kostenstijgingen op het vlak van personeel, huisvesting en dergelijke voldoende compenseert.

Blijven zorgen voor een goede basis voor onze inwoners en voor de noodzakelijke hulpverlening, vraagt om een zakelijke maar ook behoedzame koers als het gaat om accounthouderschap. We signaleren dat in de regio alle gemeenten met (verschillende) financiële uitdagingen te maken hebben. De gegeven opdrachten aan de gemeenschappelijke regelingen om te komen tot financiële besparingsopties wegen we integraal en vanuit de lokale context af. We nemen in die afweging niet alleen de potentiële financiële besparingen mee, maar ook de inhoudelijke consequenties voor de hierboven gemelde ingezette acties en het behoud van onze sociale basis. We herzien verder ons subsidieproces om zo doelmatig mogelijk onze subsidies te blijven verlenen. De personele uitdaging binnen de gemeente is om te zorgen voor voldoende capaciteit en expertise om alle verschillende taken uit te voeren. Afgelopen jaar zijn daar meerdere stappen in gezet. Gezien de hoeveelheid onderwerpen waar de gemeente mee te maken heeft is het noodzakelijk voldoende inzet te plegen op beleidsregie. Spreidingswet Met de Spreidingswet krijgen gemeenten wettelijk een taak in de huisvesting en integratie van vluchtelingen. Daarnaast heeft de gemeente een taak bij de opvang van Oekraïners, waarbij het de verwachting is dat dit nog enige tijd voortduurt. Deze nieuwe taken vragen veel van de organisatie.

Naast het structureel inrichten van deze taken (transitie) willen we het ook vormgeven op een nieuwe, bij Papendrecht passende manier (transitie). We moeten beschikken over een wendbare organisatie met voldoende executiekracht, om in te kunnen spelen op kansen die zich voordoen en om risico’s te beheersen. Dit wordt nader uitgewerkt in een lange termijnvisie vluchtelingen. Een van de plannen van het nieuwe regeerakkoord is het intrekken van de Spreidingswet. Uiteraard is het op dit moment nog niet duidelijk welke gevolgen dit heeft. Vangnetregeling "Kinderen op zwemles" In juli 2023 is de motie "Ieder kind een zwemdiploma aangenomen in de gemeenteraad. Er is uitvoering gegeven aan de motie met een onderzoek naar een mogelijk vangnet regeling "Kinderen op zwemles". In juni wordt een raadsinformatiebrief verzonden over de uitkomsten van dit onderzoek. Veiligheid In 2023 is het Integraal Veiligheidsplan (IVP) met daarin de prioriteiten verkeersveiligheid, ondermijning en de integrale wijkaanpak vastgesteld. Tot en met 2026 wordt er extra inzet gepleegd op deze prioriteiten en worden de opgestelde uitvoeringsplannen uitgevoerd. Daarbij geldt dat het plan van aanpak voor de integrale wijkaanpak werkende weg wordt opgesteld en in het najaar van 2024 concrete prestatie-indicatoren worden gepresenteerd.

Ook vindt er voorbereiding plaats op crises als digitale ontwrichting en incidenten. Binnen het lokale project Basis op Orde worden de kritische processen in beeld gebracht.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 14

2.2 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs Op 9 november 2021 heeft u op basis van een haalbaarheidsonderzoek ingestemd met de verdere uitwerking van het voorkeursscenario voor de vernieuwing van de huisvesting van het voortgezet onderwijs. In 2022 hebben de scholen onder begeleiding van een deskundige een ruimtelijkfunctioneel programma van eisen gemaakt. Op basis van dit programma zijn er stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld die door uw raad in februari 2023 zijn vastgesteld. Deze documenten vormen de basis voor het stedenbouwkundig ontwerp waarin de inrichting van de gebieden wordt beschreven. Omdat het gaat om integrale gebiedsontwikkeling bieden we ook ruimte voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen zoals (recreatieve) sport en groen/water. De beleidsdoelstellingen rond onder andere onderwijs, sport, cultuur en gezondheid komen hierin tezamen in nieuwe accommodaties. Het onderzoek naar de nieuwe multifunctionele accommodaties (hierna MFA) en de sporthal bieden in het gebied rond theater De Willem en het Willem de Zwijgercollege ruimte voor multifunctioneel en samenhangend gebruik door maatschappelijke partners en verenigingen. Over de toekomstige huisvesting voor het voortgezet onderwijs nemen we steeds stapsgewijs een besluit.

De eerstvolgende stap is het opstellen van twee structuurontwerpen per locatie voor de vernieuwing van de onderwijsgebouwen van het voortgezet onderwijs aan de Van der Palmstraat en de Vijzellaan. Daarnaast wordt een haalbaarheidsstudie voor de MFA binnen het ruimtelijk programma van het gebied Van der Palmstraat uitgevoerd. Omtrent beide onderdelen heeft u op 28 september 2023 besloten. Over de uitwerking hiervan wordt u in 2024 op verschillende momenten nader betrokken en geïnformeerd. Daarna kunnen we ook de financiële besluiten voorleggen. Marktontwikkelingen Het afgelopen jaar en ook naar de toekomst toe spelen de inflatie en de maatregelen vanuit de Europese Centrale Bank (hierna ECB) een grote rol in het functioneren van de markt voor nieuwbouwwoningen. De hypotheekrente is in verhouding tot enkele jaren terug relatief hoog, maar dit heeft niet geleid tot een prijscorrectie van nieuwbouwwoningen. Daarmee is nieuwbouw minder goed betaalbaar geworden en heeft het moeite om op gang te blijven. Hoewel het de verwachting is dat de hypotheekrente op termijn zal dalen zijn er nog wel risico's die dit in de weg kunnen staan. Eén ervan is een loonprijsspiraal, waarbij sterke loonstijgingen leiden tot inflatie en matiging van de rente daarna langzamer verloopt dan gehoopt.

De betaalbaarheid van nieuwbouw verbetert in dat geval niet zo snel, terwijl dat wel nodig is om aan de marktvraag te kunnen voldoen, want die is nog steeds groot. Al met al is het vooruitzicht wel aan het verbeteren, maar is het vooral zaak dat het doorzet. De economie is de afgelopen jaren ondanks de crises robuust gebleven, waardoor de investeringsbereidheid bij bedrijven relatief hoog is. Voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen is dit gunstig en de vraag naar bedrijfskavels is vanwege de beperkte beschikbaarheid ervan groot. Mobiliteitsplan Vorig jaar is het Mobiliteitsplan Papendrecht 2035 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we een transitie nastreven naar een verkeersveiliger, leefbaarder en bereikbaar Papendrecht richting 2035. Om dit te bereiken zijn extra investeringen noodzakelijk op het gebied van infrastructuur. Het beschikbaar gestelde bedrag voorziet niet in (grote) infrastructurele aanpassingen. Daarom wordt jaarlijks, gedurende de looptijd van het Mobiliteitsplan, hiervoor een uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgesteld en inhoudelijk en financieel voorgelegd aan uw raad. De investeringen worden in 2024 en 2025 voorzien. IHP Het minimale scenario binnen het IHP is september 2023 door de raad vastgesteld en kent een doorlooptijd tot 2027.

In 2026 wordt aan de raad een financiële uitwerking gepresenteerd met begrotingsvoorstellen in het kader van schoolgebouwen BENG. De aanvang van de uitvoering van dit scenario zal naar alle waarschijnlijkheid in 2027 zijn. De schoolbesturen willen in de besluitvorming voor hun schoolgebouwen hoe de gebouwen BENG uit te voeren een stem hebben. Het juridisch eigendom ligt bij de schoolbesturen en het is voor de schoolbesturen belangrijk keuzes te hebben welke warmtevoorziening vanuit BENG-eisen geschikt is en welke (financiële) gevolgen dat heeft.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 15

Chemours Al een aantal jaren werken we, samen met Sliedrecht, Molenlanden en Dordrecht, aan het dossier PFAS. Dit begon met de voorbereiding op de gezamenlijk aansprakelijkheidsstelling van Chemours. Na de tussenuitspraak van de rechter op 27 september 2023 is het dossier in een nieuwe en intensievere fase gekomen. Nu Chemours verantwoordelijk is gesteld voor het opruimen van de vervuiling gaat de aandacht vooral uit naar hoe en wanneer dat wordt aangepakt. Naast de vervuiling uit het verleden blijven we ons ook richten op vervuiling in het heden: we volgen actief de vergunningverlening. Voor de toekomst benadrukken we via diverse wegen de noodzaak van het stoppen van de uitstoot (nul-uit-de-pijp). Inzet is om kosten die daarmee gepaard gaan, zo veel mogelijk ten laste te brengen van de SPUK buitenproportionele verontreiniging PFAS en bij Chemours. Omgevingswet Medio 2024 wordt de Omgevingsvisie 2.0 ter vaststelling aangeboden aan uw raad. Ten opzichte van de Omgevingsvisie 1.0 worden een aantal verbeteringen en aanvullingen doorgevoerd. De grootste meerwaarde van de Omgevingsvisie 1.0 is het uitgebreide participatietraject. Deze omgevingsvisie is bijna helemaal op basis van een uitgebreid participatietraject geschreven. Inmiddels zijn wij drieënhalf jaar verder en is de Omgevingswet realiteit.

In de afgelopen jaren is veel extra kennis opgedaan over de beleidscyclus van de Omgevingswet en de rol van de omgevingsvisie als kerninstrument daarbinnen. De belangrijkste verbeteringen die worden doorgevoerd in de omgevingsvisie 2.0 zijn de volgende: • we voldoen aan alle eisen vanuit wet- en regelgeving en het beleid van andere relevante overheden; • er worden meer keuzes gemaakt, zodat in de beleidsdoorwerking en -uitvoeringsfase meer duidelijkheid ontstaat; • we zorgen voor goede doorwerking naar de overige instrumenten in de beleidscyclus onder de Omgevingswet, waaronder het programma en het omgevingsplan. Bij de omgevingsvisie wordt een deel B opgenomen. Dit deel is bedoeld om handvatten te geven voor de doorwerking. Na vaststelling van de omgevingsvisie werken wij verder aan de instrumenten onder de Omgevingswet. De samenhang wordt ook wel een 'beleidshuis' of 'omgevingsorkest' genoemd. We streven tenslotte naar een verbeterde afstemming tussen nationaal, provinciaal en lokaal beleid die bijdraagt aan een meer samenhangende en gecoördineerde aanpak van beleidskwesties. Wonen en Ruimte Het Woonplan 2020-2030 wordt continue gemonitord om zo een goed beeld te hebben van de gerealiseerde en nog te plannen woningen tot 2030. Ook wordt er gezocht naar kansen voor versnelling van de woningbouwopgave.

In Drechtstedenverband wordt samen met woonbouwcorporaties door RIGO een onderzoek uitgevoerd gericht op het bereiken van een betere leef- en woonomgeving. Centrum Voor het centrum van ons dorp wordt een Omgevingswetprogramma Centrum ontwikkeld. In dit programma wordt integraal gekeken naar de mogelijke en gewenste ontwikkeling voor de komende 10 jaar. Dit is een complexe opgave waarbij verschillende doelstellingen vanuit de Omgevingswet met elkaar in evenwicht gebracht en gewogen moeten worden. Verschillende vragen liggen aan de basis: hoe kunnen wij de komende jaren binnen het centrum om gaan met (nieuwe) woningbouw opgaven, welke (economische) ontwikkelingen zijn relevant voor winkelcentrum De Meent, welke verschillende vormen van mobiliteit zijn aan de orde, op welke wijze(n) het centrum kan worden vergroend, verduurzaamd en klimaatadaptief worden gemaakt? Stakeholders als de bewoners, ondernemers en derden worden in het participatieproces betrokken. Tiendzone Voor de Tiendzone zal een Omgevingswetprogramma Tiendzone worden opgesteld om een strategisch plan te creëren voor de toekomst en het beheer van het gebied. Dit programma biedt een kader voor ruimtelijke ordening, sociale inclusie en milieubescherming. Door een programma op te stellen, kunnen we een visie formuleren over hoe het gebied er in de toekomst uitziet en functioneert.

Het helpt bij het identificeren van kansen, uitdagingen en prioriteiten, en biedt op termijn richtlijnen voor planners, ontwikkelaars en de gemeenschap om samen te werken aan een duurzame en welvarende toekomst voor het gebied.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 16

Economie Op basis van het collegeactieprogramma wordt gewerkt aan diverse beleidsontwikkelingen, waaronder de actualisatie van de Detailhandelsvisie. Financieel gezien vinden deze ontwikkelingen plaats vanuit de reguliere werkzaamheden.

2.3 Duurzaamheid en energietransitie Begin dit jaar is het 'Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij' bestuurlijk ondertekend door gemeenten, provincie Zuid-Holland, Stedin, HVC, de waterschappen en de woningcorporaties. We spraken samen af meer tempo te maken, omdat we anders met de huidige snelheid de gestelde doelen in de Regionale Energie Strategie 1.0 en Transitievisies Warmte 2021 niet halen. Om te kunnen versnellen is extra formatie en middelen beschikbaar. Het Rijk heeft hiervoor de regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (hierna CDOKE) in het leven geroepen, waarmee gelden beschikbaar zijn (en worden ingezet) voor de inzet van capaciteit voor Klimaat en Energie. De middelen worden ingezet middels het programmateam Energietransitie. Het programmateam is onderdeel van het programma Duurzaamheid en wordt afhankelijk van het thema aangevuld met collega's vanuit verschillende disciplines. Regionaal wordt ingezet op delen van beschikbare capaciteit. Daardoor zijn we onlangs gestart met het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen (WUP) aardgasvrij die eind 2025 klaar moeten zijn en met het herijken van de transitievisie warmte naar een meer concreter warmteprogramma. De ontwikkelingen op Energietransitie en Duurzaamheid zorgen ervoor dat lokaal de vraag naar nieuwe medewerkers voor de energie- en warmtetransitie actueel blijft.

Verduurzaming wagenpark In de eerste helft van dit jaar wordt de eerste fase van het wagenpark van de buitendienst aanbesteed. Bij de nadere verkenning als voorbereiding op de aanbesteding is uit de markt naar voren gekomen dat het voertuig om mee te strooien nu nog niet elektrisch kan worden geleverd. Dat betekent dat in plaats van de 8 voertuigen nu 7 voertuigen worden geëlektrificeerd. Het achtste voertuig wordt in de aanbesteding uitgevraagd met HVO als brandstof. Die brandstof levert een reductie van 90% CO2. Deze aanpassing past binnen het krediet en het raadsbesluit.

2.4 Regio Groeiagenda De geactualiseerde regionale Groeiagenda (2023) vormt de basis voor het Uitvoeringsprogramma 2025 van Smart Delta Drechtsteden. In het Uitvoeringsprogramma zijn de ambities geconcretiseerd en financieel vertaald. Of en in welke mate het programma wordt geïntensiveerd, is op dit moment nog niet helder. Meer duidelijkheid ontstaat rond het zomerreces, wanneer het Uitvoeringsprogramma 2025 wordt vastgesteld en aangeboden aan de gemeenten. Regio Deal In februari van dit jaar maakte de Rijksoverheid bekend dat ze voor de regio Drechtsteden-Gorinchem een bedrag van € 25 miljoen reserveert om tot een nieuwe Regio Deal te komen. In het afgelopen jaar hebben in totaal ruim 70 organisaties waaronder onderwijsinstellingen, ondernemers en acht gemeenten in de regio Drechtsteden-Gorinchem, de handen ineengeslagen om een Regio Dealbijdrage aan te vragen. De toekenning van deze aanvraag laat zien dat de Rijksoverheid aandacht heeft voor de uitdagingen waar onze regio voor staat en een bijdrage wil leveren aan het aanpakken hiervan. Momenteel werken Rijk en regio aan een convenant. Daarin worden verdere afspraken gemaakt over de bijdrage die de regio ontvangt, de verdeling over de verschillende pijlers in de Deal en over de manier waarop de samenwerking tussen Rijksoverheid en regio wordt vormgegeven.

Het is de bedoeling dat dit convenant kort na de zomer wordt ondertekend door regio en Rijk. In de Regio Deal zitten twee projecten waaraan gemeente Papendrecht deelneemt. De gemeentelijke cofinanciering voor deze projecten wordt nagenoeg geheel gedekt vanuit bestaande budgetten. Voor een van de projecten is een extra eenmalige dekking nodig van € 15.000. Dit bedrag is opgenomen in deze perspectiefnota.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 17

2.5 Bedrijfsvoering Stand van economie Na een jaar van economische stagnatie wordt voor de komende jaren naar verwachting een gematigde economische groei verwacht. Voor 2024 raamt het Centraal Plan Bureau (CPB) een economische groei van 1,1% en voor 2025 raamt het CPB deze op 1,6%. De grootste prijsstijgingen lijken nu wel achter de rug maar we zien wel vorig jaar en dit jaar een grote stijging van de lonen, onder andere vanwege de arbeidsmarktkrapte en correctie op de inflatie. Per saldo hebben hierdoor huishoudens meer te besteden. De toename van de consumptie door huishoudens is samen met de stijging van overheidsuitgaven een belangrijke reden voor de toename van de economische groei. Ook de wereldhandel zal weer aantrekken. Hierdoor stijgt de uitvoer naar verwachting met 0,6%. De werkloosheid blijft zeer laag, rond de 3,7% over de hele beroepsbevolking. Dit is ruim onder het structurele niveau van 5,25%. De arbeidsmarkt blijft dus erg krap. Wel blijft de werkloosheid onder sommige groepen, zoals jongeren en migranten hoger. Omdat de lonen afgelopen jaren zijn achtergebleven bij de inflatie wordt voor 2024 een inhaalslag verwacht. De economische groei voor 2024 is bijgesteld van 1,5% (in de Miljoenennota) naar 1,1% in de Voorjaarsnota van het Rijk op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP).

Dit is het gevolg van langzamer herstellende wereldhandel en een afname van de investeringen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de hoge inflatie en de daarmee gepaard gaande stijging van de rente. Naar verwachting zal de inflatie afnemen van 3,9% in 2023 naar 2,9% in 2024 en 2,8% in 2025. De verwachting is we dat de lonen sneller stijgen, met 6,0% in 2024 en 3,9% in 2025. Hiermee stijgen de lonen, gecorrigeerd voor inflatie, de komende jaren langzaam weer richting het niveau van voor 2022. Van een loonprijsspiraal lijkt vooralsnog geen sprake. Wel zal de stijging van de lonen de consumptie van huishoudens de komende jaren stimuleren. In combinatie met stijgende overheidsuitgaven leidt dit tot aantrekkende, maar gematigde, economische groei in 2025 en verder. Ook op de middellange termijn raamt het CPB aanhoudende gematigde bbp-groei. De afgelopen decennia groeide de economie door een stijging van zowel de arbeidsproductiviteit als het aantal werkenden. Door vergrijzing zal de stijging van het aantal werkenden de komende jaren afnemen. Bovendien zal een groter deel van de werkenden in de zorg werken. De economische groei zal dus vooral gedreven moeten worden door de stijging van de arbeidsproductiviteit. De toename van de investeringen loopt ook iets terug, van 1,7% per jaar in de periode 2025 tot en met 2028 tot 1,2% in de jaren 2029 tot en met 2032.

De inflatie neemt langzaam maar gestaag af tot de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) van 2,0%. Het aantal huishoudens onder de armoedegrens is afgelopen jaren, ondanks de sterke stijging van de energieprijzen, gedaald. Gericht beleid van het kabinet heeft het percentage personen dat onder de armoedegrens leeft verlaagd van 6,1% in 2021 tot naar verwachting 4,7% in 2024. Dit percentage zal, zonder aanvullend beleid, richting 2032 weer toenemen. Organisatieontwikkeling De afgelopen jaren stonden eerst in het licht van het verkleinen van het aantal teams, waardoor we slagvaardiger zijn geworden. De laatste jaren is veel energie besteed aan het inbedden van ingehuurde medewerkers en vaste nieuwe medewerkers. Dit heeft zeker een kennisverlies tot gevolg gehad, dat we in sneltreinvaart hebben ingehaald. Daarvoor hebben we ons medewerkersprogramma ingezet en ook het regionale aanbod van cursussen en vaardigheidstrainingen benut. De dynamiek die daardoor ontstaat biedt ook perspectief voor organisatieontwikkeling en cultuurverandering. Dit is ook nodig om dat een aantal grote trajecten daarom vragen. Een heel belangrijke ontwikkeling is de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onze werkwijzen en ons gedrag zullen moeten veranderen. Ook ligt er nog steeds een uitdaging in de verbetering van onze (documenten) systemen en het beschrijven van onze werkprocessen.

Het verder implementeren van een sturender accountmanagement en de grote wijzigingen op ICT gebied via ICT Beweegt lopen parallel aan al die andere veranderingen.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 18

In aanloop tot een meer programmatische aanpak van Organisatieontwikkeling is gestart met verdieping van een aantal thema’s, afgestemd op de behoefte van de organisatie en/of teams. In het eerste kwartaal is specifiek aandacht besteed aan het thema Werkplezier, Dynamisch organiseren met als doel meer grip en sturing te krijgen op de werkvoorraad, werken met Insights-profielen waarbij de aandacht wordt gelegd op talentontwikkeling zowel op individueel als op groepsniveau en procesmanagement o.a. het beschrijven van werkprocessen in het kader van Omgevingswet. Informatiemanagement en informatiebeveiliging Het regionale programma ICT Beweegt kost meer tijd dan verwacht en zal ook het komende jaar nog veel tijd en (ICT) capaciteit kosten. Dit betekent een aantal noodgedwongen verschuivingen in de uitvoeringsagenda van 2024. De beperkingen die door het programma zijn afgeroepen om ICTwijzigingen te starten worden wel (deels) opgeheven. Er staan hierdoor ondertussen een behoorlijk aantal lokale wensen met ICT-impact op stapel die moeten worden opgepakt. Naast het implementeren van verplichte wijzigingen, voortkomend uit nieuwe wetgeving, is er daarmee weinig ruimte voor vernieuwingen en grotere projecten zoals datagestuurd werken en het verbeteren van het inkoop tot factuurproces. Deze projecten schuiven door naar 2025 en wellicht nog later daarna.

Als er één terrein is waarvoor geldt dat ervaringen uit het verleden geen garanties geven voor de toekomst, is dat digitale veiligheid. De digitale dreigingen zijn onverminderd groot (zie ook Cybersecuritybeeld Nederland 2023 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid). Het is van belang dat cyberbeveiliging wordt verankerd als aandachtspunt in alle beleidsdomeinen. De uiteindelijke eindverantwoording over informatiebeveiliging ligt bij de eigen organisatie, de gemeente Papendrecht, ondanks dat onderdelen zijn gemandateerd of gedelegeerd. Diverse (nieuwe) wetgevingen op het gebied van digitalisering, waaronder de Network and Information Security (NIS2) zullen invloed hebben op onze informatiehuishouding, processen en mensen. Dit vraagt, naast kennis van onze processen, inzicht in de mogelijke risico’s en de bestuurlijke handelingsperspectieven. Voor een samenwerkende zelfstandige gemeente als Papendrecht is het goed te beseffen waar we kwetsbaar zijn. Samen met onze ketenpartners is het uitgangspunt dat onze basis op orde is, waardoor we veerkrachtig genoeg zijn mocht er toch iets misgaan. We richten ons de komende jaren vooral op het op orde brengen en houden van de basis-set van beveiligingsmaatregelen, zoals aangegeven door het National Cyber Security Center (NCSC) en de VNG Informatiebeveiligingsdienst.

Gezien de toenemende dreigingen en informatiebeveiligingseisen is het van belang dat we in Papendrecht naar onszelf blijven kijken en de informatiebeveiliging binnen onze processen strakker inrichten. Waar het in het verleden binnen audits om het aantonen van opzet en bestaan ging, krijgt werking een steeds belangrijkere rol. Dit betekent dat we hier meer inzet op moeten plegen. Cyberbewustzijn en cyberveilig gedrag stimuleren blijft daarbij een belangrijk onderdeel zo bleek ook uit het onlangs verschenen rapport 'Foresight Cybersecurity Threats For 2030′ uitgevoerd door het Europese cyberagentschap ENISA. Integriteit en privacy Momenteel wordt gewerkt aan een herijking van het integriteitsbeleid en alle relevante bijbehorende regelingen. Hierbij is het uitgangspunt om een regionaal model op te stellen, waarna lokale invulling per gemeente wordt aangebracht en vastgesteld. De alom toenemende aandacht voor privacy en informatieveiligheid vergt binnen de organisatie een grotere bewustwording van het veilig omgaan met persoonsgegevens. Meer tijd wordt besteed aan zorgvuldige risicoanalyses en procesuitlijning. Alle verwerkingen worden geactualiseerd in beeld gebracht in het register van verwerkingen. Binnen het project "Processen op orde" worden processen beschreven en geoptimaliseerd.

Speciale aandacht is er voor de uitvoering van het verbeterplan inzake de audit op grond van de Wet politiegegevens, waaronder de aanschaf van een nieuw Boaregistratiesysteem en verwerking van gegevens in het kader van de aanpak van ondermijning. Het rekenkameronderzoek naar Privacy wordt gezien als kans om verder in te kunnen zoomen op verbeterpunten.

Perspectiefnota 2024-2029 – Gemeente Papendrecht Pagina | 19

Digitaliseringsagenda Mede naar aanleiding van de op handen zijnde Europese wet- en regelgeving op het gebied van digitalisering heeft de gemeente Papendrecht in februari 2023 een regionale conferentie over digitalisering georganiseerd. Op basis van de daarna vastgestelde bestuursopdracht is een begin gemaakt met het opstellen van een digitaliseringsagenda voor Papendrecht. Eerst is het waarom van digitalisering en het bepalen van een waardenkader nodig, op basis waarvan de dialoog over de kansen en bedreigingen van digitalisering gevoerd kan worden in de gemeente. Het vervolg gaat gericht worden op het experimenteren met het voeren van die dialoog, toegespitst op een aantal nader te benoemen onderwerpen die voor Papendrecht actueel zijn. De rol van de regio wordt ook nader besproken in dit verband. Communicatie Het nieuwe communicatiekader en uitvoeringsbeleid is opgesteld en door het college vastgesteld. Het communicatiekader laat zich vertalen langs vier lijnen waar de inzet op is gericht. Deze vier lijnen zijn: ‘Wat je binnen niet bent, kun je buiten niet zijn’, ‘In Papendrecht is het fijn wonen, werken en leven’, ‘We zoeken actief het gesprek met de samenleving’ en ‘Toegankelijke dienstverlening en informatievoorziening’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/900/documents/13353