CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 1e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal versie 13 juni 2022.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 29 september 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 10: Zienswijze 1e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal - Voorstel15.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

22

4.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING Wat willen wij bereiken? De Drechtsteden zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners De Drechtsteden zorgen voor mensgerichte ondersteuning De Drechtsteden zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol De Drechtsteden zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners Deze doelstelling staat altijd bovenaan in de dienstverlening van de sociale dienst en wordt op verschillende onderdelen van de organisatie ingevuld. In de eerste plaats in de contacten tussen consulenten en inwoners, waar we in gesprek met de inwoner vaststellen wat de ondersteuningsbehoefte is en welke onderdelen de inwoner zelf nog kan oplossen. In de tweede plaats zorgen we voor kwalitatief goede ondersteuning en keuzevrijheid door inkoop, contractmanagement en beleid, binnen de SDD, maar ook samen met gemeenten. Met de komst van de GR Sociaal is de samenwerking verder geïntensiveerd. Dit zien we terug in de aanwezigheid van Wmo-consulenten in verschillende sociale teams, maar ook in het proces van herijking van de Wmo-beleidskaders. De Drechtsteden zorgen voor mensgerichte ondersteuning Deze doelstelling hangt in sterke mate samen met de eerste doelstelling.

Door het bieden van keuzevrijheid en de situatie van de inwoner in kaart te brengen, sluiten we zoveel mogelijk aan bij de behoefte van de inwoner. Vanuit de regionale visie zoeken we naar ondersteuningsmaatregelen zo dicht mogelijk bij de inwoner, waarbij we streven naar "zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig". De Drechtsteden zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol Op dit moment loopt een aantal ontwikkelingen op het gebied van innovatie. • Doorontwikkeling individuele begeleiding: de opstart van de pilot blended care (een combinatie van fysieke ondersteuning en beeldzorg). Daarnaast ontwikkelen we samen met de lokale gemeenten mogelijkheden om de ondersteuning te normaliseren en af te schalen naar het lokale voorveld. • Pilot Kamertrainingscentra: samen met de centrumgemeente implementeren we deze voorziening als doorstroomvoorziening voor jongeren vanuit de (verlengde) Jeugdwet naar de Wmo. • Inkooptraject huishoudelijke ondersteuning: hier voeren we een aantal wijzigingen door in het afschalen van de maatwerkvoorzieningen en het opschalen van het lokale aanbod. Hierover zijn we met gemeenten in gesprek om dit concreet uit te werken en te zorgen dat de inwoner de ondersteuning krijgt die nodig is.

Wat hebben wij hiervoor gedaan? In de eerste vier maanden van 2022 hebben we 3955 nieuwe meldingen behandeld. Dit is ongeveer gelijk aan het aantal nieuwe meldingen in de eerste periode van 2021. Bij nieuwe meldingen gaan Wmo-consulenten vrijwel altijd op bezoek bij de cliënt thuis. Een belangrijk aandachtspunt in de eerste periode 2022 is nog steeds de lange wachttijd voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding. Dit is een landelijk probleem. Zorgaanbieders hebben te maken met een krapte aan personeel. In combinatie met de stijgende vraag naar ondersteuning is het voor zorgaanbieders moeilijk om aan de vraag te voldoen. De ontwikkeling van het aantal indicaties op de verschillende voorzieningen laat grotendeels een beeld zien zoals verwacht in de begroting. Twee voorzieningen vallen op in de getalsmatige ontwikkelingen, namelijk individuele begeleiding en dagbesteding. Voor beide voorzieningen was een stijging van het aantal klanten verwacht, terwijl een dagbesteding een lichte daling laat zien en individuele begeleiding gelijk is gebleven. Bij dagbesteding is de afname in absolute aantallen heel

23

klein, waardoor het lastig is hieraan conclusies te verbinden. We zullen deze ontwikkeling de komende periode monitoren. Voor individuele begeleiding geldt dat het aantal klanten gelijk is aan het meetmoment 31-12-2021. Dit is een duidelijke trendbreuk met de achterliggende jaren, waarin een consistente stijging te zien was. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat de wachttijden bij de zorgaanbieders leiden tot een vertraging in de instroom. We zijn hierover met de zorgaanbieders regelmatig in gesprek. Voor individuele begeleiding melden zorgaanbieders medio april dat ze de vraag precies aankunnen zolang het ziekteverzuim onder personeel laag blijft. We verwachten daarom dat het aantal indicaties de komende periode weer zal toenemen. Bovendien zoeken we door ontwikkelingen als 'blended care' naar mogelijkheden om de ondersteuning slimmer in te richten, zodat aan de grote vraag naar ondersteuning kan worden voldaan. Bij huishoudelijke ondersteuning zijn de wachttijden een hardnekkiger probleem. Voor deze ondersteuning is het lastiger om dit op andere manieren te organiseren vanuit de maatwerkvoorziening. De wachttijden kunnen voor deze voorziening soms oplopen tot meer dan een maand.

Zorgaanbieders zoeken naar mogelijkheden om dit op te lossen, bijvoorbeeld door studenten te werven voor de huishoudelijke ondersteuning en deze ondersteuning te leveren in de avonden en op zaterdag. Dat is op dit moment nog niet voldoende om aan de groeiende vraag te voldoen. In eerdere buraps en de jaarrekening is het abonnementstarief eigen bijdrage genoemd als een van de oorzaken van de groeiende vraag naar huishoudelijke ondersteuning. Samen met de dubbele vergrijzing en het feit dat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen zorgt dit voor een grote druk op zorgaanbieders. In het regeerakkoord is aangekondigd dat er een wetsvoorstel zal komen voor een 'eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke ondersteuning'. Vanuit de Drechtsteden is de sociale dienst betrokken bij de werkgroep ter uitwerking van het wetsvoorstel. De huidige planning van het ministerie heeft als ingangsdatum voor de nieuwe eigen bijdrage 1 januari 2025. De verwachting is dat het groeiende aantal indicaties de komende jaren nog zal doorzetten. Onder het vorige kabinet is ook het wetsvoorstel resultaatgericht indiceren opgesteld en ter advisering voorgelegd aan de Raad van State. De Raad van State heeft kritisch gereageerd op het conceptwetsvoorstel en bovendien hebben cliëntorganisaties hun bezwaren kenbaar gemaakt.

Dat heeft ervoor gezorgd dat het oude wetsvoorstel onder het nieuwe kabinet niet wordt doorgezet. Gemeenten, cliëntorganisaties, koepelorganisaties van zorgaanbieders en het ministerie gaan opnieuw naar de tekentafel om tot een breed gedragen voorstel te komen. Voor het zomerreces willen VNG en VWS een bestuurlijk besluit over de te varen koers met dit wetsvoorstel. Het is op dit moment nog onzeker of de staatssecretaris het wetsvoorstel uiteindelijk zal indienen. De sociale dienst is deelnemer aan de werkgroep die het ministerie van VWS adviseert en dient als klankbordgroep bij de voorbereiding van het brede voorstel dat op dit moment wordt voorbereid. De uitkomst van dit besluit is voor de Drechtsteden cruciaal, omdat zowel het contract voor huishoudelijke ondersteuning als individuele begeleiding gebaseerd zijn op de resultaatgerichte systematiek. Naast de financiële gevolgen (een forse stijging van de kosten) zal het ook negatieve gevolgen hebben voor de mogelijkheid tot het bieden van maatwerk. Het resultaatgerichte model biedt veel mogelijkheden om ondersteuning binnen de indicatie op en af te schalen en passende ondersteuning te bieden in individuele gevallen.

24

Prognose 20221 Groei %

# klanten 30-04-2022

Realisatie 2022 # klanten 30-04-2022

9133

7,4%

8747

8721

2677

2810

5%

2721

2675

Dagbesteding

1096

1118

2%

1103

1069

Rolstoelen

2370

2394

1%

2378

2335

2359

2476

5%

2398

2374

10416

10936

5%

10589

10536

496

520

5%

378

368

Voorziening Huishoudelijke ondersteuning Individuele begeleiding

Vervoer Scootmobielen Vervoer Drechthopper Woonvoorzieningen

Standcijfer # klanten 31-12-2021

# klanten 31-12-2022

8555

1. Uitgangspuntennotitie primaire begroting 2022.

25

Wat zijn de kosten? Opgaven

1e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

7.129

7.743

613

7.307

6.686

-621

178

-1.056

-1.234

29.155

29.155

29.155

29.155

Huishoudelijke ondersteuning

28.420

28.420

26.420

26.420

-2.000

-2.000

Hulpmiddelen

5.390

5.390

5.101

5.101

-289

-289

Vervoer

8.281

8.281

8.570

8.570

289

289

Totaal

78.375

78.989

76.553

75.932

-1.822

-3.056

Apparaat Zorgen voor ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf

613

-621

-1.234

Bedragen x € 1.000

De verwachting voor de opgave Zorgen voor ondersteuning is dat we in 2022 ruimschoots binnen de begroting blijven. Met name de prognose op de huishoudelijke ondersteuning laat een onderbenutting zien van € 2 mln. waarmee de begroting wordt verlaagd. Daarnaast houden we rekening met circa € 0,3 mln. hogere opbrengst eigen bijdrage CAK (verschuiving binnen de baten van bijdrage gemeente naar klant). Hieronder volgt per onderdeel een korte toelichting: Eigen bijdrage CAK In 2020 heeft het CAK een nieuw systeem voor de uitvoering van het abonnementstarief Wmo in gebruik genomen. Door technische problemen ontvingen klanten hun facturen later dan gepland en werden gemeenten pas eind januari voor het eerst geïnformeerd over de opgelegde eigen bijdrage. De late informatievoorziening en de onzekerheid over de volledigheid hebben ervoor gezorgd dat bij het opstellen van de primaire begroting 2021 de verwachte opbrengst eigen bijdrage CAK te voorzichtig is begroot. Inmiddels ontvangen we maandelijks van het CAK een financiële rapportage over de ontwikkeling van de eigen bijdrage en kunnen we een betere inschatting maken van de verwachte opbrengst. De verwachting voor 2022 is dat we circa € 0,3 mln. meer inkomsten ontvangen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Huishoudelijke ondersteuning De prognose voor de huishoudelijke ondersteuning bedraagt circa € 2 mln. positief.

Bij de primaire begroting 2022 hielden we rekening gehouden met hogere tarieven huishoudelijke ondersteuning als gevolg van het opnieuw moeten aanbesteden van de voorziening. Door onzekerheid rondom de doorgang van het wetsvoorstel 'resultaatgericht indiceren' is de inkoopprocedure voorlopig on-hold gezet en zijn de bestaande contracten onder de huidige voorwaarden (geïndexeerd) verlengd. Daarnaast wordt het door de krapte op de arbeidsmarkt voor de zorgaanbieders steeds moeilijker om aan nieuw personeel te komen. Dit heeft tot gevolg dat klanten langer moeten wachten voordat zij daadwerkelijk zorg ontvangen. Het niet kunnen verzilveren van deze indicaties zien we terug in de ontwikkeling van de kosten. Hulpmiddelen (rolstoelen en woonvoorzieningen) De uitgaven van de woonvoorzieningen blijven achter op de vastgestelde begroting. De woonvoorzieningen zijn altijd lastig te ramen omdat op voorhand moeilijk is in te schatten hoeveel grote en kleine woningaanpassing worden aangevraagd. Op basis van de realisatie cijfers over de eerste maanden van dit jaar verwachten we circa € 0,3 mln. binnen de begroting te blijven. Voorgesteld wordt om dit overschot te gebruiken voor de toegenomen vervoerskosten. Vervoer Met ingang van 1 januari 2022 zijn de contracten individuele vervoersvoorzieningen (o.a. scootmobielen, etc.) opnieuw aanbesteed.

Door de gestegen kosten voor energie en grondstoffen zijn de tarieven van de vervoersvoorzieningen flink gestegen. Dit zien we terug in de kostenontwikkeling van het individuele vervoer. De verwachting voor de 2022 is dat de begroting met circa € 0,2 miljoen wordt overschreden. Ten aanzien van het collectieve vervoer de Drechthopper heeft de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) van Stroomlijn haar begroting met € 0,1 mln. verhoogd. De

26

begroting van de SDD wordt hierop aangepast. Voorgesteld wordt om het verwachte overschot op de hulpmiddelen van € 0,3 mln. in te zetten om de toegenomen vervoerskosten te bekostigen. Begeleiding In lijn met de begroting.

27

4.4 BEDRIJFSVOERING Dienstverlening De klanttevredenheid is in het 1e kwartaal van dit jaar iets gezakt ten opzichte van 2021, maar nog steeds ruim boven de norm van 7,5. Het cijfer in grafiek 1 is het gemiddelde over alle gemeten onderdelen. Het meest tevreden zijn klanten over het Informatie en Advies punt op het Werkplein (8,5), het laagste scoort het email kanaal met een 7: men krijgt niet in één keer het juiste antwoord in mailcontact, blijkt uit de meting. Er loopt op dit moment onderzoek naar de verbetermogelijkheden van de email communicatie. We zien dit kwartaal een lagere tevredenheid score op de digitale aanvragen (van een 8,1 naar een 7,6) op de Wmo aanvraag (van een 8,3 naar een 7,9) en op de Bijstandsaanvraag (van een 8 naar een 7,5). Bij de digitale aanvragen speelt vermoedelijke het aantal storingen een rol (zowel bij de leverancier als bij DigiD). Voor de overige onderdelen is het percentage ontevreden respondenten te laag om betrouwbare conclusies te trekken. Hier houden we vinger aan de pols. De tevredenheid over vriendelijkheid, deskundigheid, betrokkenheid en goed luisteren is over de hele linie onverminderd hoog. Grafiek 1

Klachten Klachten zijn een belangrijk onderdeel van klantsignalen. In het 1e kwartaal van 2022 ontvingen we 28 klachten. Dat ligt onder het kwartaalgemiddelde van 2021 (34). Zie grafiek 2. Grafiek 2

28

Van de 28 ontvangen klachten hadden 12 klachten betrekking op de werkwijze en 10 op bejegening. De klachten over werkwijze zijn verdeeld over meerder afdelingen en geven geen duidelijke rode draad. Van de 10 bejegeningsklachten hadden er 6 betrekking op handhavingsonderzoek. Bejegeningsklachten worden altijd besproken met de betrokken medewerker en met de klant. Opvalt dat in dit kwartaal slechts 1 klacht betrekking had op het niet nakomen van afspraken. Dat is een opvallende verbetering t.o.v. 2021. Van de afgehandelde klachten in deze periode was 23% gegrond, dat is aanzienlijk minder dan de 55% gegronde klachten in 2021. Het is nog te vroeg om hier betrouwbare conclusies uit te trekken . In het deze periode is 92% van de klachten binnen 6 weken afgehandeld, waarvan 62% binnen 3 weken (zie tabel 1). Tabel 1 Afgehandeld binnen 6 weken waarvan binnen 3 weken

2017 87% 52%

2018 94% 64%

2019 92% 64%

2020 95% 72%

2021 89% 68%

2022 Q1 92% 62%

Bezwaarschriften De instroom van bezwaren daalt opvallend (grafiek 3) , terwijl het aantal besluiten gelijk is gebleven t.o.v. 2021 (tabel 2). Dat is een verbetering. Van de 168 ontvangen bezwaarschriften is 20% (32) gericht tegen besluiten op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Over heel 2021 werd in 166 Tozo-gevallen bezwaar gemaakt. Het aantal bezwaarschriften gericht tegen besluiten op grond van de Tozo neemt derhalve af. De regeling loopt ten einde en de laatste besluiten worden momenteel genomen. Grafiek 3

Tabel 2 geeft een beeld van het aantal afgehandelde bezwaarschriften in relatie tot het aantal primaire besluiten. Ook dit jaar is dit aantal relatief laag. Tabel 2. Aantal bezwaarschriften in vergelijking met aantal primaire besluiten Periode Aantal primaire Aantal besluiten bezwaarschriften

Besluiten P-wet, Wmo en schuldhulp

2017 2018 2019 2020 2021 2022 t/m april

99965 103116 94124 79182 84742 28302

692 688 483 585 515 122

% in verhouding tot het aantal primaire besluiten 0,7% 0,7% 0,5% 0,7% 0,6% 0,4%

Het aantal bezwaarschriften daalt, maar het aantal (geheel of gedeeltelijk) gegronde bezwaarschriften stijgt daarentegen. Als er bezwaar wordt gemaakt, is dat dus vaker terecht. Zie grafiek 4.

29

Grafiek 4.

Er is nog steeds een direct verband met de Tozo-regeling. Van de in totaal 351 Tozo bezwaarschriften (sinds de invoering van Tozo) waren er maar 58 ongegrond. De Tozo bezwaarschiften vragen veel extra onderzoek en herstelwerk (gewijzigd besluit). In de afgelopen vier maanden is er 14 maal beroep ingesteld (in heel 2021 was dit 57). De lijn van het aantal dalende bezwaarschriften zet zich derhalve ook voort in beroep. De reden hiervan ligt in het feit dat er in bezwaarfase steeds vaker een oplossing voor het probleem van de burger wordt bereikt. Het aantal spoedvoorzieningen staat dit jaar op 8 verzoeken (20 in heel 2021). Het aantal hoger beroepsprocedures staat tot nog toe op 6 (24 in heel 2021). Van de 194 bezwaarschriften zijn 108 bezwaren binnen de wettelijke termijn van 12 weken afgehandeld. Dit komt neer op 56%, want onder de doelstelling van 75% ligt. Het is wel een verbetering ten opzichte 2021 (51%). Vorenstaande is nog steeds een nasleep van de hausse aan Tozo-bezwaarschriften, maar het gaat wel de goede kant op.

Huisvesting Het gebouw 'De Hellingen' wordt gehuurd van de gemeente Dordrecht, waarbij de onderhoudskosten volledig voor rekening van de GRS komen. Investeringen zijn nodig om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Verder wordt kritisch gekeken naar onderhoudsverplichtingen. Er is een risico opgenomen ter grootte van € 150.000 (zie ook hoofdstuk 3 Risico's). De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden met betrekking tot de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2022 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. Hiervoor is een risico opgenomen ter grootte van € 225.000. Daarnaast participeert de GRS in de ontwikkeling van het Huis van Stad en Regio. Ook hiervoor worden kosten gemaakt die we zoveel mogelijk proberen op te lossen met de bestaande bezetting.

De afspraken daarover liggen bestuurlijk vast in een Samenwerking Overeenkomst (SOK) samen met de andere bewoners van het Huis zoals Dordrecht Marketing en de Bibliotheek. Deze SOK zal medio 2022 wordt aangepast.

30

Informatisering/ automatisering De behoefte van gemeenten aan data en sturingsinformatie is groot en dient verschillende doeleinden. Zicht op eigen inwoners: In het PenC-proces bestaat behoefte aan inzicht in het 'lokale gebruik' in aantallen en kosten. Het lokaal kunnen verrijken van data en inzichten op andere domeinen om een integrale afweging te kunnen maken. Het kunnen meten van effecten van lokaal beleid of ontwikkelde interventies. Samen met de servicegemeente Dordrecht en de drechtstedengemeenten gaat gewerkt worden om ook via het daar door te ontwikkelen platform data (ic het koppelen van de verschillende IT systemen aan het dat platform) meer op maat te snijden en beschikbaar te krijgen . Regionaal Programma ICT Verandert Het regionale ICT Verandert programma omvat: • Het implementeren van een nieuwe ICT Werkplek ('Digitale Werkruimte'). • Het Implementeren van Microsoft 365. • De overgang van het Drechtsteden rekencentrum naar een rekencentrum van een leverancier. Voor de 10 organisaties die deze dienst van de Servicegemeente Dordrecht afnemen. De planning is dat het programma op 31 december 2022 is afgerond. Het programma zorgt voor grote en ingrijpende wijzigingen voor de SDD: • Vrijwel alle SDD IT systemen worden 'geraakt' door deze veranderingen, ook de IT systemen die essentieel zijn voor de primaire processen en bedrijfsvoering van de SDD.

• Alle SDD medewerkers krijgen met deze veranderingen te maken. • Het programma vergt een grote, nog onbekende, inzet van SDD. • Extra middelen: waarschijnlijk moet de huidige apparatuur op de kantoorwerkplekken vervangen worden. • De transitie legt een groot beslag op de capaciteit van de Service Gemeente Dordrecht. Dit zal ten kost gaan van de dienstverlening aan de SDD negatief. Gezien de huidige status van het programma, het ontbreken van een planning voor de implementatie en inzet van de SDD, is het zeer waarschijnlijk dat het regionale programma doorloopt in 2023. Qua kosten zullen we daar bij de 2e burap meer zicht op hebben. Het regionaal programma informeert de colleges en besturen over de voortgang door middel van nieuwsbrieven. Functionaris Gegevensbescherming Met de vorming van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal heeft zij een eigen Functionaris Gegevensbescherming (FG). Inmiddels heeft zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur de FG aangewezen en is deze aangemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De FG gaat integraal de taken conform artikel 39 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) invullen; informeren en adviseren van de GRS, toezicht houden op naleving AVG en andere relevante wetgeving en gevraagd en ongevraagd advies.

De Functionaris Gegevensbescherming voor de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal voert tevens de taken uit zoals benoemd in artikel 36 Wet Politie Gegevens (Wpg) en artikel 26f van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Organisatie-ontwikkeling In 2022 krijgt de integratie tussen de GR Sociaal en GR Drechtwerk verder vorm. Beide GR-en gaan samen in een aangepaste GR Sociaal, waarbij zowel de Sociale Dienst Drechtsteden als Drechtwerk hun eigen identiteit behouden. Vanaf 1-1-2023 geldt er dan 1 gezamenlijk bestuur en 1 gezamenlijke leiding. In het eerste half jaar hebben de Algemeen Besturen en de Drechtsteden colleges een principe besluit hiertoe genomen en is een aangepaste Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in route gebracht naar de gemeenteraden. De integratie raakt ook de interne organisatie van de Sociale Dienst Drechtsteden. Met hernieuwde focus wordt de opgave ontwikkelen naar werk verder ingericht inclusief Drechtwerk. De onderdelen op het gebied van inkomen die voorheen ook onder de aansturing van deze opgave vielen, worden verplaatst naar de opgave bestaanszekerheid, zodat beide opgaven de juiste focus en aandacht krijgen. En er verder gewerkt kan worden aan het bereiken van de gezamenlijke ambities uit de regionale visie.

31

Wat zijn de kosten? Opgaven

1e Burap

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Apparaat Overhead

20.752

688

-20.064

22.208

1.601

-20.608

1.456

913

-544

Totaal

20.752

688

-20.064

22.208

1.601

-20.608

1.456

913

-544

Bedragen x € 1.000

Toelichting: De totale apparaatskosten nemen in deze 1e bestuursrapportage met € 1,3 mln. toe. Het grootste gedeelte van dit bedrag is een verschuiving binnen de begroting zoals hieronder wordt toegelicht. Participatie Extra inzet op de opgave Ontwikkelen naar Werk geeft een toename van € 0,4 mln., welke volledig gedekt wordt uit het Participatiebudget. De toename van de baten met € 0,9 mln. leidt niet tot een toename van de gemeentelijke bijdragen met dezelfde omvang, omdat de kosten ook op een andere manier worden gedekt. Per saldo stijgen de gemeentelijke bijdragen bij de apparaatskosten met afgerond € 0,5 mln. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door het saldo van de Wet Inburgering € 0,8 mln. (8,4 fte) en bijdragen van medewerkers die worden gedetacheerd vanuit de SDD € 0,3 mln. Wet Inburgering De wet is per 1 januari 2022 in werking getreden. Conform besluitvorming en de DVO's met gemeenten zijn de apparaatskosten verhoogd met € 0,8 mln. (8,4 fte inclusief indexering voor 2022). De baten zijn ook met dit bedrag verhoogd en worden daarmee opgehaald bij de gemeenten.

Overgang naar GR Sociaal Als gevolg van de transitie van de GRD naar zowel de gemeente Dordrecht als de GRS, is de begroting 2022 GRD ontvlochten en is een deel van het programma Beleid en Bestuur (BDS) overgeheveld naar GRS (€ 688.000). Dit deel is opgenomen in de (geactualiseerde) begroting 2022 GRS, zoals dit gehanteerd wordt als startpunt in deze 1e bestuursrapportage, echter nog niet in de gemeentelijke bijdragen (liquiditeit). Bij deze 1e bestuursrapportage wordt dit budget na indexering alsnog verwerkt in de gemeentelijke bijdragen (stijging gemeentelijke bijdragen met € 698.000). Daarmee is de verschuiving van de kosten van voormalig bureau Drechtsteden ook in deze begroting opgenomen.

Overhead Een groot deel van de lasten en baten (opgaven) komt op de inhoudelijke taakvelden van het Sociaal Domein. De SDD onderscheidt overhead in centrale en decentrale overhead. Centrale overhead bestaat uit de kosten, die de Service Gemeente Dordrecht doorberekend aan GRS. De decentrale overhead bestaat uit 'eigen overhead'. Deze overhead wordt gevormd door de kosten van leidinggevenden en de daarbij horende ondersteuning, inkoop/ contractmanagement, financiën, bestuursondersteuning, communicatie, HR e.d. Tevens worden de materiële kosten zoals huisvesting, vorming en opleiding, kosten met betrekking tot personeelsfeesten/ teambuilding en zakelijke geschenken/ cadeaubonnen gerubriceerd als overhead.

32

5 FINANCIELE BIJLAGEN

33

5.1 BEGROTING NAAR TAAKVELDEN

34

5.2 RISICO'S TOTAAL Openstaande risico's Omschrijving

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Bestandsontwikkeling inkomensondersteuning

Gemiddeld (50%)

500.000

Energietoeslag

Gemiddeld (50%)

2.993.000

Bandbreedte in begroting voor onzekerheid

Gemiddeld (50%)

8.200.000

Bezuinigingen Rijk

Gemiddeld (50%)

1.000.000

Ontwikkeling macrobudget n.a.v. aflopen Bbz-light

Groot (75%)

-500.000

Ontwikkeling Macrobudget n.a.v. rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling

Gemiddeld (50%)

3.200.000

Energietoeslag

p.m.

250.000 De prognose is dat eind 2022 het aantal bijstandsgerechtigden maximaal 6.200 zal zijn. Dit is conform de prognose van het CPB. Blijkt dat door een tegenvallende conjunctuur en een hoger werkeloosheidsniveau op het eind van het jaar er 100 bijstandsgerechtigden meer zijn is er een risico van € 500.000. 1.496.500 Voor de Energietoeslag wordt er landelijk € 854 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de Drechtsteden wordt er in totaal circa € 12,9 mln. budget beschikbaar gesteld. Deze middelen worden opgehaald bij de 1e burap 2022 GR Sociaal. We rapporteren op de geëigende momenten van de P&C-cyclus over het aantal aanvragen en uitputting van de middelen. Omdat de doelgroep groter is (130%) dan in de landelijke raming (120%) rekening mee is gehouden, bestaat het risico op het overschrijden van het landelijk beschikbare budget (AB 7 april 2022). We adviseren gemeenten de nietopgehaalde Tonk-middelen te reserveren voor het financiële risico met betrekking tot de Energietoeslag. 4.100.000 De begroting en meerjarenraming van de sociale dienst kent een bandbreedte, gezien de grote onzekerheden. De onderkant van de bandbreedte is in de begroting toegepast voor de budgetten en gemeentelijke bijdragen. Er is daarmee een risico dat budgetten en gemeentelijke bijdragen hoger worden. Ten opzichte van de bovenkant van de bandbreedte is het maximale risico € 8,2 miljoen.

Hiervan is 50% in de risicoparagraaf opgenomen. 500.000 Tijdens de coronacrisis heeft het Rijk diverse steunpakketten gelanceerd. Dit heeft geleid tot een oplopende staatsschuld. Conform begrotingsregels Europese Unie moet Nederland maatregelen nemen om dit tekort weer terug te brengen. Het kabinet is per het tweede kwartaal (per 1 april 2022) gestopt met het coronasteunpakket. Voorgaande kabinetten bleken na de verkiezingen eerdere toezeggingen niet na te komen en alsnog te komen met een aanvullend bezuinigingspakket. Deze kans lijkt met de huidige begrotingsregels ook voor het toekomstig Kabinet reëel. -375.000 De uitgaven Bbz zijn in het eerste kwartaal fors hoger door de ondersteunende maatregel Bbz-light (i.v.m. wegvallen Tozo). Deze maatregel is per 1 april komen te vervallen. In hoeverre dit nog na-ijlt is lastig aan te geven. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen wat voor een effect de te verwachten faillissementen hebben op eventuele aanvragen Bbz. Zijn er verder geen nakomende kosten Bbzlight en blijken de faillissementen mee te vallen is er een kans van € 500.000. 1.600.000 Bij het vaststellen van de nader voorlopige budgetten is nog geen rekening gehouden met rijksbeleidseffecten en de loon- en prijsbijstellingen. De verwachting is dat een positief effect gaat hebben op de budgetten. Dit is als zodanig ook verwerkt in het op te halen tekort bij de gemeenten.

Mocht deze positieve bijstelling toch niet plaats vinden zal het op te halen tekort met € 1,6 miljoen toenemen. Gepaard aan de eenmalige energietoeslag treedt nog een risico op: in de wetswijziging die de eenmalige energietoeslag mogelijk maakt, is tevens de wettelijke ruimte geschapen voor tegemoetkomingen voor energiekosten op basis van

35

Apparaat bijstelling 50%

Matig (25%)

Interbestuurlijk Programma

p.m.

Bedrijfsvoering

1.700.000

Gemiddeld (50%)

200.000

Huisvesting

Groot (75%)

300.000

Huisvesting

Gemiddeld (50%)

300.000

de individuele bijzondere bijstand. De kans is zeer reëel dat voor een (aanzienlijk) deel van de doelgroep de eenmalige energietoeslag niet toereikend zal zijn. Dit zal vooral inwoners treffen wier energiecontract recentelijk is, of binnenkort wordt, gewijzigd. Zonder aanvullende landelijke maatregelen zullen zij mogelijk een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Een fors beroep impliceert niet alleen hoge apparaatskosten (want de afhandeling vergt individuele toetsing van recht en noodzaak, gebaseerd op werkelijke uitgaven), maar ook hoge programmakosten. Het is op voorhand niet duidelijk of gemeenten voor dergelijke extra uitgaven door het kabinet gecompenseerd zullen worden. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. 425.000 In primaire begroting 2022 is er vanuit gegaan dat de apparaatskosten voor 50% meegroeien met de taak (aantal klanten) en niet met 100%. Dat betekent dat individueel personeel dus steeds meer klanten moet helpen, waardoor de apparaatskosten per klant dalen. De afgelopen jaren hebben we gezien dat dit in redelijke mate is gelukt door procesoptimalisatie (slimmere uitvoering) en automatisering. Deze verbetering lijkt echter eindig nu er niet wordt geïnvesteerd in innovatie. Op diverse plaatsen is te zien dat het niet laten meegroeien van het apparaat niet meer haalbaar lijkt ('de rek is eruit').

Als zou blijken dat het apparaat wel voor 100% moet meegroeien met de taak zou dit tot € 1,7 mln. extra lasten leiden. In 2021 zijn er verkiezingen geweest. Na de verkiezingen wordt een nieuw Interbestuurlijk Programma (IBP) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk afgesproken. O.a. ambities op het gebied van milieu, economie, woningbouw. In het vorige IBP bleek dat er voor veel ambities geen budget beschikbaar was. Ook nu lijkt dit het geval. Voor de reeds afgesproken ambities van het Rijk (o.a. woningbouw en milieu) is onvoldoende budget gemeenten gereserveerd. Vooralsnog is dit risico van als p.m. opgenomen. 100.000 De bedrijfsvoering moet aan steeds meer regels voldoen. Bijvoorbeeld de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en informatiebeveiliging, maar ook de steeds meer opkomende landelijke standaardisering. Daarnaast moet de informatisering aan steeds grotere eisen voldoen. We zien dat we als overheid minder snel van deze ontwikkelingen gebruik maken. De mogelijkheden die door de markt worden aangeboden en dat wat door onze inwoners wordt gebruikt, wijkt in toenemende mate van elkaar af. Systemen en hun onderlinge relatie/uitwisseling worden complexer en dat vraagt om heroverweging. Ook de sterke afhankelijkheid van de IT-systemen en daarmee onze kwetsbaarheid blijft een risico.

De grote(re) incidenten die we hebben afgelopen jaar hebben ervaren onderstrepen dit. 225.000 De plannen van de gemeente Dordrecht voor de ontwikkeling van de Spuiboulevard hebben tot gevolg dat de Sociale Dienst Drechtsteden het huidige pand moet verlaten. De kosten van de nieuwe huisvesting zullen in ieder geval hoger zijn dan het huidige huurcontract, dat loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. Er is in de kosten niet voorzien. Met de projectorganisatie van gemeente Dordrecht vindt overleg plaats over welke extra kosten er gemaakt moeten worden m.b.t. de voorbereiding op de huisvesting na het eerste kwartaal 2025 en waar deze kosten zullen landen. In 2022 zal er naar verwachting extra inzet moeten worden gepleegd in en aan het project van het Huis van stad en regio. 150.000 Het pand 'De Hellingen' wordt gehuurd tot en met het eerste kwartaal 2025. Investeringen zijn nodig

36

om de functionaliteit van de panden op orde te houden, maar worden beperkt tot het strikt noodzakelijke. Ook de jaarlijkse onderhoudskosten kunnen oplopen, door de ouderdom van het pand. Er wordt steeds kritisch gekeken naar de noodzaak van investeringen en onderhoudsverplichtingen. Risico is dat de extra kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Totaal

8.471.500

Afgevoerde risico's Omschrijving

Buig vergoeding loopt niet mee met actuele CPB raming

Kans

Totale Impact (€) Toelichting omvang (€)

Gemiddeld (50%)

800.000

Wmo huishoudelijke ondersteuning

Groot (75%)

1.000.000

Wmo begeleiding

p.m.

500.000

400.000 In de begroting 2022 is ervan uitgegaan dat BUIG vergoeding o.b.v. de CPB Centraal Economisch plan (CEP maart 2021) gelijk mee daalt met lager stijging van de bijstand zoals voorstelt door het CPB. De rijksvergoeding BUIG van het Rijk wordt echter niet o.b.v. actuele ramingen maar o.b.v. realisaties T-2 betaald (2020). Dit zou leiden tot een vergoeding die harder zou dalen dan de daling van de uitgaven raming als gevolg van de gunstigere raming. Dit risico wordt geschat op 0,8 mln. Er lopen gesprekken met het Rijk om de vergoeding aan te passen op de actuele ramingen van het CPB (en bestaande systematiek i.h.k.v. de coronacrisis los te laten). Budgetten zijn nu gebaseerd op de meest actuele gegevens van het CPB (CEP maart 2022). 750.000 Bij de Wmo huishoudelijke ondersteuning spelen een aantal zaken waarvan we verwachten dat hierdoor de uitgaven voor gemeenten zullen toenemen. Een van die dingen is de invoering van het abonnementstarief voor eigen bijdragen. Het kabinet heeft met ingang van 2019 een uniform tarief van € 17,50 per vier weken (vanaf 2020 € 19,00 per maand) voor de eigen bijdrage aan Wmo-voorzieningen in te voeren. In 2019 is mede als gevolg van de aanzuigende werking het klantenbestand met circa 22% gestegen.

Door een combinatie van de vergrijzing, de beweging naar langer zelfstandig thuis wonen en de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage zal het beroep op de huishoudelijke ondersteuning komende jaren verder toenemen. Daarnaast wordt in 2022 de Wmo huishoudelijke ondersteuning opnieuw aanbesteed. De SDD is dan gehouden om bij de vaststelling van de tarieven uit te gaan van de nieuwe HV-loonschalen en overeengekomen CAOafspraken. De verwachting is dat de tarieven als gevolg hiervan verder zullen oplopen. In de meerjarenbegroting 2023-2025 is rekening gehouden met constante prijzen, ten opzichte van 2022, van zorg die klanten afnemen. Ook heeft de CRvB in 2019 een uitspraak gedaan inzake resultaatfinanciering bij huishoudelijke ondersteuning. De rechter oordeelde dat gemeenten in feitelijke uren moeten indiceren en niet in het te behalen resultaat. Momenteel wordt nog onderzocht wat de gevolgen zijn voor het huidige model resultaatfinanciering en de onderliggende contracten met de zorgaanbieders. Als laatste zullen ook de apparaatskosten mee stijging met de stijging van het aantal voorzieningen huishoudelijke ondersteuning.-> Risico afgevoerd. Blijven binnen de begroting Wmo huishoudelijke ondersteuning. In 2018 is een aantal maatregelen genomen om de groei van de uitgaven voor Wmo Begeleiding en kortdurend verblijf te beperken.

Op dit moment lijkt het dat deze maatregelen toereikend zijn om op dit programmaonderdeel binnen het beschikbare budget te blijven. Onduidelijk is nog of op langere termijn deze maatregelen stand zullen houden. Door de

37

vergrijzing van de bevolking is de verwachting dat in de toekomst het beroep op de Wmo alleen maar verder zal toenemen.--> Risico afgevoerd voor 2022. Op basis van de laatste prognoses is de verwachting dat de begroting Wmo Begeleiding niet wordt overschreden. Onduidelijk is of de genomen maatregelen vanaf de jaren 2023 en verder stand zullen houden. Totaal

1.150.000

38

5.3 BIJDRAGE PER GEMEENTE TAAKVELD

39

5.4 BIJDRAGE PER GEMEENTE OPGAVEN

40

5.5 TAAKVELD RECAP

41

5.6 DEKKING BEGROTINGSWIJZIGINGEN

5.7 RESERVES

Algemene reserve De algemene reserve is ultimo 2021 € 90.000 negatief. Conform het besluit van de Drechtraad van 14 juni 2016 is voor het invlechten van Hardinxveld-Giessendam € 700.000 ingezet vanuit de algemene reserve. Hardinxveld-Giessendam vult het bedrag aan via de resultaat bestemming. Mocht op 1 januari 2023 het bedrag nog niet zijn gecompenseerd dan zal Hardinxveld-Giessendam het resterende deel voor 31 januari 2023 voldoen. Reserve Uitvoeringskosten Tozo Bij de jaarstukken 2021 GRD is voorgesteld om een bestemmingsreserve te vormen voor de uitvoeringskosten van de Tozo met als doel het opvangen van kosten bij de uitvoering van en de controle op de Tozo-regelingen. Bij deze 1e bestuursrapportage 2022 GRS wordt aan het AB voorgesteld om dit bedrag in 2022 beschikbaar te stellen ter dekking van de kosten die in 2022 gemaakt worden voor de uitvoering en controle van de Tozo.

43

5.8 INVESTERINGEN In deze bijlage wordt de stand van zaken over 2022 en prognose van de beschikbaar gestelde kredieten opgenomen. De activeringsgrens van investeringen is € 50.000. De stand van zaken van de investeringen is als volgt:

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/562/documents/9276