Bijlage 1 - Nota van beantwoording zienwijzen bestemmingsplan Veerweg-Vondellaan01122021.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Veerweg-Vondellaan
1
Inhoud Inleiding..................................................................................................................................................3 Zienswijze 1............................................................................................................................................4 Zienswijze 2............................................................................................................................................9 Zienswijze 3..........................................................................................................................................10 Zienswijze 4..........................................................................................................................................11 Zienswijze 5..........................................................................................................................................12 Zienswijze 6..........................................................................................................................................14 Zienswijze 7..........................................................................................................................................18 Zienswijze 8..........................................................................................................................................23
Zienswijze 9..........................................................................................................................................28 Zienswijze 10........................................................................................................................................29 Zienswijze 11........................................................................................................................................31 Zienswijze 12........................................................................................................................................34 Zienswijze 13........................................................................................................................................35
2
Inleiding Met ingang van donderdag 1 juli 2021 heeft het ontwerp bestemmingsplan 'VeerwegVondellaan' voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. De ter inzage legging is bekend gemaakt in de Staatscourant, de Klaroen en de gemeentelijke website www.papendrecht.nl. Het ontwerp bestemmingsplan kon worden ingezien in het gemeentehuis van Papendrecht, op de gemeentelijke site en de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon een ieder zijn zienswijze kenbaar maken over het ontwerp bestemmingsplan. Er zijn dertien zienswijzen ingediend. In deze nota zijn de zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Gelet op de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn de naam en de adresgegevens van diegenen die een zienswijze hebben ingediend anoniem geformuleerd.
3
Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze Algemeen Allereerst is op 14 juli 2021 een schriftelijke zienswijze ontvangen van eigenaar/ bewoners van een woning in de nabijheid van het project Veerweg-Vondellaan. Vervolgens heeft DAS Rechtsbijstand (hierna DAS) de schriftelijke zienswijzen aangevuld bij brief 11 augustus 2021 (ontvangen op 12 augustus 2021). De brief hebben wij beschouwd als een aanvulling op de reeds door indiener zelf ingediende zienswijze. DAS geeft aan dat het plangebied zich op
zo’n 45 meter afstand van de woning van indiener bevindt en op ongeveer 35 meter van de tuin van indiener. De woontorens staan volgens DAS gepland op 60 meter van de woning van indiener en op 50 meter van de tuin van indiener. Wij stellen ons op het standpunt dat de dichtstbijzijnde woontoren tot aan de dichtstbijzijnde hoek van de woning van indiener op circa 67,3 meter is gelegen en voor wat betreft de afstand tussen de dichtstbijzijnde woontoren tot aan de dichtstbijzijnde hoek van het perceel van indiener op circa 53,8 meter is gelegen. a) Indiener van de zienswijze geeft aan ernstig bezwaar te hebben tegen de bouw van het complex en met name tegen de hoogte van het complex. DAS geeft aan dat de gronden onder de geplande woontorens in het huidige planologische regime ‘Reparatie Beheersverordening Papendrecht’ de bestemming ‘Bedrijf en daarnaast voor een deel de bestemming ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ hebben. De maximale bouwhoogte bij de bedrijfsbestemming is 6 meter. Voorts is het bouwvlak aan de noordoostzijde voor een deel gelegen op gronden die in de beheersverordening de bestemming ‘VerkeerVerblijfsgebied’ hebben en waarop aldus enkel bebouwing ten behoeve van de verkeersbestemming is toegestaan. Daar waar dus eerst bebouwing van maximaal 6 meter hoog of minder mocht zijn, zou indiener nu opeens een woontoren van 35 meter hoog te dulden hebben.
Deze zou zich zoals gezegd op 60 meter van de woning bevinden en op zo’n 50 meter van de tuin. Het uitzicht naar die kant is met de woontoren compleet verdwenen. Beantwoording a:
In het algemeen geldt dat aan een geldend bestemmingsplan of beheersverordening geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en planregels voor gronden vaststellen die het vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De indiener van de zienswijze kan dan ook niet zonder meer aanspraak maken op een gelijkblijvend uitzicht. Bovendien woont indiener op meer dan 50 meter van de voorgenomen bebouwing en in een zodanig verstedelijkt gebied dat een hoogbouwontwikkeling een voor de hand liggende keuze is. De gemeente Papendrecht is een zogenaamde beheergemeente die te maken heeft met een grote (regionale) woningbouwopgave. Nieuwbouw van woningen zal dan ook slechts plaats kunnen vinden door herinrichting van het bestaande gebied. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar woningen in en nabij het centrum is het realiseren van hoogbouw vaak de enige optie. Om te bezien welke bouwhoogte(n) stedenbouwkundig aanvaardbaar zijn, zijn voor de locatie Veerweg-Vondellaan stedenbouwkundige kaders opgesteld. Deze kaders zijn als bijlage 1 toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan VeerwegVondellaan. Het bestemmingsplan voldoet aan deze kaders.
Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt.
b) Door de hoogte van de bebouwing raakt indiener zijn privacy kwijt omdat de woontoren op ca. 50 meter van de bebouwing van indiener wordt gerealiseerd. DAS voegt hieraan toe dat afgaande op de tekening in de toelichting op
4
ontwerpbestemmingsplan er balkons aan de zijde van de Veerweg zijn voorzien. Het is ook mogelijk dat de balkons aan de zijde van de Vondellaan zullen worden gesitueerd. Voor beide varianten geldt dat vanaf de balkons dan wel vanachter de ramen van de appartementen zó de woning en de tuin van indiener in kan worden gekeken. Doordat dit zicht van boven komt, wordt het nog eens als extra indringend en ongewenst ervaren. Van het ene op het andere moment zou indiener dan van tientallen huishoudens en uit diverse hoeken dit ongewenste zicht hebben te dulden. De woning en de tuin verworden van een fijne plek om te verblijven tot een plek waar geen enkel gevoel van privacy meer bestaat. Het is dan ook onbegrijpelijk waarom zo’n hoge woontoren zo dicht bij bestaande laagbouw gepland wordt. Beantwoording b: De privacy van woningen in de omgeving is met de ontwikkeling aan de VeerwegVondellaan niet in het geding. De afstand tot woningen aan de overzijde van de Veerweg is groter dan 50 meter. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg.
Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt.
Aanzicht vanaf de Vondellaan naar het zuiden. De boomkruinen belemmeren het zicht op tuinen in de omgeving.
Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de toelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. c) In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de hoogte past in een serie van gebouwen van negen lagen hoog langs de Veerweg: het hotel bij het sportcentrum, in het centrum bij de Markt en in Dordrecht aan het Otto Dickeplein. Wat heeft dit laatste met de bebouwing in Papendrecht van doen? DAS vult aan dat de twee woontorens van 23- en 35 meter niet passend zijn in de directe omgeving. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangegeven dat de hoogte past in een serie van gebouwen van 9 lagen hoog langs de Veerweg zoals indiener reeds heeft benoemd in de zienswijze. Deze gebouwen zijn echter niet representatief voor de omgeving van het plangebied. Het Otto Dickeplein bevindt zich bijvoorbeeld op 1,5
5
kilometer afstand in de gemeente Dordrecht. Het hotel bevindt zich op zo’n 700 meter afstand en de Markt tenslotte op circa 350 meter afstand. Dit lijkt op het selecteren van de gebouwen die men goed uitkomt. Kijkend namelijk naar de Veerweg vanaf de A15 naar het zuiden tot aan de Markt is er voor het overgrote deel enkel sprake van laagbouw: rijwoningen, twee-onder-één kapwoningen en vrijstaande woningen, zeker in de directe omgeving van het plangebied. Beide woontorens, en zeker de hoogste die met z’n 35 meter 2- tot 3x keer zo hoog is, zijn daarmee in het geheel niet in lijn met de rest van de in de directe omgeving aanwezige bebouwing. Het karakter van de wijk verandert drastisch. Hier is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording c: De Veerweg is samen met de Burgemeester Keyzerweg de belangrijkste ontsluitingsweg in Papendrecht, die van oudsher Dordrecht verbindt met de polder Alblasserwaard. De Veerweg vormt een belangrijke as binnen de stedenbouwkundige structuur van Papendrecht, waarlangs op belangrijke knooppunten ruimte is voor een hogere ontwikkeling. Zo wordt er tot negen lagen hoog gebouwd in het centrum, bij het kruispunt met de Burgemeester Keijzerweg (het hotel).
De verbinding met Dordrecht wordt nu ook visueel gelegd, doordat langs die verbindingslijn op verschillende plekken hogere bebouwing staat, ook aan het Otto Dickeplein in Dordrecht bij de waterbushalte. Nieuwe hogere bebouwing langs deze lijn is op deze belangrijke plek in de structuur van Papendrecht, namelijk aan het Vondelpark, vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend. Voorts voldoet het bestemmingsplan aan de vastgestelde stedenbouwkundige voorwaarden. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. d) In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat een hoogte van negen lagen niet voor het gehele bouwblok geschikt is voor het complex aan de VeerwegVondellaan. De woonwijk aan de westkant van de Constantijn Huygenslaan bestaat uit laagbouw, met bungalows van één bouwlaag en rijwoningen van twee lagen met een kap. De bebouwing op de locatie Vondellaan-Veerweg moet daarom richting het westen in hoogte afnemen. Dan is het toch vanzelfsprekend dat dit ook geldt voor de woonwijk met bungalows van 1 bouwlaag en rijwoningen van 2 lagen met kap aan de zuid–oostkant? DAS geeft aan dat de bewuste woningen aan de Constantijn Huygenslaan zich bevinden op zo’n 50 meter afstand van de geplande woontorens.
Klaarblijkelijk acht de gemeente, gelet op deze afstand, een hoogte van 9 bouwlagen in de nabijheid van de Constantijn Huygenslaan (terecht) niet conform een goede ruimtelijke ordening. Echter zoals indiener in zijn zienswijze terecht opmerkt, bevinden zich aan de oostzijde óók woningen op dezelfde geringe afstand. De woningen aan de Scheidingslaan 2 en de Azaleastraat 1 bevinden zich op 50 meter afstand van de geplande woontoren. Voor cliënt gaat het zoals gezegd om 50 meter vanaf de tuin en 60 meter vanaf de woning. Het is voor cliënt dan ook onbegrijpelijk dat omwille van de aanwezige woningen in het westen de bouwmassa naar die windrichting toe afloopt, terwijl ten aanzien van de aanwezige woningen in het oosten die zich op dezelfde afstand bevinden, daar niet toe wordt overgegaan. Sterker nog, de bouwlagen die in het westen worden afgeroomd tot 7 worden in het oosten weer opgetopt tot 11. Niet alleen heeft cliënt dus (ten onrechte) te maken met 9 bouwlagen, maar daarbovenop ook nog eens met de 2 bouwlagen die er in het westen 'af moesten. Wellicht is dit een commerciële keuze, maar met een goede ruimtelijke ordening heeft dit niets te maken. Bovendien is deze wijze van uitvoering van het plan in strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht.
Beantwoording d: Voor het bepalen van de gewenste massa zijn stedenbouwkundige kaders opgesteld. Deze kaders zijn in eerste instantie opgesteld voor een ontwikkeling waarbij meteen toekomstige herontwikkeling in de directe omgeving is meegenomen. Op die manier kan op de lange termijn het hele blok tussen de Vondellaan, Coornhertstraat, Constantijn Huygenslaan en Veerweg worden herontwikkeld.
6
De noord-oost hoek van het gebouw is een belangrijk hoogte-accent als markering van de kruising Veerweg-Vondellaan en als markering van het Vondelpark aan de Veerweg. De open ruimte van het park biedt de ruimte om een stedelijke wand te vormen, maar aangezien deze bij een verdere toekomstige ontwikkeling slechts door een zogenaamde buurtstraat van de rest van de wijk Westpolder wordt gescheiden, moet de bebouwing aan de westkant lager worden. In de stedenbouwkundige kaders is aangegeven dat de bouwmassa aan de Veerweg naar het zuiden moet zakken. Door met de bebouwingshoogte aan te sluiten op de reeds aanwezige bebouwing vormt ook dit deel van het blok een stedelijke wand langs de Veerweg en ontstaat op deze wijze één geheel.
Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. e) Indiener van de zienswijze geeft nadrukkelijk aan niet tegen het bouwen van woningen te zijn op de locatie. Volgens indiener zijn er voldoende voorbeelden van gebouwen met 4-6 woonlagen die wel haalbaar zijn zoals in de Oostpolder, de nieuwbouw in Land van Matena en aan de Markt van Matena. Indiener doet daarom ook het voorstel de locatie te bebouwen met een plint van één bouwlaag, een ondergrondse parkeergarage met daar bovenop twee bouwmassa's tot in totaal vijf en zes lagen mooi oplopend naar de belendende bebouwing aan de Veerweg en Constantijn Huygenslaan. DAS geeft daarbij nog aan dat indiener wil benadrukken om de belangen van indiener niet af te wegen tegen het belang van de complete woningbouwopgave. Zo kan alles immers wel worden doorgezet. Het juiste gewicht toekennen aan de belangen van indiener en de overige omwonenden betekent echter niet meteen dat de woningbouwopgave niet langer kan worden gerealiseerd.
Bij een reductie van het aantal bouwlagen wordt evengoed een stevige bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave, terwijl aan de belangen van omwonenden meer recht wordt gedaan. Het huidige plan is in ieder geval strijd met het criterium van een goede ruimtelijke ordening en in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Beantwoording e: Het feit dat het hier gaat om een inbreidingslocatie nabij het centrum brengt (locatie)specifieke en kostenverhogende aspecten met zich mee. Aspecten waar rekening mee moet worden gehouden zijn onder andere de hoge grondwaterstand, de vierkante meter prijs voor grond nabij het centrum, de afkoopkosten van een goed renderend tankstation, de sloopkosten van de bestaande bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie tijdens de bouwwerkzaamheden, het moeten aansluiten op de bestaande bebouwing, het aanpassen van de bestaande omgeving, saneringskosten etc. Dergelijke kosten zijn er niet bij uitleglocaties zoals in de Oostpolder of Land van Matena. De haalbaarheid van het plan moet dan ook worden opgevangen door het aantal woningen te vergroten. Bovendien is de vraag naar woningen in het centrum zeer groot en wordt door middel van dit bouwplan een doorstroomeffect bereikt waarmee tegemoet wordt gekomen aan de grote woningbouwopgave die er ligt. Wij kennen aan voornoemde belangen een groter gewicht toe dan aan het individuele belang van indiener.
Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. f)
DAS geeft aan dat de bezonning achteruit zal gaan. Door HFB Groep is het aspect bezonning onderzocht en is getoetst aan de TNO-normen. Conclusie van dat onderzoek is
7
dat aan de TNOnormen wordt voldaan. Het aspect bezonning is hierbij echter niet afdoende onderzocht. Zo zijn de maanden november tot en met januari niet onderzocht. Verder is er in geen enkele maand gekeken naar de bezonningssituatie na 16:00 uur. Wellicht is dit niet nodig om na te kunnen gaan of aan de TNO-normen wordt voldaan, het is in het kader van het evenredigheidsbeginsel wél nodig om na te gaan of indiener niet onevenredig in het bezonningsbelang wordt geschaad. Immers, een zomerse namiddag- en avondzon na een werkdag is heel veel waard. Verlies van die uren wordt als extra pijnlijk ervaren. Nu het bezonningsonderzoek op deze punten gebrekkig te noemen is, is er tevens sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht. Beantwoording f: In ons land zijn geen wettelijke normen voor de bezonning van woningen. Engeland en ook meer Noord-Europese landen hebben wel bezonningsnormen voor woningen in hun wetgeving opgenomen. De gemeente Papendrecht hanteert de door TNO gestelde normen welke zijn afgeleid van de Engelse wetgeving. De normen die door TNO zijn opgesteld luiden als volgt: Minimumnorm: Er is sprake van voldoende daglichttoetreding wanneer er sprake is van tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in de woonkamer.
Streefnorm: Er is sprake van voldoende daglichttoetreding wanneer er sprake is van tenminste drie mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 januari – 21 november (gedurende 10 maanden) in de woonkamer. Voor de bezonning van tuinen zijn geen normen door TNO opgesteld. Omdat met name de schaduw van de voorgestelde (nieuwe) bebouwing op de omringende tuinen bepalend is voor de kwaliteit van de woonomgevingsbeleving, is ervoor gekozen de volgende norm hiervoor te hanteren: Tuinen: Op 21 maart (en 23 september) minimaal vijf uren zon op een strook grond (terras) van 16 m2 direct achter de woning tussen 7.40 uur en 17.40 uur. Om te bezien of er sprake is van verlies aan zonlicht vanwege de toekomstige bebouwing is door HFB te Rotterdam een bezonningsstudie verricht. Deze bezonningstudie is als bijlage 11 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze over bezonning is de bezonningsstudie uitgebreid. De resultaten van de bezonningsstudie laten zien dat voor een aantal percelen, waaronder ook het perceel van indiener, sprake zal zijn van een toename van schaduwwerking als gevolg van het plan. Ook blijkt uit de bezonningsstudie dat wordt voldaan aan de normen die Papendrecht stelt ten aanzien van schaduwwerking. Zowel wat betreft de minimale norm, als de streefnorm en de bezonningsnorm voor de tuin.
Mede gelet op alle belangen die met de realisatie van het plan gemoeid zijn, kennen wij de schaduwwerking dan ook geen groter gewicht toe. Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het de indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot vergoeding van planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gevolgen voor bestemmingsplan: De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021.
Zienswijze 2 Samenvatting zienswijze
8
g) Hoewel indiener begrijpt dat er gebouwd moet worden in Papendrecht, geeft indiener van de zienswijze aan dat een hoog gebouw/ kolos, zoals mogelijk wordt gemaakt in het bestemmingsplan Veerweg-Vondellaan, de privacy ernstig aantast vanwege de korte afstand tot aan de woning van indiener. Beantwoording g:
De woning van indiener is op circa 87,50 meter gelegen gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de woning van indiener ten opzichte van de voorgestane bebouwing aan de Veerweg-Vondellaan. Gelet op deze afstand is de privacy niet in het geding. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt.
Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Voor de beantwoording van het overige gedeelte van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. h) Indiener geeft aan door de hoogte van het gebouw verlies aan zonlicht te lijden. Beantwoording h: Om te bezien of er sprake is van verlies aan zonlicht vanwege de toekomstige bebouwing is door HFB te Rotterdam een bezonningsstudie verricht. Deze bezonningstudie is als bijlage 11 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Uit deze bezonningsstudie blijkt dat op het perceel van indiener geen vermindering van zonlicht zal zijn als gevolg van de voorgenomen bebouwing. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is de bezonningsstudie uitgebreid. Ook uit de uitgebreide bezonningsstudie blijkt dat geen sprake zal zijn van vermindering van zonlicht op het perceel van indiener. Gevolgen voor bestemmingsplan: De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021.
Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze i) Indiener van de zienswijze geeft aan niet tegen een gebouw te zijn dat ruimte biedt voor extra woningen maar wel bezwaar te hebben tegen het ontwerp van de enorme woontoren van circa 35 meter. Deze toren is op minder dan 50 meter gelegen vanaf de woning van indiener. Hierdoor komt de privacy volledig te vervallen. Indiener geeft te kennen dat de situatie van alle andere genoemde gebouwen in Papendrecht en Dordrecht hem niet boeien omdat die geen betrekking hebben op het woongenot van indiener.
9
Beantwoording i:
De woning van indiener ligt op circa 99 meter af van de dichtstbijzijnde hoek van de voorgenomen bebouwing. Gelet op deze afstand is de privacy van de woning met de ontwikkeling aan de Veerweg-Vondellaan niet in het geding. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving en andere bebouwing. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt. Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders.
Voor de beantwoording van het overige gedeelte van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording onder a en c. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. j)
Het is indiener van de zienswijze opgevallen dat de gemeente wel rekening houdt met de woningen aan de Constantijn Huygenslaan gezien de hoogte van de woningen. Het ontwerp van de bebouwing dient daarnaar te worden aangepast. De gemeente gaat echter volledig voorbij aan de wijk Azaleastraat, Rozenstraat, Scheidingslaan. Beantwoording j:
Zie beantwoording onder d. Bovendien wordt de bebouwing aan de westkant van de ontwikkeling slechts gescheiden van die ontwikkeling door een zogenaamde buurtstraat. Tussen de ontwikkeling en de laagbouw aan de oostkant ligt de Veerweg, een bredere gebiedsontsluitingsweg die ook de grens vormt tussen de wijken Westpolder en Kraaihoek. Terwijl in het verleden in het gebied tussen de Veerweg, Vondellaan, Constantijn Huygenslaan en P.C. Hooftlaan zonder meer hoogbouw is gebouwd, zijn de kaders er nu juist op gericht om de hoogbouw te beperken tot accenten aan de Veerweg en lager te bouwen naar de rest van de wijk Westpolder toe. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt.
Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze k) Indiener van de zienswijze geeft aan zich voor te kunnen stellen dat gezien de woningnood die er heerst woningen geplaatst moeten worden. Indiener maakt echter bezwaar tegen de absurd hoge woontoren van 35 meter. Als bewoner aan de Veerweg tast deze woontoren de privacy aan. Beantwoording k:
De woning van indiener is op circa 90 meter gelegen gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevel van de woning van indiener ten opzichte van de voorgestane bebouwing aan de Veerweg-Vondellaan. Gelet op deze afstand is de privacy niet in het geding. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare
10
inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt. Voor de beantwoording van het overige gedeelte van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. l)
Indiener geeft aan dat de woontoren van 35 meter zonlicht ontneemt. Beantwoording l: Zie beantwoording onder h. Gevolgen voor bestemmingsplan: De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021
m) Indiener pakt de mogelijkheid van het indienen van een zienswijze tegelijkertijd aan om een klacht in te dienen voor bebouwing op en het gebruik van het eiland tussen de Veerweg en de van Muilwijckstraat. Beantwoording m:
De klacht heeft geen betrekking op het plangebied Veerweg-Vondellaan. Daarom is de klacht ter afhandeling doorgegeven aan het team Wijkonderhoud en wordt hier in deze nota niet verder op ingegaan. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze.
Zienswijze 5 Samenvatting zienswijze n) Indiener van de zienswijze geeft aan bezwaar te hebben tegen de appartementencomplex van elf etages hoog omdat de huidige privacy in de achtertuin van de woning aan de Veerweg door de bouw ten einde komt. Ook vreest indiener dat door de bouw van een 35 meter hoog appartementencomplex de waarde van de woning zal verminderen. Beantwoording n: De woning van indiener is op circa 54,3 meter gelegen gemeten vanaf de dichtstbijzijnde hoek van de woning van indiener ten opzichte van de voorgestane bebouwing aan de Veerweg-Vondellaan. Gelet op deze afstand is de privacy niet in het geding. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie VeerwegVondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht
11
op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt. Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Voor de beantwoording van het overige gedeelte van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. o) Indiener geeft aan dat de jaren 30 woningen aan de Veerweg niet zijn onderheid. De gevolgen van de bouwwerkzaamheden kunnen dramatisch zijn voor de staat van de woningen. Eerdere bouw-, riolerings- en bestratingswerkzaamheden in en rond het centrum hebben in het verleden al een negatieve invloed gehad op de woning van indiener. Indiener eist dat in de bouwplannen hiermee rekening wordt gehouden en schade aan de woningen aan de Veerweg wordt voorkomen. Indiener doet hierbij de nodige suggesties om de schade te voorkomen dan wel te beperken.
Ook geeft indiener aan dat bij toekomstige werkzaamheden in het centrum van Papendrecht rekening moet worden gehouden met de mogelijke schade aan de woning. Beantwoording o: De aannemer van de locatie Veerweg-Vondellaan zal de naburige panden met betrekking tot de locatie vóór aanvang van de werkzaamheden schouwen; de zogenaamde nulmeting. Voor het bepalen van de kring van naburige panden wordt door de aannemer advies ingewonnen bij een nader aan te stellen adviesbureau. Indien schade is opgetreden dan zal na afloop de woning nogmaals worden geschouwd. Aan de hand van de resultaten van die dubbele schouw kan worden vastgesteld of het pand tijdens de werkzaamheden schade heeft opgelopen of dat reeds bestaande schade is verergerd. Mocht sprake zijn van schade dan is de aannemer verantwoordelijk voor deze schade. Het is een algemeen gebruik dat bij werkzaamheden een nulmeting wordt verricht. Wij adviseren u bij toekomstige werkzaamheden die niet onder deze locatie vallen de desbetreffende aannemer ook hierop te attenderen en hierover in gesprek te gaan. Juridische gezien wordt e.e.a. geborgd in het Bouwbesluit 2012 (zie met name art. 8.1 en 8.2 Bouwbesluit 2012). Het bouwplan moet uitgevoerd worden met inachtneming van het Bouwbesluit 2012.
Daaraan wordt ook de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' getoetst en zo nodig kan het college maatregelen opnemen om schade te voorkomen. Uit het Bouwbesluit 2012 volgt onder meer dat, om onveilige situaties te voorkomen, maatregelen moeten worden getroffen om letsel van personen of beschadiging van al dan niet roerende zaken te voorkomen. Blijkens de toelichting bestaat de onveiligheid er ten aanzien van al dan niet roerende zaken in dat daaraan schade wordt toegebracht. Dergelijke onveilige situaties kunnen weliswaar niet altijd worden voorkomen, maar om die zoveel als mogelijk te voorkomen, moeten in ieder geval de in artikel 8.2 bedoelde maatregelen worden getroffen, zodat deze maatregelen als minimumeisen hebben te gelden. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. p) Indiener geeft aan dat in een ruime cirkel rondom het appartementencomplex sprake zal zijn van verlies op zonlicht. Beantwoording p: In ons land zijn geen wettelijke normen voor de bezonning van woningen. Engeland en ook meer Noord-Europese landen hebben wel bezonningsnormen voor woningen in
12
hun wetgeving opgenomen. De gemeente Papendrecht hanteert de door TNO gestelde normen welke zijn afgeleid van de Engelse wetgeving. De normen die door TNO zijn opgesteld luiden als volgt: Minimumnorm: Er is sprake van voldoende daglichttoetreding wanneer er sprake is van tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in de woonkamer. Streefnorm: Er is sprake van voldoende daglichttoetreding wanneer er sprake is van tenminste drie mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 januari – 21 november (gedurende 10 maanden) in de woonkamer. Voor de bezonning van tuinen zijn geen normen door TNO opgesteld. Omdat met name de schaduw van de voorgestelde (nieuwe) bebouwing op de omringende tuinen bepalend is voor de kwaliteit van de woonomgevingsbeleving, is ervoor gekozen de volgende norm hiervoor te hanteren: Tuinen: Op 21 maart (en 23 september) minimaal vijf uren zon op een strook grond (terras) van 16 m2 direct achter de woning tussen 7.40 uur en 17.40 uur. Om te bezien of er sprake is van verlies aan zonlicht vanwege de toekomstige bebouwing is door HFB te Rotterdam een bezonningsstudie verricht. Deze bezonningstudie is als bijlage 11 toegevoegd aan het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze over bezonning is de bezonningsstudie uitgebreid.
De resultaten van de bezonningsstudie laten zien dat voor een aantal percelen, waaronder ook een deel van het Vondelpark, sprake zal zijn van een toename van schaduwwerking als gevolg van het plan. Voor wat betreft het perceel van indiener zal er geen toename zijn van schaduwwerking. Ook blijkt uit de bezonningsstudie dat wordt voldaan aan de normen die Papendrecht stelt ten aanzien van schaduwwerking. Mede gelet op alle belangen die met de realisatie van het plan gemoeid zijn, kennen wij de schaduwwerking geen groter gewicht toe. Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het de indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot vergoeding van planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Gevolgen voor bestemmingsplan: De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021 q) Indiener eist dat de gemeente een milieueffectrapportage door een onafhankelijke instantie laat uitvoeren waarbij de gevolgen voor omliggende woningen en het park voor wat betreft het verlies van zonlicht wordt berekend. Beantwoording q: Zie voor wat betreft het verlies aan zonlicht de beantwoording onder o. Voor wat betreft het milieueffect blijkt uit de in bijlage 12 van het bestemmingsplan opgenomen 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
beoordeling bestemmingsplan VeerwegVondellaan' opgesteld door Plan Ros op 15 april 2021 (versie 3), dat gezien de omvang van het plan in relatie tot de drempelwaarde en de verwachte effecten, er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu. Hierdoor is een nadere analyse in een milieueffectrapportage niet noodzakelijk. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 18 mei 2021 besloten dat geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld. Gevolgen voor bestemmingsplan:
13
De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021.
Zienswijze 6 Samenvatting zienswijze r) Indiener van de zienswijze geeft aan dat hij in de bestaande situatie vanuit de woning aan de Scheidingslaan al kan kijken in de woonkamer van de woning van de verkopers van de bedrijfslocatie 'Van Wijngaarden' en dat dit vice versa het geval is. Indiener zit er niet op te wachten dat straks vanuit minimaal drie keer negen appartementen mensen zicht hebben op wat de indiener op het bord heeft binnen of buiten. En daar komt straks ook nog de bebouwing naast de locatie Veerweg-Vondellaan bij en bovendien komt de nieuwe bebouwing dichterbij de woning van indiener te staan. Er is sprake van een groot verlies aan privacy en woongenot van indiener. Ook geeft indiener aan dat door het bouwplan het aantal hardrijders zal toenemen wat zal leiden tot geluidsoverlast vanwege weerkaatsing van het geluid. Beantwoording r:
De woning van indiener is circa 52,8 meter gelegen vanaf de voorgenomen ontwikkeling aan de Veerweg-Vondellaan. Gelet op deze afstand is binnenkijken in de woning vanaf zo'n grote afstand niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt.
Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast komt de bebouwing van het voorgenomen hoofdgebouw met circa 2,8 meter dichterbij te liggen ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van de woning van indiener. De huidige voorgevel van het hoofdgebouw van het complex aan Veerweg 173 tot aan de dichtstbijzijnde gevel van de woning van indiener bedraagt circa 52,8 meter. Daarentegen vervalt de huidige luifel/overkapping en de hoge, verlichte reclamezuil/ prijsaanduiding van het benzinepompstation, vervalt het onbemand benzinepompstation dat elke dag 24 uur is geopend en als zodanig in gebruik is en verdwijnen de 3 vlaggenmasten. Gelet op het vervallen van het pompstation met een 24 uurs openstelling achten wij het opschuiven van de voorgevelrooilijn met slechts 2,8 meter niet onevenredig nadelig ten aanzien van het woongenot. Indiener refereert aan mogelijk toekomstige bebouwing grenzend aan het plangebied. Wij merken hierbij op dat deze mogelijke initiatieven buiten de omvang van dit bestemmingsplan vallen. Voor wat betreft de weerkaatsing van het geluid is een nader onderzoek verricht.
Hierbij is de weerkaatsing van het geluid van de Veerweg en de N3 tegen de gevel van het woningbouwplan aan de Veerwegzijde onderzocht. In het rapport wordt
14
ingegaan op het effect van eventuele reflectie door de komst van het woningbouwplan. De situatie zonder en met woningbouwplan zijn doorgerekend. Ter plaatse van de beschouwde woningen is sprake van een toename van de geluidbelastingen vanwege de reflectie door het woningbouwplan van: • maximaal 0,1 dB bij beschouwing van alle wegen gezamenlijk; • maximaal 0,6 dB voor de maatgevende weg (Scheidingslaan). Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een significante toename. Overigens is een verschil van 0,6 voor het menselijk oor niet hoorbaar. Daarnaast blijkt uit het verkeersonderzoek het voorgenomen bouwplan geen negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. Daarnaast wordt het geluidreflectie onderzoek als bijlage 9 aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. s) Indiener geeft aan dat de lichtinval ook enorm zal veranderen. Vooral in de namiddag en avond en 's winters al aan het eind van de middag. Ook geeft indiener aan dat er sprake zal zijn van verminderde daglichttoetreding in de woning van indiener. Beantwoording s: Zie beantwoording onder p. Daarnaast blijkt uit de bezonningsstudie dat sprake is van schaduwwerking op het perceel van indiener. Deze schaduwwerking is echter zodanig dat hier geen zwaarwegend gewicht aan wordt toegekend.
Ondanks deze schaduwwerking wordt voldaan aan de minimale bezonningsnorm, de streefnorm en de norm met betrekking tot de bezonning van de tuin. De westgevel van de woning van indiener heeft circa 3 m2 glasoppervlakte. Daarnaast zal de toekomstige bebouwing op circa 50 meter van de woning van indiener komen te liggen. Daarom zal naar verwachting geen sprake zijn van significante, verminderde daglichttoetreding. Gevolgen voor bestemmingsplan: De eerder uitgevoerde bezonningsstudie wordt vervangen door de uitgebreide bezonningsstudie d.d. 29 november 2021. t)
Er zullen bomen moeten verdwijnen vanwege het bouwplan. Indiener verwacht dat de hittestraling richting zijn woning zal toenemen. Beantwoording t: Er zullen geen bestaande bomen verdwijnen als gevolg van de nieuwbouw en langs de Veerweg worden twee bomen aangeplant om de laanbeplanting te versterken. Deze zullen ook het directe zicht op de omgeving verminderen. In dit geval neemt het verhard oppervlakte niet toe vanwege dit planvoornemen. Door het groen rondom het parkeerterrein neemt het aandeel groen (onverhard) toe. Er wordt een lange strook groen toegevoegd tot aan de bestaande groenstrook in het westen. Deze strook gaat mogelijk dienen als wadi (water, afvoer drainage en infiltratie), waarbij hier ter plaatse regenbuien van 20 mm kunnen worden vastgehouden conform het Gemeentelijk Rioleringsplan. Door de aanleg van meer onverharde terreinen is er sprake van een positief effect op de lokale waterhuishouding, ten opzichte van de huidige situatie. Dit is een klimaatadaptieve verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze.
u) De vleermuizen die er nu zijn, zullen verdwijnen. Beantwoording u:
In bijlage 4 van het bestemmingsplan is de quickscan flora en fauna opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt ten aanzien van vleermuizen dat op de locatie VeerwegVondellaan het te slopen woonhuis geschikt is als vaste verblijfplaats voor gebouw bewonende vleermuizen. Om deze reden dient nader onderzoek gedaan te worden
15
naar vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de sloop- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. In bijlage 5 van het bestemmingsplan is het nader onderzoek opgenomen naar vleermuizen. Geconcludeerd wordt dat er geen vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn aangetroffen. Het geschikt bevonden woonhuis is niet in gebruik als vaste verblijfplaats van vleermuizen. Tijdens de veldbezoeken zijn er sporadisch foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Het onderzoeksgebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor de genoemde soort en soortgroep. In de directe omgeving van het onderzoeksgebied wordt sporadisch gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, aangezien er in de directe omgeving geschikter foerageergebied aanwezig is zoals het Vondelpark en het Vijverpark. Gezien het vorenstaande zullen de voorgenomen plannen geen nadelig effect hebben op de genoemde soort en soortgroep.
Anders dan de algemene zorgplicht bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verplichtingen ten aanzien van deze soort en soortgroep. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. v) 's Nachts zal sprake zijn van een grote hoeveelheid lichtvervuiling van alle lichten die in en aan een dergelijk gebouw hangen. Dit levert irritatie op. Ook geeft indiener aan last te zullen krijgen van zonreflectie via de ruiten van de hoogbouw. Indiener verzoekt de torens te draaien met 90 graden. Indiener kijkt liever tegen een kale wand aan. Beantwoording v:
De toren heeft een open uitstraling naar de omgeving. Aangezien bebouwing hier prominent in beeld is, stellen we extra eisen aan de gevels. Zowel overdag als 's avonds moet het gebouw aantrekkelijk ogen. Het gebouw moet een levendig en alzijdig gebouw worden. De gevels aan de Vondellaan en aan de Veerweg worden als voorgevels ontworpen. Interne verkeersruimten zijn vanaf buiten niet afleesbaar; de gevels worden vanuit het geheel ontworpen met veel aandacht voor de uitstraling naar de omgeving. Vanwege de alzijdigheid is er geen sprake van een kale wand zoals indiener aangeeft. Het draaien van de torens ligt dan ook niet in de reden. Het voorgenomen gebruik van het pand is wonen en de corridorontsluiting is in het gebouw gelegen. Er zal dan ook geen galerijverlichting zichtbaar zijn aan de Veerwegzijde. Wel zal normaliter gebruikelijk zijnde verlichting zichtbaar zijn vanwege bewoning van de woningen. De oostgevel bestaat niet volledig uit glas. De verwachting is dan ook dat er geen sprake zal zijn van onevenredige overlast als gevolg van zonreflectie. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. w) In het bestemmingsplan wordt de haalbaarheid van het plan aangehaald. Indiener gaat uit dat hiermee de financiële haalbaarheid wordt bedoeld.
Waarom moet het gebouw elf lagen hebben? Indiener vindt en heeft berekend dat met vier of vijf bouwlagen er meer dan genoeg marge over blijft.
16
Beantwoording w: Zie beantwoording onder e. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. x) In het plan worden enkel de directe gevolgen beschreven voor de bewoners aan de Constantijn Huygenslaan (de westkant) en de voor de gebruikers van de bedrijfsruimten in het gebouwenblok binnen Veerweg, Vondellaan, Constantijn Huygenslaan en Coornhertstraat. Er wordt in het geheel geen aandacht besteed aan de bewoners die aan de oostkant wonen. Wat een minachting. Alsof er straks geen hoogbouw staat voor deze bewoners. Indiener eist dat daar wel grondig onderzoek aan besteed gaat worden zodat duidelijk is wat de gevolgen zijn. Beantwoording x:
Zie voor beantwoording onder d en j Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. y) De waarde van mijn woning zal dalen als gevolg van de nieuwbouw. Beantwoording y:
Indiener heeft de mogelijkheid om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Door een onafhankelijk deskundige zal vervolgens advies worden uitgebracht of sprake is van mogelijke planschade. Het college van burgemeester en wethouders neemt naar aanleiding van het deskundigenadvies een beslissing op het verzoek om planschade. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. z) Wat zijn de gevolgen voor de woning van indiener wanneer langdurig bemaald moet worden tijdens de bouw? Tijdens rioleringswerkzaamheden in de Scheidingslaan in 2017/2018 is ook langdurig bemaald waardoor verzakkingen zijn ontstaan. Beantwoording z:
Zie beantwoording onder o. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. aa) Waarom wordt een vrij nieuw gebouw aan Dordrecht aan het Otto Dickeplein aangehaald in het bestemmingsplan? Dit plein ligt inderdaad in het verre verlengde van de Veerweg maar wel 1450 meter hier vandaan. De hoogbouwplannen op de oude brandweerkazernelocatie hadden beter genoemd kunnen worden waarmee de hoogbouwkoorts van B&W Papendrecht nogmaals wordt aangetoond. De gemeente Papendrecht wil op nog meer plaatsen langs de Veerweg hoogbouw realiseren. Het dorpse karakter verlaten en de verstedelijking verwelkomen. Maar de huidige bewoners, waaronder indiener, willen dit helemaal niet. Beantwoording aa:
Zie beantwoording onder a en c. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt.
17
Zienswijze 7 Samenvatting zienswijze bb) In paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven: 'De hoogte past in een serie van gebouwen van 9 lagen hoog langs de Veerweg: het hotel bij het sportcentrum, in het centrum bij de Markt, en in het in Dordrecht aan het Otto Dickeplein bij de waterbushalte.' Indiener vraagt zich af wat Dordrecht hiermee te maken heeft? Het gebouw in Dordrecht is vanaf de Veerweg helemaal niet te zien. Bovendien is er geen sprake van een reeks omdat het maar om twee gebouwen in Papendrecht gaat en twee is geen reeks. Beantwoording bb:
Zie beantwoording onder c. Ook blijkt uit de ingediende reactie dat het woordje 'serie' voor verwarring zorgt. De tekst zal hierop worden aangepast. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. cc) Indiener van de zienswijze geeft aan dat het gegoochel met getallen een doorn in het oog is. Er staat toch duidelijk dat sprake is van een plint van 2 lagen met daar bovenop een bouwmassa van 11 lagen. Dat is dus 13 lagen en geen 9 lagen. Beantwoording cc:
De exacte tekst is: 'Vanwege de haalbaarheid is in plaats van een gebouwdeel in 4 lagen en in 9 lagen gekozen voor een plint in 2 bouwlagen met daarbovenop twee bouwmassa's tot in totaal 7 en 11 lagen.' Dit betekent dat de 2 bouwlagen van de plint niet nog een keer worden opgeteld bij het totaal aantal lagen. Het gaat dus om één gebouw met 7 bouwlagen en één gebouw met 11 bouwlagen. Ter verduidelijking verwijzen wij naar figuur 7 (doorsnede) op pagina 12 van de plantoelichting. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. dd) In bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan staat dat een hoogte van negen lagen niet voor het hele bouwblok geschikt is. De woonwijk aan de westkant van de Constantijn Huygenslaan bestaat uit laagbouw, met bungalows van één bouwlaag en rijwoningen van twee lagen met een kap. De bebouwing op de locatie moet daarom naar het westen toe in hoogte afnemen. Langs de Vondellaan is een wand gewenst langs de straat en naar het Vondelpark toe. Aan de Veerweg moet de bouwmassa aansluiten op een bouwhoogte van zes bouwlagen. Met die bebouwingshoogte vormt ook dit deel van het blok een stedelijke wand langs de Veerweg. Indiener geeft aan niet te begrijpen waarom er slechts twee richtingen worden beschreven en niet de oost- en noordkant.
Immers ook aan de oost- en noordkant bevindt zich één en twee laagse bebouwing en is sprake van één straat tussen de nieuwbouw en de bestaande bebouwing. Beantwoording dd:
Zie voor beantwoording onder d en j. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. ee) Als bewoner van de omgeving Veerweg-Vondellaan geeft indiener aan de hoogbouw te ervaren als een inbreuk op de privacy. Beantwoording ee:
De woning van indiener is op circa 94 meter gelegen gemeten vanaf de dichtstbijzijnde hoek van de woning van indiener ten opzichte van de voorgestane bebouwing aan de Veerweg-Vondellaan. Gelet op deze afstand is de privacy niet in het geding. Binnenkijken in een woning vanaf zo'n grote afstand is niet mogelijk. Tussen de appartementen in het te ontwikkelen gebouw en de woningen in de omgeving staan ook volwassen bomen. Die belemmeren, zeker in de zomer het
18
zicht op de tuinen. Het bouwplan leidt daarom niet tot een onaanvaardbare inbreuk op de privacy. Desondanks zullen nog twee extra bomen worden geplant langs de Veerweg. Ook is er bezorgdheid dat de privacy wordt aangetast doordat op de locatie Veerweg-Vondellaan elf bouwlagen worden gebouwd. Hier geldt in het algemeen dat vanaf een vijfde bouwlaag weinig contact is met het maaiveld en wat daar gebeurt. De blik van mensen is vooral horizontaal gericht. Ook vanaf de hogere bouwlagen wordt het zicht op woningen en tuinen in de directe omgeving geblokkeerd door de boomkruinen in de omgeving. Overigens is de vermindering van de privacy niet zodanig dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de grote woningbouwopgave die er ligt en waaraan het voorgenomen bouwplan toe bijdraagt. Voor zover de indiener vreest voor een waardevermindering van zijn woning geldt dat het indiener vrijstaat om op grond van artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek om tegemoetkoming planschade in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Voor de beantwoording van het overige gedeelte van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder a. Gevolgen voor bestemmingsplan: De tekst van de plantoelichting wordt in hoofdstuk 2 verduidelijkt. ff) In paragraaf 2.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt een weergave getoond van het bedachte gebouw.
Dit is gezien vanaf de zuidzijde. Rechts hoog en links laag. Wordt hiermee beoogd dat er geen hoogbouw komt aan de Veerwegzijde? Beantwoording :ff
De verbeelding betreft een dwarsdoorsnede van het gebouw gezien vanuit zuidelijke kant. Het betreft geen gevelaanzicht. Het beoogde bouwplan voorziet hoogbouw aan de Veerwegzijde. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het beeldmateriaal zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan wordt verduidelijkt. gg) In paragraaf 2.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt onder 10. een 3Dsfeerbeeld met de omgeving weergegeven. Deze afbeelding schept een onjuist beeld van de zichtlijnen, gelet op de beplanting die hier is afgebeeld. Indiener heeft ter verduidelijking nog een tekening toegevoegd met betrekking tot de ligging van de rooilijnen. Beantwoording gg:
Het betreft slechts een sfeerbeeld en geen exacte verbeelding van de bebouwing. Uit de in paragraaf 2.3 van de toelichting opgenomen verbeelding met het bovenaanzicht onder 8. is te zien waar de bebouwing komt. Daarnaast is exact op de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan aangegeven waar woonbebouwing mogelijk is (in het gele vlak). Gevolgen voor bestemmingsplan: Het sfeerbeeld (figuur 11) in de plantoelichting wordt verduidelijkt ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. hh) In paragraaf 3.1.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening besproken met als conclusie dat het niet van toepassing is. Waarom wordt dit dan opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Beantwoording hh:
De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat in een bestemmingsplan wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Eén van de
19
aspecten daarbij is dat een afweging wordt gemaakt of het bestemmingsplan niet is strijd is met landelijke regelgeving, waar het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening deel van uitmaakt. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening moet dus in acht worden genomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. ii) In punt paragraaf 4.4.1. van de toelichting van het bestemmingsplan (indiener spreekt abusievelijk van 4.1.4.) wordt de fietspadsituatie beschreven. Zo komt de oversteek aan de Vondellaan niet meer schuin te liggen maar wordt dit een rechte oversteek. In de huidige situatie zijn het vooral de auto's die de situatie gevaarlijk maken door vanaf de Veerweg een afslaande beweging te maken. Deze situatie lijkt niet te veranderen. Wat is dan de verbetering? Bovendien blijft de ventweg bestaan en het autoverkeer zal door de bebouwing alleen maar toenemen. Het nieuwe fietspad zal binnen een lengte van circa 100 meter op drie punten worden doorkruist door auto's. Dit is niet veilig. Indiener geeft aan dat diverse rotondes vanwege de verkeersveiligheid opnieuw moeten worden ingericht en indiener is van mening dat een dergelijk voortschrijdend inzicht ook nodig zal zijn bij de nieuwe situatie. Beantwoording ii:
Door fietsers een rechte oversteek te geven wordt voor hen de verkeerssituatie overzichtelijker bij het oversteken van de Vondellaan. Daarnaast is het in de toekomstige situatie niet meer mogelijk dat fietsers samen met auto's op de ventweg te rijden. Dit komt de veiligheid ten goede. Daarnaast wordt de structuur van de Veerweg versterkt. Hierdoor is het duidelijker dat de auto's een fietspad over moeten steken om de Vondellaan in te rijden en zodoende toegang te krijgen tot de locatie. Of andersom om toegang te krijgen vanaf de Vondellaan tot de autorijbaan op de Veerweg. Dit zorgt voor een meer overzichtelijke situatie, hetgeen de veiligheid bevordert. Het verkeer op de ventweg zal door de bebouwing niet toenemen omdat de ontsluiting voor bewoners niet aan de Veerweg is gelegen. Gevolgen voor bestemmingsplan: Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd ten gevolge van dit gedeelte van de zienswijze. jj) In paragraaf 4.5 van de toelichting van het bestemmingsplan worden de kabels en leidingen besproken. Indiener vraagt zich af of er wel goed gekeken is naar de bestaande situatie. Indiener verzoekt dit alsnog te doen en daarna een gefundeerde uitspraak hierover te doen. Beantwoording jj: