Bijlage 1 Jaarstukken VRZHZ 2020.pdf
Tekst van het document
Vergaderstuk 2021/309/A.
Jaarstukken 2020 Versie: 1.0 Datum: 15 april 2021
1
pagina 2 van 70
Inhoud 1
Voorwoord ............................................................................................. 5
2
Bestuurlijke samenvatting ....................................................................... 6
3
Strategische ontwikkelingen .................................................................... 8
4
Programmaverantwoording .................................................................... 10
4.1
Beleidsdoelstelling 1: Focus op de voorkant – risicobeheersing ......................... 10
4.2
Beleidsdoelstelling 2: Startklaar en daadkrachtig – preparatie en repressie ......... 13
4.3
Beleidsdoelstelling 3: Samen verder komen – samenwerking ............................ 17
4.4
Beleidsdoelstelling 4: Investeren in bedrijfsvoering-professionaliteit ................. 19
5
COVID-19............................................................................................. 21
5.1
Corona impact-analyse ............................................................................. 21
5.2
Monitor corona-kos ten ............................................................................. 22
6
Paragrafen ........................................................................................... 23
6.1
Weerstandsvermogen en risicobeheers ing ..................................................... 23
6.1.1
Weerstandscapac iteit ............................................................................... 23
6.1.2
Risico’s ................................................................................................. 24
6.1.3
Weerstandsvermogen en risicobeheers ing ..................................................... 24
6.1.4
Financiële kengetallen ............................................................................. 25
6.2
Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................... 26
6.2.1
Vastgoedbeheer ...................................................................................... 26
6.2.2
Voertuige n, persoonlijke bescherming en u itr usting ........................................ 26
6.3
Financier ing ........................................................................................... 26
6.3.1
Renteontwikkeling en -r esultaat ................................................................. 26
6.3.2
Kasgeldlimiet ......................................................................................... 27
6.3.3
Renterisiconorm ..................................................................................... 28
6.3.4
EMU saldo ............................................................................................. 28
6.3.5
Schatkistbankieren .................................................................................. 29
6.3.6
Kredietrisico’s ........................................................................................ 29
6.3.7
Rentetoerekening .................................................................................... 30
6.3.8
Financier ingspositie................................................................................. 31
6.4
Bedrijfsvoering ....................................................................................... 32
6.5
Verbonden partijen ................................................................................. 32
7
Overzicht van baten en lasten ................................................................ 35
7.1
Gerealiseerde bate n en lasten ................................................................... 35
7.1.1
Lasten .................................................................................................. 36
7.1.2
Baten ................................................................................................... 37
7.2
Aanwending post onvoor zien ..................................................................... 37
7.3
Overzicht alge mene dek kingsm iddelen ......................................................... 38
7.4
Inc identele ba ten en lasten ....................................................................... 39
7.5
Struc turele toevoeginge n en onttrekkingen aan de reserves ............................. 39
7.6
WNT-veran twoording 2020 VRZHZ .............................................................. 39
pagina 3 van 70
7.7
Rechtm atigheid ...................................................................................... 40
8
Balans ................................................................................................. 42
8.1
Grondslage n voor waardering en resultaa tbepaling ......................................... 44
8.1.1
Activa .................................................................................................. 44
8.1.2
Pass iva ................................................................................................. 45
8.2
Toelichting op de balans per 31 december 2020............................................. 45
8.2.1
Vaste ac tiv a .......................................................................................... 45
8.2.2
Vlottende ac tiva ..................................................................................... 48
8.2.3
Vaste pass iva ......................................................................................... 49
8.2.4
Vlottende pass iva ................................................................................... 53
8.2.5
Overlopende passiva ................................................................................ 54
9
Monitor frictie-opgave Vijfheerenlanden (5HL) ........................................ 59
10
SiSa bijlage ......................................................................................... 60
11
Vaststelling ......................................................................................... 61
C Bijlagen 62 Bijlage 1: Programmaplan met overzicht van baten en lasten .......................................... 62 Bijlage 2: Overzicht van baten en las ten naar taakveldindeling ....................................... 62 Bijlage 3: Verplichte beleidsindic atoren ...................................................................... 62 Bijlage 4: Ris ico’s .................................................................................................. 63 Bijlage 5: Kredieten ............................................................................................... 66 Bijlage 6: Operationele kentallen .............................................................................. 68
pagina 4 van 70
1
Voorwoord
Het jaar 2020 zullen we ons vooral herinneren als het jaar waarin de Corona pandemie uitbrak. Een crisis met een grote impact op de maatschappij en ook op het personeel en de taakuitvoering van de VRZHZ. Prioriteit is gegeven aan het invullen van de crisisorganisatie en het vormgeven van de noodzakelijke processen om de crisis te bestrijden Het was niet allemaal Corona wat in 2020 de aandacht vroeg. Uiteraard moesten onze basistaken doorgang vinden, en gingen brandbestrijding en hulpverlening door, 24 uur per dag en 7 dagen per week. Ruim 3000 incidenten waren er in 2020. Daarnaast spelen (landelijk) een aantal dossiers met een grote betekenis voor de VRZHZ. De al langer lopende invoering van de nieuwe omgevingswet maar ook de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s en de deeltijdrichtlijn. In deze jaarstukken wordt verantwoording afgelegd over onze inspanningen in 2020. Dank aan allen die in welke vorm dan ook hebben bijgedragen aan deze jaarstukken. Ik dank ook alle medewerkers en betrokkenen binnen en buiten de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid voor hun inzet en betrokkenheid in 2020. Hiermee durf ik met vertrouwen te stellen dat de Veiligheidsregio gesteld staat en zal staan voor de opgaven van nu en in de toekomst met als inzet minder incidenten, minder slachtoffers en minder schade. Mede namens het managementteam van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, C.P.
Frentz Algemeen directeur Commandant Brandweer Secretaris
pagina 5 van 70
2
Bestuurlijke samenvatting
In het jaar 2020 stond veel in het teken van Corona. Een forse inzet is gepleegd om invulling te geven aan de processen en taken die binnen de VRZHZ nodig waren om deze pandemie te bestrijden. Veel in samenwerking met verschillende partners, vooral in het zorgdomein. Het betekende ook het stellen van prioriteiten in de organisatie. De crisis en de kritieke processen zoals brandbestrijding en hulpverlening stonden voorop. Daarnaast hebben we zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de reguliere werkzaamheden. Het betekent ook dat een aantal taken niet of slechts voor een gedeelte zijn uitgevoerd. Deze werkzaamheden zijn voor een groot deel doorgeschoven naar 2021. In 2021 vraagt de Corona pandemie nog veel aandacht en inzet, wat betekent dat ook in 2021 prioriteiten gesteld moeten worden. De risico’s die het doorschuiven van werkzaamheden heeft zijn in het algemeen beperkt. Bij het bepalen van prioriteiten wordt gekeken naar de effecten van de risico’s en mogelijke beheersmaatregelen die kunnen worden getroffen. In 2020 speelde een aantal belangrijke exogene ontwikkelingen die van invloed zijn op de VRZHZ. In het bijzonder lichten we er twee uit. Als eerste de Europese deeltijdrichtlijn. Deze conflicteert met de wijze waarop het huidige stelsel met beroeps- en vrijwillige krachten is vormgegeven.
Landelijk is er grote overeenstemming dat dit stelsel een kostbare waarde voor de brandweer heeft, met als gevolg dat een landelijke denktank onder leiding van burgemeester Kolff nadenkt over hoe gegeven dit stelsel aan de deeltijdrichtlijn kan worden voldaan. Ten tweede heeft in 2020 de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s (WVR) plaatsgevonden. De conclusie is dat een verschuiving nodig is van een geografisch georiënteerde crisisaanpak naar een aanpak waar de aard en omvang van de crisis bepalend is voor zowel de bestuurlijke als operationele schaal en aansturing. Beide ontwikkelingen zijn van invloed op de komende periode en krijgen een plaats in het beleidsplan 2022-2025. Het financieel resultaat ziet er samengevat als volgt uit: Financieel resultaat Bedragen x € 1.000
Resultaat voor onttrekking reserve transitievergoeding 5HL Onttrekking reserve transitievergoeding 5HL Netto resultaat
-1.140 1.145 5
Het positieve resultaat van €5.000 betreft de toegezegde besparing uit het financieel meerjarenperspectief 2016-2020 (MJP). Hiermee is dit MJP afgerond. Het financieel resultaat voor onttrekking is €480.000 minder dan de prognose van €1,62 mln. negatief bij BURAP-II. Het verschil wordt vooral veroorzaakt door de O-bundels ter grootte van €300.000 die waren geraamd voor 2020 maar pas geleverd worden in 2021. Dit is een flexibel slangsysteem dat een veiligere brandweerinzet met meer slagkracht mogelijk maakt. De berekende onttrekking uit de reserve transitievergoeding 5HL voor 2020 bedroeg €1,025 mln. Dit conform de afspraak bij BURAP-II 2019 dat de transitievergoeding 5HL wordt gebruikt om de jaarrekening op nul te laten eindigen. De werkelijke onttrekking over 2020 ligt dus €120.000 hoger. Met andere woorden, los van deze onttrekking is het operationele jaarresultaat €120.000 negatief.
pagina 6 van 70
De kosten die samenhangen met de inzet voor Corona bedragen per saldo €0,775 mln. maar zitten neutraal in het resultaat omdat deze verrekend worden met het ministerie van VWS. Ondanks het vanwege de inzet voor Corona niet behalen van bepaalde ontwikkelopgaves, boeken we toch een negatief operationeel resultaat. De begroting wordt steeds realistischer en besparingen worden ingezet als dekking voor de frictie Vijfheerenlanden. Daarnaast zien we toegenomen kosten voor onder andere ICT en is extra ingehuurd onder andere om ziekte binnen de organisatie op te vangen. Het algemene beeld is dat er steeds minder ruimte is om ontwikkelingen binnen de begroting op te vangen. We spreken in 2021 verder met het bestuur over het geheel van financiële ontwikkelingen.
pagina 7 van 70
3
Strategische ontwikkelingen
Het bestuur heeft in haar retraite van het voorjaar 2019 een duidelijke koers aangegeven voor de komende jaren. De Veiligheidsregio wil staan voor een regio die compact, nabij en veerkrachtig is. Daarbij spelen een aantal belangrijke ontwikkelingen, veelal op landelijke schaal, die impact hebben of kunnen krijgen. Zonder uitputtend te zijn noemen we de belangrijkste ontwikkelingen: Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s (WVR) De huidige WVR dateert van 2010. In 2020 is deze wet door een commissie geëvalueerd. De invulling van de aanbevelingen van deze commissie zal naar verwachting duidelijk worden in de beleidsplanperiode 2022-2025. De commissie concludeert dat er een verschuiving nodig is van een geografisch georiënteerde crisisaanpak naar een aanpak waar de aard en omvang van de crisis bepalend is voor zowel de bestuurlijke als operationele schaal en aansturing. Deze verschuiving doet recht aan de toenemende complexiteit en onderlinge samenhang van huidige en toekomstige crises. Dergelijke crises vragen om een bestuurlijke en operationele aansturing die gestoeld is op het denken in netwerken. Dit vraagt om een andere manier van samenwerking met vele verschillende, zowel publiek als private partijen.
De commissie adviseert om de regie over crisisbeheersing decentraal te beleggen bij de burgemeesters en voorzitters veiligheidsregio en centraal bij de minister van Justitie en Veiligheid. Deeltijdrichtlijn De Europese deeltijdrichtlijn gaat uit van het principe dat gelijk werk in voltijd en in deeltijd gelijk beloond moet worden. Dit conflicteert met de wijze waarop het huidig brandweerbestel is vormgegeven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad hebben vastgesteld dat er veel waarde wordt gehecht aan het huidige hybride stelsel van beroeps- en vrijwillig brandweerpersoneel in Nederland, en te willen zoeken naar een oplossing die dicht bij het huidige bestel blijft. Hiertoe is een landelijke denktank opgericht met als opdracht ‘Onderzoek hoe de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van de beroepskrachten en breng in kaart welke mogelijke consequenties dit voor de brandweerorganisatie heeft’. Dit zal in de komende periode verder worden uitgewerkt en zal van invloed zijn op de brandweerorganisatie van de toekomst. Wnra en werkgeversvereniging De veiligheidsregio’s vallen onder het bereik van de Wnra (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren). Bij de voorbereiding van de implementatie van de Wnra is gebleken dat de situatie binnen de veiligheidsregio’s behoorlijk complex is.
Dat is vanwege de verscheidenheid aan groepen medewerkers en de verschillende arbeidsvoorwaardenregelingen die voor hen gelden. Er wordt een werkgeversvereniging voor veiligheidsregio’s opgericht. Dit biedt de mogelijkheid om specifieke brandweervraagstukken in landelijke kaders te regelen en dit doet recht aan deze bijzondere doelgroep. Omgevingswet De Omgevingswet beoogt een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de omgeving, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is verschillende malen uitgesteld. Mede vanwege de coronacrisis wordt de invoering uitgesteld tot 1 januari 2022.
pagina 8 van 70
De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Onderdeel is een digitaal stelsel Omgevingswet (DSO), met als doel onder meer het beschikbaar stellen van informatie over de fysieke leefomgeving. Het wordt de opvolger van het digitale Omgevingsloket.
De VRZHZ staat aan de vooravond van het nieuwe beleidsplan 2022-2025 waarin deze ontwikkelingen in verhouding worden gebracht tot de koers die de VRZHZ voor ogen staat.
pagina 9 van 70
4
Programmaverantwoording
Legenda: Kleurenmodel beleidsdoelstellingen Groen
Speerpunt is in 2020 behaald/afgerond.
Oranje
Speerpunt is in 2021 grotendeels behaald/afgerond en zal naar verwachting in Q1 2021 volledig behaald/afgerond worden.
Rood
Speerpunt is niet behaald/afgerond in 2020 of Q1 2021. De speerpunten waarvan de prognose aangeeft dat die niet behaald worden (rood) bevatten een toelichting op vlak van gevolgen en mogelijke risico’s.
4.1
Beleidsdoelstelling 1: Focus op de voorkant – risicobeheersing
1.
Wat wilden we in 2020 bereiken? We optimaliseren de processen, implementeren zaakgericht werken en gaan door met het ontwikkelen van risicogericht adviseren. Bovendien versterken we de samenwerking door in te zetten op deelname aan en het creëren van slimme, goed gebouwde netwerken, waarbinnen wij een stevige positie innemen. Vanuit deze positie motiveren wij (en/of onze netwerken) organisaties en burgers en beïnvloeden daarmee hun gedrag zodanig, dat zij beter in staat zijn waakzaam, zelfredzaam en samenredzaam te zijn om zo de (fysieke) veiligheid te vergroten. Ons uitgangspunt hierbij is een zuivere verantwoordelijkheidsverdeling: vanuit gelijkwaardig partnerschap stimuleren wij, met een proactieve en betrokken houding, partijen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen voor (brand)veilig wonen, werken en recreëren.
pagina 10 van 70
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2020? Speerpunt
Realisatie (inclusief evt. toelichting)
De algemene voortgang in de verdere ontwikkeling van de processen Veilig Leven, Veilig Gebruik Bouwwerken en Veilige Omgeving. De voortgang van het programma Veranderende omgeving, met name als gevolg van de komst van de Omgevingswet. De voortgang van het programma Multidisciplinaire risicobeheersing. De inzet en resultaten van de aanhaking en inspeling op de grootschalige (infrastructurele) onderhoudsopgave 2019-2030 “Vernieuwen, Verjongen, Verduurzamen”. Mono- en multidisciplinaire evenementenadvisering. De inzet op versterking van zelfredzaamheid en
Wettelijke taak – risicocommunicatie is
risicocommunicatie via een doelgroepgerichte aanpak.
de afgelopen jaren onvoldoende opgepakt en door de corona-crisis stilgevallen. De huidige crisis benadrukt het belang ervan. De inhaalslag willen we in 2021 met prioriteit oppakken. Risico is aanwezig dat er door een langdurige corona-crisis (te) weinig capaciteit voorhanden is.
Het nader invullen van de regisseursrol zelfredzaamheid met de gemeenten. N.b. Sinds de bestuurlijke heroriëntatie zijn nieuwe rollen benoemd voor de VRZHZ en is er een gewijzigde kijk op verantwoordelijkheidsverdeling. Verdere versterking zorgcontinuïteit binnen de witte keten.
Opmerkingen Veel onderdelen zoals multi-disciplinaire evenementenadvisering, risicocommunicatie en een deel van onze voorbereidingen op de Omgevingswet hebben in 2020 door de corona-crisis vertraging opgelopen. Dit komt onder meer door de (mede-)afhankelijkheid van externe factoren en stakeholders. In geval van risicocommunicatie wordt zolang deze corona-crisis duurt de capaciteit ingezet ten behoeve van crisiscommunicatie, waarmee de producten van Veilig Leven en Multidisciplinaire risicobeheersing vertraagd zijn. En als gevolg van een verlaging van het aantal controles en netwerken die nu minder actief zijn, wordt personele capaciteit ingezet ter versterking van de crisisorganisatie. Tegelijkertijd schakelt de VRZHZ tijdens de corona-crisis over op digitale manieren van samenwerken om zo goed mogelijk de reguliere processen doorgang te laten vinden. In 2020 zijn hierop forse verbeteringen doorgevoerd. Zo zijn er in het kader van BrandVeilig Leven digitale lessen ontwikkeld en zijn infographics gemaakt ten behoeve van ouderen en scholieren. De werkprocessen voor advisering en inspectie zijn in het zaaksysteem opgenomen. Daarmee is een grote stap gezet naar het digitaal voorbereid zijn op de komst van de Omgevingswet. Daarnaast is er een grote inspanning geleverd om de objectinformatie vanuit onze oude systemen en archieven in het zaaksysteem te zetten.
Bij evenementenadvisering zien pagina 11 van 70
we een verschuiving in aandacht voor ‘Openbare Orde & Veiligheid’ naar ‘Gezondheid’. De VRZHZ heeft hierop ingespeeld met o.a. extra afstemming, kennisvergaring en kennisdeling. Dit laatste middels het organiseren van workshops ‘evenementenadvisering in coronatijd’ voor gemeente-ambtenaren. Dit zijn enkele voorbeelden hoe de VRZHZ over de volle breedte tijdens de corona-crisis schakelt en de focus binnen de huidige kaders op de voorkant houdt.
pagina 12 van 70
4.2
Beleidsdoelstelling 2: Startklaar en daadkrachtig – preparatie en repressie
2.
Wat wilden we in 2020 bereiken? Wij zetten ons in voor een goed voorbereide en slagvaardige brandweer- , risico- en crisisbeheersingsorganisatie met oog voor vrijwilligers en crisisfunctionarissen, vakmanschap, goede informatiepositie en veiligheid. Hierbij gaat brandweerzorg onder andere over het bestrijden en beperken van brand, over het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en over het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. Om goede brandweerzorg te kunnen leveren is het onder andere van belang om goed opgeleide en geoefende brandweermensen te hebben. Daarnaast wordt meer ingezet op het versterken van het lerend vermogen, veilig werken en de operationele informatievoorziening. De wijze van brandweeroptreden wordt meer vraag- en risicogericht ingestoken: we bereiden ons veel gerichter voor op de risico’s en de daarbij horende vraag vanuit de maatschappij. Het beroep dat de maatschappij op de brandweer doet is hierbij uiteenlopend. De brandweer springt daar flexibel op in. Differentiatie in inzet wordt in de gehele regio verder doorontwikkeld in het verlengde van de variabele voertuigbezetting. Dit leidt tot een meer toekomstbestendige brandweerorganisatie die aansluit bij de veranderende maatschappij. Dit vraagt om een andere manier van opleiden, oefenen en het inregelen van uitrukprocedures.
Deze andere manier van werken wordt in 2020 bestendigd. Ook dragen wij in 2020 zorg voor een goed gefaciliteerde, opgeleide en deskundige 24/7 parate crisisorganisatie voor opgeschaalde situaties. Hierbij richten we ons op de multidisciplinaire, geneeskundige (hierna: GHOR) en bevolkingszorgprocessen zoals beschreven in de Wet veiligheidsregio’s (hierna: Wvr). De multidisciplinaire processen omvatten onder meer de processen leiding en coördinatie, crisiscommunicatie, informatiemanagement en resourcemanagement. De meldkamers van Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid zijn in 2018 fysiek samengevoegd. De samenvoeging wordt nu ook op operationeel vlak met het uniformeren van de processen en protocollen, gecompleteerd. Het totale samenvoegingsproject wordt in 2020 afgerond. Daarnaast loopt het traject rondom de landelijke Melkamer Samenwerking. De hieraan verbonden wetgeving is per 1 januari 2020
pagina 13 van 70
ingegaan. Afspraken over de (wijze van) overdracht zullen gemaakt worden en eind 2022 zal het transitieproces voor alle meldkamers afgerond moeten zijn.
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2020? Speerpunt
Realisatie (inclusief evt. toelichting)
Implementatie dekkingsplan 2018. Voorbereiding dekkingsplan Brandweer 2022. Beschikbaarheid van (brandweer)mensen overdag verbeteren door gebruik te maken van moderne technische middelen (Brandweer van de toekomst). Afronden van het programma Posten centraal in het kader van
Geen wettelijke taak. Vertraging van
het binden en boeien van vrijwilligers.
afronding heeft geen risico’s op vlak van paraatheid tot gevolg. Programma wordt in 2021 verder opgepakt, incl. de ervaringen uit 2020.
Herziening en verbetering van de brandweerspecialismes. Verdere professionalisering van het brandweeronderwijs. Uitwerken van de gevolgen van de energietransitie (van het gas af en vernieuwde energiebronnen en -opslag) voor de fysieke veiligheid. Begeleiding van de overdracht van de gezamenlijke meldkamer naar de landelijke meldkamer door uitvoering te geven aan het daarbij horende transitieproces en de herijking van bestaande bestuurlijke financieringsafspraken. Het lopende beleidsplan ‘Grof & extreem geweld Brandweer’
Dit ligt in het verlengde van onze
evalueren en afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie en
wettelijke taak - Risico’s van vertraging
de laatste ontwikkelingen een nieuw beleidsplan opstellen.
zijn beperkt. Naar verwachting wordt het niveau in de toekomst op peil gehouden op het niveau Basis+ zoals bepaald in het beleidsplan ‘Grof en extreem geweld Brandweer’.
Verbeteringen doorvoeren in de huisvesting en het onderhoud van de middelen en de instandhoudingskosten van de bedrijfsvoeringmiddelen van de werkplaatsen (vaar- en voertuigen, ademlucht en Spinel). De algemene voortgang in de verdere ontwikkeling van de vormgeving van het proces Planning en logistiek. Planvorming ten aanzien van infrastructuur (water, spoor en wegen) moderniseren. Doorontwikkeling ‘Incidentbestrijding te water’ en het opstellen van een visie en waterrisicoprofiel Verdere borging én evaluatie van de in 2018 ingezette innovaties bij GHOR (gezamenlijke GGD-GHOR crisisorganisatie) en bevolkingszorg (regionale én lokale versterking). pagina 14 van 70
Continueren van aansluiting van de crisisorganisatie op de actuele ontwikkelingen. Dit betekent dat:
Relevante (landelijke) ontwikkelingen op het gebied van informatiemanagement en crisiscommunicatie worden gevolgd;
Informatie over nieuwe crisistypen of nieuwe informatie over bestaande crisistypen wordt verwerkt in planvorming en vakbekwaamheid, en expertise binnen de kolommen GHOR, bevolkingszorg en multidisciplinaire crisisbeheersing wordt uitgebouwd;
Evaluatie van mono- en multidisciplinaire inzetten.
Opmerkingen De evaluaties van de mono- en multidisciplinaire inzetten hebben op de afgesproken termijnen plaats gevonden en de huidige corona-crisis is gedurende de crisis geëvalueerd. De verbeterpunten uit de evaluaties zijn in 2020 echter niet opgepakt. Ook heeft de evaluatie van het beleidsplan ‘Grof en extreemgeweld’ in 2020 niet plaatsgevonden. Dit gaan we in 2021 wel realiseren en zal input opleveren voor een nieuw op te stellen meerjarenbeleidsplan ‘Grof en extreem geweld’ voor de brandweer. Een nieuw speerpunt dat niet in de Begroting 2020 stond, maar naar aanleiding van de bestuurlijke retraite 2019 is opgenomen, is het onderzoeken van de risico’s en de daarop te bepalen slagkracht met betrekking tot incidentbestrijding op het water. Op basis van dit onderzoek is de visie op het specialisme incidentbestrijding te water in concept ontwikkeld. Dit traject is opgestart, maar heeft door de coronacrisis vertraging opgelopen. De besluitvorming wordt hierover in 2021 genomen. Verder is de doorontwikkeling van de processen Planning en Logistiek (koud en warm) breder opgepakt dan initieel beoogd. Aan dit traject is namelijk gekoppeld de reconstructie van Topdesk (ons service managementsysteem) met als doel om dit systeem vollediger te benutten. De doorontwikkeling van de processen heeft enige vertraging gekregen door de Coronacrisis. Wel zijn er stappen gezet.
De verwachting dat eind 2020 de kritieke processen beschreven zijn en voor een groot deel geïmplementeerd zijn is niet waargemaakt. Er zijn wel twee projectgroepen actief bezig geweest, die de huidige situatie, de gewenste situatie en de weg naar de gewenste situatie goed inzichtelijk hebben gemaakt. Verder zijn er in het transitieproces van de Landelijke Meldkamer Samenwerking afspraken gemaakt. Het financiële beeld en de daarbij horende afspraken zijn duidelijk geworden. Wel vergt de overgang van een regionale sturing naar een landelijke sturing nog inspanning om dit naar tevredenheid te laten lopen. Dit traject wordt in 2021 afgerond. Er zijn verbeteringen doorgevoerd in de huisvesting en het onderhoud van de middelen en de instandhoudingskosten van de bedrijfsvoeringmiddelen van de werkplaatsen. Denk hierbij aan planmatiger werken, een aannamebalie werkplaats, verbetering in het vastleggen van werkafspraken en dergelijke. Dit traject loopt door naar 2021. De planvorming is verder gedigitaliseerd en geactualiseerd. Dit is een meerjarig en cyclisch traject. De coronacrisis heeft wel voor vertraging gezorgd, maar er is wel voortgang geboekt zodat er een geactualiseerd operationeel handboek beschikbaar is. De leergangen (manschap A opleiding en instructeur) zijn in 2020 geactualiseerd. Daarnaast zijn de overige leergangen in samenwerking met het IFV bekeken.
Dit is een meerjarig traject, waarbij het IFV pagina 15 van 70
het tempo bepaalt. Daarnaast is met slimme ingrepen ervoor gezorgd dat de vakbekwaamheid van de brandweerposten, ondanks een initiële stop in opleidingen en oefenen dit voorjaar, op peil gehouden is. Onder meer via het organiseren van webinars en het faciliteren van voorbereidingen op theorie-examens vanuit huis is dit bewerkstelligd. Hiermee is 100% van de functionarissen geslaagd. Op deze wijze beschikt de VRZHZ ook tijdens de corona-crisis over voldoende opgeleide en getrainde functionarissen binnen de brandweerposten. We constateren verder ook positieve bijkomende effecten als gevolg van de corona-crisis, zoals een intensiveren en accelaratie van de samenwerking tussen de GHOR en de DG&J/GGD. Expliciet willen we vermelden dat de VRZHZ veel lering trekt uit de corona-crisis. De expertise neemt hierdoor fors toe.
pagina 16 van 70
4.3
Beleidsdoelstelling 3: Samen verder komen – samenwerking
3.
Wat wilden we in 2020 bereiken? Onze doelstelling is een compacte veiligheidsregio te vormen, die slagvaardig en doelmatig in de nabijheid van haar opdrachtgevers en partners opereert. Dat kunnen wij op onderdelen alleen maar realiseren door goede samenwerking met die opdrachtgevers en partners. Samenwerking binnen onze organisatie, binnen onze regio met gemeenten, met andere gemeenschappelijke regelingen, andere overheden en private ondernemingen, maar ook samenwerking buiten onze regio: met o.a. andere veiligheidsregio’s, overheden en private ondernemingen. In 2020 zorgen we, door actief samen te werken, voor aansluiting van de organisatie op de actuele ontwikkelingen, versterking van partnerschappen en waar mogelijk oefenen we invloed uit op relevante ontwikkelingen op zowel landelijk als lokaal niveau, onder meer door stevige participatie in diverse netwerken.
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2020? Speerpunt
Realisatie(inclusief evt. toelichting)
Wij versterken partnerschappen met relevante (crisis-) partners en vormen een verbindende schakel tussen partners. Binnen het Programma Veranderende Omgeving implementeren we accountmanagement op het vlak van risicobeheersing en zetten we in op het integraal adviseren met diensten als OZHZ en DG&J. Onze aansluiting met ketenpartners binnen de monodisciplinaire kolommen wordt verbeterd. Onze medewerkers participeren waar mogelijk in (landelijke) netwerken, delen kennis uit VRZHZ, beïnvloeden landelijke besluitvorming en nemen nieuwe ontwikkelingen en kennis mee terug.
pagina 17 van 70
We ontwikkelen onze deelname aan bestaande (doelgroep gerelateerde) netwerken door in co-creatie met de partners onze speerpunten zo veel mogelijk te verwezenlijken. In 2020 wordt de Wet veiligheidsregio’s geëvalueerd. Wij participeren waar mogelijk in deze evaluatie, bij voorkeur in samenwerking met andere veiligheidsregio’s.
Opmerkingen De integrale advisering is medio 2020 als product losgelaten en de focus is verlegd naar de verbeteringen in het proces waarmee de drie regionale uitvoeringsdiensten vroegtijdig in beeld van de gemeente zijn en in een rol als interne partner kunnen komen. Als gevolg van de corona-crisis zijn veel vak gerelateerde netwerken gedurende het jaar tijdelijk stopgezet. Deze zijn inmiddels veelal digitaal opgestart. De VRZHZ heeft, waar nodig, de aansluiting met deze netwerken gerealiseerd. Ook constateren we dat niet alle netwerken zijn opgestart en dat de digitale voortzetting van netwerken in sommige gevallen minder effectief werkt. Het netwerk van de GHOR is vanwege de COVID-19 crisis daarentegen verbreed en de samenwerking met haar ketenpartners is op alle fronten geïntensiveerd Voor wat betreft de Europese projecten, waar de VRZHZ omwille van kennisontwikkeling /-uitwisseling in participeert, kan gemeld worden dat het lopende project ten behoeve van de kwetsbaarheid van dijken (oVERFLOw) weliswaar doorloopt, maar door corona en door een aardbeving in partnerstad Zagreb vertraagd is. We zien over de volle breedte dat de corona-crisis een negatief effect kan hebben op vele netwerken. Daarentegen vindt er door de crisis op andere vlakken juist een verbeterde uitwisseling in de netwerken plaats.
Zo worden de scenario’s van Zuid-Holland Zuid tijdens de crisis landelijk gedeeld en gebruikt. Vanuit de VRZHZ is zowel op regionaal niveau als in de landelijke structuren actief geparticipeerd in de wetsevaluatie.
pagina 18 van 70
4.4
Beleidsdoelstelling 4: Investeren in bedrijfsvoeringprofessionaliteit
4.
Wat wilden we in 2020 bereiken? Speerpunten in deze beleidsperiode en daarmee ook in 2020 liggen op het gebied van HRM, de beleidscyclus, managementrapportages, communicatie, en informatiemanagement. Daarbij zet de VRZHZ in op de deskundigheid van haar medewerkers en kwaliteit van haar bedrijfsvoering via een continu proces van leren en verbeteren. Als lerende organisatie heeft zij de kwaliteit van haar diensten hoog in het vaandel staan. Een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsvoering is een essentiële speler die hier faciliteert en dit mogelijk maakt.
Wat hebben we daarvoor gedaan in 2020? Speerpunt
Realisatie (inclusief evt. toelichting)
Het proces-/zaak-gericht werken wordt, waar dat toegevoegde
Geen wettelijke taak – De verdere
waarde heeft, verder uitgerold.
uitrol is door de corona-crisis stopgezet en wordt in 2021 weer opgepakt. De vertraging heeft geen risico’s tot gevolg.
We geven de transitie naar een Informatie-gestuurde organisatie
Onderdeel hierin is een verplichting
verder vorm.
voor de Omgevingswet - Om dit risico af te dekken is dit onderdeel als eerste opgepakt, waarna de andere delen opgepakt zullen worden. Hierin zijn er geen risico’s voor onze dienstverlening.
In 2020 wordt het het nieuwe beleidsplan 2021-2024 opgesteld
Wettelijk plan –Vertraging is in AB juni
en vastgesteld, met als input het in 2019 vernieuwde regionaal
vastgesteld en leidt niet tot een
risicoprofiel.
knelpunt. De begroting 2022 wordt conform staand beleid opgesteld en aangevuld met nieuwe ontwikkelingen.
Robuust personeelsbeleid van de operationele brandweerorganisatie, waaronder tweede loopbaanbeleid, pagina 19 van 70
eigentijdse zorg en borging van aantrekkelijkheid voor vrijwilligheid en de voorbereiding van de Wnra. 2020 staat in het teken van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Wnra, met name de implementatie in de organisatie, de communicatie richting medewerkers en de omscholing van de HRM-medewerkers. Op het gebied van huisvesting continueren we het onderhoud en beheer van onze gebouwen, zetten we ons in als adviseur bij (nieuw)bouw van (brandweer)huisvesting en zullen wij met een visie komen over huisvesting van de VR. Diverse projecten en trajecten die in de voorgaande jaren opgestart zijn, maar omwille van de reorganisatie nog niet volledig uitgevoerd zijn, worden afgerond. De invoering, inrichting en implementatie van een nieuw financieel softwarepakket.
Opmerkingen De landelijke gesprekken over het moment van invoering van de Wnra en over de oplossingsrichting voor de deeltijdrichtlijn zijn als gevolg van de corona-crisis lange tijd stilgezet. Deze zijn inmiddels weer opgestart. Voortschrijdend inzicht leert ons dat niet de Wnra, maar de deeltijdrichtlijn grote gevolgen heeft voor de rechtspositie van de vrijwilligers. Daarom hebben we het afgelopen jaar de focus gelegd op de gekozen richting hoe de Veiligheidsregio(’s) omgaan met de deeltijdrichtlijn en de wens voor instandhouding van het stelsel van vrijwilligheid. In 2020 is de invoering van het nieuw financieel softwarepakket gerealiseerd en afronding vindt plaats in 2021. Daarnaast is als gevolg van de corona-crisis het opstellen van het nieuwe beleidsplan uitgesteld. Bestuurlijk is besloten deze eind 2021 vast te stellen met een looptijd van 2022-2025. Tevens zien we als gevolg van de corona-crisis een vertraging bij het opstellen van de visie over de huisvesting van de VRZHZ. Deze vertraging geeft de VRZHZ de gelegenheid om nieuwe inzichten en ideeën, die de coronacrisis op het vak van plaats-ongebonden werken met zich meebrengt, in de visievorming mee te nemen.
Meer in het algemeen heeft de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering vertraging opgelopen doordat de combinatie van thuiswerken, ziekte (inclusief Corona) en inzet van eigen medewerkers binnen de crisisorganisatie tot verminderde capaciteit en ontwikkelvermogen heeft geleid. De werkdruk is hoog geweest in 2020 en we zijn er trots op dat alle reguliere processen gewoon doorgang hebben gevonden.
pagina 20 van 70
5
COVID-19
5.1
Corona impact-analyse
In het voorjaar van 2020 is corona-crisis uitgebroken, een crisis van ongekende duur en impact. Gedurende het jaar heeft de VRZHZ een duidelijker beeld gevormd van de impact die de corona-crisis op de VRZHZ en haar ambities, speerpunten en werkprocessen zal hebben. Dit beeld heeft geleid tot een impact-analyse. Hierin wordt de impact vanuit het perspectief van de organisatie VRZHZ weergegeven. Ook belicht deze de korte termijneffecten (2020) en lange termijneffecten (2021 t/m 2023). De uitgebreide realisatie-analyses, inclusief mogelijke risico’s, zijn opgenomen in Hoofdstuk 4: Programmaverantwoording. Bij 5.2: Monitor Corona-kosten zijn de financiële gevolgen van de coronacrisis weergegeven. Zo lang de crisis zich voortzet worden soortgelijke meer/minkosten verwacht, met de omvang afhankelijk van de ontwikkeling van de crisis en de passende maatregelen. Legenda: Impact-analyse Impact op continuiteit werkzaamheden Voordelig of geen nadelig effect Licht nadelig effect Matig nadelig effect Zwaar nadelig effect, beheersbaar Zwaar nadelig effect, niet beheersbaar Continuiteit niet gewaarborgd *dit kleurenmodel geldt alleen voor de Corona impact-analyse in dit hoofdstuk. De prognose op de beleidsspeerpunten (hoofdstuk 3) bevat een ander kleurenmodel - die in hoofdstuk 1 wordt toegelicht.
Deze impact-analyse treft u hieronder. Figuur: Impact-analyse Corona op beleid en geld
pagina 21 van 70
5.2
Monitor corona-kosten
De VRZHZ monitort de extra kosten die zij als gevolg van de corona-crisis kent. Conform de afspraken met de Rijksoverheid en in het Veiligheidsberaad worden deze meerkosten per Veiligheidsregio gemonitord en bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gedeclareerd volgens de vooraf afgesproken uitgangspunten. Ook is afgesproken dat volgend jaar de meerkosten over2021 op dezelfde wijze gedeclareerd kunnen worden. Hiermee zal de Veiligheidsregio in 2020 en 2021 geen direct exploitatieverlies lijden op de meerkosten die de corona-crisis met zich meebrengt. De monitor corona-kosten van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is met de gemeenten en uitvoeringsdiensten (OZHZ en DG&J) in Zuid-Holland Zuid afgestemd en bestaat uit een gerealiseerde stand t/m eind december 2020. Hierin zijn de minderkosten en minderinkomsten verrekend. De VRZHZ haalt voordeel noch nadeel uit deze declaratie. Kostensoort
Opgave kosten VRZHZ
Coronahotels/centra
Inkoop en distributie PBM
€ 40.341
Overige specifieke meerkosten Overige Meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding
14.384
Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding
921.294
Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten Subtotaal
198.192 173.668 € 1.307.538
Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding
-368.838
Meldkamer ROC (opleidingen)
-187.662
GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding
-101.116
Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
84.272
Subtotaal
-€ 573.344
Totale kosten 2020
€ 774.536
pagina 22 van 70
6
Paragrafen
Conform het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) zijn in de jaarstukken de volgende paragrafen van toepassing. 1. weerstandsvermogen en risicobeheersing; 2. onderhoud kapitaalgoederen; 3. financiering; 4. bedrijfsvoering; 5. verbonden partijen.
6.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de financiële positie in relatie tot het weerstandsvermogen en de risico’s. Onder weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om potentiële tegenvallers op te vangen. Conform Besluit 2018 664A houdt de VRZHZ een eenvoudige, bescheiden buffer aan van 1% van het totaal van de lasten van het volgende begrotingsjaar met een minimum van €500.000.
6.1.1
Weerstandscapaciteit
Of de VRZHZ in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het geld en de mogelijkheden bestaan onder andere uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s waar de gemeente mee wordt geconfronteerd (risicoprofiel), bijvoorbeeld financiële risico’s binnen projecten. Voor deze risico’s kunnen geen verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd omdat de risico’s zich niet regelmatig voordoen en niet goed meetbaar zijn. De weerstandscapaciteit betreft de middelen en de mogelijkheden waarover de VRZHZ beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit van de VRZHZ bedraagt €500.000 en is in de onderstaande tabel nader toegelicht. Beschikbare weerstandscapaciteit (in €) Algemene reserve per 31 december Onvoorzien Totale weerstandscapaciteit
ultimo 2020 500.000 10.000 510.000
ultimo 2019 500.000 10.000 510.000
Ten opzichte van de jaarstukken 2019 is de weerstandscapaciteit ongewijzigd.
pagina 23 van 70
6.1.2
Risico’s
Een risico is een kans op het optreden van een positieve dan wel negatieve gebeurtenis van materieel belang die niet is voorzien in de begroting. In de onderstaande tabel wordt een geactualiseerd overzicht van de huidige risico’s gepresenteerd. Indien risico’s zijn afgedekt middels maatregelen zoals het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van (bestemming)reserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle, zijn ze niet opgenomen in deze paragraaf. Voor de volledige beschrijving van de risico’s wordt verwezen naar bijlage “Risico’s”.
Nr.
Risico
1. 2. 3. 4. 5.
Langdurige calamiteit Garantstelling en risico’s leningen oefenterrein Uitval middelen en ICT Centrale werkplaatsen Deeltijdrichtlijn Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Benodigde Financiële Kans weerstandsgevolgen Risicoprofiel I/S* (%) capaciteit in € in € 500.000 33% Hoog (20%) I 33.000 1.400.000 5% Midden (10%) I 7.000 100.000 25% Hoog (20%) I 5.000 275.000 5% Midden (10%) I 1.375 3.500.000 50% Hoog (20%) S 350.000 396.375
* Bij een structureel risico gaan wij conform ons beleid uit van 4 jaar.
6.1.3
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Ambities kunnen niet gerealiseerd worden zonder risico’s te nemen. Risico’s horen bij het proces van verandering. Tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van bestaat een relatie. Deze relatie wordt het weerstandsvermogen genoemd. Dit is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de (niet afgedekte) risico’s die zich kunnen manifesteren. Deze is als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 510.000 € 396.375
=
1,29
Aan deze ratio is de volgende waardering toegekend: Waardering
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De VRZHZ streeft naar een voldoende waardering. Hiervan is sprake bij een waardering van 1,0 of hoger. Dit betekent dat de VRZHZ over voldoende weerstandscapaciteit beschikt ten opzicht van de benodigde weerstandscapaciteit.
pagina 24 van 70
6.1.4
Financiële kengetallen
In de volgende tabel is een aantal kengetallen opgenomen dat inzichtelijk maakt over hoeveel (financiële) ruimte de VRZHZ beschikt om structurele en incidentele lasten op te kunnen vangen. Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Realisatie 2019 103,2% 101,6% 14,3% -0,3%
Begroting 2020 125,0% 123,0% 3,0% -1,0%
Realisatie 2020 112,2% 111,0% 10,4% -1,8%
Onderstaande signaleringswaarden zijn afgesproken: kengetal gezond netto schuldquote <90% netto schuldquote gecorrigeerd <90% solvabiliteitsratio >50% structurele exploitatieruimte >0%
neutraal 90-130% 90-130% 20-50% 0%
risicovol >130% >130% <20% <0%
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De Provincie adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. Netto schuldquote gecorrigeerd Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. Als gevolg van investeringen is de financieringsbehoefte in 2020 toegenomen. Hiervoor zijn zowel langals kortlopende geldleningen afgesloten. Om die reden is de netto schuldquote gestegen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de VRZHZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe groter de weerbaarheid. De solvabiliteit als de verhouding tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen is met 3,9% verslechterd ten opzichte van vorig jaar. Dit komt door de afname van het eigen vermogen (reserves) en de toename van het vreemd vermogen (geldleningen).
De langlopende geldleningen bestaan uit aangetrokken leningen met een termijn van 30 jaar voor de financiering van de aanschaf van de kazernes. De hiermee gemoeide kapitaallasten worden volledig gedekt binnen de exploitatie. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen hoe groot de structurele exploitatieruimte is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte pagina 25 van 70
biedt om de lasten te blijven dragen. Een positief cijfer betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente van de langlopende leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte is ten opzichte van 2019 gedaald met 1,5%. De daling wordt veroorzaakt door de minimale structurele ruimte binnen de begroting. Het Bestuur is geïnformeerd over de verslechtering die bij BURAP-II 2020 al zichtbaar werd. In 2021 wordt in de bestuurlijke retraite hier verder op doorgesproken.
6.2
Onderhoud kapitaalgoederen
6.2.1
Vastgoedbeheer
Het beheer en onderhoud zijn planmatig georganiseerd en gericht op het behoud van het gewenste kwaliteitsniveau waarin de beoogde functie van gebruik ongestoord mogelijk wordt gemaakt. Het onderhoud is uitgewerkt in een 3-jaarlijks te actualiseren Meerjaren Onderhoudsplan (MOP). Sinds 1 januari 2016 heeft de VRZHZ panden in eigendom, voor het onderhoud van deze panden is een voorziening ingesteld. In deze voorziening wordt jaarlijks een bedrag gestort. Gedurende het jaar worden de uitgaven gemonitord en gevolgd. Eventuele aanpassingen worden gerapporteerd in de financiële en bestuurlijke planning & control cyclus. De hoogte van de actuele voorzieningen waaronder MOP’s liggen zijn gepresenteerd in tabel 8.2.3.6.
6.2.2
Voertuigen, persoonlijke bescherming en uitrusting
Onderhoud en reparatie aan voertuigen, persoonlijke bescherming en uitrusting voert bureau Materieel & Logistiek van de VRZHZ zelfstandig, dan wel onder regie extern uit. Hiervoor heeft zij, centraal voor vaar- en voertuigen en decentraal voor ademlucht, een aantal werkplaatsen ingericht. Onderhoud is uitgevoerd conform de bestaande beleid- en beheernotitie.
6.3
Financiering
6.3.1
Renteontwikkeling en -resultaat
De rentevergoeding op de rekening-courant met de schatkist is gelijk aan de daggeldrente. In 2020 was dit 0%. Ultimo boekjaar is het rentepercentage -/- 0.5461. De gerealiseerde rentebaten met betrekking tot het schatkistbankieren zijn in 2020 nihil. Het renteresultaat 2020 is €84.000. De totale rentelasten op langlopende leningen bedraagt €1.183.096. De rentebaten bestaan uit de toegekende rente aan de kapitaallasten en reserves en de rentevergoeding over de uitstaande geldleningen.
1
https://www.euribor-rates.eu/nl/actuele-euribor-tarieven/2/euribor-rente-3-maanden/
pagina 26 van 70
6.3.2
Kasgeldlimiet
Onder kasgeldlimiet wordt verstaan: “een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar”. Op grond van artikel 2, lid 1 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden is de kasgeldlimiet voor de gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 8,2%2. De kasgeldlimiet is een instrument om het renterisico op de netto vlottende schuld te beperken. Hiermee wordt voorkomen dat fluctuaties in de korte rente (maximaal 1 jaar) een relatief grote impact op de rentelasten hebben. De kasgeldlimiet is bepaald op een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van de jaarbegroting, zoals deze bij aanvang van het jaar is vastgesteld, met een ministeriële regeling vastgesteld minimumbedrag. mnd
1 Vlottende korte schuld
2 Vlottende middelen
Netto vlottende sc huld (+) danwel netto vlottende 3 middelen (-)
x €1.000
mnd
x €1.000 mnd
x €1.000 mnd
x €1.000
1
0
4
0
7
0
10
2
0
5
2.000
8
0
11
0 0
3
2.000
6
0
9
0
12
4.000
1
5.861
4
4.111
7
3.978
10
9.732
2
1.489
5
316
8
343
11
1.229
3
3.580
6
3.212
9
8.599
12
2.055
1
-5.861
4
-4.111
7
-3.978
10
-9.732
2
-1.489
5
1.684
8
- 343
11
-1.229
3
-1.580
6
-3.212
9
-8.599
12
1.945
Gemiddelde netto vlottende schuld (+) danwel 4 gemiddelde overschot vlottende middelen (-)
-2.977
-1.880
-4.307
-3.005
5 Kasgeldlimiet
3.725
3.725
3.725
3.725
6a Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)
6.702
5.605
8.032
6.730
0
0
0
0 45.428
6b Overschrijding van de kasgeldlimiet (4-5) 7 Begrotingstotaal
45.428
45.428
45.428
8 Perc entage regeling
8,2%
8,2%
8,2%
8,2%
9 Kasgeldlimiet
3.725
3.725
3.725
3.725
Toelichting Post 1: het gezamenlijke bedrag van: 1. opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente typische looptijd van korter dan 1 jaar, 2. de schuld in rekening-courant, 3. de voor een termijn van korter dan 1 jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, 4. overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld. Post 2: het gezamenlijke bedrag van: 1. de contante gelden in kas, 2. de tegoeden in rekening-courant, 3. de overige uitstaande gelden met een rente typische looptijd van korter dan 1 jaar. Post 7: stand van de begroting per 1 januari van het desbetreffende jaar. 2
Bron: Overheid.nl 21-12-2015
pagina 27 van 70
6.3.3
Renterisiconorm
Onder renterisiconorm wordt verstaan: “een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de vaste schuld bij aanvang van het jaar”. Op grond van artikel 2, lid 2 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de renterisiconorm voor de gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 20% met een minimum van €2,5 miljoen3. Dit houdt in dat in een jaar niet meer dan 20% van het begrotingstotaal aan herfinanciering of renteherziening toegestaan is. Het Rijk heeft het maximumpercentage ingesteld om ervoor te zorgen dat de rentelast over de jaren min of meer stabiel blijft. Er is in 2020 een langlopende leningen van €1,9 miljoen afgesloten voor de bouw van de nieuwe kazerne Klaaswaal en er geen renteherzieningen geweest. De renterisiconorm is in 2020 niet overschreden. Dit blijkt uit onderstaande tabel. Bedragen x € 1.000 1) Renteherzieningen 2) Aflossingen 3) Renterisico (1+2)
Begroting
Realisatie
2.366 2.366
2.428 2.428
4) Renterisiconorm komend jaar
9.256
9.564
5a) Ruimte onder renterisiconorm (= 4>3) 5b) Overschrijding renterisiconorm (= 3>4)
6.890 -
7.136 -
46.280 20,00% 9.256
47.820 20,00% 9.564
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal komend jaar Percentage Regeling (4)
6.3.4
EMU saldo
Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Dit cijfer geeft aan of een overheid een overschot of een tekort heeft. Dit cijfer moet opgenomen worden omdat het Rijk een verplichting heeft naar Europa. 2019 2020 2021 -1.767 -3.828 -12.926
EMU-SALDO Financiële vaste activa Mutaties (1 januari tot 31 december)
3
Activa Vlottende activa
Vaste Passiva Passiva Vlottende passiva
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Vaste schuld Vlottende schuld Overlopende passiva
-229 21 654 0 -1.900 -2.366 1.616 1.063
-250 0 -1.769 6 842 -528 5.577 -2.392
-141 0 896 -60 -1.534 -4.391 20.048 -3.570
Bron: Overheid.nl 21-12-2015
pagina 28 van 70
6.3.5
Schatkistbankieren
Het schatkistbankieren is in de loop van 2013 geïntroduceerd. Alle decentrale overheden dienen het overgrote deel van hun overtollige middelen aan te houden in de schatkist. Dit gebeurt op een rekeningcourant bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Met overtollige middelen worden de liquide middelen bedoeld die (nog) niet nodig zijn voor het uitvoeren van de publieke taak. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan €500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan €500 miljoen is de drempel gelijk aan €3,75 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de €500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan €250.000. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid dan ook maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Het drempelbedrag van de VRZHZ bedraagt €341.000 (=0.75% x €45.428.000).
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
x €1.000
x € 1.000
x € 1.000
x € 1.000
Gemiddelde saldo overtollige middelen (4)
262
277
256
284
5) Drempelbedrag
341
341
341
341
6a) Ruimte onder drempelbedrag (5-4) 6b) Overschrijding van het drempelbedrag (4-5)
78 0
64 0
84 0
57 0
45.428 0,75%
45.428 0,75%
45.428 0,75%
45.428 0,75%
Berekening drempelbedrag (5= 5a x 5b) Begrotingstotaal (5a) Percentage regeling (5b)
6.3.6
Kredietrisico’s
In verband met de beëindiging van de samenwerking met de private partij VRZHZ Participatie BV is door de VRZHZ Participatie B.V. een transitievergoeding betaald waarvoor de VRZHZ een langlopende lening heeft verstrekt voor een bedrag van €1.200.000. Jaarlijks wordt een bedrag van €120.000 afgelost, waarna de resterende hoofdsom ultimo 2019 €720.000 bedraagt. Als gevolg van de fusie is de vordering van rechtswege overgegaan op Spinel Veiligheidscentrum B.V. Daarnaast is vanwege de toentertijd slechte liquiditeitspositie van Spinel Veiligheidscentrum B.V. door de VRZHZ een lening verstrekt van €650.000 om de investeringen aan de oefenobjecten te kunnen financieren. In 2020 is een bedrag van €130.000 betaald waarmee deze lening volledig is afgelost. Het totale saldo van de verstrekte leningen bedraagt ultimo 2020 €600.000. Naar verwachting wordt het boekjaar 2020 van Spinel Veiligheidscentrum B.V. positief afgesloten. In 2020 heeft Spinel Veiligheidscentrum B.V. voldaan aan haar betalingsverplichtingen.
pagina 29 van 70
Door de aflossingen in 2020 is het totale kredietrisico verminderd ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast is de liquiditeitspositie van Spinel Veiligheidscentrum B.V. verbeterd. De verbeterde positie treft u ook aan in de geactualiseerde risico-paragraaf zie hiervoor de bijlage 4.
Kredietrisico (ultimo 2020)
Garanties t.b.v. rechtspersonen Verstrekte leningen Totaal
6.3.7
Gegarandeerd/verstrekt bedrag (in €) 294.000 600.000 894.000
Kredietrisico (in €) 2.940 6.000 8.940
Rentetoerekening
Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt vanaf 2018 conform de gewijzigde BBV plaats via het taakveld Treasury. Hiertoe worden alle rentelasten en rentebaten in eerste instantie op het taakveld Treasury geboekt. In onderstaand schema is weergegeven hoe de rentetoerekening voor de jaarrekening 2020 heeft plaatsgevonden.
Rentetoerekening Externe rentelasten over de korte en lange financiering
x €1.000
1.183
Externe rentebaten over de korte en lange financiering
-15
Saldo rentelasten en rentebaten
1.168
Rentelast projectfinanciering aan taakveld doorberekenen
-1.027
Saldo door te rekenen externe rente aan taakvelden
141
Rente eigen vermogen
7
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
148
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
-232
Gerealiseerd renteresultaat op taakveld Treasury
-84
Het gehanteerde percentage voor de omslagrente bedraagt 1%. Het percentage van de rente over het eigen vermogen mag maximaal het rentepercentage zijn dat door de VRZHZ over extern aangetrokken financieringsmiddelen wordt vergoed. Omdat dit percentage hoger is dan het omslagpercentage is ervoor gekozen om te rekenen met het omslagpercentage van 1%. Dit betreft de rentetoerekening aan de reserve dekking kapitaallasten. Door het aanhouden van het omslagpercentage ontstaan geen verschillen in de toevoegingen en onttrekkingen van de rentebedragen op deze reserve.
pagina 30 van 70
6.3.8
Financieringspositie
Ultimo 2020 is het saldo van de liquide middelen €307.763 (31-12-2019: €301.798). Door het aanhouden van de overtollige middelen in de schatkist wijkt het saldo niet substantieel af van het saldo ultimo 2019. In het kasstroomoverzicht wordt de mutatie van de liquide middelen onderbouwd. Kasstroomoverzicht (volgens de indirec te methode)
2020
1. Kasstroom uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat Correcties voor: Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Onttrekkingen reserveringen t.g.v. exploitatie Toevoegingen reserveringen t.l.v. exploitatie Toevoegingen reserveringen t.l.v. resultaat vorig jaar Rente reserveringen Voorzieningen
2019 5.000
3.811.619
3.965.642 -336.087 -2.005.739 147.226 3.696.618 7.248 -150.378
3.664.064 -531.639 -1.786.893 1.423.708 850.628 8.743 -1.157.340
Veranderingen in vlottende middelen: Vorderingen op openbare lichamen Voorraad Onderhanden werk Overige vorderingen en overlopende activa Crediteuren Overige schulden en overlopende passiva Uitzettingen in 's Rijks schatkist Rekening Courant Kasstroom uit operationele activiteiten
292.765 -22.481 -1.022.638 1.480.622 -295.856 506.892 150.000
8.978 12.865 2.160.174 1.480.622 -801.195 -573.201 -350.000
2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen (materiële vaste activa) Investeringen (financiële vaste activa) Desinvesteringen (materiële vaste activa) Desinvesteringen (financiële vaste activa) Aflossingen op leningen u/g Waarborgsommen Kasstroom uit investeringsactiviteiten
-4.690.682 367.590 250.000 -
3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten Uitkering gemeenten uit resultaat voorgaand jaar Uitkering tgv reserves uit resultaat voorgaand jaar Ontvangsten uit langlopende leningen Ontvangsten uit kasgeldleningen Aflossingen op leningen o/g Kasstroom uit financieringsactiviteiten
-115.000 -3.696.618 2.000.000 -528.158
6.413.833
4.409.514
-4.355.323 669.416 250.000 -21.375 -4.073.092
-3.457.282
-3.548.000 -850.628 2.000.000 -2.366.213 -2.339.776
-4.764.841
5.965 Saldo liquide middelen 1 januari Saldo liquide middelen 31 december
301.798 307.763
-991 302.789 301.798
5.965
-991
pagina 31 van 70
6.4
Bedrijfsvoering
De paragraaf “Bedrijfsvoering” behoort tot de bij het BBV verplichte paragrafen. De VRZHZ hanteert in haar programmabegroting en programmaverantwoording vier beleidsdoelstellingen. Eén hiervan betreft de beleidsdoelstelling “Investeren in bedrijfsvoering – professionaliteit”, welke gewijd is de bedrijfsvoering van de veiligheidsregio. Omwille van de leesbaarheid en om dubbeltellingen te voorkomen verwijzen wij u voor de inhoudelijke verantwoording over de bedrijfsvoering naar hoofdstuk 4.4. Ten aanzien van de bedrijfsvoering worden de volgende kentallen gerapporteerd: