CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_Papendrecht Aanvraagformulier Basis VU 2023-def.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 20 juni 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Aanvraag vangnetuitkering Participatiewet 2023 - Voorstel12.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: basisverzoek Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren. Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C). Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen.

Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG pagina raadsleden. Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit 1

Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022 1

niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting. Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten?  

 

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2. Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

2

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG 2

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een basisverzoek

Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. 1. 2. 3. 4. 5.

Hogere instroom doelgroep statushouders. De afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe Tekort BUIG: gemeente-specifieke bijzonderheden bestandsopbouw Toenemende kosten voor Loonkostensubsidie en BBZ. Organisatieverandering en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan

B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. 1. 2. 3. 4. 5.

Beperken van de instroom. Bevorderen van uitstroom door werk. Bevorderen van doorstroom. Verbeteren van handhaving op rechtmatigheid. Gerichte inzet op de doelgroep statushouders (waaronder Uitvoering Wet inburgering 2021 in de Drechtsteden). 6. Verkenning naar mogelijkheden benutten infrastructuur WSW (GR Sociaal). 7. Deelname aan landelijke netwerken en leergroepen. 8. Verkenning van het verlagen van de kosten van de uitkeringen. 9. Specifieke initiatieven binnen Papendrecht. 10. participatieplekken 11. Stap je fitter 12. Vrijwilligerswerk

5

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Voor het jaar 2024 is het de ambitie om het uitkeringsbestand van 475 (1 januari 2024) per 31 december 2024 teruggebracht te krijgen op een totaal van 468. Deze daling is gebaseerd op de CPBprognose MEV 2024 (stijging 2,3%) en een eigen ambitie (daling 3,7%) om een lager klantaantal te realiseren.

6

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

x

Perspectiefnota 2023

X

Begroting 2023 e.v.

X

Voorjaarsbrief 2023

X

Najaarsbrief 2023

X

Jaarrekening 2023

X

Rapportage Uitvoeringsprogramma Kompas sociaal domein

X

Raadsinformatiebrief Evaluatie Inburgering statushouders oktober 2023

X

Startnotitie Herijking Verordening Participatiewet

7

1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Gemeenten met minder inwoners dan 40.000 inwoners (zoals Papendrecht) krijgen deels een budget op basis van historische gegevens (gerealiseerde uitgaven BUIG van twee jaar eerder) en deels op basis van eerdergenoemde, jaarlijks bijgestelde objectieve criteria. Sinds 2022 worden de uitgaven ten bate van loonkostensubsidies historisch verdeeld in plaats van objectief. Oorzaken voor eventuele tekorten op de BUIG kunnen – in theorie – zowel worden gevonden in (de componenten van) de verdeelsleutel, als in de ontwikkeling van het bestand aan bijstandsgerechtigden, de gemiddelde kosten voor een uitkering en het aantal inwoners dat loonkostensubsidie ontvangt ten opzichte van de landelijke trend in het betreffende jaar. Kleine gemeenten zoals Papendrecht zijn in de praktijk gevoeliger dan grote voor deze landelijke ontwikkelingen, aangezien kleine aantallen een relatief grotere impact hebben. In de praktijk zal het vaak een combinatie van beide factoren (verdeelmodel en bestandsontwikkeling) betreffen, waarbij de in het verdeelmodel gelegen factoren zo goed als niet te kwantificeren zijn. Wel opvallend is in dit kader, dat het binnen de Drechtsteden juist de kleinere gemeenten zijn, die in 2022 en 2023 tegen relatief hoge budgetoverschrijdingen aanlopen. Omvang van het tekort Voor de gemeente Papendrecht bedraagt het tekort (d.w.z.

het verschil tussen inkomsten en uitgaven) voor het jaar 2023 op de BUIG € 790.317. Het tekort betreft 9,69% van het ontvangen Rijksbudget. Voor de historische ontwikkeling van het tekort wordt verwezen naar onderstaande tabel.

Lasten BUIG Baten BUIG Tekort voor VU

2021

2022

2023

€ 7.914.773 € 7.803.187 - € 111.586

€ 8.071.136 € 7.703.663 - € 367.472

€ 9.137.781 € 8.347.464 - € 790.317

Rol en informatiepositie college De collegebevoegdheden in het kader van de Participatiewet (en enkele aanpalende wetten) zijn gedelegeerd aan de GR Sociaal/ Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Formele informatieverstrekking over de voortgang van de uitvoering geschiedt via de reguliere begrotings- en viermaandelijkse verantwoordingscyclus, maar ook via ambtelijke afstemming. Het feitelijke tekort op de BUIG voor 2023 is bepaald bij het opmaken van de jaarrekening 2023 door de GR Sociaal. Ambtelijk zijn de Drechtstedengemeenten als geheel (via het regionaal controllersoverleg) in november 2023 op de hoogte gesteld dat een aantal van hen mogelijk zou voldoen aan de criteria voor het aanvragen een vangnetuitkering. Op basis van de resultaten over de eerste 8 maanden (2e voortgangsrapportage) was dit voor Papendrecht nog niet definitief aan de orde op dat moment, mede gezien het feit dat op basis van de Drechtsteden breed geconstateerde bestandsdaling die in de tweede helft van 2023 was ingezet, ook voor Papendrecht in de laatste verslagperiode een afname van het uitkeringsbestand verwacht werd. Deze bleef echter uit. 8

Informatie over de bestandsontwikkeling in de Drechtsteden en de eigen gemeente is in de periode 2021-2023 maandelijks met het college per mail gedeeld. Medio 2022 is dit veranderd met de openstelling van het gemeentedashboard, waarmee de informatiepositie van het college verder is versterkt en de betreffende gegevens ambtelijk en bestuurlijk kunnen worden geraadpleegd. Rol en informatiepositie Dagelijks Bestuur GR Sociaal Zoals eerder gesteld zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en belegd bij het Dagelijks Bestuur van de SDD. Dit betreft ook het beleid en de sturing op de resultaten. Het beleid op het gebied van de Participatiewet is geharmoniseerd en daarmee voor alle gemeenten gelijk. In incidentele gevallen (bijvoorbeeld ten aanzien van pilots) wordt gemeente specifiek beleid worden gevoerd. Voor de gemeente Papendrecht was dat in het kader van de Participatiewet in 2023 niet het geval. Binnen de SDD is de afgelopen jaren de informatiepositie versterkt, met de ontwikkeling van een online dashboard dat realtime de bestandsontwikkeling weergeeft. Hierdoor kan goed worden gemonitord hoe het uitkeringsbestand zich qua aantallen en opbouw ontwikkelt en welke factoren daarbij een rol spelen. Dit geldt zowel voor de instroom als de uitstroom. Tot op heden is dit echter nog niet gekoppeld aan realtime financiële monitoring.

Financiële monitoring vindt periodiek plaats in de viermaandelijkse rapportagecyclus. Sturing op de in de begroting vastgestelde doelen en de geconstateerde voortgang vond in 2023 en de voorgaande jaren – mede gezien het geharmoniseerde beleid en de onderliggende financiële afspraken – primair plaats op Drechtstedenniveau.

9

Bijstandsbestand in relatie tot inwonersaantal Op 31 december 2023 waren er 475 inwoners[1] met een bijstandsuitkering (exclusief IOAW/IOAZ 16 inwoners) in Papendrecht . Het aantal IOAW en IOAZ-uitkeringen is in de afgelopen jaren nagenoeg constant gebleven. Het uitkeringsbestand betreft 1,4% van de totale bevolking. De verhouding van het aantal bijstandsklanten ten opzichte van de totale bevolking is hiermee in de afgelopen jaren licht toegenomen: in 2022 betrof dit 1,30% en in 2021 1,34%. Het absolute inwonersaantal van de gemeente is in de periode van 1997 tot 2017 gestaag gestegen, maar is vanaf 2018 afgevlakt met lichte dalingen en stijgingen. In het jaar 2023 was er ten opzichte van 2022 sprake van een daling van het inwonersaantal van 32.277 naar 32.174 [1]

Lichte afwijking in cijfers ten opzichte van de grafieken is mogelijk, doordat de cijfers op verschillende momenten uit het systeem gehaald zijn en aanvragen/beëindigingen met terugwerkende kracht geregistreerd kunnen worden.

10

Divosa benchmark Papendrecht 2023

Figuur Jaarkaart Divosa benchmark 2023 voor de gemeente Papendrecht

ONDERDEEL VERKLARING TEKORT 1e verklaring tekort BUIG: hoge instroom statushouders In het jaar 2023 zijn er 120 inwoners ingestroomd in de bijstand en zijn er 104 inwoners uitgestroomd. Deze instroom is relatief hoger dan in de voorgaande jaren. Ook is de uitstroom iets afgevlakt. Het verkrijgen van een verblijfsvergunning is in 2023 de meest voorkomende instroomreden per uitkeringsaanvraag. Ten opzichte van de voorgaande jaren is hier een duidelijke trend waarneembaar. In 2021 betrof de instroom van statushouders 11 personen, waarna het aantal is opgelopen van 15 in 2022 naar 23 in 2023. Hoewel de voorraad aan sociale huurwoningen in Papendrecht ten opzichte van de regio relatief iets hoger ligt, is de invloed hiervan op de instroom van statushouders beperkt in omvang. Naast de statushouders is de afgelopen jaren ook de vestiging vanuit andere gemeenten hoog. Het aandeel statushouders binnen het bijstandsbestand van Papendrecht is daarmee de afgelopen jaren fors toegenomen. Aangezien het bij Papendrecht gaat om een kleinere gemeente met een gering bijstandsvolume, heeft een relatief groot aandeel statushouders direct impact op het bijstandsbestand en de kosten die hiermee gemoeid gaan. Dit effect geldt zeker ook voor de langere 11

termijn, omdat een deel van deze doelgroep niet snel uitstroomt en minder kansen heeft om mee te doen aan de maatschappij. Naast de Participatiewet vallen statushouders namelijk onder de Wet inburgering. Het uitvoering geven aan deze wet vraagt met name in het begin van het traject de prioriteit, waardoor de focus nog niet op het realiseren van uitstroom ligt. Een extra complicerende factor voor deze doelgroep in de afgelopen 1,5 jaar is het tekort aan kinderopvang waardoor inburgeringstrajecten niet zo snel verlopen als kandidaat en wij willen. Een hogere instroom lijdt normaliter ook tot een hogere uitstroom, maar voor de doelgroep statushouders geldt deze stelregel niet. Dat effect is dan ook direct zichtbaar in de lagere uitstroom dan landelijk gemiddeld. 2e verklaring tekort BUIG: de afstand tot de arbeidsmarkt van de bijstandsdoelgroep neemt toe

Figuur Ontwikkeling bijstand, Wsw en Wajong (Nederland) Bovenstaande grafiek geeft weer dat de doelgroep van de bijstand sinds 2015 verandert. De doelgroepen die in het verleden terecht konden binnen de Wajong en WSW zijn nu afhankelijk van bijstand als zij niet zelfstandig een baan kunnen vinden. In combinatie met de toenemende complexiteit in de maatschappij en een grotere groep nieuwkomers is het toenemen van een groeiende groep bijstandsklanten onafwendbaar. De afstand tot werk neemt toe als zij langdurig afhankelijk worden. Om inwoners in de bijstand richting werk te bewegen vraagt dit intensieve dienstverlening. De coronaperiode en de overige stressverhogende ontwikkelingen zoals de koopkrachtdaling en energiecrisis, hebben ervoor gezorgd dat de perspectieven voor inwoners niet direct toenemen.

3e verklaring tekort BUIG: toename kosten loonkostensubsidie (LKS) en Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Buiten de ontwikkelingen in de bijstandspopulatie is in 2022 een toename geweest in de kosten voor loonkostensubsidie, bij een nagenoeg gelijkblijvend bestand subsidieontvangers. De oorzaak van deze uitgaven heeft grotendeels te maken met een wetswijziging rondom de vereenvoudiging van loonkostensubsidie per 1 januari 2022. Met deze wetswijziging blijft de gemeente de loonkostensubsidie doorbetalen aan de werkgever bij ziekte, waardoor de kosten hoger uitvallen dan de jaren daarvoor. In het verleden betaalden gemeenten niet door bij ziekte en moesten de kosten voor doorbetaling van het salaris door de werkgever gedeclareerd worden bij UWV. Daarnaast wordt de loonkostensubsidie sinds 1 januari 2022 automatisch betaald in plaats van via declaratie. Ook dit zorgt voor hogere uitgaven (maar wel minder bureaucratie). Gezien het feit dat de Drechtsteden (waaronder in Papendrecht) al langere tijd ruim bijdragen aan de banenafspraak en dus ruimer dan andere gemeenten inzetten op loonkostensubsidie, is het effect van deze wetwijziging relatief groter in de Drechtsteden. Zeker in kleinere gemeenten levert dit een groter effect op.

12

Tevens is een zekere dynamiek geweest in de kosten voor de uitkeringen Bbz. De oorzaak van deze ontwikkeling is toe te schrijven aan de versoepelde Bbz-regeling, de Bbz-light (eerste kwartaal 2022) vanuit het Rijk. Dit in verband met het aflopen van de ToZo-regeling. De stijging van kosten is in 2022 duidelijk waarneembaar, maar is weer scherp gedaald in 2023.

Lasten LKS Lasten BBZ

2021

2022

2023

€ 469.150 € 62.230

€ 546.218 € 142.166

€ 763.042 € 31.227

4e verklaring tekort BUIG: Organisatieverandering en toenemende personele uitdagingen in de uitvoering waardoor moeilijker aan de prestaties kan worden voldaan. Zoals in alle werksoorten kampen ook gemeenten en Sociale Diensten met personele uitdagingen. Daarbij komt dat de GR Sociaal in september 2023 te maken heeft gehad met een organisatorische wijziging en zijn (worden) veranderingen aangebracht in het werk. De organisatieverandering leidt tot overdrachtsmomenten en nieuwe processen. Dat heeft gevolgen gehad voor de productie.

13

B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Beheersmaatregelen 2021-2023 Drechtstedenbreed Zoals eerder aangegeven zijn de collegebevoegdheden gedelegeerd aan de GR Sociaal en voert het Dagelijks Bestuur van de SDD een geharmoniseerd beleid. De belangrijkste prioriteit van dat beleid lag in de jaren 2021-2023 bij de participatiedoelstelling binnen de Participatiewet. Bij de ontwikkeling van de brede visie sociaal domein is erkend dat de focus binnen de Drechtsteden moet worden verlegd van directe plaatsing van bijstandsklanten op de arbeidsmarkt naar het ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde. Zeker met de afbouw van de coronamaatregelen in het voorjaar van 2022 werd duidelijk dat de economie zich weer snel herstelde. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een grote krapte op de arbeidsmarkt. Dit had op haar beurt een aanzienlijke weerslag op de samenstelling van het bijstandsbestand. De instroom van nieuwe uitkeringsgerechtigden met werkervaring stagneerde waardoor het bestand steeds meer werd gekenmerkt door inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, een toename van inwoners in de hogere leeftijdscategorie, een groter aandeel van inwoners met een niet-westerse achtergrond en een oplopende verblijfsduur in de uitkering.

Op dit moment bevindt ruim 70% zich al langer dan twee jaar in het bestand, waarvan bijna 50% zelfs langer dan vijf jaar. Daarbij zien we ook dat de energiearmoede en inflatie leidt tot meer onrust, instabiliteit en stress bij de klanten, waardoor een focus op werk uit beeld is geraakt. Opvallend hierbij was ook dat vooral in het 2022 een relatief grote instroom ontstond van jongeren met een meervoudige problematiek, die veroorzaakt was tijdens de coronaperiode. Door deze ontwikkeling bleek dat de inzet op ontwikkeling naar werk in intensiteit en trajectduur toenam. Uit een inventariserend onderzoek, gestart in 2022, is gebleken dat het grootste deel van de doelgroep laag op de participatieladder (treden 1, 2 en 3) staat en dat met name gezondheidsproblematiek (lichamelijk en mentaal) bij het overgrote deel van de inwoners het perspectief op ontwikkeling beperkt. Omdat de groep die een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt binnen de bijstandspopulatie een steeds groter aandeel inneemt en de vraagstukken waarmee men te maken krijgt steeds complexer worden, is het van belang om de huidige methodieken en het huidige instrumentarium meer en meer op deze doelgroep aan te passen. Het gaat, buiten de groeiende groep statushouders, Drechtstedenbreed om een grote groep van ca. 5.000 klanten met lichamelijke en/of psychische klachten.

Om de mogelijkheden van de groep met zwaardere problematiek nader in kaart te brengen is in 2022 gestart met het uitvoeren van verdiepende analyses van het zittende bestand. Deze analyses zijn gericht op een aantal specifieke doelgroepen: § Een analyse van de doelgroep met lichamelijke klachten door een extern bureau; § Een scan naar het gebruik van voorliggende voorzieningen; § Een uitgebreide nadere analyse van de doelgroep van het jongerenteam; § Een gefaseerde analyse van de doelgroep statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013. Om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden is in 2023 gestart met een veranderingsproces waarbij naast de veranderende samenstelling van het uitkeringsbestand ook werd voorgesorteerd op het landelijke voornemen tot wetswijziging volgens de sporen van Participatiewet in Balans en Handhaving Sociale Zekerheid. Op het vlak van ontwikkelen naar werk werd de focus daarbij vooral gericht op de doelgroepen inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, jongeren en statushouders.

14

Op uitvoerend vlak heeft de GR Sociaal de organisatiestructuur aangepast waarbij de focus verlegd is naar grotere gerichtheid op de deelnemende lokale gemeenten en de doelgroepen jongeren en statushouders. Hierbij wordt ook gewerkt aan de verdere organisatorische inbedding van het sociale ontwikkelingsbedrijf Drechtwerk binnen de GR Sociaal. Sinds 1 januari 2023 maakt Drechtwerk al juridisch onderdeel uit van de GR Sociaal. Op beleidsmatig vlak zijn in de loop van 2023 een groot aantal initiatieven genomen om het bestaande instrumentarium op basis van de Participatiewet verder aan te passen aan de veranderende behoeften van de inwoners. Binnen het bovengeschetste veranderingsproces gaan wij vervolgens in op: 1. Het beperken van de instroom 2. Het bevorderen van de uitstroom naar werk 3. Het bevorderen van doorstroom 4. Handhaving op rechtmatigheid 5. Gerichte inzet op statushouders 6. Beheersmaatregelen gemeente specifiek Ad1. Het beperken van de instroom De regionale maatregelen voor instroombeperking, die in de jaren 2021 tot met 2023 zijn genomen, behelzen onder andere:  Voorafgaand aan deze periode is geconstateerd dat we moeten werken aan vergroten van de arbeidsmarktwaarde van bijstandsklanten. Directe plaatsing naar werk werd moeilijker door de uitdagendere doelgroep.

Hierom is binnen leerontwikkelbedrijf Perspct een werkfitaanpak ontwikkeld die inwoners direct vanaf de poort ondersteunt bij het behouden en verder ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde. Perspct is later geïntegreerd met de ontwikkelafdeling Start en Groei van Drechtwerk om te komen tot nieuwe werkfitprogramma’s gericht op specifieke doelgroepen. Zo is in 2023 gestart met verschillende ontwikkellijnen. Een daarvan is het ontwikkelpad Kinderopvang. · Met sociale partners in de arbeidsmarktregio is het mobiliteitsplatform Kickstart opgericht. Na afloop van deze periode is de ontwikkeling gestart om Kickstart in te bedden in het Regionaal Werkcentrum Drechtsteden. · Samen met de partners in de arbeidsmarktregio Drechtsteden werken we aan de bouw van het Werkcentrum Drechtsteden. In 2023 is gestart met pilots en het maken van samenwerkingsafspraken. · We schakelen in nauw verband met werkgevers die kandidaten uit de doelgroep loonkostensubsidie aan het werk hebben. Zo kan uitval worden voorkomen en gezorgd worden dat de kwetsbare doelgroep werkenden die te maken zou krijgen met ontslag kan worden herplaatst. Voor deze doelgroep is heeft het werkgeversservicepunt Baanbrekend een doorplaatsingsunit ingericht. En is er binnen de Drechtsteden ook een detacheringsfaciliteit ingericht.

· Schulden zijn een belangrijke reden van uitval Daarom hebben we ook nauw contact met werkgevers als het gaat over medewerkers met schulden. Wij vergroten de kennis rondom schulden bij werkgevers en werkgevers weten ook waar zij terecht kunnen voor ondersteuning, in geval van signalen van hun werknemers. · De Drechtsteden hebben als een van de eerste regio's ingezet op de doelgroep zelfstandigen. De rol van het Ondernemersloket was gericht op het benaderen van zelfstandigen die door de crisis wellicht hulp nodig hadden. · We werken samen met de gemeente Dordrecht aan langjarige programma’s in kwetsbare gebieden zodat onder andere intergenerationele problematiek kan worden doorbroken. Vanaf 2024 gaat ook de gemeente Zwijndrecht aan de slag met een programma Veerkrachtige wijken. · We boden en bieden nazorg bij klanten die via de uitvoerende afdelingen uitstromen naar werk. Dit leidde in de afgelopen jaren tot een flinke beperking van de her-instroom. 15

·

Daarnaast werkt de SDD verder aan reguliere taken zoals samenwerking met het UWV (max WW, re-integratie specifieke doelgroepen), doorbetalen van lonen via Baanbrekend detacheren, samenwerken in jongerennetwerken, multidisciplinair samenwerken voor dak- en thuislozen en maatschappelijke zorg, een poortproces gericht op het ontwikkelen naar werk, goede voorlichting, toetsing en directe hulp waar nodig, alsmede een specifieke jongerenaanpak. Ook deze taken zorgden ervoor dat de instroom in de bijstand beperkt is gebleven.

De afgelopen jaren vertoonde het bestand een lichte daling. Met de verdere daling van de instroom valt echter op, dat de instroom die zich in de loop van 2022 en 2023 heeft gemeld juist kampt met een relatief grotere problematiek en een toegenomen afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast bestaat de instroom als gevolg van de oplopende huisvestingstaakstelling, in toenemende mate uit statushouders. Doordat deze doelgroep een meerjarig inburgeringstraject doorloopt en deze vanaf 2022 onder de nieuwe Wet inburgering 2021 moeten volgen, zijn de statushouders niet in staat om op korte termijn uit te stromen.

Ad2. Het bevorderen van uitstroom naar werk We bevorderen de uitstroom naar werk door: · De arbeidstoeleiding van inwoners te richten op kansrijke sectoren en maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Op basis van uitgebreide arbeidsmarktanalyses zijn verschillende kansrijke beroepen onderscheiden binnen de sectoren Zorg, Logistiek, Retail, Vervoer, Bouw, Afvalverwerkende Industrie en het Groen. · In te zetten op de arbeidsmarktwaardeontwikkeling van inwoners en te investeren in intensieve begeleiding na bemiddeling. Binnen het leerontwikkelbedrijf Perspct werden in verschillende leerlijnen inwoners ontwikkeld en begeleid naar betaald werk, middels een integraal en methodisch dienstverleningsconcept. Deze was gericht op de mogelijkheden van de inwoner en relatie tot de beschikbare kansen op de arbeidsmarkt. Deze capaciteit is dankzij de programma's Perspectief op Werk en de Regiodeal vergroot. Op dit moment wordt er gewerkt aan nieuwe ontwikkelpaden. · De Drechtstedelijke inzet op de loonkostensubsidie maakt dat de Drechtsteden landelijk koploper waren. En dat dit voor de komende jaren een financieel voordeel zal opleveren, omdat de financieringsgrondslag met ingang van 2022 ten gunste de Drechtsteden is veranderd (op basis van realisatie in plaats van objectief). De Drechtsteden verstrekt nog steeds relatief veel loonkostensubsidie.

· In 2021 is de GR Sociaal gestart met een meerjarige pilot bij twee ontwikkelbedrijven (Stroomlijn en Opnieuw & Co). De pilot is bedoeld voor extra inzet op extra ondersteuning (coaching en buddy’s) voor kandidaten die het zonder ondersteuning niet zelfstandig redden op de arbeidsmarkt. Van deze specifieke groep is gebleken dat de gebruikte leerlijnen helpen bij de ontwikkeling van de kandidaat, maar dat de stap naar regulier werk nog steeds te groot is. De inzet van de extra ondersteuning richt zich op een breder aandachtsveld dan alleen de werknemersvaardigheden. Momenteel wordt ook gewerkt aan een leerlijn zorg en een ontwikkelpad kinderopvang. In Dordrecht en Sliedrecht wordt bovendien ook gewerkt aan een leerlijn in de energietransitie. Daar plukken alle Drechtsteden vruchten van. · Voor parttime uitgestroomde bijstandsgerechtigden is een project ingezet met als doel deze inwoners fulltime te laten uitstromen. Daarnaast is in 2023 ook extra geïnvesteerd in de opzet van een pilot om parttime werk als doorstroommogelijkheid naar volledige uitstroom. De opzet van deze pilot is gericht op inkomensvrijlating (van een deel van de inkomsten) en toepassing van een bufferbudget in het kader van de aanstaande wetswijziging van de Participatiewet (Participatiewet in Balans). Daarmee worden negatieve fluctuaties in het maandelijkse totaalinkomen voorkomen.

Door de vertraging van het beoogde wetsvoorstel is de pilot nog niet in uitvoering genomen. · Om de kansen voor alleenstaande ouders te vergroten is vanuit het programma ontwikkelen naar werk een groepsgerichte aanpak voor alleenstaande ouders opgericht. 16

·

·

·

In het kader van professionalisering van de ondersteuning bij beschut werk en andere doelgroepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt richten is een team opgericht van ontwikkelcoaches bij Drechtwerk. Naast een functiegerichte begeleiding op werknemersvaardigheden staan wij hierbij een meer integrale benadering voor waarbij een team van ontwikkelcoaches zich richt op bijsturing op leefgebieden/leefstijlen. Denk hierbij aan leefstijlcoach, voedingscoach, beweging tijdens het werk en dergelijke. Hierbij wordt ook aangesloten op de sensitieve dienstverlening. Tot slot wordt hierbij meer geïnvesteerd in het aanbieden van opleidingen op het vlak van taal, rekenen, digitale vaardigheden, specifieke werknemersvaardigheden en budgetbeheer. Om de uitstroom naar werk eenvoudiger te maken is in 2023 de tariefstelling voor werkbegeleiding gestandaardiseerd. Dit ter vervanging van de voorgaande systematiek waarbij de tariefstelling was gekoppeld aan de loonwaardemeting. Met de standaardisatie is op voorhand voor werkgevers duidelijker welke vergoeding zij krijgen en is de administratieve belasting hierbij aanzienlijk gereduceerd. Werkgevers zijn blij met deze maatregel, die de drempel om mensen een kans te geven verlaagd.

Deze maatregel geldt als een eerste stap in het doorontwikkelen van de instrumenten van werkbegeleiding en jobcoaching in de richting van de veranderde behoeften van de inwoners binnen het bijstandsbestand. Deze inzet sluit aan bij het streven om werkbegeleiding een meer op ontwikkeling gericht karakter te geven waarbij de werknemers begeleid worden door ontwikkelingscoaches. In de loop van 2023 is een pilot gestart voor een bredere toepassing van het instrument loonkostensubsidie voor niet-geïndiceerde uitkeringsgerechtigden.

Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt en de inspanningen om uitstroom naar betaalde arbeid te bevorderen, valt op dat gedurende 2022 de uitstroom een daling vertoont. Als wordt gekeken naar de doelgroep die uitgestroomd is in 2022 en 2023 valt op dat betrokkenen allemaal relatief lang een uitkering ontvingen, namelijk gemiddeld 29 maanden. Dit zegt iets over de intensievere dienstverlening die – met het zwaarder worden van het bestand – nodig is om inwoners te activeren en te ontwikkelen naar werk. Daarbij valt ook op dat de toegenomen onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen leidt tot meer instabiliteit en stress bij de klanten. Daarnaast is er door corona en de toeslagenaffaire ook sprake van een toegenomen wantrouwen in de richting van de overheid. Deze verzwaring van de problematiek heeft zowel gevolgen voor de inwoners, als de inzet vanuit de dienstverlening. Werkgevers in de Drechtsteden worden zich steeds meer bewust worden van de sociale impact die zij kunnen maken door bijvoorbeeld inwoners met een bijstandsuitkering een kans te bieden in hun bedrijf. Dit was al zichtbaar doordat in deze regio zoveel inwoners met loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers aan de slag zijn, maar dit besef verspreidt zich inmiddels verder. Werkgeversservicepunt Baanbrekend Drechtsteden stimuleert deze beweging door de jaarlijkse uitreiking van de Social Impact Award.

Ad3. Bevorderen van doorstroom De afgelopen periode is ingezet op twee ontwikkelingen: - Bestaanszekerheid bevorderen; - Ontwikkelen naar werk. Door de bestaanszekerheid te vergroten verwachten we dat stress reduceert en perspectief vergroot. Om die reden werken we aan de ontwikkeling van de bestaanszekerheidschecks waarbij niet alleen de gemeentelijke financiële tegemoetkomingen worden gecheckt maar ook van andere partijen zoals toeslagen bij de Belastingdienst. In 2024 wordt dit verder doorontwikkeld.

17

Daarnaast wordt in het ‘Samenwerkplein’ bij de GR Sociaal ook gewerkt aan het betrekken van nieuwe partners zoals de Belastingdienst, SVB etc. Ook dit wordt doorontwikkeld in 2024. Bovendien worden alle medewerkers van de GR Sociaal getraind in motiverende gespreksvoering en stresssensitief werken. Bij ontwikkelen naar werk gaat het om meebewegen met de veranderende behoeften onder invloed van de krapper wordende arbeidsmarkt. De maatschappelijke participatie is door de diverse crises fors afgenomen. Dit openbaarde zich vooral bij de meest kwetsbare doelgroepen, die daardoor meer geïsoleerd raakten binnen de samenleving. Om de maatschappelijke participatie beter aan te laten sluiten bij de lokale situatie is de verantwoordelijkheid voor de participatieplekken per 1 januari 2022 overgedragen van de regio naar de individuele gemeenten. Gezien de zware problematiek van een deel van de bijstandsgerechtigden lijkt er vanuit de Participatiewet meer aandacht nodig voor ondersteuning die niet direct gericht is op de uitstroom naar regulier betaald werk. In de Drechtsteden gaan wij daarbij uit van iedereen kan werken. Onder werk verstaan wij daarbij ook mantelzorg, vrijwilligerswerk, participatieplekken of andere vormen van onbetaald werk met grote maatschappelijke waarde.

De inzet van deze vormen van werk voorziet in het bieden van een stabiele situatie voor de inwoner van waaruit nadere ontwikkelingsmogelijkheden en uitbreiding van het persoonlijke netwerk en de sociale en fysieke weerbaarheid kunnen worden geboden. In dit kader is in de loop van 2023 ook de Ik doe mee-premie geïntroduceerd als eenduidig instrument van waardering, bij inzet via vrijwilligerswerk en participatieplekken. Vanaf medio 2022 is extra inzet gepleegd op de begeleiding van de statushouders onder de Wet inburgering 2013. Ook de uitvoering van de Wet inburgering 2021 is medio 2022 in de praktijk van start gegaan. Met de toegenomen bevoegdheden van gemeenten in de nieuwe wetgeving en de toename van het volume van het totale aantal statushouders is bij de aanpassing van de organisatiestructuur voor deze doelgroep een aparte afdeling ingericht. Hierbij is ook gestart met de ontwikkeling van participatietrajecten naast de inburgeringstrajecten. Voor inwoners die zich ontwikkelen naar werk is, wordt sinds 2020 gewerkt aan diagnostiek in het arbeidsonderzoekscentrum (AOC). Met de start van de uitvoering van de Wet inburgering 2021 voert het AOC ook de uitgebreide leerbaarheidstoets uit voor de doelgroep statushouders.

Deze diagnostische methodiek levert de inwoner veel inzicht over zichzelf op waarna gewerkt kan worden aan een passend plan van aanpak met een realistisch en duurzaam arbeidsmarktperspectief. Inmiddels worden zowel de aandacht voor stress-sensitieve dienstverlening als de ontwikkelaanpak van de SDD als landelijk voorbeeld beschouwd. Onder de doelgroep is in 2022 ook een onderzoek gestart naar mogelijke onderbenutting van voorliggende voorzieningen. Dit zorgt voor beperking van de uitkeringslasten wanneer blijkt dat klanten recht hebben op andere voorziening. De ingezette organisatieverandering heeft in september 2023 geleid tot verschuivingen in de organisatie. Inmiddels is het stof rondom de organisatieverandering gedaald en zijn vacatures grotendeels ingevuld. Dit maakt het mogelijk om verder te ontwikkelen.

18

Ad4. Handhaving op rechtmatigheid In 2021 is een extra project uitgevoerd gericht op opsporing van bijstandsfraude in het buitenland. Ook is gewerkt aan innovatie zoals afgestemde handhaving door middel van LSI (handhaving afgestemd met partners). In 2022 en 2023 is de uitstroom als gevolg van handhaving geleidelijk afgenomen. Dit was een gevolg van een wijziging in het karakter van de aanpak, waarbij handhaving in de afgelopen jaren geleidelijk is veranderd van streng naar meer zorgzaam en gericht op het realiseren van publieke waarde. Ook de integrale handhaving helpt om onderliggende problematiek eerder te onderkennen en aan te pakken. De handhaving heeft hiermee een meer preventief gericht karakter gekregen. Mede door deze omslag is de uitstroom door handhaving dan ook lager dan in voorgaande perioden. Ad5. Gerichte inzet op statushouders In 2021 is als gevolg van corona minder inzet gepleegd op de uitvoering van fysieke groepsactiviteiten zoals de VCA-opleiding, heftruckcertificaten of taalwerk-stages. Door de focus te verschuiven naar individuele begeleiding zijn de nadelige gevolgen voor de statushouders zoveel mogelijk beperkt. Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 met ingang van 1 januari 2022 is de prioriteit bij de aanpak van de doelgroep statushouders vooral gericht op het vinden van aansluiting op het reguliere (beroeps)onderwijs.

Op basis van de leerbaarheid en het competentieniveau, die uitvoerig worden gediagnostiseerd binnen het AOC, staan ons daarvoor verschillende inburgeringstrajecten ter beschikking. De inzet van participatie en werk dient daarbij zoveel mogelijk ondersteunend te zijn aan de inburgeringstrajecten. Binnen de Drechtsteden zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van statushouders. De GR Sociaal voert namens de gemeenten de regie over het inburgeringsproces. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren, werken gemeenten en de GR Sociaal nauw samen. Zo zijn samenwerkingsafspraken gemaakt over de maatschappelijke begeleiding (in opdracht van gemeenten), samenwerking met sociale teams en regievoering op de inburgering (GR Sociaal), zijn inkoopafspraken gemaakt met onderwijsinstellingen, is een welkomstprogramma ontwikkeld dat past bij de opdracht en is een klantreis vormgegeven. Ondanks de invoering van de Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 blijkt dat statushouders onder het regime van de nieuwe wet feitelijk pas vanaf de zomer 2022 zijn ingestroomd. De bijbehorende inburgeringstrajecten zijn daarbij pas vanaf september van start gegaan. De instroom gedurende het jaar 2022 bestaat hierdoor nog voor een deel uit statushouders, vallend onder de Wet inburgering 2013 en daarmee qua uitvoering onder Impuls statushouders. Dit heeft de uitvoering gecompliceerd.

De doelgroep statushouders kent een relatief kortere afstand tot de arbeidsmarkt binnen het totaal van het bijstandsbestand, maar kent wel een deels andere problematiek. Daardoor is een meer specifieke aanpak vereist. Binnen de organisatiestructuur van de GR Sociaal is hiervoor dan ook een aparte afdeling Inburgering gevormd. Voor participatie en toeleiding naar werk voor statushouders is vanaf 2023 gewerkt aan een vormgeving volgens het landelijke plan van aanpak Statushouders aan het werk. Gemeenten zijn daarbij afhankelijk van de bereidheid van werkgevers om hieraan mee te werken. Werkgevers hebben niet altijd de tijd, capaciteit en financiën om mee te werken. Om meer aansluiting op het werkgeversnetwerk te realiseren is een regionale verbinder aangesteld, is de bemiddeling vanuit zowel Baanbrekend Drechtsteden (BBD) als het D-team van Randstad voor de doelgroep uitgebreid en ondergebracht bij de afdeling Inburgering. De regionale verbinder vervult binnen deze aanpak dus een spilfunctie in de regio en richt zich op activiteiten als:

inzicht krijgen in de verschillende doelgroepen/nationaliteiten onder statushouders en de maatwerkaanpak die dit vraagt in relatie tot bestaande of nog te ontwikkelen instrumenten; 19

 

 

aansluiting maken op het huidige aanbod aan leerwerktrajecten en de inzet op verbetering van het aanbod voor specifieke doelgroepen. Dit is een belangrijk aspect van participatie en arbeidsmarktintegratie; inzet van jobcoaching voor statushouders die dat nodig hebben; aansluiting met werkgevers maken, om betere kansen te creëren op de arbeidsmarkt, o.a. via het ontwikkelen van duale trajecten. Voor statushouders ligt de focus op skills, vaardigheden en omgangsvormen, minder op diploma's; dit is ook ontwikkelt voor de inburgeraars zonder uitkering (gezinsmigranten); dit wordt op termijn gekoppeld aan het Regionaal Werkcentrum.

Daarnaast is voor de doelgroep gestart met een aantal nieuwe methodieken:  Gerichte aanpak van genaturaliseerden;  Start van een werkfitprogramma bij Drechtwerk, waarin aandacht is voor een praktijkoriëntatie van mogelijke beroepen, werknemersvaardigheden en de sociale omgangsvormen op de werkvloer;  Ontwikkeling opleidingsmogelijkheden in aansluiting op het werkfitprogramma. Tot slot wordt aansluiting gerealiseerd bij de inzet op eerder beschreven pilotprojecten als Parttime werk en verbreding van de inzet van loonkostensubsidie. Binnen de organisatie is sinds oktober 2023 een afdelingshoofd aangewezen die specifiek verantwoordelijk is voor deze doelgroep. Ad 6. Verkenning van de mogelijkheden om de gemiddelde prijs van de uitkering te verlagen. Onder andere uit de analyse en de benchmark Werk en Inkomen blijkt dat de gemiddelde prijs van de uitkering in de Drechtsteden relatief hoog ligt. De oorzaak hiervan is te vinden in beperkt beïnvloedbare factoren (loonkostensubsidie, BBZ, gezinssamenstelling en aandeel parttime uitgestroomden). Gezien de hoge invloed van de prijs op het tekort van de gemeente, vraagt dit om nader onderzoek naar de mogelijkheden om dit toch te beïnvloeden. Ad 7. Beheersmaatregelen 2020-2023 gemeente specifiek Statushouders Specifiek voor Papendrecht geldt dat gemeente, SDD en Vluchtelingenwerk Nederland nauw samenwerken voor resp.

de leerroutes en stap naar werk, maatschappelijke begeleiding, financiële begeleiding en de participatieverklaring. Zo is in de gemeente een mooi welkomstprogramma voor statushouders ingericht en is er nauw contact over de knelpunten die de nieuwe wetgeving met zich meebrengt. Vanuit het inburgeringsprogramma zetten we in op de ontwikkeling van duale trajecten waarbij (arbeids)participatie in samenhang met de inburgeringsplicht wordt vormgegeven. Dit, in samenhang met de bredere context van het landelijke plan Statushouders aan het werk. De druk op de inburgeringsketen is hoog en het komt voor dat er een wachttijd is voordat iemand kan starten met een leerroute. In de tussentijd krijgen inburgeraars daarom een aanbod van (participatie)activiteiten die bijdragen aan de inburgering en die voorbereiden op de leerroute en eventueel werk. Participatieplekken Participatieplekken zijn plekken waar inwoners met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt maar soms ook tot de samenleving, onder (intensieve) begeleiding kunnen meedoen. Ze starten vaak vanaf de onderste trede van de participatieladder. Door deze plekken zetten ze de eerste stappen naar boven: Ze komen het huis uit, leren om een dagritme opdoen en zo ontstaat er ruimte om zich verder ontwikkelen.

Het primaire doel van de participatieplekken is het vergroten van het welbevinden van de participanten; het verhogen van de kwaliteit van leven door middel van activering. Subdoelen kunnen zijn: · Participatieplekken zijn ook gericht op het opdoen van sociale contacten; 20

·

een bijdrage leveren aan de samenleving, er worden nuttige en zinvolle werkzaamheden gedaan; · het in beeld brengen van de mogelijkheden en beperkingen van de participant; · persoonlijke groei van de participant stimuleren; · het afschalen of voorkomen van zwaardere zorg (bijv. geïndiceerde dagbesteding); · verminderen van de behoefte aan mantelzorg; · het opdoen van arbeidsvaardigheden. In 2023 hebben 54 mensen stappen gezet op de participatieladder en is er een aantal zelfs uitgestroomd naar een opleiding of dienstverband. Door verdere uitbreiding van het aantal leerwerkbedrijven kunnen zij terecht in verschillende sectoren, van groen tot catering en van zorg tot productie en retail. In 2024 zijn afspraken gemaakt om de verbinding tussen de SDD en doorontwikkelmogelijkheden en de lokale matchingsunit te versterken. Participanten die al langere tijd participeren zullen worden 'gescreend' of er ruimte is een stap te zetten naar echt vrijwilligerswerk of zelfs een opleiding of werkplek. Stap je fitter Stapje fitter is een bewezen interventie van een half jaar, die inspeelt op het verbeteren van de leefstijl, het zelfvertrouwen, de zelfwaardering en het uitbreiden van het sociale netwerk. Stapje fitter vergroot de kans op re-integratie door een toename van een gezonde leefstijl en competenties voor (vrijwilligers)werk.

Jaarlijks starten enkele groepen bijstandsgerechtigden met een afstand tot arbeidsmarkt, participatieladder 1-2. Doel is het vergroten van de kans op re-integratie door een toename van de gezonde leefstijl en competenties voor werk. Vrijwilligerspunt Er is nauw contact tussen de consulenten van de Sociale Dienst en het Vrijwilligerspunt Papendrecht. Mensen voor wie vrijwilligerswerk een goede ontwikkelstap is, worden toegeleid naar een geschikte plek. Voorkeur heeft een plek die het meest geschikt is in relatie tot een toekomstige stap naar regulier werk.

Getroffen maatregelen om het tekort in 2024 te reduceren Getroffen maatregelen om het tekort in 2024 te reduceren Het is een blijvende zoektocht om de opwaartse doorstroom op de participatieladder en uitstroom van het bijstandsbestand te vergroten. Ook het voorkomen van instroom blijft aandacht hebben. In voorgaande tekst zijn een aantal maatregelen gestart waarvan het effect zich in 2024 moet voordoen. Buiten deze maatregelen, gaat het in 2023 om de volgende aanvullende acties: · Het aantal vroegtijdig schoolverlaters neemt toe. Hoewel het percentage jongeren (18 – 27 jaar) met een bijstandsuitkering in de Drechtsteden (9,7%) lager ligt dan het landelijke gemiddelde (11,3%) is er de afgelopen jaren sprake van een relatief hoge stijging van de instroom van deze doelgroep. Uit analyse van de doelgroep blijkt dat er duidelijke verzwaring heeft plaatsgevonden in de problematiek van jongeren. In veel situaties gaat de hulpvraag van de jongere dus verder dan alleen een inkomen en/of begeleiding naar werk. De doelgroep is kwetsbaar en kampt vaak met problemen op meerdere leefgebieden, waaronder veel psychische klachten.

Om de kansengelijkheid van de jongeren zonder startkwalificatie, jongeren met maximaal een mbo-2 opleiding en jongeren met een gezondheidsbeperking te bevorderen hebben de ministeries van OCW en SZW gezamenlijk het wetsvoorstel 'van School naar duurzaam werk' in voorbereiding. Het wetsvoorstel verplicht het mbo (Da Vinci College / Yuverta), het Doorstroompunt ZHZ en de Sociale Dienst Drechtsteden tot afspraken te komen, die worden vastgelegd in het regionaal programma voortijdig schoolverlaten. · Het landelijke project 'Simpel Switchen in de Participatieketen' heeft als doel om mensen de stappen op de participatieladder makkelijker te laten zetten. Het gaat om drempels wegnemen om 21

·

·

·

·

aan het werk te gaan en het mensen makkelijker maken om een stapje terug te doen als het even niet lukt. Zo kan uiteindelijk iedereen mee doen op de plek die op dát moment het beste bij diegene past. Of dat nu (vrijwilligers)werk, beschut werk of dagbesteding is. Met of zonder (gedeeltelijke) uitkering. De SDD geeft uitvoering aan verschillende interventies in het kader van het landelijke project. Hierbij valt te denken aan extra focus op bestaanszekerheidsvraagstukken als een inwoner een stap zet op de participatieladder, de mogelijkheid voor inwoners om gebruik te maken van verschillende verrekenmethodes bij het parttime werken en het verminderen van administratieve processen rondom het (her)aanvragen van een bijstandsuitkering. In de praktijk wordt hierbij vooral gekeken naar de hierbij te onderscheiden overgangen op de participatieladder. Zo is inmiddels een werkgroep gestart op het vlak van dagbesteding en beschut werk als verbinding tussen de opgave Ontwikkelen naar Werk en de opgave Zorgen voor Ondersteuning die ook bij de SDD is ondergebracht. Daarnaast hebben we in het kader van 'Simpel Switchen' gewerkt aan de voorbereiding van een pilot om het voor inwoners makkelijker en lonender te maken parttime te werken vanuit de bijstandsuitkering.

Inwoners ervaren nu mede door complexe landelijke wet- en regelgeving een grote drempel om deze stap te zetten: de inkomensonzekerheid neemt toe en er is sprake van een grote administratieve last. Mede door deze afhankelijkheid van de landelijke wet- en regelgeving is de gemeentelijke handelingsruimte beperkt – en in verband met het stilvallen de herziening van de Participatiewet door de val van het kabinet is het in 2023 nog niet mogelijk gebleken de pilot te starten. De verwachting is dat deze, vooruitlopend op een nieuw wetsvoorstel, o.a. met toepassing van inkomensvrijlating (van een deel van de inkomsten) en toepassing van een bufferbudget, in 2024 wel gestart kan worden. De SDD volgt de ontwikkelingen nauwlettend en denkt mee in de landelijke werkgroepen. Buiten parttime werk, zal meer focus worden gelegd op maatschappelijke participatie. Daarmee wordt niet alleen vooruitgelopen op de aanstaande wijziging van de Participatiewet (in het wetsvoorstel is momenteel nog een participatieplicht opgenomen), maar vooral omdat participatie voor deze doelgroep cruciaal wordt geacht als een eerste stap richting herstel van perspectief en zelfvertrouwen en het opbouwen van een (nieuw) netwerk. Het benutten en versterken van de structuren en initiatieven op lokaal niveau en de aansluiting hiervan op regionale mogelijkheden is daarbij van groot belang.

Om te zorgen dat de eerste stappen naar werk dicht bij de inwoner plaatsvinden, intensiveren we de samenwerking met lokale werkgevers en maatschappelijke organisaties en we benutten de lokale welzijns- en werkgelegenheidsinitiatieven. Ook de aansluiting op de lokale wijkteams vormt hierin een belangrijke factor. In 2024 worden de periodieke overleggen tussen de GR Sociaal en de individuele gemeenten verder uitgediept op basis van de specifieke doelgroepen binnen het bestand van de betreffende gemeente. In 2023 zijn wij gestart met een pilot verbreding toepassing loonkostensubsidie voor een proefperiode van drie jaar. Voor de doelgroep van 50 personen gaan wij uit van inwoners, die al langer gebruik maken van de bijstand (ongeveer 2 jaar of langer), maar nog niet plaatsbaar zijn vanwege hun instabiele situatie. Door het bieden van een werkplek met loonkostensubsidie bieden wij hen een mogelijkheid om hun positie te stabiliseren door het bieden van regelmaat en een inkomen op WML-niveau. Met de pilot willen wij meer inzicht krijgen op het effect van de inzet van LKS op de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt als gevolg van complexe sociale en financiële problematiek.

De doelstelling van de pilot, naast de realisatie van uitstroom binnen de pilot, is gelegen in het ontwikkelen van richtlijnen voor het toepassen van loonkostensubsidie voor de brede doelgroep binnen de Participatiewet, zonder indicatie voor de Banenafspraak of beschut werk. Naast de pilot voor verbreding van de doelgroep voor de inzet van loonkostensubsidie wordt door de GR Sociaal in de loop van 2024 gestart met de maatschappelijke kosten- batenanalyse voor loonkostensubsidie. Met deze rekentool, die door Cedris en Divosa is ontwikkeld, kan per gemeente worden berekend wat het maatschappelijk kost en oplevert als er extra mensen aan de slag gaan met loonkostensubsidie. De no-riskpolis is een regeling voor werkgevers die bevordert dat deze een werknemer met een ziekte of handicap in dienst neemt. Hierbij krijgt de werkgever een ziektewetuitkering voor de werknemer als deze ziek wordt en hoeft de werkgever geen hogere premie te betalen voor de 22

·

·

·

·

·

·

ziektewet of als de werknemer een uitkering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) krijgt. Momenteel is deze regeling alleen beschikbaar bij inwoners met een indicatie voor de banenafspraak en beschut werk. Al enige tijd wordt gewerkt aan de opzet voor een pilot om de norisk polis ook in te zetten voor langdurig bijstandsgerechtigden. Dit betreft een landelijke pilot, die geïnitieerd door het Ministerie SZW wordt begeleid door bureau 'De Beleidsonderzoekers'. Doordat er vanuit de werkgevers in de Drechtsteden behoefte was aan een dergelijk instrument heeft de GR Sociaal zich hiervoor aangemeld. Door vertraging in de ontwikkeling van de landelijke pilot gaan we ervan uit dat een daadwerkelijke start pas in de loop van 2024 kan beginnen. In het kader van de Rijksagenda Breed Offensief is de inzet van werkbegeleiding losgekoppeld van de individuele loonwaardemeting en is de vergoeding aan werkgevers geüniformeerd. Om de werkbegeleiding bij beschut werk verder te stimuleren heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld. In dit kader worden nadere voorstellen geformuleerd, waarbij ook wordt gekeken naar een bredere inzet dan alleen beschut werk. Deze inzet sluit aan bij het streven om werkbegeleiding een meer op ontwikkeling gericht karakter te geven waarbij de werknemers begeleid worden door ontwikkelingscoaches.

Ook de inzet op jobcoaching en de harmonisatie met de inzet van jobcoaches van het UWV worden hierin betrokken. Daarnaast worden ook de resultaten van de meerjarige pilot bij het ontwikkelbedrijf Opnieuw & Co en het in 2023 gestarte ontwikkelcoachteam bij Drechtwerk hierin betrokken. Aan een concreet voorstel op dit vlak wordt gewerkt. Beschut werk is een belangrijk instrument voor inwoners met een arbeidsbeperking die veel begeleiding of aanpassingen aan het werk nodig hebben. Door het beschikbaar stellen van extra middelen vanuit het Rijk wordt het mogelijk om de begeleiding hiervan verder te verbreden en te intensiveren. Naast de inzet op werknemersvaardigheden richten wij ons daarbij op de ontwikkeling van een sociaal netwerk en de versterking van de sociale en fysieke weerbaarheid van de inwoners. Door deze versterking van de persoonlijke ontwikkelmogelijkheden wordt het welbevinden en potentieel van de inwoners versterkt waardoor de kansen op doorstroom naar gedetacheerd werk of bij reguliere werkgevers worden vergroot. Binnen de ontwikkelde aanpak Werk als beste zorg is ingezet op de begeleiding van inwoners met een psychische beperking naar werk. Momenteel is het bereik van deze inzet nog beperkt en wordt gezocht naar een passende wijze om deze doelgroep te verbreden en de samenwerking met de GGZ-instellingen te verbeteren.

Voor inwoners binnen de Participatiewet zonder specifieke indicatie voor beschut werk of de banenafspraak wordt door de GR Sociaal een nieuwe ontwikkelafdeling opgezet door een samenvoeging en herinrichting van de bestaande afdelingen Start&Groei en Perspct. Dit programma beoogt door het bieden van meer maatwerk en variatie in het werkaanbod, om het potentieel van inwoners te stimuleren en door te ontwikkelen in de richting van zo regulier mogelijk werk en reguliere werkgevers. Hierbij is een keuze gemaakt voor een aantal kansrijke sectoren in de regionale arbeidsmarkt die zich aan het ontwikkelprogramma willen (ver)binden. Deze bedrijven voeren werkzaamheden uit in de werksetting bij Drechtwerk, waarbij het productief vermogen varieert in een productiviteit van 0 tot 100%. In 2024 maken 100 klanten met behoud van uitkering gebruik van het nieuwe ontwikkelprogramma. Social Return on Investment (SRoI) is het stimuleren van arbeidsparticipatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, door in aanbestedingen van leveringen, diensten en werken te eisen dat de winnende aanbieder banen, leerwerkplekken, stageplekken, ervaringsplaatsen of andere maatschappelijke activiteiten biedt aan doelgroepen werkzoekenden. Binnen de Drechtsteden wordt SRoI op gemeentelijke én regionale aanbestedingen toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/899/documents/13348