Bijlage 1. Nota van zienswijzen wijziging omgevingsplan bodemregels.pdf
Tekst van het document
Naar aanleiding van de opmerking van indiener over de grens van 1.000 m2 is deze vervangen door de eis dat ‘de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte’. Voldoende schaalgrootte is flexibeler en nader toegelicht in de toelichting bij de beoordelingsregel. Het doel van de schaalgrootte is dat de toepassing herkenbaar en beheersbaar is. In de artikelsgewijze toelichting bij de beoordelingsregels en aanvraagvereisten is extra toelichting toegevoegd over deze maatregelen, in lijn met het verzoek van indiener. Als indiener meent dat een toepassing die niet past binnen onze beoordelingsregels wel zou moeten worden toegestaan, kan hiervoor alsnog een verzoek via een buitenplanse omgevingsvergunning worden aangevraagd. Onderwerp 8 Naar aanleiding van dit onderwerp is de regeling voor een verbod op het toepassen van bouwstoffen in het ontwerpbesluit heroverwogen. Wij kunnen ons voorstellen, in lijn met het bezwaar van indiener, dat een absoluut verbod een ingrijpend en zwaar instrument is. Daarom is het voorstel om de zienswijze deels tegemoet te komen door in de plaats van een verbod een binnenplanse vergunningplicht op te nemen waarmee met beoordelingsregels duidelijk wordt wanneer meegewerkt wordt met een toepassing door de gemeente. Van de andere kant houden wij daarmee voldoende beoordelingsruimte en kunnen daarmee onze doelen uitoefenen.
Via onze omgevingsvisie stellen wij onszelf tot doel om preventief maatregelen te nemen gericht op het voorkomen van verslechtering van de bodemkwaliteit. Daarmee is het beoordelingskader verandert. Bij een verbod geldt het beoordelingskader dat het moet bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij een binnenplanse vergunningplicht vormt het beoordelingskader de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Op deze manier kan vooraf beter ingeschat worden of aan de toetsingscriteria in de beoordelingsregels voldaan kan worden. Wanneer hier sprake van is, wordt de omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag. Een binnenplanse vergunningplicht geeft meer rechtszekerheid dan een verbod.
Pagina 21 van 22
In lijn met het verzoek van indiener over de gevraagde informatie en andere onduidelijkheden zijn de beoordelingsregels en aanvraagvereisten aangepast. Ook zijn deze beter afgestemd op de vereiste informatie vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving. Ten aanzien van de noodzakelijkheid en rechtszekerheid is de motivering van het besluit gewijzigd en aangevuld. Ook bij de eerdere onderwerpen van deze zienswijze is hierop ingegaan. Onderwerp 9 In onze ogen is onderbouwd waarom een regeling voor bouwstoffen noodzakelijk en evenredig is. Daarbij zien wij af van een verbod, maar stellen in de plaats een binnenplanse vergunningplicht voor die meer rechtszekerheid biedt naar de buitenwereld, gedeeltelijk tegemoet komt aan deze zienswijze en tegelijk voldoende beoordelingsruimte biedt voor het bevoegd gezag om op basis van het voorzorgbeginsel haar preventieve taken uit te voeren. Op deze manier worden mens en milieu beschermd en wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit verslechterd. Voorstel Wij stellen de gemeenteraad voor om zienswijze 5 deels gegrond en deels ongegrond te verklaren en de regels gedeeltelijk aan te passen zoals aangegeven in de staat van wijzigingen.
Ambtelijke wijziging 1 Inhoud ambtelijke wijziging Er zijn twee opmaakfouten in ontwerp Wijziging Omgevingsplan Thema Bodem opgemerkt: - In artikel 11.60 ontbreekt een spatie tussen ‘artikel 11.55de gegevens’, zie lid 1, onder e. - In artikel 11.65 ontbreekt een spatie tussen ‘als bedoeld in artikel 11.66’, zie lid 2. Voorstel Wij stellen de gemeenteraad voor om ambtelijke wijziging 1 op te nemen in het omgevingsplan. Ambtelijke wijziging 2 Inhoud ambtelijke wijziging Bij het importeren van de bodemregels naar het model in het DSO zijn twee delegatiebepalingen niet meegekomen. De delegatiebepalingen hebben betrekking op het onderwerp bodem in afdeling 29.2. Het betreft een beleidsneutrale toevoeging. Wij stellen voor onderstaande op te nemen in het omgevingsplan: Afdeling 29.2 Bodem > Artikel 29.3 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie Het college van burgemeester en wethouders kan voor bedrijventerreinen binnen het ‘bodembeheergebied grond en baggerspecie’ bepalen dat het eerste lid van artikel 11.13 niet van toepassing is. > Artikel 29.4 Delegaties locaties nazorg aanwijzen Het college van burgemeester en wethouders kan de locatie ‘locaties nazorg Omgevingswet’ wijzigen. Artikel 29.3 haakt in op artikel 11.13 in het Omgevingsplan. Artikel 29.4 haakt in op de activiteit ‘Nazorg na saneren van de bodem’.
OZHZ wijst deze toe aan locaties waar bepaalde saneringsmaatregelen hebben plaatsgevonden. Dit zodat er bij de uitvoering van toekomstige bodemactiviteiten rekening moet worden gehouden met zo’n zogenaamde
Pagina 22 van 22
locatie nazorg. Voorstel Wij stellen de gemeenteraad voor om ambtelijke wijziging 2 op te nemen in het omgevingsplan. Ambtelijke wijziging 3 Inhoud ambtelijke wijziging Artikel 11.13 verwijst naar een eerste lid dat niet meer bestaat en moet verwijzen naar heel artikel 11.13. Conclusie Wij stellen de gemeenteraad voor om ambtelijke wijziging 3 op te nemen in het omgevingsplan.