bijlage 1 - financiele verordening 212 wijzigingen bijhouden.pdf
Tekst van het document
Definitie van stijl: Inhopg 2: Tabstops: 15,98 cm, Rechts,Opvulteken: …
Financiële Verordening 202432 gemeente Papendrecht
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Papendrecht
Inhoudsopgave Financiële verordening gemeente Papendrecht 20222023 .................................................................. 33 HoofdstukParagraaf 1. Algemene bepalingen...................................................................................... 33 Artikel 1. DefinitiesBegripsbepaling ............................................................................................ 3 HoofdstukParagraaf 2. Begroting en verantwoording ........................................................................... 33 Artikel 2. Programma-indeling .................................................................................................... 3 Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken ............................................................................. 43 Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming .......................................................................... 4 Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten ........................................................... 54 Artikel 6. Tussentijdse rapportagesinformatie ............................................................................ 54 Artikel 7. InformatieplichtJaarstukken ....................................................................................... 65 Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen EMU-saldo .....................................
65 Artikel 9. EMU-saldo.................................................................................................................. 6
heeft opmaak toegepast: Lettertype: 10 pt
Met opmaak: Standaard
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording HoofdstukParagraaf 43. Financieel beleid ..................................................................................... 65 Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa ...................................................................... 75 Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen ..................................................................... 85 Artikel 11. Reserves en voorzieningen ...................................................................................... 86 Artikel 12. Kostprijsberekening ................................................................................................. 86 Artikel 13. Prijzen economische activiteiten ............................................................................... 96 Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, heffingen en prijzen ............................................... 107 Artikel 15. Financieringsfunctie............................................................................................... 107 HoofdstukParagraaf 54. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken ................................................. 107 Artikel 16. Lokale heffingen .................................................................................................... 107 Artikel 17.
Weerstandsvermogen en risicobeheersingFinanciering............................................ 107 Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederenWeerstandsvermogen en risicobeheersing................... 117 Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederenFianciering ................................................................. 117 Artikel 20. Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 118 Artikel 21. Verbonden partijen ................................................................................................ 128 Artikel 22. Grondbeleid .......................................................................................................... 128 HoofdstukParagraaf 65. Financiële organisatie en financieel beheer ................................................. 128 Artikel 23. Administratie ......................................................................................................... 128 Artikel 24. Financiële organisatie ............................................................................................ 128 Artikel 25. Interne controle ..................................................................................................... 139 HoofdstukParagraaf 76. Slotbepalingen .............................................................................................. 139 Artikel 26.
Intrekken oude verordening en overgangsrecht ....................................................... 139 Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel ................................................................................. 149
Met opmaak: Standaard
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt
2
Financiële verordening gemeente Papendrecht 2022 De raad van de gemeente Papendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 januari 2022; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Algemene Bestuurlijke en financiële Zaken; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Papendrecht 2022: Besluit van de raad van de gemeente Papendrecht tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Papendrecht 20243 De raad van de gemeente Papendrecht gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 maart23 april 2024 gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de oordeelsvormende raad van 23 mei 2024 besluit vast te stellen de volgende verordening:
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Papendrecht 20234
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Vet
HoofdstukParagraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. BegripsbepalingDefinities In deze verordening wordt verstaan onder: Aadministratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; Tteam: organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het collegeburgemeester en wethouders; taakvelden: eenheden waarin de programma’s, bedoeld in artikel 8, tweede lid, of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen b tot en met e zijn onderverdeeld Programma: een samenhangend geheel van activiteiten met baten en lasten, verplichte beleidsindicatoren die moeten leiden tot realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten. Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman Met opmaak: Standaard
heeft opmaak toegepast: Tekstkleur: Auto, Nederlands (standaard), Patroon: Doorzichtig heeft opmaak toegepast: Onderstrepen Met opmaak: Geen opsommingstekens of nummering
HoofdstukParagraaf 2. Begroting en verantwoording heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman Met opmaak: Standaard, Afstand Voor: 0 pt
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen Programma-indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode bij vaststelling van de begroting op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en
heeft opmaak toegepast: Lettertype: 10 pt, Tekstkleur: Auto, Nederlands (standaard) heeft opmaak toegepast: Lettertype: 11 pt, Tekstkleur: Auto heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt, Niet Vet, Tekstkleur: Auto
3
de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Het voorstel van het collegeburgemeester en wethouders bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 43. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen het in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. heeft opmaak toegepast: Nederlands (standaard)
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden indien van toepassing onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen aangevuld met de kosten van overhead, de heffing voor de vennootschapsbelasting, het bedrag voor onvoorzien en de van toepassing zijnde baten en lasten per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven. 3. Bij de uitzettingen van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
5. In de jaarrekening wordt een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen waarin een nadere toelichting worden gegeven in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Het collegeBurgemeester en wethouders biedent de raad jaarlijks uiterlijk in de maand juli een perspectiefnota aan, inclusief de voortgang over het lopende begrotingsjaar over de eerste 4 maanden, met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota uiterlijk in de maand juli vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van maximaal € 100.000,-50.000 opgenomen. Hiervan is de helft het autonome raadsdeel, voor de andere helft doet het college een voorstel aan de raad.
4
heeft opmaak toegepast: Nederlands (standaard)
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen, de investeringen voor het komende begrotingsjaar en de mutaties in de reserves. 2. Indien bij aan – en verkoop van vastgoed zich urgente omstandigheden voordoen met een verwachte financiële impact zal in een besloten deel van de van toepassing zijnde raadsvergadering commissie nadere duiding worden gegeven. 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen het op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4. Het collegeBurgemeester en wethouders sturenuurt bij, al dan niet na informeren van de raad, als het collegeburgemeester en wethouders verwacht dat de lasten van een programma of investering de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden of de geautoriseerde baten van een programma of investering dreigen te onderschrijden. 5.
Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1 doent het collegeburgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid. 6. Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggent het collegeburgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 500.000 informeert het collegeinformeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 7. Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringsbudgetten is dat deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Investeringsbudgetten die na beschikbaarstelling door de raad, per ultimo van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een investeringsbudget in afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kunnenkan het collegeburgemeester en wethouders hiertoe aan de raad bij het vaststellen van de jaarrekening een voorstel doen.
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt, Niet Markeren Met opmaak: Standaard, Regelafstand: enkel heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt, Niet Markeren heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt heeft opmaak toegepast: Nederlands (standaard)
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
Artikel 6. Tussentijdse rapportagesinformatie 1. Naast tussentijdse actieve informatieplicht informeert het college de raad idealiter via twee rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente. 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden (als onderdeel van de perspectiefnota, zoals benoemd in artikel 4 lid 1) en de eerste negen maanden van het lopende boekjaar. 2. Hierbij vormt de eerste rapportage een integraal onderdeel van de perspectiefnota zoals benoemd in artikel 4 lid 1. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringsbudgetten 3.
In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van programma's en investeringsbudgetten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht. 4. Afwijkingen die na het laatste rapportagemoment worden geconstateerd worden toegelicht in de jaarrekening.
5
Met opmaak: Standaard
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
3. De rapportage is een afwijkingenrapportage die leidt tot financiële of wel beleidsmatige bijstelling van de lopende begroting en het verwachte resultaat. 4. Naast inzicht in de financiële en beleidsmatige bijstellingen van de programma's over het lopende begrotingsjaar geeft de rapportage ook nadere duiding in: a. de stand van de post voor onvoorziene uitgaven; b. de ontwikkeling van de risicopositie. c. de stand van zaken met betrekking tot het investeringsprogramma. d. de stand van zaken met betrekking tot de mutaties reserves en voorzieningen. 5. In de rapportages worden per programma afwijkingen per saldo groter dan € 25.000 alsmede afwijkingen die van maatschappelijk en bestuurlijk belang toegelicht.
Artikel 7. InformatieplichtJaarstukken
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman, Markeren
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van onroerende zaken waarbij het negatieve resultaat ten opzichte van de boekwaarde een grotere afwijking heeft dan € 100.000. b. het aangaan van niet begrootte verplichtingen ingevolge artikel 160 lid 1 onderdeel e van de gemeentewet (privaatrechtelijke rechtshandelingen) groter dan € 800.000 of met ingrijpende gevolgen voor de gemeente. c. het verstrekken van kapitaal, leningen, waarborgen en garanties uit hoofde van een publieke taak;
Met opmaak: Standaard
dan nadat de raadsleden zijn geïnformeerd over het voornemen en hiertoe gedurende twee weken in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennisgeving aan het college te brengen conform artikel 169 lid 4 van de gemeentewet.
Artikel 98. EMU-saldo Wanneer Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informereneert het collegeburgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het collegeburgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doent het collegeburgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
HoofdstukParagraaf 3. Financieel beleidRechtmatigheidsverantwoording
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
Met opmaak: Standaard, Afstand Voor: 0 pt
6
1.ViaVia de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken wordt, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, de gemeenteraad geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht.
heeft opmaak toegepast: Niet Markeren
Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 12. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde investeringsbudget.
Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het investeringsbudget, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 149. Waardering en afschrijving vaste activa 1.Het college is verantwoordelijk voor een nota waarderen en afschrijven vaste activa. Regels omtrent de waardering en afschrijving vaste activa zijn in deze nota afzonderlijk vastgelegd. De raad stelt de nota vast. Het college beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er aanleiding is deze nota te actualiseren en stemt dit af met de van toepassing zijnde commissie danauditcommissie. wel met de Begeleidingscommissie Accountants (BCA). 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
7
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Arial, 10 pt Met opmaak: Inspringing: Eerste regel: 0 cm
Artikel 150. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen en heffingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. 2. Voor de overige openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een historische percentage van oninbaarheid en/of een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. [Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. parkeerbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing wordt het advies van de Servicegemeente Drechtsteden overgenomen.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Niet Cursief
Artikel 161. Reserves en voorzieningen 1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. het bestedingsplan van de reserve; c. de voeding van de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve, en e. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman
1. Het college is verantwoordelijk voor een nota reserves en voorzieningen. Het college beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er aanleiding is deze nota actualiseren en stemt dit af met de van toepassing zijnde commissie dan wel de Begeleidingscommissie Accountants (BCA). De nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen; c. weerstandsvermogen en risicoprofiel.
Met opmaak: Standaard
Artikel 172. Kostprijsberekening 1. 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen en diensten van de gemeente, wordt een systeem van integrale kostendoorberekening gehanteerd. Bij de kostenberekening worden naast de directe kosten ook de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten of geleverde goederen. 1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en, indien van toepassing, wordt de rente van de inzet van
8
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt Met opmaak: Lijstalinea, Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0,63 cm + Inspringen op: 1,27 cm Met opmaak: Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 1,27 cm + Inspringen op: 1,9 cm
vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2
2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele omzetbelasting (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt Met opmaak: Lijstalinea, Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 1,27 cm + Inspringen op: 1,9 cm Met opmaak: Inspringing: Links: 1,27 cm, Regelafstand: enkel, Geen opsommingstekens of nummering
3 1. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Met opmaak: Lijstalinea, Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 1,27 cm + Inspringen op: 1,9 cm Met opmaak: Lijstalinea, Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0,63 cm + Inspringen op: 1,27 cm
4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
Met opmaak: Inspringing: Links: 0,63 cm
5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe loonkosten, gedeeld door de totale directe loonkosten. Dit aandeel is gemaximeerd op 75% van de geraamde directe loonkosten. Met opmaak: Regelafstand: enkel
6.6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald volgens de in de BBV voorgeschreven wijze. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.
Met opmaak: Inspringing: Links: 1,27 cm, Geen opsommingstekens of nummering
7.7. Bij een verstrekte lening wordt voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt marktconform verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. Bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 8. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt Met opmaak: Lijstalinea, Genummerd + Niveau: 1 + Nummeringstijl: 1, 2, 3, … + Beginnen bij: 1 + Uitlijning: Links + Uitgelijnd op: 0,63 cm + Inspringen op: 1,27 cm Met opmaak: Standaard, Regelafstand: Meerdere 1,15 rg, Geen opsommingstekens of nummering
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt Met opmaak: Lijstalinea, Inspringing: Links: 1,9 cm
Artikel 183. Prijzen economische activiteiten Het collegeburgemeester en wethouders past bij economische activiteiten de gedragsregels volgend uit de Wet Markt en Overheid toe. De raad neemt indien nodig een besluit als er uit oogpunt van publiek belang wordt afgeweken van de gedragsregels tot integrale kostendoorberekening. heeft opmaak toegepast: Nederlands (standaard)
9
Artikel 194. Vaststelling hoogte belastingen, heffingen en prijzen 1. Het collegeBurgemeester en wethouders doent de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voortariefhoogte van de gemeentelijke belastingen, rioolheffing en afvalstoffen en heffingen. 2. Het collegeBurgemeester en wethouders biedent de raad voorafgaand aan een nieuw begrotingsjaar, de kaders aan voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten en voor de huren en de erfpachten. 3. Het collegeBurgemeester en wethouders legtgen bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten die afwijkt ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 2015. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 3. Het college stelt regels op ter uitvoering van de financieringsfunctie, legt deze regels en de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een financieringsstatuut. Het college zendt het financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht zoals bepaald in het financieringsstatuut. 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad een financieringsstatuut en een nota borgstellingen ter vaststelling aan. 2.
In het financieringsstatuut wordt het treasurybeleid opgenomen omtrent financieringsactiviteiten, zoals het aantrekken van geldleningen, de daarbij behorende taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. 3. In de nota garantstellingen en leningen worden de kaders opgenomen voor het verstrekken van garantstellingen en leningen aan derden.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Arial, 10 pt
HoofdstukParagraaf 54. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 2116. Lokale heffingen Burgmeester en wethouders nemen Inin de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken neemt het collegein ieder geval de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 2217. FinancieringWeerstandsvermogen en risicobeheersing 1. 2. Burgemeester en wethouders nemen in In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het burgemeester en wethouders de verplichte onderdelen op grond artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de verplichte onderdelen op.en voorschriften uit overige wet- en regelgeving op. In de nota reserves en voorzieningen wordt een uitwerking gegeven voor de beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de norm weerstandsratio. 2.
10
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman Met opmaak: Standaard Met opmaak: Geen opsommingstekens of nummering Met opmaak: Platte tekst, Regelafstand: Meerdere 1,15 rg, Geen opsommingstekens of nummering Met opmaak: Geen opsommingstekens of nummering
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen 3. 1. Burgemeester en wethouders nemen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het burgemeester en wethouders in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen van artikel 12 de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 4. 2. Het burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor actuele beheerplannen. De beheerplannen geven de kaders weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de eventuele normkosten van het onderhoud, de meerjarige kosten en budgettaire beslag van het onderhoud. De raad stelt de beleidsvisie Integraal Beheer Openbare Ruimte eens in de vijf jaar vast. Met opmaak: Inspringing: Links: 1,39 cm heeft opmaak toegepast: Nederlands (standaard)
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en voorschriften uit overige wet- en regelgeving op.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: (Standaard) Times New Roman Met opmaak: Standaard Met opmaak: Standaard, Regelafstand: enkel
Artikel 18. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 5. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en voorschriften uit overige wet- en regelgeving op. 6. In de nota reserves en voorzieningen wordt een uitwerking gegeven voor de beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de norm weerstandsratio.
Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2. Het college is verantwoordelijk voor actuele beheerplannen. De beheerplannen geven de kaders weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de eventuele normkosten van het onderhoud, de meerjarige kosten en budgettaire beslag van het onderhoud. De raad stelt de beleidsvisie Integraal Beheer Openbare Ruimte eens in de vijf jaar vast.
Artikel 24. Financiering
Met opmaak: Geen opsommingstekens of nummering
Burgemeester en wethouders nemen Iin de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het burgemeester en wethouders de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.en voorschriften uit overige wet- en regelgeving op.
Artikel 250. Bedrijfsvoering Burgmeester en wethouders nemen In in de paragraaf bedrijfsvoering van bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies op.van de notitie paragraaf bedrijfsvoering van de commissie BBV en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Bij de jaarstukken wordt de paragraaf bedrijfsvoering uitgebreid met bevindingen en te nemen acties volgend uit de rechtmatigheidsverantwoording.
11
Artikel 261. Verbonden partijen Burgemeester en wethouders nemen In in de paragraaf verbonden partijen vanbij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 272. Grondbeleid 1. Burgemeester en wethouders nemen Iin de paragraaf grondbeleid vanbij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente op. 2. Het college is verantwoordelijk voor een door de raad vast te stellen nota grondbeleid en beoordeelt tenminste iedere 4 jaar of er aanleiding is de nota te actualiseren en stemt dit af met de van toepassing zijnde commissie dan wel de Begeleidingscommissie Accountants (BCA). 3. Winsten op grondexploitaties worden tussentijds genomen of bij afsluiting van een complex. Dit is afhankelijk van de grootte van het complex: per deelgebied of voor het hele complex. Bij winstneming wordt het behaalde resultaat verrekend met de reserve grondexploitaties. Winstneming geschiedt pas bij voldoende zekerheid cf. de PoC (Percentage of Completion) methode. 4. Er wordt aan de grondexploitaties geen toerekening gedaan voor bovenwijkse voorzieningen. 5. Afwijkingen van baten en lasten in een grondexploitatie worden gemeld voor zover deze afwijkingen niet passen binnen de totale vastgestelde grondexploitatie.
HoofdstukParagraaf 65. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 283. Administratie 1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, enzovoorts; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 294. Financiële organisatie Het collegeBurgemeester en wethouders draagt zorgt dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
12
e. de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en interne regels voor de inkoop en aanbesteding van goederen, werken en diensten; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden; gh. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en ih. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruikfraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. i. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 3025. Interne controle 1. zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het maatregelen tot herstel. 2. Het zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen op basis van het interne controleplan, maar tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f.
Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
HoofdstukParagraaf 76. Slotbepalingen Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De “Financiële verordening gemeente Papendrecht 202218”, vastgesteld 1 februari 201824 februari 2022 en inwerking getreden op 1 januari 20182022, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
13
Met opmaak: Inspringing: Links: 0,5 cm
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 202432. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Papendrecht 2023242. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 24 februari 610 juni 20242022.
de griffier,
de voorzitter,
G.A. van Egmond M. Muijzer – van der Meijden
M.J.M. van Drielmr. drs. A.M.M. Jetten
14